20,0 %
80,0 %

50PLUS

SP

PVV

Volt

JA21

D66

DENK

VVD

GroenLinks-PvdA

Groep Markuszower

BBB

CDA

FVD

CU

PvdD

SGP


Nr. 27 AMENDEMENT VAN DE LEDEN WESTERVELD EN DASSEN

Ontvangen 20 maart 2026

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

I

Artikel I, onderdeel D, vervalt.

II

Artikel I, onderdeel H, wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel 2 vervalt.

2. In onderdeel 4 wordt in het voorgestelde onderdeel g na «20» ingevoegd «, 33».

III

Artikel I, onderdeel J, vervalt.

IV

Artikel I, onderdeel L, vervalt.

V

Artikel I, onderdeel AC, vervalt.

VI

In artikel I, onderdeel AD, wordt in het voorgestelde artikel 36, eerste lid, na «28» ingevoegd «of een verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 33,».

VII

Artikel I, onderdeel AE, onderdeel 2, vervalt.

VIII

Artikel I, onderdeel AG, vervalt.

IX

In artikel I, onderdeel AH, wordt in het voorgestelde artikel 41, eerste lid, na «29a,» ingevoegd «dan wel de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, bedoeld in artikel 33,».

X

In artikel I, onderdeel AL, onderdeel 4, vervalt «vierde en» en wordt «vervallen» vervangen door «vervalt».

XI

Artikel I, onderdeel AN, wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel 1 vervalt.

2. Onderdeel 2 vervalt.

XII

In artikel I, onderdeel AP, wordt na «28» ingevoegd «of van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 33, mits hij voordien in het bezit was van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28,».

XIII

Artikel I, onderdeel BF, onderdeel 1, vervalt.

XIV

Artikel I, onderdeel BG, vervalt.

XV

Artikel I, onderdeel BJ, vervalt.

XVI

Artikel I, onderdeel BP, vervalt.

XVII

Artikel I, onderdeel BZ, vervalt.

XVIII

Artikel IX, tweede lid, vervalt.

XIX

Artikel X, onderdelen 1 tot en met 4, 6 tot en met 9 en 11 tot en met 15 vervallen.

Toelichting

Met dit amendement wordt de asielvergunning onbepaalde tijd gehandhaafd. De Afdeling advisering van de Raad van State beargumenteert in haar advies dat de Kwalificatieverordening niet verbiedt dat een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd wordt verleend. Hoewel de internationale beschermingsstatus kan aflopen, kan het recht om in een land te verblijven, blijven bestaan.

De indieners stellen ook dat de terugkerende herbeoordeling van de asielstatus kan leiden tot onnodige spanning en onzekerheid bij statushouders en hun integratie in de Nederlandse maatschappij – die op grond van het Vluchtelingenverdrag (artikel 34) moet worden bevorderd – bemoeilijken. Het is bijvoorbeeld niet bevorderlijk voor het vinden van werk om geen status voor onbepaalde tijd te hebben. Bovendien constateren de indieners dat de status van een vluchteling in principe niet aan regelmatige herziening onderhevig mag zijn, daar dit het gevoel van veiligheid, die internationale bescherming juist moet bieden, ondermijnt. Zo stelt het UNHCR handboek dat de vluchtelingenstatus niet continu in twijfel mag worden getrokken, omdat vluchtelingen recht hebben op rechtszekerheid.

Het afschaffen van de asielvergunning onbepaalde tijd, zoals het onderhavig wetsvoorstel regelt, zal in de praktijk leiden tot nog meer druk bij de al overbelaste IND en de rechtspraak. Asielgerechtigden zullen vaker dan nu het geval is moeten verzoeken om verlenging van hun asielstatus. Dit zorgt voor een enorme stijging in het aantal procedures bij de IND. Daarmee stijgen ook de werklast en kosten van de IND, waardoor de achterstanden nog meer zullen oplopen.

Aanvullend constateren de indieners dat in de Rijkswet op het Nederlanderschap is bepaald (in artikel 8 lid 1 onder b) dat naturalisatie alleen mogelijk is voor degene «tegen wiens verblijf voor onbepaalde tijd geen bedenkingen bestaan». Asielstatushouders kunnen op dit moment naturaliseren als zij in het bezit zijn van een vergunning onbepaalde tijd asiel. De vergunning bepaalde tijd asiel wordt gezien als een vergunning met een «tijdelijk doel». Met het vervallen van de vergunning onbepaalde tijd asiel is daarmee naturalisatie voor asielstatushouders niet meer mogelijk terwijl in het Vluchtelingenverdrag (artikel 34) en het Europees Nationaliteitsverdrag (artikel 6 lid 4) staat dat de mogelijkheid van naturalisatie voor vluchtelingen moet worden vergemakkelijkt.

Westerveld Dassen