| Ingediend | 21 oktober 2025 |
|---|---|
| Beantwoord | 8 december 2025 (na 48 dagen) |
| Indiener | Songül Mutluer (PvdA) |
| Beantwoord door | Foort van Oosten (VVD) |
| Onderwerpen | openbare orde en veiligheid organisatie en beleid |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2025Z19153.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-592.html |
Ja.
De geregistreerde meldingen «overlast door jeugd» door de politie laten voor Beverwijk over een periode van vijf jaren een significante daling zien.2 Van 434 meldingen in 2020, naar 445 meldingen in 2021, naar 340 meldingen in 2022, naar 283 meldingen in 2023 en 341 meldingen in 2024. In de gemeente Heemskerk is eveneens een significante daling te zien over een periode van vijf jaren van de geregistreerde meldingen. Van 468 meldingen in 2020, naar 513 meldingen in 2021, naar 375 meldingen in 2022, naar 285 meldingen in 2023 en 192 meldingen in 2024. Dit laat onverlet dat (een deel van) deze meldingen ernstig kan zijn.
Het landelijke en openbare dashboard «Zicht op wijken» laat zien dat de gemeenten Beverwijk en Heemskerk in vergelijking met andere gemeenten geen bovengemiddelde problematiek kennen op het gebied van sociale- en veiligheidsproblematiek zoals jeugdoverlast, lage inkomens of hogere werkloosheid dan wel krapte op de woningmarkt.3
De CBS SES-WOA score is een indicator voor de sociaaleconomische status op basis van welvaart, opleidingsniveau en recent arbeidsverleden. De score is zo opgebouwd dat het landelijke gemiddelde op 0 staat. De CBS SES-WOA van Beverwijk (0.03) ligt lager dan die van Heemstede (0.32). Daarmee liggen beide plaatsen boven het landelijke gemiddelde.4
Zie antwoord vraag 3.
Jeugdoverlast kan een grote invloed hebben op de ervaren veiligheid in de buurt en op school. De verantwoordelijkheid voor de aanpak van overlast ligt bij de lokale driehoek. De burgemeester is het bevoegd gezag als het gaat om openbare orde en veiligheid. De afweging voor het stellen van prioriteiten op basis van de plaatselijke problematiek en incidenten wordt gemaakt binnen deze lokale driehoek. Voor een effectief lokaal antwoord op jeugdoverlast is het belangrijk om een samenhangende aanpak te hebben waarbij wordt samengewerkt met organisaties uit het zorg- en sociaal domein. Zo worden preventieve en repressieve maatregelen op elkaar afgestemd en wordt er gericht geïntervenieerd.
Het Rijk heeft verschillende programma’s die zich (ook) inzetten voor kleinere gemeenten waar problematiek is ten aanzien van de leefbaarheid, bestaanszekerheid en veiligheid. Voorbeelden hiervan zijn de Regio Deals en het Nationaal Programma Vitale Regio’s. In de Regio Deals staat het verbeteren van het leven, wonen en werken van inwoners en ondernemers centraal. Dit gebeurt vanuit een brede integrale blik. Naast het versterken van de economie gaat het ook om het verbeteren van het welzijn van mensen en de leefbaarheid binnen een regio. De zesde en laatste tranche is dit jaar verdeeld.5
Het Nationaal Programma Vitale Regio’s zet zich in om onwenselijke achterstanden die inwoners in bepaalde regio’s ervaren op onder andere het gebied van wonen, zorg, onderwijs en inkomen te verkleinen. Hier ziet het kabinet dat meerjarige inzet nodig is. Op dit moment wordt hard gewerkt aan de interbestuurlijke plannen met 11 regio’s.6
Naast de gemeenten met een stedelijk focusgebied wordt op basis van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid ook ondersteuning geboden aan andere gemeenten bij het bevorderen van kansengelijkheid, leefbaarheid en veiligheid in kwetsbare wijken en gebieden. Iedere gemeente in Nederland die een integrale aanpak wil inzetten op een concentratie van maatschappelijke problemen binnen een specifiek gebied, kan gebruik maken van de producten en diensten die vanuit het programma worden ontwikkeld en via het kennis- en leernetwerk van WijkWijzer beschikbaar komen. In samenspraak tussen adviseurs van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid en de gemeente wordt (zoveel mogelijk samen met andere relevante lokale partijen) een passend arrangement georganiseerd, waarbij de vraag vanuit de gemeente centraal staat. De basis van waaruit activiteiten plaatsvinden is WijkWijzer, het platform voor kennisuitwisseling tussen beleidsmakers, wijkprofessionals en actieve bewoners.7
Ik begrijp dat betrokken gemeenten de ambitie hebben om hun weerbaarheid te verhogen en juich dat ook toe. Het is de realiteit dat niet alle gemeenten in Nederland aanvullend financieel kunnen worden ondersteund. Des te belangrijker is het bouwen van een netwerk en het verspreiden van kennis en ervaringen voor het structureel aanpakken van de sociaal en economische situatie.
Zie antwoord vraag 6.
Ik juich het toe dat gemeenten regionaal met elkaar werken aan veiligheid, preventie en het tegengaan van jeugdoverlast. Zij kunnen daarbij gebruik maken van de geleerde lessen binnen Preventie met Gezag. Vanuit Preventie met Gezag worden immers geleerde lessen actief gedeeld met alle gemeenten. Dit wordt gedaan via de digitale vindplaats, maar ook met lerende netwerken. Hier worden onder andere ervaringen uitgewisseld over de aanpak van jeugdcriminaliteit, het voorkomen van escalatie en het bieden van perspectief aan jongeren.
Hierbij deel ik u mede dat de schriftelijke vragen van het lid Mutluer (GroenLinks-PvdA), van uw Kamer aan de Minister van Justitie en Veiligheid over de structurele overlast van groepen jongeren in Heemskerk en Beverwijk. (ingezonden 21 oktober 2025) niet binnen de gebruikelijke termijn kunnen worden beantwoord, aangezien nog niet alle benodigde informatie is ontvangen. Ik streef ernaar de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.