| Ingediend | 19 februari 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 30 maart 2026 (na 39 dagen) |
| Indiener | Ralf Dekker (FVD) |
| Beantwoord door | David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) (VVD) |
| Onderwerpen | internationaal organisatie en beleid |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z03476.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-1463.html |
Ja.
Dat klopt. Op 17 februari jl. stelde een rechtbank in Berlijn Democracy Reporting International in het gelijk.2
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken levert financiële bijdragen aan Democracy Reporting International. In de periode januari 2024–december 2024 ging het om ca. EUR 1,79 miljoen. Het parlement wordt via de reguliere begrotings- en verantwoordingscyclus geïnformeerd over subsidiestromen.
Gedetailleerde informatie over de subsidieafspraken kunnen niet aan uw Kamer worden toegestuurd omdat openbaarmaking van deze informatie betrokkenen kan schaden.
De onafhankelijkheid van een maatschappelijke organisatie wordt voor een belangrijk deel bepaald door haar governance-structuur. Ngo’s worden onafhankelijk bestuurd en opereren autonoom. Publieke financiering van maatschappelijke organisaties is gebruikelijk en vindt plaats op basis van vooraf vastgestelde doelstellingen, geldende subsidievoorwaarden en wet- en regelgeving. Indien organisaties handelen in strijd met de geldende subsidievoorwaarden of wet- en regelgeving, kan dit gevolgen hebben voor de subsidierelatie. Het kabinet heeft geen signalen ontvangen dat hier in het geval van Democracy Reporting International sprake van is.
Het ontvangen van publieke financiering doet niet af aan de status van een organisatie als niet-gouvernementeel, zolang deze organisatie onafhankelijk bestuurd wordt en autonoom opereert. Het staat ngo’s vrij om te kiezen waar zij financiering aanvragen. Bij het verstrekken van financiering aan ngo’s vindt het kabinet echter wel van belang dat, met het oog op de onafhankelijkheid van de organisatie, ook naar de bestaande financieringsconstructies wordt gekeken.
Het kabinet heeft geen signalen dat door Nederland of de EU gefinancierde organisaties ongeoorloofde invloed uitoefenen op verkiezingsprocessen.
De Digital Services Act (DSA) geeft overheden of organisaties die publieke financiering ontvangen geen bevoegdheid om informatie te laten verwijderen. De DSA biedt organisaties die publieke financiering ontvangen ook geen grondslag om toegang te verkrijgen tot enige verkiezingsdata. De DSA biedt enkel erkende onderzoekers de mogelijkheid om toegang te krijgen tot data van zeer grote online platforms om onderzoek te doen naar de systeemrisico’s zoals de DSA die definieert. Bovendien gelden er strikte regels om de bescherming van (persoons)gegevens te waarborgen.
Zoals in antwoord op vraag 7 staat, heeft het kabinet geen signalen dat organisaties die publieke financiering van Nederland of de EU ontvangen ongeoorloofde invloed uitoefenen op verkiezingsprocessen. Mocht het kabinet dergelijke signalen ontvangen of bemerken, zal het kabinet waar opportuun dit in EU-verband aankaarten.
Zoals in antwoorden op vragen 3 en 5 staat, wordt het parlement via de reguliere begrotings- en verantwoordingscyclus geïnformeerd over subsidiestromen. Het is aan de organisaties om verantwoording af te leggen over gebruikte en uitgekeerde middelen. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken beoordeelt deze verantwoording zorgvuldig. Indien organisaties handelen in strijd met de geldende subsidievoorwaarden of wet- en regelgeving, kan dit gevolgen hebben voor de subsidierelatie.
Maatschappelijke organisaties opereren zelfstandig en niet als verlengstuk van de Europese Unie of van de Nederlandse Staat.
Deze Kamervragen zijn zo spoedig en compleet mogelijk beantwoord.
De schriftelijke vragen van het lid Dekker over «de mogelijke betrokkenheid van door Nederland (mede) gefinancierde NGO’s bij verkiezingsprocessen in EU-lidstaten» (2026Z03476) kunnen met het oog op een zorgvuldige afstemming tussen de ministeries en volledige beantwoording niet binnen de gebruikelijke termijn worden beantwoord. Het streven is de antwoorden zo spoedig mogelijk aan uw Kamer te sturen.