Kamervraag 2013Z03762

Mogelijke fouten in loonstrookjes als gevolg van de samenloop WUL en AOW leeftijdsverhoging

Ingediend 27 februari 2013
Beantwoord 17 mei 2013 (na 79 dagen)
Indieners Roos Vermeij (PvdA), Ed Groot (PvdA)
Beantwoord door Jetta Klijnsma (staatssecretaris sociale zaken en werkgelegenheid) (PvdA), Frans Weekers (staatssecretaris financiën) (VVD)
Onderwerpen ouderen sociale zekerheid
Bron vraag https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2013Z03762.html
Bron antwoord https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20122013-2301.html
  • Vraag 1
    Heeft u de afgelopen weken ook veel berichten ontvangen van met name (pre)gepensioneerden over een inkomensachteruitgang op het «loonstrookje» per januari 2013, die fors hoger is dan de fiscale maatregel betreft de verhoging van de eerste belastingschijf zou doen verwachten?

    Ja.

  • Vraag 2
    Deelt u de zorg dat de verhoging van de AOW-leeftijd in 2013 met één maand bij een groep mensen gepaard gegaan is met het verkeerd of zelfs helemaal niet berekenen van heffingskortingen over het aanvullend pensioen, doordat heffingskortingen in de loonbelasting veelal worden verrekend met het AOW-pensioen? Zo ja, bent u bereid in overleg te treden met de Pensioenfederatie om na te gaan of, en zo ja, bij welke pensioenfondsen het berekenen van de heffingskortingen is misgegaan? Weet u of de heffingskortingen ook in andere gevallen niet of verkeerd zijn toegepast?

    Die zorg deel ik niet. In het geval burgers van twee of meer inhoudingsplichtigen een inkomen ontvangen, zullen veelal de heffingskortingen slechts bij één van die inhoudingsplichtigen te gelde worden gemaakt. Vaak worden de heffingskortingen te gelde gemaakt bij de inhouding op de AOW door de SVB omdat dan ook de (alleenstaande) ouderenkorting wordt verrekend. Dit is alleen anders indien de burger aangeeft de heffingskortingen bij een andere inhoudingsplichtige te gelde te willen maken.
    In de situatie dat in een maand al wel een aanvullend pensioen wordt ontvangen maar nog geen AOW (bijvoorbeeld bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd), zullen inderdaad de heffingskortingen niet worden vergolden. Dit betekent dat in deze situatie bij de aanslag inkomstenbelasting de heffingskortingen over die maand alsnog zullen worden vergolden.
    Indien bij de inhouding op de AOW én bij de inhouding op het aanvullend pensioen de heffingskortingen te gelde gemaakt zouden worden, wordt er te weinig belasting ingehouden en zou er juist geen sprake zijn van een achteruitgang. Bij de aanslag inkomstenbelasting zou een (flink) bedrag moeten worden bijbetaald.

  • Vraag 3
    Op welke manier gaat u belanghebbenden/gedupeerden informeren over de noodzaak voor hen van het doen van belastingaangifte over het jaar 2013?

    Ouderen met een aanvullend pensioen zijn in het algemeen bekend met het feit dat pas bij de heffing van inkomstenbelasting verschillen in progressie of heffingskortingen «gladgestreken» worden. Op de site van de Belastingdienst wordt aandacht besteed aan de problematiek van samenloop van AOW en pensioen of andere uitkeringen. Naar aanleiding van mijn toezegging op dit punt in het plenaire debat van 30 januari 2013 heb ik op 14 februari 2013 een uitgebreide toelichting opgenomen met name voor de gevallen waarin belastingplichtige AOW krijgt en daarnaast een pensioen of een andere uitkering. Kortheidshalve verwijs ik naar die toelichting op www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/themaoverstijgend/nieuws/gevolgen_combinatie_aow_en_pensioen_of_andere_uitkeringen.

  • Vraag 4
    Zijn u berichten bekend dat de Sociale Verzekeringsbank (SVB) aan ouderen geen toelichting heeft willen of kunnen geven op de aangepaste «loonstrookjes» voor de AOW-uitkeringen in verband met de inwerkingtreding van de Wet Uniformering Loonbegrip (WUL) per 1 januari 2013? Zo ja, welke strekking hadden deze berichten en welke conclusies trekt u hieruit?

    Nee, die berichten zijn mij niet bekend. De SVB heeft over mogelijke inkomensgevolgen voor betrokkenen gecommuniceerd op de website en heeft bij de specificatie van de januaribetaling van de AOW- en Anw-uitkering per post informatie verstrekt over de wijzigingen in de bijdrage voor de Zorgverzekeringswet en daarbij aangegeven dat dit geen gevolgen heeft voor de AOW- en de Anw-uitkering. Personen die van de SVB een lagere uitkering (AOW-partnertoeslag of Anw-uitkering) ontvangen in verband met de bijtelling van het privégebruik van de auto van de zaak hebben van de SVB een brief met herzieningsbeschikking ontvangen.

  • Vraag 5
    Bent u van mening dat de SVB wordt overvraagd, gezien het aantal wetswijzigingen dat onder enorme tijdsdruk uitgevoerd moet worden? Zo ja, welke maatregelen gaat u nemen om de SVB hierbij te ondersteunen?

    De SVB brengt bij beleidswijzigingen altijd een uitvoeringstoets uit. Deze toets gaat onder meer in op de uitvoerbaarheid van voorgenomen regelgeving en de haalbaarheid van de beoogde invoeringsdatum. Daarnaast zijn we regelmatig met de SVB in gesprek over de gevolgen van de cumulatie van beleidsmaatregelen en de aan SVB opgelegde taakstelling. We hebben momenteel geen signalen dat de SVB overvraagd wordt. Daar blijven we uiteraard goed de vinger aan de pols houden.

  • Vraag 6
    Bent u bereid om bij de versnelde evaluatie van de Wet Uniformering Loonbegrip – zoals toegezegd tijdens het plenaire debat met betrekking tot koopkracht op 30 januari 2013 – de uitvoering en communicatie van pensioenfondsen en de SVB per januari 2013 mee te nemen? Zo nee, waarom niet?

    In het plenaire debat van 30 januari 2013 in de Tweede kamer heb ik, mede naar aanleiding van de moties van de leden Van Vliet en Neppérus en van de leden Neppérus en Van Vliet, toegezegd dat ik de consequenties van de Wet ULB versneld zal evalueren. Die evaluatie zal wat mij betreft zien op de effecten voor de loonkosten, de inkomsten en de vereenvoudiging. Ik zie op dit moment – gezien de hierboven gegeven antwoorden – geen reden ook de uitvoering en communicatie door pensioenfondsen en SVB in die evaluatie te betrekken. Voorts wil ik opmerken dat de uitvoering en communicatie van de pensioenuitvoerders primair een taak van de uitvoerders zelf is en ik daar geen zeggenschap over heb.

  • Vraag 7
    Bent u bereid deze vragen te beantwoorden voor het plenaire debat over de consequenties van de Wet Uniformering Loonbegrip?

    Zie antwoord vraag 6.

  • Mededeling - 20 maart 2013

    Op 27 februari 2013 hebben de leden Groot en Vermeij (PvdA) vragen gesteld over mogelijke fouten in loonstrookjes als gevolg van de samenloop van de Wet ULB en de AOW leeftijdsverhoging, welke vragen ik mede namens de minister en de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zal beantwoorden. Hierbij laat ik u weten dat ik meer tijd nodig heb voor beantwoording van die vragen. Ik zal u zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk dinsdag 9 april 2013 mijn antwoorden doen toekomen.


Kamervraag document nummer: kv-tk-2013Z03762
Volledige titel: Mogelijke fouten in loonstrookjes als gevolg van de samenloop WUL en AOW leeftijdsverhoging
Kamerantwoord document nummer: ah-tk-20122013-2301
Volledige titel: Antwoord op vragen van de leden Groot en Vermeij over mogelijke fouten in loonstrookjes als gevolg van de samenloop WUL en AOW leeftijdsverhoging