Ontvangen 1 juni 2026
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
I
In artikel I, onderdeel B, wordt in het voorgestelde artikel 4a, vijfde lid, tweede volzin, na «indien» ingevoegd «na overleg met de vertrouwensinspecteur, bedoeld in artikel 6 van de Wet op het onderwijstoezicht, het deze voorkomt dat».
II
In artikel II, onderdeel B, wordt in het voorgestelde artikel 6, vijfde lid, tweede volzin, na «indien» ingevoegd «na overleg met de vertrouwensinspecteur, bedoeld in artikel 6 van de Wet op het onderwijstoezicht, het deze voorkomt dat».
III
In artikel III, onderdeel B, wordt in het voorgestelde artikel 4a, vijfde lid, tweede volzin, na «indien» ingevoegd «na overleg met de vertrouwensinspecteur, bedoeld in artikel 6 van de Wet op het onderwijstoezicht, het deze voorkomt dat».
IV
In artikel IV, onderdeel E, wordt in het voorgestelde artikel 3.39, vijfde lid, tweede volzin, na «indien» ingevoegd «na overleg met de vertrouwensinspecteur, bedoeld in artikel 6 van de Wet op het onderwijstoezicht, het deze voorkomt dat».
V
In artikel VI, onderdeel A, wordt in het voorgestelde artikel 1.3.8, vijfde lid, tweede volzin, na «indien» ingevoegd «na overleg met de vertrouwensinspecteur, bedoeld in artikel 6 van de Wet op het onderwijstoezicht, het deze voorkomt dat».
VI
In artikel VII, onderdeel A, wordt in het voorgestelde artikel 1.3.5, vijfde lid, tweede volzin, na «indien» ingevoegd «na overleg met de vertrouwensinspecteur, bedoeld in artikel 6 van de Wet op het onderwijstoezicht, het deze voorkomt dat».
VII
In artikel VIII, onderdeel A, wordt in het voorgestelde artikel 1.20, vijfde lid, tweede volzin, na «indien» ingevoegd «na overleg met de vertrouwensinspecteur, bedoeld in artikel 6 van de Wet op het onderwijstoezicht, het deze voorkomt dat».
Dit amendement regelt dat, voordat het bevoegd gezag besluit om ouders niet te informeren bij een aangifte omdat het belang van het kind zich daar ernstig tegen zou verzetten, met de vertrouwensinspecteur moet worden overlegd. Dit advies moet door het bevoegd gezag worden opgevolgd.
Indiener begrijpt dat er specifieke gevallen kunnen zijn, wanneer het in kennis stellen van de ouders zou leiden tot een onveilige situatie thuis. Indiener meent echter wel dat dit oordeel niet zonder meer aan het bevoegd gezag is, maar acht het wenselijk dat het bevoegd gezag, mocht het overwegen de ouders niet te informeren, hierover eerst met de vertrouwensinspecteur overlegt, waarna het bevoegd gezag het advies van de vertrouwensinspecteur opvolgt.
Ceder