Kamerstuk 36915-XII-18

Appreciatie van het amendement van het lid Dassen over middelen voor het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (Kamerstuk 36915-XII-17)

Dossier: Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (XII) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)

Gepubliceerd: 17 juni 2026
Indiener(s): Vincent Karremans (VVD)
Onderwerpen: begroting financiƫn
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36915-XII-18.html
ID: 36915-XII-18

Nr. 18 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 juni 2026

Op 28 mei heeft het Tweede Kamerlid Dassen (Volt) een amendement ingediend op de eerste suppletoire begroting 2026 van IenW (Kamerstukken 36 915 XII, nr. 17). Het amendement stelt voor om structureel € 1 miljoen per jaar vrij te maken tot en met 2030 voor het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ). Dekking hiervan wordt gevonden binnen de beleidsmatig gereserveerde middelen op artikel 11 van de begroting van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

Met deze brief voorzie ik dit amendement van een appreciatie voor de stemmingen over de begrotingsstaten samenhangende met de Voorjaarsnota.

Ik ontraad dit amendement om de volgende redenen:

Er is inderdaad sprake van nieuwe inzichten rondom de zeestromen op de Atlantische Oceaan (Atlantic Meridional Overturning Circulation, AMOC) en dat deze gevolgen veel verschillende belangen van de samenleving kunnen raken.

Momenteel verkent het Ministerie van IenW samen met andere departementen en experts van NIOZ, KNMI en Deltares de kennisstand rondom verzwakking van de AMOC en de gevolgen hiervan en worden mogelijke handelingsperspectieven in beeld gebracht op gebied van monitoring en klimaatadaptatie. Het voornemen is om de resultaten van deze verkenning te bespreken met andere departementen en in Europees en breder internationaal verband. Deze stappen wil ik eerst zorgvuldig doorlopen, alvorens over te gaan tot een mogelijk vervolg. Daarmee komt dit amendement nu te vroeg.

Daarnaast gaat de voorgestelde dekking op artikel 11 ten koste van schaarse middelen op het waterdomein, die nodig zijn voor diverse opdrachten en onderzoeken voor waterveiligheid. De middelen zijn weliswaar juridisch nog niet verplicht, maar hebben beleidsmatig wel bestemmingen, waardoor herbestemming zorgvuldig dient te worden afgewogen. Ook is artikel 11 niet de gebruikelijke financieringsstroom voor de uitvoering van structurele monitoring.

De Kamer wordt voor eind 2026 geïnformeerd over de uitkomsten van de verkenning en van de nationale en internationale besprekingen.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, V.P.G. Karremans