| Ingediend | 5 maart 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 24 april 2026 (na 50 dagen) |
| Indieners | Diederik van Dijk (SGP), Chris Stoffer (SGP) |
| Beantwoord door | Judith Tielen (VVD), David van Weel (VVD) |
| Onderwerpen | openbare orde en veiligheid organisatie en beleid |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z04367.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-1778.html |
Ja.
Ik vind het onacceptabel dat door deze actie niet alle scholen een volledige lesdag hebben kunnen draaien. De burgemeester van Amsterdam heeft de actie ook nadrukkelijk afgekeurd en aangegeven dat dit niets met demonstratievrijheid te maken heeft. Demonstreren is een groot goed in onze democratische rechtsstaat. Het biedt veel ruimte voor diverse soorten acties, mits dit vreedzaam en binnen de grenzen van de wet gebeurt. Het plegen van geweld, intimidatie of, zoals in dit geval vernielingen hoort daar niet bij.
De gemeente Amsterdam was niet van tevoren op de hoogte van de actie van Extinction Rebellion om de deuren van scholen dicht te lijmen. Om die reden waren er geen mogelijkheden om de actie te voorkomen. Op het moment dat de scholen erachter kwamen dat hun deuren dichtgelijmd of geblokkeerd waren hebben zij de politie gebeld en zelf maatregelen genomen om de deuren weer toegankelijk te maken. Wat er precies is gedaan verschilt per school(locatie), maar het algemene beeld is dat de scholen vrij snel weer in staat waren om de lessen te vervolgen.
Onderwijs moet zonder hinder kunnen plaatsvinden. Het is aan scholen om samen met gemeente en politie te beoordelen of maatregelen nodig zijn. Iedereen, dus ook Extinction Rebellion, heeft het recht om te demonstreren, mits zij zich aan de wet houdt.
Het is aan de scholen zelf om te besluiten om over te gaan tot aangifte, evenals het verhalen van eventuele materiële schade op de vermeende daders. Het kabinet vindt het belangrijk dat daders die schade veroorzaken, deze zoveel mogelijk vergoeden en stimuleert dan ook het doen van aangifte bij vermoedens van strafbare feiten. Om schade te kunnen verhalen, moet wel duidelijk zijn wie voor de schade verantwoordelijk is. Schadeverhaal op de daders zonder dat hun identiteit bekend is, is niet mogelijk.
Demonstreren mag, maar wel binnen de kaders van de wet. Het zoveel mogelijk faciliteren van een demonstratie en de beoordeling wat wel en niet nodig en mogelijk is aan (preventieve) maatregelen is aan de burgemeester. Hierover vindt afstemming plaats in de lokale driehoek. Het is een lokale aangelegenheid en de burgemeester legt daarover verantwoording af aan de gemeenteraad.
De bevoegdheid die het Openbaar Ministerie op grond van artikel 2:20 Burgerlijk Wetboek toekomt, ziet op het door de rechter laten verbieden en ontbinden van een rechtspersoon. Opgemerkt zij dat Extinction Rebellion geen rechtspersoon is en als zodanig niet kan worden ontbonden. Van een procedure ex artikel 2:20 Burgerlijk Wetboek is dan ook geen sprake.
Extinction Rebellion is geen rechtspersoon. In het ANBI-register op de website van de Belastingdienst staan momenteel wel twee instellingen vermeld die als doel hebben de beweging «Extinction Rebellion» te ondersteunen (Stichting vrienden van XR). Omdat de Belastingdienst gehouden is aan de geheimhoudingsplicht van artikel 67 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen kan geen nadere informatie worden verstrekt over individuele instellingen.
Vanzelfsprekend dient eenieder zich aan de wet- en regelgeving te houden. Een ANBI-status maakt daarin geen verschil. In zijn algemeenheid kan daarnaast worden opgemerkt dat een instelling (onder meer) uitsluitend of nagenoeg uitsluitend (ten minste 90%) het algemeen nut moet beogen om als ANBI aangemerkt te worden. Het begrip algemeen nut is in de wet neutraal vormgegeven en wordt, zoals ook uit de jurisprudentie blijkt, neutraal getoetst. De inspecteur van de Belastingdienst zal een ANBI-status bij beschikking intrekken of een aanvraag weigeren indien niet wordt voldaan aan de voorwaarden voor de ANBI-status, waaronder de hiervoor genoemde voorwaarde van het beogen van algemeen nut en de zogenoemde «integriteitstoets». Kortgezegd houdt deze integriteitstoets in dat de ANBI-status door de inspecteur wordt ingetrokken als het hem kenbaar is dat de instelling of een bestuurder, feitelijk leidinggevende of gezichtsbepalend persoon van die instelling onherroepelijk is veroordeeld wegens het opzettelijk plegen van een in de ANBI-regelgeving genoemd misdrijf. Weliswaar verbindt de fiscale wetgeving gevolgen aan bepaalde veroordelingen, maar het uitgangspunt hierbij is dat strafbare feiten strafrechtelijk moeten zijn afgedaan. De inspecteur kan en mag immers niet op de stoel van de strafrechter gaan zitten. Ook wordt de ANBI-status ingetrokken als de inspecteur gerede twijfel heeft over de integriteit van de instelling of van bovengenoemde betrokken personen én de instelling of persoon ondanks een verzoek daartoe van de inspecteur niet binnen zestien weken een verklaring omtrent gedrag (VOG) kan overleggen. Gerede twijfel veronderstelt dat de inspecteur niet te lichtvaardig kan overgaan tot het opvragen van een VOG.2 Verdenkingen, niet-vervolgbare activiteiten of gedrag waarvan niet iedereen het algemeen nut kan inzien zijn geen redenen om de ANBI-status van een instelling in te trekken. Dit is ook in de Kamerbrief van 19 maart 2025 naar aanleiding van de motie van het lid Eerdmans die het kabinet verzocht om de ANBI-status van Extinction Rebellion in te trekken aangegeven.3
Hierbij deel ik u, mede namens de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, mede dat de schriftelijke vragen van de leden Stoffer (SGP) en Diederik van Dijk (SGP), van uw Kamer aan de Minister van Justitie en Veiligheid over het bericht «Extinction Rebellion lijmt deuren van meer dan dertig scholen in Amsterdam dicht: «Dit heeft niets meer met demonstratievrijheid te maken»» (ingezonden 5 maart 2026) niet binnen de gebruikelijke termijn kunnen worden beantwoord, aangezien nog niet alle benodigde informatie is ontvangen. Ik streef ernaar de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.