| Ingediend | 2 januari 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 12 februari 2026 (na 41 dagen) |
| Indiener | Sarah Dobbe |
| Beantwoord door | David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) |
| Onderwerpen | internationaal internationale samenwerking ontwikkelingssamenwerking |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z00007.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-1106.html |
Het besluit van Israël om verschillende internationale ngo’s te weren is zorgwekkend en zal negatieve consequenties hebben voor de hulpverlening in de bezette Palestijnse gebieden. Het Israëlische besluit raakt onder meer Nederlandse partners van de Dutch Relief Alliance. Nederland onderhoudt nauw contact met deze organisaties om de consequenties voor de humanitaire hulpverlening zo goed mogelijk in kaart te brengen. Naast de Dutch Relief Alliance, ondersteunt Nederland met flexibel inzetbare bijdragen de VN en de Rode Kruis- en Halve Maanbeweging om te reageren op humanitaire crises wereldwijd, waaronder ook in de Palestijnse Gebieden. Deze organisaties werken nauw samen met professionele ngo’s, waardoor de impact van de herregistratieplicht ook deze vorm van hulpverlening raakt.
Het kabinet spant zich in om hulporganisaties zo goed mogelijk te ondersteunen. Dat doet het zowel voor als achter de schermen. Of en wanneer bij bredere internationale initiatieven wordt aangesloten, wordt per keer gewogen. Het kabinet zoekt naar de meest effectieve wijze om boodschappen over te brengen. Eerder was Nederland medeondertekenaar van het Foreign Ministers» statement van augustus 2025, en onderstreepte het zorgen over de wetgeving tijdens de Europese Raad. Op 31 december 2025 sprak ook de Staatssecretaris voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp publiekelijk haar zorgen uit.
Nederland heeft uitvoerig en geregeld contact met hulporganisaties. Zo heeft de Staatssecretaris Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp op 8 januari jl. gesproken met Nederlandse hulporganisaties over de ontwikkelingen omtrent de herregistratieplicht en de impact op de humanitaire respons. Afgesproken is om deze contacten voort te zetten en elkaar goed op de hoogte te houden van verdere ontwikkelingen en effecten van het besluit. Ook heeft Nederland contact met de Israëlische autoriteiten via diplomatieke wegen over dit besluit, zie daarvoor antwoord op vraag 7.
Ja. Hulporganisaties hebben te maken met aanhoudende belemmeringen, naast de Israëlische herregistratieplicht, waaronder de beperkte opening van grensovergangen, en de restricties voor de invoer van goederen die Israël als dual use ziet, zoals onderdakmaterialen en bepaalde medische apparatuur. Nederland deelt de zorgen die hierover bestaan. Israël heeft de verplichting om, conform het humanitair oorlogsrecht, de bevolking in de gehele Gazastrook te voorzien van essentiële goederen en de levering van deze goederen door derden niet te belemmeren.
De burgerbevolking heeft recht op toegang tot medische voorzieningen en voldoende humanitaire hulp. Een bezettende macht heeft volgens de Verdragen van Genève de verplichting om de lokale bevolking te voorzien van essentiële levensbehoeften, waaronder voedsel, medische benodigdheden en diensten. Wanneer de lokale bevolking van een bezet gebied onvoldoende bevoorraad is, dan is een bezettende macht tevens verplicht om in te stemmen met hulpacties van derde staten of onpartijdige humanitaire organisaties en deze met alle haar ten dienste staande middelen te faciliteren. Zoals gesteld in eerdere beantwoording van Kamervragen met kenmerk 2025Z15153, druist het weigeren van de levering van humanitaire hulp door dergelijke organisaties op basis van willekeurige gronden evident in tegen het humanitair oorlogsrecht. De verplichting om onpartijdige humanitaire organisaties toe te staan ontslaat een bezettende macht niet van de verplichtingen om de lokale bevolking zelf te voorzien van levensmiddelen, medische en andere noodzakelijke goederen.
Het besluit van Israël om verschillende internationale ngo’s te weren is zorgwekkend en zal negatieve consequenties hebben voor de hulpverlening in de bezette Palestijnse gebieden. Gezien de hoge humanitaire noden zijn alle professionele hulporganisaties op dit moment hard nodig. Nederland neemt Israëlische veiligheidszorgen serieus en heeft meermaals verzocht of de Israëlische autoriteiten in gesprek kunnen gaan met de ngo’s hierover. Het besluit om de registratie van deze internationale ngo’s niet te verlenen, zonder hierover met hen in gesprek te gaan, ziet het kabinet niet als de juiste weg voorwaarts.
Nederland heeft de zorgen over de herregistratieplicht in afgelopen maanden regelmatig bij de Israëlische autoriteiten aangekaart. De Minister van Buitenlandse Zaken nam na het besluit van Israël op 31 december jl. telefonisch contact op met de Israëlische Minister van Buitenlandse Zaken. Ook benadrukte de Minister van Buitenlandse Zaken de Nederlandse zorgen andermaal in gesprek met zijn Israëlische ambtsgenoot tijdens het bezoek van november 2025 aan Israël en de bezette Palestijnse Gebieden.
Het kabinet zal er in de aankomende periode bij Israël op blijven aandringen om de VN, Rode Kruis- en Halve Maanbeweging en internationale ngo’s, waaronder de vertrouwde humanitaire partners van Nederland, ongehinderde toegang te verschaffen tot de bezette Palestijnse gebieden. Hiertoe verzoekt het kabinet de Israëlische autoriteiten om het gesprek met onze humanitaire partners aan te gaan. Nederland onderhoudt nauw contact met onze partnerorganisaties en met gelijkgestemde landen over mogelijke handelingsopties. Ook in bredere zin blijft Nederland zich inzetten voor vrije, veilige humanitaire toegang in de Palestijnse gebieden. Dat doen we in bilateraal, EU-, en multilateraal verband. Het kabinet zal de Kamer blijven informeren over de Nederlandse inzet.
Het kabinet heeft zich naar vermogen en gezamenlijk met partners in zowel bilateraal, EU-, en multilateraal verband ingezet om dit besluit te voorkomen. Zie antwoord op vragen 2, 7 en 8.
Het kabinet heeft zich naar vermogen en gezamenlijk met partners in zowel bilateraal, EU-, en multilateraal verband ingezet om dit besluit te voorkomen. Zie daarnaast antwoord op vragen 2, 7 en 8.
Het kabinet heeft zich naar vermogen en gezamenlijk met partners in zowel bilateraal, EU-, en multilateraal verband ingezet om dit besluit te voorkomen. Zie daarnaast antwoord op vragen 2, 7 en 8.
De vragen zijn zo spoedig en zorgvuldig mogelijk behandeld.
De schriftelijke vragen van het lid Dobbe (SP) over het Israëlische besluit om humanitaire organisaties te weren uit Gaza en de Westelijke Jordaanoever, met kenmerk 2026Z00007, kunnen met het oog op een zorgvuldige en volledige beantwoording niet binnen de gebruikelijke termijn worden beantwoord. Het streven is de antwoorden zo spoedig mogelijk aan uw Kamer te sturen.