Kamerstuk 36871-37

Motie van het lid Van der Plas over een plan van aanpak voor het geval dat andere lidstaten het pact niet naleven

Dossier: Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en enkele andere wetten in verband met de uitvoering en implementatie van het EU-Asiel- en migratiepact 2026 (Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026)


58,0 %
42,0 %

50PLUS

PVV

FVD

Groep Markuszower

BBB

CU

DENK

SP

PvdD

Volt

CDA

JA21

VVD

SGP

GroenLinks-PvdA

D66


Nr. 37 MOTIE VAN HET LID VAN DER PLAS

Voorgesteld tijdens het wetgevingsoverleg van 23 maart 2026

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het EU-Asiel- en Migratiepact alleen kan functioneren als alle lidstaten hun verplichtingen daadwerkelijk nakomen;

constaterende dat eerdere Europese afspraken, zoals de Dublinverordening, structureel zijn ondermijnd doordat lidstaten hun verplichtingen niet naleefden, terwijl Nederland zich wel aan de regels hield en daardoor onevenredig werd belast;

overwegende dat ook onder het huidige pact afdwinging en sancties ontbreken wanneer lidstaten hun verantwoordelijkheden niet nakomen;

overwegende dat het onaanvaardbaar is dat Nederland opnieuw de gevolgen draagt van het falen van andere lidstaten;

verzoekt de regering te komen met een plan van aanpak voor het geval andere lidstaten het pact niet of niet volledig naleven, en indien structurele niet-naleving aanhoudt en Nederland daardoor onevenredig wordt belast, niet langer onvoorwaardelijk uitvoering te geven aan het pact,

en gaat over tot de orde van de dag.

Van der Plas