Voorgesteld 7 april 2026
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat langdurige vrijstellingen van de leerplicht op lichamelijke of psychische gronden ertoe kunnen leiden dat leerlingen structureel buiten het onderwijs komen te staan;
overwegende dat het uitgangspunt van de Leerplichtwet is dat iedere leerling onderwijs volgt en dat vrijstellingen tijdelijk en uitzonderlijk behoren te zijn;
overwegende dat langdurige afwezigheid zonder perspectief op terugkeer de ontwikkeling van leerlingen schaadt;
verzoekt de regering om in wet- en regelgeving te verduidelijken dat vrijstellingen op lichamelijke of psychische gronden steeds tijdelijk van aard zijn, periodiek worden herbeoordeeld op basis van onafhankelijk medisch en onderwijskundig advies, en dat bij een nieuwe vrijstellingsaanvraag telkens opnieuw wordt beoordeeld of onderwijs voor de leerling mogelijk is, met inachtneming dat erkend chronisch zieke kinderen buiten deze scoop vallen.
en gaat over tot de orde van de dag.
Claassen