Kamerstuk 36945-IX-8

Beantwoording vragen naar aanleiding van het verslag van de rapporteurs over het Jaarverslag en de Slotwet Financiën en Nationale Schuld (IX) 2025 (Kamerstuk 36945-IX-1)

Dossier: Jaarverslag en slotwet Ministerie van Financiën en Nationale Schuld 2025

Gepubliceerd: 1 juli 2026
Indiener(s): Eelco Heinen (VVD)
Onderwerpen: begroting financiën
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36945-IX-8.html
ID: 36945-IX-8

Nr. 8 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 1 juli 2026

Naar aanleiding van de vragen van rapporteurs Bushoff en Oosterhuis over het jaarverslag en de Slotwet van het Ministerie van Financiën en de Nationale Schuld (IX) 2025 die ons 18 juni zijn toegezonden, beantwoorden wij middels deze brief de gestelde vragen per onderwerp. Omdat de onderwerpen in deze brief raken aan de portefeuilles van zowel mijzelf als de Staatssecretaris van Financiën, stuur ik deze brief mede namens de Staatssecretaris van Financiën.

1. Verliezen uit kredieten, deelnemingen en risicoregelingen

De commissie vraagt de Minister in de ontwerpbegroting en jaarverslag een overzicht op te nemen van verwachte respectievelijk gerealiseerde verliezen uit kredieten, deelnemingen en risicoregelingen en in de verantwoording een overzicht van gerealiseerde verliezen uit kredieten, deelnemingen en risicoregelingen.

Ik onderschrijf het belang van inzicht in de budgettaire risico’s en verliezen waar het Rijk mee te maken heeft. Ten aanzien van uw verzoek wil ik erop wijzen dat deze informatie al onderdeel uitmaakt van de begrotingstukken. Verliezen uit kredieten en risicoregelingen worden gerapporteerd binnen de begrotingsartikelen waarop deze optreden en bij grote wijzigingen toegelicht bij de mutaties. Voor risicoregelingen wordt aanvullend in zowel de ontwerpbegroting als het jaarverslag een overkoepelend overzicht gepresenteerd van de verwachte, dan wel gerealiseerde uitgaven (verliezen) en ontvangsten van de afzonderlijke regelingen.

Voor de (staats)deelnemingen geldt dat de directe financiële gevolgen, zoals kapitaalstortingen en dividendopbrengsten, in de begrotingsstukken verantwoord worden. De deelnemingen rapporteren daarnaast in hun eigen jaarverslagen eventuele winsten of verliezen. De Minister van Financiën stuurt verder aan het einde van het voorjaar een Kamerbrief met een terugblik op de invulling van het aandeelhouderschap van de staatsdeelnemingen.1

2. Toezicht Douane op doorvoer van strategische goederen

De commissie vraagt de Minister:

  • – of het kabinet het voorkomen van ongewenst eindgebruik van strategische goederen kan vertalen in concrete, meetbare maatschappelijke effecten. En zo ja, of het kabinet dit kan verwerken in de ontwerpbegroting voor 2027?

    Zoals in de beleidsreactie op het Verantwoordingsonderzoek van de Algemene Rekenkamer van het Ministerie van Buitenlands Handel en Ontwikkelingssamenwerking2 is opgenomen, is het doel van exportcontrole om ons veiligheidsbelang te dienen door ongewenst gebruik van strategische goederen te voorkomen. Dit gegeven maakt dat het werken met concrete, meetbare maatschappelijke effecten inclusief transparante verantwoording in de praktijk slechts beperkt mogelijk is. Het gaat hier immers om het voorkomen van ongewenste situaties. Exportcontrole vindt plaats op basis van risico-inschattingen waardoor het zelden met volledige zekerheid te zeggen is of een export wel of niet bij zou hebben gedragen aan ongewenst eindgebruik. Kwantiteiten als aantallen afgewezen vergunningen, handhavingsonderzoeken of proces-verbalen geven niet een volledig beeld van hoeveel ongewenst eindgebruik van strategische goederen door een zorgvuldig en effectief Nederlands exportcontrolesystematiek voorkomen is. Dit neemt niet weg dat het van belang blijft om, waar mogelijk, de prestaties en resultaten van ons exportcontrolesystematiek inzichtelijker te maken en het kabinet neemt dit aandachtspunt in de reguliere rapportages over exportcontrole ter harte.

  • – naar de planning van de verbeteringen en verstevigingen van de interne werkprocessen binnen de Douane bij de handhaving van de doorvoer van strategische goederen.

    Momenteel wordt de laatste hand gelegd aan het opstellen van de verbetermaatregelen. Deze verbetermaatregelen zullen vanaf het eind van de zomer worden uitgevoerd. De doorlooptijd van implementatie van de verbeteringen zal naar verwachting 1 jaar bedragen en zal in 2027 worden afgerond. Over de voortgang wordt de Tweede Kamer geïnformeerd via de jaarrapportage en de stand-van-zakenbrief.

3. Opvolging aanbevelingen Periodieke rapportages

De commissie vraagt de Minister ten aanzien van de periodieke rapportage Schuldfinanciering wanneer het lopende project met betrekking tot de aanbeveling rekening te houden met schatkistbankieren bij het vaststellen van de looptijd en het Renterisicobedrag (RRB) wordt afgerond.

Het project met betrekking tot de aanbeveling rekening te houden met schatkistbankieren bij het vaststellen van de looptijd en het Renterisicobedrag (RRB) rond ik in 2026 af. Ik zal uw Kamer informeren na het afronden van dit onderzoek.

De commissie vraagt de Minister ten aanzien van de Beleidsdoorlichting Toezicht Belastingdienst wat de Minister wanneer van plan is om een acceptabel risiconiveau vast te stellen en een minimaal benodigde capaciteit voor toezicht.

Het strategisch doel van de Belastingdienst is dat zoveel mogelijk burgers en bedrijven uit zichzelf de regels naleven, zonder dwingende en kostbare acties van de zijde van de Belastingdienst. Daarbij is het belangrijk om te vermelden dat het nalevingsniveau in Nederland hoog is, ook in vergelijking met andere landen. De Belastingdienst zet bewust in op de voorkant, namelijk de periode voordat de aangiften worden ingediend en voorkomt daarmee fouten in de aangiften. Daarbij baseert de Belastingdienst de inzet van toezicht op het nalevingsgedrag van burgers en bedrijven. Met dit toezicht is beoogd dat de Belastingdienst enerzijds een deel van het nalevingstekort dat niet volledig voorkomen wordt, corrigeert. Anderzijds is beoogd dat hiermee duidelijk wordt wat de oorzaken zijn van fouten in aangiften, om zo weer die fouten in toekomstige aangiften te voorkomen.

De Belastingdienst heeft de afgelopen jaren geprobeerd antwoord te vinden op de door de commissie gestelde vraag. Uit eerder onafhankelijk onderzoek (zoals de Rapportage Minimumniveau Toezicht aangeboden aan de Tweede Kamer) is gebleken dat er geen exact absoluut minimumniveau voor controles is vast te stellen. Wel heeft extern onderzoek een theoretische methodiek aangereikt om een acceptabel niveau van handhaving en daarmee een acceptabel restrisico vast te stellen. De Belastingdienst heeft de toepasbaarheid van deze methode binnen haar werkwijze onderzocht en het bleek dat er informatie ontbreekt om de methode toe te passen, zoals informatie over het effect van individuele handhavingsinstrumenten op de naleving. Ook de navraag in 2025 bij andere toezichthouders in binnen- en buitenland heeft niet geleid tot inzichten voor een andere methode om de aanbeveling op te kunnen volgen. Hiermee beschouw ik dit vraagstuk als afgerond. Tegelijkertijd houdt de Belastingdienst de aantallen voor het toezicht achteraf op het niveau van de in het jaarplan 2025 opgenomen bandbreedte, en biedt hiermee duidelijkheid over de inzet op toezicht.

De Belastingdienst komt tot een acceptabel risiconiveau respectievelijk niveau van toezicht door het continu doorlopen van de stappen van handhavingsregie. De eindrapportage Evaluatie Toezicht geeft aan dat de uitgangspunten en de uitvoering van de strategie van de Belastingdienst werken. De Belastingdienst voert deze consequent uit, waarmee de nalevingsbereidheid van burgers en bedrijven wordt bevorderd. Uit het hierbij verkregen overzicht en inzicht ontstaat voor de Belastingdienst een expliciet en actueel beeld van wat aan toezicht nodig is als onderdeel van de handhavingsplannen. Tegelijkertijd houdt de Belastingdienst de aantallen voor het toezicht achteraf op het niveau van de in het jaarplan 2025 opgenomen bandbreedte. De Belastingdienst zet in op het voorkomen van fouten en het uitvoeren van toezicht daar waar het effect het grootste is. De Staatssecretaris van Financiën stuurt u een Kamerbrief over de ontwikkelingen die het inzet op dit gebied, waarbij wordt ingegaan op de aangenomen moties over verkleining van het nalevingstekort3 en de fraudeaanpak4. Denk daarbij aan handhaafbare wetgeving, hoe binnen bestaande middelen nog meer kan worden ingezet op gericht toezicht, en samenwerking met financieel dienstverleners en softwareontwikkelaars (traject VanZelf Goed). De Belastingdienst voert aan de hand van de Strategische Evaluatie agenda evaluaties op het gevoerde handhavingsbeleid en de verschillende handhavingsinstrumenten die daarbij worden ingezet uit. De uitkomsten zullen waar relevant worden verantwoord in de volgende periodieke rapportage die in de Strategische Evaluatie Agenda is opgenomen voor 2029. Bij deze evaluaties wordt het effect op tussendoelen en compliance bevorderende factoren zoveel mogelijk meegenomen.

De commissie vraagt de Minister ten aanzien van Periodieke rapportage kasbeheer op welke termijn de afzonderlijke aanbevelingen opgevolgd zijn.

In mijn eerdere brief (Kst. 31 935, nr. 94) heb ik aangekondigd dat ik de Wet Financiering decentrale overheden zal evalueren. De evaluatie wordt dit jaar uitgevoerd. Daarna trek ik conclusies over de geldende rentes binnen schatkistbankieren. Vervolgens zal ik een uniform toetsingskader voor schatkistleningen ontwikkelen en evalueren welke categorieën deelnemers verplicht dan wel vrijwillig deelnemen. Voor het in 2023 gelanceerde digitale platform van schatkistbankieren heb ik mij voorgenomen om dit systeem verder te ontwikkelen. Dit is een doorlopende actie voor het Ministerie van Financiën. Zoals aangegeven in het antwoord op de vraag over de periodieke rapportage Schuldfinanciering is de aanbeveling die ziet op het meewegen van schatkistbankieren in het risicobeleid van het Agentschap momenteel onderhanden.

Op het gebied van het betalingsverkeer van het Rijk zijn verschillende aanbevelingen onderhanden. Zo is het Ministerie van Financiën bezig met het in kaart brengen van knelpunten in de perceelverdeling van het betalingsverkeer van het Rijk en loopt een onderzoek naar mogelijke back-upfaciliteiten. Hierover heb ik uw Kamer geïnformeerd in september 2025 (Kst. 31 935, nr. 94). De continuïteit en betrouwbaarheid, evenals toetredingsbarrières voor partijen om in te schrijven op aanbestedingen voor het betalingsverkeer van het Rijk blijven een centrale rol spelen in afgelopen en toekomstige aanbestedingen. Zoals eerder aangegeven informeer ik u via een brief over de voortgang. Deze brief volgt in de loop van dit jaar.

4. Onvolkomenheden

De commissie vraagt de Minister:

  • – In hoeverre in de planning voor het vervangen van de systemen voor loonheffing, inkomstenbelasting en omzetbelasting een marge is opgenomen voor onvoorziene omstandigheden.

    De moderniseringstrajecten zijn allemaal voorzien van een planning en de tijdige realisatie daarvan heeft binnen het Meerjarenportfolio de hoogste prioriteit. Bij de moderniseringstrajecten wordt rekening gehouden met een zekere mate van uitloop vanwege onvoorziene omstandigheden, echter deze ruimte is binnen een overvol portfolio beperkt. Effecten van gebeurtenissen die leiden tot aanpassingen in de planning worden in beeld gebracht en in de planning verwerkt. Bij nieuwe beleidsvoorstellen wordt met behulp van uitvoeringstoetsen inzichtelijk gemaakt wat de impact is op de lopende moderniseringstrajecten. De Kamer wordt hierover, zoals eerder bij ketens Omzetbelasting (digitale autonomie), Inkomensheffingen (herstel box 3) en Loonheffingen (pseudo eindheffing fossiele brandstof auto’s), tijdig geïnformeerd. Verder wordt de stand van zaken per keten weergegeven in het met Prinsjesdag te versturen Overzicht Uitvoerbaarheid.

  • – Een overzicht te geven met de planning van het oplossen van alle 8 onvolkomenheden.

    Onderstaande tabel toont per onvolkomenheid de oplosambitie (status juni 2026).

    Onvolkomenheid Algemene Rekenkamer

    Oplosambitie

    1. M&O-beleid Belastingdienst: MKB en UHB

    2026

    2. IT-legacy grote belastingmiddelen

    2027

    3. Betalingsregelingen Belastingdienst

    2026

    4. Softwarewijzigingsbeheer Belastingdienst

    2026

    5. M&O-beleid EU-BTW E-commerce

    2026

    6. Beheer grote geldstromen Douane

    2027

    7. Weerbaarheid IT Douane

    2027

    8. Inkoopbeheer beleidsdepartement

    2026

Momenteel vinden er tussen het Ministerie van Financiën en de Algemene Rekenkamer gesprekken plaats over de oplosambitie van de tekortkomingen M&O-beleid: MKB en UHB en IT-legacy Belastingdienst. Deze tekortkomingen kennen een weerbarstige problematiek, waardoor het oplossen hiervan een complexere opgave is. Desalniettemin zet de Belastingdienst stevig in op het oplossen van deze tekortkomingen ultimo 2026 respectievelijk 2027.

5. Risico’s bedrijfsvoering

De rapporteurs constateren dat de Minister op de volgende punten niet aangeeft wat hij gaat doen of wanneer dat klaar is. Daarom vraagt de commissie de Minister:

  • – Wanneer het aanpakken van de aandachtspunten het algoritme Persoonlijk begeleiden van de Dienst Toeslagen voltooid is.

    De aanpak is in uitvoering. De eerste stappen zijn gezet wat betreft benodigde verbeteringen in documentatie en toetsing. Afronding wordt voorzien in de zomer van 2027.

  • – Wat de Minister wanneer gaat doen aan de onzekerheid van € 50,5 miljoen over de betrouwbaarheid van de aangegane verplichtingen EKV en de onzekerheid van € 229,6 miljoen over de betrouwbaarheid van de stand van de garantieverplichtingen.

    De oorzaak van de onzekerheden over de betrouwbaarheid van de aangegane verplichtingen voor de exportkredietverzekeringen (EKV) en de stand van de garantieverplichtingen vloeit voort uit een mismatch tussen de administratiestelsels van de uitvoerder van de EKV en het Ministerie van Financiën. Het departement moet rapporteren via het kas-verplichtingenstelsel terwijl de uitvoerder een andere systematiek hanteert. Om deze mismatch te mitigeren, voert het departement op dit moment een analyse uit om per verzekeringsproduct uit te zoeken hoe de administraties uit elkaar lopen. De rapportage met verplichtingenstanden van de uitvoerder zal vervolgens worden aangepast zodat de onzekerheid over de betrouwbaarheid van de verplichtingen in de verantwoording van het ministerie wordt opgelost. De verwachting is dit eind dit jaar ten behoeve van de verantwoording over 2026 te hebben afgerond.

  • – Wat en wanneer de Douane gaat doen om inzicht te krijgen in de effectiviteit en risico’s van het algoritme strategische goederen?

    Eén van de aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer is het verkrijgen van meer inzicht in de effectiviteit en risico’s van het algoritme strategische goederen. Momenteel werkt de Douane aan het opstellen van concrete verbetermaatregelen, die aansluiten op de bevindingen en conclusies van de Algemene Rekenkamer. Een voorbeeld van een verbetermaatregelen is het opstellen van kwaliteitsdoelstellingen voor profielen en het verbeteren en verstevigen van de bijbehorende werkprocessen tussen de verschillende onderdelen van Douane en het strakker sturen op het uitvoeren van evaluaties. De Douane maakt aan het eind van de zomer een aanvang met de uitvoering van de verbetermaatregelen.

  • – In te gaan op de zorgen van de Algemene Rekenkamer ten aanzien van het niet langer verplicht voorschrijven van een departementaal audit committee.

    De Regeling audit committees van het Rijk wordt herzien naar aanleiding van de evaluatie die op 1 december 2025 is gepubliceerd. Ik heb de concept Regeling 15 juni jl. aan de Algemene Rekenkamer voorgelegd voor formeel overleg op basis van artikel 7.40 van de Comptabiliteitswet. De uitkomsten daarvan neem ik waar mogelijk mee in de definitieve aanpassing van de Regeling.

6. Focusonderwerp: risico’s voor de begroting

De commissie vraagt de Minister hoe hoog de kosten van de hersteloperatie box 3 kunnen worden als de Hoge Raad oordeelt dat niet-bezwaarmakers ook recht hebben op herstel.

De Hoge Raad heeft op 25 juni een uitspraak gedaan waar is aangegeven dat niet-bezwaarmakers geen recht op vermindering van hun box 3-heffing hebben over de jaren 2017–20205. In 2022 zijn de kosten van rechtsherstel voor de groep niet-bezwaarmakers naar aanleiding van het kerstarrest geschat op € 4,1 miljard. Dit bedrag omvat nog niet de kosten van de tegenbewijsregeling als gevolg van de juni-arresten van de Hoge Raad. Dit zou additioneel nog enkele miljarden kunnen bedragen.

De Minister van Financiën, E. Heinen