Voorgesteld tijdens het wetgevingsoverleg van 23 maart 2026
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat bij de implementatie van Europese regelgeving soms sprake is van aanvullende nationale regels, boven op al bestaande Europese regels, ook wel aangeduid als «nationale koppen»;
overwegende dat het voor de voorspelbaarheid en controle op wet- en regelgeving door de Kamer belangrijk is dat duidelijk wordt wanneer en waarom er wordt gekozen voor een nationale kop en wanneer deze «onnodig» is;
overwegende dat het uiteindelijk aan de Kamer zelf is om voor of tegen nationale koppen te stemmen;
verzoekt de regering om een heldere en voor eenieder begrijpelijke definitie en een afwegingskader te formuleren voor hoe zij Europese regelgeving implementeren, en die binnen twee weken naar de Kamer toe te sturen,
en gaat over tot de orde van de dag.
Ceder
Van der Plas