Kamerstuk 36692-18

Motie van het lid Ergin over inzichtelijk maken in hoeverre onderwijshuisvestingsmiddelen daadwerkelijk worden ingezet voor de verbetering van schoolgebouwen

Dossier: Wijziging van diverse onderwijswetten voor een meer planmatige en doelmatige aanpak van de onderwijshuisvesting in het primair en het voortgezet onderwijs (Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting)

Gepubliceerd: 1 april 2026
Indiener(s): Doğukan Ergin (DENK)
Onderwerpen: onderwijs en wetenschap organisatie en beleid
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36692-18.html
ID: 36692-18

43,3 %
56,7 %

Volt

BBB

SP

FVD

GroenLinks-PvdA

CDA

PvdD

JA21

SGP

50PLUS

DENK

PVV

VVD

Groep Markuszower

D66

CU


Nr. 18 MOTIE VAN HET LID ERGIN

Voorgesteld 1 april 2026

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor de onderwijshuisvesting en hiervoor middelen ontvangen via het gemeentefonds;

constaterende dat deze middelen niet geoormerkt zijn, waardoor gemeenten beleidsvrijheid hebben in de besteding;

overwegende dat hierdoor onduidelijk is in hoeverre beschikbare middelen daadwerkelijk worden ingezet voor de verbetering van schoolgebouwen, waardoor ongelijkheid tussen gemeenten kan ontstaan;

verzoekt de regering om inzichtelijk te maken:

  • welke middelen gemeenten ontvangen voor onderwijshuisvesting via het gemeentefonds;

  • in hoeverre deze middelen daadwerkelijk worden besteed aan onderwijshuisvesting;

  • welke verschillen er bestaan tussen gemeenten in investeringen en kwaliteit van schoolgebouwen;

verzoekt de regering voorts om dit inzicht voor de volgende begroting van het gemeentefonds aan de Kamer te doen toekomen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Ergin