| Ingediend | 13 januari 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 9 maart 2026 (na 55 dagen) |
| Indieners | Mirjam Bikker (CU), Diederik van Dijk (SGP) |
| Beantwoord door | Bruijn |
| Onderwerpen | organisatie en beleid zorg en gezondheid |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z00341.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-1254.html |
Ja.
De Gezondheidsraad is gevraagd om een onafhankelijk advies en het is de verantwoordelijkheid van de Gezondheidsraad om dat te borgen. De Gezondheidsraadierin v volgt de Code ter voorkoming van oneigenlijke beïnvloeding door belangenverstrengeling. Kandidaat-commissieleden moeten aan de hand van een belangenverklaring inzicht geven in hun mogelijke (financiële) belangen, persoonlijke relaties, reputatiemanagement en extern gefinancierd onderzoek. Het bestuur van de Gezondheidsraad beoordeelt vervolgens of deze belangen het lidmaatschap in de weg staan. Zie ook: Omgaan met belangen | Gezondheidsraad.
Alle leden van de commissie Transgenderzorg hebben een belangenverklaring ingevuld. Het bestuur van de Gezondheidsraad heeft op basis van genoemde Code twee personen in de commissie Transgenderzorg voor jongeren benoemd tot structureel geraadpleegd deskundige in plaats van commissielid. Dit betekent onder andere dat zij geen stemrecht hebben in de commissie. De belangen van de commissieleden en structureel geraadpleegd deskundigen zijn openbaar en staan op de website van de Gezondheidsraad: Commissie Transgenderzorg voor jongeren | Gezondheidsraad.
Zie het antwoord op vraag 2 en vraag 4.
De Gezondheidsraad is een adviesorgaan dat de stand van de wetenschap naar beleidsadviezen vertaalt. De Gezondheidsraad doet zelf geen onderzoek. Wanneer de voorzitter van de Gezondheidsraad een commissie in het leven roept om een adviesvraag te beantwoorden, weegt de wetenschappelijke expertise en de ervaringsdeskundigheid van de leden zwaar.
De tijdelijke commissie Transgenderzorg voor jongeren is door het bestuur van de Gezondheidsraad samengesteld rekening houdend met relevante wetenschappelijke, klinische, culturele en psychologische expertise. Bij de samenstelling van de commissie is gekeken of de experts uit verschillende universitaire medische centra, universiteiten en onderzoeksinstellingen komen. De commissie is multidisciplinair van samenstelling, om zoveel mogelijk invalshoeken en perspectieven mee te nemen in de beantwoording van de adviesvraag.
Om (wetenschappelijke) bias en/of tunnelvisie te voorkomen heeft aan het begin van het adviesproces een raadpleging plaatsgevonden, zodat de commissie kennis kon nemen van perspectieven die niet of nauwelijks in de literatuur terug te vinden zijn. Hiervoor zijn belanghebbenden en ervaringsdeskundigen (zowel kinderen als ouders) met positieve en negatieve ervaringen met transgenderzorg uitgenodigd. Ook heeft de commissie verschillende klinische experts uit Engeland, Frankrijk, Duitsland en Zweden geraadpleegd, met uiteenlopende perspectieven op de transgenderzorg voor jongeren.
De Gezondheidsraad heeft aangegeven dat de auteur van het artikel uit het Nederland Juristenblad ook is uitgenodigd door de commissie om zijn kennis en bezwaren in de vergadering met de commissie te delen. De auteur heeft naar aanleiding van deze uitnodiging een schriftelijk bijdrage geleverd.
De werkwijze van de Gezondheidsraad kent verschillende interne controlemechanismen. Zo zijn er vaste momenten waarop het bestuur de commissie adviseert en bevraagt over de kwaliteit van het proces en de inhoud van het advies. Dat gebeurt bij de tussentijdse evaluatie, tijdens de laatste commissievergadering en bij het prepublicatieoverleg voorafgaand aan de interne toetsing door de beraadsgroep. De beraadsgroep bestaat uit wetenschappers uit een breed scala aan disciplines en heeft daardoor overzicht over een breed terrein. De beraadsgroep toetst de conceptadviezen onder andere op de gebruikte methodologie, de consistentie met eerdere adviezen van de Gezondheidsraad, de begrijpelijkheid en kracht van de betooglijn.
In de commissie zit een jurist met expertise op het gebied van het jeugdrecht en het gezondheidsrecht en het conceptadvies zal ter consultatie worden voorgelegd aan (gerenommeerde) juristen met brede kennis van het gezondheidsrecht. Bovendien wordt ook dit advies voor publicatie getoetst door de beraadsgroep. In de beraadsgroep zitten een rechtsfilosoof en een gezondheidsrechtexpert.
Professor Smeehuijzen stelt zich op het standpunt dat de Nederlandse transgenderzorg voor jongeren omdat het onvoldoende evidence-based is, te snel ingrijpende medische stappen zet bij een exponentieel groeiend aantal jongeren (vooral meisjes), zonder de oorzaken van deze groei te kennen. Hij bepleit een grondige hervorming, waarbij medische interventies een ultimum remedium worden voor een strikt gedefinieerde groep en psychologische ondersteuning prioriteit krijgt. Hij verwijst hierbij o.a. naar de situatie in Zweden, Finland en het Verenigd Koninkrijk.
Overeenkomstig de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg ligt in Nederland het primaat voor het beschrijven van wat goede zorg is bij veldpartijen. Dat gebeurt onder andere in richtlijnen en kwaliteitsstandaarden. Daarbij wordt gebruik gemaakt van standaard methodieken als de GRADE methode om van bewijs naar aanbevelingen te komen. Daarin neemt de transgenderzorg aan minderjarigen geen uitzonderingspositie in. De vraag hoe de transgenderpraktijk zich verhoudt tot het geldende gezondheidsrechtelijke kader is expliciet onderdeel van de adviesaanvraag aan de Gezondheidsraad.
Kritische geluiden over de transgenderzorg en de controverse tussen voor- en tegenstanders zijn bekend en hebben mede de achtergrond gevormd van de adviesaanvraag aan de Gezondheidsraad. De Minister van VWS is (mede)verantwoordelijk voor het gezondheidsrechtelijk kader, zoals neergelegd in de Wkkgz en in de WGBO. Zodra het advies van de Gezondheidsraad is gepubliceerd zal het kabinet binnen drie maanden een beleidsreactie aan de Kamer sturen.
De planning was dat de Gezondheidsraad het advies in het eerste kwartaal van 2026 zou kunnen aanbieden. De commissie heeft in aanvulling op haar commissieproces een raadpleging gehouden van ervaringsdeskundigen, belangenorganisaties en buitenlandse experts. Dit heeft geleid tot een aangepaste planning. Het advies zal naar verwachting in het tweede kwartaal van 2026 worden uitgebracht.
Nee, het advies van de Gezondheidsraad en de herziening van de Kwaliteitsstandaard Transgenderzorg Somatisch waar veldpartijen mee bezig zijn, staan los van elkaar. Voor de aanpassing van de Kwaliteitsstandaard zijn veldpartijen zelf verantwoordelijk. Zoals eerder met de Kamer gedeeld staat
de herziening van de Kwaliteitsstandaard Transgenderzorg Somatisch op de Meerjarenagenda van het Zorginstituut2. Op de Meerjarenagenda staan onderwerpen waarvoor partijen een kwaliteitsinstrument ontwikkelen en wanneer het af moet zijn. De uiterste opleverdatum voor de Kwaliteitsstandaard Transgenderzorg Somatisch was 30 september 2025. Het is, ondanks inzet van de betrokken partijen, niet gelukt om de Kwaliteitsstandaard voor de vastgestelde deadline op te leveren. Partijen zullen op korte termijn een uitstelverzoek bij het Zorginstituut indienen. Het Zorginstituut zal daarna een beslissing nemen over het al dan niet honoreren van dit uitstelverzoek. Mocht het advies van de Gezondheidsraad daar aanleiding toe geven, is het aan veldpartijen om op basis van de eventuele aanbevelingen de Kwaliteitsstandaard waar nodig te herzien.
De vragen van de leden Diederik van Dijk (SGP) en Bikker (ChristenUnie) over het onderzoek van de Gezondheidsraad naar het voorschrijven van puberteitsremmers aan minderjarigen met genderdysforie (2026Z00341) kunnen tot mijn spijt niet binnen de gebruikelijke termijn worden beantwoord. De reden van het uitstel is dat de afstemming met Zorginstituut Nederland ten behoeve van de beantwoording meer tijd vergt. Ik zal u zo spoedig mogelijk de antwoorden op de Kamervragen doen toekomen.