Kamervraag 2026Z02957

Berichtgeving dat een 9-jarig meisje mogelijk tot de slachtoffers van Jeffrey Epstein behoort, zoals naar voren komt uit recent gepubliceerde Epstein-documenten

Ingediend 11 februari 2026
Beantwoord 13 maart 2026 (na 30 dagen)
Indieners Annelotte Lammers (PVV), Shanna Schilder (PVV)
Beantwoord door Foort van Oosten (VVD)
Onderwerpen internationaal organisatie en beleid
Bron vraag https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z02957.html
Bron antwoord https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-1326.html
  • Vraag 1
    Bent u bekend met de zogenoemde Epstein Files Transparency Act en met de recente publicatie van circa drie miljoen documenten uit het Epstein-dossier door het Amerikaanse Ministerie van Justitie?1

    Ik ben bekend met de berichtgeving omtrent de publicatie.

  • Vraag 2
    Erkent u de relevantie van dit onderwerp, gezien de gruwelijke details die elke dag meer bekend worden en de grote gevolgen voor de slachtoffers en de maatschappij?

    Dat het hier een bijzonder omvangrijke en heftige zaak betreft staat buiten kijf. Het moet ontzettend pijnlijk zijn voor de slachtoffers om steeds weer met de details van deze zaak te worden geconfronteerd.

  • Vraag 3
    Bent u bekend met het feit dat in deze documenten meerdere Nederlanders worden genoemd?

    Ik ben bekend met wat hierover in de berichtgeving is gemeld. Ik geef als Minister geen duiding aan individuele casuïstiek, en acht het meer in zijn algemeen van belang dat voorzichtigheid en terughoudendheid wordt betracht bij het trekken van conclusies wanneer niet over alle details wordt beschikt.

  • Vraag 4
    Bent u bekend met een e-mailwisseling waarin Epstein aan een Nederlands model zou hebben geschreven: «you owe me 2 girls», en kunt u aangeven hoe u deze uitlating duidt?2

    Zie antwoord vraag 3.

  • Vraag 5
    Deelt u de mening dat uit de gepubliceerde communicatie Nederlandse betrokkenheid, hetzij in de vorm van slachtofferschap, hetzij in de vorm van daderschap of medeplichtigheid kan blijken?

    Zie antwoord vraag 3.

  • Vraag 6
    Deelt u de opvatting dat het van groot belang is om elke vorm van Nederlandse betrokkenheid zorgvuldig te onderzoeken, uit te sluiten dan wel te vervolgen, en dat dit des te relevanter is gezien de omvangrijke betrokkenheid van personen uit onder meer ons buurland het Verenigd Koninkrijk? Zo nee, waarom niet?

    De afweging om al dan niet onderzoek te doen naar mogelijke strafbare feiten is aan het Openbaar Ministerie (OM). Het OM heeft mij laten weten dat er bij hen thans geen Nederlandse zaken of onderzoeken bekend zijn die raken aan het Epstein-dossier. Daarbij is het van belang om op te merken dat voor het starten van een opsporingsonderzoek altijd sprake zal moeten zijn van concrete feiten en omstandigheden die erop wijzen dat strafbare feiten zijn gepleegd en waarover Nederland rechtsmacht heeft.

  • Vraag 7
    Kunt u bevestigen of ontkrachten dat het Openbaar Ministerie eerder onderzoek heeft gedaan naar mogelijke Nederlandse betrokkenen binnen het netwerk van Epstein, direct dan wel indirect? Indien dit niet het geval is, kunt u toelichten waarom niet?

    Zie antwoord vraag 6.

  • Vraag 8
    Bent u bereid onderzoek te laten instellen naar mogelijke Nederlandse betrokkenheid, en daarbij, indien noodzakelijk, gebruik te maken van zijn aanwijzingsbevoegdheid, algemeen dan wel bijzonder, met het oog op het bevorderen van gerechtigheid voor Nederlandse en internationale slachtoffers en het voorkomen van ongestrafte betrokkenheid?

    Uiteraard onderschrijf ik altijd het belang van gerechtigheid voor slachtoffers en het uitblijven van straffeloosheid. Zoals ik in het antwoord op de vragen 6 en 7 aangaf, is de afweging om al dan niet een strafrechtelijk onderzoek in te stellen aan het OM. U wijst op de mogelijkheid van de aanwijzingsbevoegdheid. Daarbij moet worden opgemerkt dat een algemene aanwijzing dient voor beleidskwesties, prioriteiten en werkwijzen van het OM in het algemeen. Op de kwestie waar uw vraag op ziet kan deze dus niet van toepassing zijn. Met het geven van een bijzondere aanwijzing in individuele zaken ga ik terughoudend om. Gelet op bovenstaande en het antwoord op de vragen 6 en 7 zie ik geen aanleiding om gebruik te maken van mijn bijzondere aanwijzingsbevoegdheid.

  • Mededeling - 4 maart 2026

    Hierbij deel ik u mede dat de schriftelijke vragen van de leden Schilder en Lammers (beiden Groep Markuszower), van uw Kamer aan de Minister van Justitie en Veiligheid over berichtgeving dat een 9-jarig meisje mogelijk tot de slachtoffers van Jeffrey Epstein behoort, zoals naar voren komt uit recent gepubliceerde Epstein-documenten (ingezonden 11 maart 2026) niet binnen de gebruikelijke termijn kunnen worden beantwoord, aangezien nog niet alle benodigde informatie is ontvangen. Ik streef ernaar de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.


Kamervraag document nummer: kv-tk-2026Z02957
Volledige titel: Berichtgeving dat een 9-jarig meisje mogelijk tot de slachtoffers van Jeffrey Epstein behoort, zoals naar voren komt uit recent gepubliceerde Epstein-documenten
Kamerantwoord document nummer: ah-tk-20252026-1326
Volledige titel: Antwoord op vragen van de leden Schilder en Lammers over berichtgeving dat een 9-jarig meisje mogelijk tot de slachtoffers van Jeffrey Epstein behoort, zoals naar voren komt uit recent gepubliceerde Epstein-documenten