Kamervraag 2017Z10664

De gevaarlijke stof fipronil in eieren en de rol van de NVWA.

Ingediend 3 augustus 2017
Beantwoord 18 augustus 2017 (na 15 dagen)
Indiener Frank Futselaar
Beantwoord door Martijn van Dam (staatssecretaris economische zaken) (PvdA)
Onderwerpen landbouw voedselkwaliteit
Bron vraag https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2017Z10664.html
Bron antwoord https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20162017-2462.html
  • Vraag 1
    Kunt u een gedetailleerde tijdlijn geven van de activiteiten die de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) heeft ondernomen met betrekking tot fipronil vanaf de eerste signalen dat fipronil ook in Nederlandse leghenbedrijven kon worden aangetroffen?

    Voor het antwoord verwijs ik graag naar onze brieven van 3 en 10 augustus (Kamerstuk 26 991, nr. 486 en nr. 487) en naar de tijdlijnen in de beantwoording van de vragen van het Schriftelijk Overleg inzake fipronil in eieren, met uw Kamer (Kamerstuk 26 991, nr. 488).

  • Vraag 2
    Is het waar dat de NVWA vooralsnog alleen bedrijven controleert en blokkeert die sinds 1 januari 2017 het middel hebben gebruikt, ondanks het feit dat het middel al anderhalf jaar op de markt is?1 Zo ja, wat is hiervan de reden?

    Op basis van de informatie die de NVWA gekregen heeft, is in eerste instantie onderzoek gedaan naar bedrijven die in de periode januari tot en met juli 2017 door het pluimveeservicebedrijf zijn behandeld. Inmiddels strekt het onderzoek zich ook uit naar de periode vóór 2017.

  • Vraag 3
    De NVWA stelt op haar website dat het traceren van de eieren een verantwoordelijkheid van de betrokken bedrijven zelf is, onder toezicht van de NVWA.2 Waarom is voor deze constructie gekozen en is de huidige situatie reden deze aanpak te herzien?

    Op het moment dat bij pluimveehouderijen een positieve uitslag op fipronil werd vastgesteld, is het betreffende bedrijf geblokkeerd en heeft de NVWA het bedrijf opgelegd om een recall uit te voeren. De verantwoordelijkheid voor het nemen van maatregelen ligt in het kader van Algemene Levensmiddelenverordening (EG) nr. 178/2002 bij de levensmiddelenexploitant. De pluimveehouder moet ook de informatie doorgeven aan de volgende schakel in de keten. De NVWA ziet erop toe of de genomen maatregelen effectief zijn. Bij deze monitoring worden zowel consumptie-eieren als verwerkte producten bemonsterd en onderzocht.

  • Vraag 4
    Is bekend of en in hoeverre eieren uit de betrokken bedrijven verwerkt kunnen zijn in andere voedselproducten? Zo ja, welke maatregelen worden genomen om deze producten te traceren en hoe schadelijk voor de gezondheid kan dit zijn?

    Op het moment dat bij pluimveehouderijen een positieve uitslag op fipronil werd vastgesteld, is het betreffende bedrijf geblokkeerd en is het bedrijf opgelegd om een recall uit te voeren. De verantwoordelijkheid van het nemen van maatregelen ligt in het kader van Algemene Levensmiddelenverordening ((EG) nr. 178/2002) bij de levensmiddelenexploitant (i.c. het pluimveebedrijf). De pluimveehouder heeft de verplichting om deze informatie door te geven aan de volgende schakel in de keten. De NVWA hanteert in hun eigen richtsnoer dat bedrijven binnen vier uur na constatering van het incident de procedures in gang gezet moeten hebben.
    Er zijn ook besmette eieren afgezet naar de verwerkende industrie. Bedrijven zijn primair zelf verantwoordelijk om onderzoek te doen naar verwerkte producten, waarin ei is verwerkt met een fipronilgehalte boven de MRL, om vast te stellen of die verwerkte producten een fipronilgehalte boven de norm bevatten. Deze werkwijze volgt uit de Europese residuverordening ((EU) Nr. 396/2005). Ook België en Duitsland volgen voor de verwerkte producten dezelfde lijn. Dit kan op basis van de informatie over de gehaltes fipronil in de verwerkte eieren die door de toeleverancier is verstrekt en de receptuur van het product of door analytisch onderzoek. Als blijkt dat het verwerkte product fipronil bevat boven de norm van 0,005 mg/kg, dient het product uit de handel te worden genomen. Het is daarbij van groot belang dat de producenten en leveranciers van grondstoffen de traceerbaarheid goed op orde hebben. Wanneer tevens sprake is van een gezondheidsrisico moet het betrokken bedrijf daar de consument doeltreffend en nauwkeurig over informeren. In het lopende onderzoek naar fipronil in eieren zijn tevens producten, waarin ei verwerkt is, bemonsterd om zo een beeld te krijgen hoe de besmetting van eieren met fipronil doorwerkt in verwerkte producten. De NVWA heeft inmiddels van 5 soorten voedingsmiddelen met een hoog ei-gehalte (waaronder eierkoeken, wafels en mayonaise) 17 monsters genomen. In één monster (Surinaamse eiersalade, dat voor een groot deel bestaat uit eieren en eigeel) was de monsteruitslag boven de norm van 0,005 mg/kg, maar de blootstelling van kleine kinderen blijft onder de ADI. Er is derhalve geen risico voor de volksgezondheid vastgesteld. De NVWA handelt hierop volgens de reguliere procedure.

  • Vraag 5
    Was deze grootschalige besmetting in Nederland bekend geworden als het Belgisch Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) niet vanuit Belgische bedrijven het spoor naar Nederland had gevonden? Zo nee, voldoen de Nederlandse controlemechanismen dan wel?

    Op de verboden stof fipronil worden door de NVWA geen bemonsteringen uitgevoerd. Overigens heeft de NVWA in 2015 een steekproef op eieren gedaan op de stof fipronil. Daarbij is toen geen fipronil aangetroffen. De NVWA heeft voor 2018 een steekproef op eieren gepland op basis van Europese richtlijnen voor de te bemonsteren levensmiddelen voor onderzoek op gewasbeschermingsmiddelenresiduen (Verordening 2016/662).

  • Vraag 6
    Is deze kwestie voor u aanleiding de controle door de NVWA van biociden, zeker wanneer deze afkomstig zijn uit het buitenland, op te voeren? Zo nee, waarom niet?

    Zoals we in onze brief van 3 augustus jl. (Kamerstuk 26 991 nr. 486) hebben aangegeven is de nu ontstane situatie aanleiding om te bezien of er in het toezicht meer nadruk gelegd moet worden op illegaal gebruik van biociden in de agrarische sector.

  • Vraag 7
    De NVWA heeft al laten weten onvoldoende laboratoriumcapaciteit te hebben om snel de benodigde eieren te laten testen3 Hoe is dit mogelijk, gezien de omvang van de sector waar de NVWA toezicht op moet houden en welke maatregelen gaat u nemen om dit te verbeteren. Is er op andere gebieden, bijvoorbeeld als het gaat om beschikbaar personeel, wel voldoende capaciteit om benodigde controles uit te voeren?

    Voor het antwoord verwijs ik u naar de antwoorden op de vragen van het Schriftelijk Overleg inzake fipronil in eieren.

  • Vraag 8
    Welke aanvullende maatregelen gaat u nemen om te zorgen dat een dergelijke besmetting in de toekomst uitgesloten kan worden?

    Fipronil maakt, net als vele andere stoffen, momenteel geen deel uit van het Nationaal Plan Residuen Dierlijke producten. In het Nationaal plan Residuen Dierlijke Producten wordt deze zomer onderzocht of het mogelijk is het bestaande onderzoek op gewasbescherming uit te breiden met een nieuwe (multi) methode, waarin meer gewasbeschermingsmiddelen (waaronder fipronil) onderzocht kunnen worden. Dit onderzoek zal nu met voorrang uitgevoerd worden om voor alle matrices van het Nationaal Plan deze nieuwe methode te kunnen inzetten. Plantaardige producten worden al standaard op deze stof onderzocht. Bureau Risicobeoordeling en onderzoek (bureau) heeft geadviseerd om een meer risicogerichte benadering te kiezen in het Nationaal Plan, door selectief ook andere stoffen, zoals fipronil, te monitoren. De inspecteur-generaal van de NVWA heeft ons inmiddels laten weten de opdracht te hebben gegeven om dit uit te werken, rekening houdend met de beschikbare laboratoriumcapaciteit.


Kamervraag document nummer: kv-tk-2017Z10664
Volledige titel: De gevaarlijke stof fipronil in eieren en de rol van de NVWA.
Kamerantwoord document nummer: ah-tk-20162017-2462
Volledige titel: Antwoord op vragen van het lid Futselaar over de gevaarlijke stof fipronil in eieren en de rol van de NVWA