| Ingediend | 19 januari 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 12 februari 2026 (na 24 dagen) |
| Indiener | Eric van der Burg (VVD) |
| Beantwoord door | David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) (VVD) |
| Onderwerpen | openbare orde en veiligheid organisatie en beleid |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z00792.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-1092.html |
Ja, het kabinet is bekend met deze zorgelijke berichten. De situatie in noordoost-Syrië is in de afgelopen periode zeer volatiel en complex geweest, waarbij ook veel onjuiste informatie online is gedeeld. Zekerheid over aantallen en verantwoordelijkheid kan in dit stadium niet gegeven worden. Er circuleren verschillende berichten dat er aan IS-gelieerde personen in Syrië zijn ontsnapt en ook weer, deels, zouden zijn opgepakt.
De machtswisseling in Damascus zelf, die zich in december 2024 voltrok, lijkt niet direct van invloed te zijn geweest op de huidige veiligheidssituatie in noordoost-Syrië. Wel is het zo dat de situatie direct wordt beïnvloed door de recente conflicten tussen de Syrische overgangsregering en de Syrian Democratic Forces (SDF) rond de integratie van laatstgenoemde in de Syrische staat. Bij gevechten tussen het Syrische leger en de SDF in de afgelopen periode is sprake geweest van een zorgelijke veiligheidssituatie, met name in de kampen en detentiecentra waar zich voormalig ISIS-strijders en hun familieleden bevinden. Bemoedigend in het kader van een stabilisering van de situatie is de – op 30 januari jl. overeengekomen – overeenkomst tussen de Syrische overgangsregering en de SDF; onderdeel hiervan is een permanent staakt-het-vuren.
Daar het kabinet zich al langer zorgen maakt over de veiligheidssituatie in Syrië en de mogelijke impact daarvan op de Europese en nationale veiligheid, is onder andere vorig jaar EUR 7 miljoen extra vrijgemaakt om repatriëring en re-integratie van Iraakse terugkeerders in Irak mogelijk te maken. Hiermee wordt de druk op de kampen verlicht.
Met alle betrokken nationale- en internationale partners houden we de ontwikkelingen nauwlettend in de gaten. Daarbij geldt dat het kabinet instrumentarium voorhanden heeft om onopgemerkte terugkeer van Nederlandse uitreizigers tijdig te onderkennen en op basis daarvan maatregelen kan treffen. Zo staan Nederlandse uitreizigers gesignaleerd en is tegen onderkende Nederlandse uitreizigers een strafrechtelijk onderzoek gestart. Op dit punt zijn ook alle nationale- en internationale partners alert en staan met elkaar in contact.
In het afgelopen jaar heeft de Syrische overgangsregering een hervormingsagenda gepresenteerd die gericht lijkt op een inclusieve politieke transitie, gelijke rechten voor alle Syrische gemeenschappen en gerechtigheid voor gepleegde misdaden, zowel ten tijde van het Assad-regime als daarna. Het kabinet verwelkomt in dit kader het op 16 januari jl. door interim-president Sharaa getekende decreet waarin wordt herbevestigd dat de Koerdische gemeenschap een integraal onderdeel van Syrië is, waarin Koerdische culturele rechten worden erkend, en stateloze Koerden het burgerschap toegekend zullen worden.
Dit zijn belangrijke eerste stappen, waarbij het kabinet benadrukt dat daadwerkelijke inclusiviteit en gelijke rechten voor alle gemeenschappen blijvende aandacht en concrete uitvoering vergen. Het kabinet spreekt de overgangsregering dan ook consequent aan op haar verantwoordelijkheden op deze gebieden. In EU-verband benadrukt het kabinet, in lijn met de motie Stoffer/Ceder,2 dat aan mensenrechtenschendingen en geweldsuitbraken consequenties verbonden dienen te worden en dat zodoende sprake is van voorwaardelijke steun.3
Het kabinet volgt dit proces op de voet. De recentelijke gevechten tussen het Syrische leger en de SDF laten zien dat dit een onvoorspelbaar en complex proces is. In algemene zin kan integratie van de SDF in het Syrische leger bijdragen aan een grotere stabiliteit en meer vertrouwen in het Syrische veiligheidsapparaat bij de Syrische bevolking. Een inclusieve politieke transitie, met ruimte en rechtsstatelijke garanties voor alle Syrische gemeenschappen, waaronder de Koerden, blijft het uitgangspunt van het kabinet.
Turkije is geen voorstander van Koerdische autonomie binnen de Syrische staatsstructuur en heeft zich uitgesproken voor integratie van alle groepen en individuen in deze structuur.
Zoals genoemd bij de beantwoording van vraag vier, blijft een inclusieve politieke transitie, met ruimte en rechtstatelijke garantie voor de Syrische gemeenschappen, waaronder de Koerden, het uitgangspunt voor dit kabinet. Deze boodschap draagt het kabinet ook uit, inclusief in contacten met de Turkse autoriteiten.
Het kabinet monitort de naleving van mensenrechten in Syrië nauwgezet. Dit gebeurt bijvoorbeeld via onze steun aan het OHCHR-veldkantoor in Damascus, de VN Commission of Inquiry (CoI) en het International, Impartial and Independent Mechanism (IIIM).
Daarnaast zet Nederland via het beleidskader FOCUS en het mensenrechteninstrument «Beschermen en Promoten van Mensenrechten en Fundamentele Vrijheden» gericht in op de bescherming van religieuze en etnische minderheden, waaronder Koerden, Alawieten en Druzen.
Het kabinet heeft, via de EU, bewust ingezet op sanctieverlichting voor Syrië, aangezien economisch herstel en wederopbouw essentieel zijn voor de stabiliteit en veiligheid. Daar zijn alle Syrische gemeenschappen bij gebaat. Tegelijkertijd hebben wij ons binnen de EU juist hard gemaakt voor het instellen van gerichte sancties tegen personen en entiteiten die verantwoordelijk zijn voor mensenrechtenschendingen en sektarisch geweld. Deze maatregelen zijn erop gericht de verantwoordelijken van deze misdaden te treffen, en niet de bredere Syrische bevolking of economie. Daarnaast zet het kabinet zich in de EU in voor voorwaardelijke steun aan Syrië, waarbij concrete stappen van de Syrische overgangsregering worden verwacht ten aanzien van de huidige politieke transitie en de borging van de rechten en veiligheid van alle Syrische gemeenschappen. Recentelijk heeft het kabinet hier wederom in EU-verband aandacht voor gevraagd, in lijn met de motie Stoffer/Ceder.4
De voorzitter van de Europese Commissie en de voorzitter van de Europese Raad hebben begin 2026 een financieel steunpakket toegezegd van ongeveer 620 miljoen euro voor 2026 en 2027, als onderdeel van het verder versterken van de betrekkingen tussen de EU en Syrië. Dit steunpakket is primair gericht op humanitaire hulp, herstel en stabilisatie, en is vormgegeven met oog voor de positie van kwetsbare groepen, waaronder etnische- en religieuze minderheden.
De EU volgt de ontwikkelingen in Syrië nauwgezet en betrekt deze bij de geleidelijke en voorwaardelijke inzet van steun. Zoals aangegeven bij het antwoord op vraag 7, heeft het kabinet recentelijk het belang van deze voorwaardelijkheid benadrukt, waarbij is aangegeven dat mensenrechtenschendingen en geweldsuitbraken consequenties zouden moeten hebben.
Daarbij geldt dat de besteding van EU-middelen onderworpen is aan strikte monitoring- en evaluatiemechanismen, waaronder risicobeoordelingen, rapportageverplichtingen en onafhankelijke monitoring. De financiering loopt daarbij tot op heden uitsluitend via VN-organisaties, internationale organisaties en Ngo’s, en dus niet via Syrische overgangsregering. Indien risico’s op uitsluiting of marginalisering van bevolkingsgroepen worden vastgesteld, kan de uitvoering worden aangepast, opgeschort of beëindigd. Hiermee wordt geborgd dat EU-steun niet bijdraagt aan spanningen of ongelijkheid.
Zie antwoord vraag 8.
Duurzame voortuitgang op het gebied van veiligheid, inclusiviteit, rechtsstatelijkheid en mensenrechten, waaronder de borging van de rechten en veiligheid van alle Syrische gemeenschappen, zijn cruciale elementen die onze relatie ten aanzien van de Syrische overgangsregering definiëren en ook richting de toekomst verder zullen bepalen. Op basis van concrete acties op deze gebieden kunnen de betrekkingen met de Syrische overgangsregering gefaseerd – en voorwaardelijk – plaatsvinden, waarbij dit proces steeds afhankelijk zal zijn van concrete en verifieerbare stappen op deze terreinen. Het kabinet volgt dit nauwgezet door voortdurende monitoring en nauwe afstemming met internationale partners en organisaties.