| Ingediend | 12 februari 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 26 maart 2026 (na 42 dagen) |
| Indiener | Jimmy Dijk |
| Beantwoord door | Mariëlle Paul (VVD) |
| Onderwerpen | organisatie en beleid werk |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z03099.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-1430.html |
Ja.
De Participatiewet vormt een vangnet dat tegelijkertijd bedoeld is om mensen ertoe te bewegen om in hun eigen levensonderhoud te voorzien. Voor veel mensen kan dat ook en is de Participatiewet toereikend2. Voor veel mensen is de wet een vangnet en een springplank naar werk. In 2024 zijn bijna 52.000 mensen vanuit de bijstand aan het werk gegaan. Daarnaast is een groeiende groep mensen die langdurig of structureel niet in staat is om te werken afhankelijk van de Participatiewet. Zij zijn door een chronische ziekte of beperking niet in staat om zich «uit de bijstand te werken». Dit wordt bevestigd in de probleemanalyse van de Participatiewet3 en door de commissie die in 2024 een probleemanalyse en oplossingsrichtingen voor de WIA heeft opgesteld (OCTAS).4
Eerder heeft voorgaande Staatssecretaris bij de Kamer aangekondigd mogelijkheden te onderzoeken hoe deze doelgroep tegemoet kan worden gekomen. Het Ministerie van SZW werkt momenteel aan het in beeld brengen van de mogelijkheden. Dit is onderdeel van de fundamentele herziening van de Participatiewet (spoor 2 van het programma Participatiewet in Balans). De Tweede Kamer is hierover in juli 2025 geïnformeerd.5
De sociale zekerheid in Nederland werkt voor veel mensen goed en biedt passende ondersteuning en motivatie. Maar we zien ook dat er knelpunten zijn en dat de uitkeringen en daarbij behorende verplichtingen niet voor iedereen passend zijn. Dat geldt voor mensen die zich door ziekte of beperking niet uit de bijstand kunnen werken.
In het coalitieakkoord Aan de slag is aangegeven dat het belangrijk is dat we samenwerken aan een sociale zekerheid die begrijpelijk en betrouwbaar is voor mensen, activerender is, en werkbaar en robuust voor de uitvoering. Daarom hebben wij in het coalitieakkoord opgenomen dat we kiezen voor een fundamentele herziening van het stelsel van ziekte en arbeidsongeschiktheid. Daarnaast hervormen we de Participatiewet. Daarbinnen moeten beleidskeuzes worden uitgewerkt die wij deze kabinetsperiode graag met uw Kamer willen bespreken.
In deze herziening is er oog voor de knelpunten in het huidige stelsel. Zoals arbeidsongeschikten die onder of buiten de Participatiewet vallen. Ook werkt het kabinet verder aan voorstellen voor de arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen (Baz). In het coalitieakkoord hebben we aandacht voor de groep mensen in de Participatiewet die echt niet kan werken. Hen zullen wij niet constant vragen dit toch te doen.
Zie antwoord vraag 3.
Zie antwoord vraag 3.
In het coalitieakkoord Aan de slag wordt ingezet op hervorming van de Participatiewet. Met spoor 1 van de Participatiewet in Balans is wetgeving tot stand gekomen die grotendeels per 1 januari 2026 is ingevoerd. De rest volgt per 2027. Deze wet richt zich op het doorvoeren van ruim twintig verbeteringen in de Participatiewet om de bijstand eenvoudiger en menselijker te maken. Het coalitieakkoord spreekt over het voortzetten van het hervormen van de Participatiewet (spoor 2). Daarbij ligt de focus op dat meer mensen de weg naar werk vinden door «inzet op zeer intensieve begeleiding». Daarnaast werkt het Ministerie van SZW ook samen met de VNG aan spoor 3 van de herziening van de Participatiewet. Dat gaat over het vakmanschap van de uitvoering. Ook deze maatregelen dragen bij aan een beter werkende Participatiewet voor mensen, werkgevers en de uitvoerders bij gemeenten.
Het kabinet werkt aan een fundamentele herziening van het stelsel van ziekte en arbeidsongeschiktheid. Het uitgangspunt hierbij is dat mensen op een goede en snelle manier worden begeleid naar werk. Er zijn eerder verschillende rapporten verschenen die de noodzaak en urgentie van een herziening van het stelsel van ziekte en arbeidsongeschiktheid onderstrepen, zoals het eerdergenoemde OCTAS-rapport en het IBO «Werk aan de WIA». Naar aanleiding van deze adviezen investeert het kabinet onder andere in taakherschikking bij UWV en het verbeteren van het proces rondom herbeoordelingen. Ook wordt de IVA-uitkering voor nieuwe instroom afgeschaft. Deze maatregelen zijn noodzakelijk om de WIA weer uitvoerbaar te maken.
Zie hierboven.
Hierbij deel ik u mede dat de beantwoording van de Kamervragen van het lid Dijk (SP) over het bericht in dagblad Trouw «Bijna een half miljoen mensen die niet kunnen werken vallen tussen wal en schip» niet binnen de gestelde termijn van drie weken mogelijk is omdat de vragen en de antwoorden deels betrekking hebben op de ambities in het nieuwe coalitieakkoord en het nieuwe kabinet op 23 februari 2026 is beëdigd. Uw Kamer ontvangt de antwoorden zo spoedig mogelijk.