Kamervraag 2026Z02615

De Algemene maatregel van bestuur Wet veilige jaarwisseling

Ingediend 6 februari 2026
Indiener Caroline van der Plas (BBB)
Onderwerpen bestuur gemeenten
Bron vraag https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z02615.html
  • Vraag 1
    Kunt u toelichten waarom in de algemene maatregel van bestuur (AMvB) is gekozen voor een verplichte inschrijving in het Handelsregister, terwijl het amendement Bikker expliciet beoogde een laagdrempelig alternatief te bieden voor burgerinitiatieven die niet noodzakelijkerwijs in een formele rechtsvorm opereren?1
  • Vraag 2
    Op welke wijze is getoetst of deze eis verenigbaar is met de intentie van het amendement?
  • Vraag 3
    Waarom is bepaald dat een vereniging uitsluitend een ontheffing kan aanvragen in de gemeente waarin zij volgens de Kamer van Koophandel (KvK) is ingeschreven?
  • Vraag 4
    Hoe wordt omgegaan met lokale initiatieven binnen grotere gemeenten met meerdere kernen of wijken, waar de feitelijke activiteiten niet samenvallen met de formele vestigingsplaats?
  • Vraag 5
    Zijn minder beperkende alternatieven onderzocht om identiteit en verantwoordelijkheid te borgen, zoals gemeentelijke registratie, aanwijzing van een verantwoordelijke persoon of een door de gemeente erkende contactstructuur? Zo ja, waarom zijn deze niet overgenomen? Zo nee, waarom niet?
  • Vraag 6
    Kant u toelichten hoe u de passage uit het amendement Bikker heeft geïnterpreteerd waarin wordt gevraagd om zoveel mogelijk aan te sluiten bij de bestaande regels voor particulieren?
  • Vraag 7
    Waarom is in de AMvB gekozen voor een systematiek die sterk leunt op professionele ontbrandingsregels?
  • Vraag 8
    Op welke punten is bewust afgeweken van het particuliere regime, en welke beleidsmatige noodzaak lag daaraan ten grondslag?
  • Vraag 9
    Is een vergelijking gemaakt tussen het particuliere en het professionele regime op het gebied van risico’s, uitvoeringslasten en handhaafbaarheid? Zo ja, kan deze analyse met de Kamer worden gedeeld?
  • Vraag 10
    Waarom is gekozen voor een uniforme set zware eisen voor alle initiatieven, ongeacht schaal en hoeveelheid vuurwerk?
  • Vraag 11
    Is een gedifferentieerd model overwogen, bijvoorbeeld met lichtere eisen voor kleinschalige burgerinitiatieven en zwaardere eisen voor grotere evenementen?
  • Vraag 12
    Zo ja, waarom is dit niet uitgewerkt? Zo nee, waarom is deze optie niet onderzocht?
  • Vraag 13
    Waarom acht u een volledig veiligheidsplan en situatietekening noodzakelijk voor álle aanvragen, inclusief kleinschalige initiatieven?
  • Vraag 14
    Welke proportionaliteitsafweging is hierbij gemaakt?
  • Vraag 15
    Zijn vereenvoudigde veiligheidsprofielen of standaardformats overwogen?
  • Vraag 16
    Waarom zijn eventuele modeldocumenten of sjablonen niet wettelijk verankerd om de administratieve last te beperken?
  • Vraag 17
    Waarom is gekozen voor aansluiting bij de professionele grens van 200 kilogram binnen een regeling die bedoeld is voor burgerinitiatieven?
  • Vraag 18
    Hoe verhoudt deze grens zich tot de doelstelling van het amendement Bikker, dat juist een alternatief voor particulier vuurwerkgebruik beoogde?
  • Vraag 19
    Is onderzocht of deze grens in de praktijk functioneel en realistisch is, gelet op het feit dat een enkele compounddoos al tien tot twintig kilogram kan wegen?
  • Vraag 20
    Welke ondersteuning biedt u aan gemeenten om aanvragen consistent, tijdig en uitvoerbaar te beoordelen?
  • Vraag 21
    Is onderzocht wat de verwachte uitvoeringslast is voor gemeenten en hoe deze zich verhoudt tot de beschikbare capaciteit?
  • Vraag 22
    Waarom zijn geen landelijke minimumnormen of toetsingskaders opgenomen, terwijl de beslissingsbevoegdheid volledig bij de burgemeester ligt?
  • Vraag 23
    Hoe wordt voorkomen dat de toekenning van ontheffingen afhankelijk wordt van de persoonlijke of politieke opvattingen van individuele burgemeesters?
  • Vraag 24
    Is het risico op ongelijke behandeling tussen gemeenten expliciet meegewogen?
  • Vraag 25
    Hoe heeft u beoordeeld dat de opslag-, uitleverings- en terugnameverplichtingen uitvoerbaar zijn voor burgerinitiatieven zonder professionele infrastructuur?
  • Vraag 26
    Op welke wijze is rekening gehouden met de gevolgen voor erkende verkooppunten, gelet op de zeer beperkte uitleverperiode en de verplichting tot terugname op 1 januari?
  • Vraag 27
    Is met de vuurwerksector gesproken over de financiële haalbaarheid van deze verplichtingen, gezien de vaste kosten voor opslag, beveiliging en vergunningen?
  • Vraag 28
    Welke alternatieven zijn overwogen om deze logistieke lasten beter in balans te brengen?
  • Vraag 29
    Welke marktanalyse is uitgevoerd om vast te stellen dat aansprakelijkheidsverzekeringen beschikbaar en betaalbaar zijn voor kleine verenigingen en vrijwilligersgroepen?
  • Vraag 30
    Hoe is beoordeeld of deze verzekeringsplicht de toegankelijkheid van de regeling beperkt?
  • Vraag 31
    Is onderzocht of de regeling leidt tot sociale uitsluiting van inwoners die geen lid zijn van verenigingen of de bijkomende kosten niet kunnen dragen?
  • Vraag 32
    Zijn alternatieven overwogen, zoals gemeentelijke vrijwilligersverzekeringen of een landelijke standaarddekking? Zo ja, waarom zijn deze niet overgenomen?
  • Vraag 33
    Hoe wordt voorkomen dat initiatiefnemers te maken krijgen met stapeling van verplichtingen door samenloop van de AMvB en gemeentelijke APV-regels (Algemene Plaatselijke Verordening)?
  • Vraag 34
    Wordt overwogen om deze samenloop expliciet te reguleren om dubbele lasten te voorkomen?
  • Vraag 35
    Welke analyse is uitgevoerd naar de naleefbaarheid van de regeling door burgerinitiatieven?
  • Vraag 36
    Is onderzocht of de zwaarte en complexiteit van de eisen kan leiden tot ontmoediging of verschuiving naar niet-gereguleerde activiteiten?
  • Vraag 37
    Hoe wordt de handhaving ingericht en hoe wordt voorkomen dat gemeenten en politie geconfronteerd worden met disproportionele handhavingsdruk?
  • Vraag 38
    Welke communicatiestrategie wordt ingezet om burgers en verenigingen tijdig en begrijpelijk te informeren over deze nieuwe regeling?
  • Vraag 39
    Worden uniforme aanvraagformulieren, modelbesluiten of landelijke richtlijnen ontwikkeld om rechtszekerheid en voorspelbaarheid te waarborgen?
  • Vraag 40
    Welke concrete evaluatiecriteria hanteert u om te beoordelen of de regeling het beoogde doel bereikt?
  • Vraag 41
    Wordt gemonitord hoeveel aanvragen worden ingediend, toegewezen en afgewezen, en wat de belangrijkste knelpunten zijn?
  • Vraag 42
    Bent u bereid de AMvB binnen afzienbare tijd te herzien indien blijkt dat de regeling in de praktijk onvoldoende aansluit bij de intentie van het amendement Bikker?
  • Vraag 43
    Waarom is het scenario waarin de burgemeester één of meerdere afsteeklocaties aanwijst volledig buiten beschouwing gelaten?
  • Vraag 44
    Hoe weegt u het risico op toeloop en ordeverstoringen in dit scenario af tegen de aanzienlijke drempels en uitvoeringsproblemen van de nu voorgestelde regeling?
  • Vraag 45
    Acht u het proportioneel dat dit alternatief is verworpen, terwijl ook de huidige uitwerking mogelijk niet leidt tot het realiseren van de beoogde laagdrempeligheid?

Kamervraag document nummer: kv-tk-2026Z02615
Volledige titel: De Algemene maatregel van bestuur Wet veilige jaarwisseling