Kamervraag 2026Z03483

Het onderbrengen van nareizigers in hotels door het COA

Ingediend 19 februari 2026
Beantwoord 22 mei 2026 (na 92 dagen)
Indiener Simon Ceulemans (JA21)
Beantwoord door Mona Keijzer
Onderwerpen migratie en integratie organisatie en beleid
Bron vraag https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z03483.html
Bron antwoord https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-1995.html
  • Vraag 1
    Kunt u nauwgezet aangeven welke stappen er gezet zijn door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) en u sinds uw aankondiging in december rond het onderbrengen van nareizigers in hotels?1

    De maatregel waarbij nareizigers door COA onder worden gebracht in hotels, wordt hierna aangeduid als de «aanvullende nareismaatregel». Deze aanvullende nareismaatregel bouwt voort op de maatregel versnelde uitplaatsing, waarbij nareizende familieleden bij de gehuisveste referent verblijven, zoals gecommuniceerd in de Kamerbrief van 23 september jl. (Kamerstuk 19 637, nr. 3476).
    Op vrijdag 19 december jl. zijn de colleges van B&W geïnformeerd over de aanvullende maatregel waarbij nareizigers worden ondergebracht in hotels. Voorts is vanuit het ministerie een opdracht verstuurd aan het COA voor de uitvoering van deze maatregel. Om daadwerkelijk te starten was het noodzakelijk dat de zogenaamde hotel- en accommodatie regeling (HAR) regeling, tijdelijke regeling voor het stimuleren van uitstroom vergunninghouders uit de asielopvang 2026, verlengd zou worden. Deze is op 27 januari jl. gepubliceerd, waarna het COA daadwerkelijk kon starten met de uitvoering.
    Op 20 januari zijn gemeenten via een webinar verzorgd door het departement en het COA, ambtelijk verder geïnformeerd over de maatregel.
    COA onderzoekt per gemeente met een achterstand op de taakstelling huisvesting vergunninghouders of er geschikte kamers in een hotel beschikbaar zijn. Indien de inhuizing kan plaatsvinden, informeert het COA de gemeente. Ook voor overige statushouders geldt dat hotels kunnen worden ingezet voor tijdelijk onderdak in afwachting van uitstroom naar een reguliere woning. Hiervoor kunnen gemeenten de HAR+ inzetten.

  • Vraag 2
    Klopt het dat het COA voornemens is om deze of volgende week de eerste lichting nareizigers gaat onderbrengen in een hotel in de gemeente Schouwen-Duiveland?2 Zo nee, wanneer dan wel?

    COA heeft binnen het kader van de verstrekte opdracht op 17 februari jl. de eerste uitplaatsing uitgevoerd. Op 25 februari jl. zijn er in Schouwen-Duivenland nareizigers uitgeplaatst. In totaal zijn er 202 nareizigers versneld uitgeplaatst in zes gemeenten (d.d. 21 april).

  • Vraag 3
    Kunt u de Kamer voorzien van een overzicht van voorgenomen plaatsingen die op dit moment bekend zijn en/of reeds verricht zijn? Zo nee, waarom niet?

    COA heeft binnen het kader van de verstrekte opdracht 202 nareizigers versneld uitgeplaatst binnen zes gemeenten (d.d. 21 april). Ik doe geen uitspraken over mogelijke toekomstige uitplaatsingen ten behoeve van het proces.

  • Vraag 4
    Kunt u de Kamer tevens voorzien van alle communicatie vanuit het Rijk en/of het COA richting gemeenten over deze regeling?

    Het departement en het COA hebben in het kader van de aanvullende nareismaatregel de volgende communicatiemiddelen met gemeenten verstrekt. De hierna benoemde stukken zijn toegevoegd in de bijlage van deze beantwoording.
    1.1. Bijlage visual huisvesten nareizigers
    Zoals in bovengenoemde bijlagen ook staat vermeld, loopt individuele communicatie met gemeenten via het COA. In samenwerking met het COA en de VNG zijn in totaal drie Webinars georganiseerd over de versnelde uitplaatsing en de aanvullende maatregel.

  • Vraag 5
    Klopt het dat gemeenten hooguit geïnformeerd worden door het COA wanneer er nareizigers in een hotel worden ondergebracht, maar verder geen zeggenschap hebben?

    In de opdracht voor de aanvullende nareismaatregel die door het departement aan het COA is verstrekt staat dat COA een gemeente minimaal 2 dagen, maar bij voorkeur eerder, voorafgaand aan de plaatsing informeert. Deze kaders zijn in de informatiemail (d.d. 19 december) met de colleges van B&W gecommuniceerd. De informatiemail is toegevoegd als bijlage bij deze beantwoording. Wanneer de gemeente zelf een alternatief voor het tijdelijk onderdak heeft, onderzoekt het COA dit graag met de gemeente. Gezien de tijdelijke duur van deze statushouders in een hotel vereist dit geen besluit van de gemeente.

  • Vraag 6
    Bij hoeveel procent van de nareizigers die u voornemens bent in hotels te plaatsen is er sprake van dat het nagereisde familielid al wel huisvesting heeft in de koppelgemeente, maar dat deze niet geschikt wordt geacht voor meerdere bewoners?

    De samenstelling van de groep nareizigers is dynamisch en wisselt per week. De gemeente geeft bij afgifte van het inreisvisum aan of de woning van de referent passend is voor huisvesting van de nareizende familieleden. In principe worden nareizigers, daar waar mogelijk, direct bij de referent geplaatst als de referent reeds in een gemeente gehuisvest is. Bij kleinere gezinnen tot drie personen gaat dit gemakkelijker dan bij grote gezinnen. Het COA treedt altijd in overleg met gemeenten alvorens nareizende familieleden worden gehuisvest bij referenten. In afwachting van geschikte huisvesting kan eventueel een tijdelijke accommodatie geregeld worden.

  • Vraag 7
    Wat wordt in dezen verstaan onder al dan niet geschikt voor meerdere bewoners? Welke criteria gelden hiervoor en wie bepaalt deze?

    Zie antwoord vraag 6.

  • Vraag 8
    Deelt u de mening dat het onuitlegbaar is om nareizigers op kosten van de belastingbetaler onder te brengen in hotels wanneer hun familielid al huisvesting in diezelfde gemeente heeft, ook als die misschien niet ideaal is voor meerdere bewoners? Zo nee, waarom niet?

    Het uitgangspunt is dat nareizigers bij de gehuisveste referent verblijven. Waar mogelijk verwijst het COA daarom nareizigers, behoudens contra-indicaties en binnen de grenzen van redelijkheid en billijkheid, door naar de gemeente waar de referent woonachtig is. Zij trekken daar, voor zover passend, bij het familielid in of zoeken in samenspraak met de gemeente andere huisvesting in de nabijheid, zoals toegelicht in de Kamerbrief van 23 september jl. Deze werkwijze is echter slechts voor een beperkte doelgroep toepasbaar, omdat de woning van de referent niet altijd geschikt is of omdat de referent zelf nog niet is gehuisvest en nog op een COA-locatie verblijft. Derhalve wordt er wegens de hoge druk op de reguliere COA-opvanglocaties en aanvullend op bovenstaande werkwijze gebruik gemaakt van opvang in hotels.

  • Vraag 9
    Waarom geeft u het COA expliciet de opdracht om nareizigers in hotels in of nabij de koppelgemeente te plaatsen, terwijl u op 23 september jl. in uw Kamerbrief nog sprak over intrekken door de nareizigers bij hun familielid of het samen met de gemeente zoeken naar andere huisvesting in de buurt (Kamerstuk 19 637, nr. 3476)? Deelt u de conclusie dat uw Kamerbrief op essentiële onderdelen afwijkt van de manier waarop deze regeling vervolgens is uitgerold?

    Er is geen sprake van een koerswijziging, maar van een aanvulling op bovengenoemde maatregel (Kamerstuk 19 637, nr. 3476). De aanvullende maatregel voor nareis bouwt voort op de maatregel versnelde uitplaatsing, waarbij nareizende familieleden bij de gehuisveste referent verblijven, zoals gecommuniceerd in de Kamerbrief van 23 september jl. Om de druk op de opvangcapaciteit van het COA en de aanmeldcentra in Ter Apel en Zevenaar verder te verlichten, is deze aanvullende maatregel nodig geacht.
    Het eerder plaatsen van nareizigers in de gemeente waaraan zij zijn gekoppeld brengt bovendien het voordeel met zich mee dat zij sneller kunnen integreren. Dit is van belang voor zowel de nareizigers als de gemeente.

  • Vraag 10
    Wat heeft u doen besluiten om de koers te verleggen naar onderbrengen van nareizigers in hotels buiten gemeenten om?

    Zie antwoord vraag 9.

  • Vraag 11
    Wat is uw reactie geweest op gemeenten, waaronder in ieder geval de gemeente Castricum, die u hebben aangesproken op deze koerswijziging en de onduidelijkheid daaromtrent?

    De samenwerking met medeoverheden in de opgave rondom opvang en huisvesting van asielzoekers en statushouders is voor mij van groot belang. Gemeenten, waaronder de gemeente Castricum, hebben vragen en zorgen geuit over de maatregel en de mogelijke gevolgen daarvan. Zoals eerder toegelicht betreft de maatregel geen wijziging van de koers, maar een aanvulling op een reeds genomen maatregel. Dit wordt ook in de bijgevoegde communicatiemiddelen richting gemeenten vermeld.

  • Vraag 12
    Wat zijn de totale voorziene kosten van deze hele operatie, inclusief het financieren van het hotelverblijf gedurende de eerste zes maanden door het COA?

    Nareizigers die nog niet zijn gehuisvest worden opgevangen in de COA opvang. De bekostiging van het onderbrengen van nareizigers in hotels loopt via het noodopvangbudget van het COA. Het is derhalve niet de verwachting dat dit leidt tot substantiële meerkosten ten opzichte van de situatie dat deze personen in de COA locaties worden opgevangen.
    Het COA financiert de hotelaccommodatie of ander vormen van tijdelijk onderdak gedurende maximaal zes maanden. Doordat hiermee de nareiziger reeds in de gemeenten wordt opgevangen, is de verwachting dat de gemeente sneller de verantwoordelijkheid overneemt en de periode tot huisvesting verkort wordt, wat bijdraagt aan snellere integratie en het beperken van de totale opvangkosten voor het COA.

  • Vraag 13
    Kunt u nauwgezet uiteenzetten hoe het semipermanent (ten minste een half jaar) huisvesten van nareizigers in hotels zich verhoudt tot landelijke en lokale wet- en regelgeving?

    De Omgevingswet bepaalt dat het gebruik van een gebouw, zoals het exploiteren van een hotel, alleen is toegestaan als dit past binnen het omgevingsplan of daarvoor een omgevingsvergunning wordt verleend. De eigenaar of exploitant van het hotel is verantwoordelijk voor het aanvragen van de benodigde omgevingsvergunning. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het behandelen van aanvragen voor omgevingsvergunningen. De functie van een hotel valt doorgaans onder de bestemming «logies».
    Veel gemeenten hebben in beleidsregels vastgelegd hoelang verblijf binnen een logiesfunctie mogelijk is voordat dit als «wonen» wordt aangemerkt. Vaak geldt hiervoor een maximale termijn van ongeveer zes maanden. Of een langer verblijf is toegestaan, hangt af van de functies die in het omgevingsplan zijn opgenomen en van de manier waarop de gemeente het begrip «wonen» toepast in de lokale regelgeving.

  • Vraag 14
    Wat is uw inschatting van de economische schade voor ondernemers in gemeenten waar hotelkamers worden gehuurd voor nareizigers in plaats van door toeristen en andere bezoekers?

    Een gegeven is dat door deze maatregel voor exploitanten van het hotel een gegarandeerde bezetting resulteert van een aantal kamers dat door COA wordt afgenomen met als gevolg gegarandeerde inkomsten. Een inschatting van de mogelijke economische effecten kan niet worden gegeven, omdat deze gegevens niet worden gemeten of op een andere wijze systematisch worden bijgehouden. Hierdoor is het niet mogelijk om een betrouwbare of onderbouwde kwantitatieve inschatting te maken.

  • Vraag 15
    Wat verwacht u van gemeenten met betrekking tot de financiering van de huisvesting van nareizigers in hotels wanneer het hen niet lukt om binnen zes maanden vervangende huisvesting voor hen te regelen?

    Het is de verwachting dat een groot deel van de nareizigers binnen een periode van zes maanden gehuisvest kan worden. Vanuit het Rijk zijn verschillende stimuleringsmaatregelen om gemeenten te ondersteunen bij het realiseren van huisvesting indien een reguliere woning niet beschikbaar is (o.a. Regeling stimuleren uitstroom vergunninghouders uit de asielopvang (HAR+) en Bekostigingsregeling huisvesting vergunninghouders in doorstroomlocaties).
    Indien dit niet tijdig lukt, kan een gemeente met de HAR+ regeling het huidige tijdelijk onderdak in een hotel verlengen. Mocht er sprake zijn van overmacht kan er altijd in contact worden getreden met het COA en het departement over een maatwerkoplossing.

  • Vraag 16
    Hoe verhoudt het onderbrengen van nareizigers in hotels zich tot de reguliere wettelijke taakstelling voor de huisvesting van statushouders? Deelt u de conclusie dat u met deze werkwijze de reguliere interventieladder omzeilt? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke gronden denkt u dit te kunnen doen?

    Nareizigers zijn, nadat zij het (korte) aanmeldproces in Zevenaar hebben doorlopen en een vergunning hebben ontvangen, statushouder. Wanneer de gemeente de statushouder huisvest valt dit onder de realisatie van de taakstelling huisvesting vergunninghouders van de betreffende gemeente. Wanneer dit niet mogelijk is plaatst COA nareizigers uit naar een hotel of andere tijdelijke accommodatie in of rondom de koppelgemeente. Na uitplaatsing blijft het COA gedurende maximaal zes maanden verantwoordelijk. Dit geeft gemeenten de ruimte om een passende oplossing voor structurele huisvesting of tijdelijk onderdak te vinden. Zolang de gemeente de verantwoordelijkheid nog niet heeft overgenomen, is er geen sprake van huisvesting van de betreffende nareizigers. Pas nadat de gemeente de nareiziger huisvest, telt deze mee voor de wettelijke taakstelling voor deze gemeente.
    Het interbestuurlijk toezicht op de uitvoering van de taakstelling huisvesting vergunninghouders is belegd bij de provincies. Wanneer gemeenten de taakstelling niet halen, treden provincies met hen in overleg en kunnen zij het instrumentarium van het interbestuurlijk toezicht inzetten. Indeplaatsstelling is het uiterste middel binnen het interbestuurlijk toezicht en wordt alleen ingezet als andere interventies niet tot het gewenste resultaat leiden. Gedeputeerde staten hebben op grond van artikel 124 van de Gemeentewet de bevoegdheid tot indeplaatsstelling bij taakverwaarlozing; deze bevoegdheid is exclusief aan hen voorbehouden. Deze tijdelijke maatregel laat dit bestaande toezichtkader onverlet.

  • Vraag 17
    Deelt u de conclusie dat het buiten de gemeente om huisvesten van nareizigers in hotels een maatregel is die feitelijk neerkomt op indeplaatsstelling conform de hoogste trede op de interventieladder? Zo nee, waarom niet en wat is het verschil?

    Nee. Bij indeplaatsstelling treedt de provincie in de plaats bij het definitief huisvesten van de statushouders. In dit geval zorgt het COA voor een tijdelijke oplossing en geeft het de gemeente de tijd om aan de wettelijke verantwoordelijkheid te voldoen. Aan de wettelijke taak voor gemeenten om statushouders te huisvesten wordt niets gewijzigd. Het COA draagt na uitplaatsing naar het hotel of een andere tijdelijke accommodatie nog voor een periode van maximaal 6 maanden de verantwoordelijkheid, dit biedt gemeenten de ruimte om een passende oplossing voor huisvesting dan wel (ander) tijdelijk onderdak te vinden. Totdat de gemeente de verantwoordelijkheid voor de nareizigers overneemt, is er geen sprake van huisvesting van de betreffende nareizigers. Er is daarom geen sprake van een interventie vergelijkbaar met indeplaatsstelling op de wettelijke taakstelling huisvesting vergunninghouders.

  • Vraag 18
    Indien u ook voornemens bent nareizigers te plaatsen in hotels in gemeenten die zich op een lagere trede van de interventieladder bevinden, erkent u dan dat u dergelijke gemeenten hiermee opzadelt met een bovenwettelijke last? Zo nee, waarom niet?

    Nee. Zoals eerder vermeld hebben geregistreerde nareizigers een status en telt het pas mee voor de realisatie van de wettelijke taakstelling vergunninghouders wanneer de statushouder is gehuisvest. Voor de prioritering van de uitplaatsing is ervoor gekozen om de bestaande achterstanden in de huisvesting van statushouders leidend te laten zijn. Totdat de gemeente de verantwoordelijkheid voor de nareizigers overneemt, is er geen sprake van huisvesting van de betreffende nareizigers. Er is daarom geen sprake van een interventie vergelijkbaar met indeplaatsstelling op de wettelijke taakstelling huisvesting vergunninghouders.

  • Vraag 19
    Erkent u dat deze maatregel opnieuw een schoolvoorbeeld is van dweilen met de kraan open? Zo nee, waarom niet?

    De aanvullende nareismaatregel is tijdelijk en aanvullend op de structurele instrumenten. Voor structurele en duurzame capaciteitsuitbreiding van opvangplekken en doorstroom van statushouders naar huisvesting in gemeenten blijven voor asiel de Spreidingswet en voor statushouders de wettelijke taakstelling en urgentieregeling het uitgangspunt zolang de situatie daartoe vraagt. Tijdelijke capaciteitsmaatregelen worden ingezet in afwachting van het effect van de inwerkingtreding van het Europees Migratiepact.
    Het tweestatusstelsel beoogt een afnemend effect op te instroom te hebben. Dit kan bijdragen aan een afname van de druk op de asielopvang. Deze wet zal onverkort worden uitgevoerd.

  • Vraag 20
    Deelt u de conclusie dat Nederland de 53.000 verzoeken om nareis die momenteel in de pijplijn zitten simpelweg niet aankan? Zo ja, bent u bereid om in navolging van Oostenrijk alle mogelijkheden aan te grijpen om nareis te stoppen, in plaats van de hotelbranche voor astronomische bedragen om te vormen tot onderdeel van het COA?

    Het terugdringen van de inzet van hotels is voor mij een prioriteit. Daarvoor dient primair ingezet te worden op het vergroten van de meerjarige opvangcapaciteit en het bevorderen van de doorstroom van statushouders. Daarnaast stelt het tweestatusstelsel strengere voorwaarden aan de komst van nareizigers. Hiermee beoogt het kabinet de toekomstige druk van nareizigers terug te kunnen dringen.

  • Mededeling - 12 maart 2026

    Hierbij deel ik u mede dat de schriftelijke vragen van het lid Ceulemans (JA21, van uw Kamer aan de Minister van Asiel en Migratie over het onderbrengen van nareizigers in hotels door het COA (ingezonden 19 februari 2026) niet binnen de gebruikelijke termijn kunnen worden beantwoord, aangezien nog niet alle benodigde informatie is ontvangen. Ik streef ernaar de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.


Kamervraag document nummer: kv-tk-2026Z03483
Volledige titel: Het onderbrengen van nareizigers in hotels door het COA
Kamerantwoord document nummer: ah-tk-20252026-1995
Volledige titel: Antwoord op vragen van het lid Ceulemans over het onderbrengen van nareizigers in hotels door het COA