| Ingediend | 17 september 2025 |
|---|---|
| Beantwoord | 21 januari 2026 (na 126 dagen) |
| Indiener | Claudia van Zanten (BBB) |
| Beantwoord door | Mona Keijzer (minister volkshuisvesting en ruimtelijke ordening) (BBB) |
| Onderwerpen | internationaal organisatie en beleid |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2025Z17047.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-928.html |
Ja.
Naast de concrete signalen van Opora, heb ik enkele signalen van maatschappelijke organisaties gekregen over mogelijk seksueel geweld. Uit onderzoek2 dat ik vorig jaar onder gemeenten en ontheemden uit Oekraïne heb laten uitvoeren door AEF naar de kwaliteit van de gemeentelijke komen geen concrete meldingen naar voren die overeenkomen met de signalen van Opora. Bij de VNG zijn eveneens geen concrete meldingen bekend. Zie voor meldingen bij politie en OM de beantwoording van vraag 5.
Het college van B&W van de gemeente Vlaardingen is de dag na de betreffende politiecontrole waarin mogelijke misstanden aan het licht kwamen direct geïnformeerd. De gemeente Vlaardingen geeft aan niet eerder signalen van dergelijke misstanden te hebben ontvangen. Gezien het feit dat het politieonderzoek nog loopt, kan er geen uitspraak worden gedaan of er sprake is van mensenhandel of vergelijkbare misstanden. De bescherming van minderjarigen en de vertrouwelijkheid van het onderzoek staan daarbij voorop. Zodra het onderzoek dat toelaat, worden raad en betrokkenen verder geïnformeerd. De politie verwacht het politieonderzoek medio februari af te ronden en te kunnen delen met het Openbaar Ministerie
De landelijke bezettingsgraad van de gemeentelijke opvanglocaties is 99,9%. Ook de crisisnoodopvang is behoorlijk vol, namelijk 86,1%3. Dat betekent dat de meeste opvanglocatie grotendeels of volledig vol zitten. De normen die gelden voor de opvang van Oekraïense ontheemden zijn opgenomen in de Regeling opvang ontheemden Oekraïne (RooO). De opvang dient te voldoen aan een toereikend huisvestingniveau, waaronder valt: adequate bescherming tegen weersinvloeden, verwarming, sanitaire voorzieningen en zit- en slaapgelegenheid. In de RooO zijn er geen normen gesteld voor de maximale bezetting per locatie. Het is aan de gemeenten om invulling te geven aan de opvangeisen uit de RooO. Vanuit het Rijk worden wel aanbevelingen gedeeld zoals de aanbeveling om kinderen niet in grootschalige opvanglocaties te plaatsen en voorrang te geven voor kleinere opvanglocaties en zo mogelijk aparte ruimte voor vrouwen en voor (kleine) kinderen.4
In de op 17 oktober 2025 gepubliceerde Jaarcijfers Mensenhandel 20245 van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen worden 28 Oekraïense slachtoffers van mensenhandel gemeld, waarvan 5 slachtoffers van seksuele uitbuiting. Dit is een stijging ten opzichte van 2023 toen er in totaal 19 slachtoffers gemeld werden. De meldingen zijn afkomstig van diverse instanties, waaronder Comensha, Fairwork, verschillende opsporingsdiensten en zorgcoördinatoren. Deze cijfers zijn niet uitgesplitst naar provincie of gemeente, en het is niet te achterhalen of deze Oekraïners in de gemeentelijke opvang verblijven of een andere vorm van huisvesting hebben. Cijfers over aantal meldingen over seksueel geweld van ontheemden uit Oekraïne worden niet centraal bijgehouden.
Er worden geen cijfers bijgehouden over de herkomst en achtergrond van verdachten en daders van (seksueel) geweld tegen Oekraïense vluchtelingen.
Over lopende zaken kunnen geen uitspraken gedaan worden.
De reguliere meldkanalen en expertisecentra voor slachtoffers van (seksueel) geweld en mensenhandel zoals de politie, Comensha en het Centrum voor Seksueel Geweld zijn ook toegankelijk voor ontheemden uit Oekraïne. Om gemeenten, en meer specifiek locatiepersoneel, te ondersteunen in het herkennen van signalen van mensenhandel, waaronder seksuele uitbuiting, en het doorverwijzen naar relevante instanties heb ik in het naslagwerk6 voor gemeenten hierover relevante informatie opgenomen Daarnaast subsidieer ik de hulplijn van Opora waar ontheemden ook terecht kunnen voor ondersteuning en doorverwijzing naar expertisecentra en kanalen om bijvoorbeeld aangifte te doen. Daarnaast ontvangt de NGO Fairwork subsidie om arbeidsuitbuiting onder ontheemden tegen te gaan. FairWork biedt begeleiding en voorlichting, in samenwerking met gemeenten, overheid en andere professionals. In gevallen van seksuele intimidatie op de werkvloer schakelt FairWork Opora in voor ondersteuning.
Er wordt niet centraal geregistreerd op de locatie van opvanglocaties. Het is daarom bij het OM en de politie niet bekend of er locatiepersoneel is dat verdacht wordt van genoemde strafbare feiten richting Oekraïense ontheemden.
Het is lastig om een goede inschatting te maken van de omvang van gevallen van seksueel geweld. Enerzijds zijn er naast de signalen van Opora weinig andere concrete meldingen ontvangen en de meest recente cijfers van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld Tegen Kinderen laten een beperkt aantal meldingen zien van mogelijke gevallen van mensenhandel. Anderzijds is bekend dat vluchtelingen en arbeidsmigranten extra kwetsbaar zijn voor mensenhandel en seksueel geweld en blijkt uit onderzoek dat slachtoffers het moeilijk vinden om de juiste hulp te vinden en/of aangifte te doen7.
Het Rijk stelt de kaders vast voor de opvang van ontheemden uit Oekraïne, het college van B&W is verantwoordelijk voor de uitvoering en de preventieve maatregelen op de opvanglocaties. Het college van B&W stelt, op grond van artikel 6, derde lid, van de RooO, voor elke opvangvoorziening een huishoudelijk reglement op waarin «tenminste passende maatregelen zijn opgenomen om geweldpleging en gendergerelateerd geweld, met inbegrip van aanranding en seksuele intimidatie, te voorkomen». Het Rijk biedt gemeenten, naast financiële middelen, ondersteuning en advies via inzet van de Nationale Opvangorganisatie, het Loket Oekraïense Ontheemden PSH en diverse maatschappelijke organisaties.
Ik roep gemeenten op om waar nodig aanvullende maatregelen te nemen om de veiligheid op GOO locaties te verbeteren en ontheemden te verwijzen naar de juiste instanties en meldkanalen indien sprake is van mogelijk seksueel geweld.
Er is frequent contact met Opora en andere maatschappelijke organisaties. Hierbij wordt steeds het belang van meldingen doorgeven aan de juiste instanties en meldkanalen benadrukt. Het is aan de opsporingsdiensten om onderzoek te doen naar signalen van mogelijk seksueel geweld.
Er zijn verschillende wettelijk- en beleidsmaatregelen die worden ingezet om slachtoffers beter te beschermen en daders strenger aan te pakken. Een belangrijk instrument is het Actieplan programma Samen tegen mensenhandel. Hierin wordt onder verschillende actielijnen ingezet op het creëren van brede bewustwording, vergroten van de meldingsbereidheid, werken aan een betere vaststelling van slachtofferschap en bescherming van slachtoffer, het verbeteren van de bovenregionale en regionale samenwerking, het verbeteren van de informatiedeling en gegevensverwerking én het versterken van de positie van minderjarige slachtoffers. De acties uit deze actielijnen dragen bij aan een betere bescherming van slachtoffers en het frustreren en aanpakken van daders. Daarnaast ligt op dit moment het wetsvoorstel uitbreiding en modernisering strafbaarstelling mensenhandel (273f) bij de Eerste Kamer. Met dit wetsvoorstel moet het eenvoudiger worden om daders aan te pakken en slachtoffers te beschermen. Ten slotte zijn in de Veiligheidsagenda landelijke beleidsdoestellingen voor de politie opgenomen, deze bevatten kwalitatieve en kwantitatieve doelstellingen over de opsporing rondom het thema mensenhandel.
Onder de RTB8 is het nu mogelijk om in een aantal situaties tijdelijke bescherming te weigeren (of in te trekken). Deze uitsluitingsgronden, in de vorm van omstandigheden, dat een lidstaat tijdelijke bescherming, en daarmee opvang, mag weigeren zijn opgenomen in artikel 28 van de RTB. De uitsluitingsgronden betreffen de situatie dat er ernstige redenen zijn aan te nemen dat de persoon9:
Lidstaten moeten zelf beoordelen of aan deze uitsluitingsgronden wordt voldaan. De IND beoordeelt bij de toets of een ontheemde uit Oekraïne voldoet aan de voorwaarden van de RTB of deze persoon (g)een gevaar vormt voor de openbare orde10 of voor de nationale veiligheid. Als er sprake is van een onherroepelijke veroordeling van een bijzonder ernstig misdrijf of een andere uitsluitingsgrond uit artikel 28 RTB, weigert de IND de tijdelijke bescherming (of trekt deze in) en kan daarmee ook de opvang worden geweigerd (of beëindigd bij een intrekking. De Europese Raad heeft de RTB reeds verlengd tot en met 4 maart 2027. Over een eventuele verlenging na maart 27 is nog niets bekend. Op dit moment wordt in Europa het gesprek gevoerd over de periode na 4 maart 2027 aan de hand van de op 16 september 2025 vastgestelde exit-strategie. Nederland werkt momenteel aan langetermijnbeleid. Waar nodig en passend wordt hierbinnen aandacht besteed aan de veiligheid en het welzijn van ontheemden. Ik heb uw Kamer hier recent over geinformeerd.11 Mocht een verlenging danwel andere aanpassing van de RTB aan de orde komen, dan kunnen we er dan naar kijken. Dit heb ik ook eerder aangegeven in reactie op een motie12 van het lid van Zanten (BBB) tijdens het tweeminutendebat op 4 september jl.
De Europese RTB verplicht de EU-lidstaten minimumnormen vast te stellen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden. Ontheemden die aan de voorwaarden van de RTB voldoen, hebben recht op bescherming en verblijf in de lidstaten. Een van die minimumnormen is dat aan ontheemden een fatsoenlijk onderkomen wordt gegeven, dan wel dat middelen ter beschikking worden gesteld om huisvesting te vinden. Daarnaast dienen ontheemden de nodige hulp te ontvangen ten aanzien van sociale bijstand en levensonderhoud, en hebben zij recht op toegang tot medische zorg en onderwijs. Zo hebben ontheemden toegang tot het (bekostigde) funderend onderwijs. Mits ontheemden voldoen aan de toelatingseisen, hebben zij ook toegang tot het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) en hoger onderwijs (ho).13 Ook hebben ontheemden die onder de RTB vallen toegang tot de arbeidsmarkt.14
Op grond van de Tijdelijke wet opvang ontheemden Oekraïne voorzien gemeenten in opvang voor ontheemden uit Oekraïne. Het Rijk biedt de juridische en financiële kaders en ondersteunt gemeenten bij de uitvoering. In de RooO zijn de kaders opgenomen over de kwaliteit en veiligheid van opvanglocatie, waaronder het opstellen van een huishoudelijk regelement voor elke opvanglocatie, inclusief maatregelen tegen geweldpleging en gendergerelateerd geweld. Het Rijk bekostigt de opvang, zorgt voor centrale informatievoorziening op de website van de rijksoverheid en verspreidt actief kennis aan gemeenten. Via de inzet van regio accounthouders van het Ministerie van Asiel en Migratie wordt daarnaast maatwerkondersteuning aan gemeenten geboden. Ook financiert het Rijk partijen die ondersteuning bieden aan gemeenten of aan ontheemden zelf.
Daarnaast heeft mijn voorganger vorig jaar een onderzoek laten uitvoeren om een landelijk beeld te krijgen van de kwaliteit van de opvang. (AEF Rapport Onderzoek naar de kwaliteit van gemeentelijke opvang voor ontheemden: voetnoot invoegen). Het rapport bevat landelijke en gemeentelijke aanbevelingen die worden betrokken bij beleid en uitvoering.