Kamervraag 2016Z24730

Signalen omtrent exportcertificering van paardensperma

Ingediend 22 december 2016
Beantwoord 26 januari 2017 (na 35 dagen)
Indiener Helma Lodders (VVD)
Beantwoord door Martijn van Dam (staatssecretaris economische zaken) (PvdA)
Onderwerpen dieren landbouw
Bron vraag https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2016Z24730.html
Bron antwoord https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20162017-1029.html
  • Vraag 1
    Bent u bekend met het feit dat u in Nederland maar één laboratorium heeft aangewezen voor het testen op gezondheid van het paardensperma dat bedoeld is voor de export?

    De meeste testen op de gezondheid van paardensperma worden momenteel alleen door het Nationaal Referentielaboratorium uitgevoerd. Een belangrijke test die van belang is voor export van sperma is de test op CEM. Voor de test op CEM zijn twee laboratoria aangewezen. Dit zijn de Gezondheidsdienst voor Dieren (privaat laboratorium) en het Nationaal Referentielaboratorium Wageningen Bioveterinary Research.

  • Vraag 2
    Kunt u aangeven waarom er in Nederland maar één laboratorium is aangewezen om deze testen uit te voeren?

    Elk privaat laboratorium kan een erkenning voor testen aanvragen. Ook kan elk laboratorium gelegen buiten Nederland een gelijkstelling met een Nederlands laboratorium aanvragen. Na het verlenen van deze gelijkstelling worden ook testen uitgevoerd door dit laboratorium, in Nederland erkend. De voorwaarden voor het verlenen van een erkenning c.q. gelijkstelling zijn vastgelegd in de regeling «Erkenning en aanwijzing veterinaire laboratoria». Deze mogelijkheid voor erkenning c.q. gelijkstelling geldt voor alle testen, dus ook alle paardentesten, die genoemd zijn in de bijlage van de regeling «Erkenning en aanwijzing veterinaire laboratoria».
    In Nederland zijn twee laboratoria bevoegd de test op CEM uit te voeren, zie het antwoord op vraag 1. Voor regelmatig geëiste testen zoals die op de ziekten IA en EVA zijn geen andere private laboratoria bevoegd, omdat deze geen erkenning aangevraagd hebben. Deze worden dus alleen uitgevoerd door het Nationaal Referentie laboratorium.

  • Vraag 3
    Voor welke activiteiten die uitgevoerd worden door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) is in Nederland maar één laboratorium aangewezen die de betreffende testen of onderzoeken mogen uitvoeren?

    Er zijn testen genoemd in de bijlage van de Regeling erkenning aanwijzing veterinaire laboratoria waar weliswaar een privaat laboratorium de mogelijkheid heeft om een erkenning voor het uitvoeren van deze test aan te vragen, maar waarvoor geen enkel laboratorium een erkenning of gelijkstelling aangevraagd heeft. Deze testen worden dan, indien gewenst, uitgevoerd door het Nationaal Referentie Laboratorium.

  • Vraag 4
    Deelt u de mening dat het aanwijzen van maar één laboratorium een onwenselijke situatie is, omdat hierdoor geen concurrentie op bijvoorbeeld de tarieven en openingsuren bestaat? Zo nee, waarom niet?

    Zoals ik heb aangegeven in de antwoorden op de vragen 2 en 3 kunnen laboratoria voor het uitvoeren van de in de bijlage bij de Regeling erkenning en aanwijzing veterinaire laboratoria opgenomen testen erkend of gelijkgesteld worden. Zolang mij hiertoe geen verzoeken bereiken, is erkenning of gelijkstelling ook niet aan de orde.

  • Vraag 5
    Waarom worden gelijkwaardige laboratoria in Nederland of andere lidstaten, zoals bijvoorbeeld in Duitsland, niet in de gelegenheid gesteld om deze testen uit te voeren?

    Voor het antwoord op deze vraag verwijs ik u naar het antwoord op vraag 2.

  • Vraag 6
    Waarom mogen laboratoria in andere lidstaten (bijvoorbeeld net over de grens) deze testen niet uitvoeren? Hoe verklaart u dat de testen die daar gedaan worden om producten naar Nederland te exporteren wel geaccepteerd worden?

    Elk laboratorium van een andere lidstaat kan een gelijkstelling met een in Nederland erkend laboratorium aanvragen. Om deze gelijkstelling te verkrijgen moet het laboratorium voldoen aan dezelfde eisen als een Nederlands laboratorium.
    Per 1 januari 2017 heeft er een herziening van de regeling «Erkenning en aanwijzing veterinaire laboratoria» plaatsgevonden. De eisen voor een erkenning of gelijkstelling van niet-meldingsplichtige dierziekten, waaronder CEM, zijn versoepeld. Hierdoor zullen laboratoria, ook die niet in Nederland gelegen zijn, eenvoudiger aan de eisen voor een erkenning of gelijkstelling kunnen voldoen.
    De motivatie voor deze versoepeling is juist om het beleid meer in evenwicht met andere lidstaten te brengen.

  • Vraag 7
    Kunt u een overzicht geven van de kosten van een test, eventueel her-test en andere bijkomende zaken, uitgevoerd door het bedrijf dat in Nederland gecertificeerd is om deze testen te doen en een EU-laboratorium in Duitsland en België? Kunt u het laboratorium in Bose (Duitsland) daar in ieder geval bij betrekken? Zo nee, waarom niet?

    Ik kan u dat overzicht niet geven. Het bepalen van de hoogte van tarieven is een verantwoordelijkheid van de laboratoria. Iedere marktpartij kan zich daar inzicht in verwerven.

  • Vraag 8
    Kunt u een overzicht geven van de voorwaarden waaraan een laboratorium die deze testen moet uitvoeren, moet voldoen? Zijn deze in Nederland en andere lidstaten gelijk? Zo nee, wat zijn de verschillen en waarom zijn er verschillen?

    Elke lidstaat hanteert verschillende voorwaarden maar wel binnen de kaders van Europese wetgeving. Voor niet-meldingsplichtige dierziekten was naast accreditatie en deelname aan ringtesten ook een audit door het nationaal referentielaboratorium vereist. De eis van de audit door het National Referentie Laboratorium is nu voor niet-meldingsplichtige dierziekten komen te vervallen. Het beleid komt zo meer overeen met dat in bijvoorbeeld Duitsland.
    Voor meldingsplichtige dierziekten blijven de eisen onveranderd en blijft de rol van het Nationaal Referentie Laboratorium onveranderd.

  • Vraag 9
    Bent u bereid om meerdere laboratoria aan te wijzen die volgens de EU-normen kunnen certificeren? En bent u bereid om ook de aangewezen laboratoria in andere lidstaten te erkennen voor certificering? Zo nee, waarom niet?

    Voor het antwoord op deze vraag verwijs ik u naar de antwoorden op de vragen 2 en 3.

  • Vraag 10
    Kunt u aangeven of u de huidige werkwijze passend vindt bij de leidende principes die als uitgangspunten voor de NVWA worden gehanteerd?

    De werkwijze van de NVWA is passend binnen de Regeling erkenning aanwijzing veterinaire laboratoria en passend bij de leidende principes zoals benoemd in NVWA 2020 (Kamerstuk 33 835, nr. 49).

  • Vraag 11
    Bent u bereid om deze vragen vóór 15 januari 2017 te beantwoorden?

    Helaas is dit niet gelukt, ik heb de vragen zo spoedig mogelijk beantwoord.


Kamervraag document nummer: kv-tk-2016Z24730
Volledige titel: Signalen omtrent exportcertificering van paardensperma
Kamerantwoord document nummer: ah-tk-20162017-1029
Volledige titel: Antwoord op vragen van het lid Lodders over signalen omtrent exportcertificering van paardensperma