Kamerstuk 36871-20

Amendement van de leden Ceder en Westerveld over overgangsrecht voor aanvragen van gezinshereniging die zijn ingediend voor 12 juni 2026

Dossier: Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en enkele andere wetten in verband met de uitvoering en implementatie van het EU-Asiel- en migratiepact 2026 (Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026)

Gepubliceerd: 20 maart 2026
Indiener(s): Don Ceder (CU), Lisa Westerveld (GL)
Onderwerpen: migratie en integratie organisatie en beleid
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36871-20.html
ID: 36871-20

22,0 %
78,0 %

CU

PvdD

FVD

SP

SGP

DENK

GroenLinks-PvdA

Groep Markuszower

PVV

Volt

D66

50PLUS

CDA

BBB

VVD

JA21


Nr. 20 AMENDEMENT VAN DE LEDEN CEDER EN WESTERVELD

Ontvangen 20 maart 2026

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

Na artikel IX, zesde lid, wordt een lid ingevoegd, luidende:

  • 6a. Op aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, door een gezinslid als bedoeld in artikel 29, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000, ingediend voor 12 juni 2026, blijft het recht van toepassing zoals dat gold voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I van deze wet.

Toelichting

Indiener beoogt met dit amendement in overgangsrecht te voorzien voor aanvragen ten aanzien van gezinshereniging die zijn ingediend voor 12 juni 2026.

Het voorliggende wetsvoorstel voorziet niet in een overgangsregeling. De keuze voor onmiddellijke werking betekent dat de vraag of het nieuwe recht van toepassing zal zijn, afhankelijk wordt van het moment waarop de IND op een aanvraag beslist. Dat kan willekeurig uitwerken, met grote gevolgen voor individuele aanvragen, zeker gelet op grote zaakvoorraden bij de IND in nareiszaken.

Vreemdelingen die een aanvraag hebben gedaan voor nareis hebben dat gedaan op basis van de bestaande regels, terwijl deze nog niet behandelde aanvraag straks op basis van de nieuwe regels wordt beoordeeld en wellicht wordt afgewezen. Het kan voorkomen dat een vreemdeling die tegelijk een nareisaanvraag heeft gedaan maar al sneller, voor de invoering van het voorliggende wetsvoorstel, is beoordeeld, wél een toewijzing krijgt. Dit staat op gespannen voet met de rechtsbeginselen van rechtszekerheid en gelijke behandeling. Daarom stelt indiener voor om de aanvragen die gaan over nareis te laten vallen onder een overgangsregeling.

Ceder Westerveld