Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 19 juni 2026
Aan de Raad voor Strafrechttoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) is advies gevraagd over hoe de huidige strafrechtelijke aanpak van schoolverzuim bij minderjarigen zich verhoudt tot de uitgangspunten van het VN-Kinderrechtenverdrag. Daarnaast is gevraagd naar alternatieven voor de strafrechtelijke aanpak en wat ervoor nodig is dit goed in te richten.
Hierbij bied ik uw Kamer het advies van de RSJ aan. In dit advies stelt de RSJ dat de discussie over de aanpak van schoolverzuim moet gaan over de vraag: «wat hebben jeugdigen nodig om zich optimaal te kunnen ontwikkelen? De huidige nadruk op de handhaving van de leerplicht zorgt ervoor dat niet buiten de systematiek van de leerplicht en strafrechtelijke vervolging gedacht wordt door partijen in het werkveld.
De RSJ adviseert om te stoppen met de strafrechtelijke vervolging van jeugdigen voor schoolverzuim. Gelet op de aard en complexiteit van de onderliggende problematiek bij schoolverzuim vindt de RSJ aandacht voor zorg en passend onderwijs gepaster dan een strafrechtelijke benadering. Op basis van de bevindingen doet de RSJ een aantal aanbevelingen die uiteindelijk die tot verbetering van de aanpak moeten leiden.
Het advies is onderdeel van de brede verkenning naar de Leerplichtwet, schoolverzuim en strafrecht, waarover ik Uw Kamer eerder informeerde.1
De eindrapportage over deze verkenning wordt de komende tijd opgesteld.
In het najaar zal een gezamenlijke brief van OCW en JenV naar de TK verstuurd worden met het rapport en scenario’s. De beleidsreactie op het RSJ advies zal daarin worden opgenomen.
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, K.T. van Bruggen