| Ingediend | 17 november 2025 |
|---|---|
| Beantwoord | 19 december 2025 (na 32 dagen) |
| Indiener | Sarah Dobbe |
| Beantwoord door | David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) |
| Onderwerpen | internationaal organisatie en beleid |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2025Z19925.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-758.html |
De medische evacuatie van de vijf kinderen maakt deel uit van het kabinetsbeleid om de bevolking uit Gaza toegang te bieden tot medische hulp. Het kabinet wil blijven bezien hoe een bijdrage kan worden geleverd aan de tekorten voor de complexe en hoog-specialistische zorg in de regio. De voorkeur van het kabinet gaat uit naar het versterken van de medische capaciteit in de regio, aangezien daar het grootste verschil gemaakt kan worden.
Tijdens het commissiedebat Raad Buitenlandse Zaken van 11 december jl. heeft de Minister van Buitenlandse Zaken toegezegd om, samen met de Staatssecretaris Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp, een nieuwe inventarisatie te maken van de stand van zaken van de medische capaciteit in Gaza en de regio.
Het kabinet spant zich in om, samen met internationale en regionale partners, bij te dragen aan een versterking van de medische capaciteit in Gaza en omliggende landen. Zo ondersteunen humanitaire partners met behulp van Nederlandse financiering zowel (specialistische) medische behandelingen en revalidatiediensten, als structurele ondersteuning in de vorm van het versterken van ziekenhuizen en het herstel van water- en sanitaire voorzieningen.
Nu resolutie 2803 (2025) in de VNVR is aangenomen, is de verwachting dat op korte termijn een datum voor de conferentie zal worden vastgesteld. De agenda en deelnemers van de conferentie zijn nog niet bekend.
Het Palestijnse volk heeft recht op zelfbeschikking, daarom zet het kabinet in op een duurzame en vreedzame oplossing waarbij het uitgangspunt de tweestatenoplossing blijft. Naar mening van het kabinet dient de Palestijnse Autoriteit betrokken te worden bij de wederopbouwconferentie. Het kabinet onderstreept daarbij dat Hamas geen rol mag spelen in het toekomstige bestuur van Gaza. Zie verder het antwoord op vraag 3.
Regionale partners, waaronder Egypte, zijn nauw betrokken geweest bij de totstandkoming van het 20-puntenplan van president Trump. Niet alle punten van het plan zijn even ver uitgewerkt, zoals onder andere het element van wederopbouw. De genoemde conferentie kan worden gezien als een forum dat bijdraagt aan de inzet voor de wederopbouw van Gaza.
De financiële tekorten waar UNRWA mee kampt hebben gevolgen voor de hulp- en dienstverlening van de organisatie in alle werkvelden waar UNRWA actief is (Palestijnse Gebieden, Syrië, Libanon en Jordanië).
Nederland ondersteunt UNRWA met financiële middelen volgens het aangenomen amendement (Kamerstuk 36 600 XVII, nr. 50). Daarnaast hecht het kabinet aan diversificatie van humanitaire hulp voor de Gazastrook. Nederland zet daar op in door ook middelen beschikbaar te stellen voor organisaties als de Rode Kruis- en Rode Halve Maanbeweging en het World Food Programme.
Het Internationaal Gerechtshof heeft in zijn advies van 22 oktober 2025 geoordeeld dat er momenteel geen realistisch alternatief voor UNRWA bestaat om adequaat diensten en ondersteuning te verlenen aan Palestijnse vluchtelingen. De kabinetsreactie op dit advies is uw Kamer toegekomen op 21 november jl.3
Zoals reeds aangegeven zet het kabinet in op verdere diversificatie van de humanitaire hulpverlening voor de Gazastrook. Daarnaast blijft bij het kabinet een aantal zorgen bestaan, bijvoorbeeld over de neutraliteit van het gebruikte onderwijsmateriaal. Daarom blijft het kabinet toezien op de implementatie van de aanbevelingen komende uit het Colonna rapport.
Het kabinet is bekend met de uitingen vanuit UNRWA over mis- en desinformatie over de organisatie. Om neutraliteit en integriteit te waarborgen moet UNRWA blijven werken aan de aanbevelingen uit het Colonna rapport, zoals ook aangegeven in de beantwoording op vraag 7. Het kabinet pakt desinformatie in den brede aan middels de Rijksbrede strategie effectieve aanpak van desinformatie via twee sporen: 1) het versterken van het vrije en open publieke debat en 2) het verminderen van de invloed van desinformatie.
Uw Kamer nam een amendement aan om financiering aan UNRWA voor de komende jaren af te bouwen (Kamerstuk 36 600 XVII, nr. 50). Hier houdt het kabinet zich aan. De vrijgevallen middelen zullen ten goede komen aan humanitaire hulp via andere organisaties, zoals de VN en de Rode Kruis- en Rode Halve Maanbeweging.
Beide kanten beschuldigen elkaar van het schenden van het staakt-het-vuren. Het staakt-het-vuren is fragiel, maar houdt stand. Het is zaak dat dit zo blijft en dat afspraken worden gemaakt over de tweede fase van het vredesplan, waaronder de ontwapening van Hamas. Dat is een grote uitdaging.
Tot op heden is de grensovergang Rafah gesloten. De grensovergangen Kerem Shalom, Zikim, en Kissufim zijn (gedeeltelijk) operationeel. Israël heeft aangekondigd de Allenby overgang tussen de Westelijke Jordaanoever en Jordanië op 17 december te zullen heropenen voor (humanitair) goederenverkeer.
Het kabinet heeft, conform motie Ceder6 en motie Dobbe7, formeel protest aangetekend bij de Israëlische regering ten aanzien van de NGO-registratiewetgeving en zal zich blijven inspannen voor de ongehinderde, volledige en veilige toegang voor professionele, gemandateerde hulporganisaties tot de Palestijnse gebieden.
Nederland blijft zich inspannen voor volledige, ongehinderde en veilige humanitaire toegang voor professionele, gemandateerde hulporganisaties, zoals de VN, de Rode Kruis- en Rode Halve Maanbeweging en internationale ngo’s. Zie ook het antwoord op vraag 12. Het is van belang dat deze organisaties alle mensen in nood in de gehele Gazastrook kunnen bereiken, evenals voor activiteiten op het gebied van herstel en wederopbouw, zodra de situatie in de Gazastrook zich hiervoor leent. Dit heeft de Minister van Buitenlandse Zaken recent benadrukt tijdens zijn bezoek aan Israël en de Palestijnse Gebieden in de gesprekken met de Israëlische president en Minister van Buitenlandse Zaken.
Het kabinet spreekt Israël continue aan op diens verplichtingen om humanitaire hulp ongehinderd toe te laten, ook sinds het ingaan van het staakt-het-vuren op 10 oktober jl., zie ook het antwoord op vraag 13.
Op grond van de gedane herbeoordeling is besloten om de uitsluiting van Israël als eindbestemming voor de relevante algemene vergunning AV009 te handhaven.
Tegelijkertijd is er, gelet op de recente ontwikkelingen rondom het staakt-het-vuren tussen Israël en Hamas en de verdere uitwerking van het vredesplan, sinds de uitspraak van de Hoge Raad van 3 oktober jl. sprake van een nieuwe situatie op de grond. Gezien de veranderlijke situatie heeft het kabinet besloten tot een nieuwe herbeoordeling binnen een uiterlijke termijn van zes maanden. Tot een herbeoordeling blijft het eerdere besluit tot handhaving van de uitsluiting van Israël als eindbestemming voor de relevante algemene vergunning, van kracht.
Op het moment van uitvoer van in Nederland geproduceerde, onderhouden of opgeslagen F-35-onderdelen naar de VS, bijvoorbeeld voor de productie van nieuwe toestellen, is het vanwege de werking van de internationale logistieke keten in het F-35-programma niet duidelijk aan wie de toestellen waarin de onderdelen worden geïntegreerd door de VS zullen worden geleverd. Er kunnen meerdere jaren zitten tussen de uitvoer van deze onderdelen uit Nederland en het moment dat het afgebouwde F-35-toestel vanuit de VS daadwerkelijk aan een F-35-gebruiker wordt geleverd.
Het kabinet toetst aanvragen voor de export van militaire- of dual-use goederen zorgvuldig en per transactie. Voor dual-use goederen geldt dat de export niet wordt toegestaan als een duidelijk risico bestaat op ongewenst eindgebruik. Dit is in lijn is met de Europese exportcontroleregels.
Ook op het vlak van controle op de uitvoer van militaire goederen gaat het kabinet gedegen en zorgvuldig te werk. Vergunningaanvragen worden per geval getoetst aan de criteria van het EU Gemeenschappelijk Standpunt inzake wapenexport. Daar waar een duidelijk risico bestaat dat militaire goederen gebruikt worden bij het begaan van ernstige schendingen van de mensenrechten of het humanitair oorlogsrecht, wordt een vergunningaanvraag afgewezen. Sinds 7 oktober 2023 zijn er elf aanvragen voor uitvoer militaire goederen met eindgebruik in Israël afgewezen. Daarnaast zijn er drie eerder afgegeven vergunningen met de Israëlische krijgsmacht als eindgebruiker, ingetrokken vanwege een verhoogd risico op ongewenst eindgebruik.8
Sinds januari 2025 zijn er twee uitvoervergunningen toegewezen met de Israëlische krijgsmacht als eindgebruiker van de uit te voeren goederen. Deze betreffen de uitvoer van onderdelen ten behoeve van het Iron Dome-luchtafweersysteem in Israël die het kabinet blijft toestaan.
Daarnaast zijn er sinds januari 2025 meerdere vergunningen afgegeven voor uitvoer van goederen naar Israël aan derden die niet door de Israëlische krijgsmacht worden gebruikt. Het betrof hier (tijdelijke) uitvoer ten behoeve van verdere productontwikkeling of reparatie- en/of onderhoudsdoeleinden in Israël. Het ging bijvoorbeeld om (onderdelen voor) militaire communicatiesystemen, onderdelen voor robotvoertuigen, camerasystemen, onderdelen voor robotvoertuigen, en onderdelen voor de vleugels van gevechtsvliegtuigen. Deze goederen worden na verdere productie, reparatie en/of onderhoud in Israël weer uitgevoerd naar een ander land, waaronder Nederland met als eindgebruiker de Nederlandse krijgsmacht.
De Staat handelt met het bovenstaande beleid zorgvuldig en voldoet aan zijn internationaalrechtelijke verplichtingen ten aanzien van wapenexportcontrole. Dat is onlangs nog bevestigd door het Gerechtshof Den Haag (d.d. 6 november).9
Zie antwoord vraag 17.
Het kabinet gaat onverminderd door met de voorbereiding van een nationale maatregel om producten uit de onrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezette gebieden te weren, en doet dit zoals toegezegd zo snel mogelijk.
Sinds februari 2025 zijn er door de VS sancties opgelegd tegen de hoofdaanklager van het Internationaal Strafhof (ISH). In de loop van het jaar zijn vervolgens ook sancties opgelegd tegen de beide plaatsvervangend aanklagers, zes rechters een aantal non-gouvernementele organisaties en een Speciaal Rapporteur van de Verenigde Naties. Er zijn geen sancties opgelegd tegen het ISH zelf.
Het Hof is vooralsnog in staat geweest om de meeste werkzaamheden ongehinderd voort te zetten, zowel in Nederland als in de verschillende landen waar het Hof actief is. Zo zijn de strafzaken in eerste aanleg tegen verdachten uit de Centraal-Afrikaanse Republiek en Soedan afgerond en in september heeft het Hof voor het eerst bij verstek een hoorzitting inzake de bevestiging van de tenlastelegging gevoerd tegen de oprichter van de Oegandese Lord's Resistance Army, Joseph Kony. Wel is het zo dat de sancties de gesanctioneerden (in hun persoonlijk leven) treffen, bijvoorbeeld doordat Amerikaanse bedrijven hun dienstverlening aan hen hebben beëindigd. Zowel het kabinet als het Hof houden de gevolgen van de sancties zorgvuldig in de gaten. Met steun van de verdragspartijen bij het Statuut van Rome, waaronder gastland Nederland, worden de gevolgen hiervan door het Hof zo goed als mogelijk gemitigeerd.
Nederland is zowel gastland van het ISH, als één van de 125 partijen bij het Statuut van Rome. In het afgelopen jaar is Nederland in beide hoedanigheden op verschillende terreinen betrokken geweest bij de mitigatie van de gevolgen van de sancties en de inzet op de preventie van verdere sancties. Voor een nadere toelichting op deze inzet verwijst het kabinet graag naar de reactie op de moties Dobbe en Paternotte in de Kamerbrief van 1 december 2025, waarin ook de Nederlandse inzet voor de jaarlijkse bijeenkomst van Verdragspartijen staat beschreven.10
Het kabinet verwijst hier eveneens graag naar de reactie op de moties Dobbe en Paternotte in de Kamerbrief van 1 december 2025. Er zijn geen additionele verzoeken gedaan voor steun door het Strafhof waar de Nederlandse regering (nog) niet aan heeft voldaan.
De vragen zijn zo spoedig mogelijk beantwoord.
De schriftelijke vragen van het lid Dobbe (SP) over Palestina met kenmerk 2025Z19925 kunnen met het oog op een zorgvuldige en volledige beantwoording niet binnen de gebruikelijke termijn worden beantwoord. Het streven is de antwoorden zo spoedig mogelijk aan uw Kamer te sturen.