| Ingediend | 13 maart 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 24 april 2026 (na 42 dagen) |
| Indiener | Ingrid Coenradie (PVV) |
| Beantwoord door | David van Weel (VVD) |
| Onderwerpen | openbare orde en veiligheid politie, brandweer en hulpdiensten |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z05117.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-1785.html |
Voordat ik inga op uw vragen wil ik graag benadrukken dat ik als Minister van Justitie en Veiligheid jaarlijks verantwoording afleg over de begroting van mijn ministerie, waarin het begrotingsartikel 31 Politie is opgenomen. Daarnaast kent de politie een eigen begroting en jaarverantwoording waarin de korpschef verantwoording aflegt over het gevoerde beleid en de uitgaven. Dit is in lijn met andere organisaties binnen de Rijksoverheid. Bij enkele van uw vragen wordt gevraagd naar een dieperliggend detailniveau als het gaat om gevraagde overzichten en uitsplitsingen. In de beantwoording heb ik mij tot het uiterste ingespannen om uw vragen te beantwoorden. Daar waar de gevraagde gegevens niet voorhanden zijn, kan ik deze niet aan u verstrekken.
De bezetting van de totale niet-operationele sterkte beslaat momenteel ruim 13.000 fte. Hier valt de klassieke bedrijfsvoering onder, maar ook bijvoorbeeld de docenten aan de Politieacademie. Van de ruim 13.000 fte werken er bij het Politiedienstencentrum ongeveer 8.000 fte. De overige ongeveer 5.000 fte zijn werkzaam bij andere organisatieonderdelen en eenheden van de politie.
Daar waar de niet-operationele functies overbezet zijn, heb ik met de korpschef afgesproken dat deze overbezetting wordt afgebouwd. Dit is ook nodig om de politiebegroting op orde te krijgen. Ik monitor de afbouw van genoemde overbezetting.
Bij de politie zijn 1256 medewerkers werkzaam (excl. Politieacademie) op basis van externe inhuur, waarvan 911 bij het Politiedienstencentrum (peildatum 01-04-2026). Hiermee kunnen fluctuaties in werkbelasting worden opgevangen en kan specifieke expertise (zoals bijvoorbeeld bedrijfsartsen, arbeidsdeskundigen, IV-specialisme) tijdelijk ingezet worden als deze niet binnen de organisatie voor handen is.
De bestuurskosten van de korpsleiding van de politie worden maandelijks gepubliceerd op de website van de Rijksoverheid (Rijksoverheid.nl). Hiermee sluit de politie aan bij de systematiek die wordt gehanteerd bij de openbaarmaking van de bestuurskosten van bewindspersonen en topambtenaren in de sector Rijk. Vanaf april 2026 zullen deze gegevens op open.overheid.nl worden gepubliceerd.
De hoogte van de bestuurskosten zijn redelijk stabiel, met uitzondering van de jaren 2020 en 2021. Dit had te maken met de toen geldende COVID-maatregelen.
Zie hieronder het overzicht van bestuurskosten van de korpsleiding sinds 2020:
Jaar bedrag
2020 17.240,27 euro
2021 23.501,46 euro
2022 26.705,73 euro
2023 32.856,33 euro
2024 28.850,05 euro
2025 30.986,34 euro
Zie antwoord vraag 2.
Het begrip «operationele sterkte» is vastgelegd in regelgeving (Art. 1 besluit verdeling sterkte en middelen), heeft betrekking op de operationele formatie en bezetting en is verdeeld in de werksoorten gebiedsgebonden politie (GGP), opsporing, informatiefunctie, intake & service en meldkamer, beveiliging, overige operationele functies, en leiding. De formatie is de door mij gefinancierde politiesterkte (in fte’s). Deze wordt ieder jaar vastgesteld als bijlage bij het begrotings- en beheerplan. De bezetting is het personeel dat daadwerkelijk in dienst is bij de politie, oftewel de mate waarin de formatie gevuld is.
Het begrip «operationele slagkracht» is niet vastgelegd in regelgeving. Ik versta hieronder de mate waarin de politie operationeel effectief is.
Momenteel worden er door de politie ongeveer 1250 personen extern ingehuurd. Een uitsplitsing naar functiecategorieën of typen werkzaamheden is niet beschikbaar. Zoals toegelicht in het antwoord op vraag 1, werkt een groot deel van deze externe krachten bij het Politiedienstencentrum, bijvoorbeeld bedrijfsartsen, arbeidsdeskundigen en IV-specialisten.
De gemiddelde duur van een extern inhuurcontract is 2,2 jaar. Er zijn personen die langer worden ingehuurd. Eén persoon wordt sinds de vorming van de nationale politie ingehuurd voor meerdere opdrachten op verschillende plekken binnen de politieorganisatie. Deze persoon heeft gereageerd op meerdere opdrachten. Bij een nieuwe opdracht wordt er een nieuwe aanbesteding in de markt gezet, waarop een kandidaat kan reageren. Hierbij is er geen bijzondere aandacht voor het gegeven of iemand al werkzaam is binnen de organisatie. Dit kan er in de praktijk toe leiden dat de aaneengesloten periode waarin iemand werkzaam is op inhuurbasis in sommige gevallen langer uit kan pakken.
Het uitgangspunt blijft dat de persoon die het beste past op de opdracht, de opdracht gegund krijgt.
De kosten voor externe inhuur zijn te vinden in de jaarverantwoordingen van de politie voor de desbetreffende jaren. In 20241 betroffen de kosten voor externe inhuur € 184 mln. op de totale personeelskosten van € 6 miljard. Het per jaar aan externe inhuur bestede bedrag is ongeveer 3% van de totale personeelskosten van de politie. Dat is ruimschoots minder dan de Roemernorm van 10%, die voor overheidsorganisaties geldt.
Bij de externe inhuur van de politie zijn verschillende partijen betrokken. Zo wordt er een partij ingezet voor de inhuur van uitzendkrachten tot en met mbo niveau (exclusief IV-functies), twee partijen voor inhuurprofessionals vanaf hbo niveau en alle IV-functies en zijn er specialistische raamcontracten.
Zie antwoord vraag 5.
Zie antwoord vraag 5.
Zie antwoord vraag 5.
Bij de beantwoording van de Kamervragen over het diversiteits-, gender- en inclusiebeleid van verschillende uitvoerings- en sui generis organisaties, waaronder de politie, heb ik aangegeven op welke wijze dit beleid doorwerkt in de structuur en bedrijfsvoering van een organisatie. In de jaarverantwoording politie legt de korpschef verantwoording af over het gevoerde beleid van de organisatie en haar uitgaven. De politie heeft geen apart overzicht van alle (zowel interne als externe middels inhuur en dergelijke) inzet, kosten en specifieke bijdragen per functie of per eenheid.2
In de begroting en beheerplan politie 2025–2029 is opgenomen hoe het korps inzet op diversiteit en inclusie. Voor de opgave Politie voor Iedereen wordt jaarlijks tussen de 3 en 5,5 miljoen euro begroot. Alle eenheden en diensten krijgen een budget voor het realiseren van die wervingsactiviteiten die effect hebben op de arbeidsmarkt.
Zie antwoord vraag 9.
Zie antwoord vraag 9.
Zie antwoord vraag 9.
In de door mijn voorganger verstuurde Kamerbrief van 21 januari 2026 over de financiële situatie bij de politie, heb ik u geïnformeerd dat de eenheden binnen de politie zelf sturen binnen het per eenheid beschikbare budget.
Voor 2026 zullen daarbij de basisteams (de gebiedsgebonden politie en de opsporing in de basisteams) helemaal buiten beschouwing worden gelaten. Hiermee wordt geborgd dat de aanwezigheid van de politie in buurt, wijk, stad en gemeente en de opsporing in de basisteams niet geraakt worden. Met andere woorden: blauw op straat blijft dus buiten beschouwing. Daarnaast zullen in 2026 de bijzondere bijdragen (zoals voor de Dienst Specialistische Interventies en ondermijning) ongemoeid blijven. Er wordt in 2026 ook niet getornd aan de instroom van aspiranten en er worden geen mensen ontslagen.
De korpsleiding herkent dit signaal niet. Vanaf 1 april 2025 is het nieuwe stelsel beroepsgerelateerde gezondheidsklachten in werking getreden. Nieuwe meldingen van politiemedewerkers met beroepsgerelateerde klachten vallen onder dit nieuwe stelsel. Zodra een politiemedewerker zich meldt met gezondheidsklachten, en deze meer dan 1% beroepsgerelateerd zijn, ontvangt de politiemedewerker direct de benodigde begeleiding, zorg en gerichte vergoedingen. Dat geldt bij alle gezondheidsklachten. In dit stelsel staat aandacht en zorg voor de politiemedewerker voorop. Politiemedewerkers kunnen makkelijker en sneller aanspraak maken op voorzieningen uit de rechtspositie, omdat er wordt gewerkt vanuit vertrouwen in plaats van een juridische erkenningsprocedure.
Voor het maken van aanspraak op de voorzieningen in het nieuwe stelsel is de medische diagnose niet relevant. Hierdoor zijn er geen aantallen beschikbaar van politiemedewerkers met een diagnose van PTSS of andere psychische klachten. In 2025 zijn er 1804 meldingen geregistreerd die vallen onder het nieuwe stelsel met een toekenning van 1% beroepsgerelateerde gezondheidsklachten. Of deze politiemedewerkers thuis zitten of (gedeeltelijk) aan het werk zijn is afhankelijk van de individuele casuïstiek. Hierover kan ik geen uitspraken doen.
Het nieuwe stelsel wordt continue gemonitord en na drie en vijf jaar geëvalueerd. De eerste monitor van het nieuwe stelsel is positief, waaronder op de gemiddelde doorlooptijden van een melding, het advies op de melding en het besluit daarover.
Zie antwoord vraag 14.
Het vervoeren van arrestanten door de politie is onderdeel van de taakuitvoering van de politie. De politie geeft het vervoer van arrestanten zo efficiënt als mogelijk vorm en houdt hierbij rekening met de inzetbaarheid van de agenten op straat. Zij doen dit bijvoorbeeld door meerdere arrestanten tegelijk te vervoeren door de inzet van arrestantenbussen bemenst met medewerkers van de Teams Arrestantentaken in elke regionale eenheid. Daarbij komt het enkele keren voor dat er niet direct een arrestantenbus kan rijden door gebrek aan capaciteit. Binnen de portefeuille arrestantenzaken wordt doorlopend gereflecteerd op hoe het proces efficiënter kan worden ingericht.
Het overbrengen van arrestanten naar het Politie Cellencomplex (PCC) in Houten is de standaardprocedure van de politie in de eenheid Midden-Nederland en is al sinds langere tijd van kracht. De bureaus in Utrecht, ook het bureau in Utrecht Centrum (Kroonstraat), beschikken niet over cellen, wel over ophoudruimten. In die ruimten kunnen en mogen arrestanten slechts korte tijd opgehouden worden. Overnachten kan en mag alleen in een Politie Cellencomplex, zoals in Houten. Arrestanten worden daarom in principe altijd naar de cellencomplexen vervoerd. District Utrecht beschikt over een eigen ophoudgebied waar arrestanten in de piekmomenten ondergebracht kunnen worden. Daarmee is een zorgvuldige afweging over wanneer het efficiënter is om met arrestanten naar Houten te rijden of wanneer het efficiënter is om politiecapaciteit vrij te maken om de arrestanten in het ophoudgebied te laten verblijven. Zo wordt er geen kostbare politiecapaciteit vastgezet in het ophoudgebied op de momenten dat daar (vrijwel) geen arrestanten zitten. Vanuit Houten worden de arrestanten, indien van toepassing, zoals overeengekomen met de Dienst Vervoer en Ondersteuning en van de Dienst Justitiële Inrichtingen, overgebracht naar een locatie van het gevangeniswezen.
De inzet voor het vervoer van arrestanten naar de PCC’s in de eenheid vindt plaats volgens een op basis van ervaring vastgesteld roosterschema. De bussen doen vanuit efficiëntie meerdere bureaus in de eenheid Midden-Nederland aan. Een registratie van het aantal uren per inzet per politiemedewerker zou een onevenredige administratiedruk op de politie betekenen en is daarom ook niet opgelegd.
Zie antwoord vraag 16.
Zie antwoord vraag 16.
Zoals met uw Kamer gedeeld, zijn de eerder uitgereikte brieven ingetrokken.3 Indien de brieven in het personeelsdossier waren opgenomen, worden deze verwijderd.
Alle politiemedewerkers die op straat werken en voor wie dat nodig is, beschikken over gehoorbeschermingen. De politie heeft in 2026 een budget beschikbaar voor de gehoorbescherming van 2,2 miljoen euro.
Zie antwoord vraag 20.
Hierbij deel ik u mede dat de schriftelijke vragen van het lid Coenradie (JA21), van uw Kamer aan de Minister van Justitie en Veiligheid over effectiviteit en slagkracht van de politieorganisatie (ingezonden 13 maart 2026) niet binnen de gebruikelijke termijn kunnen worden beantwoord, aangezien nog niet alle benodigde informatie is ontvangen. Ik streef ernaar de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.