Vastgesteld 9 juni 2026
De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft een aantal vragen voorgelegd aan de Algemene Rekenkamer over de brief van 20 mei 2026 inzake het rapport Resultaten verantwoordingsonderzoek 2025 bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Kamerstuk 36 945 XV, nr. 2).
De Algemene Rekenkamer heeft deze vragen beantwoord bij brief van 9 juni 2026. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.
De voorzitter van de commissie, Van der Lee
Adjunct-griffier van de commissie, Morrin
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Kan de Algemene Rekenkamer aangeven welke onvolkomenheden binnen het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in 2025 het meest risicovol waren voor de rechtmatigheid van uitgaven en waarom?
De twee onvolkomenheden zijn verschillend van aard. Hierdoor is het niet goed mogelijk om aan te geven welke het meest risicovol is. Vanuit het perspectief van een uitkeringsgerechtigde kunnen beide onvolkomenheden impact hebben op zijn of haar bestaanszekerheid. In geld uitgedrukt betreft de onzekerheid bij de Unit SZW voor Caribisch Nederland € 24 miljoen. De onvolkomenheid op het toezicht van UWV en SVB leidt tot een onzekerheid van € 4,4 miljard (Wajong-uitkeringen).
Vraag 2
Welke structurele problemen constateert de Algemene Rekenkamer al meerdere jaren achtereen binnen het Ministerie van SZW en waarom zijn deze volgens de Rekenkamer nog altijd niet opgelost?
De onvolkomenheid in het financieel beheer van de uitkeringen in Caribisch Nederland bestaat nu 10 jaar. Er is wel verbetering en voortgang zichtbaar, maar het financieel beheer is nog niet op orde. Zo heeft de SZW-unit van RCN in 2025 geen aanvullende interne controles uitgevoerd.
Vraag 3
In hoeverre is volgens de Algemene Rekenkamer sprake van onvoldoende grip op de uitvoeringsorganisaties die onder het Ministerie van SZW vallen?
Voor 2025 constateren we een onvolkomenheid in het toezicht op de rechtmatigheid van de uitkeringen bij de SVB en UWV. Dit is een gevolg van leemtes die we zagen in ons onderzoek naar het functioneren van de arbeidsongeschiktheidsverzekering WIA. Het is zaak dat de Minister goede afspraken maakt bij de opdrachtverstrekking, de resultaten monitort en via toezicht stuurt op de uitvoering van het werk van de uitvoeringsorganisaties.
Wij constateren niet dat er onvoldoende grip is, maar wel dat er tekortkomingen zijn in de samenwerking in de driehoek eigenaar – opdrachtgever – opdrachtnemer. Zo constateren we onder andere dat het huidige cijfer voor de financiële rechtmatigheid geen goed beeld geeft van het aantal fouten in uitkeringen. Daarom onderzoekt de Minister of hij voor zijn toezicht gebruik kan maken van betekenisvollere cijfers over rechtmatigheid van UWV en de SVB. Dit heeft hij toegezegd in zijn bestuurlijke reactie op het WIA-rapport.
Vraag 4
Kan de Algemene Rekenkamer specificeren bij welke regelingen of subsidiestromen de grootste risico’s op fouten, misbruik of oneigenlijk gebruik zijn geconstateerd?
Misbruik en oneigenlijk gebruik maken deel uit van onze financial audit. Naast de door het ministerie verantwoorde fouten en onzekerheden voor wat betreft rechtmatigheid, hebben wij geen andere fouten en onzekerheden geconstateerd.
Vraag 5
Hoe hoog is het totaalbedrag aan onzekerheden en onrechtmatigheden dat de Algemene Rekenkamer heeft vastgesteld binnen de begroting van SZW over 2025?
De Minister heeft de materiële onzekerheden en onrechtmatigheden verantwoord in de bedrijfsvoeringparagraaf van het jaarverslag SZW. Zie de tabel hieronder uit het jaarverslag van SZW over 2025 (blz. 152).

De voornaamste in bovenstaande tabel zijn de afgerekende voorschotten, namelijk € 4,4 miljard. Wij hebben vastgesteld, dat deze fouten en onzekerheden juist zijn verantwoord in het jaarverslag 2025 van SZW.
Vraag 6
Welke oorzaken liggen volgens de Algemene Rekenkamer ten grondslag aan deze fouten en onzekerheden?
De onzekerheid over de afgerekende voorschotten voor de Wajong zijn terug te voeren op de fouten in de dossiers die het UWV zelf heeft vastgesteld, in combinatie met onze onvolkomenheid dat het toezicht van de Minister op zijn uitvoeringsorganisaties ontoereikend is.
De fouten en onzekerheden bij de sociale uitkeringen in Caribisch Nederland vloeien voort uit de onvolkomenheid in het financieel beheer van de Unit SZW.
Vraag 7
In hoeverre acht de Algemene Rekenkamer het huidige toezicht op subsidieverlening door SZW voldoende effectief?
In het verantwoordingsonderzoek 2025 hebben wij geen onderzoek naar subsidieverlening gedaan en kunnen daar dus geen uitspraak over doen.
Vraag 8
Zijn er volgens de Algemene Rekenkamer tekortkomingen in de gegevensuitwisseling tussen uitvoeringsinstanties die fraudeopsporing of handhaving bemoeilijken?
Wij hebben in dit verantwoordingsonderzoek geen onderzoek gedaan naar de gevolgen van mogelijke tekortkomingen in de gegevensuitwisseling tussen uitvoeringsorganisaties in het kader van fraudeopsporing of handhaving. Uit ons overkoepelende onderzoek Door de mazen van toezicht en handhaving dat wij op 14 oktober 2025 publiceerden, blijkt gebrekkige uitwisseling van informatie tussen dit soort instanties wel een belangrijke rode draad in 12 ½ jaar onderzoek door de Algemene Rekenkamer. Onze publicatie Daders vrijuit, slachtoffers niet geholpen uit 2021 waarin de rol van de Arbeidsinspectie bij arbeidsuitbuiting aan bod kwam maakte onderdeel uit van dit overzicht.
Vraag 9
In hoeverre heeft de Algemene Rekenkamer vastgesteld dat capaciteitstekorten bij uitvoeringsorganisaties gevolgen hebben voor dienstverlening, toezicht of handhaving?
Wij hebben geen onderzoek gedaan naar de gevolgen van capaciteitstekorten bij uitvoeringsorganisaties.
Vraag 10
Welke risico’s ziet de Algemene Rekenkamer rondom de uitvoerbaarheid van nieuw beleid binnen het sociale domein?
Belangrijke risico’s voor uitvoerbaarheid van nieuw beleid zijn de complexiteit van wet- en regelgeving en de schaarste van personeel. Daarom vragen we aandacht voor vereenvoudiging en voor het belang van uitvoeringstoetsen. Wij concluderen dat Minister van SZW voortgang moet maken met het vereenvoudigen van onder meer de WIA en beter moet sturen op uitvoeringstoetsen door uitvoeringsorganisaties die niet onder zijn eigen toezicht vallen. In ons deelonderzoek uitvoeringstoetsen dat wij uitvoerden in het VO 2024 concludeerden we dat de uitvoeringsorganisaties van SZW zelf positief zijn over de totstandkoming van uitvoeringstoetsen. Maar ons viel wel op dat meer aandacht besteed kan worden aan hoeveel extra personeel nodig is voor nieuwe wet- en regelgeving.
Vraag 11
Zijn er systemen waarvan de Algemene Rekenkamer oordeelt dat deze verouderd of kwetsbaar zijn en risico’s vormen voor continuïteit of rechtmatige uitvoering?
Dit hebben wij in het verantwoordingsonderzoek niet onderzocht. SZW zelf heeft aangegeven, dat de systemen voor het verstrekken van sociale uitkeringen door de Rijksdienst Caribisch Nederland zijn verouderd. SZW is van plan om deze systemen de komende jaren te moderniseren. Uit ons onderzoek naar de WIA blijkt dat de foutgevoeligheid van die uitkering voor een deel terug te voeren is op verouderde IT-systemen.
Vraag 12
In hoeverre beschikt het ministerie volgens de Algemene Rekenkamer over voldoende betrouwbare data om beleid goed te kunnen monitoren en evalueren?
Die vraag is moeilijk in zijn algemeenheid te beantwoorden. Idealiter stelt de Minister bij beleidsvoorstellen concrete doelstellingen vast en bepaalt hij voor implementatie van beleid welke informatie hij nodig heeft om de resultaten te kunnen monitoren. De Minister voert ieder jaar diverse beleidsevaluaties uit volgens de Strategische Evaluatie Agenda (SEA), die terug te vinden zijn op https://evaluaties.rijksfinancien.nl. Dit zijn volgens ons belangrijke instrumenten voor uw Kamer om controle uit te oefenen op de effectiviteit van beleid. Naar ons idee worden ze nog te weinig gebruikt.
Vraag 13
Welke aanbevelingen uit eerdere verantwoordingsonderzoeken zijn volgens de Algemene Rekenkamer nog altijd niet volledig opgevolgd?
Als Algemene Rekenkamer vragen we de Minister periodiek te rapporteren of onze aanbevelingen zijn opgevolgd. De laatste update van deze Opvolgmonitor was in 2023. Hieruit bleek dat, van al onze onderzoeken (ook buiten het verantwoordingsonderzoek om) op het gebied van het Ministerie van SZW, op 68% van onze aanbevelingen de Minister actie heeft ondernomen. In het verantwoordingsonderzoek 2025 vragen we dit jaar aandacht voor een onvolkomenheid die al 10 jaar openstaat: het financieel beheer bij de SZW-unit van RCN. Daarnaast constateren we een nieuwe onvolkomenheid: het toezicht door SZW op UWV en SVB.
Vraag 14
Welke concrete verbetermaatregelen acht de Algemene Rekenkamer noodzakelijk om herhaling van de geconstateerde problemen in komende begrotingsjaren te voorkomen?
Ons is niet helemaal duidelijk op welke geconstateerde problemen de vragensteller precies doelt. In zijn algemeenheid is het zo dat wij een audit uitvoeren, oordelen uitspreken en aanbevelingen doen. Het is aan de Minister om concrete maatregelen te nemen om de geconstateerde problemen op te lossen. In dit verantwoordingsonderzoek hebben we het met name over de aansturing van UWV en SVB en de onzekerheid van de voorschotten voor de Wajong. Daarnaast hebben we in voorgaande onderzoeken meermaals aangegeven dat de WIA onuitvoerbaar is en vereenvoudigd moet worden.
Vraag 15
In het nawoord schrijft de Algemene Rekenkamer dat ten aanzien van de WIA-uitkeringen tempo gemaakt moet worden met de vereenvoudiging van regelgeving, zonder dat het arbeidsongeschiktheidsstelsel hoeft te worden herzien. Kan de Algemene Rekenkamer aangeven aan welke soort (specifieke) regels daarbij prioriteit gegeven zou kunnen worden?
De Minister van SZW moet in nauwe samenwerking met UWV en uw Kamer bepalen welke vereenvoudingingsmaatregelen getroffen worden. Er liggen meerdere opties op tafel, onder meer van de Onafhankelijke Commissie Toekomst Arbeidsongeschiktheidsstelsel (Octas).
Vraag 16
Wat is het aandeel van SZW in het dashboard van de Algemene Rekenkamer, onderdeel economie en arbeidsmarkt? En bij het onderdeel kennis en vaardigheden?
Het dashboard Blik op Nederland bevat kernindicatoren die relevant zijn voor het beleid van de Minister van SZW. Dat geldt vooral voor het venster economie en arbeidsmarkt en het venster bestaanszekerheid. Voor economie en arbeidsmarkt zijn dat de onderliggende indicatoren werkloosheid, arbeidsproductiviteit en netto arbeidsparticipatie. Voor bestaanszekerheid zijn alle onderliggende indicatoren relevant: personen onder de armoedegrens, kinderarmoede, armoede-intensiteit en het aantal huishoudens met problematische schulden. Het onderdeel kennis en vaardigheden raakt aan een toekomstbestendige arbeidsmarkt en werkenden die blijven leren en zo duurzaam inzetbaar blijven. Veel onderdelen van het dashboard zijn domeinoverstijgend en raken meerdere ministeries, waaronder SZW.
Vraag 17
Nu de Algemene Rekenkamer stelt dat de Minister wel cijfers publiceert over beleid, maar dat die weinig zeggen over de vraag of het beleid echt helpt om problemen op te lossen, kan de Algemene Rekenkamer aangeven of de Tweede Kamer met deze manier van rapporteren eigenlijk wel goed kan controleren of belastinggeld doelmatig wordt besteed, of krijgt de Kamer vooral algemene informatie zonder harde resultaten?
Wij vinden het van groot belang dat de Minister zelf rapporteert over de effecten van zijn beleid, zodat de Tweede Kamer op basis daarvan haar controlerende taak kan uitvoeren. De Minister is het hiermee eens, getuige zijn reactie op ons rapport. Maar hij noemt deze opgave complex. Wij zien dat de Minister wel rapporteert over zijn beleid, bijvoorbeeld over arbeidsuitbuiting, het Tijdelijk Noodfonds Energie (TNE) en de MDIEU-regeling voor een duurzame arbeidsmarkt. Tegelijkertijd constateren we dat in die rapportages enkele prestaties worden genoemd (zoals bijvoorbeeld 120.000 huishoudens die een uitkering uit het energiefonds kregen), maar dat onduidelijk blijft of dat tot het gewenste maatschappelijk resultaat leidt (bijvoorbeeld of die uitkering terecht is gekomen bij de mensen die dat het hardst nodig hebben en of daarmee energieschulden zijn voorkomen). Voor de Tweede Kamer is het daardoor moeilijk om te controleren of belastinggeld doeltreffend en doelmatig wordt besteed.
Vraag 18
Ziet de Algemene Rekenkamer, nu vooral arbeidsmigranten kwetsbaar zijn voor arbeidsuitbuiting, dat de huidige aanpak van de Minister in de praktijk voldoende afschrikt richting malafide werkgevers, of blijft het risico bestaan dat daders ermee wegkomen? Aangezien de Algemene Rekenkamer concludeert dat er sinds het onderzoek uit 2021 weinig vooruitgang is geboekt bij de aanpak van arbeidsuitbuiting en ernstige benadeling.
Meer in algemene zin blijkt uit onze overzichtspublicatie Door de mazen van toezicht en handhaving dat op 14 oktober 2025 aan uw Kamer is aangeboden dat de pakkans voor ernstige vergrijpen – zoals ook arbeidsuitbuiting – gering is. Het risico is dus inderdaad dat malafide werkgevers ermee wegkomen.
In dit verantwoordingsonderzoek hebben we geen specifiek onderzoek gedaan naar de afschrikwekkende werking van de aanpak van de Minister tegen arbeidsuitbuiting. Wel zien we dat de Arbeidsinspectie vaker bestuursrechtelijk ingrijpt dan een paar jaar geleden. Ze legt meer boetes op en geeft meer waarschuwingen voor preventieve stillegging. We weten echter niet of daardoor de pakkans voor daders de afgelopen jaren is gestegen.
Wel zien we dat het aantal afgeronde strafrechtelijke onderzoeken laag blijft. In ons rapport uit 2021 bevalen we de Minister aan om de mogelijkheden voor strafrechtelijke vervolging te vergroten. Op dit moment ligt er een wetsvoorstel modernisering en uitbreiding strafbaarstelling mensenhandel ter behandeling in de Eerste Kamer. We zijn benieuwd naar het effect van die wet op het aantal daders dat strafrechtelijk vervolgd wordt.