Voorgesteld 28 mei 2026
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederland een interpretatieve verklaring heeft afgelegd waarin het het begrip «Nederlanderschap» in de zin van artikel 4 van het verdrag uitlegt;
constaterende dat Nederland hier onderscheid maakt in twee categorieën: personen die de Nederlandse nationaliteit bezitten en vreemdelingen die in de Nederlandse samenleving zijn geïntegreerd;
overwegende dat vreemdelingen voor het begrip «Nederlanderschap» gelijk worden gesteld met personen die de Nederlandse nationaliteit bezitten en dit absoluut ontoelaatbaar is;
verzoekt de regering de interpretatieve verklaring aan te passen zodat vreemdelingen niet langer gelijk worden gesteld met personen die de Nederlandse nationaliteit bezitten,
en gaat over tot de orde van de dag.
Faber