Gepubliceerd: 2 april 2026
Indiener(s): Berendsen
Onderwerpen: begroting financiƫn
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36915-V-2.html
ID: 36915-V-2

Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 tot en met 3

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2026 wijzigingen aan te brengen in de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

De Minister van Buitenlandse Zaken, T.B.W. Berendsen

B. BEGROTINGSTOELICHTING

1 Leeswijzer

De voorliggende suppletoire begroting bevat de voorgestelde wijzigingen ten opzichte van de vastgestelde begroting 2026 van hoofdstuk V van de begroting van het Rijk.

In de toelichting worden de wijzigingen welke zijn opgetreden in de omvang van de HGIS, alsook de belangrijkste mutaties op de begroting van Buitenlandse Zaken toegelicht. Ten slotte volgt per artikel de nieuwe stand en een toelichting op de opmerkelijke verschillen.

Conform de regeling Rijksbegrotingsvoorschriften en de Comptabiliteitswet dienen de opmerkelijke verschillen tussen de oorspronkelijke en huidige raming te worden toegelicht. Ook is omschreven welke ondergrens gehanteerd moet worden, waarboven een uitgavenmutatie moet worden toegelicht. Zie hiervoor onderstaande tabel. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen beleidsmatige en technische mutaties. Op verplichtingenniveau worden mutaties groter dan 10% ten opzichte van de vorige stand, op artikelniveau toegelicht.

Tabel 1 Ondergrenzen conform RBV

Omvang begrotingsartikel (stand ontwerpbegroting) in € miljoen

Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen)

Technische mutaties (ondergrens in € miljoen)

< 50

1

2

=> 50 en < 200

2

4

=> 200 < 1.000

5

10

=> 1.000

10

20

2 Wijziging in de omvang van de HGIS

In deze paragraaf wordt geschetst welke wijzigingen zijn opgetreden in de omvang van de HGIS sinds de HGIS-nota 2025. Zoals uit de hiernavolgende tabel blijkt, neemt de totale omvang van de HGIS voor 2026 af met EUR 332 miljoen (uitgaven minus ontvangsten).

In EUR miljoen

HGIS-nota 2026

1e suppletoire begroting 2026

Mutatie

HGIS-uitgaven 2026

8.247

7.548

-699

HGIS-ontvangsten 2026

751

384

-367

Omvang HGIS 2026 (uitgaven – ontvangsten)

7.496

7.164

-332

De per saldo afname van het budget kent een aantal oorzaken, die in de navolgende tabellen per categorie worden toegelicht. Een meer uitgebreide toelichting is daarnaast zowel in de verticale toelichting van de Voorjaarsnota 2026 als de departementale begrotingen weergegeven.

Uitgaven in EUR miljoen

2026

Stand HGIS-nota 2026

8.247

   

Kasschuif ODA asiel

– 545

BNI-koppeling ODA-budget (volume)

– 119

BNI-koppeling ODA-budget (prijs)

39

Netto eindejaarsmarge HGIS

23

Non-ODA afboeken prijsoploop t.b.v. nieuwe indexatiesystematiek

– 23

Bijdrage HGIS beveiliging hoogrisicoposten

– 25

Overig

– 49

   

Stand 1e suppletoire begroting 2026

7.548

Het uitgavenkader van de HGIS neemt per saldo af met EUR 699 miljoen ten opzichte van de stand die in de HGIS nota 2026 is gepresenteerd. Dit kent de volgende oorzaken:

  • Zoals toegelicht in de 1e suppletoire begroting 2026 van BHO vindt er een kasschuif plaats op het ODA-budget. Hierdoor daalt het ODA-budget met EUR 545 miljoen in 2026. Daar staat tegenover dat het ODA-budget in latere jaren stijgt.

  • Het kabinet actualiseert het ODA-budget op basis van de bni-ontwikkelingen. De volumecomponent leidt tot een daling van het ODA-budget met EUR 119 miljoen.

  • Het kabinet actualiseert het ODA-budget op basis van de bni-ontwikkelingen. De prijscomponent leidt tot een stijging van het ODA-budget met EUR 39 miljoen.

  • De netto eindejaarsmarge van de HGIS bedraagt EUR 23 miljoen. Dit is het saldo van de overschrijding op ODA en de onderschrijding op non-ODA in 2025. De eindejaarsmarge wordt toegevoegd aan de HGIS, waardoor de omvang in 2026 stijgt.

  • Per 2026 wordt het non-ODA budget binnen de HGIS geïndexeerd op basis van de Rijksbrede systematiek op basis van loon- en prijsontwikkelingen (LPO). Met de hier vermelde mutatie wordt het non-ODA budget in huidige prijzen gezet, waarna vervolgens jaarlijks indexatie ontvangen kan worden op basis van de LPO-systematiek. Hierdoor daalt in eerste instantie de omvang van de HGIS in 2026 met EUR 23 miljoen.

  • De HGIS levert een bijdrage aan de beveiliging van hoogrisicoposten in het buitenland. De bijdrage bedraagt EUR 25 miljoen in 2026. Dit budget wordt overgeheveld naar de Defensiebegroting. Omdat deze begroting geen onderdeel uitmaakt van de HGIS, daalt de omvang van de HGIS door deze overboeking.

  • Onder overig vallen diverse andere mutaties met een effect op de omvang van de HGIS. Het per saldo effect is EUR 49 miljoen.

Ontvangsten in EUR miljoen

2026

Stand HGIS-nota 2026

751

   

Actualiseren raming verkoopopbrengsten BZ

– 241

Ontvlechting Defensiebudget uit HGIS

– 131

Overig

5

   

Stand 1e suppletoire begroting 2026

384

De ontvangsten van HGIS dalen per saldo met EUR 367 miljoen ten opzichte van de stand die in de HGIS-nota 2026 is gepresenteerd. Dat komt onder andere door het actualiseren van de raming van verkoopopbrengsten op de begroting van Buitenlandse Zaken. Hierdoor dalen de ontvangsten in 2026 met EUR 241 miljoen. Daarnaast dalen de geraamde ontvangsten door de ontvlechting van de Defensiebegroting uit de HGIS met EUR 131 miljoen.

3 Beleid

3.1 Overzicht belangrijke uitgaven- en ontvangstenmutaties

Tabel 2 Belangrijkste suppletoire uitgavenmutaties 2026 (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Artikelnummer

Uitgaven 2026

Uitgaven 2027

Uitgaven 2028

Uitgaven 2029

Uitgaven 2030

Uitgaven 2031

Vastgestelde begroting 2026

 

16.647.656

16.588.786

18.292.316

18.799.814

19.326.955

 

Mutaties Coalitieakkoord

             

1) Maatregel 61: Efficiencytaakstelling

div.

0

– 5

– 11

– 1.262

– 2.478

– 2.478

2) Maatregel 62: Vernieuwing Rijksdienst: slagvaardige overheid

div.

     

– 4.521

– 11.312

– 11.312

3) Maatregel 63: Subsidietaakstelling

div.

0

– 915

– 915

– 915

– 915

– 915

               

Belangrijkste suppletoire mutaties

             

4) Makandra

2,4

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

 

5) Afdrachten aan de Europese Unie

3.1

– 113.832

360.580

276.696

455.316

569.276

683.566

6) Europese Vredesfaciliteit

3.5

197.781

         

7) Invoerrechten aan de Europese Unie

3.6

500.465

1.016.475

1.013.346

879.839

901.024

1.143.024

8) HGIS omzetten naar huidig prijspeil

6.1

– 23.464

– 54.465

– 89.214

– 118.751

– 151.279

– 181.718

9) Apparaat; loon- en prijsbijstelling (LPB)

7.1

35.721

9.030

       

10) Apparaat; materieel (huisvesting) middelenafspraak

7.1.14

– 25 .400

– 35.000

– 35.000

– 35.000

– 35.000

– 30.000

11) Voorzitterschap Raad van Europa

div.

1.185

7.704

620

     

12) Overige mutaties

div.

57.469

4.488

33.018

17.295

19.985

18.823

13) Extrapolatie

           

19.652.960

Stand 1e suppletoire begroting 2025

 

17.279.581

17.898.678

19.492.856

19.993.815

20.618.256

21.271.950

Toelichting

1) Maatregel 61: Efficiencytaakstelling + 2) Maatregel 62: Vernieuwing Rijksdienst: slagvaardige overheid

Deze rijksbrede taakstellingen uit het Coalitieakkoord zijn naar rato verdeeld over de apparaatsuitgaven van departementen, inclusief uitvoeringsorganisaties. Voor het apparaat van BZ zijn het postennet, de toerekenbare NAVO-uitgaven en de consulaire ontvangsten uitgezonderd.

3) Maatregel 63: Subsidietaakstelling

Als gevolg van de subsidietaakstelling uit het Coalitieakkoord zijn de subsidiebudgetten verlaagd naar rato van het subsidiebudget in de begroting 2026. Dit leidt tot een bezuiniging van ongeveer 1,5% op de subsidiebudgetten.

4) Makandra

In verband met het staatsbezoek van Zijne Majesteit de Koning aan Suriname op 1 december is voor de periode 2026–2030 cumulatief EUR 10 miljoen ten behoeve van een tweede Makandra programma vrijgemaakt, waarvan EUR 5,0 miljoen uit zowel de BZ- als de BHO-begroting.

5) Afdrachten aan de Europese Unie

Bij de eerste suppletoire begroting is de raming van de Nederlandse afdrachten aan de EU in 2026 naar beneden bijgesteld. De raming van de Nederlandse afdrachten aan de EU is normaliter gebaseerd op het maximale meerjarig financieel kader (MFK)-betalingenplafond en de maximale inzet van de speciale instrumenten bij het MFK. Het betalingenniveau ligt in het akkoord voor de Europese jaarbegroting 2026 fors onder het betalingenplafond. Om een realistisch beeld te schetsen van de te verwachten Nederlandse EU-afdrachten wordt de raming voor 2026 gebaseerd op het betalingenniveau met een marge van 7 miljard euro. De bijstelling wordt iets gedempt door de verwerking van de nacalculatie. Op 4 maart jl. is de Kamer geïnformeerd over de nacalculatie.

Daarnaast zijn de economische cijfers, die de Europese Commissie in het kader van de MFK-onderhandelingen over het Eigenmiddelenbesluit en heeft gepubliceerd, verwerkt in de Nederlandse ramingen van de afdrachten aan de EU-begroting.

De Europese Commissie heeft vastgesteld dat niet alle betalingskredieten voor de Oekraïne-faciliteit in 2025 zijn benut. De onderuitputting wordt doorgeschoven naar 2027.

Tenslotte heeft er een update van de rentestanden plaatsgevonden voor de terugbetaling NGEU ten behoeve van de raming van het volgende MFK (vanaf 2028). Deze update is conform reguliere systematiek.

6) Europees Vredesfaciliteit

Het uitgavenbudget van de Europese Vredesfaciliteit wordt met EUR 198 miljoen verhoogd. Zoals vermeld in de Decemberbrief 2025 betreft dit middelen voor Oekraïne die in 2025 niet konden worden uitgegeven door een politieke blokkade van Hongarije.

7) Invoerrechten aan de Europese Unie

Als gevolg van een bijstelling van de raming van de invoerrechten op basis van de cijfers uit het Centraal Economisch Plan 2026 (CEP-cijfers) wordt de raming van de EU-invoerrechten met EUR 500 miljoen naar boven bijgesteld voor 2026. Deze bijstelling heeft ook een meerjarig effect dat verwerkt wordt in de begroting.

8) HGIS omzetten naar huidig prijspeil

Per 2026 wordt het non-ODA budget binnen de HGIS geïndexeerd op basis van de Rijksbrede systematiek op basis van loon- en prijsontwikkelingen (LPO). Hiertoe dient de prijsoploop in het budget, die ontstaan is als gevolg van de koppeling tussen het non-ODA budget en het prijsBBP, uit de begroting te worden geboekt. Op deze manier wordt dubbele indexatie voorkomen. Met deze mutatie wordt het non-ODA budget in huidige prijzen gezet, waarna indexatie ontvangen kan worden op basis van de LPO-systematiek.

9) Apparaat; Loon- en Prijsbijstelling (LPB)

Vanuit de HGIS is in 2.026 EUR 35,7 miljoen en in 2.027 EUR 9,0 toegekend aan artikel 7 Apparaat voor de loon en-prijs bijstelling van de personele en materiële uitgaven.

10) Apparaat; materieel (huisvesting) middelenafspraak

Door een actualisatie van de raming van de verkoopopbrengsten worden de ontvangsten in 2026 verlaagd. Daar staat tegenover dat er in latere jaren (2027–2030) meer verkoopopbrengsten worden verwacht. Conform de middelenafspraak worden daarmee ook de uitgaven bijgesteld en in een realistisch ritme geplaatst.

11) Nederlandse voorzitterschap van de Raad van Europa

Er wordt in 2026, 2027 en 2028 budget gereserveerd voor de organisatie van het Nederlandse voorzitterschap van het comité van Ministers van de Raad van Europa in 2027. Deze middelen zijn tevens bestemd voor het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het Ministerie van Justitie en Veiligheid.

12) Overige mutaties

Dit betreft de som van overige kleine mutaties.

13) Extrapolatie

Conform reguliere systematiek is het jaar 2031 aan de begrotingshorizon toegevoegd.

Tabel 3 Belangrijkste suppletoire ontvangstenmutaties 2026 (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Artikelnummer

Ontvangsten 2026

Ontvangsten 2027

Ontvangsten 2028

Ontvangsten 2029

Ontvangsten 2030

Ontvangsten 2031

Vastgestelde begroting 2025

 

4.731.716

1.403.410

1.448.000

1.503.833

1.540.637

 

Belangrijkste suppletoire mutaties

             

1) Diverse ontvangsten EU

3.10

125.116

254.119

253.337

219.960

225.256

285.756

2) Consulaire dienstverlening aan vreemdelingen

4.2

4.400

0

0

0

0

0

3) Diverse ontvangsten apparaat

7.10

– 241.000

18.600

19.000

19.000

19.000

0

4) Extrapolatie

           

1.539.937

Stand 1e suppletoire begroting 2025

 

4.620.232

1.676.129

1.720.337

1.742.793

1.784.893

1.825.693

Toelichting

1) Diverse ontvangsten EU

Dit is een aanpassing van de perceptiekostenvergoeding op basis van de CEP-ramingen van 2026. Deze mutatie hangt samen met de actualisatie en nabetaling van de invoerrechten. Vanwege de hoger dan verwachte invoerrechten, nemen ook de ontvangsten van de perceptiekostenvergoeding toe.

2) Consulaire dienstverlening aan vreemdelingen

Meer-ontvangsten als gevolg van subsidie uit het Europese Fonds voor Geïntegreerd Grensbeheer (Border Management and Visa Policy Instrument (BMVI)) van EUR 4,4 miljoen in 2026. Ontvangen subsidies worden ingezet om een deel van de kosten voor de optimalisering van visumsystemen te dekken.

3) Diverse ontvangsten apparaat

Door een actualisatie van de raming van de verkoopopbrengsten worden de ontvangsten in 2026 verlaagd. Daar staat tegenover dat er in latere jaren (2027–2030) meer verkoopopbrengsten worden verwacht. Conform de middelenafspraak worden de ontvangsten bijgesteld en in een realistisch ritme geplaatst.

4) Extrapolatie

Conform reguliere systematiek is het jaar 2031 aan de begrotingshorizon toegevoegd.

4 Beleidsartikelen

4.1 Artikel 1: Versterkte internationale rechtsorde

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 4 Budgettaire gevolgen van beleid art. 1 Versterkte internationale rechtsorde (bedragen x € 1.000)
   

Ontwerpbegroting t (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting t (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Mutatie 2030

Mutatie 2031

Art.

Verplichtingen

103.583

0

103.583

11.077

114.660

– 10.754

20.052

– 22.767

– 11.671

90.219

                       
 

Uitgaven

127.627

0

127.627

660

128.287

– 179

– 179

– 179

– 179

115.235

                       

1.1

Goed functionerende internationale instellingen met een breed draagvlak

59.613

0

59.613

0

59.613

– 12

– 12

– 12

– 12

58.882

 

Subsidies (regelingen)

1.550

0

1.550

0

1.550

– 12

– 12

– 12

– 12

819

 

Internationaal recht

1.550

0

1.550

0

1.550

– 12

– 12

– 12

– 12

819

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

58.063

0

58.063

0

58.063

0

0

0

0

58.063

 

Verenigde Naties

40.150

0

40.150

0

40.150

0

0

0

0

40.150

 

OESO

9.673

0

9.673

0

9.673

0

0

0

0

9.673

 

Internationaal Strafhof

5.240

0

5.240

0

5.240

0

0

0

0

5.240

 

Internationaal recht

3.000

0

3.000

0

3.000

0

0

0

0

3.000

1.2

Bescherming en bevordering van mensenrechten

51.463

0

51.463

0

51.463

– 149

– 149

– 149

– 149

46.146

 

Subsidies (regelingen)

17.937

0

17.937

744

18.681

4.433

5.048

5.142

5.423

15.432

 

Mensenrechtenfonds

17.937

0

17.937

744

18.681

4.433

5.048

5.142

5.423

15.432

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

33.526

0

33.526

– 744

32.782

– 4.582

– 5.197

– 5.291

– 5.572

30.714

 

Mensenrechtenfonds

26.026

0

26.026

– 744

25.282

– 4.582

– 5.197

– 5.291

– 5.572

24.304

 

Mensenrechten multilateraal

7.500

0

7.500

0

7.500

0

0

0

0

6.410

1.3

Gastandbeleid internationale organisaties

16.551

0

16.551

660

17.211

– 18

– 18

– 18

– 18

10.207

 

Subsidies (regelingen)

15.276

0

15.276

0

15.276

– 78

– 78

– 78

– 78

8.872

 

Carnegiestichting

7.316

0

7.316

0

7.316

– 62

– 62

– 62

– 62

4.338

 

Vredespaleis

7.960

0

7.960

0

7.960

– 16

– 16

– 16

– 16

4.534

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

1.275

0

1.275

660

1.935

60

60

60

60

1.335

 

Internationaal Strafhof

725

0

725

0

725

0

0

0

0

725

 

Nederland Gastland

550

0

550

660

1.210

60

60

60

60

610

                       
 

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Toelichting

Verplichtingen

Binnen artikel 1 stijgt het totale verplichtingenbudget voor het Mensenrechtenfonds (MRF) in 2026 met EUR 11,1 miljoen. In afwachting van de herinrichting van het MRF zijn de posten in 2025 verzocht geen meerjarige verplichtingen aan te gaan. Door de herinrichting is in 2025 het aantal landen dat decentraal budget vanuit het mensenrechtenfonds krijgt, gedaald van 86 naar 31 landen. Deze 31 landen gaan in 2026 meerjarige verplichtingen aan.

Daarnaast is er verplichtingenbudget verschoven van 2029 naar 2028. Het huidige meerjarige corefundingsarrangement met het Office of the High Commissioner for Human Rights (OHCHR) loopt tot en met 2027, gelijk aan de looptijd van het meerjarige strategische plan van OHCHR. Voor de nieuwe corefunding is reeds in 2028 verplichtingenbudget nodig om opnieuw parallel te kunnen lopen met de meerjarige strategische planning van OHCHR.

Uitgaven

Als gevolg van de subsidietaakstelling uit het Coalitieakkoord (maatregel 63) zijn de subsidiebudgetten verlaagd naar rato van het subsidiebudget in de begroting 2026. Dit leidt tot een bezuiniging van ongeveer 1,5% op de subsidiebudgetten.

Budgetflexibiliteit

Tabel 5 Geschatte budgetflexibiliteit

juridisch verplicht

76%

bestuurlijk gebonden

1%

beleidsmatig gereserveerd

22%

nog niet ingevuld/vrij te besteden

0%

De uitgaven voor 2026 op artikel 1 Versterkte internationale rechtsorde zijn voor 76% juridisch verplicht.

De uitgaven voor het artikelonderdeel «goed functionerende internationale instellingen met een breed draagvlak» zijn voor 83% vastgelegd voor de verdragcontributies met o.a. de Verenigde Naties en het Internationaal Strafhof terwijl 14% beleidsmatig gereserveerd is.

De programma’s van het artikelonderdeel «bescherming en bevordering van mensenrechten» zijn voor 60% juridisch verplicht en 40% beleidsmatig gereserveerd. De bijdrage aan het Kantoor van de Hoge Commissaris van de Mensenrechten (OHCHR) is meerjarig vastgelegd. De juridisch vastgelegde verplichtingen op het mensenrechtenfonds zijn relatief laag doordat er een stop op meerjarige verplichtingen voor de posten was ingesteld in afwachting van de hervorming van het mensenrechtenfonds. Vanaf dit jaar zullen er weer meerjarige verplichtingen worden aangegaan.

Van het artikelonderdeel «gastlandbeleid internationale organisaties» is 100% van het geraamde budget juridisch verplicht. Het betreft met name de gastlanduitgaven voor de huisvesting van het Permanente Hof van Arbitrage, het Internationaal Gerechtshof in het Vredespaleis (waarvan de Carnegie Stichting eigenaar en beheerder is) en van de gastlanduitgaven voor het Internationaal Strafhof (ICC), de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW) en de Hoge Commissaris inzake Nationale Minderheden (HCNM).

4.2 Artikel 2: Veiligheid en stabiliteit

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 6 Budgettaire gevolgen van beleid art. 2 Veiligheid en stabiliteit (bedragen x € 1.000)
   

Ontwerpbegroting t (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting t (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Mutatie 2030

Mutatie 2031

Art.

Verplichtingen

305.141

0

305.141

– 23.221

281.920

6.336

– 2.147

– 2.940

– 2.951

260.830

                       
 

Uitgaven

339.812

0

339.812

– 22.361

317.451

– 140

– 682

– 1.144

– 1.160

264.635

                       

2.1

Goede internationale samenwerking ter bevordering van de eigen en bondgenootschappelijke veiligheid

26.960

0

26.960

5.392

32.352

7.648

5.630

5.963

5.963

32.321

 

Subsidies (regelingen)

874

0

874

6.402

7.276

7.728

5.395

5.694

5.694

6.052

 

Atlantische Commissie

874

0

874

0

874

– 5

– 5

– 5

– 5

353

 

Veiligheidsfonds

0

0

0

6.402

6.402

7.733

5.400

5.699

5.699

5.699

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

26.086

0

26.086

– 1.010

25.076

– 80

235

269

269

26.269

 

NAVO

18.500

0

18.500

0

18.500

0

0

0

0

23.350

 

WEU

845

0

845

0

845

0

0

0

0

890

 

Programma Ondersteuning Buitenlands Beleid

2.700

0

2.700

– 2.540

160

– 1.480

– 1.065

– 1.131

– 1.131

0

 

Veiligheidsfonds

4.041

0

4.041

1.530

5.571

1.400

1.300

1.400

1.400

2.029

2.2

Bestrijding internationale criminaliteit en terrorisme

6.074

0

6.074

– 5.020

1.054

– 7.321

– 5.304

– 5.636

– 5.636

0

 

Subsidies (regelingen)

4.374

0

4.374

– 3.490

884

– 5.921

– 4.004

– 4.236

– 4.236

0

 

Anti-terrorisme instituut

551

0

551

– 390

161

– 306

– 217

– 231

– 231

0

 

Contra-terrorisme

1.640

0

1.640

– 1.390

250

– 4.025

– 2.793

– 2.898

– 2.898

0

 

Cyber security

2.183

0

2.183

– 1.710

473

– 1.590

– 994

– 1.107

– 1.107

0

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

1.700

0

1.700

– 1.530

170

– 1.400

– 1.300

– 1.400

– 1.400

0

 

Contra-terrorisme

380

0

380

– 210

170

– 480

– 480

– 580

– 580

0

 

Cyber security

1.320

0

1.320

– 1.320

0

– 920

– 820

– 820

– 820

0

2.3

Wapenbeheersing

11.699

0

11.699

0

11.699

0

0

0

0

11.699

 

Opdrachten

547

0

547

0

547

0

0

0

0

547

 

OPCW en andere ontwapeningsorganisaties

547

0

547

0

547

0

0

0

0

547

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

11.152

0

11.152

0

11.152

0

0

0

0

11.152

 

IAEA

7.592

0

7.592

0

7.592

0

0

0

0

7.592

 

OPCW en andere ontwapeningsorganisaties

1.560

0

1.560

0

1.560

0

0

0

0

1.560

 

CTBTO

2.000

0

2.000

0

2.000

0

0

0

0

2.000

2.4

Bevordering van veiligheid, stabiliteit en rechtsorde in internationaal verband

174.848

0

174.848

– 21.485

153.363

– 1.867

– 2.405

– 2.858

– 2.858

175.319

 

Subsidies (regelingen)

28.353

0

28.353

12.300

40.653

4.681

1.610

1.609

1.609

28.401

 

Nederland Helsinki Comité

28

0

28

0

28

– 12

– 11

– 12

– 12

0

 

Stabiliteitsfonds

25.000

0

25.000

10.800

35.800

3.646

1.646

1.646

1.646

26.646

 

Training buitenlandse diplomaten

3.325

0

3.325

0

3.325

1.047

– 25

– 25

– 25

1.755

 

VN-contributie voor crisisbeheersingsoperaties

0

0

0

1.500

1.500

0

0

0

0

0

 

Opdrachten

0

0

0

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

0

 

Makandra

0

0

0

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

0

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

116.743

0

116.743

– 6.033

110.710

– 4.747

– 3.651

– 4.000

– 4.000

121.688

 

OVSE

6.000

0

6.000

– 117

5.883

– 78

0

0

0

6.000

 

Stabiliteitsfonds

38.701

0

38.701

– 4.447

34.254

– 4.669

– 3.651

– 4.000

– 4.000

34.467

 

VN-contributie voor crisisbeheersingsoperaties

71.767

0

71.767

– 1.500

70.267

0

0

0

0

81.073

 

Tegengaan internationale georganiseerde criminaliteit

275

0

275

31

306

0

0

0

0

148

 

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

25.230

0

25.230

– 25.230

0

0

0

0

0

25.230

 

Inzet hoog-risico posten

25.230

0

25.230

– 25.230

0

0

0

0

0

25.230

 

Nog te verdelen

4.522

0

4.522

– 4.522

0

– 3.801

– 2.364

– 2.467

– 2.467

0

 

Nog te verdelen

4.522

0

4.522

– 4.522

0

– 3.801

– 2.364

– 2.467

– 2.467

0

2.5

Bevordering van transitie in prioritaire gebieden

27.231

0

27.231

– 498

26.733

1.400

1.397

1.387

1.371

17.296

 

Subsidies (regelingen)

16.541

0

16.541

– 301

16.240

2.230

3.760

2.760

2.760

8.901

 

Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen MATRA

10.348

0

10.348

0

10.348

– 87

– 87

– 87

– 87

6.025

 

Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen Shiraka

6.193

0

6.193

– 301

5.892

2.317

3.847

2.847

2.847

2.876

 

Opdrachten

2.143

0

2.143

1.056

3.199

1.500

1.500

1.500

1.500

2.456

 

Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen Shiraka

2.143

0

2.143

1.056

3.199

1.500

1.500

1.500

1.500

2.456

 

Bijdrage aan agentschappen

611

0

611

443

1.054

1.376

1.373

1.363

1.347

1.774

 

Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen Shiraka

257

0

257

443

700

1.378

1.376

1.370

1.360

1.617

 

Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen MATRA

354

0

354

0

354

– 2

– 3

– 7

– 13

157

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

7.936

0

7.936

– 1.696

6.240

– 3.706

– 5.236

– 4.236

– 4.236

4.165

 

Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen Shiraka

7.936

0

7.936

– 1.851

6.085

– 3.706

– 5.236

– 4.236

– 4.236

4.165

 

Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen MATRA

0

0

0

155

155

0

0

0

0

0

2.6

Oekraine (V)

93.000

0

93.000

– 750

92.250

0

0

0

0

28.000

 

Subsidies (regelingen)

12.500

0

12.500

4.925

17.425

123

75

0

0

500

 

Nederland gastlandzaken t.b.v. Oekraine

10.500

0

10.500

0

10.500

0

0

0

0

500

 

Accountability Oekraïne

0

0

0

925

925

123

75

0

0

0

 

Humanitaire ontmijning

0

0

0

5.000

5.000

0

0

0

0

0

 

Bescherming en herstel van cultureel erfgoed

2.000

0

2.000

– 1.000

1.000

0

0

0

0

0

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

80.500

0

80.500

– 5.675

74.825

– 123

– 75

0

0

27.500

 

Accountability Oekraine

32.500

0

32.500

– 925

31.575

– 123

– 75

0

0

27.500

 

Humanitaire ontmijning

10.000

0

10.000

– 5.000

5.000

0

0

0

0

0

 

NAVO Ukraine Comprehensive Assistance Package (UCAP) TF

25.000

0

25.000

0

25.000

0

0

0

0

0

 

Versterken cyberweerbaarheid Oekraïne

10.000

0

10.000

0

10.000

0

0

0

0

0

 

Democratie en rechtstaat

3.000

0

3.000

– 750

2.250

0

0

0

0

0

 

Bescherming en herstel van cultureel erfgoed

0

0

0

1.000

1.000

0

0

0

0

0

 

Nog te verdelen

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

                       
 

Ontvangsten

1.000

0

1.000

0

1.000

0

0

0

0

1.000

Tabel 7 Uitsplitsing ontvangsten voor beleid art. 2 Veiligheid en stabiliteit (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
   

Ontwerpbegroting t (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting t (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Mutatie 2030

Mutatie 2031

Art.

Ontvangsten

1.000

0

1.000

0

1.000

0

0

0

0

1.000

                       

2.40

Restituties programma's

1.000

0

1.000

0

1.000

0

0

0

0

1.000

 

Restituties programma's

1.000

0

1.000

0

1.000

0

0

0

0

1.000

 

Restituties programma's

1.000

0

1.000

0

1.000

0

0

0

0

1.000

Toelichting

Verplichtingen

Het verplichtingenbudget van artikel 2 daalt in 2026 met circa EUR 23,2 miljoen. Dit is met name het gevolg van de overheveling van EUR 25,2 miljoen naar het Ministerie van Defensie voor de beveiliging van een aantal hoog-risicoposten door de Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten (BSB).

Uitgaven

Als gevolg van de subsidietaakstelling uit het Coalitieakkoord (maatregel 63) zijn de subsidiebudgetten verlaagd naar rato van het subsidiebudget in de begroting 2026. Dit leidt tot een bezuiniging van ongeveer 1,5% op de subsidiebudgetten.

De Rijksbrede apparaatstaakstellingen uit het Coalitieakkoord (61. Efficiencytaakstelling en 62. Vernieuwing rijksdienst / slagvaardige overheid) zijn verdeeld over de apparaatsartikelen en de uitgaven aan uitvoering. Dat betekent dat de bijdragen aan RVO meelopen in de grondslag. Deze bijdragen zijn naar rato van het budget verlaagd.

Artikelonderdeel 2.1 en 2.2

Door de taakstelling zijn de budgetten van verschillende veiligheidsgerelateerde budgetplaatsen verlaagd. Om versnippering tegen te gaan, flexibiliteit te verhogen en voor de eenvoud wordt een aantal budgetplaatsen samengevoegd tot één budgetplaats Veiligheidsfonds. Het gaat om overheveling van POBB, antiterrorisme, cyber security, Helsinki comité, en contraterrorisme budgetten.

Artikelonderdeel 2.4

Conform geldende systematiek wordt in 2026 het budget voor inzet van de BSB voor de beveiliging van Nederlandse diplomaten en ambassades in risicogebieden overgeheveld naar het Ministerie van Defensie.

Voor 2027 was het kasbudget niet toereikend om de verplichting aan Clingendael te kunnen voldoen voor training buitenlandse diplomaten. Deze wordt daarom verhoogd.

Daarnaast is er EUR 5 miljoen van het Stabiliteitsfonds gebruikt om dekking te vinden voor Makandra 2.0 (kasritme 2.028 EUR 1 miljoen, 2.029 EUR 2 miljoen en 2.030 EUR 2 miljoen); zoals aangekondigd in de kabinetsreactie op de IOB evaluatie van het eerste Makandra programma, aan de Tweede Kamer verstuurd tijdens het staatsbezoek aan Suriname in december 2025. De overige EUR 5 miljoen komt van ODA-middelen op de BHO begroting (kasritme 2.026 EUR 2 miljoen, 2.027 EUR 2 miljoen en 2.028 EUR 1 miljoen).

Budgetflexibiliteit

Tabel 8 Geschatte budgetflexibiliteit

juridisch verplicht

44%

bestuurlijk gebonden

46%

beleidsmatig gereserveerd

10%

nog niet ingevuld/vrij te besteden

0%

De uitgaven voor 2026 op artikel 2 Veiligheid en stabiliteit zijn voor 44% juridisch verplicht.

Bij het artikelonderdeel «Goede internationale samenwerking ter bevordering van de eigen en bondgenootschappelijke veiligheid» is 82% van de uitgaven juridisch verplicht. De bijdragen aan de NAVO en de West-Europese Unie (WEU) zijn volledig juridisch verplicht en de uitgaven voor de Atlantische Commissie zijn dat nagenoeg. Het Programma Ondersteuning Buitenlands Beleid (POBB) en het Veiligheidsfonds zijn voor een groot deel juridisch verplicht waarbij het overige gedeelte beleidsmatig gereserveerd is.

Binnen het artikel «Bestrijding internationale criminaliteit en terrorisme» is het budget met 92% bijna volledig juridisch verplicht. Het artikelonderdeel «Wapenbeheersing» is volledig juridisch verplicht. Het betreft verdragsrechtelijke contributies en een kleine variabiliteit.

Binnen het artikelonderdeel «Bevordering van veiligheid, stabiliteit en rechtsorde in internationaal verband» is het Stabiliteitsfonds voor 39% juridisch verplicht. Dit betreft voor de subsidies voornamelijk de toekenningen uit hoofde van het subsidiebeleidskader Mine Action en Cluster-munitie Programma III 2025–2030. Voor de bijdragen betreft het onder meer projectaanvragen die zijn ingediend vanuit de posten en directies bij het stabiliteitsfonds. Verdragscontributies aan de VN-crisisbeheersingsoperaties (vredesmissies) zijn volledig beleidsmatig gereserveerd.

Op het artikelonderdeel «Bevordering van transitie in prioritaire gebieden» zijn de voorziene uitgaven voor de programma's Matra en Shiraka voor 74% juridisch verplicht en zullen in de loop van het jaar verder worden ingevuld.

Binnen het artikelonderdeel «Oekraïne» is 23% van de accountability middelen juridisch verplicht. De resterende uitgaven binnen dit artikelonderdeel zijn beleidsmatig gereserveerd voor onder andere contributiekosten agressietribunaal.

4.3 Artikel 3: Effectieve Europese samenwerking

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 9 Budgettaire gevolgen van beleid art. 3 Effectieve Europese samenwerking(bedragen x € 1.000)
   

Ontwerpbegroting t (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting t (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Mutatie 2030

Mutatie 2031

Art.

Verplichtingen

14.818.259

0

14.818.259

387.075

15.205.334

1.383.396

1.290.042

1.335.155

1.470.300

19.895.112

                       
 

Uitgaven

15.053.809

0

15.053.809

585.046

15.638.855

1.383.393

1.290.039

1.335.152

1.470.297

19.936.295

                       

3.1

Afdrachten aan de Europese Unie

9.795.556

0

9.795.556

– 113.832

9.681.724

360.580

276.696

455.316

569.276

12.964.909

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

9.795.556

0

9.795.556

– 113.832

9.681.724

360.580

276.696

455.316

569.276

12.964.909

 

BNI-afdrachten

8.019.591

0

8.019.591

– 113.832

7.905.759

337.442

233.596

391.689

492.706

10.869.785

 

BTW-afdrachten

1.563.347

0

1.563.347

0

1.563.347

23.138

43.100

63.627

76.570

1.887.030

 

Plastic-grondslag

212.618

0

212.618

0

212.618

0

0

0

0

208.094

3.2

Europees Ontwikkelingsfonds

33.500

0

33.500

0

33.500

0

0

0

0

41.000

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

33.500

0

33.500

0

33.500

0

0

0

0

41.000

 

Europees Ontwikkelingsfonds

33.500

0

33.500

0

33.500

0

0

0

0

41.000

3.3

Een hechtere Europese waardengemeenschap

23.984

0

23.984

442

24.426

6.341

0

0

0

16.723

 

Opdrachten

0

0

0

442

442

6.341

0

0

0

0

 

Raad van Europa

0

0

0

442

442

6.341

0

0

0

0

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

23.984

0

23.984

0

23.984

0

0

0

0

16.723

 

Raad van Europa

16.723

0

16.723

0

16.723

0

0

0

0

16.723

 

Kapitaalaanvullingen bij regionale ontwikkelingsbank

7.261

0

7.261

0

7.261

0

0

0

0

0

3.4

Versterkte Nederlandse positie in de Unie

7.023

0

7.023

190

7.213

– 3

– 3

– 3

– 3

10.921

 

Subsidies (regelingen)

348

0

348

0

348

– 3

– 3

– 3

– 3

183

 

EIPA

348

0

348

0

348

– 3

– 3

– 3

– 3

183

 

Opdrachten

1.625

0

1.625

190

1.815

0

0

0

0

5.688

 

Europa College beurzenprogramma

190

0

190

190

380

0

0

0

0

0

 

EU-sanctiebeleid

1.435

0

1.435

0

1.435

0

0

0

0

5.688

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

5.050

0

5.050

0

5.050

0

0

0

0

5.050

 

Benelux bijdrage

5.050

0

5.050

0

5.050

0

0

0

0

5.050

3.5

Europese Vredesfaciliteit

239.210

0

239.210

197.781

436.991

0

0

0

0

48.742

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

239.210

0

239.210

197.781

436.991

0

0

0

0

48.742

 

Europese Vredesfaciliteit

239.210

0

239.210

197.781

436.991

0

0

0

0

48.742

3.6

Invoerrechten aan de Europese Unie

4.954.536

0

4.954.536

500.465

5.455.001

1.016.475

1.013.346

879.839

901.024

6.854.000

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

4.954.536

0

4.954.536

500.465

5.455.001

1.016.475

1.013.346

879.839

901.024

6.854.000

 

Invoerrechten

4.954.536

0

4.954.536

500.465

5.455.001

1.016.475

1.013.346

879.839

901.024

6.854.000

                       
 

Ontvangsten

4.162.431

0

4.162.431

125.116

4.287.547

254.119

253.337

219.960

225.256

1.713.750

Tabel 10 Uitsplitsing ontvangsten voor beleid art. 3 Effectieve Europese samenwerking (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
   

Ontwerpbegroting t (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting t (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Mutatie 2030

Mutatie 2031

Art.

Ontvangsten

4.162.431

0

4.162.431

125.116

4.287.547

254.119

253.337

219.960

225.256

1.713.750

                       

3.10

Diverse ontvangsten EU

1.238.635

0

1.238.635

125.116

1.363.751

254.119

253.337

219.960

225.256

1.713.500

 

Diverse ontvangsten EU

1.238.635

0

1.238.635

125.116

1.363.751

254.119

253.337

219.960

225.256

1.713.500

 

Invoerrechten

1.238.635

0

1.238.635

125.116

1.363.751

254.119

253.337

219.960

225.256

1.713.500

3.11

Europees herstelfonds

2.923.546

0

2.923.546

0

2.923.546

0

0

0

0

0

 

Europees herstelfonds

2.923.546

0

2.923.546

0

2.923.546

0

0

0

0

0

 

Europees herstelfonds

2.923.546

0

2.923.546

0

2.923.546

0

0

0

0

0

3.30

Restitutie Raad van Europa

250

0

250

0

250

0

0

0

0

250

 

Restitutie Raad van Europa

250

0

250

0

250

0

0

0

0

250

 

Restitutie Raad van Europa

250

0

250

0

250

0

0

0

0

250

Toelichting

Verplichtingen

De verplichtingen op artikel 3 muteren mee met de uitgaven zoals hieronder toegelicht.

Uitgaven

Artikelonderdeel 3.1

Bij de eerste suppletoire begroting is de raming van de Nederlandse afdrachten aan de EU in 2026 naar beneden bijgesteld. De raming van de Nederlandse afdrachten aan de EU is normaliter gebaseerd op het maximale meerjarig financieel kader (MFK)-betalingenplafond en de maximale inzet van de speciale instrumenten bij het MFK. Het betalingenniveau ligt in het akkoord voor de Europese jaarbegroting 2026 fors onder het betalingenplafond. Om een realistisch beeld te schetsen van de te verwachten Nederlandse EU-afdrachten wordt de raming voor 2026 gebaseerd op het betalingenniveau met een marge van 7 miljard euro. Dit leidt tot een neerwaartse bijstelling van de raming van EUR 135 miljoen.

De bijstelling wordt iets gedempt door de verwerking van de nacalculatie. Op 4 maart jl. is de Kamer geïnformeerd over de nacalculatie. Dit is een jaarlijkse technische exercitie waarbij met terugwerkende kracht wordt berekend wat de EU-afdrachten van lidstaten hadden moeten zijn op basis van hun realisaties en economische prestaties over 2024 en eerdere jaren. Voor Nederland betreft de nacalculatie een nabetaling van EUR 108 miljoen. Het grootste gedeelte betreft bni- en btw-afdracht (EUR 87 miljoen) en wordt verrekend in 2027. Het overige deel betreft de plastic-afdracht (EUR 21 miljoen) in 2026.

Daarnaast zijn de economische cijfers, die de Europese Commissie in het kader van de MFK-onderhandelingen over het Eigenmiddelenbesluit en heeft gepubliceerd, verwerkt in de Nederlandse ramingen van de afdrachten aan de EU-begroting. Dit leidt tot een opwaartse bijstelling van de raming van de Nederlandse EU-afdrachten in de jaren 2027–2031. Daardoor stijgen de afdrachten in 2027 met EUR 142 miljoen, in 2028 met EUR 312 miljoen, in 2029 met EUR 490 miljoen, in 2030 met EUR 603 miljoen en in 2031 met EUR 707 miljoen. Deze stijging wordt veroorzaakt doordat de Europese economie harder groeit dan eerder voorzien en het Nederlandse aandeel daarin toeneemt. De relatief grotere stijging vanaf 2028 heeft te maken met de ramingsmethodiek van het volgende MFK.

De Europese Commissie heeft vastgesteld dat niet alle betalingskredieten voor de Oekraïne-faciliteit in 2025 zijn benut. De onderputting wordt doorgeschoven naar 2027 en leidt in dat jaar tot een verhoging van de Nederlandse bni-afdracht van EUR 131 miljoen.

Tenslotte heeft er een update van de rentestanden plaatsgevonden voor de terugbetaling NGEU ten behoeve van de raming van het volgende MFK (vanaf 2028). Deze update is conform reguliere systematiek. Lagere rentestanden leiden tot een lagere raming van het volgend MFK en daarmee tot lagere afdrachten (ongeveer EUR 35 miljoen per jaar in 2028–2030 en EUR 23 miljoen in 2031).

Artikelonderdeel 3.3

Er wordt in 2026, 2027 en 2028 budget gereserveerd voor de organisatie van het Nederlandse voorzitterschap van het comité van Ministers van de Raad van Europa in 2027. Deze middelen zijn tevens bestemd voor het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het Ministerie van Justitie en Veiligheid.

Artikelonderdeel 3.5

Het uitgavenbudget van de Europese Vredesfaciliteit wordt met EUR 198 miljoen verhoogd. Zoals vermeld in de Decemberbrief 2025 betreft dit middelen voor Oekraïne die in 2025 niet konden worden uitgegeven door een politieke blokkade van Hongarije

Artikelonderdeel 3.6

Als gevolg van de bijstelling van de raming van de invoerrechten in het Centraal Economisch Plan (CEP) 2026 worden de invoerrechten naar boven bijgesteld. Daarnaast vervalt per 1 juli 2026 de vrijstelling van invoerrechten op lage waarde goederen (tot EUR 150) wat een verhogend effect heeft op de invoerrechten.

In 2026 is de actualisatie gelijk aan EUR 500 miljoen, in 2.027 EUR 1.016 miljoen, in 2.028 EUR 1.013 miljoen, in 2.029 EUR 880 miljoen, in 2.030 EUR 901 miljoen en in 2.031 EUR 1.143 miljoen. De mutatie in 2031 heeft te maken met de extrapolatie waarmee de geraamde invoerrechten voor 2031 in zijn geheel ook als mutatie worden weergegeven.

Ontvangsten

Artikelonderdeel 3.10

De perceptiekostenvergoeding is omhoog bijgesteld als gevolg van een bijstelling van de raming van de invoerrechten op basis van de CEP-cijfers 2026 (Centraal Economisch Plan – raming van het CPB). Daarnaast vervalt per 1 juli 2026 de vrijstelling van invoerrechten op lage waarde goederen (tot EU 150) wat een verhogend effect op de invoerrechten. Nederland mag 25% van de totale invoerrechten zelf houden, ter dekking van de gemaakte kosten voor de inning ervan. Deze korting geldt ook voor eventuele nabetalingen.

In 2026 is de actualisatie gelijk aan EUR 125 miljoen, in 2.027 EUR 254 miljoen, in 2.028 EUR 253 miljoen, in 2.029 EUR 220 miljoen, in 2.030 EUR 225 miljoen en in 2.031 EUR 286 miljoen. Deze mutatie wordt verwerkt ten gunste van het generale beeld.

Artikelonderdeel 3.11

Het financiële risico voor Nederland bij het Herstel- en Veerkrachtplan (HVP) bedraagt maximaal EUR 653 miljoen1 per niet behaalde mijlpaal of doelstelling. Het financieel risico betreft primair het niet tijdig behalen van de mijlpalen aangaande de Wet Regie op Volkshuisvesting, Wet Verduidelijking Beoordeling arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden en Wet basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen. Alle HVP-mijlpalen en doelstellingen moeten uiterlijk 31 augustus 2026 zijn gerealiseerd. Nederland kan in totaal nog aanspraak maken op ruim € 2,3 miljard. Als deze wetgeving niet tijdig wordt afgerond kan dit gevolgen hebben voor de uitkering van deze tranche HVP gelden.

Geldstromen richting de EU

Om een integraal beeld te geven van alle geldstromen richting de EU wordt met ingang van de Ontwerpbegroting 2024 in de BZ-begrotingsstukken een extracomptabele tabel opgenomen met een totaaloverzicht van:

  • Artikel 3.1: Nationale afdrachten aan de Europese Unie (bni, btw en plasticafdrachten);

  • Artikel 3.6: Traditionele eigen middelen (TEM; invoerrechten);

  • Artikel 3.10: Perceptiekostenvergoeding

  • Artikel 9 Begroting Financiën: Vertragingsrente betaald aan de Europese Commissie

Tabel 11 Extracomptabel overzicht van de mutaties nationale afdrachten, invoerrechten, ontvangsten EU en vertragingsrente

Begroting

Art.

Nederland

Stand ontwerp begroting 2026

Mutaties via NvW, moties, amende- menten en ISB 2026

Vastge- stelde begro-

ting 2026

Mutaties 1e suppletoire begroting 2026

Stand 1e suppletoire begroting 2026

Mutaties 1e suppletoire begroting 2027

Mutaties 1e suppletoire begroting 2028

Mutaties 1e suppletoire begroting 2029

Mutaties 1e suppletoire begroting 20230

Mutaties 1e suppletoire begroting 2031

V (BZ)

3.1

Nationale afdrachten

9.795.556

0

9.795.556

– 113.832

9.681.724

360.580

276.696

455.316

569.276

12.964.909

   

Bni-afdracht

8.019.591

0

8.019.591

– 113.832

7.905.759

337.442

233.596

391.689

492.706

10.869.785

   

Btw-afdracht

1.563.347

0

1.563.347

0

1.563.347

23.138

43.100

63.627

76.570

1.887.030

   

Plastic

212.618

0

212.618

0

212.618

0

0

0

0

208.094

V (BZ)

3.6

Invoerrechten

4.954.536

0

4.954.536

500.465

5.455.001

1.016.475

1.013.346

879.839

901.024

6.854.000

V (BZ)

3.10

Ontvangsten EU

1.238.635

0

1.238.635

125.116

1.363.751

254.119

253.337

219.960

225.256

1.713.500

   

Perceptie-kosten

vergoeding

1.238.635

0

1.238.635

125.116

1.363.751

254.119

253.337

219.960

225.256

1.713.500

   

Overige ontvangsten EU

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

IX (FIN)

9.44.2

Vertragings-rente

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Totaal

13.511.457

0

13.511.457

261.517

13.772.974

1.122.936

1.036.705

1.115.195

1.245.044

18.105.409

Budgetflexibiliteit

Tabel 12 Geschatte budgetflexibiliteit

juridisch verplicht

100%

bestuurlijk gebonden

0%

beleidsmatig gereserveerd

0%

nog niet ingevuld/vrij te besteden

0%

De uitgaven voor 2026 op artikel 3 Effectieve Europese samenwerking zijn voor 100% juridisch verplicht.

De uitgaven op dit artikel zijn (nagenoeg) volledig juridisch verplicht. De belangrijkste uitgaven betreffen de afdrachten en invoerrechten aan de EU, de Nederlandse bijdrage aan het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF), de Europese Vredesfaciliteit (EPF) en bijdragen aan de Benelux, de Raad van Europa en de Council of Europe Development Bank.

4.4 Artikel 4: Consulaire dienstverlening en uitdragen Nederlandse waarden

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 13 Budgettaire gevolgen van beleid art. 4 Consulaire dienstverlening en uitdragen Nederlandse waarden (bedragen x € 1.000)
   

Ontwerpbegroting t (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting t (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Mutatie 2030

Mutatie 2031

Art.

Verplichtingen

56.007

0

56.007

18.184

74.191

4.216

957

1.097

8.395

32.696

                       
 

Uitgaven

58.194

0

58.194

15.484

73.678

4.210

2.447

1.075

595

35.080

                       

4.1

Consulaire dienstverlening Nederlanders in het buitenland

9.905

0

9.905

6.070

15.975

3.178

– 22

– 22

– 22

8.901

 

Subsidies (regelingen)

1.560

0

1.560

0

1.560

– 22

– 22

– 22

– 22

1.538

 

Gedetineerdenbegeleiding

1.560

0

1.560

0

1.560

– 22

– 22

– 22

– 22

1.538

 

Inkomensoverdrachten

540

0

540

0

540

0

0

0

0

540

 

Gedetineerdenbegeleiding

540

0

540

0

540

0

0

0

0

540

 

Opdrachten

7.805

0

7.805

6.070

13.875

3.200

0

0

0

6.823

 

Consulaire bijstand

409

0

409

5.000

5.409

3.200

0

0

0

409

 

Reisdocumenten en verkiezingen

5.332

0

5.332

0

5.332

0

0

0

0

5.350

 

Consulaire opleidingen

400

0

400

0

400

0

0

0

0

400

 

Consulaire informatiesystemen

1.664

0

1.664

1.070

2.734

0

0

0

0

664

4.2

Samen met (keten)partners het personenverkeer reguleren

9.918

0

9.918

3.300

13.218

0

0

0

0

10.590

 

Opdrachten

8.218

0

8.218

3.300

11.518

0

0

0

0

8.890

 

Ambtsberichtenonderzoek

150

0

150

0

150

0

0

0

0

150

 

Visumverlening

2.858

0

2.858

0

2.858

0

0

0

0

2.858

 

Legalisatie en verificatie

80

0

80

0

80

0

0

0

0

80

 

Consulaire informatiesystemen

5.130

0

5.130

3.300

8.430

0

0

0

0

5.802

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

1.700

0

1.700

0

1.700

0

0

0

0

1.700

 

Bijdragen asiel en migratie

1.700

0

1.700

0

1.700

0

0

0

0

1.700

4.3

Grotere buitenlandse bekendheid met de Nederlandse cultuur

6.785

0

6.785

0

6.785

– 51

– 51

– 51

– 51

3.581

 

Subsidies (regelingen)

4.567

0

4.567

– 947

3.620

– 51

– 51

– 51

– 51

3.581

 

Internationaal cultuurbeleid

4.567

0

4.567

– 947

3.620

– 51

– 51

– 51

– 51

3.581

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

2.218

0

2.218

947

3.165

0

0

0

0

0

 

Internationaal cultuurbeleid

2.218

0

2.218

947

3.165

0

0

0

0

0

4.4

Uitdragen Nederlandse waarden en belangen

31.586

0

31.586

6.114

37.700

1.083

2.520

1.148

668

12.008

 

Subsidies (regelingen)

17.615

0

17.615

– 840

16.775

– 600

78

677

677

4.730

 

Instituut Clingendael

1.603

0

1.603

– 603

1.000

– 601

– 619

– 20

– 20

1.375

 

Programma Ondersteuning Buitenlands Beleid

2.970

0

2.970

0

2.970

– 23

– 23

– 23

– 23

1.567

 

Internationale manifestaties en diverse bijdragen

71

0

71

0

71

– 1

– 1

– 1

– 1

38

 

Publieksdiplomatie

2.477

0

2.477

– 237

2.240

26

722

722

722

1.696

 

Onderzoeksprogramma

100

0

100

0

100

– 1

– 1

– 1

– 1

54

 

Academische Leerstoel Anton de Kom

280

0

280

0

280

0

0

0

0

0

 

Opvolging excuses Slavernijverleden

10.114

0

10.114

0

10.114

0

0

0

0

0

 

Opdrachten

11.070

0

11.070

1.717

12.787

1.725

2.483

622

157

5.892

 

Adviesraad Internationale Vraagstukken

586

0

586

157

743

157

157

157

157

732

 

Instituut Clingendael

1.000

0

1.000

2.500

3.500

2.818

2.995

465

0

535

 

Bezoeken VIPS en uitgaven CD en Internationale organisaties

1.000

0

1.000

0

1.000

0

0

0

0

535

 

Algemene voorlichting

2.783

0

2.783

0

2.783

0

0

0

0

1.466

 

Koninklijk Huis – inkomende en uitgaande bezoeken, officiële ontvangsten

2.500

0

2.500

0

2.500

0

0

0

0

2.500

 

Onderzoeksprogramma

3.011

0

3.011

– 1.250

1.761

– 1.250

– 669

0

0

124

 

Kennisplatform Oost-Europa

190

0

190

310

500

0

0

0

0

0

 

Bijdrage aan agentschappen

1.400

0

1.400

0

1.400

– 2

– 5

– 15

– 30

370

 

Verkeersnotificaties

400

0

400

0

400

– 2

– 5

– 15

– 30

370

 

Opvolging excuses Slavernijverleden

1.000

0

1.000

0

1.000

0

0

0

0

0

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

1.501

0

1.501

237

1.738

– 40

– 36

– 136

– 136

1.016

 

Europese bewustwording

250

0

250

0

250

0

0

– 100

– 100

34

 

Publieksdiplomatie

1.251

0

1.251

237

1.488

– 40

– 36

– 36

– 36

982

 

Nog te verdelen

0

0

0

5.000

5.000

0

0

0

0

0

 

Nog te verdelen

0

0

0

5.000

5.000

0

0

0

0

0

                       
 

Ontvangsten

87.214

0

87.214

4.400

91.614

0

0

0

0

82.372

Tabel 14 Uitsplitsing ontvangsten voor beleid art. 4 Consulaire dienstverlening en uitdragen Nederlandse waarden (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
   

Ontwerpbegroting t (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting t (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Mutatie 2030

Mutatie 2031

Art.

Ontvangsten

87.214

0

87.214

4.400

91.614

0

0

0

0

82.372

                       

4.10

Consulaire dienstverlening Nederlanders in het buitenland

19.500

0

19.500

0

19.500

0

0

0

0

19.500

 

Consulaire dienstverlening Nederlanders in het buitenland

19.500

0

19.500

0

19.500

0

0

0

0

19.500

 

Consulaire dienstverlening Nederlanders in het buitenland

19.500

0

19.500

0

19.500

0

0

0

0

19.500

4.20

Consulaire dienstverlening aan vreemdelingen

67.514

0

67.514

4.400

71.914

0

0

0

0

62.672

 

Consulaire dienstverlening aan vreemdelingen

67.514

0

67.514

4.400

71.914

0

0

0

0

62.672

 

Consulaire dienstverlening aan vreemdelingen

67.514

0

67.514

4.400

71.914

0

0

0

0

62.672

4.41

Ontvangsten verkeersnotificaties

200

0

200

0

200

0

0

0

0

200

 

Ontvangsten verkeersnotificaties

200

0

200

0

200

0

0

0

0

200

 

Ontvangsten verkeersnotificaties

200

0

200

0

200

0

0

0

0

200

Toelichting

Verplichtingen

Er is een desaldering van ontvangen subsidies vanuit Europa, om een deel van de kosten voor de optimalisering van visumsystemen te dekken. Ook is er een verhoging van de verplichtingen omdat er in 20230 een aanbesteding worden gedaan op het beleidskader gedetineerdenbegeleiding.

Uitgaven

Als gevolg van de subsidietaakstelling uit het Coalitieakkoord (maatregel 63) zijn de subsidiebudgetten verlaagd naar rato van het subsidiebudget in de begroting 2026. Dit leidt tot een bezuiniging van ongeveer 1,5% op de subsidiebudgetten.

De Rijksbrede apparaatstaakstellingen uit het Coalitieakkoord (61. Efficiencytaakstelling en 62. Vernieuwing rijksdienst / slagvaardige overheid) zijn verdeeld over de apparaatsartikelen en de uitgaven aan uitvoering. Dat betekent dat de bijdragen aan RVO meelopen in de grondslag. Deze bijdragen zijn naar rato van het budget verlaagd.

Artikelonderdeel 4.1 en 4.2

De grootste mutaties op artikel 4.1 en 4.2 betreffen de inkomsten van EUR 4,4 miljoen subsidie BMVI-middelen uit Brussel in 2026. Deze subsidie zal worden ingezet om een deel van de kosten voor de doorontwikkeling van de visumsystemen te dekken. Er wordt in 2.026 EUR 1,1 miljoen toegekend voor consulaire informatiesystemen NL in buitenland op artikel 4.1 en EUR 3,3 miljoen voor consulaire informatiesystemen vreemdelingenbeleid op artikel 4.2.

Vanuit de HGIS wordt in 2.026 EUR 5,0 miljoen non-ODA budget vrijgemaakt ten behoeve van crisisbeheersing. Dit is zichtbaar onder de regel van consulaire bijstand. In 2027 wordt er EUR 3,2 miljoen beschikbaar gesteld. Dit gaat met name om kosten voor consulaire dienstverlening zoals bv. evacuaties van Nederlanders in het buitenland in nood. Dit is prioritair gezien de recente geopolitieke ontwikkelingen.

Artikelonderdeel 4.4

De aanpassing van het budget binnen artikel 4.4 is het gevolg van een verschuiving van het uitgavenbudget van Clingendael onderzoeksprogramma en onderzoeksprogramma van het instrument Subsidies (regelingen) naar het financieel instrument Opdrachten voor Clingendael.

Ontvangsten

De ontvangsten op dit artikelonderdeel worden in 2026 met EUR 4,4 miljoen verhoogd vanwege ontvangen BMVI-subsidie uit de EU (het instrument voor grensbeheer en visa). Deze ontvangsten worden gedesaldeerd met artikelonderdelen 4.1 en 4.2 (Consulaire informatiesystemen).

Budgetflexibiliteit

Tabel 14 Geschatte budgetflexibiliteit

juridisch verplicht

55%

bestuurlijk gebonden

0%

beleidsmatig gereserveerd

45%

nog niet ingevuld/vrij te besteden

0%

De uitgaven voor 2026 op artikel 4 Consulaire dienstverlening en uitdragen Nederlandse waarden zijn voor 55% juridisch verplicht.

Binnen het artikelonderdeel «Consulaire dienstverlening Nederlanders in het buitenland» is 93% juridisch verplicht. De subsidies voor gedetineerdenbegeleiding, de opdracht voor reisdocumenten en verkiezingen, en de opdracht voor consulaire informatiesystemen zijn volledig juridisch verplicht. De inkoop van de te verstrekken reisdocumenten en de geplande uitgaven voor het samen met (keten-)partners reguleren van het personenverkeer zijn voor 90% juridisch verplicht en worden aan de hand van de afgifte van paspoorten en visa bepaald. Hiervoor worden gedurende het begrotingsjaar verplichtingen aangegaan.

Voor het artikelonderdeel van internationaal cultuurbeleid zijn de uitgaven voor de specifieke landenprogramma’s en de cultuurmanifestaties voor 9% juridisch verplicht en de rest beleidsmatig gereserveerd in het kader van het 2025–2028 beleidskader.

Binnen het artikelonderdeel «Uitdragen Nederlandse waarden en belangen» is 38% juridisch verplicht. De budgetten voor onderzoek uitgevoerd door Clingendael zijn voor 80% juridisch verplicht en verder volledig beleidsmatig gereserveerd. De budgetten voor publieksdiplomatie (59% juridisch verplicht) worden ingezet voor activiteiten op het gebied van de positionering van Nederland in het buitenland, landenprogramma’s ter ondersteuning van de beleidsdoelstellingen, bezoeken van beïnvloeders en journalisten en uitgaven voor programma’s met in Nederland gevestigde partners zoals internationale organisaties.

De uitgaven voor de academische leerstoelgroep Anton de Kom zijn volledig juridisch verplicht. De uitgaven voor opvolging excuses Slavernijverleden zijn volledig beleidsmatig gereserveerd. De uitgaven voor Programma Ondersteuning Buitenlands Beleid zijn voor 25% juridisch verplicht en voor 75% beleidsmatig gereserveerd en richten zich op lange-termijn beleidsdoelstellingen en activiteiten gerelateerd aan actuele ontwikkelingen, met als doel om bepaalde landenrelaties te intensiveren in het kader van verstrekt engagement. De budgetten voor de onderzoeksprogramma's zijn bijna volledig juridisch vastgelegd. Verplichtingen betreffen subsidies voor Progress en opdrachten voor het China Kennisnetwerk en het Oost-Europa/Rusland Kennisplatform. Ook de verkeersnotificaties zijn 100% juridisch verplicht. De uitgaven ten behoeve van het gastlandschap van Nederland, waaronder die van het Koninklijk Huis, VIP bezoeken en het corps diplomatique zijn deels juridisch verplicht en deels beleidsmatig gereserveerd. Die laatste categorie uitgaven wordt in de loop van 2026 ingevuld.

5 Niet-beleidsartikelen

5.1 Artikel 5: Geheim

Tabel 16 Budgettaire gevolgen van niet-beleid artikel 5 (bedragen x € 1.000)
 

Ontwerpbegroting t (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting t (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie t+1

Mutatie t+2

Mutatie t+3

Mutatie t+4

Mutatie t+5

Verplichtingen

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Uitgaven

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Programma-uitgaven

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Financieel instrument yyy

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Toelichting

5.2 Artikel 6: HGIS onverdeeld

Tabel 17 Budgettaire gevolgen van niet-beleid artikel 6 Nog onverdeeld (bedragen x € 1.000)
   

Ontwerpbegroting t (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting t (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Mutatie 2030

Mutatie 2031

Art.

Verplichtingen

9.326

0

9.326

– 6.999

2.327

– 76.118

– 59.047

– 96.306

– 132.489

2.431

                       
 

Uitgaven

9.326

0

9.326

– 6.999

2.327

– 76.118

– 59.047

– 96.306

– 132.489

2.431

                       

6.1

Nog onverdeeld (HGIS)

9.326

0

9.326

– 6.999

2.327

– 76.118

– 59.047

– 96.306

– 132.489

2.431

 

Nog onverdeeld (HGIS)

9.326

0

9.326

– 6.999

2.327

– 76.118

– 59.047

– 96.306

– 132.489

2.431

 

Nog onverdeeld (HGIS)

9.326

0

9.326

– 6.999

2.327

– 76.118

– 59.047

– 96.306

– 132.489

2.431

                       
 

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Toelichting

Op dit artikel worden uitgaven verantwoord die samenhangen met de HGIS-indexering en HGIS-besluitvorming bij Voorjaarsnota. Op basis van de prijsontwikkeling van het Bruto Binnenlands Product (BBP) wordt het HGIS non-ODA budget geïndexeerd. De indexatie wordt verwerkt op dit artikel. Het geraamde budget op dit artikel is met name bedoeld voor het uitkeren van loon- en prijsbijstelling binnen de HGIS en voor incidentele initiatieven of tegenvallers. De indexatiesystematiek van de HGIS non-ODA budgetten is met ingang van 2026 in lijn gebracht met de Rijksbrede LPO-systematiek.

De stand op artikel 6.1 wordt verlaagd als gevolg van de HGIS-voorjaarsbesluitvorming. Een meer uitgebreide toelichting is opgenomen in paragraaf 2 van dit stuk, in de verticale toelichting van de Voorjaarsnota 2026 en op de respectievelijke departementale begrotingen.

  • Op diverse HGIS-budgetten op departementale begrotingen wordt budget toegekend voor de loon- en prijsbijstelling;

  • In 2029 is Nederland voorzitter van de Raad van de Europese Unie (EU). De HGIS stelt in 2.026 EUR 909.000 beschikbaar voor de voorbereiding.

  • In 2027 is Nederland voorzitter van de Raad van Europa (RVE). Het voorzitterschap is een Rijksbrede verplichting. De invulling van het voorzitterschap wordt ook interdepartementaal afgestemd. Vanuit de HGIS wordt er EUR 1,2 miljoen in 2026, EUR 7,7 miljoen in 2027 en EUR 620.000 in 2028 beschikbaar gesteld.

  • Er wordt EUR 6 miljoen in 2026 en 2027 beschikbaar gemaakt ten behoeve van Rijksbrede juridische proceskosten.

  • Er wordt in 2.026 EUR 5 miljoen non-ODA budget vrijgemaakt ten behoeve van crisisbeheersing. In 2027 wordt er EUR 3,2 miljoen beschikbaar gesteld. Dit gaat met name om kosten voor consulaire dienstverlening zoals bv. evacuaties van Nederlanders in het buitenland in nood. Dit is prioritair gezien de recente geopolitieke ontwikkelingen.

  • Er wordt in 2026 en 2.027 EUR 6,3 miljoen beschikbaar gesteld aan JenV voor stijgende kosten met betrekking tot de gastlandverplichting voor Europol.

  • In 2026 wordt er EUR 7 miljoen toegevoegd aan het Stabiliteitsfonds voor een bijdrage aan de Lebanese Armed Forces.

5.3 Artikel 7: Apparaat

Tabel 18 Apparaatsuitgaven Kerndepartement Budgettaire gevolgen (bedragen x € 1.000)
   

Ontwerpbegroting t (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting t (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Mutatie 2030

Mutatie 2031

Art.

Verplichtingen

1.058.888

0

1.058.888

60.095

1.118.983

– 1.274

– 32.038

– 44.597

– 45.763

918.274

                       
 

Uitgaven

1.058.888

0

1.058.888

60.095

1.118.983

– 1.274

– 32.038

– 44.597

– 45.763

918.274

                       

7.1

Apparaat

1.058.888

0

1.058.888

60.095

1.118.983

– 1.274

– 32.038

– 44.597

– 45.763

918.274

 

Personele uitgaven

733.480

0

733.480

38.263

771.743

15.184

– 3.292

– 15.711

– 23.343

672.691

 

Eigen personeel

590.799

0

590.799

25.567

616.366

7.107

– 1.894

– 11.276

– 17.269

530.465

 

Inhuur externen

59.184

0

59.184

4.546

63.730

1.628

– 17

– 1.564

– 3.105

56.895

 

Overige personele uitgaven

83.497

0

83.497

8.150

91.647

6.449

– 1.381

– 2.871

– 2.969

85.331

 

Materiële uitgaven

325.408

0

325.408

21.832

347.240

– 16.458

– 28.746

– 28.886

– 22.420

245.583

 

ICT

79.135

0

79.135

– 10.833

68.302

– 15.490

– 16.022

– 16.336

– 16.040

56.293

 

Bijdrage aan SSO's

63.961

0

63.961

14.282

78.243

3.581

0

0

0

63.961

 

Overige materiële uitgaven

182.312

0

182.312

18.383

200.695

– 4.549

– 12.724

– 12.550

– 6.380

125.329

                       
 

Ontvangsten

481.071

0

481.071

– 241.000

240.071

18.600

19.000

19.000

19.000

28.571

Toelichting

Verplichtingen

De geraamde verplichtingen zijn gelijk aan de geraamde uitgaven voor apparaat.

Uitgaven

De uitgaven op artikel 7 Apparaat stijgen in 2026 en nemen vervolgens meerjarig af. De belangrijkste mutaties zijn hieronder toegelicht.

Loon- en prijsbijstelling (LPB)

De apparaatskosten stijgen in 2026 met EUR 35,7 miljoen als gevolg van de toekenning van de loon- en prijsbijstelling (LPB) vanuit de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS). Deze LPB wordt onderverdeeld in EUR 15 miljoen voor personele uitgaven en EUR 20,7 miljoen voor materiële uitgaven.

Huisvesting

Op basis van een Meerjarenprogrammering (MJP) Vastgoed brengt BZ de huisvestingsportefeuille op orde. Onderdeel van de MJP is het afstoten van een aantal objecten. Voor de ontvangsten uit de verkoop van deze objecten geldt een middelenafspraak. Deze houdt in dat de betreffende ontvangsten mogen worden ingezet voor de investeringen in vastgoed ten behoeve van een aantal specifieke vastgoedprojecten. Door de neerwaartse bijstelling van de ontvangsten van een grote verkoop te desalderen neemt het huisvestingsbudget meerjarig af. De afname bedraagt EUR 25,4 miljoen in 2026, EUR 35 miljoen in de jaren 2027 t/m 2030 en EUR 30 miljoen in 2030. Verder vindt vanaf artikel 6.1 HGIS onverdeeld een overheveling plaats naar artikel 7 Apparaat van EUR 10,6 miljoen in 2027 en 3,81 miljoen in 2030. Dit wordt toegevoegd aan het huisvestingsbudget opgenomen onder Overige materiële uitgaven. In de ontwerpbegroting 2027 van BZ wordt een CW 3.1 kader meegestuurd over de wijzigingen in de huisvestingsportefeuille.

De apparaatstaakstellingen uit kabinet-Schoof zijn verder beleidsinhoudelijk uitgewerkt en worden bij deze begroting op de desbetreffende instrumenten verwerkt. In afwachting van deze invulling was de taakstelling grotendeels geboekt onder Overige materiële uitgaven. De apparaatstaakstelling wordt met name verwerkt op Eigen personeel, Overige personele uitgaven en ICT. Hierdoor vindt er een meerjarige verschuiving plaats van deze instrumenten naar Overige materiële uitgaven. Voor 2026 bedraagt de overheveling naar Overige materiële uitgaven EUR 9,0 miljoen en dit loopt op naar structureel EUR 34,7 miljoen in 2030.

De apparaatstaakstellingen uit het Coalitieakkoord betreffen de efficiencytaakstelling (CA 61) en de taakstelling Vernieuwing Rijksdienst (CA 62). Deze rijksbrede taakstellingen zijn naar rato verdeeld over de apparaatsuitgaven van departementen, inclusief uitvoeringsorganisaties. Voor het apparaat van BZ zijn het postennet, de toerekenbare NAVO-uitgaven en de consulaire ontvangsten uitgezonderd. In afwachting van de inhoudelijke invulling van de taakstellingen zijn deze naar rato verdeeld over het personeel deel en het materieel deel van het apparaat van BZ.

Juridische Proceskosten

Overige personele uitgaven stijgen met EUR 6 miljoen voor juridische kosten voor rijksbrede internationale procedures, waaronder investeringsarbitrages.

Voorzitterschap EU en RvE

Er wordt in 2026, 2027 en 2028 budget gereserveerd voor de personele uitgaven voor de organisatie van het Nederlandse voorzitterschap van het comité van Ministers van de Raad van Europa in 2027.

Er is tevens gereserveerd in 2026 voor de personele uitgaven die nodig zijn om het Nederlandse voorzitterschap van de Europese Unie in 2029 voor te bereiden.

Ontvangsten

Door een actualisatie van de raming van de verkoopopbrengsten worden de ontvangsten in 2026 met EUR 241 miljoen verlaagd. Daar staat tegenover dat voor 2.027 EUR 18,6 miljoen en voor de periode 2028 tot en met 2.030 EUR 19 miljoen aan extra verkoopopbrengsten worden verwacht. Conform de middelenafspraak worden de ontvangsten bijgesteld en in een realistisch ritme geplaatst.