Voorgesteld 26 maart 2026
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat bij invoering van de Wet passend onderwijs 151 samenwerkingsverbanden zijn opgericht die de wettelijke taak kregen om te zorgen dat alle leerlingen een passende onderwijsplek hebben met ondersteuning waar nodig;
constaterende dat ruim tien jaar na invoering van passend onderwijs de doelen verder uit zicht raken, met grote verschillen per regio en per samenwerkingsverband;
constaterende dat sommige samenwerkingsverbanden een onverminderd hoge financiële reserve hebben, ondanks pogingen vanuit Kamer en kabinet om dit geld te herverdelen en te besteden aan de ondersteuning van leerlingen;
verzoekt de regering om in de route naar inclusief onderwijs specifiek de rol en functie van samenwerkingsverbanden tegen het licht te houden en daarbij specifiek de beleidsadviezen uit het rapport Over de lijnen mee te nemen, en de Kamer voor de OCW-begroting voor 2027 te informeren over de concrete plannen,
en gaat over tot de orde van de dag.
Westerveld
Ceder