| Ingediend | 16 januari 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 10 maart 2026 (na 53 dagen) |
| Indiener | Tom Russcher (FVD) |
| Beantwoord door | Mona Keijzer |
| Onderwerpen | huisvesting organisatie en beleid |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z00695.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-1272.html |
Ja.
Bij de implementatie van de BENG-eisen zijn destijds de financiële gevolgen in kaart gebracht. Kortheidshalve verwijs ik naar het rapport waarin dit is onderbouwd. https://www.internetconsultatie.nl/wijziging_bouwbesluit_2012_ivm_beng_2020/document/4333
Bij alle extra eisen in de bouwregelgeving wordt het effect op de bouwkosten meegewogen. Het is evident dat de BENG-eisen leid(d)en tot hogere bouwkosten dan de nul-optie, waarin de energiezuinigheid niet wordt verhoogd. Maar tegelijkertijd wordt de gebruiker van een gebouw gecompenseerd door een structureel lagere energierekening: de investeringen worden bij normaal gebruik terugverdiend binnen de daarvoor gestelde termijn. En met de onzekere energieprijzen op de wereldmarkt en leveringszekerheid is energiebesparing nodig. Daardoor sloeg en slaat de weging positief uit.
De bouwkosten en huizenprijzen worden naast extra duurzaamheidseisen natuurlijk ook bepaald door andere economische variabelen, zoals renteontwikkeling, inflatie, lonen, vraag naar woningen, wereldmarktprijzen voor bouwmaterialen en lokale grondprijzen. Deze kennen gezamenlijk een groter effect.
De hogere kosten bij nieuwbouw moeten afgewogen worden tegen de lagere kosten door minder energiegebruik tijdens het gebruik van een woning. Bij de implementatie van energetische verduurzamingseisen wordt gewerkt met kostenoptimalisatiestudies2 om de technische haalbaarheid vast te stellen en de kosten in lijn te brengen met de energiebesparing. Op deze manier blijven de kosten van verduurzaming economisch verantwoord. Deze bepaling van kostenoptimaliteit is een regulier onderdeel bij de implementatie van de Europese richtlijn energieprestatie gebouwen, waar de BENG-eisen uit voortvloeien.
Zie antwoord vraag 4.
In algemene zin worden vanuit het Rijk geen subsidie of aanvullende overheidsbijdragen in nieuwbouwprojecten verstrekt voor de zaken, die verplicht zijn in de bouwregelgeving op het terrein van duurzaamheid. De nieuwbouweisen op het terrein van energiezuinigheid (BENG) zijn daarnaast kostenoptimaal.
Zie vraag 6.
Mij is niet bekend dat woningbouwprojecten vertraagd of uitgesteld zijn vanwege duurzaamheidseisen aan de woningbouw. In mijn antwoord op vraag 3 heb ik al aangegeven dat naast bouwkostenstijging ook andere economische variabelen effecten hebben op de doorlooptijd van het ontwikkel- en bouwproces. Daarnaast bepaalt in de praktijk het vergunningsverleningsproces de doorlooptijd.
Een initiatiefnemer toont het voldoen aan duurzaamheidseisen bij vergunningstrajecten aan met een energieprestatieberekening en een milieuprestatieberekening. Deze berekeningen zijn zo ingericht dat deze tijdens het ontwerp en vergunningproces uitgevoerd kunnen worden met de dan beschikbare gegevens van het gebouw. Er is daardoor geen of een minimale extra doorlooptijd. Ook de beoordeling van deze eisen is volledig geïntegreerd in het vergunningsproces en leidt niet tot extra doorlooptijd.
De duurzaamheidseisen zijn geformuleerd in termen van prestatie-eisen aan een bouwwerk. Deze prestatie-eisen zijn voor het betaalbare segment gelijk aan die voor het duurdere segment. Duurzaamheidseisen leiden tot extra bouwkosten voor gebouwen, maar in vergelijkbare mate voor betaalbare woningen en hogere prijssegmenten. Ook zijn de duurzaamheidseisen erop afgestemd dat deze door de bewoner terugverdiend worden.
Het realiseren van voldoende en betaalbare woningen is een prioriteit in mijn beleid. Daarnaast is ook het behalen van klimaatneutrale nieuwbouw, vanaf 2030, van groot belang. Een betaalbare energierekening en nationale energiezekerheid, vanwege de geopolitieke situatie, spelen daarbij een even grote rol. Bij het vaststellen van eisen houd ik er rekening mee dat zowel voldoende betaalbare woningen als een klimaatneutrale gebouwvoorraad naast elkaar haalbaar moeten zijn.
Nee, zie ook het antwoord op vraag 8.
Regelgeving verandert regelmatig en alle ontwikkelaars moeten zich verdiepen in de eisen die gesteld worden. Voorafgaand aan de inwerkingtreding van de BENG-eisen in 2018 heeft intensief nader overleg met het MKB plaatsgevonden, om na te gaan of en zo ja welke specifieke aandachtspunten er voor de MKB’ers zijn.
Het gaat zowel om deelname van het MKB aan de klankbordgroep BENG en de begeleidingscommissie Kostenoptimaliteit-BENG, als om deelname aan de Juridisch Technische Commissie en het Overlegplatform Bouwregelgeving. Ook zijn de reacties in het kader van de internetconsultatie voor een groot deel afkomstig van het MKB. De inbreng van het MKB over de uitvoeringsmodaliteiten is meegewogen, juist om de uitvoerbaarheid te borgen.
Ik beoordeel elk voorstel voor nieuwe wetgeving vanuit Europa op zijn merites en handel daarnaar. Natuurlijk ben ik extra gespitst op voorstellen, die de woningbouwopgave mogelijk belemmeren of vertragen. Daar wordt al jarenlang kritisch naar gekeken en dat zal ik ook blijven doen. Verder is ook in Europees verband opgeroepen om te komen tot het schrappen van tegenstrijdig en overbodige eisen in Europese regelgeving. Met de Europese Strategy for Housing Construction en het Affordable Housing Plan worden stappen in de goede richting gezet.
Zie antwoord vraag 14.
Voor de versnelling van de woningbouw ben ik nu bezig met de uitvoering van het programma STOER. Met de brief van mijn ambtsvoorganger d.d. 10 oktober 2025, over het advies van de commissie STOER, is uw Kamer hierover geïnformeerd.
Ja. Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 4 en 5 is een kostenoptimaliteitsstudie een standaard onderdeel van het wetgevingsproces voor duurzaamheidseisen.