| Ingediend | 4 maart 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 10 april 2026 (na 37 dagen) |
| Indiener | Caroline van der Plas (BBB) |
| Beantwoord door | Silvio Erkens (VVD) |
| Onderwerpen | dieren landbouw |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z04237.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-1586.html |
Ja
Ja
Ja
De aanpassing van dit Besluit is tijdelijk en heeft als einddatum 1 januari 2027. De tijdelijke aanpassing is noodzakelijk omdat de praktiserende dierenartsen die nu noodslachtingen keuren nog onvoldoende vertrouwd zijn met de uitgebreidere categorieën dieren die straks op grond van de verordening van 2 februari 2026 aangeboden mogen gaan worden voor antemortem keuring en de bredere toetsingskaders die gaan gelden.
Een noodslachting is het slachten van een voor het overige gezond dier buiten een slachthuis, dat door een ongeval (zoals een gebroken poot) niet meer levend naar een slachthuis vervoerd kan worden, maar wel geschikt is voor menselijke consumptie. De gewijzigde verordening verruimt die voorwaarden. Het wordt mogelijk om dieren die slachtwaardig zijn, maar niet transportwaardig, in aanmerking te laten komen voor een noodslachting. Het wordt niet langer een vereiste dat het dier een ongeval heeft gehad. De wijziging van de Verordening zorgt ervoor dat meer dieren op het bedrijf van herkomst kunnen worden geslacht in het kader van nood in plaats van dat deze dieren afgevoerd worden via het destructiebestel.
Volgens de EU-regelgeving zijn officiële dierenartsen bevoegd om antemortem- en postmortemkeuringen uit te voeren en daarover besluiten te nemen. In Nederland zijn voor de uitvoering van de antemortemkeuring bij noodslacht ook private dierenartsen bevoegd middels het Besluit aanwijzing dierenartsen.
Private dierenartsen die deze keuring uitvoeren, moeten weten waar zij extra op moeten letten. In de wijziging van Vo (EG) 853/2004 worden de toetsingskaders voor het keuren van dieren in het geval van noodslacht uitgebreid naar bredere toetsingskaders uit de transport- en controleverordeningen waarnaar in gewijzigde Bijlage III van Verordening (EG) nr. 853/2004 wordt verwezen. Dit betekent dat dierenartsen die deze keuring uitvoeren ook kennis nodig hebben van deze wettelijke vereisten en van de werkzaamheden en omstandigheden in het slachthuis, en dit is op dit moment nog niet zo.
Zo lang dit nog niet goed geregeld is, is de voedselveiligheid niet voldoende geborgd. Daarom zorgt de NVWA in 2026 voor uitwerking van kaders, werkwijzen en ondersteuning, met als doel dat de private dierenartsen zodanig gefaciliteerd worden dat zij dieren die voor noodslacht worden aangeboden per 1 januari 2027 op uniforme wijze ante mortem kunnen keuren. Tot deze datum wordt de aanwijzing van private dierenartsen tijdelijk beperkt tot de «oude» categorie.
De aanpassing van het Besluit aanwijzing dierenartsen beperkt niet de officiële dierenartsen. Deze blijven in alle gevallen bevoegd om antemortem en postmortem keuringen uit te voeren en daarover besluiten te nemen.
Er is geen sprake van uitstel. De verruiming gaat in op het moment dat de verordening van de Europese Commissie in werking treedt. Er mag dan in meer gevallen dan voorheen noodslacht op het bedrijf plaatsvinden.
De nieuwe verordening voorziet in een verruiming van de voorwaarden waaronder noodslacht op het bedrijf is toegestaan. Die regels zijn rechtstreeks werkend. Zij kunnen en worden dus niet beperkt door Nederland. Naast de regels over noodslacht op het bedrijf gelden ook de regels over de uitvoering van de vleeskeuring, waaronder de antemortemkeuring. De hoofdregel is dat deze keuring wordt uitgevoerd door de officiële dierenarts, dus een ambtenaar van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (zie bijlage III, sectie I, hoofdstuk VI, punt 2, van verordening 853/2004, en artikel 5, eerste lid, onderdeel d, van verordening 2019/624). Artikel 30 van de officiële controleverordening (2017/625) laat de bevoegde autoriteit ruimte om dergelijke controles door natuurlijke personen, bijvoorbeeld private dierenartsen die niet zijn aangesteld door de NVWA, te laten uitvoeren. Dat is voor de huidige noodslacht geregeld in een ministerieel besluit. Verder verwijs ik naar mijn antwoord op vraag 4.
Nee. Zie mijn antwoord op de vragen 4, 5 en 6.
Zie mijn antwoord op de vragen 4 en 6.
Zie het antwoord op de vragen 4 en 6.
Officiële dierenartsen zijn dierenartsen die door de bevoegde autoriteit zijn aangewezen (artikel 3, onderdeel 32, en artikel 5, tweede lid, van verordening 2017/625). Bevoegde autoriteiten mogen alleen dierenartsen die geslaagd zijn voor een proef die voldoet aan de voorschriften in bijlage II van Vo (EU) 2019/624 benoemen als officiële dierenarts. In Nederland voldoen alleen dierenartsen van de NVWA die hiervoor een uitgebreide theoretische en praktische opleiding hebben gehad aan deze voorwaarden.
In aanvulling daarop mag de bevoegde autoriteit de uitvoering van controletaken ook beleggen bij natuurlijke personen (artikel 30 van verordening 2017/625). Dat is voor de antemortemkeuring bij noodslacht op het bedrijf geregeld. Hierbij is er sprake van aanwijzing van private dierenartsen tot natuurlijke personen die bepaalde taken in verband met officiële controles mogen uitvoeren, zij worden geen officiële dierenartsen. Zie verder mijn antwoord op vraag 6.
Het uitgangspunt is dat officiële controles en andere officiële activiteiten door de bevoegde autoriteit zelf worden uitgevoerd. Met name ingeval van capaciteitsgebrek bij de bevoegde autoriteit of vanwege benodigde bijzondere deskundigheid, kan er reden zijn om de uitvoering van taken te beleggen bij een private instantie of een natuurlijke persoon. Mits is voldaan aan de vereisten die verordening 2017/625 stelt en het te beschermen belang, in dit geval de voedselveiligheid, geborgd blijft. De aanwijzing van de private dierenartsen voor het uitvoeren van de antemortem keuring van noodslachtingen is een voorbeeld hiervan en komt voort uit het capaciteitsprobleem bij de NVWA. Waar dat aan de orde is, is hierin nu voorzien. Ik acht een dergelijk onderzoek dan ook niet nodig.
Artikel 30 van de officiële controleverordening (2017/625) laat de bevoegde autoriteit ruimte om controles door natuurlijke personen, bijvoorbeeld private dierenartsen die niet zijn aangesteld door de NVWA, te laten uitvoeren. Mits is voldaan aan de vereisten die verordening 2017/625 stelt en het te beschermen belang, in dit geval de voedselveiligheid, geborgd blijft. De kennis die private dierenartsen nodig hebben om de verruimde keuring uit te voeren is volgens de bevoegde autoriteit, in deze de NVWA, nog niet op voldoende niveau. Dit vereist opleiding en ondersteuning vanuit de NVWA zodat private dierenartsen deze nieuwe keuringswerkzaamheden adequaat kunnen uitvoeren.
Nee. De NVWA heeft juist veel vertrouwen in private dierenartsen, waardoor zij deze officiële taak ook heeft belegd bij deze dierenartsen. Voor zover bekend is Nederland een van de weinige lidstaten die hiervan gebruik maakt in het kader van keuring bij noodslachtingen.
De NVWA wil de private dierenartsen, in het belang van de bescherming van voedselveiligheid, optimaal faciliteren zodat zij ook de AM-keuring van de nieuwe groep dieren kan uitvoeren. De NVWA heeft tijd nodig om kaders, afspraken en ondersteuning in te regelen voordat de bevoegdheden voor private dierenartsen verder kunnen worden uitgebreid. Dus de bevoegdheden van private dierenartsen worden niet tijdelijk beperkt, deze blijven hetzelfde in 2026 en worden in 2027 verruimd.
Dit is een van de opties die in 2026 nader uitgewerkt wordt door de NVWA. De eerste gesprekken met de Stichting Geborgde Dierenarts zijn gepland.
Er is geen sprake van uitstel, de nieuwe verordening die voorziet in de verruiming is rechtstreeks werkend. Dieren die in 2026 aangeboden worden voor noodslacht, en geen ongeluk gehad hebben, kunnen antemortem gekeurd worden door een officiële dierenarts. De verwachting is wel dat een groei in aanvragen voor antemortem keuring van dieren die aangeboden worden voor noodslacht onder de nieuwe voorwaarden niet in zijn geheel gehonoreerd kan worden. De NVWA beoordeelt aanvragen volgens haar planningskader, waarbij de bedrijven met de grootste publieke belangen, zoals grote slachthuizen, voorrang krijgen. Ik vind dit vervelend voor de sector maar benadruk dat het om een tijdelijke situatie gaat die nodig is om de voedselveiligheid te borgen.
De nieuwe Europese regels worden in de praktijk gebracht zodra de gedelegeerde verordening van de Europese Commissie van 2 februari 2026 tot wijziging van Bijlage III bij Verordening (EG) nr. 853/2004 inzake noodslacht van gedomesticeerde hoefdieren buiten het slachthuis van kracht wordt. Mijn doel is om begin 2027 alle aanvragen te kunnen honoreren. De antemortemkeuring van noodslachtingen op primaire bedrijven zal namelijk per 1 januari 2027 door private dierenartsen worden uitgevoerd. Deze datum is dan ook in de wijziging van het Besluit aanwijzing dierenartsen opgenomen.
Nee, dat ben ik niet, want dat is niet nodig. Zie het antwoord op mijn vorige vragen.
De tarieven voor de NVWA staan op de website: NVWA-tarieven toezicht op keuren / AM keuring / PM keuring 2026 | NVWA
Ik beschik niet over informatie over de keuringskosten in aan Nederland