Ontvangen 20 maart 2026
De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:
In artikel I, onderdeel U, wordt het voorgestelde artikel 29d als volgt gewijzigd:
1. Aan het eerste lid wordt toegevoegd «en is nagereisd binnen drie maanden nadat aan die vreemdeling de verblijfsvergunning asiel, bedoeld in artikel 28, is verleend. Artikel 29c, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.»
2. Het tweede en derde lid vervallen.
Het wetsvoorstel maakt een onderscheid tussen vluchtelingen en subsidiair beschermden, waar het Asiel- en migratiepact volgens de regering ook toe verplicht. De regering kiest ervoor om aan de twee statussen verschillende voorwaarden voor nareis van gezinsleden te verbinden, zoals ook in de Wet invoering Tweestatusstelsel (Kamerstuk 36 703) is gedaan. Namelijk een wachttijd van twee jaar, een inkomen en een geschikt huis voor subsidiair beschermden. De regering geeft zelf aan (in de nota naar aanleiding van het verslag) dat het beperken van gezinshereniging voor subsidiair beschermden niet onmiddellijk voortvloeit uit het Pact. Indieners vinden het onverantwoord om van subsidiair beschermden meer voorwaarden voor gezinshereniging te vragen dan van vluchtelingen. In de praktijk zal naar verwachting namelijk blijken dat het onderscheid tussen een vluchteling en een subsidiair beschermde moeilijk te maken is, dat vreemdelingen door zullen procederen om de status van vluchteling te krijgen en gezinsleden van subsidiair beschermden lopen niet per se minder risico in het land van herkomst dan gezinsleden van vluchtelingen. Indieners vinden het onverteerbaar als de wet erop inzet om ouders lange tijd van hun kinderen te scheiden. Een gezin hoort bij elkaar te zijn. Daarom worden met dit amendement de aanvullende voorwaarden die gesteld worden aan subsidiair beschermden geschrapt en gelden voor subsidiair beschermden dezelfde voorwaarden als voor vluchtelingen, zoals geformuleerd in artikel 29c.
Ceder Westerveld