Voorgesteld 5 februari 2026
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de gemiddelde asielinstroom in de eerste vier weken van 2026 800 bedraagt;
constaterende dat een groot deel van deze instroom gezinsmigranten betreft;
constaterende dat Nederland dit niet aankan, gezien de capaciteitsproblemen in het onderwijs, de huisvesting, de gezondheidszorg en de verzorgingsstaat;
constaterende dat Oostenrijk in juli 2025 binnen het Europees recht en geldende internationale verdragen succesvol een tijdelijke stop op gezinshereniging heeft ingevoerd;
verzoekt de regering om in navolging van Oostenrijk met een onmiddellijke stop op gezinshereniging van asielzoekers te komen,
en gaat over tot de orde van de dag.
Heutink
Lammers