Voorgesteld 31 maart 2026
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de gronden voor het detineren van kinderen met deze implementatiewet worden uitgebreid;
constaterende dat de detentie van kinderen schadelijk en traumatiserend is en bovendien in strijd is met het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind;
overwegende dat onvoldoende is gekeken naar mogelijke alternatieve maatregelen voor detentie van kinderen;
verzoekt de regering voorafgaand aan de inwerkingtreding een kinderrechtentoets uit te voeren over deze wet,
en gaat over tot de orde van de dag.
Westerveld
Ceder
Dassen