Ontvangen 10 juli 2026
Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:
In het op grond van artikel III, onderdeel A, voorgestelde vierde lid wordt na «Onverminderd het bepaalde in tweede lid» ingevoegd «en in afwijking van het derde lid».
Het op grond van artikel III, onderdeel A, van het wetsvoorstel voorgestelde artikel 12, vierde lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968 (Wet OB 1968) zou ten onrechte de indruk kunnen wekken dat twee verleggingsregelingen voor dezelfde prestatie gelijktijdig van toepassing zijn. De onderhavige wijziging strekt ertoe expliciet tot uitdrukking te brengen dat het voorgestelde artikel 12, vierde lid, Wet OB 1968 van toepassing is in afwijking van artikel 12, derde lid, Wet OB 1968. Hiermee wordt verzekerd dat in geval aan de voorwaarden van beide leden wordt voldaan, het voorgestelde artikel 12, vierde lid, Wet OB 1968 voorrang heeft.
De Staatssecretaris van Financiën, E. Eerenberg