Vastgesteld 9 juni 2026
De vaste commissie voor Economische Zaken heeft een aantal vragen voorgelegd aan de Algemene Rekenkamer over de brief van 20 mei 2026 inzake het rapport Resultaten verantwoordingsonderzoek 2025 bij het Ministerie van Economische Zaken (Kamerstuk 36 945 XIII, nr. 2).
De Algemene Rekenkamer heeft deze vragen beantwoord bij brief van 9 juni 2026.
Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.
De voorzitter van de commissie, Van Eijk
Adjunct-griffier van de commissie, Krijger
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Hoe is de potentiële omvang van het Industriële Participatie (IP)-beleid berekend?
De potentiële financiële omvang van het Industrieel Participatiebeleid (IP-beleid) is gerelateerd aan de omvang van de aankopen door het Ministerie van Defensie. Niet alle aankopen van het Ministerie van Defensie komen in aanmerking voor het IP-beleid. In ons onderzoek hebben wij, voor de periode 2018–2025, aan het Ministerie van EZ gevraagd op welk deel van de jaarlijkse aankopen door het Ministerie van Defensie het IP-beleid van toepassing was. Tijdens ons onderzoek heeft de Minister van EZ aangegeven dat zij deze informatie niet heeft.
Vraag 2
Is onderzocht hoe de samenwerking tussen de Ministeries van EZ en Defensie verloopt bij het IP-beleid?
Wij hebben in ons onderzoek naar het IP-beleid niet specifiek gekeken naar de samenwerking tussen deze ministeries.
Vraag 3
Is onderzoek gedaan naar het IDU-proces (Instroom, Doorstroom en Uitstroom) en hoe dit is ingeregeld in relatie tot autorisatiebeheer?
Wij hebben het IDU-proces (Instroom, Doorstroom en Uitstroom) onderzocht. Hierbij hebben wij gebruik gemaakt van de jaarlijkse auditwerkzaamheden van de Auditdienst Rijk die zij in het kader van haar controle van de jaarrekening van het Ministerie van EZ uitvoert. Dit doen wij nadat wij een review op deze auditwerkzaamheden hebben uitgevoerd. In het jaarlijkse onderzoek van de ADR worden de risico’s in het IDU-proces onderzocht. De nadruk ligt hierbij op de vraag of bij functiewijzigingen en uitdiensttredingen tijdig de rechten zijn gewijzigd en/of ingetrokken.
Vraag 4
Is onderzocht welke onderdelen van EZ de meeste onvolkomenheden vertonen bij aanbestedings- en inkoopprocedures, en wat daarbij de exacte percentages zijn?
Bij het Ministerie van EZ hebben wij één (algemene) onvolkomenheid in het inkoopbeheer vastgesteld. Wij hebben geen specifiek onderzoek gedaan op welke onderdelen van het Ministerie van EZ de onrechtmatigheden precies betrekking hebben. Het ministerie beschikt zelf over dit inzicht. We verwijzen u voor meer informatie hierover naar het Ministerie van EZ. De voornaamste bevinding uit deze controle was dat het autorisatiebeheer van de IT-applicatie Oracle eBS op enkele punten nog verbeterd moet worden.
Het gaat hierbij om drie punten: het inzicht in tijdelijke rechten van systeembeheerders, het centrale inzicht in risico’s van conflicterende rollen, en het centrale inzicht in de kwaliteit van het decentrale autorisatiebeheer.
Vraag 5
Wordt de mandaatstructuur voor opdrachten en subsidies afdoende nageleefd, of wordt hier soms van afgeweken?
Wij hebben geen specifiek onderzoek gedaan naar de mandaatstructuur voor opdrachten en subsidies. Wij hebben de mandaatregelingen, voor zover relevant, wel in onze reguliere (jaarrekening)controle betrokken. Concreet betekent dit dat wij bij de verlening van subsidies en de verstrekking van opdrachten controleren of de betreffende ambtenaar hiertoe bevoegd is. Deze controle doen wij door onder andere te kijken of de betreffende ambtenaar bevoegd is volgens het «Besluit mandaat, volmacht en machtiging EZK» en het «Besluit ondermandaat, volmacht en machtiging voor de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland van het Ministerie van Economische Zaken». Wij hebben voor deze controle gebruik gemaakt van de werkzaamheden van de Auditdienst Rijk. Onze controle is zodanig ingericht dat wij grote, belangrijke fouten en onzekerheden ontdekken. Het is niet mogelijk om alle transacties van een ministerie te controleren. Daarom maken wij gebruik van steekproeven om subsidies of inkopen van het ministerie te controleren. Daarnaast is het belangrijk om te vermelden dat onze controle alleen gaat over de bevoegdheid van de betreffende ambtenaar om de subsidies te verstrekken en opdrachten te verlenen. Onze controle betreft niet de besteding van het subsidiegeld. Dit is (meestal) belegd bij een externe accountant.
Uit onze verrichte werkzaamheden zijn geen bijzonderheden met betrekking tot de mandaten gekomen.