| Ingediend | 14 oktober 2025 |
|---|---|
| Beantwoord | 24 november 2025 (na 41 dagen) |
| Indiener | Nicki Pouw-Verweij (BBB) |
| Beantwoord door | Bruijn , Nicki Pouw-Verweij (BBB) |
| Onderwerpen | organisatie en beleid zorg en gezondheid |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2025Z18953.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-473.html |
Ja.
Ik ben op 8 oktober 2025 door Zorgverzekeraars Nederland geïnformeerd over het stoppen van de wijkkliniek in Amsterdam Zuidoost.
De wijkkliniek heeft als doel om acute medische zorg en herstelgerichte ondersteuning te bieden aan ouderen. Ik zie veel waarde in het concept van de wijkkliniek. Onderzoek2 toont aan dat deze vorm van zorg effectief is en onnodige ziekenhuisopnames voorkomt. Het concept wordt inmiddels succesvol toegepast bij andere zorgaanbieders zoals ZZG Zorggroep, Pantein en De Zorgcirkel. Het is daarom belangrijk onderscheid te maken tussen de landelijke ontwikkeling van het concept wijkkliniek en de specifieke situatie van Cordaan in Amsterdam. Het stoppen van de wijkkliniek in Amsterdam betekent niet dat het concept als geheel verdwijnt.
Het afgelopen jaar heeft een evaluatie van het zorgconcept plaatsgevonden als onderdeel van het leren en verbeteren met de proeftuinen wijkkliniek door het projectteam wijkkliniek. De bevindingen zijn gepubliceerd in «Recente ontwikkelingen leernetwerk acute ouderenzorg – proeftuinen wijkkliniek»3.
Zorgverzekeraars hebben op basis van deze evaluatie en de data-analyse van de kosten de conclusie getrokken dat het wenselijk is dat de wijkkliniek is gepositioneerd nabij een spoedeisende hulp. Dit voorkomt dat er ambulancevervoer nodig is voor de verplaatsing van de patiënt.
Uit de evaluatie van zorgverzekeraars blijkt dat de locatie van de wijkkliniek nadrukkelijk niet binnen een ziekenhuis hoeft te zijn. Het heeft juist de voorkeur dat deze zorgvorm aangeboden wordt in een setting waar ook andere vormen van ouderenzorg worden geleverd. Dit betreft vaak verpleeghuizen met afdelingen eerstelijnsverblijf (Elv) en/of geriatrische revalidatiezorg (Grz).
Ik vind het belangrijk dat partijen tot één gedragen visie komen, gebaseerd op onderzoek en passend bij de landelijke ambitie voor toekomstbestendige ouderenzorg. Zoals in het antwoord op vraag 4 beschreven heeft er een evaluatie van het zorgconcept wijkkliniek plaatsgevonden. Uit deze evaluatie blijkt dat de specialist ouderengeneeskunde (SO) de functie van regiebehandelaar kan vervullen, ook voor de complexe wijkkliniekzorg. Hieruit blijkt ook dat consultatie van een klinisch geriater of internist ouderengeneeskunde daarbij wenselijk is. Voor de complexere wijkkliniekzorg vinden de proeftuinen medebehandeling van een klinisch geriater of internist ouderengeneeskunde noodzakelijk.
Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 3 zie ik veel waarde in het concept van de wijkkliniek. Het vormt een positieve stap in de beweging naar passende zorg.
Het besluit van Cordaan om te stoppen met de wijkkliniek in Amsterdam heeft te maken met meerdere factoren. De betrokken partijen verschillen van inzicht over de verdere doorontwikkeling van het concept, onder meer over de locatie waar deze zorg moet plaatsvinden en wie de regiebehandelaar is. Daarnaast spelen ook organisatorische en financiële overwegingen mee.
De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) ziet toe op zorgvuldige contractering en gaat samen met het Zorginstituut Nederland (ZiNL), in gesprek met Cordaan, Zilveren Kruis en het Amsterdam UMC om te begrijpen wat er is gebeurd en welke lessen hieruit getrokken kunnen worden.
In het advies van het ZiNL wordt aangegeven dat het wenselijk is dat er wordt toegewerkt naar één tijdelijk verblijf voor kortdurende zorg in de Zvw. Dit omvat niet alleen de wijkkliniek, maar ook Grz en Elv. Het aanbieden van deze zorgvormen op één locatie voorkomt verplaatsing van patiënten wanneer op- of afschalen van zorg nodig is.
De regiebehandelaar in de wijkkliniek kan wat betreft het ZiNL een SO of medisch specialist zijn. De zorgverzekeraars zien de SO als regiebehandelaar, eventueel met de medische specialist als medebehandelaar.
Het stoppen van één aanbieder verandert niets aan de ambitie om onnodige ziekenhuisopnames bij ouderen te voorkomen. Zoals aangegeven in de beantwoording op vraag 3 wordt het zorgconcept inmiddels succesvol toegepast bij andere zorgaanbieders. De komende tijd wordt het zorgconcept verder opgeschaald. Zorgverzekeraars geven aan zich in te spannen om in 2026 het aantal proeftuinen uit te breiden van vijf naar tien. Hierdoor is de verwachting dat landelijk minder ouderen onnodig opgenomen worden in een ziekenhuis.
Zoals eerder in het antwoord op vraag 8 sta ik achter het concept van de wijkkliniek en wordt dit concept juist verder opgeschaald.
Het concept wijkkliniek is in mijn ogen een belangrijke toevoeging aan het aanbod van revalidatie- en herstelgerichte zorg. Dit moet, in een gedragen visie door zorgverzekeraars, aanbieders en patiënten, een vaste plek krijgen. Tijdens het bekostigingsexperiment revalidatie- en herstelzorg, wordt deze zorgvorm geëvalueerd en wordt bepaald welke vorm van bekostiging het meest passend is. Daarmee wordt toegewerkt naar structurele bekostiging.
De vragen van het lid De Korte (Nieuw Sociaal Contract) over het bericht «Cordaan en Amsterdam UMC stoppen met Wijkkliniek» (2025Z18953) kunnen tot mijn spijt niet binnen de gebruikelijke termijn worden beantwoord. De reden van het uitstel is dat de vragen veel raakvlakken hebben met diverse onderwerpen zoals contractering, zorgplicht en innovatie. Hierdoor is afstemming noodzakelijk met meerdere interne en externe partijen om tot zorgvuldige en breed gedragen antwoorden te komen. Ik zal u zo spoedig mogelijk de antwoorden op de Kamervragen doen toekomen.