Gepubliceerd: 24 april 2026
Indiener(s): Eric van der Burg (VVD)
Onderwerpen: verkeer weg
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36937-2.html
ID: 36937-2

Nr. 2 HERDRUK 1 VOORSTEL VAN WET

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het wenselijk is dat de Wegenverkeerswet 1994 wordt gewijzigd in verband met de structurele invoering van de mogelijkheid tot het elektronisch aanvragen van rijbewijzen;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wegenverkeerswet 1994 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel zb door een puntkomma worden de volgende begripsbepalingen toegevoegd, luidende:

zc. authenticatie:

elektronisch proces voor de verificatie en bevestiging van de identiteit van een natuurlijke persoon of van de oorsprong en integriteit van gegevens;

zd. fotocontrole:

de vaststelling door de Dienst Wegverkeer of de aan hem gezonden pasfoto van de aanvrager voldoende overeenkomt met de in het rijbewijzenregister beschikbare pasfoto van het laatst afgegeven rijbewijs om te kunnen verifiëren dat de pasfoto van de indiener overeenkomt met de reeds beschikbare gegevens in het rijbewijzenregister, uniek is ten opzichte van andere foto’s in het register en authentiek is alsmede voldoet aan de bij ministeriële regeling gestelde eisen; ze. elektronische rijbewijsaanvraag: een rijbewijsaanvraag in digitale vorm.

B

Artikel 4b, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. Na onderdeel f wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

  • f1. het in ontvangst nemen en bewaren van de bescheiden ten behoeve van een elektronische rijbewijsaanvraag en het in behandeling nemen van de elektronische rijbewijsaanvraag,

2. Na onderdeel g1 wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

  • g2. het uitvoeren, vaststellen en vastleggen van fotocontrole in het kader van het verkrijgen van een rijbewijs;

C

In artikel 4aud, eerste lid, wordt na «registratie van gegevens in het kentekenregister» ingevoegd «of in het rijbewijzenregister».

D

Artikel 111 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder vernummering van het derde tot en met zevende lid tot vierde tot en met negende lid, wordt een lid ingevoegd, luidende:

  • 3. In afwijking van het tweede lid, eerste volzin, vindt bij de elektronische aanvraag authenticatie plaats van de aanvrager overeenkomstig de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels. De uitreiking van een rijbewijs vindt plaats na identificatie van de aanvrager met een op naam gesteld identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdelen 1, 2 en 3 van de Wet op de identificatieplicht of een geldig nationaal rijbewijs of een eerder aan hem afgegeven rijbewijs dat zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur.

2. In het vierde lid (nieuw), wordt na «artikel 8, onder a tot en met d en l van die wet» ingevoegd «dan wel indien hij tijdelijke bescherming geniet op grond van de richtlijn tijdelijke bescherming als bedoeld in artikel 1 van die wet».

3. Het zesde lid (nieuw) komt te luiden:

  • 6. Het tarief van het rijbewijs wordt als volgt vastgesteld:

    • a. In de gevallen waarin het rijbewijs overeenkomstig artikel 116 wordt afgegeven door de burgemeester dan wel de aanvraag overeenkomstig artikel 113, eerste lid, wordt ingediend bij de burgemeester, wordt het tarief vastgesteld bij plaatselijke verordening;

    • b. In afwijking van onderdeel a wordt, in het geval een aanvraag elektronisch wordt ingediend bij de Dienst Wegverkeer en het rijbewijs afgegeven wordt door de burgemeester het tarief, verminderd met de vergoeding bedoeld in artikel 121, eerste en tweede lid, vastgesteld bij ministeriële regeling;

    • c. In de overige gevallen wordt het tarief en de wijze van betaling daarvan vastgesteld door de Dienst Wegverkeer.

E

Artikel 113 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het derde lid, wordt «over te leggen» vervangen door «te verstrekken».

2. Onder vernummering van het vierde lid tot vijfde lid, wordt een lid ingevoegd, luidende:

  • 4. In afwijking van het derde lid, vergewist degene die een aanvraag als bedoeld in artikel 111, derde lid, in ontvangst neemt zich ervan dat de verstrekte bescheiden aan de daaraan gestelde eisen voldoen en dat de aanvraag ook aan de overige voorwaarden voldoet.

F

Artikel 121 komt te luiden:

Artikel 121

  • 1. De gemeenten zijn ter zake van de afgifte van rijbewijzen door de burgemeester en de afgifte van rijbewijzen door de Dienst Wegverkeer, waarvoor de aanvraag bij de burgemeester is ingediend, een door de Dienst Wegverkeer vastgestelde vergoeding aan de Dienst Wegverkeer verschuldigd. De volgende kosten kunnen in deze vergoeding worden meegenomen:

    • a. de aanvraag, productie en aflevering van rijbewijzen en het publieke identificatiemiddel, bedoeld in artikel 5, vierde lid, van de Wet digitale overheid;

    • b. het attenderen van de houders van een rijbewijs op het verloop van de geldigheidsduur;

    • c. het beheer en de instandhouding van het rijbewijzenregister;

    • d. het verstrekken van gegevens uit dat register aan de in artikel 127, eerste lid, bedoelde autoriteiten;

    • e. het ongeldig verklaren van rijbewijzen;

    • f. de afgifte van rijbewijzen, waarvoor de aanvraag bij de burgemeester is ingediend;

    • g. de kosten die verband houden met het registreren van een getuigschrift als bedoeld in artikel 151c, eerste lid;

    • h. het uitvoeren, vaststellen en vastleggen van fotocontrole in het kader van het verkrijgen van een rijbewijs;

    • i. het in ontvangst nemen en bewaren van de bescheiden ten behoeve van een elektronische rijbewijsaanvraag en het in behandeling nemen van de elektronische rijbewijsaanvraag;

    • j. overige kosten, anders dan onder a tot en met i, verband houdend met aanvragen van rijbewijzen.

  • 2. De Dienst Wegverkeer int en draagt bij een elektronische aanvraag die is ingediend bij de Dienst Wegverkeer en waarbij het rijbewijs wordt afgegeven door de burgemeester, aan de burgemeester het tarief af, bedoeld in artikel 111, zesde lid, onder b, verminderd met een door de Dienst Wegverkeer vastgestelde vergoeding.

  • 3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels vastgesteld omtrent het bepaalde in het eerste en tweede lid.

ARTIKEL II

Indien artikel 7 van de Wet digitale overheid eerder in werking is getreden of treedt dan deze wet, wordt artikel I, onderdeel D, van deze wet als volgt gewijzigd:

Het derde lid van artikel 111 komt te luiden:

  • 3. In afwijking van het tweede lid, eerste volzin, geschiedt de identificatie van de aanvrager bij de indiening van een elektronische aanvraag van een rijbewijs door middel van authenticatie. De uitreiking van een rijbewijs vindt plaats na identificatie van de aanvrager met een op naam gesteld identiteitsbewijs als bedoeld in bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdelen 1, 2 en 3 van de Wet op de identificatieplicht, danwel een geldig nationaal rijbewijs of een rijbewijs dat door het verstrijken van de geldigheidsduur ongeldig is geworden.

ARTIKEL III

  • 1. In afwijking van artikel 4aub, eerste lid, wordt een basiserkenning van rechtswege verleend aan de natuurlijke personen en rechtspersonen met wie op het tijdstip direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet een overeenkomst is gesloten door een fotograaf met de Dienst Wegverkeer inzake digitaal aanvragen rijbewijzen en voor zover zij betrekking heeft op het zenden van digitale gegevens bedoeld voor de elektronische aanvraag van een rijbewijs.

  • 2. In afwijking van artikel 4aub, eerste lid, onderdeel b, overlegt de natuurlijke persoon of rechtspersoon, bedoeld in het eerste lid, voor het eerst een verklaring omtrent het gedrag voor een door de Dienst Wegverkeer aangegeven datum.

  • 3. In afwijking van artikel 4auc, eerste lid, vangt voor de natuurlijke persoon of rechtspersoon, bedoeld in het eerste lid, de daarin genoemde termijn van drie jaar aan op de datum waarop voor het eerst een verklaring omtrent het gedrag is overgelegd.

ARTIKEL IV

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

ARTIKEL V

Deze wet wordt aangehaald als: Wet digitale aanvraag rijbewijzen.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,