Gepubliceerd: 19 september 2023
Indiener(s): Mariƫlle Paul (VVD)
Onderwerpen: begroting financiƫn
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36410-VIII-2.html
ID: 36410-VIII-2

Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING

Vergaderjaar 2023–2024

GERAAMDE UITGAVEN EN ONTVANGSTEN

Figuur 1 Geraamde uitgaven verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 miljoen). Totaal € 55.466,7

Figuur 2 Geraamde ontvangsten verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 miljoen). Totaal € 2.038,0

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld.

Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaten voor het aangegeven jaar vast te stellen.

Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenoemde begrotingstoelichting).

Wetsartikel 2

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de baten en de lasten, het saldo van de baten en de lasten en de kapitaaluitgaven en -ontvangsten van de in de staat opgenomen baten-lastenagentschappen voor het onderhavige jaar vastgesteld. De in die begrotingen opgenomen begrotingsartikelen worden toegelicht in onderdeel B (Begrotingstoelichting) van deze memorie van toelichting en wel in de paragraaf inzake de agentschappen.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,RobbertDijkgraaf

De Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs,MariëllePaul

B. ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN

1. Leeswijzer

De departementale begroting 2024 bestaat uit de volgende onderdelen:

  • beleidsagenda;

  • beleidsartikelen;

  • niet-beleidsartikelen;

  • agentschappen die een baten-lasten stelsel voeren;

  • verdiepingshoofdstuk;

  • bijlagen.

De Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs is verantwoordelijk voor artikel 1 (primair onderwijs), artikel 3 (voortgezet onderwijs), artikel 9 (arbeidsmarkt- en personeelsbeleid) en Leven Lang Ontwikkelen. De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is verantwoordelijk voor de overige artikelen. De verdeling van de beleidsterreinen tussen de Ministers en de Staatssecretaris is vastgelegd in de portefeuilleverdeling van Kabinet Rutte IV.

Groeiparagraaf

Ten opzichte van de begroting 2023 zijn, conform de Rijksbegrotingsvoorschriften, de modellen van de Strategische Evaluatie Agenda in lijn gebracht met de nieuwe Regeling Periodieke Evaluatie (RPE).

In juni 2011 is de motie Schouw ingediend en aangenomen. Deze motie zorgt ervoor dat de landenspecifieke aanbevelingen van de Europese Raad op grond van de nationale hervormingsprogramma's een eigenstandige plaats krijgen in de departementale begrotingen. De Europese Commissie heeft voor 2023 en 2024 aanbevelingen gedaan omtrent de aanpak van structurele tekorten aan arbeidskrachten en vaardigheden en het verbeteren van de bij- en omscholing (aanbeveling 3). In de beleidsagenda wordt ingegaan op de uitwerking van deze aanbeveling.

In 2015 zijn door de Verenigde Naties de Sustainable Development Goals (SDG’s) vastgesteld als de nieuwe mondiale duurzame ontwikkelingsagenda voor 2030 (THE 17 GOALS | Sustainable Development (un.org)). Ook Nederland heeft zich gecommitteerd om deze doelen in 2030 te behalen. Het Ministerie van OCW is verantwoordelijk voor de nationale uitvoering van:

Informatie in de begroting en andere relevante publicaties

De begroting is een compact document en toegespitst op de financiële informatie. Door ook in te gaan op de niet-financiële informatie, kan meer inzicht worden geven in de impact van het beleid en de publieke middelen die daarvoor worden ingezet.

De Strategische Evaluatie Agenda (SEA) en de bijlage met het evaluatie-onderzoek, biedt een overzicht van de onderzoeken die we laten doen om beleid te volgen en de impact en effecten in kaart te brengen. Daarnaast wordt meer uitgebreide informatie over de voortgang van beleid op de website www.ocwincijfers.nl gepubliceerd. Daarbij gaat het om de kwantitatieve en kwalitatieve resultaten van monitoring en evaluatie van beleid. In de begroting en het jaarverslag worden de belangrijkste uitkomsten weergegeven over de beleidsprioriteiten die in de beleidsagenda zijn opgenomen.

In deze begroting is de nieuwe aanpak voor het rapporteren over de voortgang van beleid voort het eerst zichtbaar. De afgelopen periode zijn per beleidsterrein gestelde doelen uitgewerkt. Daar waar mogelijk zijn beleidsindicatoren aan die doelen gerelateerd om de effectiviteit van het beleid te kunnen beoordelen in de komende jaren.

De tekst van de beleidsagenda bevat verwijzingen naar de relevante indicatoren. Het volledige overzicht van beleidsindicatoren is te vinden op website van OCW in cijfers. De website is daarmee instrument voor monitoring en evaluatie van beleid.

Figuur 3 geeft grafisch een totaalbeeld van welke informatie en verantwoording van het OCW-beleid gedurende een begrotingscyclus aan de Tweede Kamer wordt gestuurd.

Figuur 3

Hieronder volgt een nadere toelichting bij het schema.

Op Prinsjesdag ontvangt de Tweede Kamer de begroting van het Ministerie van OCW. Op de website www.ocwincijfers.nl bij het onderdeel ‘begroten en verantwoorden’ worden onder andere de beleidsdoelen uit de beleidsagenda gevolgd. Ook wordt de internationale positie van het Nederlandse wetenschapsstelsel gevolgd en zijn de belangrijkste onderzoeksresultaten van «Education at a Glance» opgenomen, de jaarlijkse publicatie van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). Daarnaast geeft deze website inzicht in de prestaties van het onderwijs. Voor cultuur & media, wetenschap en emancipatie wordt met een beknopte set indicatoren een beeld van de kwaliteit en prestaties gegeven.

Samen met de cultuursector verzamelt de Boekmanstichting via de Cultuurmonitor data en analyses over cultuur in Nederland, rapporteert ze over langlopende trends en agendeert ze op actuele ontwikkelingen. De Rijksdienst voor het Cultureel erfgoed (RCE) maakt de Erfgoedmonitor. Relevant voor het mediabeleid is onder meer de Mediamonitor van het Commissariaat voor de Media.

De Inspectie van het Onderwijs heeft een belangrijke rol in het onderwijsstelsel als toezichthouder, maar ook als leverancier van beleidsinformatie. Jaarlijks verschijnt de Staat van het onderwijs (Kamerstukken II 2022/23, 36200 VIII, nr. 221), waarin beschreven wordt wat goed gaat en wat er beter kan in het onderwijs. Over de financiële positie van publiek bekostigde onderwijsinstelling verschijnt jaarlijks een brief (Kamerstukken II 2022/23, 33495, nr. 123).

Gedurende het jaar wordt de Tweede Kamer geïnformeerd over de begrotingsuitvoering door middel van de 1e suppletoire begroting (Voorjaarsnota) en de 2e suppletoire begroting (Najaarsnota). Periodieke rapportages hebben de doorlichtingen vervangen. Een periodieke rapportage is niet per se gebonden aan een begrotingsartikel maar kijkt naar een samenhangend beleidsthema. De periodieke rapportage is onderdeel van de Strategische Evaluatie Agenda.

De derde woensdag in mei is Verantwoordingsdag. De Tweede Kamer ontvangt dan het jaarverslag van het Ministerie van OCW, en de laatste stand van zaken van de voortgang op de begrotingsdoelen en ambities wordt gepresenteerd op de website van OCW in cijfers. Ook wordt het Onderwijsverslag aan de Tweede Kamer toegestuurd.

Onderdelen begroting

Beleidsagenda

In de beleidsagenda wordt per beleidsprioriteit geschetst welke stappen het Ministerie van OCW wil zetten. Verder bevat de beleidsagenda de openbaarheidsparagraaf. Vervolgens wordt een overzichtstabel getoond waarin de belangrijkste budgettaire veranderingen op de OCW-begroting worden weergegeven, de tabellen met intensiveringen en ombuigingen, een tabel met de Strategische Evaluatie Agenda (SEA) en een overzicht van de risicoregelingen. Tenslotte bevat de beleidsagenda een overzicht van de coronamaatregelen.

Beleidsartikelen

De beleidsartikelen bestaan uit de volgende onderdelen:

  • algemene doelstelling met een toelichting daarop;

  • rol en verantwoordelijkheid van de Minister;

  • tabel met kengetallen die informatie over de sector bevatten;

  • beleidswijzigingen. Hierin wordt weergegeven welke belangrijke beleidswijzigingen zich komend jaar zullen voordoen. Ook wordt, indien van toepassing, ingegaan op beleidswijzigingen als gevolg van beleidsdoorlichtingen, voor zover de doorlichtingen zijn afgerond;

  • tabel budgettaire gevolgen van beleid. Deze tabel bevat een vaste indeling in financiële instrumenten volgens de Rijksbegrotingsvoorschriften. Onder de tabel budgettaire gevolgen van beleid wordt een uitsplitsing van de verplichtingen en de budgetflexibiliteit van het begrotingsjaar in percentages weergegeven;

  • toelichting op de instrumenten en budgetflexibiliteit.

Niet-beleidsartikelen

Er zijn twee zogenaamde niet-beleidsartikelen:

  • op Artikel 91 (nog onverdeeld) wordt een overzicht gegeven van de verdelingen van tijdelijk geparkeerde middelen, zoals de loon- en prijsbijstelling;

  • op Artikel 95 (apparaat kerndepartement) zijn de apparaatsuitgaven van het kerndepartement, de apparaatskosten van de inspecties en adviesraden, baten-lastenagentschappen en de ZBO’s opgenomen.

Agentschappen die een baten-lasten stelsel voeren

Dit onderdeel bevat de cijfermatige overzichten van de baten-lastenagentschappen Dienst Uitvoering Onderwijs en het Nationaal Archief.

Verdiepingshoofdstuk (zie bijlagen)

In dit onderdeel worden per beleidsartikel de mutaties getoond tussen de stand ontwerpbegroting 2023 en de ontwerpbegroting 2024. De ondergrens voor het toelichten van mutaties wordt bepaald op basis van een voorgeschreven staffel. Een aantal mutaties is centraal toegelicht (nota's van wijziging, incidentele suppletoire begrotingen, leerlingen en studentenramingen en studiefinanciering, loonbijstelling, prijsbijstelling en intensiveringen uit het Regeerakkoord).

Omvang begrotingsartikel (stand ontwerpbegroting) in € miljoen

Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen)

Technische mutaties (ondergrens in € miljoen)

< 50

1

2

=> 50 en < 200

2

4

=> 200 < 1000

5

10

=> 1000

10

20

Bijlagen

De volgende bijlagen zijn in de begroting opgenomen:

  • overzicht Rechtspersonen met een Wettelijke taak en Zelfstandige Bestuursorganen;

  • verdiepingshoofdstuk;

  • overzicht moties en toezeggingen;

  • subsidieoverzicht: hier wordt een overzicht weergegeven van alle subsidieregelingen van het ministerie;

  • uitwerking Strategische Evaluatie Agenda;

  • rijksuitgaven Caribisch Nederland;

  • specifieke uitkeringen;

  • Nationaal Groeifonds.

2. Beleidsagenda

2.1 Beleidsprioriteiten

Inleiding

De komende periode richt het Ministerie van OCW zich op een sterke basis en hoge kwaliteit in onderwijs, wetenschap, cultuur en media. We zorgen dat de basisvaardigheden van leerlingen en studenten op orde zijn en hebben extra aandacht voor groepen die meer tijd en inspanning nodig hebben. We bezinnen ons op de wijze waarop we sturen op onderwijskwaliteit, de randvoorwaarden die we stellen voor goed onderwijs en de wettelijke eisen aan scholen. Daarnaast bieden we rust en ruimte voor studenten, docenten en onderzoekers en zetten wij ons in voor het verkrijgen van nieuwe vormen van erkennen en waarderen van wetenschappers en het vergroten van de maatschappelijke impact van kennis uit onderzoek. Ook versterken we de Europese samenwerking op onderzoek en innovatie en stimuleren we de ontwikkeling van onderzoeksinfrastructuren. Het beleidsmatige uitgangspunt voor deze begroting is de Voorjaarsnotabesluitvorming 2023 en de 1e Suppletoire Begroting 2023. Daarnaast is er bij het opstellen van de begroting nog geen rekening gehouden met de controversieel verklaringen naar aanleiding van de val van het kabinet.

Om de tekorten in het onderwijs terug te dringen, verlagen we de werkdruk, ondersteunen we leraren zodat zij zich continu kunnen professionaliseren en verbeteren we het carrièreperspectief.

We streven naar gelijke kansen, zodat iedereen in Nederland een goed bestaan heeft en de kans krijgt om zich een leven lang optimaal te ontwikkelen. We nemen maatregelen om de startpositie van jonge kinderen te verbeteren en stimuleren scholen, gemeenten en organisaties om buiten de reguliere onderwijstijd activiteiten aan te bieden, waardoor kinderen en jongeren zich verder kunnen ontwikkelen en hun talenten kunnen ontplooien. We versterken de doorstroom van het voortgezet onderwijs naar vervolgopleidingen en binnen de waaier aan opleidingsmogelijkheden. Daarnaast maken we van de maatschappelijke diensttijd een landelijk dekkend netwerk dat alle jongeren de kans biedt om een traject te volgen dat aansluit bij hun interesses, behoeften en levensfase.

Een gezonde arbeidsmarkt is essentieel voor Nederland. Daarom stellen wij mensen in staat om een kansrijk opleidingsprogramma te volgen en zetten we stappen voor de culturele en creatieve sector naar betere arbeidsvoorwaarden en een eerlijke beloning. Dit willen we bereiken door onder andere toe te werken naar fair pay en collectieve afspraken tussen werknemers en werkgevers. We werken aan middelbaar beroepsonderwijs, hoger onderwijs en wetenschap dat ook in de toekomst aansluit op de vraag van de student, de arbeidsmarkt en de samenleving. Om discriminatie en ongelijkheid te bestrijden, creëren we een gelijk speelveld tussen mannen en vrouwen en stimuleren we genderdiversiteit in (de top van) de private en (semi)publieke sector.

Sociale veiligheid en gelijke behandeling moet op iedere school en instelling worden gewaarborgd. Eenieder moet veilig, vrij en gelijkwaardig onderwijs genieten en zichzelf kunnen zijn. Extra aandacht is er voor gelijke behandeling van vrouwen en lhbtiq+-personen en we zetten actief in op het tegengaan van seksueel grensoverschrijdend gedrag. In het hoger onderwijs, onderzoek en de wetenschap geven we ruimte aan divers talent, onder andere via de uitvoering van het nationaal actieplan voor meer diversiteit en inclusie.

Binnen de culturele en creatieve sector blijven we inzetten op herstel, vernieuwing en groei. We verhogen de toegankelijkheid van cultuur en nemen drempels weg, om diversiteit en inclusie te bevorderen. Een onderdeel hiervan is de investering in bibliotheken, want de bibliotheek levert een belangrijke bijdrage aan sociale cohesie en kansengelijkheid. Lezen is bovendien een basisvaardigheid en geeft toegang tot de samenleving. Daarnaast houden we monumenten in stand en hebben hierbij bijzondere aandacht voor het Caribisch deel van het Koninkrijk.

We werken aan de versterking van het lokale en landelijke medialandschap. We richten ons op het vergroten van de onafhankelijkheid van lokale omroepen, de toekomstbestendigheid van het publieke bestel en het versterken van de positie van journalisten.

Ook binnen de Europese Unie (EU) en internationaal, zowel bilateraal als in de multilaterale gremia, zetten we in op onze beleidsprioriteiten. We hebben een proactieve inzet in de EU, mede in het licht van de nieuwe wetgevende periode na de Europese verkiezingen halverwege 2024. Onder andere de EU-programma’s Horizon Europe, Erasmus+ en Creative Europe spelen een belangrijke rol voor de OCW-beleidsterreinen. Daarnaast benutten we onze slagkracht in andere multilaterale fora als United Nations Educational, Scientific and Cultural Organisation (UNESCO), Raad van Europa, G20 en Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) om internationaal beleid mede vorm te geven op voor het Ministerie van OCW belangrijke thema’s. Onze Europese en multilaterale samenwerking krijgt ook vorm door inspiratie te ontlenen door bilaterale uitwisseling met andere lidstaten. Internationaal werken we nauw samen met prioriteitslanden. Onze detachering op verschillende diplomatieke posten, waaronder de Onderwijs- en Wetenschapsattachés, spelen hierin een belangrijke rol. Daarnaast hebben we nauwe samenwerking met de landen uit het Koninkrijk der Nederlanden. Internationale samenwerking draagt bij aan het versterken van de positionering en zichtbaarheid van Nederland en het Nederlandse veld, maar ook aan het waarborgen van de waarden waar Nederland voor staat.

Nieuwkomersonderwijs

Het nieuwkomersonderwijs staat voor grote uitdagingen. Sinds het uitbreken van de oorlog in Oekraïne zijn er naar schatting ruim 18.000 Oekraïense leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs ingeschreven. Daarnaast is de instroom van asielzoekers in Nederland het afgelopen jaar toegenomen en is de prognose dat dit de komende jaren blijft groeien. Scholen en gemeenten werken er hard aan om iedere leerling zo snel mogelijk op te vangen. Kinderen in de asielopvang moeten regelmatig verhuizen van opvanglocatie en iedere verhuizing betekent een nieuwe start op een school. Bovendien werkt het lerarentekort ook door in het nieuwkomersonderwijs. 

De uitdagingen voor nieuwkomersonderwijs zijn verbonden aan wereldwijde ontwikkelingen die zorgen voor de instroom van leerlingen die nieuw zijn in Nederland. In 2022 zijn er wettelijk tijdelijke onderwijsvoorzieningen voor Oekraïense leerlingen mogelijk gemaakt. De Tweede Kamer heeft op 4 juli 2023 bovendien een wetsvoorstel aangenomen om ook voor andere groepen nieuwkomers tijdelijke nieuwkomersvoorzieningen mogelijk te maken, de Wet tijdelijke nieuwkomersvoorzieningen in het onderwijs. Naar verwachting behandelt de Eerste Kamer dit wetsvoorstel op 26 september. Het Ministerie van OCW ondersteunt scholen en gemeenten lokaal door de inzet van regiocoördinatoren. Daarnaast wordt een verkenning van het nieuwkomersonderwijs voorbereid om het nieuwkomersonderwijs te bestendigen op toekomstige leerlingstromen.

Schade- en eerherstel Groningen

Er wordt een sociale agenda opgesteld die gericht is op het herstel van de sociale gevolgen van de gaswinning, het versterken van de leefbaarheid en het vergroten van kansengelijkheid. Een kwartiermaker, die wordt aangesteld door het Ministerie van EZK, gaat deze agenda vormgeven met een brede coalitie. Voor de uitvoering is eenmalig € 500 miljoen en daarnaast jaarlijks € 100 miljoen voor 30 jaar beschikbaar gesteld. De sociale agenda richt zich op een aantal speerpunten, zoals het verbeteren van de mentale gezondheid, het vergroten van de leefbaarheid en sociale cohesie en het bieden van kansen voor kinderen en de volgende generatie. Vanuit het Ministerie van OCW dragen we aan deze punten bij op het vlak van laagdrempelige toegang tot cultuur en bibliotheken, cultuurparticipatie en cultuureducatie.

We stellen voor de jaren 2023–2025 jaarlijks € 3,5 miljoen beschikbaar voor de subsidieregelingen Regulier Onderhoud Rijksmonumenten Groningen en Groot onderhoud en restauratie rijksmonumenten Groningen in het kader van het Erfgoedprogramma van de Nationaal Coördinator Groningen. De regelingen ondersteunen eigenaren bij het behouden van het erfgoed in het aardbevingsgebied van Groningen. Ook werken we aan het uitwerken van het Masterplan Campussen, waarvoor het Ministerie van OCW € 50 miljoen beschikbaar heeft gesteld. Dit is een samenwerking tussen Rijk en regio, waarbij we inzetten op een versteviging van de kennisstructuur binnen en tussen het middelbaar beroeps-, hoger beroepsonderwijs en het wetenschappelijk onderwijs.

Programma Klimaat & Energie

Nationaal staan we voor een grote verduurzamingsopgave. Binnen het Ministerie van OCW zijn we aan het kijken wat er moet gebeuren op onze beleidsterreinen. Afgelopen jaar is daarom het programma Klimaat & Energie van start gegaan. Dit programma moet de aanpak tegen klimaatverandering versterken en is aan de slag met een OCW-agenda Klimaat & Energie. Per thema zal deze agenda een helder overzicht bieden van de ambities, doelen en acties voor de komende jaren. Ook de OCW-sectoren zijn immers cruciaal om de veranderingen in het klimaat tegen te gaan en op te vangen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan onderzoek naar klimaat, verduurzaming van scholen en monumenten, opleiden van vakmensen, bevordering van kennis over klimaat – ook in relatie tot sociale inclusie - en de belangrijke rol van cultuur in grote maatschappelijke transities. Klimaatrechtvaardigheid en emancipatie (vanuit intersectioneel perspectief) raakt aan de verdelingsvraag over de maatschappelijke gevolgen door klimaatverandering en (voorbereidingen op) klimaatadaptatie. In het najaar van 2023 wordt de Tweede Kamer verder geïnformeerd over het programma Klimaat & Energie van het Ministerie van OCW.

OCW en de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG’s)

Nederland heeft zich in 2015 gecommitteerd aan het behalen van de Duurzame Ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties (SDG’s) in Nederland. De inzet van het Ministerie van OCW draagt hieraan bij, niet alleen via het Programma Klimaat & Energie, maar ook op de sociale en culturele dimensies van duurzaamheid. Het Ministerie van OCW richt zich daarbij specifiek op het behalen van SDG4 (kwaliteitsonderwijs en een leven lang ontwikkelen voor iedereen) en SDG5 (gendergelijkheid). Daarnaast heeft het beleid impact op het behalen van een groot aantal SDG-subdoelen op de beleidsterreinen van onder andere wetenschap, onderzoek, innovatie, cultuur, creativiteit, erfgoed, persvrijheid, veiligheid van journalisten en toegang tot informatie.

Brede welvaart

Naar aanleiding van de motie Hammelburg c.s. (Kamerstukken 2021/22, 35925, nr. 88) zijn er, in samenwerking met het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), departementale factsheets ontwikkeld waarin brede welvaart gekoppeld is aan departementale begrotingen. De factsheet laat een breed spectrum van OCW-beleidsterreinen zien in de vorm van indicatoren die een relatie hebben met (het streven naar) brede welvaart. Hieruit blijkt dat de beleidsterreinen van het Ministerie van OCW cruciaal zijn voor het tot stand brengen van een duurzame wereld volgens het brede, integrale begrip van duurzaamheid zoals dat in de SDG's wordt gehanteerd. Zo speelt bijvoorbeeld kwalitatief goed onderwijs en een leven lang ontwikkelen voor iedereen een sleutelrol in het realiseren van brede welvaart en het behalen van de SDG's.

Uit de factsheet blijkt over het algemeen dat Nederland bij relatief veel indicatoren progressie heeft gemaakt. Zo zien we bijvoorbeeld dat het percentage van de bevolking (tussen 16-74 jaar) dat onderwijs volgde (‘leven lang ontwikkelen’) is toegenomen met 4,3 procentpunt (18,8% in 2020 en 23,1% in 2021). Binnen de EU-27 is Nederland hiermee gestegen van de 4e naar de 3e plek. Daarnaast blijkt op het gebied van emancipatie dat het percentage vrouwen van 15-74 jaar dat een hoger onderwijs diploma heeft behaald is toegenomen met 2,8 procentpunt (34,3% in 2020 en 37,1% in 2022).

OCW Open

OCW Open werkt in 2024 verder aan verbetering van de uitvoering, transparantie over de totstandkoming van beleid en regelgeving, en reflectie op de gevolgen van beleid en regelgeving voor de mensen en organisaties. Daarnaast werkt OCW Open aan verbetering van ambtelijk vakmanschap. Om transparanter te kunnen werken, zetten wij in op goede informatiehuishouding en -voorziening. In het kader van de opdracht Werk aan Uitvoering (WaU) richten wij ons op het verbeteren van de overheidsdienstverlening aan mensen. Dat doen we door meer maatwerk voor mensen te bieden, te focussen op digitalisering en goed te letten op de uitvoerbaarheid van wet- en regelgeving. WaU besteedt ook aandacht aan de samenwerking en besturing tussen en binnen overheidsorganisaties. De komende tijd gaan negentien uitvoeringsorganisaties aan de slag om de dienstverlening, ICT en statuur van de uitvoering te verbeteren en beter aan te laten sluiten bij de verwachtingen en behoeften van mensen.

Uitwerking

In het vervolg van deze beleidsagenda worden aan de hand van de belangrijke thema’s de plannen van het Ministerie van OCW en de beoogde resultaten voor 2024 en verder uitgewerkt. De beleidsindicatoren zijn waar mogelijk verwerkt in de tekst. Deze thema’s corresponderen met die van de Strategische Evaluatie Agenda (SEA) van het Ministerie van OCW.

1. Een sterke basis en hoge kwaliteit

In 2024 zullen we blijven werken aan het verder op orde brengen van de basis. Daarom wordt geïnvesteerd in de kwaliteit van het onderwijs en onderzoek. We willen dat de prestaties in het primair, voortgezet, middelbaar beroeps- en hoger onderwijs over de gehele linie omhoog gaan, met als resultaat dat iedere leerling en student datgene leert wat hij of zij nodig heeft om zich staande te houden in de maatschappij, het vervolgonderwijs, in het kader van leven lang ontwikkelen en op de arbeidsmarkt. Ook zetten wij ons in voor meer erkenning en waardering voor wetenschappers en het vergroten van de maatschappelijke impact van kennis uit onderzoek.

Onderwijskwaliteit primair en voortgezet onderwijs

Een sterke basis en hoge kwaliteit van onderwijs is van groot belang voor de ontwikkeling van leerlingen. Internationale onderzoeken, nationale peilingen, rapporten van de Inspectie van het Onderwijs (Onderwijsinspectie) en niet in de laatste plaats signalen vanuit het onderwijsveld zelf, onderstrepen de noodzaak van het verbeteren hiervan. Er wordt structureel geïnvesteerd in het vergroten van de onderwijskwaliteit om de daling van de vaardigheden op het gebied van taal en rekenen tegen te gaan.

Naast financiële investeringen, bezinnen we ons op de wijze waarop we sturen op onderwijskwaliteit. Het onderwijsveld is de afgelopen jaren te veel op zichzelf aangewezen geweest – en het maatschappelijke belang van onderwijs is te groot om dat zo te laten voortbestaan. De overheid moet meer betrokken zijn dan tot nu toe: niet om taken over te nemen, maar om te ondersteunen en te helpen. Zoals in de kabinetsreactie op het interdepartementale beleidsonderzoek «Koersen op kwaliteit en kansengelijkheid» (Kamerstukken 2022/23, 31293, nr. 669) is toegelicht, vallen onder het sturingsmodel drie grote samenhangende sturingsvraagstukken: lumpsumbekostiging, zeggenschap en arbeidsvoorwaardenvorming. Op deze sturingsvraagstukken is langjarig duidelijkheid essentieel. We werken daarom aan een herijking op deze sturingsvraagstukken waarbij we in gesprek gaan met iedereen in en rond het funderend onderwijs. Dit doen we nadrukkelijk met de leerling en de klas voor ogen en stellen de vraag wat voor hen het beste werkt. We staan voor grote opgaven, die elke dag die duizenden klaslokalen binnenkomen. We willen ook in de toekomst alles op alles zetten voor het best mogelijke onderwijs.

In het kader van een sterke basis en hoge kwaliteit neemt het kabinet maatregelen, waarvan een aantal valt onder het Masterplan Basisvaardigheden. We zorgen dat de randvoorwaarden voor goed onderwijs op orde zijn: het is duidelijk wat we van het onderwijs verwachten door een glashelder curriculum vast te stellen; leraren hebben tijd, geld en toegang tot kennis om zich continu te professionaliseren; leermiddelen zijn kwalitatief goed en waar mogelijk wetenschappelijk onderbouwd; er is voor alle scholen hulp en expertise beschikbaar op allerhande gebieden. Ook herzien we de wettelijke eisen aan scholen, zodat over vijf jaar de belangrijkste wettelijke eisen aan onderwijskwaliteit met behulp van leraren, het onderwijsveld en de Onderwijsinspectie duidelijker zijn geformuleerd (Kamerstukken 2022/23, 31293, nr. 652). Vanaf komend schooljaar werkt de Onderwijsinspectie al met aangescherpte onderzoekskaders, zodat duidelijk is wat we van scholen verwachten op het terrein van basisvaardigheden. We bouwen het zicht op onderwijskwaliteit op leerling-, school- en stelselniveau verder uit door goed gebruik te maken van bestaande monitoringsinstrumenten (zoals de doorstroomtoets en leerlingvolgsystemen in het primair onderwijs) en waar nodig instrumentarium uit te breiden (zoals leerlingvolgsystemen in de onderbouw van het voortgezet onderwijs).

In 2022 is gestart met de subsidieregeling basisvaardigheden voor scholen om zo snel mogelijk de onderwijskwaliteit te verbeteren. Deze subsidieregeling bouwen we stapsgewijs om naar structurele bekostiging vanaf 2026 voor de scholen die de grootste uitdagingen hebben op het gebied van de basisvaardigheden. We sturen op goed gebruik van bewezen effectieve methoden door scholen. Scholen kunnen ook een beroep doen op de basisteams, met hulp van onderwijscoördinatoren van het Ministerie van OCW. Het team van onderwijscoördinatoren heeft brede kennis van en ruime ervaring met onderwijsondersteuning, het onderwijsveld en ondersteuning op de basisvaardigheden. Tot slot is in het Onderwijsakkoord «Samen voor het beste onderwijs» (Kamerstukken 2022/23, 31293, nr. 615) afgesproken om extra te investeren in de ontwikkeling van leraren en schoolleiders. De focus ligt daarbij in eerste instantie op de kwaliteit van het onderwijs in de basisvaardigheden en curriculumbekwaamheid. In het wetsvoorstel strategisch personeelsbeleid is opgenomen dat het strategisch personeelsbeleid moet zijn afgestemd op interne en externe ontwikkelingen, zoals het niveau van de basisvaardigheden.

Met het programma Ontwikkelkracht dat wordt gefinancierd uit het Nationaal Groeifonds (NGF), investeren we in het lerend vermogen van het onderwijs door te bouwen aan een sterke kennisinfrastructuur voor het primair en voortgezet onderwijs. Ontwikkelkracht investeert in kennisdeling, de ontwikkeling van effectieve interventies, het versterken van de onderzoeks- en verbetercultuur op scholen en het professionaliseren van leraren en schoolleiders. Onderwijsprofessionals en wetenschappers staan samen aan het roer om te zorgen voor meer evidence-informed werken in het onderwijs, met als doel om een impuls te geven aan de onderwijskwaliteit.

Digitalisering kan het onderwijs beter en efficiënter maken. Met middelen uit het NGF stimuleren we langjarig innovatie, bevorderen we dat kwalitatief hoogwaardige open leermaterialen worden ontwikkeld, en realiseren we een infrastructuur die het gebruik van digitale systemen door scholen vergemakkelijkt, toekomstbestendig en veiliger maakt.

Samen werken aan talent in het middelbaar beroepsonderwijs (mbo)

In 2024 worden de afspraken uit de Werkagenda mbo en het Stagepact mbo verder uitgewerkt. De werkagenda bevat maatregelen voor de periode 2023-2027 gericht op gelijke kansen voor alle studenten, een goede aansluiting tussen opleiding en arbeidsmarkt en een goede kwaliteit van het onderwijs. Er wordt ingezet op het versterken van studentenwelzijn, het vergroten van de toegankelijkheid van het onderwijs voor studenten met een ondersteuningsbehoefte, op burgerschapsvaardigheden, sociale veiligheid, gelijke behandeling en het bestrijden van stagediscriminatie. Ook voor practoraten, de begeleiding van mbo-2 studenten in de overgang naar werk, het versterken van loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB), voor continuering van het regionaal investeringsfonds (RIF) en het verbeteren van de aansluiting met vervolgopleidingen zijn maatregelen afgesproken. Voor deze laatste vier zaken én voor het versterken van basisvaardigheden zijn extra middelen beschikbaar gesteld in het coalitieakkoord. Met de Regeling kwaliteitsafspraken 2024-2027 worden mbo-instellingen ondersteund om uitvoering te geven aan de doelstellingen zoals afgesproken in de Werkagenda mbo en het Stagepact. Iedere mbo-instelling geeft samen met hun studenten, docenten en externe partners (andere scholen, gemeenten, bedrijven) via een eigen kwaliteitsagenda een regionale of sectorale (voor de beroepscolleges) invulling aan de belangrijkste doelen van de Werkagenda en het Stagepact.

Basisvaardigheden middelbaar beroepsonderwijs

In het mbo wordt ingezet op het verbeteren van de kwaliteit van het burgerschapsonderwijs en de beheersing van Nederlands en rekenen onder mbo-studenten. Mbo-scholen hebben speciale aandacht voor groepen die extra inspanning en tijd nodig hebben voor het versterken van hun basisvaardigheden, zoals entree-studenten, herstarters of studenten waarbij een gebrek aan basisvaardigheden is ingebed in bredere sociaal-maatschappelijke problematiek. Daarnaast worden in 2024 middelen beschikbaar gesteld ten behoeve van het verbeteren van de kwaliteit van docenten die Nederlands, rekenen en burgerschap geven. Zoals in de Werkagenda opgenomen wordt een aantal scenario’s uitgewerkt om de kwaliteit van deze docenten te versterken via een bevoegdheid voor het mbo. Om de voortgang van ons beleid te volgen, gebruiken we het aandeel gediplomeerde studenten dat het getoetste examenniveau heeft gehaald voor Nederlands (centrale examens en instellingsexamens) en rekenen (eindcijfer) (uitgesplitst naar opleidingsniveau en examenniveau).

Onderzoek en innovatie middelbaar beroepsonderwijs

Ook op het gebied van onderzoek en innovatie bevorderen we dat het mbo een volwaardige en gelijkwaardige partner in de onderzoeks- en kennisnetwerken wordt. Hiervoor ondersteunt en faciliteert het Ministerie van OCW practoren en docent-onderzoekers, zodat zij meer impact kunnen hebben. Binnen de Kwaliteitsafspraken maken scholen plannen om nieuwe practoraten in hun scholen op te zetten en bestaande practoraten uit te breiden of te versterken. Hierbij volgen wij het aantal mbo-instellingen dat één of meerdere practoraten heeft en het totaal aantal practoraten.

Rust, ruimte en kwaliteit in het hoger onderwijs en de wetenschap

Een gezond en sterk fundament voor het stelsel van hoger onderwijs en wetenschap, met rust en ruimte voor studenten, onderzoekers en docenten en profilering van instellingen, is een directe vertaling van de specifieke opgaven voor onderwijs en onderzoek uit het coalitieakkoord. Ook in 2024 worden onze doelstellingen uit de Beleidsbrief hoger onderwijs en wetenschap (Kamerstukken 2021/22, 31288, nr. 964) verder uitgevoerd. We stellen instellingen in staat om strategische keuzes in onderwijs en onderzoek te maken, zodat zij zich sterker kunnen richten op specifieke disciplines en thema’s. Hierbij richten we ons op meer samenwerking tussen onderwijsinstellingen, zodat hun sterktes maximaal benut kunnen worden. We zetten in op het verlagen van de werkdruk onder medewerkers in het wetenschappelijk onderwijs door te investeren in de sectorplannen en starters- en stimuleringsbeurzen. De beurzen vormen een persoonlijk werkkapitaal voor onderzoekers, die de huidige werkdruk en de afhankelijkheid van externe onderzoeksfinanciering verlagen. Ook vergroot het de ruimte voor onderzoekers om ongebonden onderzoek te doen. Om de maatschappelijke impact van onderzoek te vergroten, investeren we onder andere in praktijkgericht onderzoek aan hogescholen. Andere cruciale investeringen die beschikbaar worden gesteld zijn de uitbreiding van het NWO-programma Open Competitie, de deelname van Nederland aan Europese partnerschappen voor onderzoek en innovatie en een matchingsregeling voor Nederlandse kennisinstellingen die deelnemen aan Horizon Europe, het Europese programma voor onderzoek en innovatie.

In de zomer van 2022 is een toekomstverkenning middelbaar beroepsonderwijs, hoger onderwijs en wetenschap aangekondigd (Kamerstukken 2021/2022, 31288, nr. 969). Centraal staat de vraag of het stelsel van vervolgonderwijs en onderzoek voldoende aansluit bij de toekomstige vraag van de student, de arbeidsmarkt en de samenleving in 2040. In de Kamerbrief van 17 november jl. (Kamerstukken 2022/2023, 31288, nr. 987) is de Tweede Kamer geïnformeerd over de aanpak en inhoud van de toekomstverkenning, die begin februari daadwerkelijk van start is gegaan (Kamerstukken 2022/2023, 31524, nr. 548). Het eindrapport van het consortium wordt in het najaar van 2023 naar de Tweede Kamer gestuurd. De eerder toegezegde reactie op deze verkenning zal als gevolg van de val van het kabinet niet meer kunnen worden uitgewerkt.

In het kader van onderzoek en wetenschap wordt ingezet op het verbeteren van de toegang tot de nationale en internationale onderzoeksfaciliteiten. Zo neemt Nederland deel aan een internationaal consortium voor de bouw van een nieuwe generatie supercomputer, komt er een nieuwe uitvraag voor de Roadmap Grootschalige Wetenschappelijke Infrastructuren en wordt de geschiktheid van de Euroregio Maas-Rijn voor de bouw van de Einstein Telescoop onderzocht. Het fundament wordt ook verstevigd door meer profilering, samenwerking en gezonde concurrentie. Enerzijds gebeurt dit door te investeren in Nederlandse topwetenschap: continuering van de inzet van de Nationale Wetenschapsagenda en de eerste toekenningen binnen de Summit Grant (onderzoekfinanciering voor wetenschappelijke consortia die tot de absolute wereldtop behoren of hier dichtbij zitten). Anderzijds zijn er investeringen in de sectorplannen. Verder blijft het Ministerie van OCW betrokken bij verschillende initiatieven onder het NGF, waaronder de toegekende projecten Biotech Booster, Zelfdenkende Moleculaire Systemen en de Einstein Telescoop.

We effenen paden en maken internationaal afspraken zodat instellingen internationale samenwerking kunnen zoeken. Onze inzet is om de Nederlandse beleidsprioriteiten mee te laten nemen in internationale ontwikkelingen en afspraken over onder andere gezamenlijke thema’s en projecten, toegang tot grondgebied, financiering, uitgangspunten en waarden, via de Europese Unie, maar ook via bi- en multilaterale relaties. Verder draagt het Ministerie van OCW actief bij aan de voorbereidingen voor het nieuwe Kaderprogramma (2028-2034), de opvolger van Horizon Europe. Via het voorzitterschap van de Comité Europese Onderzoeksruimte en Innovatie (ERAC) Task Force, maar ook via andere bijeenkomsten en acties, bereidt Nederland zich voor op het nieuwe Kaderprogramma en de onderhandelingen hierover. We faciliteren en versterken de internationale samenwerking in onderzoek en wetenschap door het aangaan en versterken van de bilaterale banden met andere landen, met name de prioriteitslanden uit de Internationale Kennis en Talentstrategie (IKT). Dit gebeurt via de Onderwijs- en Wetenschapsattaches in de IKT-landen, het organiseren van Joint Committee Meetings en kennismissies, en het (mede)opstellen en ondertekenen van (intentie)verklaringen, onderzoeken en memoranda van overeenstemming. Ook streven we ernaar dat de Nederlandse beleidsprioriteiten aan bod komen in multilaterale gremia zoals de G20, OECD en UNESCO. 

Erkennen en waarderen van wetenschappers

In 2024 blijven wij ons inzetten op het verbeteren van erkennen en waarderen van wetenschappers. Door oog te hebben voor de volle breedte van het academisch werk kunnen talenten op waarde worden geschat en is er ruimte om ook de prestaties op domeinen zoals onderwijs, patiëntenzorg, publieke betrokkenheid, ondernemerschap en academisch leiderschap te belonen. Door financiering van het landelijke programma Erkennen & Waarderen en door management-by-speech wordt de transitie naar een nieuwe balans bevorderd.

Vergroten van de maatschappelijke impact van kennis uit onderzoek

Het vergroten van de maatschappelijke impact van kennis uit onderzoek staat ook op de agenda. Zo investeren we in de verdere versterking van het praktijkgericht onderzoek van hogescholen. Dit onderzoek gebeurt per definitie in en met de praktijk, en draagt zo direct bij aan innovatieve en bruikbare oplossingen, en aan maatschappelijke meerwaarde. Als onderdeel van die investering zijn er extra middelen beschikbaar voor de hogescholen zelf, bijvoorbeeld om meer onderzoekers aan te nemen of nieuwe samenwerkingen te starten. Er zijn ook middelen beschikbaar voor een pilotprogramma voor de professional doctorate in het hbo en voor thematische programmering van het Regieorgaan SIA.

Ook komt er een nieuwe ronde van de Faculty of Impact. Het Nationaal Expertisecentrum Wetenschap en Samenleving beoogt de maatschappelijke impact van wetenschap te vergroten. Daarnaast besteden we aandacht aan het versnellen van de ontwikkelingen op Open Science, door financiering en opdrachtgeverschap van Open Science NL en door monitoring van afspraken in en voortgang van het Bestuursakkoord hoger onderwijs en wetenschap. We sluiten daarnaast aan bij internationale Open Science initiatieven en gremia. Er wordt ook ingezet op meer bewustzijn rondom kennisveiligheid. Zo wordt het Loket Kennisveiligheid doorontwikkeld en wordt een learning community opgezet. Ook start een wetgevingstraject screening kennisveiligheid en wordt de inzet op cyberveiligheid gecontinueerd (waaronder de ontwikkeling van cyberveiligheidsbeleid en een cyberweerbaarheid adviesloket). Tot slot vergroot het ministerie haar inzet op kennisveiligheid ook internationaal; we werken mee aan een strategische agenda voor de Europese Unie en wisselen beleid uit met gelijkgezinde landen.

Beheersing internationale studentenstromen

De internationale dimensie van het hoger onderwijs en onderzoek heeft een belangrijke toegevoegde waarde voor de student, de onderwijsinstelling, de samenleving en (kennis)economie. Om de internationalisering van ons onderwijs beheersbaar te houden is het noodzakelijk om te komen tot een betere balans in het stelsel. Daartoe heeft het kabinet een wetsvoorstel in voorbereiding. Dit voorstel bevat wettelijke kaders voor: capaciteitsfixi; voorwaarden voor beperkte toelating van niet-EER-studenten; het bevorderen van Nederlandse uitdrukkingsvaardigheid; de introductie van een toets anderstalig onderwijs; verduidelijking van de huidige taaleisen. Daarnaast bevat het voorstellen voor centrale regievoering die aanvullend zijn op de zelfregie vanuit de gezamenlijke hogeronderwijsinstellingen. Voorts maken wij samen met de hoger onderwijsinstellingen bestuurlijke afspraken over onder andere werving, begeleiding van internationale studenten richting de Nederlandse arbeidsmarkt, studentenhuisvesting en de voertaal binnen de instellingen.

Digitalisering en flexibilisering van het onderwijs

Op het gebied van digitalisering wordt tussen instellingen in het middelbaar beroeps- en hoger onderwijs samengewerkt om kansen te benutten. Studenten worden zo beter voorbereid op de veranderende arbeidsmarkt en samenleving. Via het project Npuls uit het Nationaal Groeifonds investeren we in het verbeteren van de functionele en kritische digitale vaardigheden van studenten en docenten, het wendbaarder maken van het onderwijs en het verbeteren van de kwaliteit. Er wordt een gezamenlijke ICT-infrastructuur en een kennisinfrastructuur voor de sector opgezet. Onderwijsinstellingen krijgen de mogelijkheid om eigen Teaching & Learning Centers in te richten, zodat zij advies en training kunnen krijgen voor het (her)vormen van hun onderwijs.

We zien dat de wereld verandert door de komst van Artificiële Intelligentie (AI) daarom investeert het ministerie van Economische Zaken en Klimaat via het NGF in het Nationaal Onderwijslab Artificiële Intelligentie (NOLAI). NOLAI is in oktober 2022 van start gegaan. In het Nationaal Onderwijslab werken leraren, schoolleiders, schoolbesturen, lerarenopleiders en mensen uit het bedrijfsleven samen met wetenschappers om de kwaliteit van basis- en voorgezet (speciaal) onderwijs te verbeteren met slimme technologie. Het NOLAI dient twee doelen: het ontwikkelen van digitale intelligente onderwijsinnovaties gericht op (het verbeteren van) de kwaliteit van het primair en voortgezet onderwijs en het inzichtelijk maken van de pedagogische, maatschappelijke en sociale consequenties van digitale onderwijsinnovaties.

EZK en OCW werken het komende jaar aan een plan voor het opschalen van de in het NOLAI ontwikkelde innovaties en startups en scale-ups hierbij te ondersteunen. Hiervoor is een bedrag van € 63 miljoen bij het Nationaal Groeifonds beschikbaar, na indiening van het opschalingsplan begin 2024.

Mentaal welzijn studenten

We geven samen met instellingen uitvoering aan de gestelde kaders voor mentaal welzijn. We trachten een betere balans te creëren tussen studievoortgang en welzijn, en helpen studenten bij het vinden en volgen van de juiste studie. Ook zijn de pilots voor Slimmer Collegejaar van start en is de basisbeurs sinds collegejaar 2023/2024 teruggekeerd in het hoger onderwijs, waarvan we de komende jaren de resultaten gaan zien.

2. Iedereen gelijke kansen

Het ministerie werkt aan het vergroten van de kansengelijkheid, zodat iedereen in Nederland een goed bestaan heeft en onbenut potentieel kan worden benut, ongeacht je achtergrond. Iedere leerling en student moet kansen krijgen om zich optimaal te ontwikkelen zodat ze mee kunnen (blijven) doen in de maatschappij en een stevige positie innemen op de arbeidsmarkt.

Kansengelijkheid in het funderend onderwijs

Om kansengelijkheid te bevorderen hebben we maatregelen uitgewerkt in de Agenda Kansengelijkheid die begin 2023 is gepubliceerd. We richten ons onder andere op de startpositie van jonge kinderen, door maatregelen te nemen die de deelname aan de voorschoolse educatie vergroten en de kwaliteit van voorschoolse educatie en kleuteronderwijs versterken. Met het programma School en Omgeving stimuleren we coalities van scholen, gemeenten en maatschappelijke organisaties om buiten de reguliere onderwijstijd extra activiteiten aan te bieden, zoals sport, muziek, koken, huiswerkbegeleiding, ondersteuning, coaching en sociaalemotionele ontwikkeling. Zo kunnen kinderen en jongeren hun vaardigheden en talenten na schooltijd verder ontwikkelen en zich in de volle breedte ontplooien. Met een lerende aanpak werken we toe naar duurzame en kennisgedreven programma’s. Ook zijn wij blij dat in het Onderwijsakkoord is afgesproken om de arbeidsmarkttoelage voor leraren structureel te maken. Op scholen waar personeel de arbeidsmarkttoelage ontvangt, zien de meeste schoolleiders positieve effecten op het aantrekken en behouden van personeel. Voor 2024 hebben wij aan de sociale partners gevraagd om een nieuwe regeling te maken voor 2024 en verder. Ook gaan we in het voortgezet onderwijs met ingang van 1 januari 2024 het leerplusarrangement versterken. Het budget voor het leerplusarrangement is structureel bijna verdrievoudigd. Scholen krijgen met deze middelen meer ruimte om extra begeleiding te bieden aan leerlingen, extra taallessen, kleinere klassen of individuele coaching. In het coalitieakkoord heeft het kabinet afgesproken de overgang van leerlingen van basis- naar voortgezet onderwijs te verbeteren, brede en verlengde brugklassen te stimuleren en doorstroom en differentiatie te bevorderen. Met subsidies en een aantal leertrajecten onderzoeken wij samen met de wetenschap en scholen wat bijdraagt aan kansen voor leerlingen in de overgang van primair naar voortgezet onderwijs.

Gelijke kansen in het middelbaar beroepsonderwijs

Het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) vormt samen met het hoger beroepsonderwijs (hbo) en het wetenschappelijk onderwijs (wo) een brede waaier aan opleidingsmogelijkheden, ieder met eigen waarden en unieke kwaliteiten. In de Werkagenda mbo Samen Werken aan Talent zijn doelstellingen opgenomen gericht op het gelijkwaardig positioneren van het mbo en onze mbo-studenten. Als Werkagenda partners nemen we maatregelen om die gelijkwaardigheid te versterken. We roepen andere partijen in de samenleving hier ook toe op.

Om jongeren gelijkere kansen te bieden en de drempel naar het mbo te verlagen worden schoolboeken en licenties voor basisvaardigheden (taal, rekenen, burgerschap) vanaf het schooljaar 2024/2025 voor mbo-studenten onder de 18 jaar kosteloos beschikbaar. Daarnaast versterken mbo-instellingen de begeleiding in het onderwijs en bij de stap van school naar werk of een vervolgopleiding. Dit is vooral voor niveau 2-studenten van belang. Extra aandacht is er voor het voorkomen van voortijdig schoolverlaters (vsv’ers) en jeugdwerkloosheid. Na jarenlange daling stijgt het aantal vsv’ers weer. Samen met scholen en gemeenten bundelen wij de krachten in een aanvalsplan om deze stijging af te remmen en om te buigen. Ons doel is om te werken naar minder dan 18.000 nieuwe vsv’ers in 2026. Er is een wetsvoorstel in voorbereiding waarin de nazorg door instellingen en de uitbreiding van de Doorstroomfunctie (RMC) wordt geregeld. We volgen hierbij het aandeel uitstromers uit entree-opleidingen en niveau 2-opleidingen dat een jaar na afstuderen werk heeft. In 2024 wordt de beroepsgerichte route versterkt met een subsidieregeling voor het verbeteren van de aansluiting tussen opleidingen. Vmbo, mbo en hbo-scholen krijgen zo extra mogelijkheden om zorg te dragen voor een naadloze aansluiting voor studenten die door willen stromen. Daarbij ligt in eerste instantie de focus op opleidingen die nodig zijn voor de maatschappelijke opgaven, waar momenteel door studenten drempels worden ervaren. De relevante indicator hiervoor is het eerstejaarssucces in het mbo (startersresultaat) en het eerstejaarssucces in het hbo (startersresultaat). Ook het stagepact mbo 2023-2027 draagt bij aan gelijke kansen in het mbo. Zo start iedere mbo-instelling in het schooljaar 2023-2024 met ten minste één onderwijsteam met stagematching voor eerstejaars bol-studenten. Dit draagt bij aan het uitbannen van stagediscriminatie. Zo bieden we studenten een veilige eerste kennismaking met de arbeidsmarkt.

Maatschappelijke diensttijd

Vanaf 2022 is structureel extra geïnvesteerd in maatschappelijke diensttijd (MDT). We maken van MDT een landelijk dekkend netwerk dat alle jongeren tussen de 12 en 30 jaar de kans biedt om een MDT-traject te volgen dat aansluit bij hun interesses, behoeften en levensfase. De kracht van het programma is dat de MDT-trajecten worden ontwikkeld door jongeren, maatschappelijke organisaties, gemeenten, scholen en bedrijven. Hierdoor sluiten de trajecten aan op de belevingswereld van jongeren én de kansen en uitdagingen die lokaal spelen. MDT draagt bij aan een generatie jongeren die omziet naar elkaar en zich met grote betrokkenheid inzet voor een ander en de samenleving. Om dit te bereiken wordt ingezet op het realiseren van vijf ambities. Ten eerste vergroten we de bekendheid van MDT, door middel van grootschalige campagnes, zowel onder jongeren als maatschappelijke organisaties en bedrijven. Daarnaast breiden we het aanbod uit, we bouwen naar jaarlijks circa 110.000 gehonoreerde MDT-trajecten voor jongeren. De derde ambitie is het vergroten van het aantal jongeren dat met succes een MDT-traject doorloopt. Jaarlijks willen we ruim 80.000 jongeren bereiken. Ten vierde zetten we in op het realiseren van een landelijk dekkend netwerk van vraag en aanbod, met speciale aandacht voor de gebieden en sectoren waar het aanbod en/of de deelname nog achterblijft. Tot slot zorgen we ervoor dat het MDT-netwerk zich verder uitbreidt door meer (maatschappelijke) organisaties, bedrijven, gemeenten en scholen aan MDT te verbinden. Met deze inzet werken we toe naar het uitbouwen en bestendigen van de maatschappelijke positie van MDT.

Verbetering financiële positie door aanpassingen studiefinanciering

Vanaf studiejaar 2023/2024 ontvangen studenten in het hoger onderwijs, die aanspraak maken op studiefinanciering, een basisbeurs. Vanaf 1 januari 2024 krijgen daarnaast meer studenten in het hoger onderwijs recht op een aanvullende beurs, omdat de inkomensgrens daarvoor wordt verruimd. Het effect dat deze wijziging heeft op gemiddelde studieschulden voor verschillende cohorten wordt gemonitord en getoetst. Komend jaar werken we verder aan de uitvoering van de tegemoetkoming voor studenten die geen basisbeurs hebben gehad. Studenten die daar recht op hebben, krijgen vanaf 2025 de tegemoetkoming wanneer zij binnen de diplomatermijn afstuderen. In het studiejaar 2023-2024 wordt de beurs voor uitwonende studenten en scholieren voor de duur van één jaar verhoogd bij wijze van koopkrachtmaatregel. Voor mbo-studenten geldt dat voor studenten die vanaf studiejaar 2023/2024 voor het eerst studiefinanciering ontvangen dezelfde terugbetalingsvoorwaarden als in het ho gaan gelden. Ook vervalt de bijverdiengrens en wordt de 1-februari-regeling voor mbo-studenten die doorstromen naar het hbo verruimd.

Doorstroom, toegankelijkheid en gelijke kansen in het hoger onderwijs

Samen met de sectoren blijven we werken aan het verhogen van de succeskans van studenten. We versterken onder meer de samenwerking en doorstroom binnen de beroepsonderwijskolom vmbo-mbo-ho. We nemen belemmeringen weg en streven naar verbetering van de doorstroom van voortgezet onderwijs naar mbo, hbo en wo en tussen mbo en hbo en hbo en wo. Zo krijgen meer studenten de mogelijkheid om na een mbo-opleiding nog een hbo-opleiding te volgen of na de hbo-opleiding door te stromen naar het wo. Hierbij wordt ook gekeken naar opleidingsroutes gericht op tekortsectoren. Het is tevens nodig dat masteropleidingen goed toegankelijk zijn voor hbo-bachelors en dat waar nodig premaster of schakelprogramma’s worden aangeboden. Zo trachten we een betere balans te creëren tussen studievoortgang en welzijn, en helpen we studenten beter bij het vinden en volgen van de juiste studie.

Om instellingen meer ruimte te geven kansengelijkheid mee te nemen in het vormgeven van hun selectieprocedures, is het wetsvoorstel loting ingediend, dat is aangenomen in de Eerste Kamer. Dit wetsvoorstel is in werking getreden per 1 september 2023. In 2024 worden ook stappen gezet in het tegengaan van stagediscriminatie. Het stagemanifest is er om samen met het onderwijs- en het werkveld stagediscriminatie in het hoger onderwijs tegen te gaan. Dit doen we door maatschappelijk bewustzijn over stagediscriminatie te vergroten en door te borgen dat studenten adequate begeleiding ontvangen bij het zoeken, vinden en behouden van stageplekken.

Emancipatie

In Nederland is iedereen gelijk, maar in de praktijk kost het de ene persoon meer moeite om maatschappelijk op de gewenste bestemming te komen dan de andere. Niet iedereen krijgt dezelfde kansen op de arbeidsmarkt of is in staat deze kansen te pakken. En lang niet iedereen voelt zich vrij en veilig genoeg om zichzelf te kunnen zijn. Daarom voeren we actief beleid op kansengelijkheid en emancipatie. Daarbij hebben we onder andere aandacht voor ‘gendermainstreaming’. Met de verankering van de gendertoets in het Beleidskompas, moet worden nagegaan hoe (voorgestelde) wet- en regelgeving of beleid bijdraagt aan het verminderen van de bestaande ongelijkheid tussen vrouwen en mannen in al hun diversiteit. Om in de toekomst nog effectiever het instrument ‘gendermainstreaming’ in te kunnen zetten wordt in het kader van de Strategische Evaluatie Agenda in 2024 een onderzoek uitgevoerd naar dit onderwerp.

3. Lerarenstrategie

Het grote tekort aan leraren en schoolleiders is een van de belangrijkste problemen van dit moment. Leraren zijn bepalend, ze maken in de klas het verschil. Als er niet voldoende goede leraren en schoolleiders zijn, is dat een risico voor de kwaliteit van het onderwijs. We zetten daarom alles op alles om de tekorten terug te dringen. Daarvoor is een mix van maatregelen nodig. Zo zijn de beloningen in het primair onderwijs verhoogd en zijn er afspraken gemaakt over het verlagen van de werkdruk in het voortgezet onderwijs. Ook is er extra tijd voor bijscholing voor leraren in het po en vo gekomen, in het bijzonder voor het onderwijs in de basisvaardigheden. Dit alles moet eraan bijdragen dat het beroep van leraar weer hoog gewaardeerd wordt in de samenleving.

Voor de brede aanpak en de landelijke regie is de Lerarenstrategie de basis (Kamerstukken 2022/23, 27923, nr. 449). Deze is tot stand gekomen op basis van gesprekken met leraren, schoolleiders, ouders, opleiders en besturen. We hebben concrete acties en mijlpalen opgesteld om de tekorten op korte termijn aan te pakken en om de ambities op langere termijn te realiseren voor de opleiding en professionele ontwikkeling van onderwijspersoneel, de onderwijsarbeidsmarkt, onderwijstijd en de bevoegdheden van leraren. De zogeheten Realisatie-Eenheid (RE) zorgt voor regie en slagkracht in de daadwerkelijke aanpak in het veld. De RE faciliteert en jaagt samenwerking aan in de regio om ook concrete ondersteuning in de aanpak van het lerarentekort en de professionalisering van onderwijsgevend personeel te realiseren. In 2024 willen we tot een stabiele ondersteuningsinfrastructuur en stevige aanpak in de regio komen. Onderdeel hiervan is het uitvoeren van de werkagenda Samen voor het beste onderwijs, waarbij we inzetten op het op orde brengen van de basisvaardigheden voor leraren, het versterken van samenwerking en kwaliteit van de lerarenopleidingen en mogelijkheden tot flexibilisering met betrekking tot het lerarentekort. In juni 2023 heeft de Tweede Kamer een brief ontvangen waarin is ingegaan op de uitwerking van de werkagenda (Kamerstukken 2022/23, 27923, nr. 456). Daarin is een stappenplan aangekondigd voor de kwaliteitsverbetering van de lerarenopleidingen. Ten eerste is een verkenning gestart hoe de kwaliteit en positie van lerarenopleidingen kan worden versterkt. We verkennen of andere vormen van regie meerwaarde kunnen hebben voor de kwaliteit van de lerarenopleidingen. Tevens voert de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) een analyse uit naar aanleiding van het advies van de Onderwijsraad «Taal en rekenen in het vizier». De NVAO analyseert hoe de signalen van de Onderwijsraad zich verhouden tot recente positieve accreditaties. In het najaar van 2023 wordt de Tweede Kamer geïnformeerd over de analyse van de NVAO.

Ten tweede is er met lerarenopleidingen, scholen en leraren een curriculumberaad ingericht. Binnen het curriculumberaad bespreken we wensen en behoeften voor het curriculum van de opleidingen en maken we afspraken over de minimale inhoudelijke doelen van de opleiding van elke leraar. Daarnaast bepalen de onderwijspartijen in het curriculumberaad gezamenlijk welke doelen bereikt moeten worden in de initiële opleiding en welke een plek moeten krijgen in de doorlopende leerlijn daarna. Dit moet ervoor zorgen dat er meer synergie tussen lerarenopleidingen ontstaat en dat lerarenopleidingen zich beter kunnen focussen op de belangrijkste opgaves voor het onderwijs. In het najaar van 2023 zal het curriculumberaad starten met de focus op taal en rekenen, waarna het zal worden uitgebreid naar passend onderwijs.

Ten derde hebben we samen met de partijen in het onderwijs diverse maatregelen genomen om de instroom te vergroten, waarvan een aantal valt binnen het Bestuursakkoord Flexibilisering Lerarenopleidingen. Het moet hierdoor voor meer doelgroepen met een ho-opleiding aantrekkelijker worden om over te stappen naar het onderwijs en te kiezen voor een lerarenopleiding. We dragen hieraan bij door Erkenning Verworven Competenties (EVC)- en vrijstellingenbeleid te harmoniseren, het zij-instroomtraject beter aan te laten sluiten en de invoering van leeruitkomsten bij de lerarenopleidingen en modulaire curricula voor universitaire lerarenopleidingen. Het in 2023 aangenomen wetsvoorstel educatieve module draagt hier ook aan bij.

Tot slot wordt er in 2024 gestart met de implementatie van toekenning van het nationale groeifonds voor de Nationale Aanpak Professionalisering Leraren (NAPL) teneinde ontwikkelpaden voor leraren tot stand te brengen, inclusief bijbehorende kwaliteitsborging en registratiesystemen. Het doel van de NAPL is om zowel de kwaliteit van leerkrachten te versterken als de aantrekkelijkheid van het beroep van leerkracht te vergroten. De NAPL realiseert een samenhangend geheel van voorzieningen (infrastructuur) om de professionele ontwikkeling van leraren gedurende hun gehele loopbaan continu te stimuleren. 

Strategisch personeelsbeleid

Strategisch personeelsbeleid is één van de onderdelen uit de werkagenda, waarvoor het wetsvoorstel strategisch personeelsbeleid tot medio juni 2023 in openbare internetconsultatie heeft gestaan. Er wordt beoogd dat het wetsvoorstel in 2024 ook wordt voorgelegd in de Tweede Kamer. Dit wetsvoorstel verplicht besturen in zowel het primair (po) en voortgezet onderwijs (vo) als het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) om strategisch personeelsbeleid te voeren. Voor het po en vo bevat het voorstel daarnaast enkele arbeidsrechtelijke maatregelen om personeelstekorten tegen te gaan en te zorgen dat het onderwijs een aantrekkelijke werkplek blijft.

Vaste contracten

Ons streven is dat structureel werk in het onderwijs in vast dienstverband wordt verricht. Dit is in de eerste plaats van belang voor het tegengaan van de personeelstekorten: vaste dienstbanden dragen bij aan het binden en behouden van onderwijspersoneel. Het bieden van werk- en inkomenszekerheid aan werkenden is daarnaast van belang voor gezonde arbeidsrelaties, het verlagen van de werkdruk en het bieden van meer rust en ruimte in het systeem. Vaste arbeidsrelaties komen uiteindelijk ten goede aan de continuïteit en kwaliteit van het onderwijs. Door afspraken met sociale partners in de onderwijssectoren, werken we toe naar meer vaste contracten. Om de ontwikkeling te volgen, hanteren wij een beleidsindicator voor het aandeel vaste contracten per functiegroep voor alle onderwijssectoren. Op OCWincijfers.nl gaan wij een integraal en meerjarig beeld geven. Voor het po, vo en mbo hebben wij via DUO per functiegroep (directie, onderwijzend personeel en onderwijsondersteunend personeel) jaarlijks betrouwbare gegevens over het aantal tijdelijke en vaste dienstverbanden. Zo waren de percentages vaste contracten voor de functiecategorie leraren in 2021 88 procent voor het po, 80 procent voor het vo en 79 procent voor het mbo. In het hbo lag het percentage vast in 2021 (voor alle functies samen) op 82 procent. In het wo varieert het percentage vast in 2021 van 96 procent voor hoogleraren tot 40 procent voor docenten.

Werken in het middelbaar beroepsonderwijs

Werken in het mbo moet aantrekkelijk zijn en blijven. Daarom investeert het ministerie van OCW hierin via de Kwaliteitsafspraken. De investeringen maken het mogelijk voor mbo-scholen om maatregelen te nemen om de werkdruk aan te pakken, het carrièreperspectief voor onderwijspersoneel te verbeteren en de uitval van startend onderwijspersoneel te verminderen. Het doel is om alle medewerkers in het mbo, waaronder specifiek docenten en andere onderwijsgevenden voldoende mogelijkheden te geven om zich te ontwikkelen en te professionaliseren en daarom stellen wij hier extra middelen voor beschikbaar. Onze indicator hiervoor is het aandeel docenten dat is ingeschaald in de LB-, LC- of LD-schaal, uitgesplitst naar leeftijd en het aandeel docenten of instructeurs dat behouden blijft voor het mbo of in de eerste drie werkjaren in het mbo weer uitstroomt.

4. Gezonde arbeidsmarkt

Nederland heeft iedereen nodig op de arbeidsmarkt en iedereen verdient een goede plek op de arbeidsmarkt. Het kabinet wil mensen in staat stellen om een kansrijk opleidingsprogramma te volgen en om zich een leven lang te ontwikkelen. Het kabinet versterkt de positie van de creatieve en culturele professional. Bovenal bestrijdt het kabinet ongelijkheid en discriminatie op de arbeidsmarkt, door een gelijk speelveld te creëren tussen mannen en vrouwen en genderdiversiteit te stimuleren in de top van de private en (semi)publieke sector.

Kansrijk opleiden in het middelbaar beroepsonderwijs

Het onderwijs en het (georganiseerd) bedrijfsleven (in SBB) gaan samen aan de slag met de nadere invulling van de aanpak kansrijk opleiden. Het doel van de aanpak kansrijk opleiden is om gezamenlijk grote vraagstukken op de arbeidsmarkt aan te pakken en studenten gedurende hun hele loopbaan een kansrijke opleiding te bieden met een goede start op de arbeidsmarkt. Onderwijsinstellingen en het (georganiseerd) bedrijfsleven overleggen hierover en maken afspraken op landelijk, sectoraal en regionaal niveau. We zetten verschillende acties in om de aanpak kansrijk opleiden te ondersteunen. De indicator die we hierbij volgen is het aandeel mbo-uitstromers met werk een jaar na afstuderen, per sector. Daarnaast wordt vanaf 2024 structureel geïnvesteerd om loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB) te versterken, zodat studenten afgewogen keuzes kunnen maken en goed worden begeleid. Scholen focussen zich daarbij op de maatschappelijke opgaven die belangrijk zijn voor de regio. De indicator hiervoor is de instroom (aandeel) van studenten in opleidingen gericht op het oplossen van maatschappelijke uitdagingen in de sectoren woningbouw, zorg, onderwijs, klimaat en energie, veiligheid en kinderopvang, uitgesplitst naar nieuwe inschrijvingen en switches. Ook wordt het regionaal investeringsfonds mbo gecontinueerd voor de periode 2024-2027. Via dit fonds komen middelen beschikbaar voor het bevorderen van een goede aansluiting van het mbo op de arbeidsmarkt.

Leren in de beroepspraktijk vormt het hart van het mbo. Het Stagepact maakt werk van het uitbannen van stagediscriminatie en het bieden van voldoende stageplekken, goede begeleiding van studenten en een passende stagevergoeding. De bijbehorende indicator is het aandeel studenten dat moeite had om een stage of leerwerkplek te vinden gecategoriseerd op achtergrondkenmerken en het aandeel bol- en bbl-studenten dat positief is over de begeleiding van de school en van het leerbedrijf tijdens de stage (beroepspraktijkvorming).

Leven lang ontwikkelen

De ambitie is om in 2024 de bestaande beleidslijnen (zie Kamerbrief over beleidslijnen Leven Lang Ontwikkelen, Kamerstukken 2022/23, 30012, nr. 147) op gebied van leven lang ontwikkelen verder te versterken. We willen onze samenwerking met de ministeries van EZK en SZW intensiveren om vanuit de regionale leerinfrastructuren concrete oplossingen op maat te realiseren voor werkenden en werkzoekenden. Dit najaar informeren we de Tweede Kamer vanuit de drie betrokken ministeries nader over onze inzet. Daarnaast lopen de Nationaal Groeifonds programma’s de LLO Katalysator, Leeroverzicht en Vaardig met Vaardigheden ook in 2024 door. De relevante indicatoren die we voor leven lang ontwikkelen gebruiken zijn: het aantal studenten dat een opleiding volgt voor bij- of omscholing (instromers van 25 jaar en ouder), uitgesplitst naar sector; het aantal studenten dat hun diploma haalt via de BBL, waaronder zij-instromers (geïdentificeerd op basis van 25 jaar en ouder) en de overstappers vanuit de BOL; het aantal studenten en gediplomeerden van deeltijd- en duale opleidingen hoger onderwijs (hbo en wo).

Aanpak arbeidsmarktkrapte, groei-, krimp- en tekortsectoren voor toekomstgericht onderwijs

De Nederlandse arbeidsmarkt kent grote en groeiende arbeidstekorten. Vooral vacatures op mbo- en hbo-niveau zijn moeilijk vervulbaar. Het hbo speelt hierin een belangrijke rol door het opleiden van geschoold personeel in de tekortsectoren gezondheidszorg, onderwijs en bèta-techniek (ook belangrijk voor klimaatbanen). Daarom ontvangen de hbo-opleidingen in deze drie tekortsectoren extra middelen om de studenteninstroom te vergroten, onnodige uitval en studiewisselingen in deze sectoren in te perken en de verbinding van de instelling met het werkveld te verbeteren. We geven de hogescholen de ruimte om naar eigen behoefte de middelen in te zetten, omdat iedere hogeschool en regio andere uitdagingen kent. Op termijn verwachten we een landelijke daling van het aantal studenten. Tot slot stimuleren we de afstemming tussen hoger onderwijsinstellingen in het kader van doelmatig en toekomstgericht onderwijs. Zo zorgen we ervoor dat het onderwijsaanbod goed aan blijft sluiten op de behoeftes in de arbeidsmarkt. Ook zetten wij erop in dat vernieuwing van het onderwijs waar dat kan zoveel mogelijk wordt vormgegeven binnen reeds bestaande opleidingen, zodat beter wordt geanticipeerd op ontwikkelingen en de opleidingen toekomstbestendig zijn.

Versterken positie culturele en creatieve professional

Een sterke culturele sector kan niet zonder een gezonde arbeidsmarkt en een eerlijke beloning. Om bij te dragen aan een betere beloning zijn voor de komende jaren door het kabinet extra middelen beschikbaar gesteld. Hiermee worden in 2024 onder andere vaste dienstverbanden gestimuleerd en worden zzp’ers gestimuleerd om een arbeidsongeschiktheidsverzekering of pensioenregeling af te sluiten en een pensioenvoorziening op te bouwen. Daarnaast is de Regeling kunstenaarshonorarium verlengd, waar via het Mondriaan Fonds kunstinstellingen extra bijdragen ontvangen voor het toekennen van een redelijk honorarium (Kamerstukken 2022/23, 32820, nr. 1199).

Een gelijk speelveld tussen mannen en vrouwen

Het kabinet bestrijdt ongelijkheid en discriminatie op de arbeidsmarkt. Ondanks vooruitgang in de afgelopen jaren is op alle fronten nu nog sprake van ongelijkheid tussen mannen en vrouwen op de arbeidsmarkt. Zowel als het gaat om arbeidsparticipatie, het aantal uren werk, de beloning of de posities waarin men terecht komt. Zo is bijna de helft van de vrouwen in Nederland niet financieel onafhankelijk, verdienen vrouwen gemiddeld 16 procent minder en doen vrouwen minder betaald werk (Emancipatiemonitor 2022, CBS). We werken toe naar een ‘gelijk speelveld’ tussen mannen en vrouwen, onder andere met de volgende maatregelen. We zetten in op transparantie over beloningen, waarmee we voorbereidingen treffen voor de implementatie van het EU-richtlijnvoorstel over loontransparantie. We stimuleren maatschappelijke dialoog over gendergelijkheid op de arbeidsmarkt, gericht op de vraag hoe gelijkwaardige kansen voor vrouwen op de arbeidsmarkt kunnen worden bevorderd. Er wordt ingezet op genderdiversiteit in de top van de private en (semi)publieke sector. We kijken met belangstelling uit naar de rapportage van de Sociaaleconomische Raad (SER) over genderdiversiteit in de top van de private sector die begin 2024 wordt gepubliceerd. Het is de eerste rapportage sinds de topvrouwenwet uit 2022 van kracht is. De rapportage geeft inzicht in de hoeveelheid vrouwen (en mannen) in de raden van bestuur en raden van commissarissen in de circa 5000 grote vennootschappen in Nederland. Ten aanzien van genderdiversiteit in de top van de (semi)publieke sector gaat het kabinet in 2024 aan de slag met drie maatregelen. Ministeries en hun uitvoeringsorganisaties streven ernaar om binnen vijf jaar te komen tot een aandeel van 45 tot 55 procent vrouwen in de (sub)top van de organisatie. Aanvullend legt het kabinet zichzelf een streefcijfer op van 50 procent vrouwen voor benoemingen in de top van zelfstandige bestuursorganen (zbo’s) en adviescolleges. Als derde maatregel wordt gewerkt aan een wettelijke verplichting om een streefcijfer te formuleren voor de (sub)top van overige (ambtelijke) organisaties binnen de (semi)publieke sector, alsmede een plan hoe zij dit streefcijfer willen behalen.

5. Sociale veiligheid en gelijke behandeling

Het is belangrijk dat iedereen zich optimaal kan ontwikkelen. Dat kan alleen wanneer scholen, onderwijsinstellingen, culturele instellingen, media instellingen en onderzoeksinstellingen veilig, toegankelijk en inclusief zijn. Waar gelijkwaardigheid de norm is en aandacht is voor het welzijn van iedereen in de organisatie. We waarborgen de sociale veiligheid en gelijke behandeling op iedere instelling en bannen pesten, racisme, discriminatie en ander grensoverschrijdend gedrag uit.

Voor het onderwijs zetten we in op sociale veiligheid en gelijke behandeling op iedere school en onderwijsinstelling voor leerling, student, leraar en docent. Zodat eenieder veilig, gelijkwaardig en vrij onderwijs geniet en het onderwijs een plek is waar iedereen zichzelf vrij kan uiten en ontplooien. De ontwikkelingen op dit gebied worden jaarlijks gemonitord. We streven ernaar dat jongeren, studenten en docenten kansrijke keuzes kunnen maken, passend bij hun interesses, talenten en capaciteiten zonder dat deze beïnvloed worden door bijvoorbeeld sociale verwachtingen, gendernormen en rolpatronen. We hebben extra aandacht voor gelijke behandeling en kansen op gezondheid voor vrouwen en lhbtiq+ personen. Zij moeten de ruimte en vrijheid hebben om zichzelf te kunnen zijn, zonder geconfronteerd te worden met verbaal of fysiek geweld. Daarom houden we de ontwikkelingen bij via de tweejaarlijkse Emancipatiemonitor en de Lhbtiq+-monitor.

Sociale veiligheid in het primair en voortgezet onderwijs

In 2022 voelde 97 procent van de leerlingen in het funderend onderwijs zich veilig op en rond de school. Bij het personeel was dat 96 procent in het po, en 95 procent in het vo. Tegenover deze breed gevoelde veiligheid staat dat er in 2022 sprake is van een stijging van het aantal leerlingen dat aangeeft gepest te worden. In het po was dit in 2021 nog 14 procent terwijl in 2022 17 procent aangaf gepest te worden. In het vo steeg het aandeel leerlingen dat dit aangaf van 6 procent naar 9 procent. Voor het personeel is het aandeel nagenoeg gelijk ten opzichte van 2021; ook in 2022 geeft circa 2 tot 3 procent aan gepest te worden. Om de sociale veiligheid in het funderend onderwijs te verbeteren richten we ons op het versterken van de positie van de leerling en ouders indien er een klacht is over de veiligheid. Ook stimuleren we het gesprek over het veiligheidsbeleid binnen de school, het toezicht op dit thema en het verbeteren van de veiligheid van onderwijspersoneel. Om dit te bereiken, richten we in het funderend onderwijs een meld- en steunpunt voor leerlingen en ouders in, versterken we het klachtenstelsel, regelen een meldplicht voor ernstige incidenten van sociale veiligheid voor scholen, breiden de monitoringsverplichting uit en intensiveren het toezicht.

Sociale veiligheid en gelijke behandeling in het middelbaar beroepsonderwijs

In 2024 blijven gemeenten, scholen en andere partijen de gelijkwaardige positie van mbo-studenten in het studentenleven stimuleren. Zo bevorderen we de mogelijkheid dat mbo-studenten kunnen participeren in studentensportverenigingen en introductieweken, passend bij de mogelijkheden in de regio en de wensen van studenten. Verder wordt ingezet op het verbeteren van het studentenwelzijn en de (integrale) veiligheid op scholen en leerbedrijven. Scholen en studenten gaan met elkaar in gesprek over mentaal welzijn en (integrale) veiligheid om gezamenlijk te komen tot een visie, beleid en laagdrempelige voorzieningen voor studenten. Met scholen is afgesproken dat zij hun sociaal veiligheidsplan uitbreiden, want scholen hebben zelf goed zicht op hun sterke en zwakke punten. Hierbij betrekken de mbo-scholen studenten en personeel. Daarnaast komt er een representatieve monitor integrale veiligheid mbo. Daarbij wordt gezorgd voor een heldere samenhang met bestaande monitoren, zoals de BPV (beroepspraktijkvorming)-monitor. De monitor integrale veiligheid geeft onder andere weer hoe (sociaal) veilig studenten zich op school voelen. De relevante indicatoren hiervoor zijn het aandeel mbo-studenten dat zich veilig voelt op school, het aandeel mbo-studenten dat zich veilig voelt tijdens de bpv en het oordeel van mbo-studenten over hun welzijn.

Integrale aanpak sociale veiligheid en gelijke behandeling in het hoger onderwijs en wetenschap

Het ministerie van OCW verbetert de sociale veiligheid in het onderwijs en onderzoek door het opzetten van een integrale aanpak. Zo zijn in het bestuursakkoord hoger onderwijs en wetenschap met de instellingen afspraken gemaakt over het monitoren van de ervaren sociale veiligheid en over gedragsregels. Ook wordt gewerkt aan een zorgplicht voor de sociale veiligheid van studenten. Daarnaast is het ook nodig dat instellingen de krachten bundelen om een cultuurverandering te bewerkstelligen. Daarom start het ministerie van OCW een landelijk programma sociale veiligheid hoger onderwijs en wetenschap. Naast eigen beleidsinitiatieven krijgt een regiegroep de opdracht een vierjarig programma te ontwikkelen dat inzet op onder andere het vergroten van bewustwording, kennisdeling binnen en tussen instellingen en opleidingen, en het ontwikkelen van nieuwe instrumenten en/of handreikingen. Het is de bedoeling dat er uiterlijk in het voorjaar van 2024 een voorstel ligt voor de invulling van het programma voor 2024 met ook een doorkijk naar de volgende jaren.

Er wordt ingezet op meer diversiteit door het uitvoeren van nationaal actieplan voor meer diversiteit en inclusie in het hoger onderwijs en onderzoek. In dit plan wordt samen met veldpartijen gewerkt aan een inclusieve, veilige, en diverse leer- en werkomgeving waarin iedereen zich kan ontplooien. Daarnaast richt het beleid zich op meer rust en ruimte voor het stelsel van hoger onderwijs en onderzoek. Jonge onderzoekers en tijdelijke docenten, waarvan er veel vrouw zijn, hebben hierin de specifieke aandacht van het ministerie van OCW. Er wordt onder andere ingezet op het creëren van meer vaste aanstellingen.

Uitvoering Agenda tegen discriminatie en racisme

Het ministerie van OCW werkt in 2024 verder aan de uitvoering van de agenda tegen discriminatie en racisme, die in oktober 2022 is gepubliceerd. De agenda bevat onze ambities om op onze beleidsterreinen (onderwijs, cultuur, wetenschap en media) discriminatie en racisme tegen te gaan. Belangrijke thema’s zijn onder andere de onderadvisering van leerlingen in het basis- en voortgezet onderwijs, inclusiviteit van lesmateriaal, sociale veiligheid in al onze sectoren en stagediscriminatie. We willen voor deze thema’s komen tot effectief beleid en daarom hebben we stevige ambities op het gebied van onderzoek. Daar waar mogelijk baseren wij ons op bestaand onderzoek en daar waar nog onvoldoende bekend is, zetten wij onderzoek uit. We betrekken de mensen om wie het gaat bij de uitvoering van de agenda: we vragen advies aan individuen, gemeenschappen en belangenorganisaties. Tot slot organiseren we het Herdenkingsjaar Slavernijverleden, van 1 juli 2023 tot 1 juli 2024. Het jaar biedt ruimte voor maatschappelijke initiatieven op het gebied van kennis en bewustwording over het slavernijverleden, de herdenking van ons gedeelde verleden, de aanpak van actuele discriminatie en racisme en de viering van de afschaffing van de slavernij. Alle bewindspersonen zijn betrokken bij activiteiten die worden georganiseerd gedurende het Herdenkingsjaar.

Tegengaan van seksueel grensoverschrijdend gedrag

Seksueel grensoverschrijdend gedrag is een wijdverspreid probleem in onze samenleving. Zo heeft 46,3 procent van de 16 tot en met 18 jarige meisjes in 2022 met seksueel grensoverschrijdend gedrag te maken gehad en 15 procent van de jongens in dezelfde leeftijdscategorie zijn slachtoffers. Om seksueel grensoverschrijdend gedrag tegen te gaan heeft het kabinet een Nationaal Actieprogramma opgesteld en een regeringscommissaris aangesteld om dit probleem effectief te bestrijden. Hiervoor is een cultuurverandering noodzakelijk die gaat leiden tot een samenleving waarin eenieder zich veilig voelt en we elkaars grenzen herkennen, erkennen en respecteren. Het Nationaal Actieprogramma kent diverse maatregelen in alle sectoren van de maatschappij die zich richten op onder andere preventie, wetgeving, omstanders, communicatie en werkgevers. Het programma kent vijf actielijnen: er zijn gedeelde maatschappelijke waarden en normen over hoe we met elkaar om willen gaan in de samenleving; wet- en regelgeving weerspiegelen de (veranderende) maatschappelijke normen; organisaties hebben processen voor preventie, signalering en opvolging op orde; iedereen herkent seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld en kan hierop reageren; er is goede hulpverlening die makkelijk vindbaar is.

Sport

We werken aan het realiseren van een inclusieve omgeving ‘op en buiten het veld’ waarbinnen iedereen, ongeacht seksuele oriëntatie of genderidentiteit vrij, veilig, gelijkwaardig én volwaardig kan sporten in de top- en amateursport. Zo starten we in 2024 een onderzoek naar mogelijke methoden om de acceptatie van trans- en intersekse personen in de (top)sport te vergroten.

Internationaal

Nederland maakt onderdeel uit van een vrije Europese Unie met open grenzen. Daardoor moeten nationale ambities op gendergelijkheid en gelijke rechten voor lhbtiq+ personen ook terugkomen in de naleving van harde, duidelijke en ambitieuze Europese en internationale afspraken op deze mensenrechten. Gendergelijkheid, gelijke rechten van lhbtiq+ personen en seksuele en reproductieve gezondheid en rechten (SRGR) staan binnen en buiten Europa onder groeiende druk. Het kabinet heeft daarom de afgelopen twee jaar een strategie uitgerold om op meer consistente en consequente wijze proactief deze rechten te beschermen en om tegelijkertijd weerstand te bieden aan ondermijnende krachten, de zogenaamde pushback. Het ministerie van OCW voert een grote rol in de coördinatie en uitvoering van deze strategie. In het kader van die strategie organiseren we in 2024 onder andere het IDAHOT Forum 2024 in Nederland.

6. Herstel, vernieuwing en groei in de culturele en creatieve sector

De culturele en creatieve sector heeft door de coronacrisis onder grote druk gestaan en het is nog altijd een uitdagende tijd. Deze kabinetsperiode staat daarom in het teken van herstel, vernieuwing en groei. In 2024 werken we aan deze doelen door in te zetten op de culturele arbeidsmarkt, creativiteit bij het aanpakken van maatschappelijke vraagstukken, cultuur overal en voor iedereen (toegankelijkheid), digitalisering en erfgoed. Een vernieuwde reeks beleidsindicatoren en andere verwijzingen naar beleidsrelevante gegevens is te vinden op de website OCW in Cijfers.

Inzet creativiteit bij maatschappelijke vraagstukken

De verbouwing van Nederland vraagt onze maximale denkkracht. Op dit moment wordt de creativiteit van bijvoorbeeld ontwerpers nog te weinig benut bij de grote maatschappelijke opgaven van dit moment, zoals de energietransitie. Op kleine schaal zijn er al veel voorbeelden van modeontwerpers die gerecycled materiaal gebruiken voor kledingstukken, of architecten die volledig duurzaam bouwen. Het kabinet wil deze aanpak beter en breder inzetten en investeert daarom in ‘ontwerpend onderzoek’. Hiermee kunnen de methodieken van ontwerpend onderzoek verder ontwikkeld worden en de toepassing ervan gestimuleerd worden bij de aanpak van maatschappelijke vraagstukken.

Toegankelijkheid

Cultuur is overal en van iedereen. Dat betekent dat er in het hele land kwalitatief aanbod moet zijn zodat iedereen die dat wil, kan deelnemen aan cultuur - zeker ook jongeren. Het kabinet investeert extra in toegankelijkheid, om zowel zichtbare als onzichtbare drempels weg te nemen, en om diversiteit en inclusie te bevorderen. Een belangrijk onderdeel hiervan is de extra investering van € 58,7 miljoen in bibliotheken. De openbare bibliotheek brengt mensen samen, opent nieuwe werelden en stimuleert lezen onder jong en oud. Ook is het de plek waar je hulp krijgt om de digitale wereld te verkennen. Iedereen verdient een bibliotheek in de buurt, maar dat is nu niet overal het geval. Daarom wordt het beleid voortgezet om de bibliotheek terug te brengen en te versterken, zodat iedereen toegang heeft tot een volwaardige openbare bibliotheek. Hiernaast werkt het kabinet aan de invoering van een investeringsverplichting voor streamingsdiensten ten behoeve van de versterking van het Nederlands cultureel audiovisueel aanbod. Het doel van de maatregel is dat streamingsdiensten meer investeren in Nederlandse films, series en documentaires, zodat deze beter kunnen concurreren met het sterk toegenomen internationale aanbod.

Digitalisering

Digitalisering biedt grote kansen voor het maken en presenteren van kunst en voor het bereiken van een groter en nieuw publiek. Daarom zijn middelen vrijgemaakt om makers te helpen het meeste te halen uit de mogelijkheden, onder andere door te investeren in infrastructuur en innovatie, en door kennisdeling te stimuleren.

Erfgoed

Wij vinden het belangrijk om het verleden door te geven aan jonge generaties en om oog te hebben voor de vele, verschillende verhalen over onze geschiedenis. Daarom zijn er extra middelen voor subsidieregelingen om monumenten in stand te houden. Ook in 2024 zijn er middelen beschikbaar voor de Erfgoeddeal, een samenwerkingsverband tussen de Rijksoverheid, gemeenten, provincies en maatschappelijke organisaties actief in de ruimtelijke ordening en erfgoedzorg. Ter versterking van het archeologiestelsel worden diverse ondersteuningsmaatregelen genomen, zoals een onderzoeksplatform voor innovatief onderzoek. Daarnaast draagt het ministerie van OCW in 2024 bij aan een Nationaal Historisch Museum en aan een Nationaal Slavernijmuseum. Met het wetsvoorstel Archiefwet 2021 kunnen archieven eerder openbaar worden. Met de behandeling en aansluitende inwerkingtreding van het wetsvoorstel verwachten we de komende periode belangrijke stappen te kunnen zetten.

7. Versterking van het lokale en landelijke medialandschap

Vrije media en onafhankelijke journalistiek zijn onmisbaar voor onze democratische rechtsstaat. Media zijn ook een bron van amusement en cultuur, die verbindt, inspireert en verrijkt. De publieke omroep verbindt met zijn grote bereik bevolkingsgroepen met verschillende culturele achtergronden, uit alle sociale groepen. Bovendien is het aanbod er vrij van overheidsinvloeden, commercie en andere deelbelangen en kan jong talent bij de publieke omroep vernieuwende programma’s maken. Tot slot, ook voor media geldt dat een vernieuwde reeks beleidsindicatoren en andere verwijzingen naar beleidsrelevante gegevens te vinden is op de website OCW in Cijfers.

Om de onafhankelijkheid van lokale omroepen te versterken, richten we ons op het aanpassen van de mediawet zodat de financiering van de lokale omroepen onderdeel wordt van de Rijksbegroting. Hiermee worden deze omroepen onafhankelijk van gemeentebesturen, waarbij van lokale omroepen geacht wordt dat ze kritisch journalistiek kunnen volgen. Ook zetten we met investeringen in op professionalisering en versteviging van deze derde laag in het publieke omroepbestel, waarbij schaalvergroting van de lokale omroepen bij deze aanpak wordt betrokken. De aanpassing van de mediawet zorgt, met het oog op de volgende concessieperiode van de landelijke publieke omroep, ook voor een nieuwe basis voor toekomstbestendigheid van het publieke bestel. Het advies uit 2023 van het onafhankelijke adviescollege over de erkennings- en legitimatiecriteria vormt de bouwsteen voor de beoogde aanpassingen in de mediawet.

In opdracht van het Ministerie van OCW verschijnt in 2024 de eerstvolgende representatiemonitor, waarin de representatie van vrouwen in de media voor de derde keer in kaart wordt gebracht. We verkennen momenteel of de opzet van de monitor verbreed kan worden naar de representatie van mensen met een (zichtbare) beperking en mensen van kleur.

Tot slot evalueert het Ministerie van OCW samen met het Ministerie van JenV de organisatie Persveilig, die als doel heeft om de positie van journalisten te versterken tegen geweld en agressie op straat, op sociale media en tegen juridische claims. Aanvullend borgen wij samen met het Ministerie van JenV de structurele financiering van de organisatie.

8. Het Herstel- en Veerkrachtplan (HVP)

Op 4 oktober 2022 is het definitieve Nederlandse Herstel- en Veerkrachtplan (HVP) goedgekeurd. Het definitieve Nederlandse HVP bestaat uit 49 maatregelen. Het ministerie van OCW geeft uitvoering aan de volgende vier maatregelen: Digitaliseringsimpuls Onderwijs NL (Npuls); Aanpak leerachterstanden nieuwkomers (Nieuwkomers); Ondersteuning leerlingen in het laatste jaar (Eindexamens); laptops, tablets en internetrouters voor online en hybride onderwijs ter bestrijding en voorkoming van leerachterstanden (Devices).

Het kabinet werkt momenteel hard aan de implementatie van het HVP. Over de voortgang van de implementatie van het HVP wordt de Tweede Kamer tweejaarlijks geïnformeerd. In het voorjaar van 2024 zal dit gebeuren door middel van het Nationaal Hervormingsprogramma en in het najaar door middel van een aparte Kamerbrief.     

Nederland is voornemens eind 2023 het eerste betalingsverzoek ter waarde van € 1,4 miljard in te dienen bij de Europese Commissie. Het Ministerie van Financiën bereidt, in samenwerking met de departementen die verantwoordelijk zijn voor de verschillende maatregelen, het formele betalingsverzoek voor. Het Ministerie van OCW is voor het eerste betaalverzoek verantwoordelijk voor de uitvoering en verantwoording van de maatregelen «Devices» en «Eindexamens« en het borgen van de financiële belangen van de Unie voor de relevante maatregelen van het Ministerie van OCW. Over de beoordeling van het eerste betalingsverzoek door de Europese Commissie wordt de Tweede Kamer te zijner tijd geïnformeerd.

Nederland is tevens voornemens om medio 2024 het tweede betalingsverzoek bij de Europese Commissie in te dienen. Over de beoordeling van dit tweede betalingsverzoek door de Europese Commissie wordt de Tweede Kamer ook te zijner tijd geïnformeerd.

2.2 Belangrijkste beleidsmatige mutaties

Deze financiële paragraaf presenteert conform de Rijksbegrotingsvoorschriften de belangrijkste budgettaire veranderingen op de OCW-begroting, zowel voor de uitgaven (tabel 1) als de ontvangsten (tabel 2).

Tabel 1 Belangrijkste beleidsmatige uitgaven mutaties t.o.v. vorig jaar (bedragen x € 1.000)
 

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Stand begroting 2023 (inclusief NvW)

53.253.766

53.145.374

54.282.711

52.898.683

52.734.532

52.698.656

Belangrijkste mutaties

      

1. Ontvangen relevante loon- en prijsbijstelling

2.617.869

2.725.450

2.880.319

2.766.955

2.778.714

2.802.200

2. Ontvangen relevante extra prijsbijstelling

139.831

173.225

175.194

176.071

175.890

176.723

3. Saldo mee- en tegenvallers

174.658

‒ 108.466

‒ 170.109

‒ 256.657

‒ 313.353

‒ 423.134

4. Saldo in- en extensiveringen

‒ 68.465

5.190

40.356

28.275

9.608

13.636

5. Uitgekeerde Eindejaarsmarge

418.509

0

0

0

0

0

6. Overlopende verplichtingen

47.030

0

0

0

0

0

7. Bijdrage dekkingsopgave uit eindejaarsmarge

‒ 116.586

0

0

0

0

0

8. Additionele bijdrage dekkingsopgave

‒ 97.734

‒ 158.383

‒ 355.520

‒ 368.732

‒ 338.791

‒ 154.475

9. Coalitieakkoord middelen

40.007

379.017

486.844

494.961

493.307

493.314

10. Schoolmaaltijden

0

63.500

0

0

0

0

11. Kasschuiven

771.985

‒ 1.032.254

63.313

92.132

143.668

‒ 38.844

12. Nationaal Groeifonds

‒ 96.518

101.487

64.184

33.614

22.925

0

13. COVID-19

23.100

0

0

0

0

0

14. Oekraïne

‒ 224.874

97.327

0

0

0

0

15. Maatregelen kabinetsreactie POK

57.000

200

1.300

0

0

0

16. Niet-plafond relevante mutaties

104.705

141.328

131.505

69.743

3.340

‒ 22.482

17. Desalderingen

46.619

700

700

‒ 300

‒ 300

‒ 300

18. Overige mutaties

‒ 40.793

‒ 67.035

‒ 58.819

2.534

2.325

1.562

       

Stand ontwerpbegroting 2024

57.050.109

55.466.660

57.541.978

55.937.279

55.711.865

55.546.856

Tabel 2 Belangrijkste beleidsmatige ontvangsten mutaties t.o.v. vorig jaar (bedragen x € 1.000)
 

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Stand begroting 2023 (inclusief NvW)

1.665.440

1.717.859

1.760.522

1.814.017

1.859.573

1.904.081

Belangrijkste mutaties

0

0

0

0

0

0

1. Saldo mee- en tegenvallers

‒ 6.502

2.529

7.516

11.777

20.160

28.022

2. Rente

7.663

141.570

256.002

247.697

246.780

246.037

3. Kasschuiven

2.392

‒ 1.196

‒ 1.196

0

0

0

4. Niet relevant

156.841

176.578

197.417

219.539

243.014

267.918

5. Desalderingen

46.619

700

700

‒ 300

‒ 300

‒ 300

6. Overige mutaties

‒ 3.073

0

0

0

0

0

       

Stand ontwerpbegroting 2024

1.869.380

2.038.040

2.220.961

2.292.730

2.369.227

2.445.758

Toelichting

1. Ontvangen relevante loon- en prijsbijstelling

Het kabinet heeft dit jaar besloten alle loon- en prijsbijstelling (lpo) uit te keren over de departementale begrotingen, ter compensatie van stijgende lonen en prijzen. De lpo wordt via de reguliere systematiek verdeeld over de begroting, waarbij op enkele artikelen de lpo wordt ingezet als bijdrage aan de rijksbrede dekkingsopgave. In de verdiepingsbijlage is de verdeling van de lpo over de artikelen te zien met daarbij ook per artikel welk deel niet wordt uitgekeerd. De relevante lpo-tranche 2023 die het Ministerie van OCW ontvangt bedraagt in 2024 € 2.725,5 miljoen.

2. Ontvangen relevante extra prijsbijstelling

Bij Najaarsnota 2022 is door het kabinet aan de Tweede Kamer gemeld dat er bij Voorjaarsnota 2023 een extra structurele prijsbijstelling over 2022 wordt uitgekeerd voor de (semi)collectieve sector. Deze eenmalige afwijking van de reguliere systematiek is gerechtvaardigd gegeven de uitzonderlijke stijging van de prijzen sinds het uitkeren van de reguliere prijsbijstelling voor 2022. De extra prijsbijstelling voor de OCW-begroting komt uit op circa € 173,0 miljoen in 2024 en € 175,0 miljoen structureel.

De extra prijsbijstelling wordt via de reguliere systematiek verdeeld over de begroting. Voor het primair en voortgezet onderwijs (po en vo) is het voornemen de prijsbijstelling in 2023 te gebruiken voor een subsidieregeling voor scholen die een extra grote stijging van energielasten ervaren. In 2024 wordt de extra prijsbijstelling gebruikt voor een generieke compensatie, tenzij een verlenging van de subsidieregeling noodzakelijk blijkt. In 2025 en 2026 wordt de extra prijsbijstelling voor het po en vo ingezet ter dekking van de rijksbrede dekkingsopgave. Vanaf 2027 en verder wordt de extra prijsbijstelling volledig ingezet ter compensatie van de gestegen prijzen, waardoor het structurele budget volledig is geïndexeerd naar het huidige prijspeil.

Een deel van de extra prijsbijstelling op artikel 11 (studiefinanciering), onderdeel reisvoorziening, wordt ingehouden ter dekking van de rijksbrede dekkingsopgave. Deze extra prijsbijstelling op het budget voor de reisvoorziening kan vrijvallen, omdat de prijsstijging voor de reisvoorziening al gedekt kan worden binnen de beschikbare budgetten.

Voor het middelbaar beroepsonderwijs (mbo), het hoger onderwijs (ho), het onderzoeks- en wetenschapsbeleid (owb), emancipatie, cultuur en media geldt dat de extra prijsbijstelling generiek wordt toegekend aan het artikel volgens de reguliere systematiek. Specifieke inzet wordt per artikel toegelicht.

3. Saldo mee- en tegenvallers

Er vindt per saldo een meevaller van € 108,5 miljoen plaats op de OCW-begroting in 2024. Deze meevaller wordt veroorzaakt vanwege minder geboorten waardoor er op termijn minder leerlingen in het po instromen dan vorig jaar geraamd en vanwege een afvlakking van de instroom in het ho. Per saldo leiden deze effecten structureel tot een meevaller van circa € 420,3 miljoen.

Daarnaast doen zich meevallers voor op de relevante studiefinancieringsraming van circa € 160,0 miljoen in 2024. Dit heeft diverse oorzaken, waarvan de neerwaartse bijstellingen van de studentenaantallen in het mbo en het ho de belangrijkste zijn. Structureel leidt de studiefinancieringsraming tot een meevaller van circa € 70,0 miljoen, waarvan ruim € 40,0 miljoen een meevaller op de uitgaven betreft en circa € 30,0 miljoen een meevaller op de ontvangsten.

Er vindt een tegenvaller plaats van € 58,9 miljoen op het budget voor de nieuwkomersregeling in het po en vo. Dit heeft te maken met een hogere instroom van nieuwkomers dan verwacht uit overige landen, naast de instroom van Oekraïense nieuwkomers. Structureel betreft deze tegenvaller bijna € 30,0 miljoen.

Tot slot levert het Ministerie van OCW een bijdrage aan het Ministerie van BZK in het kader van de kabinetsreactie op het rapport van bevindingen van het Adviescollege dialooggroep slavernijverleden "Ketenen van het verleden". Het kabinet heeft besloten om incidenteel € 200,0 miljoen en structureel € 8,0 miljoen beschikbaar te stellen. Dit budget wordt specifiek gedekt door alle departementen naar rato van begrotingsomvang, resulterend voor het Ministerie van OCW in een bijdrage van ruim € 30,0 miljoen incidenteel en circa € 1,2 miljoen structureel.

4. Saldo in- en extensiveringen

Binnen de OCW-begroting wordt een aantal extensiveringen aangedragen om een deel van de intensiveringen te kunnen dekken.

Structureel wordt € 16,1 miljoen geëxtensiveerd op de regeling VSV in het vo (€ 60,0 miljoen cumulatief binnen de meerjarenperiode) en € 2,4 miljoen op de garantiebekostiging. Deze extensiveringen vormen dekking voor intensiveringen in preventieve netwerken praktijkonderwijs (pro) voortgezet speciaal onderwijs (vso)van structureel € 2,0 miljoen vanaf 2024, een programmatische aanpak onderwijshuisvesting van structureel € 10,2 miljoen en het vo deel van een vergoeding voor een reisproduct voor leerlingen in pro en voortgezet volwassenonderwijs (vavo) voor € 5,3 miljoen in 2024 en 2025 en structureel € 6,3 miljoen vanaf 2026. Het mbo deel van deze intensivering bedraagt structureel € 6,5 miljoen en wordt gedekt uit een extensivering op de bekostiging van het mbo. Uit de eindejaarsmarge is € 4,6 miljoen ingezet voor een reisproduct voor alle drie de sectoren.

Op artikel 11 (studiefinanciering) kan jaarlijks € 1,2 miljoen geïnvesteerd worden voor het versterken van de dienstverlening en rechtmatigheid van het studiefinancieringsstelsel, omdat door nieuwe wetgeving minder ov-boetes worden opgelegd waardoor een besparing in de uitvoering bij DUO optreedt. Op het artikel 95 (apparaatskosten) wordt incidenteel circa € 2,0 miljoen geëxtensiveerd om intensiveringen op artikel 25 (emancipatie) te dekken waarmee uitvoering gegeven kan worden aan een aantal aangenomen moties van de Tweede Kamer.

Daarnaast vinden er in het kader van de lerarenstrategie een aantal herschikkingen van budgetten plaats op artikel 9 (arbeidsmarkt- en persooneelsbeleid) om een efficiëntere inzet van middelen mogelijk te maken via de onderwijsregio's, zie de toelichting bij artikel 9.

Er wordt in 2024 € 19,0 miljoen (€ 60,0 miljoen tussen 2023 tot en met 2026) ingezet voor de regeling praktijkleren om het effect van de stijging van het aantal beroeps begeleidende leerweg (bbl)-studenten in het mbo en het aantal deeltijd- en duaal-studenten in het hbo ten opzichte van de vorige referentieraming tegemoet te komen. Zodoende kan de prijs per student gelijk worden gehouden. Tevens wordt er voor de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) structureel € 2,3 miljoen ingezet om beter te kunnen voldoen aan de wettelijke taken.

Tot slot is er naar aanleiding van het adviesrapport «Wind in de Zeilen» € 54,1 miljoen overgemaakt naar de OCW-begroting. Dit bedrag is via een kasschuif in het juiste kasritme gezet zodat het bedrag wordt verdeeld over de juiste jaren richting artikel 16 (onderzoek- en wetenschapsbeleid). Deze middelen zijn voor de oprichting van het Delta Climate Center in Vlissingen.

5 en 6. Uitgekeerde eindejaarsmarge en inzet voor overlopende verplichtingen

De eindejaarsmarge betreft het deel van de OCW-begroting dat in 2022 per saldo niet tot besteding is gekomen. De eindejaarsmarge van 2022 voor het Ministerie van OCW is vastgesteld op € 418,5 miljoen, wat (de maximale) 1 procent van de OCW-begroting betreft. Dit bedrag is in 2023 weer toegevoegd aan de begroting. Circa € 80,0 miljoen is ingezet om tegenvallers in 2023 op te vangen en er wordt circa € 171,0 miljoen ingezet voor intensiveringen. Dit bedrag bestaat grotendeels uit het budget voor de schoolmaaltijden van € 100,0 miljoen. Daarnaast wordt de € 15,0 miljoen voor de restauratie van grote monumenten ook uit de eindejaarsmarge gefinancierd. Uit de eindejaarsmarge wordt tevens € 5,3 miljoen beschikbaar gesteld voor de subsidieregelingen met betrekking tot het herdenkingsjaar van het slavernijverleden en € 4,6 miljoen voor het reisproduct voor het pro, vavo en mbo.

Er wordt € 47,0 miljoen van de eindejaarsmarge ingezet voor overlopende verplichtingen. Dit zijn verplichtingen die in 2022 zijn aangegaan, niet tot besteding zijn gekomen, en in 2023 alsnog moeten worden voldaan. Deze overlopende verplichtingen zijn reeds bij Tweede Suppletoire Begroting of bij de brief «Beleidsmatige mutaties na Najaarsnota» gemeld aan de Tweede Kamer. De hoogste overlopende verplichting betreft die op het budget van de nieuwkomersbekostiging ter hoogte van € 14,0 miljoen.

7. Restant eindejaarsmarge voor rijksbrede dekkingopgave

Ruim € 116 miljoen van de eindejaarsmarge wordt ingezet als onderdeel van de rijksbrede dekkingsopgave.

8. Additionele dekkingsopgave

Om te voldoen aan de rijksbrede dekkingsopgave wordt er op verschillende artikelen omgebogen. In de tabellen met de ombuigingen op de OCW-begroting is hiervan een overzicht weergegeven. Een deel van de ontvangen lpo op de artikelen 1 en 3 (primair- en voortgezet onderwijs) wordt ingezet (circa € 500,0 miljoen over de meerjarenperiode en structureel € 59,0 miljoen). Ook wordt een deel van de incidentele prijsbijstelling ingehouden (cumulatief € 62,0 miljoen over de meerjarenperiode). Daarnaast worden er incidentele middelen ingehouden op de reeks infrastructuur en basisvaardigheden (cumulatief € 111,0 miljoen over de meerjarenperiode).

Op de artikel 6, 7, 11 en 16 wordt ook op een aantal plekken omgebogen. Ten eerste worden de resterende middelen in de jaren 2024 ‒ 2027 van het stopzetten van de halvering collegegeld (cumulatief € 450,0 miljoen over de meerjarenperiode) ingezet. Dit betreft incidentele middelen die zijn vrijgekomen bij het nemen van deze maatregel, naast de structurele inzet voor de herinvoering van de studiebeurs. Daarnaast wordt de incidentele extra lpo op deze middelen ingezet. Ten tweede worden de al aflopende subsidies tweede lerarenopleiding (vanaf 2026) en open en online onderwijs (vanaf 2023) beëindigd. Ten derde worden de 10 procent studievoorschotmiddelen met € 20,0 miljoen verlaagd vanaf 2029. Ten vierde worden de middelen voor de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) verlaagd met structureel € 3,0 miljoen, eveneens vanaf 2029. Als laatste wordt de extra prijsbijstelling 2022 op artikel 11 (studiefinanciering), onderdeel reisvoorziening, ingehouden. Deze extra prijsbijstelling op het budget voor de reisvoorziening kan vrijvallen, omdat de prijsstijging voor de reisvoorziening gedekt kan worden binnen de beschikbare budgetten.

Om te voldoen aan de rijksbrede dekkingsopgave wordt artikel 15 (media) naar beneden bijgesteld. De rijksmediabijdrage voor de landelijke publieke omroep wordt vanaf 2025 met circa € 24,0 miljoen verlaagd, structureel gaat het om een verlaging van € 13,0 miljoen vanaf 2029. Daaraan gekoppeld wordt de Nederlandse Publieke Omroep (NPO) ruimte gegeven om meer reclameopbrengsten te genereren, waarmee zij deze verlaging kunnen opvangen. Hiervoor wordt de maatregel om de reclamezendtijd op de lineaire kanalen van de publieke omroepen te halveren (deels) teruggedraaid.

In totaal wordt met de bovenstaande maatregelen € 158,3 miljoen in 2024 oplopend tot € 368,7 miljoen in 2026 en € 154,5 miljoen structureel dekking bijgedragen voor de rijksbrede dekkingsopgave. Daarnaast komt de per saldo meevaller op de OCW-begroting ten gunste van het generale beeld en vormt daarmee dekking voor de rijksbrede dekkingsopgave.

9. Coalitieakkoordreeksen

Er worden overhevelingen gedaan in het kader van het coalitieakkoord (CA) vanaf de Aanvullende Post (AP). In het CA is voor kansengelijkheid in het onderwijs structureel € 1,0 miljard beschikbaar gesteld. In 2022 is het merendeel van deze middelen overgeheveld naar de OCW-begroting. Middels deze laatste tranche worden ook de resterende middelen overgeheveld naar de OCW-begroting ter uitvoering van onder andere het programma School en Omgeving en het programma Jonge Kind.

Daarnaast is in het CA het doel opgenomen om de kwaliteit van het onderwijs en het beroepsonderwijs te versterken. Dit wordt onder andere vormgegeven met een subsidie voor de verdere invoering van de praktijkgerichte programma’s in de gemengde leerweg en de theoretische leerweg van het vmbo (€ 10,5 miljoen tot en met 2027). De structurele middelen worden vanaf 2028 overgeheveld naar artikel 91 (nog onverdeeld) van de OCW-begroting.

Vanuit de CA-reeks vervolgopleidingen worden middelen overgeheveld voor het flankerend beleid voor het aanpassen van het bindend studieadvies (ruim € 10,0 miljoen) en voor Koninkrijksbeurzen (€ 0,5 miljoen). De loon- en prijsbijstelling behorend bij al deze middelen wordt eveneens overgeheveld naar de OCW-begroting.

10. Schoolmaaltijden

Ten behoeve van de continuering van het programma schoolmaaltijden wordt er in 2024, incidenteel, € 166,0 miljoen beschikbaar gesteld. Een deel van deze middelen zijn afkomstig van SZW (€ 52,5 miljoen) en VWS (€ 10,0 miljoen). De rest van de middelen zijn afkomstig uit de OCW begroting. Het gaat om een extensivering van € 55,5 miljoen op de subsidieregeling heterogene brugklassen en een extensivering van € 25,0 miljoen op het budget van de maatschappelijke diensttijd. Daarnaast komt de overige dekking voor € 22,0 miljoen uit de bekostiging po (€ 13,4 miljoen) en de bekostiging vo (€ 8,6 miljoen). Wanneer er in het voorjaar eindejaarsmarge beschikbaar is, zal bezien worden of de lumpsum met € 22,0 miljoen kan worden aangevuld. Daarnaast is er € 1,0 miljoen beschikbaar gekomen uit het koopkracht pakket ten behoeve van schoolmaaltijden op Caribisch Nederland.

11. Kasschuiven

Op de begroting worden diverse meerjarige kasschuiven doorgevoerd, om de budgetten in overeenstemming te brengen met het verwachte bestedingsritme. Er is besloten tot een kasschuif van € 1,0 miljard op het budget van de reisvoorziening van de openbaarvervoersbedrijven op artikel 11 (studiefinanciering). Deze kasschuif (in dit geval van jaar 2024 naar 2023) wordt vaker verwerkt omdat dit in het verleden behulpzaam kon zijn om de plafondstanden te sluiten. Dit jaar is het verzoek voor de kasschuif initieel door de vervoersbedrijven zelf ingediend. Tegelijkertijd is deze kasschuif ook dit jaar behulpzaam bij het optimaliseren van het kasritme van het Rijk. Daarnaast worden er diverse meerjarige kasschuiven doorgevoerd, om de budgetten in overeenstemming te brengen met het verwachte bestedingsritme. Ook wordt een kasschuif toegepast om de doorrekening van de Referentieraming (RR) voor het primair onderwijs te corrigeren. De reeks die bij Voorjaarsnota 2023 is verwerkt blijkt niet het juiste ritme te bevatten en vanaf 2027 is er sprake van een te laag budget (structureel circa € 70,0 miljoen per jaar vanaf 2028). Met deze kasschuif worden de middelen tot en met 2026 in de juiste jaren gezet. Het budget vanaf 2027 en verder wordt gecorrigeerd bij Voorjaar 2024.

12. Nationaal Groeifonds (NGF)

Er zijn middelen bij gekomen op de begroting voor het NGF-project Nationale Aanpak Professionalisering Leraren voor cumulatief € 73,0 miljoen, startend met een bedrag van € 3,5 miljoen in 2024.

Tevens worden er middelen naar achter geschoven bij drie verschillende NGF-projecten. De voorbereiding van deze investeringen vraagt namelijk meer tijd dan eerder was voorzien. Per saldo gaat het om € 149 miljoen, die eerder in 2023 besteed zou worden, die wordt verschoven naar de jaren 2024 tot en met 2026. Dit gaat om € 131,1 miljoen bij het project Leven Lang Ontwikkelen (LLO) Katalysator en € 18,0 miljoen voor Biotech Booster. Voor het budget collectief laagopgeleiden en laaggeletterden wordt € 50.000 van 2024 naar 2025 geschoven.

Tabel 3 Nationaal Groeifonds (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

Artikel

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Overlopende verplichtingen uit 2022

Diverse

0

52.592

0

0

0

0

0

Kasschuif Collectief laagopgeleiden en laaggeletterden

4

0

0

‒ 50

50

0

0

0

Kasschuif Nationale LLO katalysator

6

0

‒ 131.100

80.000

40.000

11.100

0

0

Kasschuif Biotech booster

16

0

‒ 18.010

18.010

0

0

0

0

Nationale aanpak professionalisering van leraren

6

0

0

3.527

24.134

22.514

22.925

0

Totaal

 

0

‒ 96.518

101.487

64.184

33.614

22.925

0

13. COVID-19

In de Eerste Suppletoire Begroting is per saldo € 23,1 miljoen toegevoegd aan COVID-19 budgetten op de OCW-begroting. Dit betrof een overlopende verplichting van € 52,6 miljoen vanuit voorgaande jaren voor Ventilate in scholen. Daarnaast is € 10,0 miljoen toegevoegd voor een tegemoetkoming voor het verliezen van het recht op studiefinanciering vanwege mogelijke studievertraging als gevolg van corona. Tot slot, is € 40,0 miljoen van het zelftesten budget teruggevloeid naar de Staatskas.

14. Oekraïne

Op de budgetten voor Oekraïne wordt in 2023 € 73,1 miljoen en in 2024 € 97,3 miljoen toegevoegd. Onder de Oekraïne-uitgaven vallen de extra uitgaven voor de nieuwkomersbekostiging in het po en vo in verband met de grote instroom van ontheemden vanuit Oekraïne. Dit bedrag wordt verdeeld over de periode van juli 2023 t/m december 2024 en is gebaseerd op de verwachte instroom tot 1 januari 2024.

Daarnaast wordt voor 2023 de meevaller op het budget voor huisvesting noodlocaties voor Oekraïense vluchtelingen reeds afgeboekt. Het betreft bijna € 300 miljoen. Deze meevaller is ontstaan doordat er minder aanvragen waren dan geraamd.

15. Maatregelen Parlementaire Onderzoekscommissie Toeslagenaffaire

Naar aanleiding van de kabinetsreactie op de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag worden er middelen beschikbaar gesteld voor het kwijtschelden van studieschulden van gedupeerden van de Kinderopvangtoeslagenaffaire. Er wordt een tegenvaller verwacht van € 57,0 miljoen op dit budget omdat er meer aanvragen voor kwijtschelding binnenkomen dan verwacht. In het bedrag van € 57,0 miljoen zit ook € 5,1 miljoen compensatie aan de vervoerbedrijven voor het kwijtschelden van ov-boetes. Deze middelen worden overgeheveld vanuit de AP.

16. Niet-kaderrelevante mutaties

De niet-kaderrelevante (NR) mutaties hebben betrekking op de studiefinanciering. Het betreft hier de tranche 2023 van de niet-plafondrelevante prijsbijstelling, de extra prijsbijstelling en de reguliere mutaties die voortvloeien uit de studiefinancieringsraming. Dit betreft een meevaller als gevolg van de gestegen niet-relevante (NR) terugontvangen lening door de aankondiging van de rentestijging voor studieleningen.

17. Desalderingen

Dit betreft desalderingen van uitgaven en ontvangsten. De grootste desaldering binnen dit bedrag betreft de dotatie aan de Algemene Mediareserve van € 40,3 miljoen. Hiermee wordt aansluiting gevonden op de geactualiseerde Ster-raming.

18. Overig

Dit saldo bestaat uit verschillende mutaties:

  • overboekingen met andere departementen;

  • budgetneutrale moties en amendementen zijn hier verwerkt;

  • technische mutaties en interne overboekingen vallen onder dit saldo.

Ontvangsten

De ten onrechte door Hogeschool Zeeland ontvangen uitgekeerde rijksbijdragen worden in een periode van twintig jaar teruggevorderd. De Hogeschool Zeeland heeft verzocht de laatste termijnen, 2023 tot en met 2025, versneld in één keer af te lossen in 2022. Dit leidde ertoe dat de ontvangsten op artikel 6 (hoger onderwijs) voor het jaar 2022 € 3,6 miljoen hoger waren. Deze meerontvangsten werden per overlopende verplichting meegenomen naar 2023 en door middel van een kasschuif in het juiste ritme gezet.

Daarnaast zijn de relevante renteontvangsten omhoog bijgesteld wat leidt tot een meevaller van € 141,6 miljoen in 2024 als gevolg van de hogere rentestand. Deze zullen naar verwachting verder oplopen tot € 246 miljoen in 2028. Deze meevaller komt ten goede aan het generale beeld.

Ten slotte vind er een meevaller plaats op de niet-relevante (NR) studiefinancieringsraming van € 176,6 miljoen. In de laatste maanden 2022 en januari 2023 is de niet-relevante (NR) terugontvangen lening gestegen als gevolg van de renteaankondiging. De ontvangsten op de terugontvangen lening zijn daarop naar boven bijgesteld voor 2024 en verder.

Tabel 4 geeft een overzicht van alle intensiveringen op de OCW-begroting, sinds de start van het kabinet Rutte III en tabel 5 doet dat voor de ombuigingen. Tabel 6 geeft een saldo van de tabellen 4 en 5 weer.

Tabel 4 Intensiveringen (bedragen x € 1.000)
 

Artikel

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

struc.

CA Leraren/schoolleiders

1,3,9,95

762.000

838.000

800.000

800.000

800.000

800.000

800.000

800.000

CA Versterken onderwijskwaliteit

1,3,4,14,95

445.444

653.850

1.000.000

1.000.000

1.000.000

1.000.000

1.000.000

1.000.000

CA Vervolgopleidingen en onderzoek

3,4,6,7,16,95

290.570

669.164

678.950

678.950

678.814

703.550

700.000

700.000

CA Kansengelijkheid

1,3,4,95

198.000

383.816

921.502

948.341

948.341

1.000.000

1.000.000

1.000.000

CA Fonds Onderzoek en Wetenschap

4,16,95

206.208

450.308

449.258

448.758

448.758

448.758

448.758

0

CA Cultuur en Media

14,15,95

150.000

169.300

191.800

238.900

200.000

200.000

200.000

200.000

CA Herinvoering basisbeurs

11,95

5.000

30.000

61.000

122.999

351.000

590.000

850.000

1.000.000

CA Tegemoetkoming leenstelsel

11,95

   

786.000

91.000

58.000

34.000

0

CA reeksen andere departementen

diversen

3.217

9.072

14.571

14.901

13.815

15.092

15.365

15.365

CA WAU

diversen

23.240

60.327

68.122

66.924

65.114

57.024

22.207

0

Herprioritering voor doorstroom beroepskolom

4

4.692

29.577

50.571

57.604

68.674

45.247

28.447

28.427

Herdenkingsjaar slavernij

14

2.170

10.185

1.205

0

0

0

0

0

Grote monumenten

14

0

15.000

0

0

0

0

0

0

Programmatische aanpak onderwijshuisvesting

1

0

5.040

10.700

11.000

10.300

10.900

10.200

10.200

Reisproduct leerlingen pro/vavo

3,4

0

250

11.700

11.700

12.700

12.800

12.800

12.800

Schoolmaaltijden

1,3

0

100.000

166.000

0

0

0

0

0

Verwerven kunstwerk Rembrandt

14

150.000

0

0

0

0

0

0

0

Wind in de zeilen

16

63

0

26.942

3.908

14.600

1.922

16.678

2.000

NGF Open leermateriaal

1,3,95

1.606

7.302

11.586

0

0

0

0

0

NGF Ontwikkelkracht

1,3,95

179

21.554

27.657

31.367

20.474

0

0

0

NGF Digitaal onderwijs goed geregeld

3,95

33

4.074

5.733

5.583

3.083

3.083

3.083

0

NGF Collectief laagopgeleiden en laaggeletterden

4

181

3.519

3.850

50

0

0

0

0

NGF Nationale LLO Katalysator

6

900

35.000

78.476

40.000

11.100

0

0

0

NGF Digitaliseringsimpuls onderwijs NL

6

1.388

53.612

45.000

40.000

0

0

0

0

NGF Biotech booster reeks

16

1.140

1.710

46.750

0

0

0

0

0

NGF Leven lang ontwikkelen

4

3.365

11.015

7.540

5.260

1.300

0

0

0

NGF Einstein telescope

16

0

28.000

14.000

0

0

0

0

0

NGF Nationale Aanpak Professionalisering Leraren

6

0

0

3.527

24.134

22.514

22.925

0

0

NGF Zelfdenkende moleculen

16

0

6.150

14.650

16.450

15.850

16.850

16.100

0

Totaal

 

2.249.396

3.595.825

4.711.090

5.352.829

4.777.437

4.986.151

5.157.638

4.768.792

Tabel 5 Ombuigingen (bedragen x € 1.000)
 

Artikel

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

struc.

CA Versterken onderwijskwaliteit

1,3,4,14,95

‒ 43.777

       

CA Vervolgopleidingen en onderzoek

3,4,6,7,16,95

‒ 41.866

       

CA Fonds Onderzoek en Wetenschap

4,16,95

‒ 1.910

       

Herprioritering voor doorstroom beroepskolom

4,6,7

‒ 4.692

‒ 38.197

‒ 67.391

‒ 57.624

‒ 60.054

‒ 28.427

‒ 28.427

‒ 28.427

Rentemaatregel

diversen

    

‒ 3.000

‒ 7.000

‒ 16.000

‒ 226.000

DUO tekort

diversen

    

‒ 37.913

‒ 40.413

‒ 41.713

‒ 41.313

Overboeking slavernijverleden

diversen

  

‒ 32.490

‒ 1.216

‒ 1.178

‒ 1.172

‒ 1.162

‒ 1.162

Schoolmaaltijden

1, 3

  

‒ 102.500

     

Onderwijsroute

4, 6, 7

    

‒ 7.000

‒ 7.000

‒ 7.000

 

Rijksbrede dekkingsopgave voorjaar 2023

  

‒ 138.220

‒ 37.262

‒ 190.626

‒ 203.664

‒ 204.098

‒ 29.030

‒ 18.147

Restant eindejaarsmarge voor Rijksbrede dekkingopgave

diversen

 

‒ 116.586

      

Infrastructuur en basisvaardigheden (lezen)

1

 

‒ 7.734

‒ 25.934

‒ 25.934

‒ 25.934

‒ 25.934

  

Doorstroom VMBO-HAVO/MBO

3

 

‒ 6.900

      

Beëindigen subsidieregeling tweede lerarenopleiding

6

    

‒ 2.638

‒ 2.638

‒ 2.638

‒ 2.638

Beëindigen subsidieregeling open en online onderwijs

7

 

‒ 1.000

‒ 1.000

‒ 2.112

‒ 2.112

‒ 2.112

‒ 2.112

‒ 2.112

Resterende middelen halvering collegegeld

6,7

  

‒ 10.328

‒ 138.300

‒ 148.700

‒ 149.134

  

Zij-instroom

9

 

‒ 6.000

      

Rijksmediabijdrage Nederlandse Publieke Omroep

15

   

‒ 24.280

‒ 24.280

‒ 24.280

‒ 24.280

‒ 13.397

Totaal

 

‒ 92.245

‒ 176.417

‒ 239.643

‒ 249.466

‒ 312.809

‒ 288.110

‒ 123.332

‒ 315.049

Tabel 6 Saldo intensiveringen en ombuigingen (bedragen x € 1.000)
 

Artikel

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

struc.

Saldo intensiveringen

diverse

2.249.396

3.595.825

4.711.090

5.352.829

4.777.437

4.986.151

5.157.638

4.768.792

Saldo ombuigingen

diverse

‒ 92.245

‒ 176.417

‒ 239.643

‒ 249.466

‒ 312.809

‒ 288.110

‒ 123.332

‒ 315.049

Totaal

 

2.157.151

3.419.408

4.471.447

5.103.363

4.464.628

4.698.041

5.034.306

4.453.743

Tabel 7 Intensiveringen per sector (bedragen x € 1.000)
 

Artikel

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Primair onderwijs

1

667.343

1.078.460

1.407.917

1.297.651

1.290.018

1.320.850

1.319.881

Voortgezet onderwijs

3

526.100

700.479

1.214.774

1.162.885

1.157.645

1.166.304

1.166.271

Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie

4

237.667

386.244

506.367

516.334

525.813

499.786

482.798

Hoger beroepsonderwijs

6

50.364

254.171

295.591

269.750

192.305

187.029

164.096

Wetenschappelijk onderwijs

7

61.000

219.951

208.497

213.532

211.443

213.065

214.104

Arbeidsmarkt- en personeelsbeleid

9

4.515

31.522

42.559

46.113

49.608

63.570

63.569

Studiefinanciering

11

9.750

55.587

90.512

935.239

469.078

672.935

871.860

Tegemoetkoming onderwijsbijdragen en schoolkosten

12

15

92

109

113

108

70

69

Lesgeld

13

91

551

657

676

646

421

412

Cultuur

14

303.309

173.307

168.341

217.687

181.380

179.518

178.121

Media

15

18.007

34.535

41.169

37.849

34.993

34.954

34.773

Onderzoek en wetenschapsbeleid

16

250.799

591.212

660.694

580.556

590.637

578.839

593.292

Apparaat Kerndepartement

95

32.883

69.714

73.903

74.444

73.763

68.810

68.392

Overig

 

87.553

0

0

0

0

0

0

Totaal

 

2.249.396

3.595.825

4.711.090

5.352.829

4.777.437

4.986.151

5.157.638

Tabel 8 Ombuigingen per sector (bedragen x € 1.000)
 

Artikel

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Primair onderwijs

1

0

‒ 12.734

‒ 44.354

‒ 30.934

‒ 44.151

‒ 41.251

‒ 18.645

Voortgezet onderwijs

3

0

‒ 6.900

‒ 89.080

0

‒ 9.260

‒ 10.730

‒ 13.062

Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie

4

0

‒ 23.074

‒ 22.064

‒ 22.410

‒ 33.262

‒ 32.985

‒ 34.206

Hoger beroepsonderwijs

6

0

0

‒ 23.312

‒ 103.744

‒ 119.712

‒ 112.080

‒ 15.708

Wetenschappelijk onderwijs

7

0

‒ 1.000

‒ 13.188

‒ 56.668

‒ 64.842

‒ 61.580

‒ 11.361

Internationaal beleid

8

0

0

0

0

‒ 16

‒ 18

‒ 21

Arbeidsmarkt- en personeelsbeleid

9

0

‒ 6.000

0

0

0

0

0

Cultuur

14

0

0

0

0

‒ 2.302

‒ 2.668

‒ 3.247

Media

15

0

0

0

‒ 24.280

‒ 24.280

‒ 24.280

‒ 24.280

Onderzoek en wetenschapsbeleid

16

0

0

0

0

‒ 1.162

‒ 1.346

‒ 1.640

Overig

 

‒ 92.245

‒ 126.709

‒ 47.645

‒ 11.430

‒ 13.822

‒ 1.172

‒ 1.162

Totaal

 

‒ 92.245

‒ 176.417

‒ 239.643

‒ 249.466

‒ 312.809

‒ 288.110

‒ 123.332

Tabel 9 Saldo intensiveringen en ombuigingen per sector (bedragen x € 1.000)
 

Artikel

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Primair onderwijs

1

667.343

1.065.726

1.363.563

1.266.717

1.245.867

1.279.599

1.301.236

Voortgezet onderwijs

3

526.100

693.579

1.125.694

1.162.885

1.148.385

1.155.574

1.153.209

Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie

4

237.667

363.170

484.303

493.924

492.551

466.801

448.592

Hoger beroepsonderwijs

6

50.364

254.171

272.279

166.006

72.593

74.949

148.388

Wetenschappelijk onderwijs

7

61.000

218.951

195.309

156.864

146.601

151.485

202.743

Internationaal beleid

8

0

0

0

0

‒ 16

‒ 18

‒ 21

Arbeidsmarkt- en personeelsbeleid

9

4.515

25.522

42.559

46.113

49.608

63.570

63.569

Studiefinanciering

11

9.750

55.587

90.512

935.239

469.078

672.935

871.860

Tegemoetkoming onderwijsbijdragen en schoolkosten

12

15

92

109

113

108

70

69

Lesgeld

13

91

551

657

676

646

421

412

Cultuur

14

303.309

173.307

168.341

217.687

179.078

176.850

174.874

Media

15

18.007

34.535

41.169

13.569

10.713

10.674

10.493

Onderzoek en wetenschapsbeleid

16

250.799

591.212

660.694

580.556

589.475

577.493

591.652

Apparaat Kerndepartement

95

32.883

69.714

73.903

74.444

73.763

68.810

68.392

Overig

 

‒ 4.692

‒ 126.709

‒ 47.645

‒ 11.430

‒ 13.822

‒ 1.172

‒ 1.162

Totaal

 

2.157.151

3.419.408

4.471.447

5.103.363

4.464.628

4.698.041

5.034.306

Fonds Onderzoek en Wetenschap

In het coalitieakkoord zijn in het Fonds Onderzoek en Wetenschap middelen gereserveerd ten behoeve van het inhalen van achtergebleven investeringen in onderzoek en de versterking van de kwaliteit van hoger onderwijs, wetenschap en onderzoeksinfrastructuur. Daarnaast zijn de middelen ook bedoeld voor het verlagen van de werkdruk en voor ongebonden onderzoek. Het cumulatieve bedrag van de fondsmiddelen is toegenomen ten opzichte van de oorspronkelijke € 5 miljard, door toevoeging van compensatie voor de loon- en prijsontwikkeling. De investeringen zullen op lange termijn resultaten opleveren. Door langjarig te investeren wordt rust en ruimte gecreëerd bij de instellingen, waardoor het fundament van onderzoek en wetenschap sterker wordt.

De financiering op de verschillende thema’s vanuit het fonds loopt uiterlijk tot en met 2031. De investeringen hebben echter langdurige effecten, bijvoorbeeld omdat onderzoekstalent zich via de open competitie of starters- en stimuleringsbeurzen verder ontwikkelt. Die instrumenten leveren daarmee ook na de fondshorizon een bijdrage aan het verhogen van de kwaliteit en de impact van hoger onderwijs en onderzoek. De gestimuleerde netwerken blijven ook op de langere termijn relevant. Hierbij kan gedacht worden aan consortia in de open competitie, praktijkgericht onderzoek en Europese projecten, gefaciliteerd door matching Horizon Europe en Europese partnerschappen. Bovendien ontvangen fundamenteel en toegepast onderzoeksfaciliteiten een impuls vanuit het fonds, wat vaak een aantrekkingskracht heeft op talent en nieuwe samenwerkingsverbanden. Deze faciliteiten hebben meestal een levensduur van meer dan tien jaar, waarbij de onderzoeksinstellingen zich verplichten om de operationele kosten op zich te nemen nadat de initiële impuls voor de ontwikkelings- en bouwfase is afgelopen.

Om te borgen dat het fonds op de korte en lange termijn effect heeft en om de samenhang tussen de instrumenten te optimaliseren, zijn doeltreffendheid, doelmatigheid, monitoring, evaluatie en bijsturing van belang. Om deze reden is er voor het fonds een aparte beleidsevaluatie agenda opgesteld1 . Hierbij is specifieke aandacht voor de mate waarin de tijdelijke impulsen uit het fonds ook structurele effecten voor het stelsel bewerkstelligen. De onderzoeken richten zich op de doeltreffendheid en doelmatigheid van de instrumenten, gericht op versterking van het fundament, het geven van ruimte aan divers talent en het vergroten van maatschappelijke impact.

Tabel 10 Fonds voor Onderzoek en Wetenschap (bedragen x € 1.000)
 

Artikel

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Starters- en stimuleringsbeurzen

7

50.000

152.230

152.230

152.230

152.230

152.230

152.230

152.230

152.230

152.230

Thematische programmering

16

10.000

10.000

10.000

10.000

10.000

10.000

10.000

10.000

10.000

10.000

Professional doctorate beurzen

16

5.000

5.000

5.000

5.000

5.000

5.000

5.000

5.000

5.000

5.000

Praktijkgericht onderzoek art 6

6

0

36.993

36.993

36.993

36.993

36.993

36.993

36.993

36.993

36.993

Roadmap grootschalige wetenschappelijke infrastructuur

16

50.000

50.000

50.000

50.000

50.000

50.000

50.000

50.000

50.000

50.000

Strategische agenda toegepast onderzoek faciliteiten

EZK

2.494

86.494

30.494

85.494

39.554

91.994

40.000

70.000

34.000

21.000

Matching Horizon Europe

16

0

78.900

79.305

79.305

79.305

79.305

79.305

79.305

0

0

Open Competitie

16

60.000

60.000

60.000

60.000

60.000

60.000

60.000

60.000

60.000

60.000

Toponderzoek

16

20.000

20.000

20.000

20.000

20.000

20.000

20.000

20.000

20.000

20.000

Kennisveiligheid

16, 95

2.600

5.950

6.400

7.450

5.700

4.700

4.700

4.700

4.700

4.700

Sociale Veiligheid

16

1.000

4.200

4.000

4.000

4.000

4.000

4.000

4.000

4.000

4.000

Scholars at Risk

16

0

400

1.200

1.200

1.200

1.200

1.200

1.200

1.200

1.200

Europese Partnerschappen (OCW)

16

0

10.000

10.000

12.000

12.000

12.000

12.000

12.000

0

0

Europese Partnerschappen (EZK)

EZK

14.500

40.000

47.500

38.000

38.000

38.000

38.000

38.000

0

0

Open Science

16

4.000

20.000

20.000

20.000

20.000

20.000

20.000

20.000

20.000

20.000

Practoraten

4

0

1.926

2.936

2.590

2.590

3.639

3.639

3.639

3.639

3.639

Nationaal expertisecentrum voor wetenschap en samenleving

16

0

277

1.389

1.389

1.389

1.111

1.111

1.111

1.111

1.111

Uit te werken voorstellen1

FIN

0

0

0

0

0

0

0

0

9.545

116.455

Loon- en prijscompensatie fondsmiddelen NWO2

16

0

10.658

10.515

10.630

10.630

10.630

10.630

10.630

10.630

10.630

Uitvoering, monitoring, verantwoording, evaluatie

16, 6, 7, 95, EZK

2.490

7.455

8.705

6.205

6.205

6.205

6.199

5.699

6.200

6.200

Totaal

 

222084

600483

556667

602486

554796

607007

555007

584507

429248

523158

X Noot
1

Anders dan in de beleidsbrief Hoger Onderwijs en Wetenschap van 17 juni 2022 is deze reeks gelijk aan de reeks zoals achtergebleven op de aanvullende post van het ministerie van financien.

X Noot
2

Loon- en prijscompensatie ten behoeve van het Fonds wordt door NWO/NWO-SIA verdeeld over de programma's.

2.3 Openbaarheidsparagraaf

Deze paragraaf bevat de beleidsvoornemens van het Ministerie van OCW voor de uitvoering van de Wet open overheid(Woo) en een transparante overheid. Het ministerie werkt aan bestuurlijke transparantie door de toegang tot overheidsinformatie voor iedereen te vergroten ten behoeve van een goed en democratisch bestuur. De beleidsvoornemens zijn uitgesplist naar de actieve openbaarmaking, de passieve openbaarmaking en de verbetering van de informatiehuishouding.

Voor de implementatie en uitvoering van de Woo is het komende jaar € 1,8 miljoen beschikbaar gesteld. Voor de verbetering van de informatiehuishouding is dat € 7,6 miljoen. Het ministerie zet in op een integrale benadering. Openbaarheid en transparantie zijn namelijk niet los te zien van de organisatie, de medewerkers en de processen. Samen met aanpalende onderwerpen, zoals ambtelijk vakmanschap en vermogen en Werk aan Uitvoering (WaU), is dit ondergebracht bij het programma OCW Open. Het programma is ingericht om bij te dragen aan het verstevigen van het vertrouwen van de samenleving in het handelen van de overheid. OCW Open werkt aan een ministerie dat open, in onderling vertrouwen, rechtvaardig en vanuit de inhoudelijke doelen werkt.

Actieve openbaarmaking

De Woo verplicht het ministerie om overheidsinformatie uit eigen beweging openbaar te maken. Het gaat om een resultaatsverplichting om bepaalde informatiecategorieën bij ontvangst of opstellen binnen een bepaalde termijn actief openbaar te maken en om een inspanningsplicht om andere overheidsinformatie openbaar te maken. De inspanningsplicht geldt sinds 1 mei 2022. De resultaatsverplichting treedt gefaseerd in werking en loopt samen met de realisatie van het Platform Open Overheidsinformatie (PLOOI), waar alle geopenbaarde informatie op gepubliceerd moet worden.

In 2022 heeft het Adviescollege ICT-toetsing een advies uitgebracht omtrent het programma PLOOI. De Minister van BZK heeft toegezegd alle aanbevelingen over te nemen. Het startpunt voor de herijkte oplossing bestaat uit:

  • een verwijsindex waarin de eindgebruiker reeds gepubliceerde informatie (uit alle 17 categorieën) kan vinden, via verwijzingen naar de betreffende documentverzamelingen;

  • een zoekfunctie over de documenten waarnaar de verwijsindex verwijst.

PLOOI wordt voornamelijk nog gebruikt als programmanaam; voor de centrale voorziening wordt veelal de aanduiding ‘Woo-index’ gehanteerd.

Het Ministerie van BZK is voornemens een nieuwe uitvoeringstoets uit te laten voeren.

Acht van de dertien informatiecategorieën die het ministerie straks onder de Woo actief openbaar moet maken, maakt het ministerie nu al uit eigen beweging openbaar. Het gaat dan onder meer om ontwerpen van algemeen verbindende voorschriften, bepaalde adviezen en onderzoeksrapporten en de inhoud van informatieverzoeken. De inspanningen zijn nu gericht op het publiceren met het oog op de Woo-index  en het herijken van processen binnen het ministerie, opdat ontvangen en opgestelde documenten die onder de actieve openbaarmakingsverplichting vallen, straks tijdig worden gepubliceerd met gebruikmaking van de Woo-index. Ook binnen de dienstonderdelen, vinden al acties plaats om vooralsnog op de eigen website overige informatiecategorieën te publiceren. 

In het kader van de inlichtingenplicht aan het parlement worden sinds 1 juli 2021, op basis van de rijksbrede beleidslijn actieve openbaarmaking nota’s, bij Kamerbrieven over beleidsvorming en wetgeving de beslisnota’s aan bewindspersonen actief openbaar gemaakt. Vanaf Prinsjesdag 2022 geldt dat bij alle Kamerbrieven. Hiertoe worden bestaande processen, rollen en handreikingen binnen het ministerie bijgewerkt.

Passieve openbaarmaking

De Woo geeft eenieder het recht om een bestuursorgaan te verzoeken om overheidsinformatie openbaar te maken. De wet stelt regels over de afhandeling daarvan. Het gaat dan onder meer over de inhoud en vorm van de beslissing, de termijn waarbinnen die genomen moet worden en de wijze van informatieverstrekking. Binnen het OCW-concern zijn afgelopen periode zowel (ICT-)technische, organisatorische als personele maatregelen doorgevoerd om de afhandeling van informatieverzoeken te versnellen met dezelfde kwaliteit. Er wordt waar mogelijk digitale ondersteuning geboden vanuit (oriëntatie op) tooling ten aanzien van het vinden van de juiste documenten en de juridische beoordeling ervan, in aansluiting op het document management systeem. Hier vindt nog verdere doorontwikkeling plaats. Er is tevens ingezet op het ontwikkelen en verbeteren van zowel het proces als het centrale team, resulterend in (goeddeels) gecentraliseerde coördinatie en afhandeling (voor verzoeken binnen het kerndepartement) vanuit het kerndepartement. Ook binnen de dienstonderdelen zijn aanpassingen gedaan voor versnelling van het proces. De ambitie is om verzoeken altijd tijdig af te handelen, dus conform de wettelijke termijn dan wel binnen een met de verzoeker afgesproken termijn. De uitvoering wordt actief gemonitord; de cijfers over de afhandeling worden al sinds geruime tijd gepubliceerd in de Rapportage Burgervragen van het ministerie en sinds 2023 vindt ook rapportage plaats in Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk. Het ministerie hecht veel waarde aan passend contact met de overheid. Het was al gangbare praktijk binnen het ministerie dat er laagdrempelig contact bestond met verzoekers en betrokken derden. Met de komst van de Woo is deze werkpraktijk uitgebreid met de komst van een contactpersoon ter beantwoording van vragen over de beschikbaarheid van overheidsinformatie, bij ieder onderdeel ten minste één.

Verbetering van de informatiehuishouding

Het op orde brengen van onze informatiehuishouding is noodzakelijk voor het openbaar maken en verstrekken van overheidsinformatie. De informatiehuishouding omvat de opslag, het beheer en de verstrekking van gegevens binnen de organisatie. Door op de juiste wijze gegevens op te slaan en te archiveren kan iedereen (publiek, pers en politiek) goed en volledig worden voorzien van documenten en correspondentie die inzicht geven in ons handelen en onze afwegingen. Hiertoe is een departementaal verbeterplan opgesteld. De beleidsvoornemens hierin zijn ingericht langs de vier actielijnen van het generieke actieplan "Open op Orde".

Informatieprofessionals

Deze actielijn is gericht op het versterken van het professioneel informatiebeheer. We investeren in kennis en capaciteit van de informatieprofessionals die het informatiebeheer bij de organisatie inrichten en uitvoeren. De ondersteuning aan collega’s bij beleid en uitvoering wordt uitgebreid. Tegelijk helpen we alle medewerkers met tools en trainingen om de eigen vaardigheden te verbeteren. We faciliteren leidinggevenden om medewerkers hierin te begeleiden en het goede voorbeeld te geven.

Informatiesystemen

Deze actielijn beoogt de informatiesystemen toegankelijker en gebruikersvriendelijker te maken. We zorgen ervoor dat de informatiesystemen die we inzetten ons ondersteunen in plaats van belemmeren, door ze gebruiksvriendelijker te maken en slimme technieken in te zetten. Technische oplossingen voor het veiligstellen en archiveren van berichtenapps, e-mailberichten, sociale media en websites van het ministerie zijn reeds ontwikkeld en worden ingeregeld.

Informatievolume

Deze actielijn behelst het verkrijgen van meer grip op de toegenomen hoeveelheid en aard van informatie. We maken actief inzichtelijk welke informatie het ministerie heeft, wat bewaard moet blijven en wat we moeten vernietigen. Dit geldt niet alleen voor traditionele tekstdocumenten, maar ook voor andere vormen van digitale informatie, zoals e-mail, sociale media en websites.

Bestuur en naleving

De laatste actielijn ziet toe op het goed besturen en naleven van de kwaliteit van de informatiehuishouding. We ontwikkelen instrumenten voor een heldere sturing op de informatiehuishouding opdat verantwoording kan worden afgelegd aan zowel de Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed als aan burgers, bedrijven, parlement en journalisten. Een voorbeeld hiervan zijn de nul- en vervolgmetingen van de informatiehuishouding op basis waarvan het verbeterplan geactualiseerd kan worden.

2.4 Strategische Evaluatie Agenda

De Strategische Evaluatie Agenda (SEA) is een belangrijk middel om evaluaties strategischer te plannen en beter in te bedden in de beleidscyclus. Deze vijfde Strategische Evaluatie Agenda van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap licht opnieuw een aantal strategische evaluaties uit, dat wil zeggen evaluaties van programma’s en evaluaties die budgettair of politiek-bestuurlijk van groot belang zijn of grote impact hebben op de ontwikkeling van het veld. Ook de zogeheten periodieke rapportages, ofwel synthese-studies waarin het onderzoek wordt verzameld dat binnen een thema wordt verricht, maken onderdeel uit van de SEA.

Net als afgelopen jaar hebben we ook dit jaar de SEA en de beleidsagenda zoveel mogelijk met elkaar in lijn gebracht, met een indeling in acht overkoepelende thema’s. Beschrijvingen van deze overkoepelende thema’s zijn in de beleidsagenda terug te vinden.

De SEA-thema’s worden per beleidsdomein uitgewerkt in bijlage 5 en vormen samen de evaluatieprogrammering. Dit vormt de basis van de strategische evaluaties die in de hoofdtekst van SEA worden uitgelicht. Bijlage 5 biedt een overzicht van de strategische evaluatieprogrammering per beleidsdomein: het onderzoek binnen een beleidsdomein is geordend langs de strategische thema’s voor dat domein. De evaluatieprogrammering laat per beleidsdomein zien welke evaluatieonderzoeken er lopen, hoe die voortkomen uit bepaalde kennisbehoeften, en hoe wordt bijgedragen aan de ambities binnen de strategische thema’s. De resultaten van deze onderzoeken worden over een termijn van vier tot zeven jaar bij elkaar gebracht in synthese-studies per thema (de zogeheten periodieke rapportages), die leiden tot samenvattende uitspraken over de publieke waarde of maatschappelijke impact, de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid en het budget, en tot lessen voor bestaand en toekomstig beleid.

De SEA en evaluatieprogrammeringen worden elk jaar geactualiseerd, op basis van een inventarisatie van lopend en voorgenomen evaluatieonderzoek. Hierover wordt ook afstemming gezocht met dienstonderdelen buiten het Ministerie van OCW, zoals de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO), de Inspectie van het Onderwijs, en de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. Zo verzamelt en analyseert DUO onder meer gegevens over onderwijsdeelnemers, onderwijspersoneel en verantwoording. Zowel op verzoek van het kerndepartement als op eigen initiatief verricht DUO analyses binnen de thema’s die in de SEA zijn opgenomen. Concrete voorbeelden zijn analyses binnen het Nationaal Programma Onderwijs, het Dashboard Kansengelijkheid, monitoring voortijdig schoolverlaters, en verkennend onderzoek naar adviezen en toetsen in het basisonderwijs.

Ook de Inspectie van het Onderwijs kent een traditie van thematisch onderzoek en meerjarige onderzoekslijnen, meest recent gevat in het Jaarwerkplan 2023. Naast de Staat van het Onderwijs waarmee jaarlijks de onderwijsstelsels in beeld worden gebracht, doet de Inspectie onderzoek naar basisvaardigheden, sociale veiligheid, passend onderwijs en gelijke kansen.

Sinds het Ministerie van OCW in 2019 is begonnen met de SEA-systematiek, zijn de volgende strategische evaluaties afgerond:

  • toereikendheid en doelmatigheid bekostiging primair en voortgezet onderwijs (2020);

  • passend onderwijs (2020);

  • sectorakkoorden primair en voortgezet onderwijs (2020);

  • doorlichting nieuwe stijl hoger onderwijs (2019);

  • doorlichting nieuwe stijl studiefinanciering (2020);

  • toereikendheid bekostiging mbo, hbo en wo&o (2021);

  • werken met Allianties (2021);

  • wetenschapsbeleid (2021);

  • strategische evaluatie lerarenbeleid (deel 1 in 2021, deel 2 in 2022);

  • wet op het onderwijstoezicht (2022);

  • IBO Sturing op kwaliteit van onderwijs - ‘Koersen op kwaliteit en kansengelijkheid’ (2023);

  • evaluaties NRO-programma Doelmatige leerwegen en kwalificatiestructuur mbo (2023);

  • eindrapport Beleidsdoorlichting Erfgoed (2022);

  • beleidsdoorlichting Cultuurparticipatie (2022);

  • beleidsdoorlichting Media (2022);

  • evaluatie specifieke steun cultuur (2023).

Geplande strategische evaluaties

Thema’s beleidsagenda

  • 1. COVID-19

  • 2. Een sterke basis en hoge kwaliteit

  • 3. Iedereen gelijke kansen

  • 4. Goed en voldoende onderwijspersoneel

  • 5. Een gezonde arbeidsmarkt

  • 6. Sociale veiligheid en gelijke behandeling        

  • 7. Herstel, vernieuwing en groei in de culturele en creatieve sector

  • 8. Versterking van het lokale en landelijke medialandschap

1. COVID-19

Evaluatie en monitoring Nationaal Programma Onderwijs

Ex durante, ex post2021-2025 Primair en voortgezet onderwijsArtikel 1 en 3

De inspanningen van onderwijspersoneel, leerlingen en ouders hebben niet kunnen voorkomen dat de coronapandemie gevolgen heeft gehad voor de leerprestaties en ontwikkeling van leerlingen. Daarom heeft het kabinet in februari 2021 besloten om extra in het onderwijs te investeren met het Nationaal Programma Onderwijs (NP Onderwijs). Met het NP Onderwijs is € 5,8 miljard beschikbaar voor het funderend onderwijs tot en met schooljaar 2024/2025. Hoofddoel van deze investering is het herstellen van de door de pandemie veroorzaakte vertragingen bij leerlingen. Het geld is ook bedoeld om de negatieve effecten van de pandemie op de kansengelijkheid van leerlingen tegen te gaan.

Om zicht te houden op de besteding van de middelen en de bereikte resultaten, is een monitoring- en evaluatieprogramma ingericht. Met dit programma wordt op stelselniveau bekeken of het alle scholen en gemeenten in voldoende mate lukt om uitvoering te geven aan het NP Onderwijs en wat het (ervaren) effect van die inspanningen is. In de onderstaande alinea’s wordt de opzet van dit programma nader toegelicht.

  • 1. Implementatiemonitor De implementatiemonitor richt zich op de uitvoering van het NP Onderwijs door scholen en gemeenten. Welke interventies kiezen zij en welk proces doorlopen zij daarbij? Hoe verloopt de uitvoering van de interventies en welke knelpunten komen scholen en gemeenten tegen? Voor de implementatiemonitor wordt minimaal een keer per jaar vragenlijstonderzoek uitgevoerd onder schoolleiders en gemeenten.

  • 2. Resultaatmonitor De middelen uit het NP Onderwijs hebben als doel om leerlingen na de pandemie weer zo snel mogelijk op niveau te brengen. De resultaatmonitor brengt daarom de ontwikkeling van leerlingen tijdens de looptijd van het NP Onderwijs in beeld. Daarvoor kijken we naar het schoolse leren (basisvaardigheden), de executieve functies, het welbevinden en de sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen. We bekijken ook of de impact van de pandemie verschilt tussen groepen leerlingen, scholen en leergebieden. Voor de resultaatmonitor wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van reeds bestaande gegevens. Te denken valt aan gegevens van DUO over de leerprestaties en schoolloopbanen van leerlingen en gegevens uit het leerlingsvolgsysteem, zoals het Nationaal Cohortonderzoek Onderwijs (NCO).

  • 3. Effectiviteitsmeting De variatie van en hoeveelheid interventies die scholen kiezen is groot. Dit maakt het lastig om de effecten van interventies in beeld te brengen. Daarom maakt een effectiviteitsmeting deel uit van de monitoring en evaluatie van het NP Onderwijs. Tijdens de effectiviteitsmeting wordt met aselecte toewijzing aan interventie- en controlegroepen onderzocht wat de effectiviteit is van veelbelovende interventies. Het onderzoek is gestart in het schooljaar 2022-2023 met een tweejarige pilot, waarmee het effect van High Dosage Tutoring wordt onderzocht. Het onderzoek naar de overige kansrijke interventies start in het schooljaar 2023-2024.

Evaluatie en monitoring NP Onderwijs

Ex durante en ex post 2021-2024 Middelbaar beroepsonderwijs Artikel 4

Het NP Onderwijs bestaat uit maatregelen gericht op het aanpakken van onderwijsachterstanden, extra ondersteuning en inhaalmogelijkheden, en intensivering van de begeleiding van leerlingen en studenten. De ambitie is om de door COVID-19 ontstane achterstanden op het gebied van kwalificatie, persoonsvorming en socialisatie, maar ook op het gebied van stages in het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) grotendeels weg te werken. Het NP Onderwijs wordt gemonitord. De afronding hiervan vindt plaats eind 2023. De evaluatie zal volgen in 2024.

De monitor geeft inzicht in hoe de implementatie van het NP Onderwijs bij instellingen en gemeenten verloopt. Onderzoeksvragen richten zich daarnaast op de effectiviteit van de interventies die gekozen zijn, de ondersteuningsbehoeften van scholen, eventuele uitvoeringsproblematiek, de ervaren brede opbrengsten en hoe de lessen en inzichten duurzaam kunnen worden geborgd. Ook studentenwelzijn is een thema binnen het NP Onderwijs.

2. Een sterke basis en hoge kwaliteit

Masterplan basisvaardigheden primair en voortgezet onderwijsEx durante, ex post2023–n.t.b.Primair, voortgezet onderwijsArtikel 1 en 3

Het Masterplan basisvaardigheden heeft als doel scholen te ondersteunen met de ontwikkeling van de basisvaardigheden bij leerlingen en daarmee de resultaten op de basisvaardigheden aantoonbaar te verbeteren. Het Masterplan bestaat uit een breed pakket aan maatregelen en activiteiten. Dit pakket valt uiteen in twee hoofdonderdelen:

  • 1. financiële impuls en directe ondersteuning voor scholen via een subsidieregeling;

  • 2. beleidsmaatregelen:

  • extra tijd en ruimte voor kwalitatief goede leraren;

  • breder gebruik bewezen aanpakken stimuleren;

  • aansluiting school en omgeving: versterken van taalomgeving;

  • duidelijke opdracht aan het funderend onderwijs;

  • basisblik, door monitoring en onderzoek, inclusief scherper toezicht.

Voor het Masterplan is een breed plan voor monitoring en evaluatie opgesteld. Op deze manier houden we zicht op de implementatie van het Masterplan op scholen en op de resultaten van het programma. Dit helpt om tijdig te kunnen bijsturen en om te bepalen of beleid wel of niet het gewenste effect heeft. Het plan van aanpak biedt:

  • 1. Zicht op de implementatie en het effect van (maatregelen uit) het Masterplan – en de subsidieregeling "Verbetering basisvaardigheden"in het bijzonder – zodat we een actueel en nauwkeurig beeld hebben van de uitvoering van het programma, de succesfactoren en knelpunten en het proces dat scholen doorlopen;

  • 2. Zicht op (de ontwikkeling van) het vaardigheidsniveau en de prestaties van leerlingen op de basisvaardigheden, zodat we een actueel en nauwkeurig beeld hebben van de basisvaardigheden in het algemeen en de mogelijke effecten van het Masterplan op de basisvaardigheden in het bijzonder.

Ook wordt via het plan van aanpak een bredere kennisbasis gecreëerd over (het ontwikkelen van) de basisvaardigheden voor onderwijspersoneel. De subthema’s ondersteuning van scholen en professionalisering van leraren uit de SEA van vorig jaar worden dit jaar niet apart vermeld maar zijn ook onderdeel van de SEA voor het Masterplan basisvaardigheden.

Aanpak basisvaardigheden middelbaar beroepsonderwijsEx ante, ex durante2024-n.n.b.Middelbaar beroepsonderwijsArtikel 4

De aanpak basisvaardigheden mbo is een integraal en duurzaam programma voor de lange termijn. Het plan richt zich primair op Nederlandse taal, rekenen en burgerschap. Digitale geletterdheid wordt meegenomen als onderdeel van het burgerschapsonderwijs en de beroepsvaardigheden. Onderdeel van de aanpak is ook de ambitie uit het coalitieakkoord om in te zetten op bevoegde docenten basisvaardigheden en burgerschap in het mbo. In 2023 worden hier in samenwerking met het veld verschillende beleidsopties voor bepaald. Vanaf 2024 gaan we aan de slag met invoering van de gekozen beleidsoptie. Mbo-scholen kunnen hun ambities ten aanzien van het versterken van de basisvaardigheden opnemen in de hun kwaliteitsplannen als onderdeel van de kwaliteitsafspraken.

In het kader van deze aanpak wordt gewerkt aan het verkrijgen van een valide, integraal en betrouwbaar beeld van de beheersing van Nederlands en rekenen van alle studenten in het mbo. Daarnaast worden de burgerschapscompetenties van studenten, de algehele kwaliteit van het burgerschapsonderwijs en de mogelijkheden tot verbetering daarvan in beeld gebracht.De eerste resultaten van deze monitoring zijn beschikbaar vanaf 2024-2025.

Curriculumbijstelling           Ex ante, ex durante, ex post2020-n.t.b.Primair en voortgezet onderwijsArtikel 1 en 3

Sinds enkele jaren wordt gewerkt aan de curriculumherziening in het primair (po) en voortgezet onderwijs (vo). In dit traject worden de kerndoelen en eindtermen geactualiseerd met als doel kinderen beter voor te bereiden op hun toekomst. Daarnaast moet de herziening leiden tot minder overladenheid van het onderwijsprogramma, een betere samenhang tussen de verschillende leergebieden en meer doorlopende leerlijnen. We zijn gestart met de actualisatie van de kerndoelen basisvaardigheden (Nederlands, rekenen/wiskunde, digitale geletterdheid en burgerschap) in plaats van alle leergebieden gelijktijdig. Doordat de planning van de curriculumherziening is gewijzigd is ook de kennisbehoefte veranderd en wordt in 2023-2024 een nieuwe richting van het monitoringsplan bepaald.

Kwaliteitsafspraken mbo (onderdeel werkagenda mbo)Ex durante2024-2027     Middelbaar beroepsonderwijsArtikel 4                                                           

Met de Regeling kwaliteitsafspraken 2024-2027 worden mbo-instellingen ondersteund om uitvoering te geven aan de doelstellingen zoals afgesproken in de Werkagenda mbo en het Stagepact. De instellingen maken een kwaliteitsplan en gaan daarmee aan de slag. Dit is een vervolg op de Regeling kwaliteitsafspraken mbo (2019-2022), waarvan de eindrapportage van de beoordelingscommissie eind 2023 wordt verwacht. Deze eindrapportage zal naast de bereikte resultaten ook een beeld geven van de samenwerking met en verantwoording (horizontaal) richting partners van de mbo-scholen. De Commissie zal over de kwaliteitsplannen 2024-2027 een sectorbeeld opleveren. Dat zal uiterlijk in het najaar van 2024 gereed zijn.

Interdepartementaal Beleidsonderzoek mbo (IBO)Ex ante2023-2024Middelbaar beroepsonderwijsArtikel 4

In het IBO wordt verkend hoe het mbo zo georganiseerd kan worden dat het stelsel ook in de toekomst toegankelijk en doelmatig is en er voldoende en kwalitatief goede opleidingen worden aangeboden. Dit vraagstuk wordt bekeken in de context van een dalende instroom in het mbo (die niet voor alle regio’s gelijk is) en in de context van de arbeidsmarkt en de samenleving die snel veranderen. Er wordt verkend welke aanpassingen in het beleid nodig zijn om een meer toekomstbestendig mbo te realiseren.

Monitor beleidsmaatregelen hoger onderwijsEx durante2023-2024Hoger onderwijsArtikel 6, 7 en 11

De monitor beleidsmaatregelen (na 2023 trendrapport) brengt de belangrijkste ontwikkelingen rondom deelname aan het hoger onderwijs in kaart, om waar mogelijk verbanden te leggen met beleidsmaatregelen. Denk hierbij aan toegankelijkheid, studievoortgang en het gebruik van het studievoorschot. De monitor beleidsmaatregelen geeft inzicht in de belangrijkste trends in het hoger onderwijs over de afgelopen jaren.

Onderzoek bestuursakkoord flexibilisering lerarenopleidingenEx durante, ex post2024Hoger onderwijsArtikel 6 en 7

In het bestuursakkoord laten de lerarenopleidingen een ambitieus programma zien dat bijdraagt aan het beter en meer op maat opleiden van aankomende leraren, beter benutten van eerder verworven competenties en intensievere (regionale) samenwerking tussen hoger beroepsonderwijs- en wetenschappelijk onderwijs-lerarenopleidingen. De lerarenopleidingen zijn aan de slag gegaan met alle ambities uit het bestuursakkoord en de eerste concrete resultaten zijn geboekt. De eindevaluatie zal worden opgeleverd in 2024.

Stelselrapportage hoger onderwijsEx post2023–uitwerking komende jarenHoger onderwijsArtikel 6 en 7

De stelselrapportage beziet in samenhang de belangrijkste conclusies van (bestaande) beleids- en evaluatieonderzoeken op het terrein van het hogeronderwijsbeleid van de Minister van OCW. Dit betreft het beschrijven en analyseren (doeltreffendheid – doelmatigheid) van de resultaten van het door de Minister van OCW gevoerde beleid met betrekking tot de drie stelseldoelen kwaliteit, toegankelijkheid en de doelmatigheid van het hogeronderwijsstelsel. Naast de stelseldoelen, wordt ook aandacht geschonken aangovernance en studiefinanciering. Ook de resultaten met betrekking tot de ambities van het kabinet zullen herkenbaar in de stelselrapportage worden opgenomen. Feiten en cijfers over de genoemde stelseldoelen – inclusief internationale benchmarks - worden in het onderzoek gepresenteerd en geduid.

Toekomstverkenning mbo, ho en wetenschapEx ante2023–uitwerking komende jarenHoger onderwijsArtikel 6 en 7

Naast de stelselrapportage kijkt de toekomstverkenning juist vooruit. In de beleidsbrief van 17 juni 2022 is opgenomen dat het doel van deze toekomstverkenning is «om ons, in deze snel veranderende wereld, op de toekomstbestendigheid van het stelsel te bezinnen en een aantal grote vraagstukken in samenhang te bekijken, en zorg te dragen dat de strategieën van onderwijsinstellingen en het beleid van de Rijksoverheid elkaar zoveel mogelijk versterken.» In het «Bestuursakkoord 2022 hoger onderwijs en Wetenschap» van 14 juli 2022 is meer context te vinden over de toekomstverkenning.

Evaluatie Fonds voor Onderzoek en WetenschapEx ante, ex durante, ex post2022-2031Hoger onderwijs, Onderzoek en wetenschapsbeleidArtikel 6, 7 en 16

Het kabinet investeert om het hele stelsel van hoger onderwijs en onderzoek te verbeteren, rust en ruimte te bieden en de impact te vergroten, bovenop het al bestaande beleid en de wettelijke waarborgen die zorgen voor een kwalitatief goed onderwijs- en onderzoekstelsel. De investeringen in het stelsel van hoger onderwijs en onderzoek worden deels gefinancierd uit het Fonds voor Onderzoek en Wetenschap (investering van in totaal € 5,0 miljard voor de komende 10 jaar) en deels uit de structurele reeks voor vervolgopleidingen/onderzoek (uiteindelijk € 700 miljoen per jaar structureel). Voor het Fonds voor Onderzoek en Wetenschap zal er een monitoring- en evaluatieplanning worden ontwikkeld om meer inzicht te krijgen in de doeltreffendheid en doelmatigheid van het fonds.

Twee synthesestudies wetenschapsbeleidEx post2025 (eerste synthesestudie) en 2030-2031 (tweede synthesestudie)Onderzoek en wetenschapsbeleidArtikel 16

Om de drie hoofddoelen van het onderzoeks- en wetenschapsbeleid te realiseren - een gezond en sterk fundament, ruimte geven aan divers talent en vergroten van de maatschappelijk impact - wordt een gevarieerd instrumentarium ingezet. Dit is inherent aan de omvang en aard van de beleidsthema’s:

  • voor het versterken van het fundament is het van belang om: meer ruimte te creëren voor excellent onderzoek, het verbeteren van de toegang tot onderzoeksfaciliteiten, meer profilering, samenwerking en gezonde concurrentie, en internationalisering;

  • om ruimte te geven aan divers talent is nodig: verbeterde sociale veiligheid en meer diversiteit, lagere werkdruk en verbetering in "erkennen en waarderen";

  • voor het vergroten van de maatschappelijke impact is relevant: meer maatschappelijke impact van kennis uit onderzoek, meer open science en betere afweging tussen kansen en risico’s op kennisveiligheid.

De zojuist genoemde «output» is alleen te realiseren door de inzet van de juiste beleidsinstrumenten en rollen als minister. Zo worden starters- en stimuleringsbeurzen toegekend, sectorplannen gemaakt en aanvullende financiering verstrekt aan de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) om ongebonden onderzoek te bevorderen (met het programma open competitie) en de werkdruk te verlagen. Het praktijkgericht onderzoek krijgt een impuls en er komt een Nationaal Expertisecentrum voor Wetenschap & Samenleving (NEWS). Ook wordt de deelname aan Europese programma’s en partnerschappen (waar onder Horizon Europe) en de toegankelijkheid tot grootschalige wetenschappelijke infrastructuur bevorderd. Kortom, veel instrumenten die - afzonderlijk of in samenhang, op kortere of langere termijn - zullen bijdragen aan de doelen.

De eerste synthesestudie onderzoekt of dit inderdaad de juiste beleidsinstrumenten en rollen van de minister zijn en of de doelen hiermee worden bereikt. Ook geeft de studie aanknopingspunten om bij te sturen. De tweede synthesestudie zal een stevigere onderbouwing geven van de bijdrage die het gevoerde beleid levert aan de drie hoofddoelen. Beide studies zijn gericht op de bijdrage van het Fonds voor Onderzoek en Wetenschap. De periodieke rapportage in 2026 zal evenwel het gehele onderzoeks- en wetenschapsbeleid en bijbehorend instrumentarium in samenhang bestrijken.

Synthesestudie wetenschapsbeleid (periodieke rapportage)Ex post2026Onderzoek en wetenschapsbeleidArtikel 16

Deze rapportage biedt inzicht in de doeltreffendheid en doelmatigheid van het gevoerde onderzoeks- en wetenschapsbeleid dat betrekking heeft op artikel 16 (Onderzoek en wetenschapsbeleids). Het wordt ingevuld en uitgevoerd volgens de richtlijnen voor periodieke rapportage van het Ministerie van Financiën. De 1e synthesestudie Fonds voor Onderzoek en Wetenschap, de beschikbare monitor- en evaluatieonderzoeken uit de SEA en de indicatoren in het kader van het Bestuursakkoord 2022 Hoger onderwijs en wetenschap zijn belangrijke bouwstenen voor deze periodieke rapportage.

3. Iedereen gelijke kansen

Evaluatie KansengelijkheidsbeleidEx post en ex ante2023Primair en voortgezet onderwijsArtikel 1 en 3

Het kabinet zet zich in voor het vergroten van kansengelijkheid. Het kabinet neemt daarom maatregelen om te komen tot een eerlijker stelsel en om ontwikkelingskansen te bieden aan alle leerlingen. Om te zien of deze maatregelen samen inderdaad effectief zijn en leiden tot meer kansen voor kinderen, voeren we in 2023-2024 een reviewstudie uit. In dit syntheseonderzoek worden de belangrijkste uitkomsten en inzichten uit eerder uitgevoerde monitors en evaluaties op een rij gezet. Dit levert een eerste beeld op van de effectiviteit van het gevoerde beleid. Daarnaast kan de analyse aanknopingspunten geven voor herprioritering en voor bijsturing op bestaand beleid.

Doorstroom po-voEx ante 2023-2027Primair en voortgezet onderwijsArtikel 1 en 3

Kinderen met vergelijkbare cognitieve capaciteiten stromen op basis van hun sociaal economische achtergrond in- en uit op onderwijsniveaus die onvoldoende recht doen aan hun cognitieve competenties. Met andere woorden, de doorstroomkansen zijn niet gelijk voor verschillende groepen leerlingen en dit houdt de kansenongelijkheid in stand. Hoewel er al veel bekend is over kansengelijkheid en over de overgang van het primair naar het voortgezet onderwijs, zijn er op dit moment nog te veel kennislacunes die het rechtvaardigen om niet meteen over te gaan tot invoering van grote wijzigingen in de doorstroom po-vo. Daarom worden de volgende onderzoeken uitgezet:

  • 1. een ex ante beleidsevaluatie waarin onder andere de effecten van de door de Onderwijsraad in 2021 voorgestelde stelselwijziging alsook beleidsalternatieven worden geanalyseerd. Dit onderzoek wordt in 2023-2024 uitgevoerd;

  • 2. onderzoek van het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO) waaruit naar voren komt welke interventies in de praktijk helpen om de doorstroom po-vo vorm te geven en de kansengelijkheid te verbeteren. Dit onderzoek wordt in de periode 2023-2027 uitgevoerd.

De twee onderzoeken gericht op de doorstroom po-vo (ex ante beleidsevaluatie en NRO-onderzoek) gaan niet in op de doorstroom van vo naar het vervolgonderwijs. Deze onderzoeken zijn geïnitieerd naar aanleiding van het advies van de Onderwijsraad over «later selecteren, beter differentiëren» waarin wordt geadviseerd om het selectiemoment op 12-jarige leeftijd drie jaar uit te stellen, met als doel kansengelijkheid te bevorderen. Aangezien dit een ingrijpende stelselwijziging betreft, zijn onderzoekers gevraagd in beeld te brengen wat de gevolgen zijn van deze stelselwijziging voor de praktijk en wat de positieve en negatieve effecten daarvan zijn. Ook worden risico’s, randvoorwaarden en een passende manier van invoering in beeld gebracht. En worden beleidsalternatieven onderzocht.

School en omgevingEx durante2023-2027Primair en voortgezet onderwijsArtikel 1 en 3

Het vergroten van gelijke kansen is een brede maatschappelijke opgave en vraagt ook om een integrale aanpak. Kinderen en jongeren ontwikkelen zich thuis, op school en in hun buurt. Het programma School en omgeving voorziet daarom in een verrijkte schooldag. Het programma heeft als doel om te zorgen voor een ondersteunende en stimulerende omgeving zodat alle leerlingen hun talenten in de volle breedte kunnen ontplooien en vaardigheden kunnen ontwikkelen ter bevordering van kansengelijkheid in het onderwijs en een gelijkwaardige deelname aan de maatschappij. Daarnaast wordt met dit programma nagestreefd om de samenwerking tussen de scholen, gemeenten en lokale partijen te bevorderen.

De onderzoekslijn van het programma ziet er als volgt uit:

  • 1. inventarisatie verrijkte schooldag. Dit rapport is in het voorjaar van 2023 opgeleverd;

  • 2. een meerjarige monitor van het programma School en omgeving. Dit onderzoek wordt in de periode 2023-2026 uitgevoerd;

  • 3. NRO-impactonderzoek. Het doel van het impactonderzoek is om te achterhalen wat de impact van het programma School en omgeving is op de doelgroep leerlingen en om de praktijk en het beleid te informeren over werkzame factoren en randvoorwaarden binnen het programma voor het bevorderen van gelijke kansen. Wat de verrijkte schooldag oplevert voor het kind staat in dit onderzoek centraal. Dit onderzoek wordt in de periode 2024-2027 uitgevoerd.

NRO onderzoeksprogramma kansengelijkheid in het basisonderwijs (OAB)Ex durante, ex post2018-2025Primair onderwijsArtikel 1

Het kabinet Rutte III heeft structureel € 170 miljoen extra uitgetrokken om de kwaliteit en kwantiteit van de voorschoolse educatie (ve) te verhogen: het aanbod voor peuters met een risico op een onderwijsachterstand wordt uitgebreid van 10 naar 16 uur per week. Ook krijgt de kwaliteit van de ve een impuls door de inzet van extra personeel op het niveau van hoger beroepsonderwijs (hbo) vanaf 2022. In totaal ontvangen gemeenten circa € 520 miljoen voor gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid.Daarnaast zijn er middelen voor het basisonderwijs beschikbaar voor het verminderen van onderwijsachterstanden. Scholen krijgen structureel circa € 332 miljoen per jaar. De middelen voor zowel scholen als gemeenten worden vanaf 2019 verdeeld op basis van een nieuwe indicator die door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is ontwikkeld. Er is een breed monitorings- en beleidsevaluatieprogramma opgesteld, om zowel de implementatie van het beleid als de beoogde effecten in de praktijk te onderzoeken. Het programma loopt van 2018 tot 2025 en bestaat uit verschillende onderzoeken.

Een belangrijk onderzoek betreft het "implementatie- en bestedingsonderzoek gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid". Het implementatieonderzoek geeft aan de hand van herhaalde metingen een landelijk dekkend beeld van de implementatie van de maatregelen (urenuitbreiding en inzet hbo’er) door gemeenten en ouders/kindercentra. Het bestedingsonderzoek brengt tweemaal in beeld hoe gemeenten en aanbieders van kinderopvang de middelen voor onderwijsachterstandenbeleid inzetten. Een tweede belangrijk onderzoek betreft "EVENING", een quasi-experimenteel onderzoek naar de effecten van de hierboven geschetste maatregelen (urenuitbreiding ve en inzet van hbo-opgeleid personeel). Daarin wordt nagegaan of door de ingezette maatregelen de kwaliteit van voorschoolse educatie omhoog gaat en of doelgroeppeuters zich daardoor beter ontwikkelen. Oftewel: vergroten de extra investeringen in voorschoolse educatie de kansengelijkheid?

In 2019 werd de «gewichtenregeling» vervangen door een nieuwe manier om de rijksmiddelen voor onderwijsachterstanden te verdelen onder basisscholen en gemeenten. In de nieuwe werkwijze baseert het Ministerie van OCW zich op de CBS-indicator voor onderwijsachterstanden. Deze indicator wordt in 2025 herijkt. Als laatste maakt een Research & Development (R&D)-programma deel uit van het onderzoeksprogramma. Het R&D-programma omvat een kennisdelingscomponent om bestaande en nieuwe kennis over effectief onderwijsachterstandenbeleid beter te verspreiden in de onderwijspraktijk. Er wordt verkend of een voortzetting en uitbreiding van dit programma naar vo zinvol en mogelijk is. Daarnaast wordt er onderzoek gedaan naar welk beleid scholen voeren om onderwijsachterstanden tegen te gaan, en welke redeneerlijnen daaraan ten grondslag liggen ("OAB in de school").

Programma Ontwikkeling van het jonge kindEx durante, ex post2024-2027Primair onderwijsArtikel 1

Ook door het kabinet Rutte IV is extra geïnvesteerd in de kwaliteit en het bereik van voor- en vroegschoolse educatie. Daarvoor is het programma Ontwikkeling van het jonge kind gestart, dat onderdeel is van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid. Door implementatieonderzoek zullen de voortgang en bereikte resultaten in beeld worden gebracht. Ook zal via pilots de effectiviteit van enkele aanpakken inzichtelijk worden gemaakt. Het implementatieonderzoek kent een looptijd van 2024 t/m 2026. De planning van de pilots met een effectevaluatie is naar verwachting 2025 t/m 2027.

Monitoring verbetermaatregelen passend onderwijs primair en voortgezet onderwijsEx durante, ex post2021-2027Primair en voortgezet onderwijsArtikel 1 en 3

In 2020 is het passend onderwijsbeleid geëvalueerd en aangescherpt, en is samen met het onderwijsveld een Verbeteraanpak passend onderwijs opgesteld.1 Naast de uitvoering van de Verbeteraanpak passend onderwijs loopt een meerjarig monitoring- en evaluatieprogramma, met als doel de voortgang te volgen, periodiek te evalueren samen met het onderwijsveld, en waar nodig beleid en uitvoering bij te sturen. De nulmeting van de Doestellingenmonitor passend onderwijs is het voorjaar van 2022 afgenomen bij scholen en in april 2023 gepubliceerd.2 Met deze monitor worden de volgende hoofdvragen beantwoord door middel van meerdere metingen tussen 2022 en 2026:

  • wat is de voortgang op de 7 doelstellingen van passend onderwijs;

  • in hoeverre worden de doelstellingen van de Verbeteraanpak bereikt?3

Daarnaast zal bij de verdere uitwerking van de contouren van de Werkagenda route naar inclusief onderwijs 20354 ook een plan voor de monitoring en evaluatie worden gemaakt. Wanneer de ambities voor 2035 concreter worden, zullen hier ook indicatoren bij worden opgesteld.

Maatschappelijke DiensttijdEx durante2023-n.t.b.Voortgezet onderwijsArtikel 3

Het opzetten van Maatschappelijk diensttijd (MDT) is een maatregel uit het coalitieakkoord. Dit nieuwe programma voor en door jongeren is bij het Ministerie van VWS in samenwerking met de Ministeries van SZW en OCW, jongeren, maatschappelijke organisaties, gemeenten en scholen opgezet.In het huidige coalitieakkoord is het programma naar het Ministerie van OCW overgeheveld en zijn de beschikbare middelen verdubbeld van € 100 miljoen naar € 200 miljoen per jaar om MDT voort te zetten en verder uit te bouwen.

Vanaf het begin van het programma is er een doorlopend evaluatieonderzoek ingericht. In het begin was dit onderzoek er vooral op gericht om inzicht te krijgen in de werkzame elementen van MDT. Hiervoor zijn jongeren, projectleiders van de betrokken maatschappelijke organisaties en andere stakeholders structureel gevraagd naar hun ervaringen met de eerste experimentronden van MDT. Op basis hiervan is MDT steeds verder ontwikkeld c.q. opgezet en is in 2020 tot een ontwerp MDT gekomen. Daarnaast komen via het evaluatieonderzoek cijfers beschikbaar over de hoofddoelstellingen van MDT en over diverse indicatoren. Deze (impact)cijfers dienen ter verantwoording van MDT en ten behoeve van rapportages voor de Tweede Kamer. Het onderzoek wordt daarnaast ingezet om MDT te onderbouwen en om projecten te ondersteunen bij het in beeld brengen van hun impact via MDT. Vanaf 2022 is er ook aandacht voor de in het coalitieakkoord genoemde maatschappelijke thema’s kansengelijkheid, integratie en eenzaamheid en aanvullende thema’s zoals sport & bewegen en mentale gezondheid.

Met de extra investeringen wordt MDT verder uitgebouwd en wordt toegewerkt naar een landelijk dekkend MDT netwerk dat alle jongeren tussen de 12 en 30 jaar de kans biedt om een MDT te volgen die aansluit bij hun interesses, behoeften en levensfase. Hiermee wordt de maatschappelijke positie van MDT verder verstevigd.

Om dit te bereiken wordt ingezet op het realiseren van vijf ambities: 1) het vergroten van de bekendheid van MDT; 2) het uitbreiden van het aanbod van MDT-trajecten voor jongeren; 3) het vergroten van het aantal succesvol afgeronde trajecten; 4) het realiseren van een landelijk dekkend netwerk van vraag en aanbod van jongeren en MDT-trajecten met speciale aandacht voor die gebieden en sectoren waar het aanbod en/of de deelname nog achterblijft en 5) het verder uitbreiden van het MDT netwerk.

De hier genoemde ambities worden jaarlijks gemonitord en de uitkomsten hiervan worden meegenomen in het lopende evaluatieonderzoek.

Kansengelijkheid mbo (onderdeel werkagenda mbo)Ex durante, ex post2022-2026Middelbaar beroepsonderwijsArtikel 4

Een belangrijk thema binnen het beleid de komende periode is gericht op het vergroten van de doorstroom naar de arbeidsmarkt en van de arbeidsmarktpositie van gediplomeerde mbo-studenten, waarbij hun kapitaal (financieel, sociaal, cultureel) minder van invloed mag zijn op hun succes. Datzelfde geldt voor de doorstroom in het onderwijs. Via de Werkagenda mbo en het Stagepact wordt ingezet op het verbeteren van de overgang van mbo-2 gediplomeerden naar werk, het verminderen van voortijdig schoolverlaten, het versterken van studentenwelzijn, het vergroten van de toegankelijkheid van het onderwijs voor studenten met een ondersteuningsbehoefte, op burgerschapsvaardigheden, sociale veiligheid, gelijke behandeling en het bestrijden van stagediscriminatie.

De effecten van deze inzet volgen en evalueren we als onderdeel van de monitoring van de Werkagenda mbo en het Stagepact.

Passend onderwijs mboEx durante, ex post2022-2026Middelbaar beroepsonderwijsArtikel 4

We blijven de ontwikkeling van passend onderwijs monitoren, evenals de ontwikkeling op de vier terreinen van de verbeteragenda passend onderwijs mbo. Deze monitor wordt uitgevoerd in 2022, 2024 en 2026. De terreinen van de verbeteragenda zijn:

  • 1. de intake van aspirant-studenten en betrokkenheid van hun ouders;

  • 2. de kwaliteit van ondersteuning door onderwijsteams;

  • 3. de samenwerking tussen mbo, jeugdhulp en volwassenenzorg;

  • 4. de begeleiding bij stage en eerste stappen op de arbeidsmarkt.

Om de kwaliteit van de ondersteuning van onderwijsteams te verhogen (thema 2), komt er een «Werkplaats Onderwijsonderzoek Differentiëren binnen het mbo» (via het NRO). Deze werkplaats heeft als doel om onderwijsteams te helpen bij de vraag hoe zij zo goed mogelijk in kunnen spelen op de ondersteuningsbehoeften van studenten in het mbo. Deze werkplaats loopt tot en met 2026.

Studentenmonitor HOEx durante2023-2024Hoger onderwijsArtikel 6, 7 en 11

De Studentenmonitor Hoger Onderwijs brengt de stand van zaken in het hoger onderwijs vanuit het perspectief van studenten in beeld. Dit is een jaarlijks terugkerende enquête onder studenten in het hoger onderwijs. Sinds 2000 wordt dit onderzoek uitgevoerd. Door periodiek dezelfde soort gegevens te verzamelen neemt de informatiewaarde toe en kunnen gegronde uitspraken gedaan worden over deze groep studenten. De studentenmonitor combineert vragen naar de (sociaaleconomische) achtergrond van de student met vragen naar studiegedrag, motivering voor keuzes in de studie en leengedrag. De bevraging resulteert in gegevens over het al dan niet bestaan van relaties tussen achtergrond en keuzes. Dit is van belang om eventuele effecten van het regeringsbeleid op het gebied van hoger onderwijs en studiefinanciering te monitoren.

Monitor mentale gezondheid en middelengebruik studenten HOEx durante2023, 2024Hoger onderwijsArtikel 6 en 7

De monitor mentale gezondheid en middelengebruik van studenten in het Hoger Onderwijs heeft als doel om inzicht te krijgen in de staat van de mentale gezondheid van studenten in het hbo en het wo. Deze inzichten zijn belangrijk voor de beleidsontwikkeling rondom deze thema’s.

Invoeringstoets herinvoering BasisbeursEx durante2024-2025Hoger onderwijsArtikel 6 en 7

Na de herinvoering van de basisbeurs zal in het kader van de lerende aanpak op het proces van de herinvoering een invoeringstoets worden uitgevoerd. Er is gekozen voor een invoeringstoets om snel in te kunnen spelen op mogelijke belangrijke signalen en knelpunten rondom de herinvoering van de basisbeurs en de uitwerking ervan. Hiermee kan zodoende gekeken worden naar de gevolgen van de wijzigingen.

4. Goed en voldoende onderwijspersoneel

Evaluatie onderwijspersoneelEx ante, ex durante en ex post2022–n.t.b.Primair, voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijsArtikel 1, 3, 4 en 9

De evaluatieprogrammering richt zich op drie subthema’s:

  • duurzame onderwijsmarkt en regionale aanpak: hieronder vallen zowel de monitors en prognoses van de onderwijsarbeidsmarkt als de evaluaties van de maatregelen die worden genomen om de tekorten in het onderwijs terug te dringen, waaronder het vormen van de onderwijsregio’s en de realisatie eenheid;

  • strategisch personeelsbeleid en aantrekkelijkheid beroep: hieronder vallen salarismaatregelen, verlagen van de werkdruk, en het bevorderen van strategisch personeelsbeleid op scholen;

  • opleiden en professionaliseren van onderwijspersoneel: hieronder vallen maatregelen gericht op de opleiding en de professionele ontwikkeling van onderwijspersoneel.

De evaluatieprogrammering is zowel gericht op de monitoring van de ontwikkelingen op het vlak van onderwijspersoneel, als op het effect van maatregelen.

5. Een gezonde arbeidsmarkt

Evaluatie van de virtuele internationale samenwerkingsprojecten en hun leeruitkomsten voor studentenEx durante, ex post2021-2027Hoger onderwijsArtikel 6 en 7

In september 2021 is een eerste aanvraagperiode geopend voor Nederlandse bekostigde hogeronderwijsinstellingen om subsidie aan te vragen voor het ontwerpen en ontwikkelen of herzien van een virtueel internationaal samenwerkingsproject (VIS-project).5 In de jaren 2023 en 2024 zullen instellingen in de maanden februari en september een nieuwe kans krijgen om een aanvraag in te dienen. De ontworpen VIS-projecten bieden interessante mogelijkheden voor onderzoek naar de impact van dergelijke projecten op de onderwijsinstelling en docenten die het project verzorgen, alsmede de leeruitkomsten bij deelnemende studenten. Het gevraagde evaluerend onderzoek omvat twee deelonderzoeken die uiteindelijk samenkomen in een overkoepelend eindrapport. Deelonderzoek 1 ziet toe op de ontwerp- en ontwikkelfase van VIS-projecten en deelonderzoek 2 ziet toe op de deelname van studenten en de door hen behaalde leeruitkomsten. Deze evaluatie loopt tot 2027.

Pilots «slimmer collegejaar»Ex durante, ex post2023-2027Hoger onderwijsArtikel 6 en 7

De pilots zijn onderdeel van een verkenning naar de mogelijkheden voor een slimmer collegejaar. Deze pilots worden gemonitord en geëvalueerd. Vijftien onderwijsinstellingen gaan vier jaar lang proberen meer rust en ruimte te creëren in het onderwijsprogramma.

Genderdiversiteit in de topEx durante2024-e.v.EmancipatieArtikel 25

In 2024 en de daaropvolgende jaren wordt een overkoepelende monitor voor genderdiversiteit in de top van de (semi)publieke sector gestart, waarin de governance codes en de vrouw/man-verhoudingen in de (semi)publieke sector periodiek worden bijgehouden, zodat trends kunnen worden waargenomen en beleid hierop kan worden aangepast. Daarnaast komt er een diversiteitsportaal waarin beursgenoteerde en grote vennootschappen jaarlijks rapporteren aan de Sociaal-Economische Raad (SER) over de vrouw/man-verhouding in de (sub)top van hun organisaties. In haar rapportages maakt de SER de resultaten van genderdiversiteit in de top van de private sector openbaar. Op deze wijze kunnen ontwikkelingen worden gemonitord en kan beleid worden bijgestuurd. 

Monitoring en evaluatie Fair Practice culturele sectorEx durante, ex post2026-2027CultuurArtikel 14 

Vanaf 2025 de start van de nieuwe Basisinfrastructuur(BIS)-periode is extra geld beschikbaar voor een betere beloning van werkenden in de culturele sector. Ook wordt in de nieuwe BIS-periode op advies van de Raad voor Cultuur een verplichting ingesteld aan gehonoreerde instellingen om collectieve tariefafspraken (een cao of een honoreringsrichtlijn) te maken. De ontwikkelingen met betrekking tot honorering van makers in de cultuursector (met name de instellingen in de BIS) zullen worden gemonitord en in de laatste fase van de BIS periode 2025-2028 wordt de extra investering voor de culturele en creatieve arbeidsmarkt geëvalueerd.

6. Sociale veiligheid en gelijke behandeling

VeiligheidsmonitorEx ante, ex durante, ex post2006–doorlopend (tweejaarlijks)Primair en voortgezet onderwijsArtikel 1 en 3

Elke leerling moet zich vrij en veilig kunnen voelen op school. Dat houdt in dat leerlingen en onderwijspersoneel de sfeer op school als prettig ervaren en dat gedragingen zoals pesten, agressie, geweld, seksueel grensoverschrijdend gedrag, bedreiging, diefstal en discriminatie worden voorkomen en op passende wijze worden aangepakt.

De tweejaarlijkse landelijke veiligheidsmonitor geeft inzicht in trends in het veiligheidsklimaat op po- en vo-scholen, de veiligheidsbeleving onder hun leerlingen en onderwijspersoneel en in het veiligheidsbeleid dat gevoerd wordt. Perspectieven van leerlingen, personeel en leidinggevenden zijn erin opgenomen. De landelijke Veiligheidsmonitor geeft een landelijk beeld van het veiligheidsklimaat op scholen en plaatst dat beeld in het perspectief van voorgaande jaren. Het is in eerste instantie bedoeld om inzicht te krijgen in landelijke trends en ontwikkelingen. Daarnaast biedt het voor afzonderlijke scholen de mogelijkheid om hun veiligheidsklimaat en -beleid te bezien in het licht van de landelijke trends en ontwikkelingen. Deelnemende scholen voldoen bovendien aan de in de wet gestelde eisen aan het monitoren van de veiligheidsbeleving van leerlingen.

Monitor en evaluatieprogramma Stagepact mboEx durante, ex post2024-2027Middelbaar beroepsonderwijsArtikel 4

Het stagepact mbo beschrijft beleid om de stages voor de student te verbeteren en om stagediscriminatie uit te bannen. In het stagepact zijn met een brede coalitie van onder andere werkgevers, onderwijsinstellingen en studenten afspraken gemaakt over maatregelen op vier doelstellingen, namelijk:

  • 1. het verbeteren van de stagebegeleiding;

  • 2. het uitbannen van stagediscriminatie;

  • 3. het realiseren van voldoende stages, en

  • 4. het bieden van een passende vergoeding.

De effecten van deze inzet volgen we via het monitoringsplan Werkagenda mbo en het Stagepact.

Monitoring sociale veiligheid mbo en hoEx durante2023-n.n.b.Middelbaar beroepsonderwijs en hoger onderwijsArtikel 4, 6 en 7

Voor het mbo wordt de Monitor Integrale Veiligheid MBO ontwikkeld. De monitor start in 2023 en is als het ware een peilstok in de veiligheidssituatie van mbo-instellingen. De monitor geeft een geïntegreerd beeld van zowel de fysieke veiligheid, de sociale veiligheid en de digitale (of online) veiligheid, voor het gehele mbo en op het niveau van individuele instellingen. Fysieke veiligheid gaat over het verkleinen van de kans dat iemand slachtoffer wordt van een ongeval of incident. Sociale veiligheid gaat over de manier waarop mensen met elkaar omgaan. Er wordt gebruik gemaakt van verschillende al bestaande gegevensbronnen om studenten, medewerkers en instellingen niet teveel te belasten. Die informatie zal worden aangevuld met verdiepende groepsinterviews/focusgroepen.

Sociale veiligheid is een cruciale randvoorwaarde in hoger onderwijs en onderzoek. Hogescholen en universiteiten hebben de ambitie dat studenten en medewerkers zich te allen tijde veilig kunnen voelen in hun studie en op hun werkplek. Een veilige en inclusieve leer- en werkomgeving waarin iedereen zich vrij kan uiten en ontplooien draagt bij aan de kwaliteit van hoger onderwijs en onderzoek en aan het kunnen aantrekken en behouden van studenten en onderzoektalent. In het hoger onderwijs zullen instellingen zelf zorgdragen voor een eenduidige en structurele monitor van ervaren sociale veiligheid. Daarnaast maken zij inclusie onder studenten en personeel zichtbaar. Hiervoor zullen bestaande instrumenten worden aangepast. De monitoringsvragen worden door de instellingen onderling uniform bepaald. Periodiek, en in 2024 voor de eerste maal, stellen Universiteiten van Nederland en Vereniging Hogescholen de resultaten geaggregeerd op sectorniveau beschikbaar aan het Minsterie van OCW.

Evaluatie naar mainstreamen emancipatiebeleidEx ante2024EmancipatiebeleidArtikel 25

De Rijksoverheid heeft als doel om inclusief beleid te maken, ook op het gebied van gendergelijkheid en lhbtiq+-emancipatie. Het Ministerie van OCW zet zich in om andere departementen en directies hierin te ondersteunen en scherp te houden (zogeheten gendermainstreaming). Met deze evaluatie wordt gekeken naar:

  • wat in de literatuur bekend is over (succesvolle) gendermainstreaming;

  • naar factoren die bijdragen aan gendermainstreaming als beleidsinstrument;

  • de stand van zaken in de praktijk: in hoeverre en in welke fase van de beleidsontwikkeling passen beleidsprofessionals rijksbreed gendermainstreaming toe;

  • kansrijke interventies om gendermainstreaming in de toekomst beter te verankeren en stimuleren. 

De Emancipatiemonitor en de Lhbtiq+-monitorEx durante2024-e.v.EmancipatieArtikel 25

De Emancipatiemonitor en de Lhbtiq+-monitor geven tweejaarlijks de meest recente gegevens over thema’s die verband houden met respectievelijk vrouwenemancipatie, gendergelijkheid en lhbtiq+-gelijkheid. De monitors geven samen de stand van zaken op het gebied van emancipatie van het grootste deel van de doelgroepen van het beleid van het Ministerie van OCW. De Emancipatiemonitor bevat de resultaten van tweejaarlijks onderzoek naar de emancipatie van vrouwen in Nederland. Aan de hand van de meest actuele gegevens over de positie van vrouwen en mannen brengt deze monitor de stand van het emancipatieproces in kaart. Op basis van deze monitor wordt veel kennis vergaard over gendergelijkheid op de arbeidsmarkt en over de veiligheid van vrouwen. De Lhbtiq+-monitor schetst een beeld van de leefsituatie van lhbtiq+ personen op domeinen als veiligheid, gezondheid en werk. Daarnaast schetst de monitor een beeld van de opvattingen van de algemene Nederlandse bevolking over lhbtiq+ personen. Er wordt gekeken welke groepen op voor- en achterstand staan en welke ontwikkelingen hierin te zien zijn. De Lhbtiq+-monitor is een vervolg op de LHBT-monitor die in de afgelopen jaren is uitgevoerd. De komende jaren wordt deze monitor doorontwikkeld tot een Lhbtiq+-monitor. Voor zowel van de Emancipatie- als de Lhbtiq+-monitor worden (naar verwachting) in 2024 de eerstvolgende rapportage opgeleverd.

7. Herstel, vernieuwing en groei culturele en creatieve sector

Basisinfrastructuur Cultuur (BIS) 2025-2028 en daarnaEx ante2023-2024CultuurArtikel 14 

In 2024 wordt de voorbereiding voor de Basisinfrastructuur Cultuur (BIS) 2025-2028 voortgezet. Het stelseladvies van de Raad voor Cultuur (april 2023) was de basis voor besluitvorming, die eind 2023 heeft geleid tot de publicatie van de Ministeriële Regeling BIS 2025-2028. Daarnaast heeft de Raad voor Cultuur eind 2023 advies uitgebracht over de inrichting van het cultuurstelsel vanaf 2029. De Raad gebruikte daarvoor onder meer ontwerpend onderzoek (Design Thinking). Ook de resultaten van de beleidsdoorlichting Cultuurdeelname 2001-2022 worden meegenomen. 

Periodieke Rapportage Cultuureducatie 2013-2022Ex post, ex ante2022-2024CultuurArtikel 14 

In aanloop naar een nieuwe beleidsperiode is voor het cultuureducatie is medio 2023 een Periodieke Rapportage Cultuureducatie opgeleverd. Andere bronnen voor besluitvorming in 2024 zijn onder meer de monitors voor Cultuureducatie in het voortgezet onderwijs en het primair onderwijs. Daarmee wordt de complete Periodieke Rapportage Cultuureducatie in 2024 afgerond.

8. Versterking van het lokale en landelijke medialandschap

Evaluatie en voorbereiding Concessieperiode Publieke Omroep 2027-2031Ex post, ex ante2023-2024MediaArtikel 15 

Het kabinet ontwikkelt een visie op het mediastelsel voor de komende concessieperiode voor de landelijke publieke omroep (met ingang van 2027). Deze visie is en wordt gevoed door meerdere evaluaties en adviezen. In 2022 zijn de Beleidsdoorlichting Media (Kwink) en het Rapport Koers Kiezen (AEF) verschenen. In de zomer van 2023 is het advies van het Adviescollege Landelijke Publieke Omroep verschenen over nieuwe erkennings- en legitimatiecriteria voor omroepen. De aangepaste Mediawet zal in 2025 inwerking moeten treden. Het traject bevat ook adviezen van een Visitatiecommissie Landelijke Publieke omroep, en adviezen van de Raad voor Cultuur en het Commissariaat voor de Media.  

Tabel 11 Strategische Evaluatie Agenda1234

Thema

Type onderzoek

Afronding

Status

Toelichting onderzoek

Art.

COVID-19

Ex durante, ex post

2025

Lopend

Evaluatie en monitoring NationaalProgramma Onderwijs primair en voortgezet onderwijs

via 3

Ex durante, ex post

2024

Lopend

Evaluatie en monitoring NationaalProgramma Onderwijs middelbaar beroepsonderwijs en hoger onderwijs

via 4

Een sterktebasis en hoge kwaliteit

Ex durante, ex post

ntb

te starten

Monitoring en evaluatie Masterplanbasisvaardigheden primair en voortgezet onderwijs

1 en 3

Ex ante, ex durante

ntb

te starten

Monitoring Aanpak basisvaardighedenmiddelbaar beroepsonderwijs

4

Ex ante, exdurante, ex post

ntb

lopend

Monitoringsplan Curriculumbijstelling

1 en 3

ex durante

2027

te starten

Monitoring Kwaliteitsafspraken mbo - onderdeel werkagenda mbo

4

ex ante

2024

lopend

Interdepartementaal Beleidsonderzoek mbo (IBO)

4

ex durante

2024

te starten

Monitor beleidsmaatregelen hoger onderwijs

7, 6 en 11

Ex durante, ex post

2024

te starten

Onderzoek bestuursakkoord flexibilisering lerarenopleidingen hoger onderwijs

6 en 7

ex post

ntb

te starten

Stelselrapportage hoger onderwijs

6 en 7

ex ante

ntb

te starten

Toekomstverkenning mbo, ho en wetenschap

6 en 7

Ex ante, ex durante en ex post

2031

lopend

Evaluatie Fonds voor Onderzoek en Wetenschap

6, 7 en 16

Ex post en strategisch

2025 en 2031

te starten

Twee synthesestudies wetenschapsbeleid

16

Ex post

2026

te starten

Synthesestudie wetenschapsbeleid (periodieke rapportage)

16

Iedereen gelijke kansen

Ex post, ex ante

2023

lopend

Evaluatie Kansengelijkheidsbeleid primair en voortgezet onderwijs

1 en 3

Ex ante

2027

te starten

Doorstroom po-vo

1 en 3

 

Ex durante

2027

lopend

School en omgeving primair en voortgezet onderwijs

1 en 3

 

Ex durante, ex post

2025

lopend

NRO onderzoeksprogramma kansengelijkheid in het basisonderwijs (OAB)

1

 

ex durante, ex post

2027

te starten

Programma Ontwikkeling van het jonge kind

1

 

Ex durante, ex post

2027

lopend

Monitoring verbetermaatregelen passend onderwijs primair en voortgezet onderwijs

1 en 3

 

Ex durante

ntb

lopend

Maatschappelijke Diensttijd

3

 

Ex durante, ex post

2026

lopend

Kansengelijkheid mbo (onderdeel werkagenda mbo)

4

 

Ex durante, ex post

2026

lopend

Passend onderwijs mbo

4

 

Ex durante

2024

lopend

Studentenmonitor ho

6, 7 en 11

 

Ex durante

2024

lopend

Monitor mentale gezondheid en middelengebruik studenten ho

6, 7

 

ex durante

2025

te starten

Invoeringstoets herinvoering Basisbeurs

6, 7

Goed en voldoende onderwijspersoneel

Ex ante, ex durante en ex post

ntb

lopend

Evaluatie onderwijspersoneel primair, voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs

1, 3, 4 en 9

Een gezonde arbeidsmarkt

Ex durante, ex post

2027

lopend

Evaluatie van de virtuele internationale samenwerkingsprojecten en hun leeruitkomsten voor studenten

6, 7

Ex durante, ex post

2027

lopend

Pilots «slimmer collegejaar» hoger onderwijs

6, 7

Ex durante

e.v.

te starten

Genderdiversiteit aan de top

25

ex durante, ex post

2027

te starten

Monitoring en evaluatie Fair Practice culturele sector

14

Sociale veiligheid en gelijke behandeling

Ex ante, ex durante, ex post

doorlopend

lopend

Veiligheidsmonitor primair en voortgezet onderwijs

1 en 3

Ex durante, ex post

2027

te starten

Monitor en evaluatieprogramma Stagepact mbo

4

 

Ex durante

ntb

te starten

Monitoring sociale veiligheid mbo en ho

4, 6 en 7

 

Ex ante

2024

te starten

Evaluatie naar mainstreamen emancipatiebeleid

25

 

Ex durante

2024

lopend

De Emancipatiemonitor en de Lhbtiq+-monitor

25

Herstel, vernieuwing en groei culturele en creatieve sector

Ex post, ex ante

2024

lopend

Basisinfrastructuur Cultuur (BIS) 2025-2028 en daarna

14

Ex post, ex ante

2024

lopend

Periodieke Rapportage Cultuureducatie 2013-2022

14

Versterking van het lokale en landelijke medialandschap

Ex post, ex ante

2024

lopend

Evaluatie en voorbereiding Concessieperiode Publieke Omroep 2027-2031

15

X Noot
1

Voor nadere toelichting zie de voorafgaande uitwerking.

X Noot
2

Zie ook bijlage 5: Uitwerking Strategische Evaluatie Agenda.

X Noot
3

Zie ook uit het Jaarverslag 2021.

X Noot
4

Zie ook www.rijksfinanciën.nl waar een interactieve versie van de SEA is opgenomen.

2.5 Overzicht risicoregelingen

Tabel 12 Overzicht verstrekte garanties (bedragen x € 1.000)

Art.

Omschrijving

Uitstaande garanties 2022

Geraamd te verlenen 2023

Geraamd te vervallen 2023

Uitstaande garanties 2023

Geraamd te verlenen 2024

Geraamd te vervallen 2024

Uitstaande garanties 2024

Garantie-plafond

Totaal plafond

7

Bouwleningen aan Academische Ziekenhuizen

113.084

0

 

113.084

0

0

113.084

176.631

14

Indemniteits-regeling

251.712

305.205

251.712

305.205

0

0

305.205

450.000

Totaal

 

364.796

305.205

251.712

418.289

0

0

418.289

 

626.631

Toelichting

Voor de Academische Ziekenhuizen is de garantieregeling sinds 1991 niet meer van kracht, met uitzondering van enkele op dat moment in gang gezette bouwprojecten. Sinds 1996 worden geen garanties meer verstrekt. Deze leningen hebben gemiddeld een looptijd van 40 jaar. Expiratie van deze leningen zal omstreeks het jaar 2035 volledig hebben plaatsgevonden.

De Indemniteitsregeling heeft tot doel een bijdrage te leveren aan het realiseren van tentoonstellingen van bijzonder belang of het tentoonstellen van bijzondere bruiklenen in Nederland door het beperken van de verzekeringskosten van musea. De garantstelling van het Rijk voor schade of verlies tot de eerste 30 procent van de verzekerde waarde (indemniteitsgarantie) van kunstwerken, verlaagt de verzekeringskosten van musea. Het risico is ook te verzekeren op de markt, maar de kosten zijn dan hoger, waardoor er minder budget voor tentoonstellingen overblijft. Daarnaast blijkt dat een indemniteitsgarantie ook als internationaal keurmerk fungeert: buitenlandse publieke en private eigenaren van museale objecten hechten aan de garantstelling vanuit het Rijk. Risicobeheersende maatregelen betreffen onder meer dat alleen erkende musea een aanvraag mogen doen op de indemniteitsregeling bij de Rijksdienst Cultureel Erfgoed die deze aanvraag, mede op basis van een risico-inventarisatie en -analyse, toetst. Per 1 januari 2023 is het plafond van de indemniteitsregeling verhoogd naar € 450 miljoen (Stcrt. 2022, 32562). Het proces voor verhoging is conform het beleidskader risicoregelingen verlopen.

Tabel 13 Overzicht achterborgstellingen (bedragen x € 1.000.000)

Art.

Omschrijving

2022

2023

2024

14

Achterborgstelling

347,0

€ 330,0

€ 330,0

Toelichting

Het Nationaal Restauratiefonds (NRF) verstrekt hypothecaire leningen aan monumenteigenaren van rijksmonumenten om restauraties uit te voeren. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen laagrentende hypothecaire leningen uit het revolving fund en aanvullende financieringen om de gehele restauratieopgave gefinancierd te krijgen. De Achterborgovereenkomst NRF, en de garantie van het Ministerie van OCW, zien alleen toe op de aanvullende financiering. Door deze garantie kan het NRF financiering tegen een lagere rente aantrekken. Deze lagere rente wordt doorgerekend aan de monumenteigenaren zodat deze eigenaren gestimuleerd worden hun monument te restaureren. De limiet van de achterborg garantieregeling is met € 120 miljoen verhoogd naar € 500 miljoen, zodat eigenaren ook in de toekomst aanvullende financiering kunnen krijgen (Kamerstukken 2022/23, 32156, nr. 123).Aangezien er een algemeen belang is (gebouwen van nationaal belang) waar een individu lasten van ervaart (hoge onderhoudskosten, beperkte mogelijkheden tot modernisering, dure oplossingen voor bijvoorbeeld energiebesparende maatregelen), wordt gebruik gemaakt van ondersteunende maatregelen. Door middel van deze regeling wordt cultureel erfgoed in stand gehouden en wordt tegelijkertijd minder gebruik gemaakt van de subsidie die het NRF ook uitbetaald.

De Achterborg kan in werking treden en tot daadwerkelijke kasverplichtingen komen, wanneer de eigenaren van rijksmonumenten op grote schaal niet meer in staat zijn aan de rente- en aflossingsverplichtingen te voldoen en het eigen vermogen van het NRF is uitgeput. Dit eigen vermogen (voornamelijk vanuit Revolverende Fondsen) is momenteel ruim voldoende voor de dekking van de uitstaande leningen onder de Achterborg.

2.6 Overzicht coronamaatregelen

De jaren 2020, 2021 en 2022 zijn voor een belangrijk deel getekend door de coronacrisis. Het kabinet heeft diverse (nood)maatregelen genomen om de crisis het hoofd te bieden. Deze paragraaf geeft een overzicht van de maatregelen die op de begroting van het Ministerie van OCW zijn genomen. Een uitgebreid overzicht is te vinden op https://www.rijksfinancien.nl/overheidsfinancien-coronatijd.

Tabel 14 Overzicht coronamaatregelen (bedragen x € 1 mln)

Artikel

Omschrijving maatregel

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Vindplaats

15

Tijdelijk Steunfonds Lokale Informatievoorziening

5,2

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

(Kamerstukken II 2020/21, 35716, nr. 2)

14

Tweede cultuurpakket

248,4

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

(Kamerstukken II 2020/21, 32820, nr. 400)

14

Extra steun voor de culturele en creatieve sector

24,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

(Kamerstukken II 2020/21, 35735, nr. 2)

14

Opschalen initiatieven voor kunst en cultuur voor kwetsbare groepen

10,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

(Kamerstukken II 2020/21, 35776, nr. 2)

14

Vierde steunpakket cultuur

70,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

(Kamerstukken II 2020/21, 35850 VIII, nr. 2)

14

Boekenvak

20,0

‒ 8,2

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

(Kamerstukken II 2020/21, 35877, nr.2)

14

Ongeplaceerde evenementen

49,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

(Kamerstukken II 2021/22, 35941, nr.2), (Kamerstukken II 2021/22, 35964, nr.2)

11

Compensatie studenten mbo en ho

159,9

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

(Kamerstukken II 2019/20, 35300 VIII, nr. 184)

1,3,4

Extra hulp voor de klas

210,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

(Kamerstukken II 2020/21, 35570 VIII, nr. 123)

4

Aanpak van de jeugdwerkloosheid

49,4

22,5

9,6

3,8

0,0

0,0

0,0

(Kamerstukken II 2020/21, 35682, nr. 2), Kamerstukken II 2021/22, 36120 VIII, nr. 2

6, 7

Coronabanen in het hoger onderwijs1

14,2

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

(Kamerstukken II 2020/21, 35682, nr. 2)

1

Extra apparaten voor onderwijs op afstand po en vo

15,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

(Kamerstukken II 2020/21, 35696, nr. 1)

3

Examens vo

45,2

51,4

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

(Kamerstukken II 2020/21, 35739, nr. 2), (Kamerstukken II 2021/22, 36014 VIII, nr. 2)

diverse

NPO maatregelen2

3.025,6

3.636,5

1.512,3

52,5

50,2

40,0

25,0

(Kamerstukken II 2020/21, 35570 VIII, nr. 185)

4

Projectskills en scholingsmogelijkheden

1,0

0,3

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

(Kamerstukken II 2020/21, 35850 VIII, nr. 2)

14

Cultuursteun en suppletieregeling

0,0

252,1

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

(Kamerstukken II 2021/22, 36005 VIII, nr. 2), (Kamerstukken II 2021/22, 36014 VIII, nr. 2), (Kamerstukken II 2021/22, 36024 VIII, nr. 2), (Kamerstukken II 2021/22, 36082 VIII, nr. 2), (Kamerstukken II 2021/22, 35925 VIII, nr. 122)

1, 3

Ventilatie

0,0

28,8

127,7

0,0

0,0

0,0

0,0

(Kamerstukken II 2021/22, 36022 VIII, nr. 2), (Kamerstukken 2021/22, 36082 VIII, nr. 2)

1,3,4,6,7

Zelftesten

20,9

52,8

10,0

0,0

0,0

0,0

0,0

(Kamerstukken II 2020/21, 35739, nr. 2), (Kamerstukken II 2020/21, 35806, nr. 2), (Kamerstukken II 2021/22, 36022 VIII, nr. 2)

X Noot
1

Hiervoor werd initieel € 20,0 miljoen overgemaakt. Uiteindelijk is € 15,2 miljoen uitgeput.

X Noot
2

Zowel voor po, vo als mbo geldt dat niet het volledige bedrag is uitgegeven op de inhaal- en ondersteuningsprogramma's. Totaal is er € 72,0 miljoen teruggestort naar het Ministerie van Financiën.

3. Beleidsartikelen

3.1 Artikel 1. Primair onderwijs

A. Algemene doelstelling

Het primair onderwijs (po) zorgt dat leerlingen in de eerste fase van de doorlopende leerlijn hun talenten maximaal kunnen ontplooien en vervolgonderwijs kunnen volgen dat het beste past bij hun talenten. Het legt bovendien de basis voor de huidige en toekomstige deelname van deze leerlingen aan de samenleving.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister is verantwoordelijk voor een stelsel van primair onderwijs dat zodanig functioneert dat het onderwijs aansluit bij de talenten van individuele leerlingen en bij de behoeftes van de maatschappij.

Financieren

De Minister is verantwoordelijk voor de financiering van het primair onderwijs door lumpsumbekostiging van de onderwijsinstellingen. Hierdoor wordt de toegankelijkheid van het onderwijs gewaarborgd.

Stimuleren

De Minister stimuleert specifieke beleidsonderwerpen door het verstrekken van (aanvullende) bekostiging, subsidies en de inzet van andere instrumenten zoals overleg, voorlichting, (prestatie)afspraken en wet- en regelgeving.

Regisseren

De Minister vult zijn verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het onderwijs in via een regisserende rol. De normeisen van kwaliteit zijn vastgelegd in wet- en regelgeving; de Inspectie van het Onderwijs houdt toezicht op de naleving.

Kengetallen
Tabel 15 Leerlingen primair onderwijs (aantallen x 1.000)12
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Leerlingen basisonderwijs

1424,1

1.418,1

1.424,9

1.422,6

1.426,3

1.420,6

1.417,9

Leerlingen trekkende bevolking3

0,36

0,4

0,4

0,4

0,4

0,4

0,4

Leerlingen in het speciaal basisonderwijs

36,1

35,9

35,2

34,7

34,5

34,3

34,2

Leerlingen in het (voortgezet) speciaal onderwijs

73,5

74,0

75,3

76,3

77,0

77,3

77,3

Totaal po

1534,1

1.528,4

1.535,8

1.534,0

1.538,2

1.532,6

1.529,8

X Noot
1

Tabel o.b.v. het aantal leerlingen op 1 februari 2023.

X Noot
2

Bron: DUO 1 cijferbestand en de Referentieraming 2023.

X Noot
3

Dit zijn leerlingen van de rijdende scholen en van de school voor varende kleuters.

Tabel 16 Uitgaven per leerling (bedragen x € 1.000)1
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Primair onderwijs2

10,7

10,4

10,0

10,0

10,0

10,0

10,0

Bekostiging3

9,7

9,5

9,1

9,1

9,1

9,1

9,1

Exclusief ondersteuningsmiddelen4

8

8,0

7,6

7,6

7,6

7,6

7,6

X Noot
1

Tabel o.b.v. het aantal leerlingen op 1 februari 2023.

X Noot
2

De totale uitgaven uit tabel 'Budgettaire gevolgen van beleid art 1', exclusief de bijdragen aan agentschappen en ZBO’s/RWT’s, gedeeld door het aantal leerlingen in hetzelfde jaar, zoals opgenomen in tabel 'Leerlingen primair onderwijs'.

X Noot
3

De bekostiging uit tabel 'Budgettaire gevolgen van beleid art 1', gedeeld door het aantal leerlingen in hetzelfde jaar, zoals opgenomen in tabel 'Leerlingen primair onderwijs'.

X Noot
4

De bekostiging uit tabel 'Budgettaire gevolgen van beleid art 1', minus de ondersteuningsmiddelen opgenomen in tabel 'Ondersteuningsmiddelen', gedeeld door het aantal leerlingen in hetzelfde jaar, zoals opgenomen in tabel 'Leerlingen primair onderwijs'.

C. Beleidswijzigingen

De belangrijkste beleidswijzigingen op het terrein van primair onderwijs worden beschreven bij het onderdeel beleidsprioriteiten.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 17 Budgettaire gevolgen van beleid art. 1 (bedragen x € 1.000)
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Verplichtingen

22.261.087

15.494.847

15.363.520

15.243.180

15.369.617

15.338.076

15.296.513

        

Uitgaven

15.434.003

16.082.302

15.428.036

15.329.292

15.359.535

15.326.965

15.285.402

        

Bekostiging

14.464.959

14.730.346

14.033.924

13.993.762

13.974.590

13.916.228

13.873.027

Bekostiging po-instellingen

12.939.474

13.781.342

13.765.148

13.724.730

13.705.613

13.647.251

13.578.116

Bekostiging Caribisch Nederland

28.918

30.443

30.142

30.398

30.398

30.398

30.398

Aanvullende bekostiging

159.420

185.319

207.029

207.029

206.974

206.974

232.908

Aanpak lerarentekort G5

31.569

31.605

31.605

31.605

31.605

31.605

31.605

Aanvullende bekostiging NP Onderwijs

1.305.578

701.637

0

0

0

0

0

Subsidies (regelingen)

233.526

433.834

703.480

646.906

662.247

687.676

689.105

Onderwijsvoorziening jonggehandicapten

24.400

27.878

27.878

27.878

27.878

27.878

27.878

Nederlands onderwijs buitenland

12.064

12.930

14.528

14.528

14.528

14.528

14.528

Humanistisch vormend en godsdienstonderwijs

14.764

17.473

18.051

18.051

18.051

18.051

18.051

Inhaal- en ondersteuningsprogramma's

54

0

0

0

0

0

0

School en omgeving

20.733

77.740

174.404

221.983

245.373

264.134

264.132

Basisvaardigheden

108.661

156.294

224.765

221.053

214.169

215.181

215.727

NGF Open Leermateriaal

0

443

3.790

0

0

0

0

NGF Digitaal Onderwijs

0

3.450

5.300

5.200

2.750

2.750

2.750

Schoolmaaltijden

0

60.827

101.260

0

0

0

0

Brugfunctionaris

0

0

40.285

40.285

40.285

40.285

40.285

Overige subsidies

52.850

76.799

93.219

97.928

99.213

104.869

105.754

Opdrachten

15.667

51.489

42.683

43.622

40.379

39.795

40.095

Opdrachten

11.372

45.897

42.683

43.622

40.379

39.795

40.095

Zelftesten

4.295

5.592

0

0

0

0

0

Bijdrage aan agentschappen

40.642

45.040

39.813

39.770

42.049

42.012

42.170

Dienst Uitvoering Onderwijs

40.642

45.040

39.813

39.770

42.049

42.012

42.170

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

13.379

14.013

11.189

8.262

8.262

8.262

8.013

Stichting Vervangingsfonds en Particpatiefonds

10.800

11.217

8.393

5.466

5.466

5.466

5.217

UWV

2.579

2.796

2.796

2.796

2.796

2.796

2.796

Bijdrage aan medeoverheden

665.830

807.386

596.753

596.776

631.814

619.281

619.281

Gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid

536.651

571.367

572.386

572.386

609.248

609.248

609.248

Caribisch Nederland

9.297

24.814

19.878

19.901

18.077

5.544

5.544

Scholenprogramma Groningen

3.000

3.089

3.089

3.089

3.089

3.089

3.089

Nationaal Programma Onderwijs

93.907

54.773

0

0

0

0

0

Ventilatie in scholen

8.775

129.015

0

0

0

0

0

Spuk vve Oekraïne

0

9.675

0

0

0

0

0

Spuk huisvesting noodlocaties po

14.200

14.653

0

0

0

0

0

Overig

0

0

1.400

1.400

1.400

1.400

1.400

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

0

194

194

194

194

13.711

13.711

Brede scholen

0

194

194

194

194

13.711

13.711

Ontvangsten

26.363

9.208

9.208

9.208

9.208

9.208

9.208

Uitsplitsing verplichtingen
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Verplichtingen

22.261.087

15.494.847

15.363.520

15.243.180

15.369.617

15.338.076

15.296.513

waarvan garantieverplichtingen

24.498

‒ 2.472

0

0

0

0

0

waarvan overige verplichtingen

22.236.589

15.497.319

15.363.520

15.243.180

15.369.617

15.338.076

15.296.513

De garantieverplichtingen hebben betrekking op leningen/rekening-courantkredieten aan onderwijsinstellingen. Deze leningen worden door middel van schatkistbankieren verstrekt. Het Ministerie van OCW staat voor deze leningen garant. Deze verplichtingen worden niet geraamd.

Budgetflexibiliteit
Tabel 18 Geschatte budgetflexibiliteit
 

2024

juridisch verplicht

99,1%

bestuurlijk gebonden

0%

beleidsmatig gereserveerd

0,8%

nog niet ingevuld/vrij te besteden

0,1%

Van het totale budget voor artikel 1 is voor 2024 99,1 procent juridisch verplicht.

Bekostiging

Het beschikbare budget in 2024 is voor 100 procent juridisch verplicht. De verplichtingen hebben onder meer betrekking op de lumpsumbekostiging aan de schoolbesturen en de samenwerkingsverbanden. Hieraan ten grondslag liggen de Wet op het primair onderwijs, de Wet op expertisecentra, onderliggende besluiten en uitvoeringsregelingen. Het moment waarop de juridische verplichting wordt aangegaan vindt plaats voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de bekostiging betrekking heeft.

Subsidies

Het beschikbare budget in 2024 is voor 79,8 procent juridisch verplicht. Dit verplichte deel betreft de subsidies die voorafgaand aan het jaar van verstrekking worden vastgelegd. Voor nadere toelichting wordt verwezen naar de subsidiebijlage.

Opdrachten

Het beschikbare budget in 2024 is voor 48,6 procent juridisch verplicht. Het gaat hierbij om diverse beleidsgerichte activiteiten en onderzoeken, onder andere voor passend onderwijs, voor- en vroegschoolse educatie (vve) en de uitvoeringskosten voor subsidieregelingen. Ervaringsgegevens laten zien dat in de loop van het jaar het resterende deel van het budget ook juridisch wordt verplicht.

Bijdrage aan agentschappen

Het budget in 2024 is voor 100 procent juridisch verplicht. Op basis van de managementafspraken tussen het bestuursdepartement en de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) zijn afspraken vastgelegd voor het komende jaar.

Bijdrage aan ZBO’s en RWT’s

Het budget in 2024 is voor 100 procent juridisch verplicht. Het gaat hier om bijdragen aan het Vervangings- en Participatiefonds en het Uitkeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV). Op basis van een beheersovereenkomst worden de middelen voorafgaand aan het jaar waarop de bijdragen betrekking hebben verplicht.

Bijdrage aan medeoverheden

Van het beschikbare budget voor 2024 is 99,7 procent juridisch verplicht. Het overgrote deel van de middelen wordt beschikbaar gesteld via een specifieke uitkering naar gemeenten in het kader van het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid (GOAB).

E. Toelichting op de financiële instrumenten

Bekostiging

Bekostiging po-instellingen

Per 1 januari 2023 is de vereenvoudigde bekostiging in het primair onderwijs van kracht. De systematiek is onder andere vereenvoudigd door het reduceren van het aantal indicatoren en volledige kalenderjaarbekostiging.

Het Rijk verstrekt schoolbesturen lumpsumbekostiging voor personeel en materiële instandhouding. Deze bekostiging is grotendeels gebaseerd op het aantal leerlingen. Daarnaast wordt via de groeibekostiging en kleine scholentoeslag rekening gehouden met de groei en grootte van de school.

Met de groeibekostiging is circa € 43,3 miljoen gemoeid en met de kleine scholentoeslag circa € 162,3 miljoen. Tot slot wordt in de bekostiging rekening gehouden met een aantal specifieke kenmerken van leerlingen in het kader van het onderwijsachterstandenbeleid ((speciaal) basisonderwijs (sbao) en (voortgezet) speciaal onderwijs ((v)so)) waar circa € 462,8 miljoen mee is gemoeid. Voor de aanpak van werkdruk is in kalenderjaar 2024 circa € 380,0 miljoen beschikbaar. Dit is op basis van de origineel beschikbaar gestelde reeks, maar inmiddels is het totale budget inclusief de jaarlijks toegekende loon- en prijsbijstelling voor 2024 opgelopen tot circa € 448,0 miljoen.

In de volgende tabel is het verloop van de ondersteuningsmiddelen opgenomen (gecorrigeerd voor de leerlingaantallen), die naast de basisbekostiging beschikbaar zijn voor de lichte en zware ondersteuning. Lichte ondersteuning betreft grotendeels middelen die naar de samenwerkingsverbanden po gaan en waar vanuit middelen rechtstreeks naar de sbao gaan. Bijdragen voor de zware ondersteuning zijn voor de samenwerkingsverbanden po en vo en het (v)so, waaronder de clusters 1 en 2. Sinds de invoering van passend onderwijs besluiten de samenwerkingsverbanden (clusters 3 en 4) over de plaatsing van leerlingen in het (v)so.

Tabel 19 Ondersteuningsmiddelen (bedragen x € 1 miljoen)
  

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Lichte ondersteuning - Samenwerkingsverbanden primair onderwijs

 

505

505

505

505

505

505

Zware ondersteuning - cluster 1 en 2

 

350

350

350

350

350

350

Zware ondersteuning - samenwerkingsverbanden primair onderwijs

 

710

710

710

710

710

710

Zware ondersteuning - samenwerkingsverbanden voortgezet onderwijs1

 

755

755

750

740

730

725

Lichte en zware ondersteuning - Totaal artikel 1

 

2.320

2.320

2.315

2.305

2.295

2.290

X Noot
1

Samenwerkingsverbanden vo betreft alleen de middelen die op artikel 1 staan en is inclusief een gedeelte dat rechtstreeks naar de WEC scholen gaat onder andere bestemd voor onderwijs in gesloten jeugdzorg en justitiële inrichtingen.

Bekostiging Caribisch Nederland

Het Rijk verstrekt bekostiging aan de schoolbesturen in Caribisch Nederland. Het betreft de schoolbesturen op de eilanden Bonaire, Sint-Eustatius en Saba.

Aanvullende bekostiging

Naast de reguliere bekostiging ontvangen de schoolbesturen middelen voor specifieke doeleinden. Voor kalenderjaar 2024 is in totaal circa € 207,0 miljoen aan aanvullende bekostiging beschikbaar. Daarvan is vanuit het coalitieakkoord circa € 25,3 miljoen beschikbaar voor het versterken van de infrastructuur voor basisvaardigheden. Verder is circa € 28,0 miljoen beschikbaar om onderwijs- en ondersteuningsaanbod voor hoogbegaafde leerlingen (verder) te ontwikkelen. Tot slot is circa € 153,7 miljoen beschikbaar voor de verdere professionalisering van het personeel en de begeleiding van startende leraren en schoolleiders.

Aanpak tekorten G5

Naast de aanvullende bekostiging ontvangen de steden Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Almere middelen voor de aanpak van het lerarentekort.

Subsidies

Voor het stimuleren en realiseren van diverse beleidsdoelstellingen worden subsidies verstrekt (zie voor het totaaloverzicht de bijlage subsidies).

Verbetering basisvaardigheden

Te veel leerlingen verlaten het funderend onderwijs zonder goede beheersing van de basisvaardigheden, zoals taal, rekenen, digitale geletterdheid en burgerschap. Met het Masterplan Basisvaardigheden worden scholen bij de ontwikkeling van deze vaardigheden ondersteund. Vooruitlopend op het ontwikkelen van een structureel instrument is er voor de korte termijn subsidie beschikbaar. Voor 2024 is hiervoor circa € 224,8 miljoen beschikbaar.

School en Omgeving

Elke leerling verdient het om zijn talenten en vaardigheden in de volle breedte te ontwikkelen. Om voor zoveel mogelijk leerlingen een zo kwalitatief goed mogelijk programma van activiteiten rond de school te bieden is er een subsidieregeling. Hiernaast loopt het programma School en Omgeving ook mee in de brede specifieke uitkering (spuk) Kansrijke Wijk. De middelen voor de spuk Kansrijke Wijk zijn tot en met 2025 overgeboekt naar het Ministerie van BZK. De middelen voor het programma School en Omgeving staan verdeeld over artikel 1 (primair onderwijs) en artikel 3 (voortgezet onderwijs). Voor artikel 1 is € 174,4 miljoen en voor artikel 3 € 111,5 miljoen beschikbaar. Voor beide artikelen is in 2024 in totaal € 285,9 miljoen beschikbaar.

Schoolmaaltijden

Net als in 2023 worden er in 2024 maaltijden verstrekt op scholen in het primair en voortgezet onderwijs, zodat meer leerlingen zonder honger les kunnen volgen. Hiervoor ontvangt OCW middelen van de ministeries van SZW (€ 52,5 miljoen) en VWS (€ 10,0 miljoen). In totaal is € 166,0 mln beschikbaar, dat naar rato van leerlingenaantallen is verdeeld over de sectoren. Op artikel 1 voor het primair onderwijs is € 101,3 miljoen beschikbaar.

Brugfunctionaris

Voor het versterken van de verbinding tussen school, kind en gezin en de ondersteuningsstructuur op school zijn middelen beschikbaar gesteld. De middelen staan verdeeld over artikel 1 (primair onderwijs) en artikel 3 (voortgezet onderwijs). In 2024 bedraagt dit respectievelijk € 40,3 miljoen en € 11,5 miljoen. In totaal is voor dit doel € 51,8 miljoen beschikbaar gesteld in 2024.

Overige subsidies

De grootste subsidies zijn verder de Regeling onderwijsvoorziening jonggehandicapten (circa € 27,9 miljoen), de Regeling Nederlands onderwijs in het buitenland (circa € 14,5 miljoen) en de Regeling subsidieverstrekking voor godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs (circa € 18,1 miljoen).

Daarnaast worden er onder andere subsidies verstrekt voor andere eindtoetsen in het po, voor onderwijs aan zieke leerlingen, ten behoeve van de Gelijke Kansen Alliantie en voor het aanpassen van lesmateriaal ten behoeve van visueel gehandicapte en dyslectische leerlingen.

Opdrachten

Dit betreft de middelen voor diverse beleidsgerichte activiteiten en onderzoeken, onder andere voor passend onderwijs, vve en uitvoeringskosten van subsidieregelingen.

Bijdrage aan agentschappen

De Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) is een uitvoeringsorganisatie van het Ministerie van OCW en levert producten en diensten op het terrein van de bekostiging van instellingen, financiering van studenten en informatie-voorziening. Het betreft hier het aandeel in de uitvoeringskosten van DUO voor artikel 1 (primair onderwijs).

Bijdrage aan ZBO’s en RWT’s

De stichtingen Vervangingsfonds (VF) en Participatiefonds (PF) ontvangen als privaatrechtelijke ZBO’s middelen voor het beheren en verevenen van respectievelijk de vervangings- en werkloosheidsuitgaven van schoolbesturen in het primair onderwijs. De kosten die het VF en PF vergoeden worden nagenoeg geheel gedekt uit de premies die schoolbesturen afdragen. Het Ministerie van OCW verstrekt een (vaste) bijdrage in de kosten van het ondersteunende bureau van de fondsen.

Het UWV ontvangt middelen voor de uitvoering van de Regeling onderwijsvoorziening jonggehandicapten.

Bijdrage aan medeoverheden

Gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid

Gemeenten ontvangen middelen voor onderwijsachterstandenbeleid. GOAB bestaat uit meerdere instrumenten, waaronder vve, schakelklassen en zomerscholen.

Het overgrote deel van dit budget bestaat uit de middelen voor GOAB (€ 566 miljoen). Het overige deel bestaat uit middelen ten behoeve van het programma Ontwikkeling Jonge Kind.

Caribisch Nederland

Naast de GOAB-middelen voor gemeenten bevat dit financiële instrument middelen die worden ingezet voor het OCW-beleid in Caribisch Nederland. Dat behelst onder meer het verder verbeteren van de kwaliteit van het gehele onderwijs in Caribisch Nederland tot een naar Nederlandse maatstaven aanvaardbaar niveau. Een groot gedeelte van het budget is bestemd voor de verbetering van de onderwijshuisvesting. Daarnaast is er voor samenwerking met Curaçao, Sint Maarten en Aruba structureel een beperkt budget beschikbaar, bestemd voor het bevorderen van voorzieningen in de regio, mede ten behoeve van de inwoners van Caribisch Nederland. In 2024 gaat het in totaal om een bedrag van circa € 19,9 miljoen aflopend naar circa € 5,5 miljoen in 2028.

Scholenprogramma Groningen

Voor het scholenprogramma Groningen is er tot en met 2034 vanuit het Ministerie van OCW jaarlijks circa € 3,0 miljoen beschikbaar om 101 scholen aardbevingsbestendig en toekomstbestendig te maken.

Overig

Op de post «overig» wordt vanaf 2024 € 1,4 miljoen per jaar geboekt. Naar aanleiding van het aangenomen amendement van der Molen c.s. worden deze middelen overgeboekt naar de provincie Friesland ter ondersteuning van de curriculum herziening voor de Friese Taal.

Bijdrage aan andere begrotingshoofdstukken

Brede scholen

Er worden structurele middelen ter beschikking gesteld ten behoeve van de «Brede impuls combinatie-functies» via een specifieke uitkering bij het Ministerie van VWS. Het doel van deze impuls is om onder andere sport-, beweeg- en cultuuronderwijs op en rond scholen te versterken. In 2023 is voor de periode 2023 tot en met 2026 circa € 12,7 miljoen per jaar overgeboekt naar het Ministerie van VWS.

3.2 Artikel 3. Voortgezet onderwijs

A. Algemene doelstelling

Het voortgezet onderwijs zorgt dat leerlingen in deze fase van de doorlopende leerlijn hun talenten maximaal kunnen ontplooien en vervolgonderwijs kunnen volgen dat het beste past bij hun talenten. Het bereidt hen voor op volwaardige deelname aan de samenleving en een bij hun talenten passende (toekomstige) positie op de arbeidsmarkt.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister is verantwoordelijk voor een stelsel van voortgezet onderwijs dat zodanig functioneert, dat het onderwijs aansluit bij de talenten en de ambities van individuele leerlingen en bij de behoeftes van de maatschappij.

Financieren

De Minister is verantwoordelijk voor de financiering van het voortgezet onderwijs door lumpsumbekostiging van de onderwijsinstellingen. Hierdoor wordt de toegankelijkheid van het onderwijs gewaarborgd.

Stimuleren

De Minister stimuleert specifieke beleidsonderwerpen door het verstrekken van (aanvullende) bekostiging, subsidies en de inzet van andere instrumenten zoals overleg, voorlichting, (prestatie)afspraken en wet- en regelgeving.

Regisseren

De Minister vult zijn verantwoordelijkheid voor de onderwijskwaliteit van het onderwijs in via een regisserende rol. De normeisen van kwaliteit zijn vastgelegd in wet- en regelgeving; de Inspectie van het Onderwijs houdt toezicht op de naleving.

Kengetallen
Tabel 20 Leerlingen voortgezet onderwijs1
  

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

1

Totaal aantal ingeschreven leerlingen (aantallen x 1.000). Nader te verdelen in:

941,6

952,1

948,1

940,0

931,1

919,8

913,0

 

vmbo/ havo/ vwo leerjaar 1-2

387,4

395,0

388,4

376,6

372,0

369,0

367,1

 

vmbo leerjaar 3-4

187,5

193,4

195,8

197,6

194,3

188,6

186,0

 

havo/vwo leerjaar 3

91,4

92,3

93,4

94,1

91,5

90,2

90,8

 

havo/vwo vanaf leerjaar 4

241,2

236,2

235,1

236,5

238,4

237,4

234,5

 

pro alle jaren

29,1

29,1

29,2

29,2

28,9

28,7

28,6

 

vavo vo

5,0

6,0

6,1

6,0

6,0

6,0

6,0

2

Totaal aantal scholen

641

641

641

641

641

641

641

3

Gemiddeld aantal leerlingen per school

1.469

1.485

1.479

1.466

1.453

1.435

1.424

X Noot
1

Bron: Referentieraming 2023

Tabel 21 Uitgaven per leerling (bedragen x € 1. 000)
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Voortgezet onderwijs1

11,5

12,4

12,1

12,3

12,3

12,3

12,3

Bekostiging2

11,0

11,4

11,1

11,1

11,1

11,2

11,2

Exclusief ondersteuningsmiddelen3

10,2

10,6

10,2

10,2

10,3

10,3

10,3

X Noot
1

De totale uitgaven uit tabel budgettaire gevolgen van beleid, exclusief de bijdragen aan agentschappen en ZBO’s/RWT’s, gedeeld door het aantal leerlingen in hetzelfde jaar, zoals opgenomen in tabel leerlingaantallen.

X Noot
2

De bekostiging uit tabel budgettaire gevolgen van beleid, gedeeld door het aantal leerlingen in hetzelfde jaar, zoals opgenomen in tabel leerlingenaantallen.

X Noot
3

De bekostiging uit tabel budgettaire gevolgen van beleid, minus de ondersteuningsmiddelen opgenomen in tabel ondersteuningsmiddelen, gedeeld door het aantal leerlingen in hetzelfde jaar, zoals opgenomen in tabel leerlingaantallen.

C. Beleidswijzigingen

De belangrijkste beleidswijzigingen op het terrein van voortgezet onderwijs (vo) worden beschreven bij het onderdeel beleidsprioriteiten.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 22 Budgettaire gevolgen van beleid art. 3 (bedragen x € 1.000)
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Verplichtingen

11.033.861

11.865.636

11.290.093

11.429.005

11.408.869

11.327.760

10.680.666

        

Uitgaven

10.858.519

11.737.614

11.459.272

11.494.444

11.409.170

11.335.436

11.228.585

        

Bekostiging

10.361.148

10.868.276

10.512.339

10.414.877

10.354.394

10.314.435

10.217.482

Bekostiging vo-instellingen

9.215.501

10.097.559

10.364.349

10.266.890

10.211.169

10.171.210

10.074.257

Aanvullende regelingen

       

Resultaatafhankelijke bekostiging vsv aan vo-instellingen

9.013

8.557

0

0

0

0

0

Bekostiging Caribisch Nederland

24.775

24.128

23.804

23.801

23.801

23.801

23.801

Aanvullende regeling strategisch personeelsbeleid, begeleiding starters en thuiszitters

489.717

119.646

119.646

119.646

119.424

119.424

119.424

Aanvullende regelingen leerlingendaling

4.513

4.540

4.540

4.540

0

0

0

Aanvullende bekostiging Nationaal Programma Onderwijs

617.629

613.846

0

0

0

0

0

Subsidies (regelingen)

291.407

640.471

744.532

867.131

841.569

811.167

800.565

Stichting Kennisnet (basissubsidie) po, vo, mbo

24.161

36.786

25.076

17.940

17.940

17.940

17.940

Subsidieregeling structureel voorkomen onnodig zittenblijven

2.551

5.577

5.637

5.767

5.982

5.982

5.982

Praktijkgerichte programma's

8.071

10.241

10.501

10.501

10.501

10.500

41

Inhaal- en ondersteuningsprogramma's

94

0

0

0

0

0

0

Regeling Heterogene brugklassen

68.618

21.250

0

55.500

55.500

55.500

55.500

Basisvaardigheden

113.598

176.214

254.366

250.162

242.371

243.518

244.065

Maatschappelijke diensttijd

0

186.149

121.177

220.200

182.755

182.754

181.753

School en omgeving

13.269

49.709

111.510

141.931

156.884

168.877

168.877

NGF Ontwikkelkracht

0

12.689

19.972

22.381

13.921

0

0

Schoolmaaltijden

0

39.000

64.740

0

0

0

0

Brugfunctionaris

0

0

11.538

11.538

11.538

11.538

11.538

Overige subsidies

61.045

102.856

120.015

131.211

144.177

114.558

114.869

Opdrachten

9.892

45.637

80.477

91.717

89.242

85.925

86.361

Opdrachten

8.409

28.925

63.925

71.117

69.372

66.054

65.989

Zelftesten

1.483

2.643

0

0

0

0

0

MDT opdrachten

0

14.069

16.552

20.600

19.870

19.871

20.372

Bijdrage aan agentschappen

69.674

74.565

70.009

68.934

72.230

72.169

72.437

Dienst Uitvoering Onderwijs

69.674

74.565

70.009

68.934

72.230

72.169

72.437

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

56.661

63.930

51.567

51.437

51.387

51.392

51.392

College voor Toetsen en Examens

12.569

16.952

4.957

4.827

4.777

4.782

4.782

SLOA: onderwijs ondersteunende instellingen

44.092

46.978

46.610

46.610

46.610

46.610

46.610

Bijdrage aan medeoverheden

69.505

44.387

0

0

0

0

0

Nationaal Programma Onderwijs

60.038

35.019

0

0

0

0

0

Spuk huisvesting noodlocaties vo

9.467

9.368

0

0

0

0

0

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

232

348

348

348

348

348

348

GRAZ (ECML) en PISA

232

348

348

348

348

348

348

Ontvangsten

8.407

7.391

7.391

7.391

7.391

7.391

7.391

Uitsplitsing verplichtingen
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Verplichtingen

11.033.861

11.865.636

11.290.093

11.429.005

11.408.869

11.327.760

10.680.666

waarvan garantieverplichtingen

1.884

‒ 5.658

0

0

0

0

0

waarvan overige verplichtingen

11.031.977

11.871.294

11.290.093

11.429.005

11.408.869

11.327.760

10.680.666

De garantieverplichtingen hebben betrekking op leningen/rekening-courantkredieten aan onderwijsinstellingen. Deze leningen worden door middel van schatkistbankieren verstrekt. Het Ministerie van OCW staat voor deze leningen garant. Deze verplichtingen worden niet geraamd.

Budgetflexibiliteit
Tabel 23 Geschatte budgetflexibiliteit
 

2024

juridisch verplicht

98,2%

bestuurlijk gebonden

1,8%

beleidsmatig gereserveerd

0,0%

nog niet ingevuld/vrij te besteden

0,0%

Van het totale budget voor artikel 3 is voor 2024 98,0 procent juridisch verplicht.

Bekostiging

Het beschikbare budget voor 2024 is 100 procent juridisch verplicht. De verplichtingen hebben betrekking op de betalingen aan schoolbesturen en samenwerkingsverbanden. Hieraan ten grondslag liggen de Wet op het voortgezet onderwijs, onderliggende besluiten en uitvoeringsregelingen. Het moment van juridisch verplichten vindt plaats voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de bekostiging betrekking heeft.

Subsidies

Van het beschikbare budget is in 2024 82,5 procent juridisch verplicht. Dit deel betreft de subsidies die voorafgaand aan het jaar worden beschikt. Ervaringsgegevens laten zien dat in de loop van het jaar het resterende deel van het budget ook juridisch wordt verplicht. Voor nadere toelichting wordt verwezen naar de subsidiebijlage.

Opdrachten

Van het beschikbare budget in 2024 is 26,0 procent juridisch verplicht. Ervaringsgegevens laten zien dat in de loop van het jaar het resterende deel van het budget ook juridisch wordt verplicht, bijvoorbeeld voor de ondersteuning van onvoldoende en (zeer) zwakke scholen.

Bijdrage aan agentschappen

Het budget voor 2024 is 100 procent juridisch verplicht. Op basis van managementafspraken tussen het bestuursdepartement en de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) zijn afspraken vastgelegd voor het komende jaar.

Bijdrage aan ZBO's en RWT's

Het budget voor 2024 is 100 procent juridisch verplicht. Dit betreft de bijdrage aan het College voor Toetsen en Examens en de onderwijs ondersteunende instellingen (SLOA). Op basis van overeenkomsten worden de middelen voorafgaand aan het jaar waarop de bijdragen betrekking hebben verplicht.

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

Het beschikbare budget in 2024 is 100 procent juridisch verplicht. Dit betreft de bijdragen aan de genoemde internationale organisaties.

E. Toelichting op de financiële instrumenten

Bekostiging

Bekostiging vo-instellingen

Vanaf 1 januari 2022 is de nieuwe vereenvoudigde bekostiging in het voortgezet onderwijs van kracht. Schoolbesturen in het vo ontvangen van het Rijk een lumpsumbekostiging voor de reguliere uitgaven. Schoolbesturen ontvangen bekostiging om (onderwijs)personeel aan te stellen en overige arbeidsvoorwaarden te vervullen en te voorzien in de kosten van de materiële instandhouding van scholen. De basisbekostiging is gebaseerd op het aantal vestigingen en het aantal leerlingen. Naast de basisbekostiging zijn er drie aanvullende regelingen. Er zijn extra bijdragen voor leerlingen in de gemengde leerweg van het voortgezet middelbaar beroepsonderwijs (vmbo), voor vestigingen met een breed onderwijsaanbod en voor geïsoleerde vestigingen. Daarnaast wordt in de bekostiging rekening gehouden met bepaalde groepen leerlingen (leerplus, eerste opvang nieuwkomers en Internationaal Georiënteerd Voortgezet Onderwijs (IGVO)) en de regeling functiemix VO Randstadregio’s vanwege Randstedelijke problematiek. Met het leerplusarrangement is € 167,8 miljoen gemoeid, in dit bedrag is de intensivering van € 105 miljoen uit het Regeerakkoord verwerkt. Daarnaast is voor regeling functiemix VO Randstad-regio’s € 77,2 miljoen beschikbaar en is voor IGVO € 9,4 miljoen beschikbaar. Voor de regeling sterk techniekonderwijs is in 2024 € 97,0 miljoen beschikbaar. Voor de aanpak van werkdruk is in kalenderjaar 2024 circa € 317,1 miljoen beschikbaar. Dit is op basis van de origineel beschikbaar gestelde reeks van circa € 300,0 miljoen inclusief de toegekende loon- en prijsbijstelling voor 2024. Vanaf 1 januari 2016 is de bekostiging van de lichte ondersteuning aan samenwerkingsverbanden geïntegreerd in het kader van passend onderwijs. Deze bekostiging bestaat uit twee delen: een budget voor leerwegondersteunend onderwijs (lwoo) en praktijkonderwijs (pro) en een budget voor regionale ondersteuning. De ondersteuningsbekostiging wordt verrekend met het budget voor lwoo en pro van het samenwerkingsverband. In de volgende tabel zijn de ondersteuningsmiddelen opgenomen die naast de basisbekostiging hiervoor beschikbaar zijn.

Tabel 24 Ondersteuningsmiddelen (bedragen x € 1 miljoen)
  

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Lichte ondersteuning lwoo/pro

 

699,1

699,1

699,1

699,1

699,1

699,1

Regionale ondersteuning

 

104,5

104,5

104,5

104,5

104,5

104,5

Totale ondersteuningsmiddelen art. 3

 

803,6

803,6

803,6

803,6

803,6

803,6

Bekostiging Caribisch Nederland

Het Rijk verstrekt sinds 10 oktober 2010 bekostiging aan schoolbesturen in Caribisch Nederland. Het betreft de schoolbesturen op de eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Strategisch personeelsbeleid, begeleiding starters en thuiszitters

Er zijn middelen beschikbaar voor het verbeteren van strategisch personeelsbeleid, de begeleiding van startende leraren en schoolleiders, en het aanpakken van verzuim.

Aanvullende regeling leerlingendaling

Scholen ontvangen middelen om een meerjarig plan voor het toekomstbestendig maken van het onderwijsaanbod in de regio uit te voeren.

Subsidies

Voor het stimuleren en realiseren van diverse beleidsdoelstellingen worden subsidies verstrekt (zie voor het totaaloverzicht de bijlage subsidies).

Verbetering basisvaardigheden

Te veel leerlingen verlaten het funderend onderwijs zonder goede beheersing van de basisvaardigheden, zoals taal, rekenen, digitale geletterdheid en burgerschap. Met het Masterplan Basisvaardigheden worden scholen bij de ontwikkeling van deze vaardigheden ondersteund. Vooruitlopend op het ontwikkelen van een structureel instrument is er een subsidieregeling beschikbaar met een looptijd van twee jaar. Voor 2024 is hiervoor circa € 254,4 miljoen beschikbaar.

Maatschappelijke diensttijd

Met de subsidie voor Maatschappelijke Diensttijd (MDT) worden maatschappelijke organisaties ondersteund om projecten te realiseren die bijdragen aan de persoonlijke ontwikkeling van jongeren. Zij kunnen trajecten van maximaal zes maanden volgen waarbij zij zich vanuit hun talenten en interesses kunnen inzetten voor een ander. Voor MDT is totaal ruim € 202,7 miljoen per jaar beschikbaar. Dit bedrag is verdeeld over subsidies (circa € 184,4 miljoen per jaar) en opdrachten (circa € 18,3 miljoen per jaar). Het totaal beschikbare subsidiebudget van MDT fluctueert per jaar. Dit wordt veroorzaakt doordat – in aansluiting op het betaalritme – de subsidieplafonds per jaar verschillen. Om tot het benodigde subsidiebudget per jaar te komen dat past bij het tot doel gestelde aantal te realiseren trajecten en bijbehorende betaalritme, is een kasschuif verwerkt. Dit leidt in 2024 tot een daling van het subsidiebudget van circa € 38,2 miljoen en in 2025 tot een stijging van € 38,2 miljoen. Daarnaast is € 25 miljoen van het beschikbare subsidiebudget in 2024 ingezet voor het verlengen van het programma schoolmaaltijden in 2024. In totaal is in 2024 € 121,2 miljoen beschikbaar voor de diverse subsidieregelingen MDT.

School en Omgeving

Elke leerling verdient het om zijn talenten en vaardigheden in de volle breedte te ontwikkelen. Om voor zoveel mogelijk leerlingen een zo kwalitatief goed mogelijk programma van activiteiten rond de school te bieden is er een subsidieregeling, waarbij scholen middelen ontvangen. Hiernaast loopt het programma School en Omgeving ook mee in de specifieke uitkering (spuk) Kansrijke Wijk aan gemeenten. Het deel van de middelen dat wordt uitgeven via Kansrijke Wijk wordt overgeboekt naar het Ministerie van BZK, die de spuk uitvoert. De middelen voor het programma School en Omgeving staan verdeeld over artikel 1 (primair onderwijs) en artikel 3 (voortgezet onderwijs). Voor artikel 1 is € 174,4 miljoen en voor artikel 3 € 111,5 miljoen beschikbaar. Voor beide artikelen is in 2024 in totaal € 285,9 miljoen beschikbaar.

Schoolmaaltijden

Net als in 2023 worden er in 2024 maaltijden verstrekt op scholen in het primair en voortgezet onderwijs, zodat meer leerlingen zonder honger les kunnen volgen. Hiervoor ontvangt OCW middelen van de ministeries van SZW (€ 52,5 miljoen) en VWS (€ 10,0 miljoen). In totaal is € 166,0 mln beschikbaar, dat naar rato van leerlingenaantallen is verdeeld over de sectoren. Op artikel 3 voor het voortgezet onderwijs is € 64,7 miljoen beschikbaar.

Brugfunctionaris

Voor het versterken van de verbinding tussen school, kind en gezin en de ondersteuningsstructuur op school zijn middelen beschikbaar gesteld. De middelen staan verdeeld over artikel 1 (primair onderwijs) en artikel 3 (voortgezet onderwijs). In 2024 bedraagt dit respectievelijk € 40,3 miljoen en € 11,5 miljoen. In totaal is voor dit doel € 51,8 miljoen beschikbaar gesteld in 2024.

Overige subsidies

Grote subsidies zijn verder de pilots voor de praktijkgerichte programma’s, voor stichting Kennisnet en in het kader van kansengelijkheid. Stichting Kennisnet ondersteunt onderwijsinstellingen bij het benutten van ICT (€ 25,1 miljoen), in dit bedrag zijn ook de groeifondsmiddelen verwerkt (€ 7,1 miljoen). De subsidie voor kansengelijkheid wordt onder andere gebruikt voor het bevorderen van doorstroom van po naar vo en vmbo-havo en vmbo-mbo (€ 28,0 miljoen). Er wordt een nieuwe regeling ontwikkeld voor doorstroomprogramma’s po-vo die vanaf 2024 in werking treedt. Op basis van de evaluatie wordt bepaald of er een nieuwe regeling wordt ontwikkeld voor doorstroomprogramma’s vmbo-havo en vmbo-mbo. Daarnaast is een budget beschikbaar voor subsidies techniekhavo (€ 8,1 miljoen) om praktijkgerichte programma’s op de havo te stimuleren.

Opdrachten

Dit betreft de middelen voor diverse beleidsgerichte activiteiten en onderzoeken. De belangrijkste hiervan is een opdracht voor het ondersteuningsprogramma voor onvoldoende en (zeer) zwakke scholen en regionale begeleiding sterk techniekonderwijs in het vmbo.

Bijdrage aan agentschappen

Dienst Uitvoering Onderwijs

De Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) is de uitvoeringsorganisatie van het Ministerie van OCW en levert producten en diensten op het terrein van bekostiging van instellingen, financiering van studenten en informatievoorziening. Het betreft het aandeel in de uitvoeringskosten van DUO voor artikel 3 (voortgezet onderwijs).

Bijdrage aan ZBO’s en RWT’s

College voor Toetsen en Examens

Het College voor Toetsen en Examens (CvTE) zorgt voor uitvoerende werkzaamheden met betrekking tot de centrale examens in het reguliere vo, het mbo en de volwasseneneducatie. Daarnaast zorgt het CvTE voor de staatsexamens voor het vo en voor Nederlands als tweede taal (NT2). Dit geldt ook voor Caribisch Nederland. Het CvTE is verantwoordelijk voor de invoering van de digitale examens. Daarnaast is het CvTE regievoerder over de examenketen en heeft zij een regierol voor de centrale eindtoets po. In die hoedanigheid heeft zij de taak om namens de overheid de kwaliteit van al deze toetsen en examens te waarborgen en te zorgen voor een vlekkeloze (digitale) afname. De bijdragen van artikel 1 (primair onderwijs) en artikel 4 (beroepsonderwijs en volwasseneducatie) voor het CvTE worden zoals gebruikelijk bij Voorjaarsnota naar artikel 3 (voortgezet onderwijs) overgeboekt.

SLOA: Onderwijsondersteunende instellingen primair-, voortgezet- en beroepsonderwijs en volwasseneneducatie

Op 1 januari 2014 is de wet Subsidiëring Landelijke Onderwijsondersteunde Activiteiten 2013 (SLOA) in werking getreden. De wet biedt de wettelijke grondslag voor subsidiëring van de wettelijke taken van stichting Cito en SLO. De hoogte van de individuele instellingssubsidies voor Cito en SLO voor toets- en examenontwikkeling en normering alsmede leerplanontwikkeling zijn pas begin november 2023 bekend.

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

Dit betreft bijdragen aan de internationale organisaties European Centre for Modern Languages (ECML) en Organisation for Economic Co-operation and Development (OECD) ten behoeve van het Programme for International Student Assessment (PISA).

Het ECML geldt in Europa en daarbuiten als hét expertisecentrum voor het talenonderwijs. Door deelname hieraan blijft Nederland op de hoogte van de belangrijkste ontwikkelingen op dit terrein.

De bijdrage aan OECD is een voorwaarde voor deelname aan het PISA-project, waardoor één keer in de drie jaar kan worden gemeten hoe de prestaties van 15-jarigen zich ontwikkelen op het gebied van wiskunde, lezen en "science".

Official Development Assistence (ODA) toerekening

Onderstaande tabel is opgenomen naar aanleiding van een toezegging van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (Kamerstukken II 2015/16, 34300, nr. 58).

Tabel 25 ODA-toerekening Begroting primair en voortgezet onderwijs in het kader van onderwijskosten voor asielzoekers uit DAC-landen (bedragen x € 1.000)
 

2024

Bijdrage primair onderwijs

28.994

Bijdrage voortgezet onderwijs

9.339

Totaal

38.333

3.3 Artikel 4. Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie

A. Algemene doelstelling

Het beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie zorgen ervoor dat studenten hun talenten maximaal kunnen ontplooien en volwaardig kunnen deelnemen aan de samenleving. Studenten worden voorbereid op passend vervolgonderwijs en/of een positie op de arbeidsmarkt die optimaal aansluit bij hun talenten.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister is verantwoordelijk voor een stelsel van middelbaar onderwijs dat zodanig functioneert dat het onderwijs aansluit bij de talenten en de ambities van individuele studenten en bij de behoeftes van de maatschappij. De sector beroepsonderwijs en volwasseneneducatie (bve) omvat het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) en de volwasseneneducatie. Het middelbaar beroepsonderwijs heeft een belangrijke maatschappelijke en economische functie. Het is een leverancier van werknemers voor de arbeidsmarkt. Ook is het een schakel tussen het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs en het hoger beroepsonderwijs.

Financieren

De Minister is verantwoordelijk voor de financiering van het middelbaar beroepsonderwijs door lumpsumbekostiging van de onderwijsinstellingen. Hierdoor wordt de toegankelijkheid van het onderwijs gewaarborgd.

Stimuleren

De Minister stimuleert specifieke beleidsonderwerpen door het verstrekken van aanvullende bekostiging, subsidies, en de inzet van andere instrumenten zoals overleg, voorlichting, kwaliteitsafspraken en wet- en regelgeving.

Regisseren

De Minister vult zijn verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het onderwijs in via een regisserende rol. De normeisen van kwaliteit zijn vastgelegd in wet- en regelgeving; de Inspectie van het Onderwijs houdt toezicht op de naleving.

Kengetallen
Tabel 26 Studenten middelbaar beroepsonderwijs (aantallen x 1.000)1
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Aantal mbo-studenten (exclusief vavo)

483,5

470,8

468,2

469,3

471,4

472,5

470,0

Bol

346,9

339,7

347,0

353,0

360,1

366,6

366,5

Bbl

136,6

131,1

121,2

116,2

111,3

105,8

103,5

Vavo

7,1

7,3

7,3

7,3

7,4

7,5

7,5

X Noot
1

Bron: Referentieraming 2022

Tabel 27 Uitgaven per student (bedragen x € 1.000)
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Onderwijsuitgaven per mbo-student (x € 1.000)1

9,62

11,03

10,7

10,8

10,8

10,8

10,7

X Noot
1

De onderwijsuitgaven per student zijn berekend door de middelen voor het instrument bekostiging te delen door het ongewogen aantal mbo-studenten (inclusief vavo) uit de referentieraming 2023 (overeenkomstig tabel "Studenten middelbaar beroepsonderwijs"; omgerekend naar kalenderjaren).

X Noot
2

Bij Voorjaarsnota 2018 vond in 2022 een kasschuif van kwaliteitsafspraken resultaatafhankelijkbudget naar 2023 plaats (€ 200 miljoen).

X Noot
3

Vanaf 2023 zijn de middelen van de loopbaanoriëntatie (€ 34,5 miljoen) en doorstroom beroepskolom (oplopend tot € 33,0 miljoen) structureel toegevoegd aan de berekening. Deze middelen zijn bestemd voor de mbo-instellingen en dienen daarom meegenomen te worden in de berekening om een beter beeld te geven van de uitgaven per student.

Toelichting

Vanuit het Nationaal Programma Onderwijs zijn er voor 2021 en 2022 middelen toegevoegd aan de bekostiging waardoor de onderwijsuitgaven per student in deze jaren zijn gestegen. Echter, dit is in de tabel «Uitgaven per student» niet terug te zien omdat er een kasschuif heeft plaatsgevonden op het resultaatafhankelijk budget. Het resultaatafhankelijk budget voor 2022 van € 217,6 miljoen is doorgeschoven naar 2023. Dit is conform de afspraken in het Bestuursakkoord mbo 2018–2022. Uitbetaling van het resultaatafhankelijk budget kan pas plaatsvinden in 2023 na de eindbeoordeling van de Kwaliteitsafspraken mbo 2019–2022 door de onafhankelijke adviescommissie kwaliteitsafspraken.Zonder deze kasschuif van € 217,6 miljoen zou de gemiddelde onderwijsuitgaven per student in 2022 en 2023 respectievelijk € 10.000 en € 10.500 zijn.

De uitgaven per student zijn vanaf 2023 gestegen door de toegekende middelen uit het coalitieakkoord. Dit betekent dat er structureel circa € 300,0 miljoen beschikbaar is gesteld aan mbo-scholen voor de bekostiging van niveau 2 studenten, nazorg en Regionale Meld- en Coördinatiefunctie (RMC's), aansluiting op de arbeidsmarkt, het bevorderen van de doorstroom in de beroepskolom, professionaliseringsruimte en comeniusbeurzen/mbo-premie voor mbo-docenten, practoraten en krimp in het mbo.

C. Beleidswijzigingen

In het onderdeel beleidsprioriteiten staan de belangrijkste wijzigingen op het terrein van beroeps- en volwasseneneducatie beschreven. Aanvullend zijn nog de onderstaande punten te melden.

Om uitwerking te geven aan de ambities uit het huidige coalitieakkoord, heeft het Ministerie van OCW samen met studenten, docenten, mbo-instellingen, werkgevers, gemeenten, onderwijskoepels en vakbonden de Werkagenda mbo en het Stagepact mbo afgesloten. Deze richten zich onder meer op een goede aansluiting tussen de arbeidsmarkt en het middelbaar beroepsonderwijs. De invulling voor de Werkagenda mbo en het Stagepact mbo wordt hier geschetst (Kamerstukken II 2022/23, 31524, nr. 549):

De prioriteiten van de Werkagenda mbo voor de komende jaren zijn:

  • 1. alle studenten krijgen gelijke kansen;

  • 2. een goede aansluiting tussen opleiding en arbeidsmarkt; en

  • 3. een goede kwaliteit van het onderwijs.

De prioriteiten van het Stagepact mbo voor de komende jaren zijn:

  • 1. verbeteren van stagebegeleiding;

  • 2. uitbannen van stagediscriminatie;

  • 3. realiseren van voldoende stageplaatsen; en

  • 4. bieden van een passende vergoeding.

Daarnaast wordt er vanuit het Nationaal Groeifonds geïnvesteerd in het mbo. Er wordt bijvoorbeeld ingezet op Leven Lang Ontwikkelen middels het leeroverzicht/skills en Collectief Laagopgeleiden & Laaggeletterden.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 28 Budgettaire gevolgen van beleid art. 4 (bedragen x € 1.000)
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Verplichtingen

5.708.910

5.437.778

6.498.888

5.594.181

5.607.146

5.535.388

5.560.318

        

Uitgaven

5.399.566

5.830.989

5.642.932

5.646.407

5.643.972

5.634.750

5.589.012

        

Bekostiging

4.722.353

5.193.345

4.976.105

4.974.603

4.986.337

4.981.379

4.963.149

Bekostiging mbo-instellingen

4.182.448

4.178.790

4.078.966

4.257.856

4.275.935

4.271.256

4.261.045

Bekostiging Caribisch Nederland

9.399

12.200

12.200

12.425

12.442

12.442

12.442

Bekostiging vavo

72.161

80.204

87.079

87.079

87.079

87.179

87.179

Kwaliteitsafspraken investeringsbudget

341.147

586.134

704.330

538.984

538.984

540.033

540.033

Kwaliteitsafspraken resultaatafhankelijk budget

0

217.623

0

0

0

0

0

Regionaal Investeringsfonds

21.742

22.065

47.819

43.048

36.686

35.258

27.239

Salarismix Randstadregio's

54.406

55.279

0

0

0

0

0

Regionaal Programma

30.550

30.550

35.211

35.211

35.211

35.211

35.211

Begeleidingsgesprekken jeugdwerkloosheid

10.500

10.500

10.500

0

0

0

0

Subsidies (regelingen)

436.945

361.170

377.663

360.990

355.944

354.344

327.584

Praktijkleren

311.558

265.864

259.046

230.356

221.220

212.267

202.307

Leven Lang Ontwikkelen

6.114

1.985

0

0

0

0

0

Actieplan Laaggeletterdheid/Tel mee met Taal

13.611

13.692

14.270

12.566

12.566

12.566

12.566

Loopbaanoriëntatie

1.523

34.623

34.082

33.818

33.407

32.717

32.000

Doorstroom beroepskolom

0

16.380

33.180

49.980

58.620

66.820

50.020

LLO Collectief Laagopgeleiden en Laaggeletterden (NGF)

0

3.068

3.600

0

0

0

0

Vakwedstrijden mbo

4.100

4.727

4.928

4.928

4.928

4.928

4.928

Maatschappelijke diensttijd

77.098

0

0

0

0

0

0

Overige subsidies

22.941

20.831

28.557

29.342

25.203

25.046

25.763

Opdrachten

12.723

19.317

16.471

12.734

8.850

7.059

6.709

Opdrachten

12.472

18.587

16.471

12.734

8.850

7.059

6.709

Zelftesten

251

730

0

0

0

0

0

Bijdrage aan agentschappen

25.218

23.785

24.514

24.260

25.278

25.202

25.271

Dienst Uitvoering Onderwijs

22.644

21.220

21.268

21.014

22.032

21.956

22.025

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

2.574

2.565

3.246

3.246

3.246

3.246

3.246

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

66.683

85.087

99.894

99.034

92.777

91.980

91.513

College voor Toetsen en Examens

0

0

11.861

11.861

11.861

11.861

11.861

Wet SLOA

0

0

70

70

1.934

1.934

1.934

SBB

66.683

82.357

82.802

80.881

72.760

71.963

71.496

NWO:NRO-Programma’s MBO

0

2.730

4.240

5.301

5.301

5.301

5.301

NCP NLQF

0

0

921

921

921

921

921

Bijdrage aan medeoverheden

135.644

148.285

148.285

174.786

174.786

174.786

174.786

RMC's

44.665

43.623

40.694

67.195

67.195

67.195

67.195

Educatie

70.622

85.462

85.462

85.462

85.462

85.462

85.462

Regionaal Programma

19.200

19.200

22.129

22.129

22.129

22.129

22.129

Caribisch Nederland

1.157

0

0

0

0

0

0

Ontvangsten

14.238

4.700

4.700

4.700

4.700

4.700

4.700

Uitsplitsing verplichtingen
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Verplichtingen

5.708.910

5.437.778

6.498.888

5.594.181

5.607.146

5.535.388

5.560.318

waarvan garantieverplichtingen

69.018

5.322

0

0

0

0

0

waarvan overige verplichtingen

5.639.892

5.432.456

6.498.888

5.594.181

5.607.146

5.535.388

5.560.318

De garantieverplichtingen hebben betrekking op leningen/rekening-courantkredieten aan onderwijsinstellingen. Deze leningen worden door middel van schatkistbankieren verstrekt. Het Ministerie van OCW staat voor deze leningen garant. Deze verplichtingen worden niet geraamd.

Budgetflexibiliteit
Tabel 29 Geschatte budgetflexibiliteit
 

2024

juridisch verplicht

99,6%

bestuurlijk gebonden

0%

beleidsmatig gereserveerd

0,4%

nog niet ingevuld/vrij te besteden

0%

Van het totale budget voor artikel 4 is in 2024 99,6 procent juridisch verplicht.

Bekostiging

Het beschikbare budget voor 2024 is 100 procent juridisch verplicht. De verplichtingen hebben betrekking op de betalingen aan mbo-instellingen (inclusief Caribisch Nederland). In de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB), het Uitvoeringsbesluit WEB (UWEB) en regelingen zijn de bepalingen, bedragen en percentages opgenomen op basis waarvan de rijksbijdrage en aanvullende bekostiging wordt berekend.

Subsidies

Van het beschikbare budget is in 2024 95,0 procent juridisch verplicht. Voor nadere toelichting wordt verwezen naar de subsidiebijlage.

Opdrachten

Van het beschikbare budget is in 2024 75,0 procent juridisch verplicht.

Bijdrage aan agentschappen

Het budget voor 2024 is 100 procent juridisch verplicht. Op basis van managementafspraken tussen bestuursdepartement en de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) zijn afspraken vastgelegd voor het komende jaar. In de subsidieregeling praktijkleren is geregeld dat deze regeling door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland wordt uitgevoerd.

Bijdrage aan ZBO’s en RWT’s

Het budget voor 2024 is voor 100 procent juridisch verplicht. Deze middelen zijn bestemd voor de uitvoering van de wettelijke taken van de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB), het Nationaal Coördinatiepunt Nederlands Kwalificatieraamwerk (NCP NLQF), (de ontwikkeling van) centrale examens Nederlandse taal, rekenen en Engels door het Centraal Instituut voor Toets Ontwikkeling (CITO), NWO NRO-programma’s mbo en het College voor Toetsen en Examens (CvTE).

Bijdrage aan medeoverheden

Van het beschikbare budget is in 2024 100 procent juridisch verplicht. Deze middelen zijn bestemd voor de gemeenten en worden in de vorm van specifieke uitkeringen verstrekt voor de uitvoering van de taken van de Regionale Meld- en Coördinatiefunctie, het educatiebudget en het regionaal programma.

E. Toelichting op de financiële instrumenten

Bekostiging

Bekostiging mbo-instellingen

De rijksbijdrage die de mbo-instellingen ontvangen is gebaseerd op de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB) en de nadere uitwerking in het Uitvoeringsbesluit WEB.

Het landelijk budget dat beschikbaar is voor het middelbaar beroepsonderwijs wordt verdeeld in een budget voor entreeopleidingen en een budget voor de niveaus 2 tot en met 4. Het budget voor de entreeopleidingen wordt verdeeld over de mbo-instellingen naar rato van het aantal ingeschreven studenten. Het budget voor de niveaus 2 tot en met 4 wordt verdeeld naar rato van het aantal ingeschreven studenten en het aantal afgegeven diploma’s van elke instelling. De mate waarin een student meetelt, is afhankelijk van de leerweg (beroeps begeleidende leerweg (bbl) of beroeps opleidende leerweg (bol)) en de opleiding (de prijsfactor van de opleiding).

Bij Voorjaarsnota 2023 is de bekostiging van mbo-instellingen in 2024 naar beneden bijgesteld op basis van de meest actuele referentieraming. Daarnaast is de bekostiging met € 165,0 miljoen verlaagd en is het investeringsbudget voor de kwaliteitsafspraken in 2024 met hetzelfde bedrag verhoogd. Deze extra investering uit het coalitieakkoord in niveau 2 wordt ook in 2024 nog via de kwaliteitsafspraken verstrekt, omdat de verdeelsystematiek van de mbo-bekostiging voor niveau 2 nog niet is aangepast. Na de aanpassing worden de extra middelen voor niveau 2 vanaf 2025 aan de bekostiging toegevoegd.

De bekostiging van mbo-instellingen is vanaf 2026 t/m 2029 incidenteel verlaagd met € 6,0 miljoen per jaar ter dekking van de Onderwijsroute. Daarnaast is de bekostiging van mbo-instellingen vanaf 2024 structureel opgehoogd met € 10,0 miljoen voor het kosteloos beschikbaar stellen van boeken en licenties voor taal, rekenen en burgerschap aan studenten jonger dan 18 jaar. Hiermee wordt gehoor gegeven aan de motie van het lid Hagen c.s.. Verder ontvangen instellingen sinds 2023 € 14,5 miljoen om studenten beter te begeleiden in de overgang naar werk. Deze middelen zijn toegevoegd aan de rijksbijdrage.

Bekostiging Caribisch Nederland

Deze middelen zijn bedoeld voor het verzorgen van middelbaar beroepsonderwijs in Caribisch Nederland. De onderwijsinstellingen in Caribisch Nederland ontvangen hiervoor lumpsumbekostiging. Ook de Raad Onderwijs Arbeidsmarkt in Caribisch Nederland wordt vanuit deze middelen bekostigd. Het aandeel voor Caribisch Nederland uit het coalitieakkoord is toegevoegd aan de bekostiging.

Bekostiging voortgezet algemeen volwassenonderwijs (vavo)

Vavo-instellingen ontvangen bekostiging voor het onderwijs dat zij verzorgen. Voor de verdeling van de beschikbare middelen wordt gebruik gemaakt van drie maatstaven, namelijk: het aantal ingeschreven studenten, het aantal vakken dat door studenten met een voldoende is afgesloten en het aantal afgegeven diploma’s. Er wordt vanaf 2024 t/m 2026 € 6,4 miljoen en vanaf 2027 € 6,5 miljoen beschikbaar gesteld voor reiskostenvergoeding voor vavo-studenten. Dit betreft een overboeking van de mbo-bekostiging naar de vavo-bekostiging.

Kwaliteitsafspraken investeringsbudget

Met de Regeling kwaliteitsafspraken mbo 2024-2027 kunnen bekostigde instellingen een aanvulling op hun reguliere bekostiging ontvangen om de doelstellingen van de werkagenda te helpen realiseren. De Regeling kwaliteitsafspraken bevat de opdracht aan de scholen om samen met hun interne partners (studenten en docenten) en externe partners (andere scholen, gemeenten, bedrijven) een regionale of sectorale (voor de beroepscolleges) invulling te geven aan de Werkagenda mbo en het Stagepact mbo. Iedere mbo-instelling gaat dat doen in een kwaliteitsagenda. Instellingen mogen de middelen inzetten op:

  • de doelstellingen uit de Werkagenda mbo op het gebied van kansengelijkheid, aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt en het versterken van de onderwijskwaliteit te realiseren;

  • de hiervoor benodigde samenwerking met de interne en externe samenwerkingspartners te verdiepen of verbreden; en

  • gezamenlijk hiervan te leren.

In 2024 is in totaal € 704,3 miljoen beschikbaar voor de kwaliteitsafspraken. Vanaf 2025 is er jaarlijks circa € 539,0 miljoen beschikbaar. Dit komt omdat vanaf 2025 de middelen voor niveau 2 en nazorg via de bekostiging mbo-instellingen worden uitgekeerd.

Regionaal Investeringsfonds

Met het Regionaal Investeringsfonds wordt geld beschikbaar gesteld voor duurzame publiek-private samenwerking van beroepsonderwijs, bedrijfsleven en regionale overheden. Mbo-instellingen kunnen een aanvraag doen voor bekostiging van een samenwerkingstraject dat leidt tot verbetering van de aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt. De samenwerkingspartners dragen financieel voor 50 tot 67 procent bij.

Salarismix Randstadregio's

In het actieplan Leerkracht van Nederland zijn afspraken vastgelegd om de aantrekkelijkheid van het beroep leraar te vergroten. Een van de gemaakte afspraken is dat extra middelen ter beschikking worden gesteld aan instellingen in de Randstadregio’s om hun salarismix te versterken en de werkdruk te verlichten. Aan de hand van behaalde competenties zijn docenten benoemd in een hogere schaal. Om de werkdruk te verlichten hebben instellingen verschillende aanpakken gehanteerd zoals extra onderwijsassistenten, instructeurs en begeleiding voor startende docenten. De middelen vormen een aanvulling op de lumpsum. De Regeling Salarismix Randstadregio’s zal eindigen per 1 januari 2024. Vanaf dan wordt er via de Regeling kwaliteitsafspaken mbo geïnvesteerd in carrièreperspectief van onderwijspersoneel in heel Nederland. Hierover zijn met de sector afspraken gemaakt in de Werkagenda mbo.

Regionaal Programma

Scholen en gemeenten voeren gezamenlijk een vierjarig regionaal programma uit om voortijdige schooluitval te voorkomen en tegen te gaan. In het regionaal programma stelt de regio een streefcijfer vast waarmee de landelijke ambitie van jaarlijks maximaal 20.000 nieuwe voortijdig schoolverlaters in 2024 wordt behaald. Ook nemen regio’s maatregelen om het aantal voortijdig schoolverlaters dat terug naar school dan wel aan het werk gaat, te vergroten.

Voor de uitvoering van het regionaal programma zijn middelen beschikbaar. In 2024 gaat het om in totaal € 57,3 miljoen. Deze middelen komen deels via de contactschool naar de regio (€ 35,2 miljoen) en deels via de 40 RMC-contactgemeenten (zie Bijdrage aan medeoverheden, € 22,1 miljoen).

Begeleidingsgesprekken jeugdwerkloosheid

Met de subsidieregeling nazorg 2022/2024 wordt in 2024 € 10,5 miljoen ter beschikking gesteld aan mbo-instellingen voor het bieden van nazorg aan mbo-gediplomeerden. Daarbij kan gedacht worden aan een uitstroomgesprek bij diplomering en waar nodig coaching (in samenwerking met de gemeente). De middelen die beschikbaar zijn op basis van deze subsidieregeling worden over de instellingen verdeeld op basis van het aantal studenten met een grote kans op werkloosheid, dat aan de instelling studeert. Vanaf 2025 is het voornemen om nazorg wettelijk te regelen en toe te voegen aan de bekostiging van mbo-instellingen.

Subsidies

Praktijkleren

De subsidieregeling praktijkleren is bedoeld om werkgevers te stimuleren praktijk- en werkleerplaatsen aan te bieden. Deze regeling maakt het mogelijk dat leerlingen, studenten of werknemers die een (beroeps)opleiding volgen, zich beter voorbereiden op de arbeidsmarkt, waardoor werkgevers kunnen beschikken over beter opgeleid personeel. De subsidie is een tegemoetkoming in de kosten die een werkgever maakt voor begeleiding. Aan de subsidieregeling is voor de studiejaren 2019/2020 tot en met 2023/2024 € 10,6 miljoen per jaar toegevoegd om de sectoren landbouw, horeca en recreatie tegemoet te komen met een extra investering in de scholing van werknemers (motie Heerma). Deze stimulering vindt plaats via een tegemoetkoming in de begeleidingskosten voor bbl-stageplekken. In 2024 wordt de subsidieregeling naar verwachting vervolgd. Ten opzichte van 2023 is er tijdelijk een lichte toename in het bedrag dat beschikbaar is voor de subsidieregeling praktijkleren (tot en met 2026), om een daling in het subsidiebedrag per leerplaats- als gevolg van overvraging door het groeiende aantal bbl-studenten- te beperken.

Actieplan laaggeletterdheid/Tel mee met taal

Ter ondersteuning van de aanpak van laaggeletterdheid worden in 2024 middelen, € 14,3 miljoen, beschikbaar gesteld als bijdrage aan het landelijke programma Tel mee met Taal, dat door de Ministeries van OCW, SZW, VWS en BZK wordt uitgevoerd en gefinancierd. Op 18 maart 2019 heeft de Tweede Kamer een brief (Kamerstukken II 2018/19, 28760, nr. 84) ontvangen waarin het kabinet maatregelen aankondigt om de aanpak van laaggeletterdheid in de periode 2020–2024 een extra impuls te geven. Met het programma Tel mee met Taal worden onder andere gemeenten, aanbieders van cursussen, werkgevers, bibliotheken en maatschappelijke organisaties ondersteund om laaggeletterden te herkennen, door te verwijzen en te scholen. De activiteiten worden door verschillende partijen (zoals stichting Lezen en Schrijven, stichting ABC en Het Begint met Taal) uitgevoerd.

Loopbaanoriëntatie (lob)

De lob-middelen worden ingezet om de loopbaanbegeleiding en de studiekeuze- en arbeidsmarktvoorlichting van (aankomende) mbo-studenten te verbeteren via onder meer het Expertisepunt lob en de portal «Kies MBO» door de SBB. Deze middelen zullen ook ingezet worden ten behoeve van een betere voorbereiding en doorstroom van mbo naar hoger beroepsonderwijs (hbo).

Met de Tijdelijke regeling aanvullende bekostiging lob mbo 2023 is jaarlijks (voor de jaren 2023 tot en met 2027) € 33 miljoen beschikbaar gesteld voor mbo-instellingen. Mbo-instellingen kunnen met deze regeling investeren in de intensivering van loopbaanoriëntatie en -begeleiding om studenten beter te begeleiden in hun studieloopbaan en beter te informeren en stimuleren om slimmere opleidings- en arbeidsmarktkeuzes te maken.

Vakwedstrijden

De subsidie voor het jaarlijks organiseren van de nationale vakwedstrijden (v)mbo en het begeleiden van Team Netherlands naar de internationale finales is voor de periode april 2020 - april 2024 verleend aan WorldSkills Netherlands (WSNL). Door onvoorziene en snel stijgende kosten is WSNL geconfronteerd met financiële tekorten. Hierover is motie 36200-VIII-77 ingediend en aangenomen. WSNL wordt gecompenseerd voor de stijgende kosten voor het organiseren van de vakwedstrijden met € 0,6 miljoen.

Vanaf 2024 is via motie 36200-VIII-100 jaarlijks € 4,9 miljoen beschikbaar gesteld voor de organisatie van de (internationale) vakwedstrijden mbo. Daarnaast is gevraagd een wettelijke basis te creëren voor de organisatie WorldSkills Netherlands en voor het uitvoeren van deze (internationale) vakwedstrijden (v)mbo. Momenteel worden de mogelijkheden verkend om een wettelijke basis te creëren voor WSNL voor de uitvoering van de vakwedstrijden.

Doorstroom beroepskolom

De subsidieregeling Versterking aansluiting beroepsonderwijskolom is bedoeld om de aansluiting in de kolom vo-mbo-hbo te versterken, en uitval en switch te verminderen. De subsidieregeling stimuleert regionale samenwerking van de drie onderwijssectoren, gericht op de totstandkoming van inhoudelijk afgestemde onderwijsprogramma’s. Door het bieden van de mogelijkheid aan instellingen om gezamenlijk doorlopende opleidingsroutes van vmbo naar mbo en van mbo naar hbo vorm te geven, inclusief een doorlopende loopbaanoriëntatie en begeleiding (lob) lijn, kan naast het verminderen van uitval en switch ook worden bijgedragen aan het opleiden van vakmensen voor tekortsectoren. Het gaat om een bijdrage aan de ontwikkelkosten van de drie sectoren van jaarlijks € 420.000 per traject. Een traject duurt drie jaar, per traject is € 1,26 miljoen beschikbaar. In 2024 is in totaal € 33,2 miljoen beschikbaar.

Leven Lang Ontwikkelen (LLO) Collectief Laagopgeleiden en Laaggeletterden (NGF)

Het project LLO Collectief Laagopgeleiden en Laaggeletterden, dat wordt bekostigd vanuit het Nationaal Groeifonds (NGF), richt zich op laagopgeleiden en laaggeletterden, waaronder zowel werknemers als mensen die langere tijd uit het arbeidsproces zijn geweest of zelfs nooit aan het werk zijn gekomen. Het voorstel heeft als doel om een nieuw duurzaam regionaal scholingsaanbod van educatie- en opleidingstrajecten voor laagopgeleiden en laaggeletterde inwoners te ontwikkelen, dat leidt tot een goede doorstroom naar beroepsonderwijs of de arbeidsmarkt. Het voorstel richt zich op het ontwikkelen van opleidingsprogramma’s waarin het verwerven van basisvaardigheden wordt gecombineerd met verwerven van beroepsvaardigheden. Het NGF heeft € 7,6 miljoen onvoorwaardelijk toegekend voor dit voorstel voor de periode 2022-2024 en € 42,6 miljoen voorwaardelijk voor de periode 2025-2027. Een deel van de middelen voor 2022-2024 (€ 0,9 miljioen) staat onder het instrument opdrachten.

Overige subsidies

Hieronder vallen subsidies voor vervolgopleidingen oriëntatieprogramma’s en veilig digitaal onderwijs (zie algemene toelichting). Daarnaast worden subsidies verstrekt aan onder andere kennispunten voor onderwijs & examinering, alumnibeleid, burgerschap, als ook voor het netwerk burgerschap, macrodoelmatigheid en digitalisering mbo.

Opdrachten

Dit betreffen middelen voor diverse beleidsgerichte activiteiten en onderzoeken en de uitvoeringskosten van Dienst Uitvoering Subsidies Instellingen (DUS-I). Daarnaast staan op dit budget middelen in het kader van de NGF voorstellen LLO Collectief Laagopgeleiden en Laaggeletterden en NGF Programma Leeroverzicht & Skills.

Bijdrage aan agentschappen

Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO)

DUO is de uitvoeringsorganisatie van het Ministerie van OCW en levert producten en diensten op het terrein van bekostiging van instellingen, financiering van studenten en informatievoorziening. Het betreft het aandeel in de uitvoeringskosten van DUO voor dit begrotingsartikel.

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

Aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) worden middelen verstrekt voor het uitvoeren van de Subsidieregeling praktijkleren.

Bijdrage aan ZBO’s en RWT’s

College voor Toetsen en Examens

Het College voor Toetsen en Examens (CvTE) is een ZBO dat verantwoordelijk is voor de centrale examens Nederlandse taal, rekenen en Engels in het mbo en de staatsexamens Nederlands als tweede taal.

Wet Subsidiëring Landelijke Onderwijsondersteunende Activiteiten (SLOA)

Op basis van de Wet SLOA worden middelen toegekend aan Stichting CITO, voor het ontwikkelen van de centrale examens Nederlandse taal, rekenen en Engels in het mbo.

Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB)

SBB ontvangt middelen om de wettelijke taken uit te voeren, waarmee wordt bijgedragen aan het primaire proces van het beroepsonderwijs. Hiertoe behoort het ontwikkelen en onderhouden van de kwalificatiestructuur. Tevens werft en accrediteert SBB leerbedrijven, zorgt zij voor voldoende leerwerkplekken en bevordert zij de kwaliteit van deze plaatsen en tevens het voorkomen van stagediscriminatie. De samenwerking van onderwijs en bedrijfsleven binnen één organisatie draagt bij aan kwalitatief goed beroepsonderwijs met opleidingen die up-to-date zijn en voldoende, goede stageplaatsen. Voor deze structurele wettelijke taken ontvangt SBB in 2024 totaal € 69,4 miljoen.

Daarnaast ontvangt SBB in 2024 aanvullende middelen ten behoeve van de uitvoering van het Stagepact mbo en de Werkagenda mbo. Zo ontvangen ze € 3,3 miljoen voor de versterking van de begeleiding door praktijkbegeleiders en is er € 1,7 miljoen beschikbaar voor inzet op extra certificaten en voor extra stages en leerbanen. Tevens zal SBB een bijdrage leveren aan de werkwijze Kansrijk opleiden waar in 2024 een bedrag van € 1 miljoen voor beschikbaar is. Vanuit het Ministerie van SZW is een bijdrage beschikbaar van € 1 miljoen voor de bijdrage van SBB aan de ontwikkeling en implementatie van sectorale loopbaanpaden met bijbehorende leerlijnen praktijkleren in het mbo, aan het stimuleren van de inzet op praktijkleren in het mbo in de arbeidsmarktregio’s en aan de doorontwikkeling van de nieuwe arbeidsmarktinfrastructuur. De laatste is een maatregel uit het coalitieakkoord, waar opleiden en een Leven Lang Ontwikkelen een prominentere plek krijgt om werkzoekenden en werkenden aan het werk te helpen en houden. Daarbovenop is voor de periode van 2022 tot en met 2031 in totaal circa € 21,5 miljoen aan SBB toegekend ten behoeve van de coalitieakkoord-enveloppe Werk aan Uitvoering (WaU).

NWO: NRO-Programma's mbo

In het kader van het versterken van de onderwijskwaliteit en het bevorderen van innovatie en onderzoek binnen het mbo zijn er middelen beschikbaar voor de Nederlandse onderwijspremie (tot 2023: Nederlandse Hogeronderwijspremie), de Comeniusbeurzen en het Comeniusnetwerk. Het betreft een pakket met stimulerende maatregelen met daarin een onderwijspremie als erkenning voor vernieuwing van het onderwijs en een stimulans voor docenten om te blijven werken aan onderwijsinnovatie en kennisdeling. Daarnaast bestaat dit pakket ook uit beurzen waarin excellent en bevlogen docentschap zichtbaar gewaardeerd wordt en uit een platform waar kennisdeling en –ontwikkeling gefaciliteerd en gestimuleerd wordt. Het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO) ontvangt hier in 2024 € 4,2 miljoen voor. Voor de Nederlandse onderwijspremie is € 2,5 miljoen beschikbaar, welke wordt verdeeld over drie onderwijsteams. Voor de Comeniusbeurzen is € 1,0 miljoen beschikbaar.

Nationaal Coördinatiepunt Nederlands Kwalificatieraamwerk (NCP NLQF)

De Stichting CINOP - ECBO ontvangt middelen om de taken van het NCP NLQF uit te voeren. Het NCP NLQF behandelt aanvragen voor het inschalen van de leeruitkomsten van non-formele opleidingen (kwalificaties) in het NLQF en onderhoudt het register met in het NLQF ingeschaalde non-formele opleidingen. In het wetsvoorstel NLQF dat is aangeboden aan de Tweede Kamer voor parlementaire behandeling, wordt aan de Stichting CINOP - ECBO voor de uitvoering van de wettelijke taken van het NCP NLQF de ZBO-status toegekend. Beoogde datum van inwerkingtreding van de wet NLQF is 1 juli 2024.

Bijdrage aan medeoverheden

Regionale Meld- en Coördinatiefunctie

Er is in 2024 € 40,7 miljoen beschikbaar voor de uitvoering van de taken van de Regionale Meld- en Coördinatiefunctie (RMC-functie) van 40 RMC-regio’s. De RMC-functie heeft de taak om jongeren tot 23 jaar die niet naar school gaan en nog geen startkwalificatie hebben behaald te monitoren en voortijdig schoolverlaten te voorkomen. De RMC-functie zorgt er samen met andere betrokken partijen in de regio voor dat jongeren die zijn uitgevallen of dreigen uit te vallen worden begeleid naar school, zorg, werk of een combinatie daarvan. De financiering voor de uitvoering van de RMC-taak vindt plaats middels een specifieke uitkering. Het voornemen is om de kwalificatieplicht van 23 jaar naar 27 jaar op te hogen. Hiervoor zal er een wetswijziging plaats moeten vinden, welke naar verwachting in 2025 in werking zal treden. Vanaf 2025 is vanuit de coalitieakkoord-enveloppe Vervolgopleidingen en onderzoek structureel € 25,0 miljoen toegevoegd aan dit budget, wat resulteert in een jaarlijkse bijdrage oplopend tot € 67,2 miljoen.

Educatie

Gemeenten ontvangen budget om cursussen voor het versterken van basisvaardigheden (taal, rekenen en digitale vaardigheden) aan te bieden aan hun inwoners. De doelgroep betreft volwassenen die Nederlands als eerste of tweede taal hebben, maar niet inburgeringsplichtig zijn. Sinds 1 januari 2015 wordt het educatiebudget per specifieke uitkering verstrekt aan samenwerkende gemeenten binnen een regio (via de 35 contactgemeenten). Gemeenten hebben voor de besteding van dit budget inkoop-en/of subsidievrijheid. Zij kiezen zelf aanbieders op basis van de vraag en behoefte van hun doelgroepen. Voor 2024 geldt dat er € 80,6 miljoen beschikbaar is.

Vanaf 2023 is voor het versterken van basisvaardigheden structureel € 5,0 miljoen uit de coalitieakkoord-enveloppe voor versterken onderwijskwaliteit toegevoegd en € 5,0 miljoen vanuit de coalitieakkoord-bijdrage van het Ministerie van SZW. Deze extra middelen worden beschikbaar gesteld voor het versterken van basisvaardigheden via het educatiebudget. Bovenstaande middelen, in combinatie met de coalitieakkoord-middelen van de Voorjaarsnota 2022, zorgen dat er in totaal vanaf 2023 structureel € 15,0 miljoen extra wordt geïnvesteerd in de aanpak van laaggeletterdheid.

Regionaal Programma

Deze middelen komen deels via de contactschool naar de regio (€ 35,2 miljoen, zie instrument Bekostiging) en deels via de 40 RMC-contactgemeenten (€ 22,1 miljoen) in de vorm van een specifieke uitkering.

Extracomptabele fiscale regelingen

Naast de in dit begrotingsartikel genoemde instrumenten, is er een fiscale regeling die betrekking heeft op dit beleidsterrein. De Minister van Financiën is hoofdverantwoordelijk voor de wetgeving en uitvoering van deze regeling en voor de budgettaire middelen. In onderstaande tabel is ter informatie het budgettaire belang van deze regeling vermeld. De cijfers zijn ontleend aan de corresponderende bijlage ‘Fiscale regelingen’ in de Miljoenennota. Voor een beschrijving van de regeling, de doelstelling, de ramingsgrond, een verwijzing naar de laatst uitgevoerde evaluatie en het beoogde jaar van afronding van de volgende evaluatie, wordt verwezen naar de bijlage bij de Miljoenennota ‘Toelichting op de fiscale regelingen’.

Tabel 30 Fiscale regelingen 2022-2024, budgettair belang op transactiebasis in lopende prijzen (bedragen x € 1 miljoen)1
 

2022

2023

2024

Aftrek voor scholingsuitgaven (studiekosten)

23

17

10

X Noot
1

[-] = regeling is in dat jaar niet van toepassing; [0] = budgettair belang van de regeling bedraagt in dat jaar afgerond nihil.

3.4 Artikel 6 en 7. Hoger onderwijs

A. Algemene doelstelling

Het stelsel van hoger onderwijs en onderzoek zorgt dat studenten en (wetenschappelijk) personeel hun talenten en onderzoekend vermogen maximaal kunnen ontwikkelen. Het leidt hen op voor een positie op de nationale en internationale arbeidsmarkt die optimaal aansluit bij hun talenten.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister is verantwoordelijk voor een stelsel van hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek dat zodanig functioneert dat het onderwijs aansluit bij de talenten en ambities van individuele studenten en (wetenschappelijk) personeel en bij de behoefte van de maatschappij.

Financieren

De Minister financiert het stelsel van hoger onderwijs en onderzoek door bekostiging van de onderwijsinstellingen. Mede hierdoor wordt de toegankelijkheid van het hoger onderwijs gewaarborgd.

Stimuleren

De Minister stimuleert specifieke beleidsonderwerpen via de bekostiging, subsidies en de inzet van andere instrumenten, zoals kwaliteitsafspraken, bestuurlijke afspraken, voorlichting en wet- en regelgeving.

Regisseren

De verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van hoger onderwijs vult de Minister in via een regisserende rol. De normeisen van kwaliteit zijn vastgelegd in wet- en regelgeving. De kwaliteit van de individuele opleidingen in het hoger onderwijs wordt bewaakt met het accreditatiestelsel. Dit is belegd bij de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO). De Inspectie van het Onderwijs houdt toezicht op de naleving van wettelijke voorschriften en op de recht- en doelmatigheid. Zij ziet ook toe op de kwaliteit van het stelsel van hoger onderwijs, waaronder het accreditatiestelsel.

Kengetallen
Tabel 31 Studenten hoger onderwijs 1

1.

Ingeschreven studenten (aantallen x 1.000)

 
  

2022/23

2023/24

2024/25

2025/26

2026/27

2027/2028

2028/29

 

hbo voltijd associate degree

12,8

13,1

13,2

13,2

13,0

12,9

12,9

 

hbo voltijd bachelor

398,1

393,0

383,2

374,3

367,6

361,8

357,6

 

hbo voltijd master

6,5

6,6

6,9

7,1

7,3

7,6

7,8

 

hbo deeltijd associate degree

8,2

8,6

9,0

9,3

9,5

9,8

10,2

 

hbo deeltijd bachelor

42,3

41,9

41,7

41,6

41,6

41,6

41,6

 

hbo deeltijd master

8,2

8,1

8,1

8,1

8,1

8,2

8,2

 

Totaal hbo

476,1

471,3

462,0

453,6

447,2

441,9

438,3

 

wo voltijd bachelor

215,7

220,5

221,0

219,9

217,6

216,3

216,6

 

wo voltijd master

121,4

126,5

132,2

136,6

139,5

141,3

142,2

 

wo deeltijd bachelor

1,5

1,4

1,4

1,4

1,4

1,4

1,3

 

wo deeltijd master

3,2

3,1

3,1

3,1

3,1

3,1

3,1

 

Totaal wo

341,9

351,5

357,7

360,9

361,6

362,0

363,2

X Noot
1

Bron: Referentieraming 2022

Tabel 32 Gediplomeerden (aantallen x 1.000)
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

hbo voltijd associate degree

3,3

3,3

3,4

3,4

3,3

3,3

3,3

hbo voltijd bachelor

61,1

62,7

60,1

57,2

56,8

55,9

54,6

hbo voltijd master

2,6

2,6

2,7

2,8

2,9

3,0

3,1

hbo deeltijd associate degree

1,9

2,0

2,1

2,1

2,2

2,3

2,3

hbo deeltijd bachelor

6,0

6,0

5,8

5,8

5,8

5,8

5,9

hbo deeltijd master

2,2

2,1

2,0

2,0

2,1

2,1

2,1

Totaal hbo

77,1

78,7

76,2

73,4

73,2

72,3

71,2

wo voltijd bachelor

41,3

42,4

42,1

42,8

42,8

41,9

41,2

wo voltijd master

50,1

50,9

53,1

55,4

56,8

57,6

58,0

wo deeltijd bachelor

0,2

0,2

0,2

0,2

0,1

0,1

0,1

wo deeltijd master

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

Totaal wo

92,6

94,5

96,3

99,3

100,7

100,7

100,4

Tabel 33 Uitgaven per student (bedragen x € 1.000)

1.

Onderwijsuitgaven per student (bedragen x € 1.000)1

2024

2025

2026

2027

2028

 

hbo

9,7

9,8

9,7

9,6

 
 

wo

8,7

8,8

8,9

8,8

 

2.

Wettelijk collegegeld (hbo en wo voltijd, bedragen x € 1)

 

2023/24

   
   

2.314

   
X Noot
1

De onderwijsuitgaven per student zijn berekend in nominale prijzen zonder de collegegeldontvangsten, en aantal studenten conform de Referentieraming 2022 (overeenkomstig tabel "Studenten hoger onderwjijs", onder 1; omgerekend naar kalenderjaren).

C. Beleidswijzigingen

Op 17 juni 2022 is de Beleidsbrief hoger onderwijs en wetenschap (Kamerstukken 2021/22, 31288, nr. 964) verzonden.

In deze brief is ingegaan op de beleidskeuzes en de investeringen zoals benoemd in het coalitieakkoord om het hele stelsel van hoger onderwijs en onderzoek te verbeteren. Dit is in drie hoofddoelen uiteengezet:

  • 1. een gezond en sterk fundament;

  • 2. ruimte geven aan divers talent;

  • 3. vergroten van de maatschappelijke impact van hoger onderwijs en onderzoek en de publieke erkenning hiervan.

In de beleidsprioreiten wordt hier nader op ingegaan.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 34 Budgettaire gevolgen van beleid art. 6 (bedragen x € 1.000)
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Verplichtingen

4.462.152

4.806.523

4.529.816

4.369.277

4.136.143

4.022.622

4.033.684

        

Uitgaven

4.646.642

4.627.189

4.530.410

4.392.114

4.214.957

4.095.852

4.099.338

        

Bekostiging

4.611.819

4.479.496

4.337.840

4.225.371

4.121.359

4.013.807

4.040.971

Bekostiging onderwijsdeel

4.160.963

3.925.510

3.737.469

4.036.998

3.932.986

3.825.434

3.852.598

Bekostiging ontwerp en ontwikkeling

122.854

151.380

151.379

151.380

151.380

151.380

151.380

Studievoorschot kwaliteitsafspraken

325.170

362.399

410.024

0

0

0

0

Bekostiging flexibel hoger onderwijs voor volwassenen

2.832

3.214

1.975

0

0

0

0

Fonds onderzoek en wetenschap

36.993

36.993

36.993

36.993

36.993

36.993

Subsidies (regelingen)

6.430

95.040

135.827

108.769

35.160

24.383

645

Tegemoetkoming 2e lerarenopleiding

525

585

2.638

2.638

0

0

0

Zelftesten

6

0

0

0

0

0

0

NGF Katalysator

900

35.000

78.476

40.000

11.100

0

0

NGF Digitale impuls

1.388

53.612

45.000

40.000

0

0

0

NGF Nationale Aanpak Professionalisering Leraren

3.527

24.134

22.514

22.925

0

Overige subsidies

3.611

5.843

6.186

1.997

1.546

1.458

645

Bijdrage aan agentschappen

13.430

16.173

18.910

19.003

19.789

19.528

19.588

Dienst Uitvoering Onderwijs

13.430

16.173

18.910

19.003

19.789

19.528

19.588

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

14.963

36.480

37.833

38.971

38.649

38.134

38.134

NWO: Promotiebeurs voor leraren

10.705

11.346

11.346

11.346

11.346

11.346

11.346

NWO: NRO-programma's Hoger Onderwijs

19.825

21.151

22.352

21.994

21.994

21.994

Nederland-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO)

4.258

5.309

5.336

5.273

5.309

4.794

4.794

Ontvangsten

5.978

17

17

17

16

16

16

Uitsplitsing verplichtingen
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Verplichtingen

4.462.152

4.806.523

4.529.816

4.369.277

4.136.143

4.022.622

4.033.684

waarvan garantieverplichtingen

46.658

62.895

0

0

0

0

0

waarvan overige verplichtingen

4.415.494

4.743.628

4.529.816

4.369.277

4.136.143

4.022.622

4.033.684

De garantieverplichtingen hebben betrekking op leningen/rekening-courantkredieten aan onderwijsinstellingen. Deze leningen worden door middel van schatkistbankieren verstrekt. Het Ministerie van OCW staat voor deze leningen garant. Deze verplichtingen worden niet geraamd.

Tabel 35 Budgettaire gevolgen van beleid art. 7 (bedragen x € 1.000)
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Verplichtingen

6.974.377

7.515.981

7.165.172

7.155.822

7.127.694

7.161.867

7.254.062

        

Uitgaven

6.654.563

7.100.963

7.076.407

7.087.951

7.149.686

7.124.411

7.161.854

        

Bekostiging

6.620.129

7.069.283

7.047.046

7.058.950

7.121.821

7.096.040

7.133.683

Bekostiging onderwijsdeel

3.097.718

3.049.878

2.997.688

3.262.726

3.324.165

3.297.021

3.333.306

Bekostiging onderzoeksdeel

2.486.783

2.843.361

2.843.411

2.838.258

2.838.269

2.838.293

2.838.293

Bekostiging ondersteuning geneeskunde onderwijs en onderzoek

787.647

802.832

804.295

805.736

807.157

808.496

809.854

Studievoorschot kwaliteitsafspraken

197.981

220.982

249.422

0

0

0

0

Fonds onderzoek en wetenschap

50.000

152.230

152.230

152.230

152.230

152.230

152.230

Subsidies (regelingen)

21.651

23.333

22.726

22.052

21.421

21.936

21.936

Nuffic

11.880

10.755

9.779

9.779

9.779

9.779

9.779

Studiekeuze123

2.749

4.354

4.264

4.264

4.264

4.264

4.264

Vluchteling Studenten UAF

2.082

2.751

2.751

2.751

2.444

2.444

2.444

Studentenwelzijn (Ecio)

868

981

981

981

842

842

842

Interstedelijk Studentenoverleg (ISO)

325

321

394

308

346

283

343

Landelijke Studenten Vakbond (LSVb)

255

279

279

279

279

279

279

Open en online onderwijs

1.879

483

480

0

0

0

0

Overige subsidies

1.613

3.409

3.798

3.690

3.467

4.045

3.985

Opdrachten

9.930

5.180

3.468

3.782

3.277

3.268

3.068

Opdrachten

2.752

4.260

3.468

3.782

3.277

3.268

3.068

Zelftesten

7.178

920

0

0

0

0

0

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

2.853

3.167

3.167

3.167

3.167

3.167

3.167

Europees Universitair Instituut Florence (EUI)

1.787

2.036

2.036

2.036

2.036

2.036

2.036

United Nations University (UNU)

1.066

1.131

1.131

1.131

1.131

1.131

1.131

Ontvangsten

398

531

16

16

16

16

16

Uitsplitsing verplichtingen
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Verplichtingen

6.974.377

7.515.981

7.165.172

7.155.822

7.127.694

7.161.867

7.254.062

waarvan garantieverplichtingen

97.918

69.726

0

0

0

0

0

waarvan overige verplichtingen

6.876.459

7.446.255

7.165.172

7.155.822

7.127.694

7.161.867

7.254.062

De garantieverplichtingen hebben betrekking op leningen/rekening-courantkredieten aan onderwijsinstellingen. Deze leningen worden door middel van schatkistbankieren verstrekt. Het Ministerie van OCW staat voor deze leningen garant. Deze verplichtingen worden niet geraamd.

Budgetflexibiliteit artikel 6
Tabel 36 Geschatte budgetflexibiliteit
 

2024

juridisch verplicht

97,0%

bestuurlijk gebonden

2,8%

beleidsmatig gereserveerd

0,2%

nog niet ingevuld/vrij te besteden

0%

Het totale budget voor artikel 6 is in 2024 97,0 procent juridisch verplicht.

Bekostiging

Het budget voor 2024 is 99,79 procent juridisch verplicht. De verplichtingen hebben betrekking op de bekostiging van hogescholen voor onderwijs en ontwerp en ontwikkeling. Hieraan ten grondslag liggen de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW), het Uitvoeringsbesluit WHW 2008 en de Regeling financiën hoger onderwijs. Het moment van juridisch verplichten vindt plaats voorafgaand aan het jaar waarop de bekostiging betrekking heeft. Aan de bekostiging van flexibel hoger onderwijs voor volwassenen ligt een afzonderlijke regeling ten grondslag. Het resterende budget is aan te merken als bestuurlijk gebonden in het kader van de 10%-middelen studievoorschot.

Subsidies

Het beschikbare budget voor 2024 is voor 5,5 procent juridisch verplicht. Het resterende deel is bestuurlijk gebonden in het kader van de Nationale Groeifondsprogramma’s Leven Lang Ontwikkelen (LLO) Katalysator en Digitaliseringsimpuls onderwijs NL.

Bijdrage aan agentschappen

Het budget voor 2024 is 100 procent juridisch verplicht. Op basis van managementafspraken tussen bestuursdepartement en de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) zijn afspraken vastgelegd voor het komende jaar.

Bijdrage aan ZBO’s en RWT’s

Het budget voor 2024 is 100 procent juridisch verplicht. Het betreft de bijdrage aan de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) voor de onderdelen promotiebeurs voor leraren en NRO-programma's en de bijdrage aan de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO). De middelen worden in het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar verplicht.

Budgetflexibiliteit artikel 7

Tabel 37 Geschatte budgetflexibiliteit
  

juridisch verplicht

99,8%

bestuurlijk gebonden

0,0%

beleidsmatig gereserveerd

0,2%

nog niet ingevuld/vrij te besteden

0,0%

Het totale budget voor artikel 7 is in 2024 99,8 procent juridisch verplicht.

Bekostiging

Het budget voor 2024 is 99,9 procent juridisch verplicht. De verplichtingen hebben betrekking op de bekostiging van universiteiten en academische ziekenhuizen voor onderwijs en onderzoek. Hieraan ten grondslag liggen de WHW, het Uitvoeringsbesluit WHW 2008 en de Regeling financiën hoger onderwijs. Het moment van juridisch verplichten vindt plaats voorafgaand aan het jaar waarop de bekostiging betrekking heeft. Het resterende deel van 0,1 procent is aan te merken als bestuurlijk gebonden in het kader van de 10%-middelen studievoorschot.

Subsidies

Het beschikbare budget voor 2024 is voor 87,6 procent juridisch verplicht. Dit betreft enerzijds de bijdragen voor Nuffic, Studiekeuze123, Vluchteling-Studenten UAF, Handicap en Studie, Interstedelijk Studentenoverleg (ISO) en Landelijke Studenten Vakbond (LSVb). Deze middelen worden in het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar verplicht. Anderzijds betreft het de financiering van de verplichtingen die voortvloeien uit de afstudeerregeling, de subsidieregelingen kandidaten Europees Universitair Instituut, Sino-Dutch Bilateral Exchange Scholarship Programme en reiskosten Culturele Verdragen en ten slotte ondersteunende activiteiten voor de projecten Integraal Veiligheid HO en cybersecurity. Het restant van 12 procent is beleidsmatig gereserveerd ten behoeve van de verhoging van de subsidie van Studiekeuze123 voor de verbetering van arbeidsmarktinformatie, koninkrijksbeurzen Caribische studenten, Open&Online-onderwijs en ad-hoc subsidies.

Opdrachten

Het beschikbare budget voor 2024 is voor 27,0 procent juridisch verplicht op grond van in 2023 of eerder gesloten overeenkomsten. De ervaring leert dat in de loop van het jaar het resterende deel van het budget van 73,0 procent wordt verplicht.

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

Het budget voor 2024 is 100 procent juridisch verplicht. Dit betreft de verdragsrechtelijke bijdragen aan de United Nations University (UNU) en het Europees Universitair Instituut Florence (EUI). Deze middelen worden in het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar verplicht.

E. Toelichting op de financiële instrumenten

Bekostiging

Universiteiten (wo) en hogescholen (hbo) ontvangen bekostiging voor onderwijs, onderzoek (wo) en ontwerp en ontwikkeling (hbo). De rijksbijdrage wordt jaarlijks aan de universiteiten en hogescholen toegekend als een lumpsum. De rijksbijdrage is gebaseerd op de WHW. In het Uitvoeringsbesluit WHW 2008 en de Regeling financiën hoger onderwijs zijn de bepalingen, bedragen en percentages opgenomen op basis waarvan de rijksbijdrage wordt berekend. Daarnaast ontvangen de instellingen middelen voor kwaliteitsafspraken.

Het experiment vraagfinanciering in het kader van flexibel hoger onderwijs voor volwassenen wordt afzonderlijk bekostigd.

Onderwijsdeel (hbo en wo)

Universiteiten en hogescholen ontvangen een rijksbijdrage vanwege onderwijs. De rijksbijdrage is gebaseerd op de nominale studieduur van de opleiding en het volgen en succesvol afronden van één bachelor- en één masteropleiding. Het onderwijsdeel bestaat uit:

  • 1. een studentgebonden deel: gebaseerd op het aantal ingeschreven bekostigde studenten en graden (diploma’s). Er zijn hierbij drie bekostigings-niveaus (laag, hoog en top);

  • 2. een onderwijsopslag in bedragen: bedragen op basis van afspraken voor kwaliteit, kwetsbare opleidingen en bijzondere voorzieningen;

  • 3. een onderwijsopslag in percentages.

Deel ontwerp en ontwikkeling (hbo) en onderzoeksdeel (wo)

Hogescholen ontvangen een rijksbijdrage vanwege ontwerp en ontwikkeling (praktijkgericht onderzoek). Universiteiten ontvangen een rijksbijdrage vanwege het verrichten van wetenschappelijk onderzoek. Het onderzoeksdeel (wo) is gebaseerd op:

  • een studentgebonden deel: gebaseerd op het aantal bekostigde graden;

  • een deel promoties: gebaseerd op het aantal promoties leidend tot een proefschrift en het aantal ontwerperscertificaten;

  • een voorziening onderzoek in bedragen: bedragen op basis van afspraken over onder andere sectorplannen en zwaartekracht;

  • een voorziening onderzoek in percentages.

Deel ondersteuning geneeskundig onderwijs en onderzoek (wo)

De bekostiging van het onderwijs en onderzoek bij de acht academische ziekenhuizen loopt via de universiteiten. Hier kunnen studenten geneeskunde onderwijs volgen en praktijkervaring opdoen. De rijksbijdrage bestaat uit een deel dat is gebaseerd op het aantal ingeschreven studenten en graden, een procentueel deel en een bedrag vanwege rente en afschrijving (voor huisvesting).

Studievoorschot kwaliteitsafspraken (hbo en wo)

In het akkoord over het studievoorschot is afgesproken dat de middelen die beschikbaar komen door de invoering van het studievoorschot gekoppeld worden aan kwaliteitsafspraken. Sinds het voorjaar 2019 zijn alle instellingen van start gegaan om samen met de medezeggenschap te komen tot een plan voor de kwaliteitsafspraken.

De plannen van de instellingen beslaan de periode van 2019 tot en met 2024 en zijn allemaal positief beoordeeld door de NVAO. Aan de hand van het advies van de NVAO is (inmiddels) door de Minister besloten dat de plannen van een instellingen voldoende zijn om de studievoorschotmiddelen toegekend te krijgen toegekend voor de periode 2021 tot en met 2024. De toekenning van de middelen was in eerste instantie voorzien vanaf 2021, omdat de NVAO de plannen zou beoordelen in 2019 en 2020. De beoordeling en besluitvorming leverde vanwege de COVID-19-maatregelen echter vertraging op. Om ervoor te zorgen dat instellingen niet in financiële onzekerheid zitten en de instellingen kunnen blijven investeren in de kwaliteit van het hoger onderwijs is besloten de kwaliteitsbekostiging ook voor 2021 toe te kennen met de reguliere rijksbijdrage, net als is gebeurd voor 2019 en 2020. Om de kwaliteitsbekostiging vanaf 2022 in plaats van in 2021 in te laten gaan, is het Besluit kwaliteitsbekostiging hoger onderwijs aangepast. Uit het coalitieakkoord volgt dat de investeringen vanuit het studievoorschot na 2024 blijven gecontinueerd. Deze reguliere middelen worden vanaf 2025 structureel ter beschikking gesteld aan de instellingen door toevoeging aan de lumpsum. In tabellen «Budgetaire gevolgen van beleid artikel 6 en artikel7» komt dit tot uitdrukking door de overheveling van de middelen naar het onderwijsdeel van de bekostiging voor zowel hbo als wo. 

Bekostiging flexibel hoger onderwijs voor volwassenen (hbo)

Het doel van het experiment vraagfinanciering is om kennis op te doen over de effecten van meer maatwerk en vraaggerichtheid van het aanbod op de deelname en diplomering van volwassenen in het deeltijd- en duaal onderwijs. In het experiment maken studenten aanspraak op vouchers die zijn in te zetten bij bekostigde of niet bekostigde deelnemende opleidingen en hebben bekostigde instellingen meer mogelijkheden voor flexibiliteit en vraaggerichtheid. Het experiment is in 2016 gestart in de sector Techniek & ICT en vanaf september 2017 ook in een aantal opleidingen in de sector Zorg & Welzijn. Ook in 2018 is er nog een aantal nieuwe opleidingen toegetreden tot het experiment vraagfinanciering. Naar aanleiding van de tussenevaluatie (Kamerstukken II 2018/19, 31288, nr. 721) is in april 2019 besloten om de instroom van nieuwe studenten aan het experiment niet te verlengen per september 2019. Studenten die tot eind augustus 2019 zijn ingestroomd bij opleidingen die deelnemen aan het experiment vraagfinanciering kunnen tot het eind van het experiment (augustus 2024) aanspraak blijven maken op vouchers. De eindevaluatie van het experiment vraagfinanciering is in 2023 aan de Tweede Kamer verstrekt.

Fonds Onderzoek en Wetenschap (hbo en wo)

In het coalitieakkoord is voor de periode 2023-2031 in totaal € 5,0 miljard beschikbaar gesteld voor een Fonds voor Onderzoek en Wetenschap, zie ook het onderdeel beleidsprioriteiten. Voor de volgbaarheid van de uitgaven wordt het budget voor de investeringen uit dit fonds zichtbaar in de budgettaire tabel onder de betreffende instrumenten. Op artikel 6 (hoger beroepsonderwijs) is vanaf 2023 tot en met 2031 € 35,0 miljoen per jaar (prijspeil 2022) uit het fonds beschikbaar gesteld voor praktijkgericht onderzoek en op artikel 7 (wetenschappelijk onderwijs) is € 50,0 miljoen in 2022 en € 144,0 miljoen in 2023 tot en met 2031 (prijspeil 2022) beschikbaar gesteld uit het fonds voor stimuleringsbeurzen.

Praktijkgericht onderwijs (hbo)

Binnen het deel ontwerp en ontwikkeling (hbo) zijn de coalitieakkoordmiddelen ondergebracht ten behoeve van het Praktijkgericht onderzoek. Daar staat momenteel het volume, de continuïteit en de duurzaamheid onder druk. Door de hogescholen toe te rusten om hun rol als kennisinstellingen te verstevigen en verder uit te bouwen, worden zij in staat gesteld om met hun praktijkgericht onderzoek het onderwijs, onderzoek en de (regionale) beroepspraktijk te verbinden en zo bij te dragen aan Nederlandse kennisontwikkeling en groei. Daarnaast zorgt de aansluiting van het onderzoek van hogescholen op maatschappelijke vraagstukken voor vernieuwend beroepsonderwijs en versterkt het de aansluiting op de (regionale) arbeidsmarkt. Om deze doelstellingen te bereiken is vanaf 2023 een investering van € 100,0 miljoen ter beschikking gesteld. Hiervan wordt het grootste deel, € 85,0 miljoen, aan de eerste geldstroom van de hogescholen toegevoegd via de post «ontwerp en ontwikkeling» uit artikel 6 (hoger beroepsonderwijs) en verdeeld naar rato van het onderwijsdeel conform de bekostigingssystematiek zoals vastgelegd in de WHW. Van de € 85,0 miljoen is € 50,0 miljoen uit de coalitieakkoord-envelop «versterken hoger onderwijs en onderzoek» afkomstig en € 35,0 miljoen uit het Fonds voor Onderzoek en Wetenschap. Deze laatste impuls in de eerste geldstroom is gekoppeld aan een impuls van € 15 miljoen in de tweede geldstroom die is toegevoegd aan de post «NWO: praktijkgericht onderzoek» uit artikel 16 (onderzoek en wetenschapsbeleid).

Stimuleringsbeurzen (wo)

Uit het Fonds voor Onderzoek en Wetenschap is er voor universiteiten ruimte om stimuleringsbeurzen toe te kennen aan zittende universitair docenten, universitair hoofddocenten en hoogleraren met een vast contract, op plaatsen in de organisatie waar de werkdruk het hoogst is en de ruimte voor ongebonden onderzoek het laagst. Daarnaast zijn in het onderzoeksdeel van de bekostiging structurele middelen opgenomen voor startersbeurzen. De Adviescommissie starters- en stimuleringsbeurzen heeft eind juni 2023 advies uitgebracht aan universiteiten over de nadere uitwerking van de stimuleringsbeurzen.

Subsidies

Tegemoetkoming tweede lerarenopleiding (hbo)

De subsidieregeling tweede lerarenopleiding maakt het voor leraren financieel aantrekkelijker om een tweede lerarenopleiding (bachelor of master) te volgen die opleidt tot een bevoegdheid en waarvoor instellingscollegegeld moet worden betaald, indien zij geen aanspraak mogen of kunnen maken op een andere subsidieregeling. Voor de subsidie komen bijvoorbeeld leraren in aanmerking die na een eerdere opleiding moeizaam een baan kunnen vinden in het onderwijs en die geen aanspraak hebben op een regeling zoals de Lerarenbeurs of de subsidie voor zijinstromers. Ook leraren die na het onderwijs in een andere sector zijn gaan werken, maar terug willen naar het onderwijs en hiervoor een ander vak willen aanleren kunnen voor deze subsidie in aanmerking komen. De subsidie tweede lerarenopleiding is vanaf het studiejaar 2020/2021 aan te vragen. Vanaf 2021/2022 is het subsidiebedrag verhoogd en is het mogelijk gemaakt om voor twee studiejaren in plaats van één jaar subsidie aan te vragen. Vanwege de tegenvallende deelnemersaantallen is bij Voorjaarsnota 2023 besloten om de regeling na 2025 niet voort te zetten.

Nuffic (wo)

Nuffic is het expertise- en dienstencentrum voor internationalisering in het Nederlandse onderwijs; van primair en voortgezet onderwijs tot beroepsgericht en hoger onderwijs. De afgelopen jaren heeft een heroverweging plaatsgevonden van de subsidie aan Nuffic wat betreft de grondslag van de subsidie en de sturingsrelatie van het Ministerie van OCW richting Nuffic. Met het wetsvoorstel Wet wettelijke taken internationalisering onderwijs wordt een aantal taken van Nuffic in het kader van diplomawaardering, bevordering van de internationalisering en de advisering rondom beursverlening wettelijk geborgd. Door middel van het wetsvoorstel wordt de Wet SLOA aangepast, op grond waarvan subsidie aan Nuffic kan worden verstrekt voor haar wettelijke taken. Het wetsvoorstel heeft inmiddels de instemming van de Eerste Kamer en is per 1 oktober 2022 in werking getreden.

Een aantal niet-wettelijke taken op het gebied van het Netherlands Education Support Offices (NESO)-kantorennetwerk dat Nuffic op dit moment nog uitvoert, wordt vanaf 2022 afgebouwd en verlegd. De NESO-kantoren worden deels vervangen door het netwerk van onderwijs- en wetenschapsattachés waarmee het Ministerie van OCW invulling geeft aan de Internationale Kennis- en Talentstrategie (IKT) die eind 2020 naar de Kamer is gestuurd. De middelen waarmee de NESO’s werden gefinancierd worden op dit moment stapsgewijs ingezet via het postennet. Voor China, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Frankrijk en de Verenigde Staten is inmiddels een Onderwijs- en Wetenschapsattaché (OWA) aangesteld (zie ook het beleidsartikel 8 (internationaal beleid)).

Daarnaast voert Nuffic vanaf 2021, op grond van een opdrachtverlening, de dienstverleningsactiviteiten voor (met name) primair en voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs (mbo)o uit (zie beleidsartikel 8 (internationaal beleid)).

Studiekeuze 123 (wo)

De stichting Studiekeuze123 is door de Minister aangewezen als partij om objectieve, betrouwbare en vergelijkbare studiekeuze-informatie te verzamelen en te verspreiden en onderzoek te doen naar studenttevredenheid en –betrokkenheid. Voor dit laatste organiseert de stichting jaarlijks de Nationale Studentenenquête (NSE).  Aanvullend op de reguliere subsidie die Studiekeuze123 ontvangt hiervoor, wordt (jaarlijks, maximaal) € 1 miljoen extra beschikbaar gesteld ten behoeve van het verbeteren van de arbeidsmarktinformatie richting studenten. Hiermee moet het voor studiekiezers duidelijker worden welk toekomstperspectief, inclusief verwachtingen rond de arbeidsmarkt, past bij een studie.

Vluchteling Studenten UAF (wo)

UAF begeleidt en ondersteunt vluchtelingen die zich voorbereiden op een studie in het hoger onderwijs met als doel dat de aspirant-student kan starten met een passende studie die opleidt tot een diploma.

Studentenwelzijn Ecio (wo)

Het Expertisecentrum Inclusief Onderwijs (Ecio) bouwt aan inclusief onderwijs op operationeel, tactisch en strategisch niveau voor verdere professionalisering en verduurzaming van inclusief onderwijs en het versterken van het zelfvertrouwen van studenten met een ondersteuningsvraag. Onder andere, adviseert en ondersteunt Ecio universiteiten, hogescholen en het mbo om belemmeringen voor studenten met een functiebeperking en met een ondersteuningsbehoefte weg te nemen en hen succesvol te laten studeren en doorstromen naar de arbeidsmarkt. Ecio coördineert daarnaast bijvoorbeeld ook de bijeenkomsten van het Landelijk Netwerk en de Landelijke Werkgroep Studentenwelzijn.

Interstedelijk Studentenoverleg (ISO) en Landelijke Studenten Vakbond (LSVb) (wo)

Het betreft hier de (structurele) bekostiging van een tweetal organisaties die beleidsmatig activiteiten uitvoeren die betrekking hebben op de belangenbehartiging van studenten.

Open en online hoger onderwijs (wo)

In 2022 is de subsidieregeling afgelopen. Naast de regeling, voert SURF een Kennisagenda uit, gericht op het opdoen, ontwikkelen en delen van kennis over online onderwijs en open leermaterialen in de Nederlandse context. De resultaten van de eerdergenoemde projecten van de instellingen zijn hiervoor belangrijke input. Uiterlijk eind 2024 zijn alle gehonoreerde projecten afgerond.

Nationaal Groeifonds (NGF)-project Nationale Leven Lang Ontwikkelen (LLO)-katalysator (hbo)

Het doel van de nationale LLO-katalysator is een forse impuls te geven aan de ontwikkeling van bij-, op- en omscholingsaanbod. In regionale samenwerkingsverbanden van bedrijfsleven, onderwijs (mbo, hbo en wo; publiek en privaat) en overheid vindt vraaggerichte ontwikkeling van het scholingsaanbod plaats en worden afspraken gemaakt over uitvoering en deelname.

Het programma is opgeknipt in twee tranches die weer verdeeld zijn in twee fasen; fase 1 loopt in 2022, fase 2 loopt tot eind 2025. In tranche 2 loopt fase 3 tot medio 2028 en fase 4 loopt tot het eind van het programma in 2029.

In tranche 1 (tot eind 2025) ligt de focus op scholing benodigd voor het realiseren van de ambities op het vlak van de energie- en grondstoffentransitie. Vervolgens wordt de aanpak verbreed naar andere (tekort)sectoren. Onderdeel van het plan is ook een LLO-Radar, waarmee continu de (toekomstige) behoefte aan vaardigheden op de arbeidsmarkt in beeld wordt gebracht, zodat tijdig kan worden voorzien in passend scholingsaanbod. Daarnaast wordt in de LLO-katalysator gewerkt aan het versterken van de leercultuur bij bedrijven en instellingen, aan professionalisering van de onderwijsorganisaties op het gebied van LLO-dienstverlening en vindt op landelijk niveau onderzoek en ontwikkeling plaats. Het budget voor de LLO-katalysator is € 392,0 miljoen. Hiervan is € 167,0 miljoen onvoorwaardelijk toegekend (tranche 1 tot 2025), voor de periode daarna (tranche 2 tot eind 2029) is € 225,0 miljoen voorwaardelijk toegekend. De middelen die gemoeid zijn met dit programma, zijn bedoeld voor de mbo-, hbo- en wo-instellingen. De precieze verdeling van de middelen dient nog uitgewerkt te worden.

NGF-project Digitaliseringsimpuls onderwijs NL (hbo)

Het doel van het programma digitaliseringsimpuls is om de kansen die digitalisering biedt aan het mbo, hbo en wo beter te benutten. Hierdoor zijn studenten vaardiger in een digitale wereld en kunnen docenten beter les geven. Met dit programma wordt geïnvesteerd in vier zaken:

  • 1. de ICT-infrastructuur van mbo, hbo en wo;

  • 2. een onderzoeksinfrastructuur;

  • 3. Centers for Teaching and Learning voor mbo, hbo en wo;

  • 4. transformatiehubs.

Het programma is opgeknipt in twee fases; fase 1 loopt van 2022 tot en met 2024 en fase 2 loopt van 2025 tot en met 2030. Eind 2024 zal de eerste evaluatie uitgevoerd zijn en bij een positieve evaluatie zal fase 2 gestart worden. De middelen die gemoeid zijn met dit programma, zijn bedoeld voor de mbo-, hbo- en wo-instellingen. De precieze verdeling van de middelen dient nog uitgewerkt te worden.

Overig (hbo en wo)

Bij dit financiële instrument zijn afzonderlijk voor de sectoren hbo en wo overige toekenningen opgenomen die gelijk dan wel kleiner zijn dan € 1,0 miljoen. Het gaat hier om middelen die deels juridisch en deels bestuurlijk verplicht zijn bijvoorbeeld op basis van de afstudeerregeling, de subsidieregelingen virtuele internationale samenwerkingsprojecten hoger onderwijs, kandidaten Europees Universitair Instituut, Sino-Dutch Bilateral Exchange Scholarship Programme en reiskosten Culturele Verdragen en diverse adhoc-subsidies.

Opdrachten 

Voor de beleidsontwikkeling worden opdrachten verstrekt voor het uitvoeren van diensten. Het gaat hierbij met name om opdrachten voor diverse beleidsgerichte activiteiten/ onderzoeken en de communicatie rondom beleidsontwikkelingen.

Bijdrage aan agentschappen 

Dienst Uitvoering Onderwijs

De Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) is de uitvoeringsorganisatie van het Ministerie van OCW en levert producten en diensten op het terrein van bekostiging van instellingen, financiering van studenten en informatievoorziening. Het betreft het aandeel in de uitvoeringskosten van DUO voor de begrotingsartikelen 6 en 7.

Bijdrage aan ZBO’s en RWT’s 

NWO

Promotiebeurs voor Leraren.

Leraren in het po, vo, mbo en hbo worden in staat gesteld om promotieonderzoek te verrichten dat uitmondt in een proefschrift. Jaarlijks kan via NWO aan circa 60 leraren een nieuwe beurs voor een periode van vijf jaar worden verstrekt.

Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO)-programma's Hoger Onderwijs.

Vanaf 2023 is de volledige uitvoering van zowel het Comeniusprogramma (66 beurzen per jaar) als de Nederlandse Hogeronderwijspremie (6 premies per jaar) bij het NRO komen te liggen, inclusief het verstrekken van de beurzen en premies aan de instellingen. Daarnaast wordt via het NRO ook onderzoek naar hoger onderwijs gefaciliteerd en gefinancierd.

Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO).

De NVAO is als onafhankelijke, binationale accreditatieorganisatie, opgericht door de Nederlandse en Vlaamse overheid. Deze organisatie geeft een deskundig en objectief oordeel over de kwaliteit van het hoger onderwijs in Nederland en Vlaanderen. In deze begroting is de bijdrage opgenomen die de Nederlandse overheid rechtstreeks aan de NVAO vergoedt voor de uitvoering van haar reguliere taken en voor haar aanvullende taken zoals in het kader van de kwaliteitsafspraken.

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

Europees Universitair Instituut Florence (EUI) en United Nations University (UNU)

Het betreft hier de (structurele) bijdrage aan een tweetal internationale organisaties die taken uitvoeren die voortkomen uit verdragsrechtelijke verplichtingen.

Ontvangsten

Bij de ontvangsten is een raming opgenomen voor terugvorderingen bij instellingen en andere subsidieontvangers, bijvoorbeeld als gevolg van eindafrekeningen op in eerdere jaren toegekende subsidies.

3.5 Artikel 8. Internationaal beleid

A. Algemene doelstelling

Het bevorderen van internationale samenwerking en uitwisseling ter ondersteuning en versterking van de kwaliteit van onderwijs, cultuur en wetenschap en ter verdere ontwikkeling van internationale competenties van lerenden, docenten, kunstenaars en wetenschappers.

B. Rol en verantwoordelijkheid

Stimuleren

Bij het uitvoeren van de algemene doelstelling ligt de nadruk op het zoveel mogelijk stimuleren en ondersteunen van instellingen en burgers om zich op een internationale omgeving te oriënteren. Daartoe zorgt de Minister vanuit zijn stelselverantwoordelijkheid voor de benodigde internationaal-bestuurlijke randvoorwaarden, bijvoorbeeld door afspraken te maken over kwaliteitszorg en grensverkeer en door de uitwisseling van best practices. De Minister opereert hierbij binnen multilaterale kaders als de Europese Unie, de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) en de United Nations Educational, Scientific and Cultural Organisation (UNESCO) en andere – vaak daarbij aangesloten – organisaties, alsmede via bilaterale contacten, verdragen, Memorandums of Understanding, etcetera. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van stimuleringsmaatregelen in de vorm van fondsen en beurzen en worden faciliterende en uitvoerende instanties gefinancierd, zoals Stichting Nuffic, Neth-ER en het Duitsland Instituut Amsterdam. De bevordering van internationale samenwerking is ondersteunend aan de beleidsdoelstellingen van het Ministerie van OCW. De voorgenomen activiteiten zijn dan ook voor een belangrijk deel opgenomen in de betreffende beleidsartikelen.

Indicatoren/kengetallen

Internationale – ondersteunende – maatregelen laten zich moeilijk vangen in «harde» cijfers en beleidsconclusies. In gevallen waar dit wel mogelijk is, bijvoorbeeld bij de bevordering van in- en uitgaande studiemobiliteit of bij de bevordering van culturele activiteiten in het buitenland, zijn relevante cijfers te volgen op Onderwijs in Cijfers.

C. Beleidswijzigingen

De belangrijkste conclusies op het terrein van internationaal beleid worden beschreven in het onderdeel beleidsprioriteiten.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 38 Budgettaire gevolgen van beleid art. 8 (bedragen x € 1.000)
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Verplichtingen

15.706

23.002

21.211

20.909

20.892

20.891

20.903

        

Uitgaven

19.737

22.573

21.578

21.278

21.260

21.259

21.271

        

Subsidies (regelingen)

7.780

8.608

8.607

8.534

8.516

8.515

8.512

Stichting Ons Erfdeel

185

185

185

185

185

185

185

Stichting Nuffic

971

1.060

1.060

1.060

1.060

1.060

1.060

Nationaal Agentschap Erasmus+ Onderwijs & Training

4.089

4.339

4.339

4.339

4.339

4.339

4.339

Internationalisering onderwijs

1.000

1.136

1.136

1.136

1.136

1.136

1.136

Duitsland Instituut Amsterdam

820

896

896

896

896

896

896

Netherlands house for Education and Research (Neth-ER)

599

668

667

668

667

667

667

Incidentele HGIS subsidies

25

157

157

157

157

157

157

Overige incidentele subsidies

91

167

167

93

76

75

72

Opdrachten

3.747

4.034

3.205

3.067

3.067

3.067

3.067

Opdrachten

3.747

4.034

3.205

3.067

3.067

3.067

3.067

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

7.730

9.451

9.286

9.197

9.197

9.197

9.212

Nederlandse Taalunie

7.125

7.845

7.680

7.591

7.591

7.591

7.591

Europa College Brugge

30

34

34

34

34

34

34

UNESCO

50

57

57

57

57

57

57

OESO CERI

86

98

98

98

98

98

98

Fulbright Commission The Netherlands

420

410

410

410

410

410

410

EU-programma's en activiteiten

19

22

22

22

22

22

22

Overige bijdragen

0

985

985

985

985

985

1.000

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

480

480

480

480

480

480

480

Vlaams-Nederlandshuis DeBuren (Hoofdstuk 5 BuZa)

480

480

480

480

480

480

480

Ontvangsten

1.031

99

99

99

99

99

99

Budgetflexibiliteit
Tabel 39 Geschatte budgetflexibiliteit
 

2024

juridisch verplicht

96,5%

bestuurlijk gebonden

0%

beleidsmatig gereserveerd

0%

nog niet ingevuld/vrij te besteden

3,5%

Van het totale budget voor artikel 8 is voor 2024 96,5 procent juridisch verplicht.

Subsidies

Van het budget voor subsidies is 98,2 procent juridisch verplicht. Het niet verplichte deel bestaat uit gereserveerde (Homogene Groep Internationale Samenwerking) middelen voor incidentele subsidies.

Opdrachten

Van het budget voor opdrachten is 91,3 procent juridisch verplicht. Het betreft hier een aanbesteding internationalisering en de uitvoeringskosten van de regeling Internationalisering funderend onderwijs.

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

Van het budget voor de bijdragen aan (inter)nationale organisaties is 96,7 procent juridisch verplicht. Een deel is verplicht op basis van internationale verdragen. Dit geldt voor de Nederlandse Taalunie en het Fulbright Center.

Bijdrage aan andere begrotingshoofdstukken

Het budget voor de bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken is 100 procent juridisch verplicht. De subsidiëring vindt plaats via begrotingshoofdstuk V (Buitenlandse Zaken). De middelen worden in het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar verplicht. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de toelichting op de instrumenten.

E. Toelichting op de financiële instrumenten

Subsidies

Stichting Ons Erfdeel

De Vlaams-Nederlandse vereniging Ons Erfdeel wil context brengen bij kunst, taal, geschiedenis, literatuur en maatschappelijke ontwikkelingen uit de Lage Landen. Dit realiseert Ons Erfdeel door het uitbrengen van artikelen en boeken, het publiceren van het Franstalige tijdschrift Septentrion en het digitaal publiceren van artikelen op hun Nederlandstalige, Franstalige en Engelstalige websites.

Stichting Nuffic

Stichting Nuffic is het expertise- en dienstencentrum voor internationalisering in het Nederlandse onderwijs; van primair en voortgezet onderwijs tot beroepsgericht en hoger onderwijs en onderzoek. Nuffic is opdrachtnemer van de opdracht Diensten ten behoeve van internationalisering en ontvangt subsidie voor de uitvoering van beoogde wettelijke taken op het gebied van internationalisering.

Nationaal Agentschap Erasmus+ Onderwijs en Training

Het Nationaal Agentschap Erasmus+ Onderwijs en Training is samen met het Nationaal Agentschap Erasmus+ Jeugd belast met het beheer en de uitvoering in Nederland van het EU programma Erasmus+. Nuffic is aangewezen als Nationaal Agentschap Erasmus+ Onderwijs en Training voor het nieuwe Erasmus+ programma.

Internationalisering onderwijs

Dit budget wordt ingezet ten behoeve van de introductie, verankering en verdere ontwikkeling van internationalisering in het instellingsbeleid van scholen in het primair en voortgezet onderwijs middels de subsidieregeling Internationalisering funderend onderwijs.

Duitsland Instituut Amsterdam (DIA)

Het Duitsland Instituut Amsterdam genereert en verspreidt kennis in Nederland over de ontwikkelingen in Duitsland op het raakvlak van onderwijs, wetenschap en maatschappij. Het instituut doet dat onder meer met behulp van wetenschappelijk onderzoek, onderwijsprojecten en voorlichtingsactiviteiten (cofinanciering met Universiteit van Amsterdam en Deutsche Akademische Austausch Dienst). Daarnaast stimuleert het DIA het onderwijs in de Duitse taal in Nederland.

Netherlands house for Education and Research (Neth-ER)

De vereniging Neth-ER is opgericht in 2006 door acht Nederlandse veldorganisaties werkzaam op de gebieden onderzoek, onderwijs en innovatie. De leden van Neth-ER bestaan op dit moment uit: MBO Raad, Nuffic, Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW), Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU), Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek (TNO), Universiteiten van Nederland (UNL), Vereniging Hogescholen, Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), Interstedelijk Studenten Overleg (ISO), Jongeren Organisatie Beroepsonderwijs (JOB) en Landelijke Studentenvakbond (LSVB). Het gezamenlijke doel van de vereniging is om de Nederlandse participatie aan de Europese programma’s te vergroten door de leden onder andere te voorzien van informatie over het Europees beleidsproces en het versterken van het netwerk van de leden. Neth-ER ontvangt een subsidie van het Ministerie van OCW voor het informeren van het brede Nederlandse kennisveld over Europese beleidsontwikkelingen op het terrein van onderwijs en onderzoek.

Incidentele HGIS subsidies

Dit betreft middelen gereserveerd voor incidentele activiteiten in het kader van de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS).

Overige incidentele subsidies

Dit betreft middelen gereserveerd voor incidentele activiteiten ter bevordering van internationale samenwerking op het gebied van onderwijs, cultuur en wetenschap.

Opdrachten

Dit betreft middelen voor diverse beleidsgerichte activiteiten en onderzoeken en uitvoeringskosten Dienst Uitvoering Subsidies Instellingen (DUS-I).

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

De Taalunie

De Taalunie ondersteunt de betrokken overheden in hun taalbeleid voor het Nederlands en maakt samenwerking, afstemming en uitwisseling mogelijk. Ook verzamelt, ontwikkelt en ontsluit de Nederlandse Taalunie kennis en informatie over het Nederlands met het oog op advies en dienstverlening aan sectoren, doelgroepen en individuele taalgebruiker.

Europa College Brugge

Europa College te Brugge is een post-universitaire opleiding voor onderzoek naar Europese eenwording, gefinancierd door de EU en EU-lidstaten.

UNESCO

Dit betreft middelen gereserveerd voor deelname aan diverse projecten in het kader van UNESCO.

OESO CERI

Dit betreft de deelname aan diverse onderwijsprojecten en - onderzoeken in het kader van het Centre for Educational Research and Innovation (CERI), onderdeel van de OESO.

Fulbright Commission The Netherlandset Fulbright Center

Verzorgt mobiliteitsprogramma’s voor het hoger onderwijs via beurzen voor uitwisseling met de Verenigde Staten (met bijdragen van de Amerikaanse regering).

Incidentele EU-programma’s en activiteiten

Dit betreft middelen gereserveerd voor incidentele activiteiten en verplichtingen in het kader van de EU en deelname aan EU-programma’s, welke bij het opstellen van de begroting nog niet concreet zijn.

Overige Bijdragen

Het betreft de bijdrage van € 1 miljoen die structureel wordt ingezet voor de versterking van internationale neerlandistiek (Kamerstuk 2022/23, 36200-VIII, nr. 56) waarbij ingezet wordt op meerdere acties met de nadruk op het aanvullen van bestaande initiatieven en structuren.

Bijdrage aan andere begrotingshoofdstukken

Vlaams-Nederlands Huis De Buren

Het Vlaams-Nederlands Huis De Buren is in 2004 opgericht door de Nederlandse en Vlaamse regering als een culturele organisatie en als ruimte voor debat en reflectie (subsidiëring vindt plaats via het Ministerie van BZ).

Tabel 40 Homogene Groep Internationale Samenwerking (bedragen x € 1.000)

Art.

 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

6

Hoger beroepsonderwijs

2.873

2.873

2.873

2.873

2.873

2.873

2.873

7

Wetenschappelijk onderwijs

54.887

58.133

57.157

57.157

57.157

57.157

57.157

8

Internationaal beleid

822

822

822

822

822

822

822

14

Cultuur

6.017

9.948

6.511

4.617

4.617

4.617

4.617

16

Onderzoek en wetenschappen

454

454

2.101

454

454

454

454

95

Apparaat kerndepartement

2.405

3.520

4.214

4.214

4.214

4.214

4.214

 

Totaal

67.458

75.750

73.678

70.137

70.137

70.137

70.137

Toelichting

De Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) is sinds 1997 een budgettaire constructie binnen de Rijksbegroting. In de HGIS worden de uitgaven van de verschillende ministeries op het gebied van het buitenlandbeleid gebundeld, waarmee de onderlinge samenhang geïllustreerd wordt. Dit bevordert de samenwerking en de afstemming tussen de betrokken ministeries. Bovenstaande tabel geeft een onderverdeling weer van de HGIS-middelen van het Ministerie van OCW per artikel. Vanaf 2021 geldt de asieltoerekening en daarom komen de kosten bij primair en voortgezet onderwijs erbij. Deze Official Development Assistance (ODA)-toerekeningen voor primair en voortgezet onderwijs zijn opgenomen onder artikel 3 (voortgezet onderwijs).

3.6 Artikel 9. Arbeidsmarkt- en personeelsbeleid

A. Algemene doelstelling

De kwaliteit van het onderwijs wordt gewaarborgd door de beschikbaarheid van voldoende personeel van voldoende kwaliteit voor alle onderwijsdeelnemers.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Ministers zijn verantwoordelijk voor een onderwijsstelsel dat zodanig functioneert dat het onderwijs aansluit bij de talenten en ambities van individuele leerlingen/studenten en bij de behoefte van de maatschappij. De leraar, de schoolleider en ondersteunend personeel zijn daarbij cruciaal.

Financieren

De Ministers dragen bij aan het personeelsbeleid op scholen door het (mee)financieren van (mogelijkheden tot) werven, matchen, opleiden, begeleiden en professionaliseren. Dit gebeurt via aanvullende bekostiging en subsidies.

Stimuleren

De Ministers zijn verantwoordelijk voor het stelsel: borgen van de kwaliteit, toegankelijkheid en doelmatigheid van het stelsel. De tekorten in het onderwijs vormen een risico voor de kwaliteit en toegankelijkheid. Daarom heeft de Minister voor Primair- en Voortgezet Onderwijs een Onderwijsakkoord gesloten met de sociale partners in het primair- en voortgezet onderwijs over het verbeteren van het salaris, verminderen van de werkdruk en de ontwikkeling van personeel (Kamerstukken II 2021/22, 35925, nr. 184). Daarnaast hebben de Ministers gezamenlijk een lerarenstrategie uitgewerkt en naar de Kamer gestuurd om tekorten aan te pakken en te werken aan de kwaliteit van het onderwijs.

Indicatoren/kengetallen

De indicatoren/kengetallen voor het arbeidsmarkt- en personeelsbeleid worden beschreven in het beleidsverslag en op OCW in Cijfers.

C. Beleidswijzigingen

De belangrijkste wijzigingen op het gebied van leraren worden toegelicht in het onderdeel beleidsprioriteiten.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 41 Budgettaire gevolgen van beleid art. 9 (bedragen x € 1.000)
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Verplichtingen

190.290

212.119

242.989

238.932

244.071

259.284

257.711

        

Uitgaven

183.311

198.518

254.489

249.432

251.071

259.284

257.711

        

Bekostiging

44.111

37.680

95.951

98.703

101.403

115.703

115.703

Tegemoetkoming kosten opleidingsscholen

44.111

37.680

0

0

0

0

0

Tekorten regio's

0

0

95.951

98.703

101.403

115.703

115.703

Subsidies (regelingen)

133.281

154.042

152.048

143.503

142.034

135.949

134.363

Lerarenbeurs

65.386

62.717

64.837

59.394

59.393

59.394

59.394

Zijinstroom

47.652

72.924

82.831

79.578

78.210

72.124

70.538

Wet Beroep leraar en Lerarenregister

197

0

0

0

0

0

0

Aanpak lerarentekort

18.416

14.249

0

0

0

0

0

Overige subsidies

1.630

4.152

4.380

4.531

4.431

4.431

4.431

Opdrachten

2.729

3.103

2.664

3.439

3.689

3.689

3.689

Opdrachten

2.729

3.103

2.664

3.439

3.689

3.689

3.689

Bijdrage aan agentschappen

3.190

3.693

3.826

3.787

3.945

3.943

3.956

Dienst Uitvoering Onderwijs

3.190

3.693

3.826

3.787

3.945

3.943

3.956

Ontvangsten

5.241

6.500

7.000

7.000

7.000

7.000

7.000

Budgetflexibiliteit
Tabel 42 Geschatte budgetflexibiliteit
 

2024

juridisch verplicht

69,4%

bestuurlijk gebonden

0,0%

beleidsmatig gereserveerd

27,9%

nog niet ingevuld/vrij te besteden

2,7%

Van het totale budget voor artikel 9 is in 2024 69,4 procent juridisch verplicht.

Bekostiging

Van het beschikbare budget voor 2024 is 100 procent juridisch verplicht. Dit betreft de bekostiging voor de onderwijsregio's op grond van de gepubliceerde regeling.

Subsidies

Van het beschikbare budget voor 2024 is 49,2 procent juridisch verplicht. Dit betreft subsidies die worden verstrekt op grond van gepubliceerde subsidieregelingen.

Opdrachten

Van het beschikbare budget voor 2024 is 73,2 procent juridisch verplicht op grond van in 2023 of eerder gesloten overeenkomsten voor onderzoek, uitvoering van regelingen en communicatie. Dit betreft divers onderzoek in het kader van de arbeidsmarkt. Het resterende deel is niet-juridisch verplicht budget bestemd om beleidsprioriteiten van het kabinet op het terrein van leraren (professionalisering onderwijspersoneel en aansluiting onderwijs op behoefte arbeidsmarkt) verder te ondersteunen.

Bijdrage aan agentschappen

Het budget voor 2024 is 100 procent juridisch verplicht op basis van managementafspraken tussen het bestuursdepartement en de uitvoeringsorganisatie Dienst Uitvoering Onderwijs voor dat jaar.

E. Toelichting op de financiële instrumenten

Bekostiging

Tekorten regio's

In dit nieuwe hoofdbudget voor de onderwijsregio's zijn de middelen van de aanpak lerarentekort en de tegemoetkoming kosten opleidingsscholen samengevoegd. Het beschikbare bedrag in 2024 is € 96,0 miljoen.

Subsidies

Lerarenbeurs

Voor 2024 is er € 64,8 miljoen beschikbaar voor de subsidieregeling lerarenbeurs. De subsidie – voor zowel studiekosten als studieverlof – kan worden aangevraagd door leraren in het primair onderwijs (po), voortgezet onderwijs (vo), middelbaar beroepsonderwijs (mbo) en hoger beroepsonderwijs (hbo) voor het volgen van een geaccrediteerde bachelor- of masteropleiding.

Zijinstroom

Onder dit budget vallen vijf verschillende subsidieregelingen:

  • 1. de regeling zijinstroom: voor 2024 is € 54,2 miljoen beschikbaar voor een subsidie voor de opleiding en begeleiding van zijinstromers in het po, vo en mbo via het traject zijinstroom in het beroep. Daarvan is € 15,0 miljoen beschikbaar gekomen vanuit het coalitieakkoord om het subsidiebedrag per zijinstromer te verhogen;

  • 2. de regeling korte scholingstrajecten vo: een (toekomstig) leraar in het vo heeft de mogelijkheid om de juiste bevoegdheid te behalen om les te mogen geven in het vo. Hiervoor is € 2,4 miljoen beschikbaar;

  • 3. de regeling onderwijspersoneel opleiding tot leraar: er is € 18,6 miljoen beschikbaar voor de subsidieregeling die als doel heeft om het lerarentekort te verminderen door te bevorderen dat meer onderwijsassistenten en onderwijsondersteunend personeel de opleiding tot leraar gaan doen. Voor de uitbreiding met het vo (vanaf 2023) zijn middelen beschikbaar gekomen vanuit het coalitieakkoord.

  • 4. de regeling mbo-instructeursbeurs: de subsidie – voor zowel studiekosten als studieverlof – kan worden aangevraagd door instructeurs in het mbo voor het volgen van een associate degree of een bacheloropleiding. Hiervoor is € 1,8 miljoen beschikbaar;

  • 5. zijinstroom schoolleiders van buiten: de regeling, met een omvang van € 2,0 miljoen, geeft schoolbesturen een subsidie voor de opleiding en begeleiding van mensen van buiten het onderwijs die schoolleider worden.

Overige subsidies

Vanuit het Regeerakkoord is circa € 1,0 miljoen beschikbaar voor een programma om statushouders met lesbevoegdheid in eigen land in Nederland bevoegd in te zetten. Daarnaast zijn er subsidies voor specifieke projecten zoals de herijking bekwaamheidseisen.

Opdrachten

Ter ondersteuning, monitoring en evaluatie van het beleid wordt expertise ingehuurd op het terrein van communicatie, onderzoek en het maken van ramingen.

Bijdrage aan agentschappen

Dienst Uitvoering Onderwijs

De Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) is de uitvoeringsorganisatie van het Ministerie van OCW. DUO levert producten en diensten op het terrein van bekostiging van instellingen, financiering van studenten en informatievoorziening. Het betreft het aandeel in de uitvoeringskosten van DUO voor dit begrotingsartikel.

3.7 Artikel 11. Studiefinanciering

A. Algemene doelstelling

Het stelsel van studiefinanciering biedt studenten in het hoger onderwijs en deelnemers in de beroepsopleidende leerweg de financiële mogelijkheden om in Nederland en daarbuiten onderwijs te kunnen volgen.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister is verantwoordelijk voor de doeltreffende en doelmatige werking van het stelsel van studiefinanciering, zoals geregeld in de Wet studiefinanciering 2000.

Financieren

De Minister financiert het stelsel waarbij de financiële toegankelijkheid is gewaarborgd; er zijn geen onoverkomelijke financiële belemmeringen om te gaan studeren. Tegelijkertijd wordt recht gedaan aan het principe dat studeren ook een investering van de student zelf is. Tevens wordt recht gedaan aan de bijdrage die ouders daaraan kunnen leveren.

Kengetallen

Voor indicatoren/kengetallen over studiefinanciering wordt verwezen naar OCW in Cijfers.

Tabel 43 Normbedragen studiefinanciering 2023 per maand in euro's1
 

Normbedragen ho

 

Normbedragen mbo/bol

 

Uitwonend

Thuiswonend

 

Uitwonend

Thuiswonend

Basisbeurs2

€ 274,90

€ 110,30

 

€ 296,51

€ 90,85

Aanvullende beurs3

€ 416,00

€ 416,00

 

€ 405,23

€ 381,25

Maximaal leenbedrag

€ 957,87

€ 793,27

 

€ 197,93

€ 197,93

Collegegeldkrediet

€ 192,83

€ 192,83

 

n.v.t

n.v.t.

Totaal

€ 1.841,60

€ 1.512,40

 

€ 899,67

€ 670,03

X Noot
1

Peildatum 1 september 2023.

X Noot
2

In studiejaar 2023/2024 wordt de basisbeurs voor uitwonende studenten met € 164,30 per maand verhoogd.

X Noot
3

Vanaf 1 januari 2024 wordt de aanvullende beurs verbreed, tegelijkertijd gaat de maximale aanvullende beurs gaat dan naar € 416 euro per maand.

C. Beleidswijzigingen

Vanaf studiejaar 2023/2024 ontvangen studenten in het hoger onderwijs (ho), die nog aanspraak maken op studiefinanciering, weer een basisbeurs. Vanaf 1 januari 2024 krijgen daarnaast meer studenten in het hoger onderwijs recht op een aanvullende beurs, omdat de inkomensgrens daarvoor wordt verhoogd. Komend jaar wordt verder gewerkt aan de tegemoetkoming voor studenten die geen basisbeurs hebben gehad. Studenten die daar recht op hebben, krijgen vanaf 2025 de tegemoetkoming wanneer zij binnen de diplomatermijn afstuderen. Ook is de vorm van de studievoorschotvouchers aangepast.

Voor studenten in het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) geldt dat voor studenten die vanaf studiejaar 2023/2024 voor het eerst studiefinanciering ontvangen dezelfde terugbetalingsvoorwaarden als in het ho gaan gelden. Ook vervalt de bijverdiengrens en wordt de 1-februari-regeling voor mbo-studenten die doorstromen naar het hoger beroepsonderwwijs (hbo) verruimd.

Het kabinet heeft daarnaast besloten om voor het studiejaar 2023/2024 de basisbeurs voor uitwonende studenten te verhogen met € 164,30 per maand. Deze verhoging geldt voor de duur van één jaar en voor zowel mbo- als ho-studenten. Deze maatregel is onderdeel van het pakket aan koopkrachtmaatregelen.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 44 Budgettaire gevolgen van beleid art. 11 (bedragen x € 1.000)1
  

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Verplichtingen

5.330.402

6.676.369

6.283.902

8.596.917

7.205.307

7.253.257

7.218.125

         

Uitgaven

5.330.402

6.676.369

6.283.902

8.596.917

7.205.307

7.253.257

7.218.125

         

Inkomensoverdracht

2.338.730

2.478.310

1.365.838

4.088.868

2.974.078

3.277.653

3.614.471

Basisbeurs gift (R)

494.769

400.742

381.474

433.882

681.712

944.117

1.214.998

Aanvullende beurs gift (R)

714.952

754.716

790.816

824.432

882.581

934.756

994.790

Reisvoorziening gift (R)

904.442

993.732

16.735

1.075.291

1.144.183

1.167.713

1.224.701

Tegemoetkoming (R)

 

0

0

0

862.281

99.830

63.630

37.301

Studievoorschotvouchers (R)

 

46

1.065

91

726.880

16.871

10.036

0

Caribisch Nederland gift (R)

2.683

3.101

3.101

3.101

3.101

3.101

3.101

Overige uitgaven (R)

221.838

324.954

173.621

163.001

145.800

154.300

139.580

Leningen

2.837.164

3.995.442

4.706.920

4.299.307

4.030.116

3.777.481

3.481.881

Basisbeurs prestatiebeurs (NR)

‒ 262.141

396.192

1.273.711

877.243

740.431

501.969

225.694

Aanvullende beurs prestatiebeurs (NR)

127.858

198.220

354.348

317.641

262.183

215.504

159.357

Reisvoorziening (NR)

182.661

308.260

274.413

249.570

204.124

199.709

169.265

Rentedragende lening (NR)

2.600.355

2.769.186

2.503.933

2.558.856

2.530.708

2.576.743

2.629.511

Collegegeldkrediet (NR)

161.364

296.377

298.972

299.091

298.563

297.948

297.725

Leven lang leren krediet (NR)

21.197

25.917

28.080

30.243

30.244

30.245

30.246

Overige uitgaven (NR)

5.870

1.290

‒ 26.537

‒ 33.337

‒ 36.137

‒ 44.637

‒ 29.917

Bijdrage aan agentschappen

154.508

202.617

211.144

208.742

201.113

198.123

121.773

Dienst Uitvoering Onderwijs

154.443

202.617

211.144

208.742

201.113

198.123

121.773

Dienst Uitvoering Onderwijs

65

      

Ontvangsten

1.233.544

1.400.270

1.600.852

1.783.908

1.843.963

1.904.230

1.966.318

Ontvangsten (R)

69.047

81.654

222.060

347.300

347.958

346.868

345.856

 

Ontvangen rente (R)

41.693

60.296

200.690

325.914

327.551

326.434

325.391

 

Overige ontvangsten (R)

26.897

20.867

20.842

20.818

19.797

19.778

19.760

 

Ontvangsten Caribisch Nederland (R )

457

491

528

568

610

656

705

Ontvangsten (NR)

1.164.497

1.318.616

1.378.792

1.436.608

1.496.005

1.557.362

1.620.462

 

Terugontvangen lening (NR)

1.164.497

1.318.616

1.378.792

1.436.608

1.496.005

1.557.362

1.620.462

X Noot
1

Toelichting: R = relevant, NR = niet-relevant.

Tabel 45 Indeling Budgettaire gevolgen van beleid naar Relevant en Niet-relevant (bedragen x € 1.000)
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

relevante uitgaven

2.493.238

2.683.239

1.574.670

4.297.610

3.175.191

3.475.776

3.736.244

niet relevante uitgaven

2.837.164

3.995.442

4.706.920

4.299.307

4.030.116

3.777.482

3.481.881

relevante ontvangsten

69.047

81.654

222.060

347.300

347.958

346.868

345.856

niet relevante ontvangsten

1.164.497

1.318.616

1.378.792

1.436.608

1.496.005

1.557.362

1.620.462

Budgetflexibiliteit
Tabel 46 Geschatte budgetflexibiliteit
  
 

2024

juridisch verplicht

100%

bestuurlijk gebonden

0%

beleidsmatig gereserveerd

0%

Van het totale budget voor artikel 11 is voor 2024 100 procent juridisch verplicht op basis van de Wet studiefinanciering 2000. Alternatieve aanwending vereist wijziging van wet- en regelgeving. De geraamde uitgaven Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) zijn volledig benodigd voor de uitvoering van de Wet.

Toelichting

Zowel voor de uitgaven als de ontvangsten wordt een onderscheid gemaakt tussen relevant en niet-relevant. Relevant betekent: relevant voor het uitgavenplafond. Uitgangspunt in de begrotingsregels is dat uitgaven die relevant zijn voor het EMU-saldo ook relevant zijn voor het uitgavenplafond. Zoals opgenomen in Miljoenennota 2022 is de behandeling van prestatiebeurzen voor het EMU-saldo veranderd door gewijzigde inzichten van Eurostat en daarmee het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

De relevante uitgaven in deze begroting worden hoofdzakelijk gevormd door studiefinanciering die meteen als gift wordt toegekend en uitgekeerde prestatiebeurs die wordt omgezet in een gift. In deze begroting van het Ministerie van OCW worden de prestatiebeursuitgaven als niet-relevant behandeld (zolang die nog niet zijn omgezet in een gift); in de weergave van het EMU-saldo worden zij wel als relevant weergegeven, middels een correctie op het EMU-saldo.

Overige niet-relevante uitgaven zijn de rentedragende leningen. Deze uitgaven zijn niet-relevant voor het uitgavenplafond, maar worden wel meegerekend in de EMU-schuld. De relevante ontvangsten worden vooral gevormd door de ontvangen rente op leningen. De niet-relevante ontvangsten betreffen hoofdzakelijk aflossingen op de hoofdsom van de rentedragende leningen.

E. Toelichting op de financiële instrumenten

Met ingang van studiejaar 2023/2024 is het wetsvoorstel herinvoering basisbeurs in werking getreden. In de ontwerpbegroting 2023 stonden de bedragen uit dit wetsvoorstel verwerkt op het instrument herinvoering basisbeurs. In deze ontwerpbegroting zijn de bedragen van het wetsvoorstel toegerekend aan de verschillende financiële instrumenten zoals de basisbeurs en de aanvullende beurs.

Inkomensoverdrachten

Basisbeurs

Vanaf studiejaar 2023/2024 ontvangen studenten in het hoger onderwijs, die aan de gestelde voorwaarden voldoen, een basisbeurs. Naar aanleiding van de uitzonderlijk hoge inflatie van 2022 wordt de basisbeurs voor uitwonenden verhoogd met € 164,30 gedurende het studiejaar 2023/2024.

Voor mbo-studenten van achttien jaar en ouder in de beroepsopleidende leerweg (bol) is de basisbeurs onveranderd gebleven. Om voor deze groep de financiële toegankelijkheid tot het onderwijs te garanderen, ontvangen zij een bijdrage in de vorm van een basisbeurs. Voor studenten in de bol niveau 1 en 2 is de basisbeurs direct een gift. Deze studenten vallen niet onder het prestatiebeursregime omdat studenten op deze niveaus nog niet over een startkwalificatie beschikken. Voor wie er niet in slaagt een startkwalificatie te halen, wordt het terugbetalen van de prestatiebeurs al snel problematisch. Door het beschikbaar stellen van de basisbeurs in de vorm van een gift, draagt dit bij aan het wegnemen van financiële belemmeringen voor studenten in de bol niveau 1 en 2.

Studenten in de bol niveau 3 en 4 en studenten in het ho hebben recht op een basisbeurs onder het prestatiebeursregime. Het prestatiebeursregime geeft hen een prikkel om de opleiding binnen 10 jaar na de eerst opgenomen studiefinanciering met succes af te ronden.

Tabel 47 Totaal aantal studenten met studiefinanciering (vanaf 2021 afgeronde raming)1
 

2022

20232

2024

2025

2026

2027

2028

Studenten met basisbeurs

207.888

303.000

591.300

602.200

622.300

637.500

635.900

bol

206.610

193.700

191.400

194.400

198.500

204.700

209.100

hbo

1.106

67.500

245.700

250.100

264.600

275.800

270.100

wo

172

41.800

154.200

157.700

159.200

157.000

156.700

Studenten zonder basisbeurs

591.727

488.400

197.800

185.500

164.200

150.400

152.200

bol

18.489

17.300

17.100

17.400

17.700

18.300

18.600

hbo

343.416

276.900

92.800

80.100

58.500

41.700

42.800

wo

229.822

194.200

87.900

88.000

88.000

90.400

90.800

Totaal

799.615

791.400

789.100

787.700

786.500

787.900

788.100

X Noot
1

Bron 2022: realisatiegegevens DUO; Bron 2023 – 2028: ramingsmodel SF.

X Noot
2

Studenten die per september 2023 een basisbeurs ontvangen worden naar verhouding van het aantal maanden meegeteld.

Toelichting

Deze gegevens laten het verwachte gebruik zien van de regeling. Het aantal studenten met studiefinanciering volgt het aantal voltijds studenten in het ho en de bol, maar ligt lager omdat niet iedere student die ingeschreven is ook daadwerkelijk aanspraak maakt op studiefinanciering.

Naast de groep studenten met een basisbeurs is er een groep die geen aanspraak meer kan maken op de basisbeurs (omdat de maximale duur is verbruikt), maar (nog) wel recht heeft op een lening en eventueel de reisvoorziening. Als gevolg van de herinvoering van de basisbeurs vindt een verschuiving plaats van het aantal studenten zonder basisbeurs naar het aantal studenten met basisbeurs.

De gegevens zijn inclusief aantallen studenten die met een meeneembare studiefinanciering een volledige opleiding in het buitenland volgen.

Tabel 48 Uitgaven basisbeurs gift (bedragen x € 1.000)1
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Uitbetaalde basisbeurs gift

70.975

88.628

94.729

83.760

87.071

89.639

90.288

bol

74.569

88.628

94.729

83.760

87.071

89.639

90.288

hbo

‒ 3.943

0

0

0

0

0

0

wo

349

0

0

0

0

0

0

Naar gift omgezette basisbeurs prestatiebeurs

423.794

312.114

286.745

350.122

594.641

854.478

1.124.710

bol

200.564

201.713

202.605

208.396

213.154

213.696

210.346

hbo

105.573

48.139

45.265

83.674

221.283

369.517

527.744

wo

117.657

62.261

38.875

58.053

160.204

271.264

386.620

Totaal

494.769

400.742

381.474

433.882

681.712

944.117

1.214.998

X Noot
1

Bron 2022: realisatiegegevens DUO; Bron 2023 – 2028: ramingsmodel SF

Toelichting

In de tabel «Uitgaven basisbeurs gift» worden de geraamde relevante uitgaven voor de basisbeurs gepresenteerd. De hoogte van de basisbeurs is genormeerd en wordt verstrekt gedurende de nominale studieduur. Als gevolg van de herinvoering van de basisbeurs stijgen de omzettingen van prestatiebeurs naar gift in het ho. De oploop in de uitgaven komt door de prestatiebeurssystematiek. De basisbeurs wordt in eerste instantie verstrekt in de vorm van een lening. Bij het behalen van een diploma wordt de prestatiebeurs omgezet in een gift. Op dat moment drukken de uitgaven ook op de begroting. De uitgaven aan omzettingen in het ho in 2022 en 2023 worden grotendeels gevormd door omzettingen uit het oude basisbeursstelsel.

Aanvullende beurs

In de studiefinanciering wordt recht gedaan aan de bijdrage die ouders kunnen leveren aan de opleiding van hun kinderen. Daarom wordt rekening gehouden met een zogenoemde ouderlijke bijdrage. In het geval dat ouders onvoldoende inkomen hebben om die bijdrage te leveren, hebben studenten een extra financiële belemmering. Om deze belemmering weg te nemen wordt aan hen een aanvullende beurs verstrekt die afhankelijk is van het ouderlijk inkomen.

Studenten in de bol niveau 1 en 2 met recht op aanvullende beurs krijgen dit direct als gift, aangezien zij nog geen startkwalificatie hebben bereikt.

Studenten in de bol niveau 3 en 4 en in het ho met recht op aanvullende beurs vallen onder het prestatiebeursregime. De eerste 5 maanden krijgen de studenten in het ho de aanvullende beurs als gift uitgekeerd. Studenten in de bol niveau 3 en 4 krijgen de eerste 12 maanden de aanvullende beurs als gift uitgekeerd. Na deze periode wordt de aanvullende beurs uitgekeerd onder het prestatiebeursregime.

Vanaf studiejaar 2023/2024 is de wet herinvoering basisbeurs in werking getreden. Als onderdeel van deze wet krijgen meer studenten vanaf 1 januari 2024 in het hoger onderwijs recht op een aanvullende beurs, omdat de inkomensgrens daarvoor wordt verhoogd.

Tabel 49 Totaal aantal studenten met een aanvullende beurs (vanaf 2022 afgeronde raming)1
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

bol

107.367

119.344

118.156

120.294

123.025

126.588

129.081

hbo

93.884

108.894

152.310

148.591

145.380

143.013

140.815

wo

35.716

44.650

65.252

66.097

66.604

66.604

66.604

Totaal

236.967

272.888

335.718

334.982

335.009

336.205

336.500

X Noot
1

Bron 2022: realisatiegegevens DUO; Bron 2023 – 2028: ramingsmodel SF.

Toelichting

Deze tabel laat het aantal studenten met een aanvullende beurs zien. In de bol wordt vaker een beroep gedaan op de aanvullende beurs dan in het hbo en in het hbo vaker dan in het wo.

In 2023 neemt naar verwachting het aantal studenten met een aanvullende beurs, zowel in de bol als in het ho toe vanwege maatregelen om het niet-gebruik aanvullende beurs te verlagen. Daarnaast neemt vanaf 2024 het aantal studenten met een aanvullende beurs in het ho toe vanwege de verruiming van de inkomensgrens.

Tabel 50 Uitgaven aanvullende beurs gift (bedragen x € 1.000)1
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Uitbetaalde aanvullende beurs gift

274.412

304.712

322.847

328.199

333.408

339.062

341.792

bol

221.687

235.592

236.571

244.346

250.389

256.799

260.147

hbo

39.090

50.786

62.668

60.248

59.181

58.336

57.646

wo

13.635

18.334

23.608

23.605

23.838

23.927

23.999

Naar gift omgezette aanvullende beurs prestatiebeurs

440.540

450.004

467.967

496.233

549.173

595.694

652.998

bol

137.396

142.757

144.628

149.566

157.622

164.240

173.929

hbo

221.884

217.189

227.734

242.251

271.853

296.228

325.238

wo

81.260

90.058

95.605

104.416

119.698

135.226

153.831

Totaal

714.952

754.716

790.814

824.432

882.581

934.756

994.790

X Noot
1

Bron 2022: realisatiegegevens DUO; Bron 2023 – 2028: ramingsmodel SF.

Toelichting

In de tabel «Uitgaven aanvullende beurs gift» worden de geraamde relevante uitgaven voor de aanvullende beurs gepresenteerd. De hoogte van de aanvullende beurs is genormeerd. Voor studenten in de bol is de aanvullende beurs, naast het inkomen van de ouders onder meer afhankelijk van de woonsituatie van de studerende; thuis- of uitwonend maximaal respectievelijk € 381,25 of € 405,23 (zie tabel "Normbedragen studiefinanciering 2023 per maand in euro's".

De hoogte van de maximale aanvullende beurs voor studenten in het hoger onderwijs is € 430,27. De woonsituatie van de studerende (thuis- of uitwonend) is dan niet bepalend voor de hoogte van de aanvullende beurs.

In tabel 50 is een duidelijke stijging van de uitgaven aan aanvullende beurs te zien. Deze komen voornamelijk door de maatregelen om het niet-verbruik te verminderen en de verruiming van inkomensgrens van de aanvullende beurs in het ho. De oploop in de uitgaven komt door de prestatiebeurssystematiek ( in ho en bol 3-4). De aanvullende beurs wordt in eerste instantie verstrekt in de vorm van een lening. Bij het behalen van een diploma wordt de prestatiebeurs omgezet in een gift. Op dat moment drukken de uitgaven ook op de begroting.

Het verloop van deze uitgaven is ook voor een groot deel afhankelijk van de prijsontwikkeling. Daarnaast is de ontwikkeling in het aantal studenten met minder draagkrachtige ouders en de deelname aan het onderwijs hier van invloed, en spelen exogene factoren een rol, zoals de ontwikkeling van de conjunctuur en de daarmee samenhangende inkomensontwikkeling.

Reisvoorziening

Als onderdeel van het stelsel van studiefinanciering, draagt een reisvoorziening bij aan de toegankelijkheid van het onderwijs. Meer in het bijzonder is het doel van de reisvoorziening om studenten te faciliteren in het reizen van huis naar de onderwijsinstelling en van huis naar de stageplaatsen.

Tabel 51 Totaal aantal studenten met reisvoorziening (vanaf 2021 afgeronde raming)1
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Aantal gebruikers van het reisrecht

841.525

837.300

832.800

835.400

834.600

832.500

832.100

bol minderjarig

104.827

102.900

104.400

107.500

109.100

109.100

107.900

bol

209.045

196.000

193.600

196.400

200.500

206.400

210.800

ho

527.653

538.400

534.800

531.500

525.000

517.000

513.400

Aantal RBS

15.385

20.900

21.000

20.900

20.900

20.800

20.800

bol

1.684

2.700

2.700

2.700

2.800

2.800

2.900

ho

13.701

18.200

18.300

18.200

18.100

18.000

17.900

Totaal

856.910

858.200

853.800

856.300

855.500

853.300

852.900

X Noot
1

Bron 2022: realisatiegegevens DUO; Bron 2023 – 2028: ramingsmodel SF.

Toelichting

De reisvoorziening kan in twee vormen worden toegekend: een reisproduct op een persoonlijke ov-chipkaart (week- of weekendabonnement) of een financiële vergoeding voor studenten die studeren in het buitenland (reisvergoeding buitenland studerenden, RBS).

Voltijdstudenten in het ho kunnen gebruik maken van de reisvoorziening voor de duur van de nominale studie en één uitloopjaar.

Studenten in de bol kunnen gebruik maken van de reisvoorziening voor de duur van de nominale studie en drie uitloopjaren. Sinds 1 januari 2017 hebben ook minderjarige studenten in de bol recht op de reisvoorziening.

De reisvoorziening is onderdeel van de prestatiebeurs voor studenten in de bol niveau 3 en 4 en voor studenten in het ho. Voor studenten in de bol niveau 1 en 2 wordt de reisvoorziening direct als gift verstrekt.

Tabel 52 Uitgaven reisvoorziening (bedragen x € 1.000)1
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Uitbetaalde reisvoorziening gift

95.082

113.102

115.691

120.037

124.207

128.394

131.812

bol

76.848

86.656

88.239

91.817

95.381

99.056

101.944

ho

18.234

26.445

27.452

28.220

28.827

29.337

29.868

Naar gift omgezette reisvoorziening prestatiebeurs

750.327

762.595

811.810

859.938

912.899

944.979

997.285

bol

257.929

267.627

275.436

282.102

295.076

310.316

322.662

ho

492.398

494.969

536.374

577.836

617.823

634.663

674.623

Bijdrage studerenden aan OV-contract

‒ 1.058.864

‒ 1.203.656

‒ 1.226.829

‒ 1.253.801

‒ 1.264.880

‒ 1.296.111

‒ 1.320.759

bol

‒ 395.716

‒ 436.478

‒ 444.027

‒ 461.804

‒ 479.831

‒ 498.820

‒ 513.932

ho

‒ 663.148

‒ 767.178

‒ 782.803

‒ 791.997

‒ 785.049

‒ 797.291

‒ 806.828

Kosten contract OV-bedrijven

1.117.897

1.321.692

316.063

1.349.117

1.371.957

1.390.451

1.416.364

Totaal reisvoorziening

904.442

993.732

16.735

1.075.291

1.144.183

1.167.713

1.224.701

X Noot
1

Bron 2022: realisatiegegevens DUO; Bron 2023 – 2028: ramingsmodel SF.

Toelichting

Bij de kosten contract ov-bedrijven zijn de jaarlijkse kosten lastig met elkaar te vergelijken. Dit heeft te maken met de verschillende kasschuiven. Contractueel is vastgelegd dat het Ministerie van OCW de vergoeding voor de ov-studentenkaart uiterlijk medio januari van het betreffende jaar aan de vervoerbedrijven betaalt. Door de betaling aan de vervoerbedrijven (gedeeltelijk) al aan het eind van het voorafgaande jaar in plaats van aan het begin van het betreffende jaar te doen, kan zonder af te wijken van de afspraken met de vervoerbedrijven een bijdrage worden geleverd aan de optimalisering van de kasritmes van de Staat over de jaren heen.

Er heeft een kasschuif van € 960 miljoen plaatsgevonden van 2023 naar 2022. Ook vindt er een kasschuif plaats van € 1 miljard van 2024 naar 2023. Omdat er (vooralsnog) geen kasschuif plaatsvindt van 2025 naar 2024, zijn de kosten contract ov-bedrijven voor 2024 veel lager dan andere jaren.

Tegemoetkoming

De wet herinvoering basisbeurs regelt dat studenten die daar recht op hebben, vanaf 2025 een tegemoetkoming krijgen wanneer zij binnen de diplomatermijn afstuderen. De tegemoetkoming is bedoeld voor studenten die onder het leenstelsel hebben gestudeerd. De student ontvangt een tegemoetkoming voor elke maand dat hij/zij onder het leenstelsel heeft gestudeerd. Daarbij geldt een minimale periode van 12 maanden die men onder het leenstelsel moet hebben gestudeerd. In de wet is het per maand beschikbare bedrag voor de tegemoetkoming opgenomen van € 29,92. Naar schatting zullen er ongeveer 916.500 studenten gebruik maken van deze regeling. De financiële reeks voor de tegemoetkoming, is in de tabel «Budgettaire gevolgen van beleid art. 11» opgenomen.

Studievoorschotvouchers

In de wet herinvoering basisbeurs is de vorm van de studievoorschotvouchers aangepast. De doelgroep van de studievoorschotvouchers betreft studenten die in de collegejaren 2015/2016 tot en met 2018/2019 voor het eerst een opleiding met studiefinanciering zijn gaan doen en daarvoor binnen de diplomatermijn een diploma hebben behaald. De resulterende tegemoetkoming bedraagt circa € 1.836 per student. Naar schatting maken 374.000 studenten gebruik van deze regeling. De financiële reeks voor de studievoorschotvouchers is in de tabel «Budgettaire gevolgen van beleid art. 11» opgenomen.

Overige uitgaven

De geraamde overige uitgaven omvatten voornamelijk technische posten, waaronder achterstallige rechten en boekingen tussen relevante en niet-relevante uitgaven en kwijtscheldingen. In 2022 en 2023 zijn de overige uitgaven fors hoger dan andere jaren. Dat komt enerzijds omdat de kosten voor de tegemoetkoming studenten mbo en ho als gevolg van de coronamaatregelen zijn opgenomen onder deze post. Anderzijds worden de kwijtscheldingen als gevolg van de kinderopvangtoeslagaffaire ook onder deze post geboekt. Naar verwachting worden er in 2023 ook de DUO schulden van de ex-partners van gedupeerden kwijtgescholden. Dit zorgt voor hogere uitgaven in 2023.

Leningen

Onder de niet-relevante uitgaven vallen de uitgaven die niet-relevant zijn voor het EMU-saldo, maar wel doorwerken op de EMU-schuld. Het betreft hier de prestatiebeurzen, de rentedragende leningen, het collegegeldkrediet en het levenlanglerenkrediet.

Basisbeurs

Vanaf studiejaar 2023/2024 ontvangen studenten in het hoger onderwijs, die nog aanspraak maken op studiefinanciering, weer een basisbeurs. Deze studenten en de studenten in de bol niveau 3 en 4 hebben recht op een basisbeurs onder het prestatiebeursregime. De verhoging van de uitwonende beurs gedurende het studiejaar 2023-2024 zorgt voor hogere toekenningen zowel in de bol als in het ho in 2023 en 2024.

Tabel 53 Uitgaven basisbeurs prestatiebeurs (bedragen x € 1.000)1
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Uitbetaalde basisbeurs

238.201

793.221

1.656.370

1.323.281

1.353.226

1.370.302

1.362.388

bol

236.703

273.930

276.640

251.080

255.085

262.212

268.342

hbo

6.040

305.183

799.163

609.833

638.435

658.182

644.720

wo

1.498

214.108

580.567

462.368

459.706

449.906

449.326

toeslagenaffaire

‒ 6.040

      

Naar gift omgezette basisbeurs prestatiebeurs

‒ 423.796

‒ 312.113

‒ 286.743

‒ 350.122

‒ 594.641

‒ 854.478

‒ 1.124.710

bol

‒ 200.566

‒ 201.713

‒ 202.603

‒ 208.395

‒ 213.154

‒ 213.696

‒ 210.346

hbo

‒ 105.573

‒ 48.139

‒ 45.265

‒ 83.674

‒ 221.283

‒ 369.518

‒ 527.744

wo

‒ 117.657

‒ 62.261

‒ 38.875

‒ 58.053

‒ 160.204

‒ 271.264

‒ 386.620

Naar lening omgezette basisbeurs prestatiebeurs

‒ 76.547

‒ 84.916

‒ 95.916

‒ 95.916

‒ 18.154

‒ 13.854

‒ 11.984

bol

‒ 7.067

‒ 10.654

‒ 11.654

‒ 11.654

‒ 11.654

‒ 11.654

‒ 11.654

hbo

‒ 53.851

‒ 64.739

‒ 74.739

‒ 74.739

‒ 5.000

‒ 1.500

‒ 300

wo

‒ 15.629

‒ 9.523

‒ 9.523

‒ 9.523

‒ 1.500

‒ 700

‒ 30

Totaal

‒ 262.142

396.192

1.273.711

877.243

740.431

501.970

225.694

X Noot
1

Bron 2022: realisatiegegevens DUO; Bron 2023 – 2028: ramingsmodel SF.

Toelichting

In de tabel «UItgaven basisbeurs presatiebeurs» worden de geraamde niet-relevante uitgaven voor de basisbeurs gepresenteerd. Als gevolg van de herinvoering van stijgen de uitgaven aan toekenningen in het hbo en wo vanaf 2023.

Aanvullende beurs

Studenten in de bol niveau 3 en 4 en het ho met recht op aanvullende beurs vallen onder het prestatiebeursregime. De eerste 5 maanden krijgen de studenten in het ho de aanvullende beurs als gift uitgekeerd. Studenten in de bol niveau 3 en 4 krijgen de eerste 12 maanden de aanvullende beurs als gift uitgekeerd. Na deze periode wordt de aanvullende beurs uitgekeerd onder het prestatiebeursregime.

Als gevolg van de maatregelen om het niet-verbruik te verminderen en de verruiming van inkomensgrens van de aanvullende beurs in het ho, stijgen de uitgaven aan toekenningen in de bol en het ho vanaf 2023.

Tabel 54 Uitgaven aanvullende beurs prestatiebeurs (bedragen x € 1.000)1
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Uitbetaalde aanvullende beurs

604.905

694.558

872.086

867.298

864.780

864.619

865.778

bol

173.659

190.974

213.584

220.863

221.734

226.178

231.211

hbo

311.217

354.324

462.121

448.171

442.199

436.665

432.101

wo

122.042

149.260

196.381

198.264

200.847

201.776

202.466

Toeslagenaffaire

‒ 2.014

      

Naar gift omgezette aanvullende beurs prestatiebeurs

‒ 440.539

‒ 450.004

‒ 467.967

‒ 496.234

‒ 549.174

‒ 595.692

‒ 652.998

bol

‒ 137.396

‒ 142.757

‒ 144.628

‒ 149.566

‒ 157.622

‒ 164.240

‒ 173.929

hbo

‒ 221.883

‒ 217.189

‒ 227.734

‒ 242.252

‒ 271.854

‒ 296.226

‒ 325.238

wo

‒ 81.260

‒ 90.058

‒ 95.605

‒ 104.416

‒ 119.698

‒ 135.226

‒ 153.831

Naar lening omgezette aanvullende beurs prestatiebeurs

‒ 36.507

‒ 46.334

‒ 49.771

‒ 53.423

‒ 53.423

‒ 53.423

‒ 53.423

bol

‒ 5.967

‒ 9.726

‒ 10.726

‒ 11.726

‒ 11.726

‒ 11.726

‒ 11.726

hbo

‒ 22.528

‒ 27.030

‒ 28.030

‒ 29.030

‒ 29.030

‒ 29.030

‒ 29.030

wo

‒ 8.012

‒ 9.578

‒ 11.015

‒ 12.667

‒ 12.667

‒ 12.667

‒ 12.667

Totaal

127.858

198.220

354.348

317.641

262.183

215.504

159.357

X Noot
1

Bron 2022: realisatiegegevens DUO; Bron 2023 – 2028: ramingsmodel SF.

Toelichting

In de tabel "Uitgaven aanvullende beurs prestatiebeurs"worden de geraamde niet-relevante uitgaven voor de aanvullende beurs gepresenteerd. Voor het verloop van deze uitgaven gelden dezelfde factoren als voor de relevante uitgaven aan de aanvullende beurs.

Reisvoorziening

Tabel 55 Uitgaven reisvoorziening prestatiebeurs (bedragen x € 1.000)1
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Uitbetaalde reisvoorziening

974.266

1.122.856

1.144.222

1.167.508

1.175.023

1.202.688

1.224.550

bol

319.557

353.761

359.756

374.088

388.715

404.236

416.641

ho

657.260

769.095

784.466

793.421

786.308

798.453

807.910

toeslagenaffaire

‒ 2.551

      

Naar gift omgezette reisvoorziening prestatiebeurs

‒ 750.327

‒ 762.596

‒ 811.809

‒ 859.938

‒ 912.899

‒ 944.979

‒ 997.285

bol

‒ 257.929

‒ 267.627

‒ 275.435

‒ 282.102

‒ 295.076

‒ 310.316

‒ 322.662

ho

‒ 492.398

‒ 494.969

‒ 536.374

‒ 577.836

‒ 617.823

‒ 634.663

‒ 674.623

Naar lening omgezette reisvoorziening prestatiebeurs

‒ 41.277

‒ 52.000

‒ 58.000

‒ 58.000

‒ 58.000

‒ 58.000

‒ 58.000

bol

‒ 4.300

‒ 7.000

‒ 8.000

‒ 8.000

‒ 8.000

‒ 8.000

‒ 8.000

ho

‒ 36.978

‒ 45.000

‒ 50.000

‒ 50.000

‒ 50.000

‒ 50.000

‒ 50.000

Totaal reisvoorziening

182.661

308.260

274.413

249.570

204.124

199.709

169.265

X Noot
1

Bron 2022: realisatiegegevens DUO; Bron 2023 – 2028: ramingsmodel SF.

Toelichting

In de tabel «Uitgaven reisvoorziening prestatiebeurs» worden de geraamde niet-relevante uitgaven voor de reisvoorziening gepresenteerd.

Tabel 56 Niet-relevante uitgaven leenfaciliteit (bedragen x € 1.000)1
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Ontvangen rente

41.693

60.296

200.690

325.914

327.551

326.434

325.391

Overige ontvangsten

26.897

20.867

20.842

20.818

19.797

19.778

19.760

Renteloos voorschot en relevante rentedragende lening

844

812

787

763

742

723

705

rentedragende lening

Kortlopende vorderingen

26.053

20.055

20.055

20.055

19.055

19.055

19.055

Ontvangsten Caribisch Nederland

457

491

528

568

610

656

705

Totaal relevante ontvangsten

69.047

81.654

222.060

347.300

347.958

346.868

345.856

X Noot
1

Bron 2022: realisatiegegevens DUO; Bron 2023 – 2028: ramingsmodel SF.

Toelichting

Van 2023 naar 2024 dalen de uitgaven aan rentedragende lening. Naar verwachting wordt er door de herinvoering van de basisbeurs minder geleend. De uitgaven aan collegegeldkrediet en levenlanglerenkrediet zijn hoger vanaf 2023. Dit komt doordat in het studiejaar 2021/2022 sprake was van de halvering van het collegegeld en het les- en cursusgeld. Doordat studenten weer het gehele collegegeld moeten betalen, zal het totale bedrag aan collegegeldkrediet en levenlanglerenkrediet hoger uitvallen.

Bijdrage aan agentschappen

De Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) is de uitvoeringsorganisatie van het Ministerie van OCW en levert producten en diensten op het terrein van bekostiging van instellingen, financiering van studenten en informatievoorziening. Het betreft het aandeel in de uitvoeringskosten van DUO voor dit begrotingsartikel.

Ontvangsten

Leningen worden terugbetaald naar draagkracht. Wie gelet op zijn of haar inkomen niet kan terugbetalen, hoeft niet of minder terug te betalen. Voor wie bewust leent, is de studielening hiermee een veilig instrument voor de financiering van onderwijs.

Relevante ontvangsten

De relevante ontvangsten bestaan uit verschillende posten, waarvan de ontvangen rente de grootste is. Het rentepercentage op studieleningen is in 2023 weer positief. De rente wordt voor studenten na afstuderen eens per 5 jaar vastgesteld. De komende jaren komt er naar verwachting dus telkens een nieuw cohort bij die rente moet gaan betalen. Hierdoor lopen de rente ontvangsten de komende jaren op. De overige relevante ontvangsten bestaan voor het grootste deel uit ontvangsten op de kortlopende vorderingen, die ontstaan doordat onterecht ontvangen studiefinanciering wordt teruggevorderd. De relevante rentedragende lening betreft leningen van vóór 1992; het renteloze voorschot betreft voornamelijk studieleningen die zijn verstrekt vóór 1986 en waarover geen rente verschuldigd is. De ontvangsten Caribisch Nederland betreft ontvangsten op leningen die verstrekt zijn aan studenten uit het Caribisch gebied. 

De niet-relevante ontvangsten ontstaan door terugbetaling van de hoofdsom op studieleningen. De ontvangsten nemen de komende jaren toe, omdat er in eerdere jaren meer en vaker is geleend.

3.8 Artikel 12. Tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten

A. Algemene doelstelling

De tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten zorgt ervoor dat leerlingen vanaf 18 jaar in het voortgezet onderwijs (vo) en studenten aan een lerarenopleiding de financiële mogelijkheden hebben om onderwijs te volgen.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister is verantwoordelijk voor de toegankelijkheid van het onderwijs in Nederland.

Financieren

De Minister financiert het stelsel waarbij de financiële toegankelijkheid is gewaarborgd. De leerling (voortgezet onderwijs) of student (lerarenopleiding) kan in aanmerking komen voor een tegemoetkoming bestaande uit een maandelijkse basistoelage, een eventuele bijdrage in de schoolkosten en een eventuele bijdrage in het les- of cursusgeld.

Kengetallen

Voor indicatoren/kengetallen over de Wet Tegemoetkoming Onderwijsbijdrage Schoolkosten (WTOS) wordt verwezen naar Onderwijs in Cijfers.

Tabel 57 Normbedragen WTOS in euro's (per maand, tenzij anders vermeld)1
  

Schoolkosten

Les- of cursusgeld

Basistoelage thuiswonend

Basistoelage uitwonend2

Leerlingen in het vo vanaf 18 jaar

    
 

vo onderbouw

88,19

   
 

niet bekostigd vo onderbouw

120,74

113,08

125,07

291,62

 

vo bovenbouw

96,55

 

125,07

291,62

 

niet bekostigd vo bovenbouw

129,15

113,08

125,07

291,62

 

vso

58,58

 

125,07

291,62

 

vavo

129,15

113,08

125,07

291,62

Tegemoetkoming studenten 18+ deeltijd en vavo 18+ deeltijd3

    
 

bij 540 of meer lesminuten per week

347,60

412,80

  
 

tussen 270 en 540 minuten per week

234,18

275,20

  

Lerarenopleidingen3

812,37

567,23

  
X Noot
1

Peildatum schooljaar 2023/2024.

X Noot
2

De basistoelage voor uitwonende scholieren wordt in schooljaar 2023/2024 met € 164,30 per maand verhoogd.

X Noot
3

Bedragen per schooljaar.

Toelichting

De normbedragen zijn gedifferentieerd naar schoolsoort en naar fase (boven- en onderbouw) op basis van kostenverschillen. Havo 4 en 5 en vwo 4, 5 en 6 worden tot de bovenbouw van het vo gerekend, de andere schoolsoorten in het vo tot de onderbouw.

C. Beleidswijzigingen

Er zijn voor dit artikel geen beleidswijzigingen voorzien.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 58 Budgettaire gevolgen van beleid art. 12 (bedragen x € 1.000)1
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Verplichtingen

68.823

77.935

78.250

77.252

78.204

78.950

79.624

        

Uitgaven

68.823

77.935

78.250

77.252

78.204

78.950

79.624

        

Inkomensoverdracht

66.074

75.013

75.211

74.198

75.000

75.753

76.409

Tegemoetkoming lerarenopleiding (tlo) (R)

3.676

3.985

3.985

3.985

3.985

3.985

3.985

Deeltijd vo (R)

1.821

1.964

1.964

1.964

1.964

1.964

1.964

Volwassenenonderwijs (vavo) (R)

4.788

5.664

5.933

5.982

5.985

6.027

6.084

Meerderjarige scholieren vo (R)

52.287

59.758

59.725

58.672

59.398

59.989

60.546

Meerderjarige scholieren vso (R)

3.502

3.642

3.604

3.595

3.668

3.788

3.830

Leningen

13

14

14

14

14

14

14

STOEB/ALR (NR)

13

14

14

14

14

14

14

Bijdrage aan agentschappen

2.736

2.908

3.025

3.040

3.190

3.183

3.201

Dienst Uitvoering Onderwijs

2.736

2.908

3.025

3.040

3.190

3.183

3.201

Ontvangsten

2.160

2.180

2.184

2.155

2.178

2.198

2.216

Minderjarige deelnemers bol (R)

81

0

0

0

0

0

0

Tegemoetkoming lerarenopleiding en deeltijd vo (R)

290

290

290

290

290

290

290

Meerderjarige scholieren v(s)o en vavo (R)

1.789

1.890

1.894

1.865

1.888

1.908

1.926

X Noot
1

Toelichting: R = relevant, NR = niet-relevant.

Budgetflexibiliteit
Tabel 59 Geschatte budgetflexibiliteit
 

2024

juridisch verplicht

100%

bestuurlijk gebonden

0%

beleidsmatig gereserveerd

0%

nog niet ingevuld/vrij te besteden

0%

Toelichting

Van het totale budget voor artikel 12 is voor 2024 100 procent juridisch verplicht op basis van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (WTOS). Alternatieve aanwending vereist wijziging van wet- en regelgeving. De geraamde uitgaven Dienst Uitvoerings Onderwijs (DUO) zijn volledig benodigd voor de uitvoering van de Wet.

E. Toelichting op de financiële instrumenten

Inkomensoverdracht

De aantallen in de tabel «Aantal gebruikers per regeling» geven een indicatie van het gebruik van de diverse regelingen. Er zijn geen basiswaarden en streefwaarden vastgesteld. Uitgangspunt is dat de WTOS wordt benut door de groepen voor wie deze bedoeld is.

Tabel 60 Aantal gebruikers per regeling 1
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Aantal gebruikers tegemoetkoming lerarenopleiding en deeltijd vo en vavo

5.650

5.700

5.700

5.700

5.700

5.700

5.700

Aantal meerderjarige gebruikers v(s)o en vavo

29.402

29.900

29.700

29.900

30.300

30.600

30.900

X Noot
1

Bron 2022: realisatiegegevens DUO; Bron 2023 – 2028: ramingsmodel SF.

Lening

Het bedrag dat onder het instrument lening is geboekt betreft uitgaven aan de rentedragende lening op de WTOS.

Bijdrage aan agentschappen

DUO is de uitvoeringsorganisatie van het Ministerie van OCW en levert producten en diensten op het terrein van bekostiging van instellingen, financiering van studenten en informatievoorziening. Het betreft het aandeel in de uitvoeringskosten van DUO voor dit begrotingsartikel.

Ontvangsten

De geraamde ontvangsten hebben betrekking op te veel of ten onrechte uitgekeerde WTOS-uitkeringen.

3.9 Artikel 13. Lesgelden

A. Algemene doelstelling

Het genereren van inkomsten voor de financiering van het onderwijs.

B. Rol en verantwoordelijkheid

Financieren

De Minister financiert een groot deel van de kosten voor het volgen van kwalitatief goed onderwijs, omdat de maatschappij baat heeft bij geschoolde burgers. Het individu heeft echter ook profijt van scholing en betaalt daarom lesgeld.

Kengetallen

In de Les- en cursusgeldwet is vastgelegd voor wie, wanneer en op welke wijze het lesgeld wordt vastgesteld. De hoogte van het lesgeld wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van de algemene prijsontwikkeling. Het lesgeld bedraagt € 1.357 in studiejaar 2023/2024.

C. Beleidswijzigingen

In de les- en cusrsusgeldwet is de indexatie van het lesgeld per ingang van studiejaar 2024/2025 gewijzigd. De indexatiesystematiek van het lesgeld loopt hierdoor vanaf studiejaar 2024/2025 gelijk met de systematiek voor het cursusgeld en het collegegeld.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 61 Budgettaire gevolgen van beleid art. 13 (bedragen x € 1.000)
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Verplichtingen

14.806

16.448

17.086

16.895

17.973

17.889

17.968

        

Uitgaven

14.806

16.448

17.086

16.895

17.973

17.889

17.968

        

Bijdrage aan agentschappen

14.806

16.448

17.086

16.895

17.973

17.889

17.968

Dienst Uitvoering Onderwijs

14.806

16.448

17.086

16.895

17.973

17.889

17.968

Ontvangsten

192.809

251.725

266.696

279.715

293.307

309.517

323.942

Budgetflexibiliteit
Tabel 62 Geschatte budgetflexibiliteit
 

2024

juridisch verplicht

100%

bestuurlijk gebonden

0%

beleidsmatig gereserveerd

0%

nog niet ingevuld/vrij te besteden

0%

Toelichting

Van het totale budget voor artikel 13 is voor 2024 100 procent juridisch verplicht. De geraamde uitgaven aan de Dienst UItvoering Onderwijs (DUO) zijn volledig benodigd voor de uitvoering van de Les- en cursusgeldwet.

E. Toelichting op de financiële instrumenten

Bijdrage aan agentschappen

DUO is de uitvoeringsorganisatie van het Ministerie van OCW en levert producten en diensten op het terrein van bekostiging van instellingen, studiefinanciering en informatievoorziening. De geraamde uitgaven betreffen het aandeel in de uitvoeringskosten van DUO voor dit begrotingsartikel.

Ontvangsten

Door het betalen van lesgeld leveren deelnemers en leerlingen van 18 jaar en ouder een bijdrage in de kosten van het onderwijs. In het collegejaar 2021/2022 was het lesgeld gehalveerd voor alle studenten aan een bekostigde instelling. Hierdoor zijn de ontvangsten voor 2022 lager.

Tabel 63 Aantal lesgeldplichtigen 1
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

bol/vo

216.300

212.400

211.700

213.800

217.100

219.400

220.300

X Noot
1

Bron 2021: realisatiegegevens DUO; Bron 2022 – 2027: ramingsmodel SF.

Toelichting

Bovenstaande tabel geeft een beeld van het bereik van de regeling. Er zijn geen basiswaarden en streefwaarden vastgesteld, omdat het aantal lesgeldplichtigen een afgeleide is van de demografische ontwikkelingen en de keuze van opleiding door de deelnemers/leerlingen.

3.10 Artikel 14. Cultuur

A. Algemene doelstelling

Het bevorderen van een sterke, pluriforme, toegankelijke en kwalitatief hoogwaardige cultuursector en het zorgen voor het erfgoed.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister is verantwoordelijk voor de Wet op het specifiek cultuurbeleid, de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen, de Erfgoedwet en de Archiefwet. Volgens de Wet op het specifiek cultuurbeleid is de Minister belast met het scheppen van voorwaarden voor het in stand houden, ontwikkelen en sociaal en geografisch spreiden van cultuuruitingen. Overwegingen van kwaliteit en verscheidenheid zijn daarbij leidend. Dit is aanvullend op het cultuuraanbod dat zonder betrokkenheid van de overheid tot stand komt.

Financieren

De Minister heeft een financierende rol door het bekostigen van de culturele basisinfrastructuur en subsidiëring van een aantal specifieke (wettelijke) programma's en regelingen, onder meer op het gebied van erfgoed, kunsten en bibliotheken.

Stimuleren

De Minister heeft een stimulerende rol bij het versterken van de cultuursector door een aantal programma’s, als cultuureducatie, leesbevordering, cultuurparticipatie, arbeidsmarkt, ondernemerschap en internationaal cultuurbeleid.

Regisseren

De Minister heeft een regisserende rol bij de uitvoering van en toezicht op het behoud en beheer van het erfgoed en (digitale) archieven. Het gaat dan onder meer over de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen, de Erfgoedwet en de Archiefwet. Toezicht op naleving van de laatste twee wetten ligt bij de Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed. De Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) en de rijksgesubsidieerde musea zijn onder andere belast met de uitvoering van de Erfgoedwet. Het Nationaal Archief geeft uitvoering aan de Archiefwet.

Kengetallen

De kwantitatieve onderbouwing van de doelstellingen op basis van kwantitatieve en kwalitatieve informatie, (beleids)evaluaties en onderzoek worden zo compleet mogelijk op OCW in Cijfers gepubliceerd. Daarnaast brengt de Boekmanstichting met de Cultuurmonitor, in opdracht van het Ministerie van OCW, trends en ontwikkelingen in het culturele leven in Nederland in beeld. De Erfgoedmonitor bevat feiten en cijfers over erfgoedthema’s en geeft inzicht in de ontwikkeling en staat van het erfgoed in Nederland.

C. Beleidswijzigingen

In de meerjarenbrief cultuur van 4 november 2022 (Kamerstuk II 2022/23, 32820, nr. 482) zijn de thema's en prioriteren van beleid voor het jaar 2024 en de daarop volgende jaren weergegeven. Ook is de Tweede Kamer in de brief van 16 juni 2023 over de uitgangspunten voor de culturele basisinfrastructuur 2025–2028 geïnformeerd, waarbij continuïteit, ademruimte en vertrouwen als omgang met de culturele sector centraal staan (Kamerstukken II 2022/23, 32820, nr. 499). Hiernaast heeft dit kabinet besloten om te "streven naar een toekomstgerichte bibliotheek(voorziening) in elke gemeente". In de bibliothekenbrief van 4 november 2022 (Kamerstuk II 2022/23, 33846, nr. 70) is een verdere onderbouwing en uitwerking hieraan gegeven voor de komende jaren.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 64 Budgettaire gevolgen van beleid art. 14 (bedragen x € 1.000)
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Verplichtingen

1.149.980

829.090

3.053.806

767.286

726.446

725.100

728.388

        

Uitgaven

1.648.336

1.339.400

1.304.479

1.363.048

1.321.879

1.320.745

1.319.376

        

Bekostiging

1.042.439

1.047.486

1.046.522

1.166.283

1.165.742

1.166.520

1.166.213

Culturele basisinfrastructuur vierjaarlijkse instellingen

249.434

246.170

245.493

282.701

280.031

278.907

278.288

Culturele basisinfrastructuur vierjaarlijkse fondsen

298.585

278.538

275.033

278.046

277.421

275.843

275.653

Museale instellingen met een wettelijke taak

257.017

249.509

260.738

264.480

259.388

262.081

262.081

Stelseltaken openbare bibliotheekvoorzieningen

24.761

39.038

43.307

93.405

93.438

93.898

94.325

Digitale openbare bibliotheek

22.026

18.599

18.599

18.706

18.706

18.706

18.706

Bibliotheekvoorziening leesgehandicapten

13.026

13.903

13.903

13.903

13.903

13.903

13.903

Monumentenzorg

143.025

161.558

155.787

154.814

162.573

163.923

163.998

Archieven incl. Regionale Historische Centra

28.448

33.445

33.645

32.793

32.847

31.824

31.824

Flankerend beleid huisvesting

6.117

6.725

0

0

0

0

0

Cultuureducatie met Kwaliteit

0

1

17

27.435

27.435

27.435

27.435

Subsidies (regelingen)

324.986

147.009

96.368

72.858

65.137

61.612

61.430

Verbreden inzet cultuur

15.218

23.787

22.005

22.732

20.057

21.595

21.595

Internationaal cultuurbeleid (incl. HGIS)

8.963

13.411

9.626

8.582

8.581

8.581

8.581

Programma leesbevordering

16.910

34.653

12.791

11.730

11.730

11.730

11.730

Creatieve Industrie

2.098

1.768

2.457

2.899

2.610

2.610

2.503

Specifiek cultuurbeleid

273.326

69.918

46.642

24.826

20.070

15.927

15.932

Subsidies Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

8.471

3.472

2.847

2.089

2.089

1.169

1.089

Opdrachten

200.163

29.524

33.385

32.889

30.350

28.477

28.477

Beleidsonderzoek, evaluaties en kennisbasis

1.212

2.093

2.141

2.141

2.141

2.141

2.141

Opdrachten Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

188.055

12.033

13.362

16.022

14.179

12.306

12.306

Overige opdrachten

10.896

15.398

17.882

14.726

14.030

14.030

14.030

Bijdrage aan agentschappen

52.249

59.561

56.562

56.314

57.171

59.757

58.877

Nationaal Archief

52.249

59.561

56.562

56.314

57.171

59.757

58.877

Bijdragen aan medeoverheden

26.634

53.831

69.653

32.715

1.490

2.390

2.390

Bijdrage aan medeoverheden

26.634

53.831

69.653

32.715

1.490

2.390

2.390

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

1.865

1.989

1.989

1.989

1.989

1.989

1.989

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

1.865

1.989

1.989

1.989

1.989

1.989

1.989

Ontvangsten

90.447

10.176

3.549

494

494

494

494

        
Tabel 65 Uitsplitsing verplichtingen
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Verplichtingen

1.149.980

829.090

3.053.806

767.286

726.446

725.100

728.388

waarvan garantieverplichtingen

‒ 11.864

32.548

0

0

0

0

0

waarvan overige verplichtingen

1.161.844

796.542

3.053.806

767.286

726.446

725.100

728.388

Toelichting bij tabel ‘uitsplitsing verplichtingen’ De garantieverplichtingen hebben betrekking op leningen/rekening-courantkredieten aan diverse musea. Deze leningen worden door middel van schatkistbankieren verstrekt. Het Ministerie van OCW staat voor deze leningen garant. Daarnaast betreft het garantstellingen in het kader van de indemniteitsregeling en de achterborgovereenkomst. Deze verplichtingen worden niet geraamd.

Budgetflexibiliteit
Tabel 66 Geschatte budgetflexibiliteit
 

2024

juridisch verplicht

92,2%

bestuurlijk gebonden

0,6%

beleidsmatig gereserveerd

7,2%

nog niet ingevuld/vrij te besteden

0,0%

Van het totale budget voor artikel 14 is voor 2024 92,2 procent juridisch verplicht.

Bekostiging

Het beschikbare budget voor 2024 is 100 procent juridisch verplicht. De verplichtingen hebben betrekking op betalingen aan culturele instellingen, cultuurfondsen en monumenteneigenaren. Hieraan ten grondslag liggen de Wet op het specifiek cultuurbeleid, de Erfgoedwet, de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen en onderliggende besluiten en regelingen. Het moment van juridisch verplichten gaat vooraf aan het kalenderjaar waarop de bekostiging betrekking heeft. De budgetten voor de culturele basisinfrastructuur (instellingen en fondsen) zijn tot en met 2024 juridisch verplicht. De bekostiging van de musea op grond van de Erfgoedwet gebeurt jaarlijks in het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar.

Subsidies

Van het beschikbare budget is 63,2 procent juridisch verplicht. Dit betreft het deel van de subsidies waarvoor (naar verwachting) voor de start van 2024 een beschikking is verstuurd. De meeste van deze verplichtingen zijn aangegaan tot en met uiterlijk 2024, in samenhang met de horizon van de actuele culturele basisinfrastructuur.

Opdrachten

Van het beschikbare budget is 42,2 procent juridisch verplicht. Dit betreft het deel van de opdrachten waarvoor (naar verwachting) voor de start van 2024 een opdracht is verstrekt, zoals voor de cultuurkaart voor het voortgezet onderwijs.

Bijdrage aan agentschappen

Dit betreft de rijksbijdrage aan het Nationaal Archief. Het budget voor 2024 is 100 procent juridisch verplicht.

Bijdrage aan medeoverheden

Van het beschikbare budget voor 2024 is 33,0 procent juridisch verplicht. Dit betreft uitkeringen aan medeoverheden waarvoor (naar verwachting) voor de start van 2024 een beschikking wordt verstuurd, bestemd voor onder andere de toekomstgerichte bibliotheekvoorziening, de impuls jongerencultuur en versterking van de regionale culturele infrastructuur.

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

Van het beschikbare budget is 100 procent juridisch verplicht. Dit betreft de contributies voor (inter)nationale verdragen en lidmaatschappen (United Nations Educational, Scientific and Cultural Organisation (UNESCO), International Centre for the Study of the Preservation and Restoration of Cultural Property). Deze contributies lopen door tot wederopzegging en dragen bij aan de uitvoering van internationale afspraken.

E. Toelichting op de financiële instrumenten

Bekostiging

Culturele basisinfrastructuur vierjaarlijkse instellingen

In de culturele basisinfrastructuur worden instellingen voor een periode van vier jaar bekostigd. In de Regeling op het specifiek cultuurbeleid zijn de criteria opgenomen waar instellingen aan moeten voldoen voor de periode 2021–2024 om in aanmerking komen voor deze bekostiging. De besluiten voor de periode 2021–2024 zijn opgenomen in (de bijlagen bij) de Kamerbrief Nieuwe visie cultuurbeleid (Kamerstukken II 2020/21, 32820, nr. 383). De culturele basisinfrastructuur bestaat vanaf 2021 uit instellingen op het gebied van podiumkunsten (theater, dans, muziek en muziektheater, festivals en jeugdpodiumkunsten), regionale musea, sectorcollecties podiumkunsten, beeldende kunst (presentatie-instellingen en postacademische instellingen), film (festivals en ondersteunende instellingen), letteren (festival en ondersteunende instellingen), ontwerp (ondersteunende instellingen, future lab design en technologie, festivals), ontwikkelinstellingen en de bovensectorale ondersteunende instellingen. In 2024 zullen de besluiten over de culturele basisinfrastructuur 2025–2028 worden genomen. De Tweede Kamer is in de brief van 16 juni 2023 over de uitgangspunten voor die periode geïnformeerd (Kamerstukken II 2022/23, 32820, nr. 499).

Culturele basisinfrastructuur vierjaarlijkse fondsen

De rijkscultuurfondsen zijn samen met de vierjaarlijkse instellingen onderdeel van de basisinfrastructuur en financieren naast projecten en makers ook instellingen in het Koninkrijk der Nederlanden. De cultuurfondsen spelen een belangrijke rol in het cultuurstelsel. Zij zorgen voor vernieuwing en experiment, innovatie en talentontwikkeling, en zoeken met de door hen ondersteunende activiteiten actief naar verbinding met publiek. Ook hebben de fondsen een signalerende functie voor ontwikkelingen in het veld. De begrote uitgaven zijn onder andere inclusief de bekostiging van het programma Cultuureducatie met Kwaliteit verstrekt aan het Fonds Cultuurparticipatie en de jaarlijkse OCW-bijdrage van voor speelfilms geoormerkte middelen voor het Co-productiefonds Binnenlandse Omroep (CoBO) verstrekt aan het Filmfonds.

Museale instellingen met een wettelijke taak

Op basis van de Erfgoedwet zijn museale instellingen belast met de zorg voor het beheer van de museale cultuurgoederen van de Staat of andere cultuurgoederen of verzamelingen. Hiervoor ontvangen deze instellingen met een wettelijke taak een structurele vergoeding. Voor de subsidiëring van deze taak worden op grond van de Regeling beheer rijkscollectie en subsidiëring museale instellingen middelen beschikbaar gesteld waarbij onderscheid wordt gemaakt in enerzijds beheer en onderhoud van collecties en anderzijds huisvesting. Daarnaast ontvangen museale instellingen, op grond van dezelfde regeling, middelen voor hun publieksactiviteiten. Met ingang van 2024 is het budget verhoogd met de middelen die beschikbaar zijn gesteld voor verduurzaming uit de coalitieakkoordmiddelen en met de middelen die voorheen geraamd werden op de regel Flankerend beleid huisvesting. Deze middelen worden niet langer afgezonderd, omdat de pilot rond het nieuwe huisvestingsstelsel is afgerond (zie ook de toelichting bij Flankerend beleid huisvesting).

Stelseltaken openbare bibliotheekvoorzieningen, digitale openbare bibliotheek en bibliotheekvoorziening leesgehandicapten

Per 1 januari 2015 is de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob) in werking getreden. De wet organiseert het openbare bibliotheekwerk als een netwerk van samenwerkende lokale en provinciale openbare bibliotheekvoorzieningen, waarbij de Koninklijke Bibliotheek (KB) een coördinerende rol vervult. In het netwerk verricht de KB als nationale bibliotheek van Nederland taken voor het stelsel als geheel, waaronder het beheer en de doorontwikkeling van de landelijke digitale openbare bibliotheek en de bibliotheekvoorziening voor personen met een leeshandicap. Activiteiten van de KB richten zich in 2024 op de doorontwikkeling van de digitale openbare bibliotheek, de digitale infrastructuur en de voorbereiding van een nieuw bibliotheekconvenant.

Monumentenzorg

De Erfgoedwet is het juridisch kader voor de financiering van de monumentenzorg. In dit kader vindt onder andere de financiering ten behoeve van het behoud van rijksmonumenten plaats. Daarbij is ook aandacht voor de verbindende waarde van erfgoed en de verduurzaming van rijksmonumenten. Ten slotte wordt er ook in 2024 in monumentenzorg geïnvesteerd via onder andere de Subsidieregeling instandhouding monumenten en de Woonhuisregeling.

Archieven inclusief Regionale Historische Centra

Het wetsvoorstel tot modernisering van de Archiefwet 1995, dat op 17 november 2021 aan de Tweede Kamer is aangeboden, gevolgd door een nota van wijziging, kan afhankelijk van de parlementaire behandeling aansluitend aan de Eerste Kamer worden gezonden. Het Ministerie van OCW draagt bij aan de kosten van bewaring en presentatie van de rijksarchieven uit de provincie door de Regionale Historische Centra, die in elke provinciehoofdstad met uitzondering van Zuid-Holland zijn gevestigd. Ook na het voorgenomen uittreden door het Ministerie van OCW uit de gemeenschappelijke regelingen, waarvan de datum is bijgesteld naar 1 januari 2025 (Kamerstukken II 2022/23, 36200, nr. 180), zal deze bijdrage worden voortgezet.

Flankerend beleid huisvesting

Het geraamde budget is nul, omdat vanaf 2024 het definitieve huisvestingsstelsel voor de rijksgesubsidieerde musea van kracht wordt. Het budget voor flankerend huisvestingsbeleid, dat werd aangehouden om omissies in de pilot huisvesting te corrigeren en om stortingen te doen ten behoeve van het garantiefonds voor schatkistbankieren, is toegevoegd aan het algemene budget voor museale instellingen met een wettelijke taak.

Cultuureducatie met kwaliteit

In 2024 staat geen significant bedrag geraamd, omdat de middelen voor cultuureducatie en museumbezoek in het primair onderwijs voor dat jaar al zijn overgeboekt naar artikel 1 (primair onderwijs). Vanuit dat begrotingsartikel worden de middelen uitbetaald aan scholen.

Subsidies

Verbreden inzet cultuur

In de periode 2021-2024 stimuleert het Ministerie van OCW toegankelijkheid van cultuur met het programma cultuurparticipatie. Dit programma wordt uitgevoerd door het Fonds voor Cultuurparticipatie (FCP) via de Regeling Samen Cultuur maken en heeft als doel de cultuurdeelname van zoveel mogelijk verschillende groepen te bevorderen, ook voor mensen voor wie dit niet vanzelfsprekend is. Het programma verbindt zorg en sociaal werk met professionele culturele instellingen, amateur- en erfgoedverenigingen en kunstenaarsinitiatieven. Het gaat om actieve participatie: zelf dansen, filmen, vloggen, toneel spelen, schrijven of verhalen vertellen. Ook stimuleert het Ministerie van OCW een inclusievere sector door de code diversiteit en inclusie als belangrijk onderdeel mee te nemen in de nieuwe basisinfrastructuur periode. Tevens bekostigt en ondersteunt het ministerie verschillende onderzoeken om ongelijkheid in de sector beter in kaart te brengen en gelijkwaardigheid te bevorderen. Daarnaast stimuleert het Ministerie van OCW de digitale transformatie van de culturele en creatieve sector en daarmee het innovatieve vermogen van deze sectoren. Stichting Digitaal Erfgoed Nederland, kennisinstituut voor cultuur en digitale transformatie, voert projecten uit om de sector met expertise en kennisdelen te ondersteunen. Met de uitvoering van de Nationale Strategie Digitaal Erfgoed door het Netwerk Digitaal Erfgoed wordt de digitale toegankelijkheid en het gebruik van erfgoed, archieven en collecties vergroot.

Internationaal cultuurbeleid (inclusief Homogene Groep Internationale Samenwerking)

Het internationaal cultuurbeleid is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de bewindspersonen van de Ministeries van OCW en BZ. In de periode 2021-2024 gelden voor het internationaal cultuurbeleid drie doelen:

  • een sterke positie van de Nederlandse culturele sector in het buitenland door zichtbaarheid, uitwisseling en duurzame samenwerking;

  • het met Nederlandse cultuuruitingen ondersteunen van de bilaterale relaties met andere landen; en

  • het benutten van de kracht van de culturele sector en creatieve industrie voor de Sustainable Development Goals (SDG’s), met name in de verbinding met de agenda van de Minister van BHOS in de focusregio’s.

Voor de verwezenlijking van zojuist genoemde doelen wordt gekozen voor een meerjarige strategische inzet op 24 landen. Per land worden nadere afspraken gemaakt tussen betrokken spelers (onder andere diplomatieke posten, fondsen en Dutch Culture) over samenwerking en uitvoering. Door maatwerk per land worden cultuur en buitenlandprioriteiten met elkaar verbonden. In het najaar van 2023 ontvangt de Tweede Kamer het beleidskader Internationaal Cultuurbeleid voor de periode 2025-2028.

Programma leesbevordering

Lezen geeft toegang tot onze samenleving. Lezen en schrijven zijn creatieve processen die hand in hand gaan met inlevingsvermogen, culturele ontwikkeling, versterken van basisvaardigheden en burgerschap. Het Ministerie van OCW investeert structureel in leesbevordering en leesmotivatie. Dat is gedaan onder meer via de programma's "Bibliotheek op school" en «Boekstart» om een doorlopende leeslijn te faciliteren van 0 tot 18 jaar. Beide programma’s zijn ondergebracht bij het Actieprogramma Tel mee met Taal (2020–2024). Tel mee met Taal is een gezamenlijke aanpak samen met de Ministeries van SZW, BZK en VWS om laaggeletterdheid te voorkomen en tegen te gaan. Het Ministerie van OCW zet daarbij in op de preventie van laaggeletterdheid. Met de Gemeentelijke Gezinsaanpak Geletterdheid (2020-2024) wordt een samenhangende lokale aanpak ontwikkeld met als doel meer taalarme gezinnen te ondersteunen, zowel ouders als kinderen. Binnen deze aanpak ligt de regie bij gemeenten. Vanuit de cultuurmiddelen wordt voor de bijdrage van culturele instellingen aan leesbevordering in 2024 € 5,0 miljoen en vanaf 2025 structureel € 4,0 miljoen ingezet. Dit budget is bestemd voor de versterking van ondersteunende instellingen, kennisuitwisseling tussen lokale, regionale en landelijke netwerken en een impuls voor innovatie.

Creatieve industrie

Ten laste van dit budget worden uitgaven gedaan ten behoeve van de Creatieve Industrie. Dit gebeurt in samenwerking met het Ministerie van EZK. Daarnaast zijn middelen beschikbaar voor de ontwerpdisciplines zoals architectuur, vormgeving en digitale cultuur. In samenwerking met het Ministerie van BZK wordt een architectuurprogramma gefinancierd.

Specifiek cultuurbeleid

Onder specifiek cultuurbeleid zijn verschillende kleinere subsidiebudgetten opgenomen, die grotendeels besteed worden aan projectsubsidies op basis van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid. Uit de middelen van het coalitieakkoord zal in 2024 extra inzet plaatsvinden op de arbeidsmarktagenda (€ 24,3 miljoen voor de totale arbeidsmarktagenda, waarvan € 19,1 miljoen coalitieakkoordmiddelen). Hiermee worden via verschillende projecten betere arbeidsvoorwaarden, eerlijke beloning, persoonlijke ontwikkeling en een veilige werkomgeving met een duurzame beroepspraktijk gestimuleerd. Hiernaast is voor het uitvoeringsprogramma «Ontwerpend Onderzoek» € 3,0 miljoen beschikbaar gesteld. Dit programma heeft het doel om de methodiek van een ontwerpende aanpak bij maatschappelijke opgaven meer en beter in te zetten. Als onderdeel van het beleid voor een sterke cultuursector is er voor gekozen in de periode 2021-2024 de financiering van de sector te versterken via een Revolverend Productiefonds. Het gaat om aanvullende financiering, om grotere investeringen mogelijk te maken via garantiestelling, lening en matching. In dit kader wordt in 2024 € 2,0 miljoen betaald aan Cultuur+Ondernemen voor aanvulling van het revolverende fonds voor cultuurleningen. Ook voor de uitvoering van het Verdrag van Faro is extra budget beschikbaar vanuit het coalitieakkoord (€ 1,8 miljoen). Deze middelen worden ingezet om samen met de erfgoedsector de kerndoelen van het verdrag duurzaam onderdeel van de erfgoedpraktijk te maken. Een uitvoeringsprogramma bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed coördineert deze veranderopgave. De middelen voor specifiek cultuurbeleid zijn in 2024 daarnaast bestemd voor diverse andere onderwerpen, zoals het herdenkingsjaar slavernijverleden, mobiel erfgoed, de Adviescommissie Restitutieverzoeken Cultuurgoederen en Tweede Wereldoorlog, de Adviescommissie teruggave cultuurgoederen uit een koloniale context, beleidsinnovatie bibliotheken, archeologie, erfgoed en fysieke leefomgeving en ten slotte uitvoering geven aan het cultuurconvenant met Caribisch Nederland.

Subsidies Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed

De middelen zijn bestemd voor subsidies ter ondersteuning van het erfgoedveld in de domeinen archeologie, monumenten, roerend erfgoed, cultuurlandschap en leefomgeving. Er wordt geïnvesteerd in kennis- en onderzoeksprogramma’s, de ondersteuning en infrastructuur voor erfgoed en informatie- en communicatietechniek.

Opdrachten

Beleidsonderzoek, evaluaties en kennisbasis

Dit budget is bestemd voor opdrachten die bestaan uit het inhuren van bureaus voor beleidsonderzoek, evaluaties, visitatie/monitoring van versterking van de kennisbasis in de cultuursector.

Opdrachten Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed

De middelen zijn bestemd voor dezelfde onderwerpen als vermeld onder de kop "Subsidies Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed", maar dan voor uitgaven aan opdrachten. Ook is budget beschikbaar voor monumenten in het aardbevingsgebied in Groningen.

Overige opdrachten

Dit budget is bestemd voor opdrachten die verbonden zijn aan diverse beleidsterreinen. De grootste geplande uitgave in 2024 is aan de Cultuurkaart voor het voortgezet onderwijs, inclusief het voortgezet speciaal onderwijs. Via het budget voor overige opdrachten zijn ook uitgaven gepland voor het OCW-brede programma voor bestrijding van discriminatie en racisme.

Bijdrage aan agentschappen

Deze middelen betreffen de rijksbijdrage aan het Nationaal Archief.

Bijdrage aan medeoverheden

Het budget wordt besteed aan diverse decentralisatie-uitkeringen en specifieke uitkeringen. De grootste zijn bestemd voor behoud van erfgoed in het aardbevingsgebied, versterking van de regionale culturele infrastructuur, cultuurparticipatie door jongeren, een toekomstgerichte bibliotheekvoorziening, de Erfgoed Deal, een bijdrage aan een Nationaal Slavernijmuseum en een bijdrage aan een aantal gemeenten voor de compensatie van de Jeugdcontributie Openbare Bibliotheken. Een deel van het budget is beschikbaar voor het OCW-beleid in Caribisch Nederland.

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

Naast prioriteiten die onder het financieel instrument Internationaal cultuurbeleid zijn genoemd, is Nederland aan een aantal verplichtingen gebonden en draagt Nederland bij aan de uitvoering van internationale verdragen. Dit geldt voor UNESCO-erfgoedverdragen voor het werelderfgoed, het immaterieel erfgoed, de bescherming van cultureel erfgoed bij gewapend conflict, de bestrijding van illegale handel in cultuurgoederen en het cultuurverdrag voor de diversiteit van cultuuruitingen. Ook wordt bijgedragen aan het Europees filmprogramma (Eurimages).

Ontvangsten

Het grootste deel van de raming betreft de desaldering van onttrekkingen uit het Museaal Aankoopfonds voor het verstrekken van subsidies aan Scapino, in het kader van de uitvoering van de motie Geluk-Poortvliet en aan Eurosonic Noorderslag, in het kader van de uitvoering van de motie Belhaj. Er zijn verder ontvangsten geraamd als gevolg van het definitief vaststellen van subsidies.

Extracomptabele fiscale regelingen

Naast de in dit begrotingsartikel genoemde instrumenten, is er een fiscale regeling die betrekking heeft op dit beleidsterrein. De Minister van Financiën is hoofdverantwoordelijk voor de wetgeving en uitvoering van deze regeling en voor de budgettaire middelen. In onderstaande tabel is ter informatie het budgettaire belang van deze regeling vermeld. De cijfers zijn ontleend aan de corresponderende bijlage ‘Fiscale regelingen’ in de Miljoenennota. De fiscale regelingen die niet in onderstaande tabel zijn opgenomen, maar wel op dit beleidsartikel betrekking hebben, zijn:

  • Vrijstelling voorwerpen van kunst en wetenschap box 3

  • BTW Vrijstelling componisten, schrijvers en journalisten

Voor een beschrijving van de regelingen, de doelstelling, de ramingsgrond, een verwijzing naar de laatst uitgevoerde evaluatie en het beoogde jaar van afronding van de volgende evaluatie, wordt verwezen naar de bijlage bij de Miljoenennota ‘Toelichting op de fiscale regelingen’.

Tabel 67 Fiscale regelingen 2022-2024, budgettair belang op transactiebasis in lopende prijzen (bedragen x € 1 miljoen)1
 

2022

2023

2024

BTW Verlaagd tarief culturele goederen en diensten

966

1.050

1.092

X Noot
1

[-] = regeling is in dat jaar niet van toepassing; [0] = budgettair belang van de regeling bedraagt in dat jaar afgerond nihil.

3.11 Artikel 15. Media

A. Algemene doelstelling

Het waarborgen van een onafhankelijk, gevarieerd en kwalitatief hoogwaardig media-aanbod, dat toegankelijk blijft voor alle lagen van de bevolking.

B. Rol en verantwoordelijkheid

Media hebben een prominente rol in onze democratie en cultuur. Wat we zien, horen en lezen, beïnvloedt ons beeld van de wereld en onze opvattingen. Daarom borgt de Minister vier publieke belangen in het mediabeleid waar zij verantwoordelijk voor is: onafhankelijkheid, verscheidenheid, kwaliteit en toegankelijkheid. Verder borgt de Minister de vitaliteit van het stelsel van landelijke, regionale en lokale publieke omroepen en de daarvoor relevante wet- en regelgeving. De Minister heeft naast een financierende rol vooral ook een regisserende rol.

Financieren

De Minister financiert de landelijke en regionale publieke omroep en enkele andere aan de omroep verbonden instellingen. De taakopdracht is wettelijk bepaald en het budget van de publieke omroep is vastgesteld met behoud van afstand tot de uitvoering en inhoud. Op basis van het concessiebeleidsplan Nederlandse Publieke Omroep (NPO) 2022-2026 (Kamerstukken II 2021/22, 32827, nr. 202) sluit de Minister elke vijf jaar een prestatieovereenkomst met de publieke omroep. Daarnaast sluit de Minister mede op basis van het concessiebeleidsplan Regionale Publieke Omroep (RPO) (Kamerstukken II 2018/2019, 32827, nr. 146) een prestatieovereenkomst af voor een periode van 5 jaar met de RPO.

Stimuleren

Verder is de Minister verantwoordelijk voor instrumenten ter bevordering van (Nederlandse) culturele producties, documentaires, drama’s, kunst- en kinderprogramma's (via NPO en het wetsvoorstel investeringsverplichting voor streamingdiensten), het steunen en stimuleren van een onafhankelijke en kwalitatief goede journalistieke infrastructuur, inclusief het borgen van persvrijheid en persveiligheid (Stichting Stimuleringsfonds voor de Journalistiek) en voor het bevorderen van mediawijsheid (Nederlands Instituut voor de Classificatie van Audiovisuele Media (NICAM) en Mediawijzer.net). Tot slot stimuleert de Minister het in stand houden en exploiteren van omroeporkesten en omroepkoren (Stichting Omroep Muziek (SOM)), van een media-archief en van een expertisecentrum voor media-educatie (Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid (NIGB)). 

Regisseren

De Minister is verantwoordelijk voor de wetgeving ten aanzien van de taak en organisatie van de publieke omroep en voor wetgeving voor commerciële media. De regels voor commerciële omroepen vloeien voornamelijk voort uit Europese richtlijnen voor audiovisuele mediadiensten. Verder is de Minister als regisseur verantwoordelijk voor wetgeving met betrekking tot omroepdistributie. Het doel daarvan is de toegang tot een gevarieerd media-aanbod te bevorderen en te verzekeren.

Kengetallen

Relevante kengetallen voor het mediabeleid zijn onder meer te vinden de Mediamonitor van het Commissariaat voor de Media.

C. Beleidswijzigingen

De belangrijkste wijzigingen op het gebied van Media worden beschreven in onderdeel 2.1 van de begroting (Beleidsprioriteiten). In dat onderdeel wordt beschreven hoe in 2024 invulling wordt gegeven aan "Persveiligheid en persvrijheid", het versterken van de lokale omroepen en het toekomstbestendig maken van de landelijke publieke omroep.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 68 Budgettaire gevolgen van beleid art. 15 (bedragen x € 1.000)
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Verplichtingen

1.223.931

1.329.691

1.223.663

1.214.524

1.194.719

1.199.599

1.199.175

        

Uitgaven

1.179.246

1.242.667

1.213.908

1.194.802

1.195.853

1.199.791

1.204.937

        

Bekostiging

1.148.163

1.203.300

1.172.494

1.152.627

1.173.755

1.177.765

1.182.911

Landelijke publieke omroep

852.640

957.048

917.872

905.371

909.946

913.075

917.170

Regionale omroep

162.894

178.968

182.083

183.796

199.222

198.078

197.966

Stichting Omroep Muziek

18.017

19.978

22.384

20.572

19.600

19.600

19.600

Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid (NIBG)

25.572

32.420

30.585

29.818

29.833

28.533

28.533

Stimuleringsfonds voor de Journalistiek

2.709

3.022

3.005

2.983

3.049

3.008

2.921

Co-productiefonds Binnenlandse Omroep (CoBO)

2.524

5.522

5.522

5.522

5.522

5.522

5.522

Mediawijsheid Expertisecentrum (Bewust mediagebruik)

1.715

1.830

1.830

1.830

1.830

1.830

1.830

Stichting Nederlandse Lokale Publieke Omroepen (NLPO)

1.759

1.890

1.890

1.890

1.890

1.890

1.890

Dotatie/onttrekking Algemene Mediareserve

79.252

1.766

6.497

109

2.127

5.493

6.743

Overige bekostiging media

1.081

856

826

736

736

736

736

Subsidies (regelingen)

25.347

30.832

33.624

34.297

14.890

14.818

14.818

Subsidies (regelingen)

11.463

6.380

1.862

902

902

902

902

Werk aan Uitvoering

3.375

0

0

0

0

0

0

Onderzoeksjournalistiek

0

9.938

12.181

15.593

13.988

13.916

13.916

Lokale journalistiek

10.509

14.514

19.581

17.802

0

0

0

Opdrachten

330

1.345

730

728

717

717

717

Opdrachten

330

1.345

730

728

717

717

717

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

5.332

7.111

6.981

7.071

6.412

6.412

6.412

Commissariaat voor de Media

5.332

7.111

6.981

7.071

6.412

6.412

6.412

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

74

79

79

79

79

79

79

European Audiovisual Observatory

74

79

79

79

79

79

79

Ontvangsten

207.000

174.515

135.660

125.590

123.690

123.690

123.690

Budgetflexibiliteit
Tabel 69 Geschatte budgetflexibiliteit
 

2024

juridisch verplicht

99,1%

bestuurlijk gebonden

0%

beleidsmatig gereserveerd

0%

nog niet ingevuld/vrij te besteden

0,9%

Van het totale budget voor artikel 15 is in 2024 99,1 procent juridisch verplicht.

Bekostiging

Van het beschikbare budget voor 2024 is 99,1 procent juridisch verplicht. De verplichtingen hebben voornamelijk betrekking op de landelijke en de regionale publieke omroep. Hieraan ten grondslag ligt de Mediawet 2008.

Subsidies

Van het beschikbare budget is 97,4 procent juridisch verplicht. De verplichtingen hebben voornamelijk betrekking op journalistiek en de regionale, lokale en streekomroepen. Hieraan ten grondslag liggen het coalitieakkoord en de visiebrief.

Opdrachten

Van het beschikbare budget is 0,0 procent juridisch verplicht. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de toelichting op de financiële instrumenten.

Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s

Het beschikbare budget voor 2024 is volledig juridisch verplicht. De verplichtingen hebben betrekking op het Commissariaat voor de Media (CvdM). Hieraan ten grondslag ligt de Mediawet 2008.

Bijdrage aan internationale organisaties

Het beschikbare budget voor 2024 is volledig juridisch verplicht. Het betreft een jaarlijkse contributie aan het European Audiovisual Observatory.

E. Toelichting op de financiële instrumenten

Bekostiging

Landelijke en regionale publieke omroep

De publieke omroep waarborgt een hoogstaand en pluriform media-aanbod, dat toegankelijk en betaalbaar is voor alle lagen van de bevolking. Daarom bekostigt het Ministerie van OCW de landelijke en regionale publieke omroep. Mede vanwege Europese regels op het gebied van staatssteun, houdt de overheid greep op de aard en omvang van het takenpakket van de landelijke en regionale publieke omroep en bepaalt de overheid het budget van de publieke omroep.

Het budget voor de landelijke publieke omroep is € 917,9 miljoen. Dit is inclusief de € 2,3 miljoen die structureel uit het coalitieakkoord in 2022 aan het budget voor de landelijke publieke omroep is toegevoegd ter financiering van het speelfilmconvenant tussen de publieke omroep en de (film)producenten en € 1,2 miljoen voor audiodescriptie.

Het beschikbare budget voor de regionale publieke omroepen voor 2024 is € 182,1 miljoen. Dit is inclusief € 5,4 miljoen voor Werk aan Uitvoering (WaU). Dit is een overheidsbreed programma tot 2032 ter verbetering van de publieke dienstverlening en om beter aan te sluiten op de verwachtingen en behoeften van burgers en ondernemers.

Stichting Omroep Muziek (SOM)

Deze bekostiging is bestemd voor de door het Ministerie van OCW aangewezen instelling voor het in stand houden en exploiteren van omroeporkesten en omroepkoren.

Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid (NIBG)

Deze bekostiging is bestemd voor de door het Ministerie van OCW aangewezen instelling voor het in stand houden en exploiteren van een media-archief. Voor 2024 is dit budget verhoogd met € 3,2 miljoen, uit de coalitieakkoordmiddelen, voor "het geheugen van Nederland".

Stimuleringsfonds voor de Journalistiek

Het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek is binnen het mediabeleid het instrument om de pluriformiteit van het journalistieke media-aanbod te stimuleren, zowel binnen pers en omroep als via het internet. De activiteiten van het fonds dragen bij aan innovatie van de journalistiek en aan stimulering van de journalistieke functie van de media in de samenleving. Dit budget is inclusief € 0,4 miljoen WaU voor 2024.

Stichting Co-productiefonds Binnenlandse Omroep (CoBO)

De Stichting Co-productiefonds Binnenlandse Omroep (CoBO), ondersteunt de film- en documentairesector en participeert in audiovisuele coproductieprojecten in de vorm van een financiële bijdrage aan publieke instellingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep. De meeste coproducties waar CoBO een bijdrage aan levert, vinden plaats tussen een publieke omroepinstelling en een onafhankelijke filmproducent. Daarnaast wordt door CoBO bijgedragen aan coproducties tussen een publieke omroepinstelling en een instelling op het gebied van de podiumkunsten. Iedere filmproducent, instelling op het gebied van de podiumkunsten, de Vlaamse publieke omroep (VRT), of Duitse publieke omroep, kan één of meer landelijke publieke omroepinstellingen benaderen, teneinde te komen tot een coproductie. CoBO ontvangt OCW-middelen en verkrijgt daarnaast vergoedingen van buitenlandse kabelaars (België, Duitsland en Luxemburg) voor de doorgifte van de zenders van de Nederlandse publieke omroep.

Vanaf 2022 zijn de voor speelfilms geoormerkte CoBO middelen (jaarlijks € 6,3 miljoen) conform de kamerbrief trajecten krachtenbundeling en buitenproducenten bestemd voor het Filmfonds, dat wordt gefinancierd via artikel 14 (cultuur).

Voor de financiering van het eerder genoemde speelfilmconvenant is vanuit de beschikbare coalitieakkoord middelen vanaf 2023 € 2,6 miljoen structureel aan het budget van CoBO toegevoegd.

Mediawijsheid Expertisecentrum (Bewust mediagebruik)

Het Mediawijsheid Expertisecentrum (Mediawijzer.net) bevordert een bewuste, kritische en actieve houding van burgers en instellingen in de samenleving waar media alom aanwezig zijn. Bij het huidige programma zijn de Koninklijke Bibliotheek, ECP-EPN, de publieke omroep (NTR), Kennisnet en het NIBG betrokken.

Stichting Nederlandse Lokale Publieke Omroepen (NLPO)

NLPO ondersteunt lokale publieke omroepen op diverse terreinen om de sector verder te professionaliseren en om de kwaliteit van de producties van lokale omroepen te verbeteren.

Dotatie/onttrekking Algemene Mediareserve

Op basis van de verwachte uitgaven op de mediabegroting en de verwachte reclameopbrengsten van de Ster worden middelen toegevoegd of onttrokken aan de Algemene Mediareserve (AMr). De AMr kan op grond van de Mediawet worden gebruikt voor de opvang van dalende Ster-inkomsten, bijdragen aan de bekostiging van reorganisatiekosten als gevolg van overheidsbesluiten en voor de financiering van de door het CvdM aan te houden rekening-courantverhouding voor betalingen aan instellingen op basis van de Mediawet.

Overige bekostiging Media

Ten laste van dit budget wordt onder meer het Nederlands Instituut voor de Classificatie van Audiovisuele Media (NICAM) betaald voor de uitvoering van de activiteiten welke nodig zijn voor het continueren en verbeteren van de kwaliteit van Kijkwijzer.

Subsidies

Ten laste van dit budget wordt de jaarlijkse subsidie aan het European Journalism Centre voor diverse internationale journalistiekprojecten betaald. Daarnaast worden nog incidentele subsidies op het gebied van de media betaald.

Onderdeel van de subsidies zijn de beschikbare middelen voor onderzoeks-journalistiek. Deze worden ingezet om journalistieke projecten, innovaties en talentontwikkeling en professionalisering te ondersteunen. Voor 2024 is dit budget € 12,2 miljoen.

Voor de verdere versterking en profesionalisering van de lokale omroepen is vanuit de coalitieakkoordmiddelen voor 2024 € 19,6 miljoen toegevoegd.

Voor Persvrijheid en veiligheid is aan de middelen voor subsidies in 2024 € 1,1 miljoen vanuit de coalitieakkoordmiddelen toegevoegd.

Opdrachten

Ten laste van dit budget worden onder meer de kosten van de Lands-advocaat betaald. Daarnaast worden uit dit budget nog incidentele opdrachten, op het gebied van Media, zoals beleidsonderzoeken betaald.

Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s

Het CvdM houdt toezicht op de naleving van de Mediawet en de Wet op de vaste boekenprijs. Het toezicht betreft radio, televisie, videodiensten op aanvraag en Nederlandse boekuitgaven. Met zijn werk beschermt het CvdM de onafhankelijkheid, pluriformiteit en toegankelijkheid van het media-aanbod. Tegelijk ondersteunt het daarmee de informatievrijheid. Het CvdM neemt zijn besluiten onafhankelijk van het Ministerie van OCW, maar moet wel verantwoording afleggen aan de Staatssecretaris voor Cultuur en Media en/of de Minister. Het CvdM wordt gefinancierd uit de Mediabegroting en uit de toezichtskosten die commerciële media-instellingen verschuldigd zijn. Dit budget is inclusief € 0,8 miljoen WaU voor 2024.

Ontvangsten

Dit betreft de raming van de reclameopbrengsten van de Ster. In de jaarlijkse Mediabegrotingsbrief wordt deze raming voor 2024 geactualiseerd.

3.12 Artikel 16. Onderzoek en wetenschapsbeleid

A. Algemene doelstelling

De algemene doelstelling is het scheppen van een internationaal concurrerende onderzoeksomgeving die onderzoekers uitdaagt tot optimale wetenschappelijke prestaties en die goed aansluit op maatschappelijke behoeften.

De overkoepelende ambitie van het onderzoek en wetenschapsbeleid is het creëren van een sterk en duurzaam stelsel van hoger onderwijs en wetenschap, met een hoge kwaliteit onderwijs en onderzoek over de volle breedte, waarin kennisinstellingen en regio’s hun onderscheidende sterktes maximaal kunnen benutten. De Minister heeft drie hoofddoelen geformuleerd om het stelsel toekomstbestendig te maken, namelijk:

  • 1. het versterken van het fundament;

  • 2. ruimte geven aan divers talent; en

  • 3. het vergroten van de maatschappelijke impact van hoger onderwijs en onderzoek en de publieke erkenning ervan.(Kamerstuk 2022Z12415)

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister is verantwoordelijk voor het stelsel van onderzoek en wetenschap.

De instrumenten die worden ingezet om de ambitie en hoofddoelen te behalen kunnen worden ingedeeld in drie complementaire rollen.

Financieren

De Minister bekostigt (belangrijke onderdelen van) het onderzoeks- en wetenschapsbestel, met als doel de instandhouding en het faciliteren van het stelsel. Instrumenten die hieronder vallen zijn onder andeere structurele hoofdbekostiging van instellingen, aanvullende bekostiging, sectorplannen, subsidies, bijdragen aan agentschappen, bijdragen aan internationale organisaties, matching van Horizon Europe, en nieuwe instrumenten zoals de stimuleringsbeurzen. Deze instrumenten dragen bij aan bijvoorbeeld het versterken van human capital (men is beter in staat talent op te leiden, aan te trekken en te behouden, waardoor er meer rust en ruimte is voor onderzoekers) en het versterken van de infrastructuur (hieronder vallen faciliteiten binnen instellingen, maar ook grote wetenschappelijke infrastructuren op internationaal niveau).

Stimuleren

De Minister stimuleert (gewenste ontwikkelingen binnen) het stelsel, bijvoorbeeld door middel van het aanjagen, stimuleren en faciliteren van strategische dialogen en het maken van afspraken met relevante partijen in het kennisecosysteem. De instrumenten om het stelsel te stimuleren dragen elk bij aan de ambitie en hoofddoelen via verschillende mechanismen. Belangrijke mechanismen zijn bijvoorbeeld het verbeteren van kennisbenutting (denk aan open science) en het verbeteren van profilering en samenwerking (dit leidt tot vernieuwende consortia en projecten, een betere taakverdeling in het veld, enzovoorts).

Regisseren

De Minister schept voorwaarden voor het stelsel via bijvoorbeeld wet- en regelgeving en coördinerende activiteiten. Voorbeelden van dit soort voorwaarden zijn een klimaat waarin kennisinstellingen excellent onderzoek kunnen doen, kwaliteit en vernieuwend vermogen geborgd is, kennisinstellingen doelmatig functioneren en het wetenschapsbeleid op nationaal en internationaal niveau goed gepositioneerd is.

De Minister is verantwoordelijk voor het toezicht op een efficiënte besteding van publieke middelen. In de monitoring en evaluatie zal naast doelmatigheid ook speciale aandacht gaan naar de mate waarin de instrumenten (individueel en op geaggregeerd niveau) bijdragen aan de ambitie en hoofddoelen en via welke mechanismen (doeltreffendheid).

C. Beleidswijzigingen

In het onderdeel beleidsprioriteiten zijn de belangrijkste beleidswijzigingen over 2024 opgenomen. De beleidsbrief hoger onderwijs en wetenschap van 17 juni 20226 zet uiteen hoe het stelsel voor hoger onderwijs en wetenschap versterkt wordt:

(1) versterking van het fundament.Om versterking van het fundament te realiseren richt het beleid zich op de verbetering van toegang tot de nationale en internationale onderzoeksfaciliteiten, het versterken van profilering, samenwerking en gezonde concurrentie door investeringen in Nederlandse topwetenschap en de sectorplannen, het realiseren van internationaal samenwerking tussen instellingen en van afspraken over gezamenlijke thema’s en projecten, toegang tot grondgebied, financiering, uitgangspunten en waarden;(2) ruimte te geven aan divers talent.De werkdruk wordt verlaagd door te investeren in de sectorplannen en starters- en stimuleringsbeurzen die de afhankelijkheid van externe onderzoeksfinanciering verlagen. Daarnaast vindt een cruciale investering plaats in het onderzoeksprogramma Open Competitie van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Er wordt een integrale aanpak opgezet om sociale veiligheid in het onderwijs en onderzoek te verbeteren en een nationaal actieplan ingericht voor meer diversiteit en inclusie in het hoger onderwijs en onderzoek;(3) vergroten van de maatschappelijke impact van hoger onderwijs en onderzoek, en de publieke erkenning hiervan.

In 2024 blijft het Ministerie van OCW zich inzetten op het verbeteren van erkennen en waarderen van wetenschappers en het vergroten van de maatschappelijke impact van kennis uit onderzoek. Zo komt er een nieuwe ronde van de Faculty of Impact. Het Nationaal Expertisecentrum Wetenschap en Samenleving gaat door met het verbinden van het werkveld van wetenschapscommunicatie. Op het gebied van Open Science wordt versneld ingezet door financiering en opdrachtgeverschap van Open Science NL. Ook wordt stevig ingezet op bewustzijn rondom kennisveiligheid. Het Loket Kennisveiligheid wordt doorontwikkeld en aanpalend wordt een learning community opgezet. Ook start een wetgevingstraject Screening Kennisveiligheid en wordt de inzet op cyberveiligheid gecontinueerd.

Een deel van de bovenstaande beleidswijzigingen kent een oorsprong in de middelen vanuit het Fonds voor Onderzoek en Wetenschap, waarmee de achtergebleven investeringen in onderzoek worden ingehaald en de kwaliteit van hoger onderwijs en wetenschap worden versterkt. Met de investeringen wordt tevens een balans bewaakt tussen verschillende wetenschapsgebieden, eerste en tweede geldstroom, en financiering op basis van vertrouwen en rekenschap.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 70 Budgettaire gevolgen van beleid art. 16 (bedragen x € 1.000)
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Verplichtingen

1.668.080

1.987.335

1.683.746

1.608.815

1.612.824

1.595.763

1.606.975

        

Uitgaven

1.438.626

1.687.724

1.739.520

1.650.362

1.653.699

1.637.613

1.648.075

        

Bekostiging

1.295.913

1.409.617

1.389.267

1.382.583

1.376.449

1.372.821

1.371.777

NWO

508.479

565.544

563.764

564.522

562.867

562.630

562.267

KNAW

100.842

106.152

105.320

104.962

104.918

104.875

104.568

KB

59.239

60.756

64.780

62.200

61.198

58.225

56.251

NWO Talentenontwikkeling

165.885

175.486

175.486

175.486

175.486

175.486

175.486

NWO TTW

8.000

8.463

8.463

8.463

8.463

8.463

8.463

NWO Grootschalige researchinfrastructuur

55.380

58.586

58.586

58.586

58.586

58.586

58.586

NWO Praktijkgericht Onderzoek

64.142

61.380

60.380

58.194

58.194

58.194

58.194

Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek

42.070

39.441

21.755

20.239

17.612

17.612

17.012

Poolonderzoek

3.147

3.329

3.234

1.587

1.587

1.587

1.587

Caribisch Nederland

2.500

2.644

2.644

2.644

2.644

2.644

2.644

NWO NWA

137.229

143.141

140.160

139.005

138.199

137.824

137.524

NWO Fonds onderzoek en wetenschap

134.000

168.827

168.827

170.827

170.827

170.827

173.327

NWO Praktijk onderzoek en wetenschap

15.000

15.868

15.868

15.868

15.868

15.868

15.868

Subsidies (regelingen)

28.407

70.280

138.958

56.891

67.504

55.721

67.227

Naturalis Biodiversity Center

7.525

8.509

8.502

8.500

8.499

8.499

8.499

BPRC

11.350

11.989

11.989

11.989

11.989

11.989

11.989

NCWT/NEMO

3.661

4.186

3.991

3.990

3.990

3.990

3.990

STT

239

254

254

254

254

254

254

Stichting AAP

1.124

1.192

1.192

1.192

1.192

1.192

1.192

Nationale coördinatie

3.368

5.022

5.268

5.188

5.710

5.883

5.883

Subsidie Fonds onderzoek en wetenschap

0

3.268

5.229

5.229

5.229

4.951

2.451

Nationaal Groeifonds

1.140

35.860

75.400

16.450

15.850

16.850

16.100

Delta Climate Center

0

0

26.942

3.908

14.600

1.922

16.678

VSC

0

0

191

191

191

191

191

Opdrachten

1.777

9.584

12.591

11.341

9.557

8.882

8.882

Opdrachten

1.777

897

2.156

1.956

1.922

2.906

2.906

Opdrachten Fonds onderzoek en wetenschap

0

8.687

10.435

9.385

7.635

5.976

5.976

Bijdrage aan agentschappen

1.048

82.799

82.798

82.913

82.913

82.913

82.913

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

1.048

964

963

963

963

963

963

RVO Fonds onderzoek en wetenschap

0

81.835

81.835

81.950

81.950

81.950

81.950

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

111.481

115.444

115.906

116.634

117.276

117.276

117.276

EMBC

1.240

1.241

1.317

998

1.317

1.317

1.317

EMBL

5.654

6.539

7.716

8.316

8.916

8.916

8.916

ESA

34.290

35.338

35.338

35.338

35.338

35.338

35.338

CERN

53.602

61.410

60.620

61.071

60.794

60.794

60.794

ESO

16.695

10.804

10.804

10.804

10.804

10.804

10.804

NTU/INL

0

112

111

107

107

107

107

Ontvangsten

0

1.501

101

101

101

101

101

Uitsplitsing verplichtingen
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Verplichtingen

1.668.080

1.987.346

1.683.746

1.608.815

1.612.824

1.595.763

1.606.975

waarvan garantieverplichtingen

‒ 1.137

0

0

0

0

0

0

waarvan overige verplichtingen

1.666.943

1.987.346

1.683.746

1.608.815

1.612.824

1.595.763

1.606.975

De garantieverplichtingen hebben betrekking op een lening van het Biomedical Primate Research Centre. Het Ministerie van OCW staat voor deze lening garant. Deze verplichtingen worden niet geraamd.

Budgetflexibiliteit
Tabel 71 Geschatte budgetflexibiliteit
 

2024

juridisch verplicht

81,3%

bestuurlijk gebonden

18,2%

beleidsmatig gereserveerd

0,4%

nog niet ingevuld/vrij te besteden

0,1%

Van het totale budget voor artikel 16 is in 2024 81,3 procent juridisch verplicht.

Bekostiging

Het beschikbare budget voor 2024 is voor 86,7 procent juridisch verplicht. De verplichtingen hebben betrekking op de betalingen aan de Nationale onderzoeksinstellingen NWO, Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) en Koninklijke Bibliotheek (KB) alsmede bijdragen aan Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO), Poolonderzoek en Caribisch Nederland. De wettelijke grondslag van de bekostiging is vastgelegd in de NWO wetten en de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW).

Het beschikbare budget voor 2024 is voor 13,3 procent bestuurlijk gebonden. Dit zijn middelen van het coalitieakkoord voor het Fonds voor Onderzoek en Wetenschap. De betalingen uit het Fonds voor Onderzoek en Wetenschap zijn aan NWO voor open competitie, roadmap grootschalige wetenschappelijke infrastructuur, toponderzoek, open science, Europese partnerschappen en praktijkgericht onderzoek.

Subsidies

Het beschikbare budget voor 2024 is 96,0 procent juridisch verplicht. Het betreft hier subsidies aan stichtingen en centra met een specifieke rol in de kennisinfrastructuur zoals Naturalis Biodiversity Center, Biomedical Primate Research Centre (BPRC) en Nationaal Centrum voor Wetenschap en Technologie/NEMO. Daarnaast betreft het subsidies van het Nationaal Groeifonds aan Biotech Booster en Einstein Telescope. Deze subsidies zijn op basis van de Kaderregeling van de Ministeries van OCW, SZW en VWS. 

Opdrachten

Van het beschikbare budget voor 2024 is 17,1 procent juridisch verplicht en voor 82,9 procent bestuurlijk gebonden voor de middelen uit het Fonds voor Onderzoek en Wetenschap. Deze verplichtingen hebben betrekking op dienstverleningen tot het doen van beleidsgerichte onderzoeken, evaluaties en ondersteuning van commissies.

Bijdrage aan agentschappen

Het beschikbare budget is voor 1,2 procent juridisch verplicht en voor 98,8 procent bestuurlijk gebonden middelen uit het Fonds voor Onderzoek en Wetenschap. Het betreft verplichtingen ten opzichte van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) voor het uitvoeren van werkzaamheden binnen Horizon Europe en Kennisveiligheid.

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

Het beschikbare budget is voor 100 procent juridisch verplicht. Het betreft hier jaarlijkse contributies aan (inter)nationale organisaties waar Nederland zich middels convenanten meerjarig aan heeft verbonden.

E. Toelichting op de financiële instrumenten

Bekostiging

Het Ministerie van OCW bekostigt de instellingen NWO, KNAW en KB. Met de bekostiging zorgt de Minister dat de instellingen binnen de wettelijke kaders, de missie en doelstellingen kunnen behalen. De doelstellingen van de instellingen zijn gericht op het bevorderen van de kwaliteit van het wetenschappelijke onderzoek in Nederland en het initiëren en stimuleren van nieuwe ontwikkelingen hierin. Het Ministerie van OCW draagt met een structureel karakter bij aan:

  • NWO. De minister bekostigt verschillende taken van NWO. Deze liggen op het vlak van het bevorderen van de kwaliteit van wetenschappelijk onderzoek, het initiëren en stimuleren van nieuwe ontwikkelingen in het wetenschappelijk onderzoek en kennisoverdracht aan de maatschappij. NWO voert deze taken uit door het toewijzen van middelen, met name aan universiteiten maar ook hogescholen. Dit doet NWO via gerichte programma’s binnen de vier domeinen. De programma’s zijn bijvoorbeeld gericht op ongebonden onderzoek en talentontwikkeling, zoals de Vernieuwingsimpuls en de open competitie. Tevens voert NWO het Nationale Wetenschapsagenda-programma uit voor vernieuwend en maatschappelijk relevant onderzoek en coördineert het een deel van de activiteiten in het Kennis- Innovatieconvenant. Daarnaast voert NWO programma’s uit gericht op wetenschappelijke infrastructuur zoals uitvoering van projecten die geselecteerd zijn op grond van de resultaten van de nationale roadmap commissie grootschalige wetenschappelijke infrastructuur. Hiermee kunnen Nederlandse onderzoekers werken met onderzoekfaciliteiten van wereldniveau. Ook ontvangt NWO een aanvullende bekostiging in het kader van praktijkgericht onderzoek. Doel van deze bekostiging is het met wetenschappelijk onderzoek vervullen van een centrale rol binnen de Nederlandse en internationale kennisinfrastructuur door hogescholen en universiteiten;

  • KNAW. De minister bekostigt verschillende taken van KNAW voor onder andere het bevorderen van excellent onderzoek. De KNAW is de plek waar de beste wetenschappers vanuit de volle breedte van het onderzoek hun kennis uitwisselen en delen met de samenleving. Ook ontvangt de KNAW middelen om jonge wetenschappers te steunen om de wetenschap toekomstbestendig te maken. Daarnaast zet de KNAW zich in om de internationale samenwerking te bevorderen en de Nederlandse positie in de internationale wetenschap te versterken door onder meer "science diplomacy";

  • KB. De Minister bekostigt de KB voor zorgdragen van het geschreven woord, met name voor de Nederlandse publicaties, en iedereen in staat te stellen om te lezen, te leren en onderzoek te doen. De KB speelt een centrale rol in de Nederlandse (wetenschappelijke) informatie-structuur en bevordert de duurzame toegang tot digitale informatie in (inter)nationaal verband.

Fonds Onderzoek en Wetenschap: instrumenten NWO

De middelen uit het Fonds Onderzoek en Wetenschap die door NWO worden geïnvesteerd, betreffen de open competitie € 60,0 miljoen, toponderzoek € 20,0 miljoen, Roadmap grootschalige wetenschappelijke infrastructuur € 50,0 miljoen, open science € 20,0 miljoen en  Europese Partnerschappen a € 10,0 miljoen.

De open competitie van NWO is een belangrijk bestaand en bewezen instrument voor excellent, ongebonden onderzoek dat inspeelt op veelbelovende wetenschappelijke ontwikkelingen. Met het budget voor open competitie van jaarlijks € 60,0 miljoen kunnen de komende jaren meer voorstellen van hoge kwaliteit worden gehonoreerd. Een jaarlijks budget van € 20,0 miljoen stelt NWO in staat om daarnaast een gerichte impuls te geven aan enkele wetenschappelijke gebieden waarin Nederland tot de absolute wereldtop behoort of hiertoe de potentie heeft. De investering van € 50,0 miljoen voor nieuwe hoogwaardige onderzoeksinfrastructuren, opwaardering van bestaande infrastructuren en toegang tot internationale infrastructuren, maakt het mogelijk dat Nederlandse onderzoekers excellent onderzoek (blijven) uitvoeren. Met het budget voor de transitie naar open science van € 20,0 miljoen wordt de gaande ontwikkeling kracht bijgezet.

Fonds Onderzoek en Wetenschap: praktijkgericht onderzoek en wetenschap

De investering uit het Fonds voor Onderzoek en Wetenschap in praktijkgericht onderzoek wordt geïnvesteerd in de tweede geldstroom van hogescholen via Regieorgaan SIA (onderdeel van NWO). Van dit bedrag is circa € 10,0 miljoen bestemd voor thematische programmering om de onderzoeksgroepen van hogescholen te verbinden met de landelijke inzet op beoogde maatschappelijke effecten. De overige circa € 5,0 miljoen is bestemd voor de pilot professional doctorate.

Subsidies

Voor het stimuleren en realiseren van de centrale doelstellingen van het onderzoek en wetenschapsbeleid worden diverse subsidies verstrekt aan stichtingen en centra met een specifieke rol in de kennisinfrastructuur. Het gaat hier onder andere om bijdragen aan:

  • Naturalis Biodiversity Center voor onderzoek naar de biodiversiteit en instandhouding van de nationale grootschalige infrastructuur voor biodiversiteitsonderzoek;

  • BPRC voor primatenonderzoek en de huisvestiging van primaten, en subsidie aan de Stichting AAP voor het verzorgen van de opvang van de BPRC chimpansees;

  • Stichting Nationaal Centrum voor Wetenschap- en Techniekpromotie (NCWT) voor het beheren en ontwikkelen van NEMO Science Museum en NEMO Kennislink, het organiseren van het landelijke festival Weekend van de Wetenschap en het ondersteunen van overige gerelateerde landelijke activiteiten op het gebeid van wetenschaps- en technologiecommunicatie en –educatie;

  • Biotech Booster consortium voor het verhogen van het rendement op de valorisatie van wetenschappelijk onderzoek en het versterken van het Nederlandse biotech ecosysteem;

  • Einstein Telescope consortium voor voorbereidende werkzaamheden voor een toekomstige Nederlandse inbreng aan de bouw van de Einstein Telescope, zoals innovatie van de benodigde technologie, locatie-onderzoek, opbouw van een high-tech ecosysteem en organisatie.

Fonds Onderzoek en Wetenschap: subsidies

Uit het Fonds Onderzoek en Wetenschap wordt in 2024 € 1,4 miljoen verstrekt voor een nieuw centrum gericht op wetenschapscommunicatie en € 1,2 miljoen ten behoeve van voorstellen voor Scholars at Risk. Daarnaast wordt € 2,5 miljoen uitgetrokken voor onderzoek en monitoring van sociale veiligheid bij universiteiten.

Wetenschapscommunicatie is van groot belang om de dialoog en samenwerking tussen wetenschap en de samenleving te stimuleren. Een nieuw centrum gericht op wetenschapscommunicatie kan de wetenschapscommunicatie verder stimuleren en versterken door middel van het delen van expertise en het opbouwen van capaciteit hiervoor. De middelen ten behoeve van Scholars at Risk zijn voor initiatieven die mogelijkheden bieden aan wetenschappers die door oorlog of andere bedreigende situaties hun academische carrière niet kunnen voorzetten in hun thuisland. 

Opdrachten

Voor beleidsontwikkeling worden opdrachten verstrekt voor het uitvoeren van diensten. Het gaat hierbij met name om opdrachten voor het beleidsgericht onderzoek en evaluaties.

Fonds Onderzoek en Wetenschap: opdrachten

De post opdrachten betreft de middelen ten behoeve van uitvoering, monitoring, verantwoording en evaluatie van alle instrumenten die worden ingezet om de hoofddoelen van het Fonds voor Onderzoek en Wetenschap te behalen.

Bijdrage aan agentschappen

Hieronder valt de opdracht aan de RVO voor het ondersteunen en stimuleren van een zo groot mogelijk Nederlandse participatie in het EU-Kaderprogramma voor Onderzoek en Innovatie ‘Horizon Europe’.

Fonds Onderzoek en Wetenschap: instrumenten RVO

Een deel van het Fonds Onderzoek en Wetenschap wordt door RVO ingezet voor Matching Horizon Europe (€ 75,0 miljoen) en voor Kennisveiligheid (circa € 2,0 miljoen).

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

Contributies aan grote internationale onderzoeksorganisaties Engineering in Medicine and Biology Society (EMBC), Europees Laboratorium voor Moleculaire Biologie (EMBL), European Space agency (ESA), Conseil Européen pour la Recherche Nucléaire (CERN), European Southern Observatory (ESO) en Nederlandse Taalunie (NTU/INL). Door deelname van Nederland aan deze intergouvernementele organisaties krijgen Nederlandse wetenschappelijke onderzoekers toegang tot unieke grootschalige onderzoeksfaciliteiten en internationale netwerken van toponderzoekers. Deze deelname is mede van groot belang voor het functioneren van het Nederlands nationale onderzoeksbestel.

3.13 Artikel 25. Emancipatie

A. Algemene doelstelling

Het realiseren van gendergelijkheid en gelijkheid wat betreft seksuele oriëntatie, genderidentiteit en geslacht in de Nederlandse samenleving. Dit dient te geschieden op in ieder geval de terreinen: onderwijs, veiligheid, gezondheid, arbeidsmarkt, media, politiek, recht en leefvormen.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De rol van de Minister is primair het wegnemen van belemmeringen voor gender- en lhbtiq+ gelijkheid (lesbische vrouwen, homoseksuele mannen, biseksuelen, transgender en intersekse personen, en alle andere mogelijke manieren waarop mensen zcihzelf, dus hun gender of seksualiliteit kunnen benoemen) en het bevorderen dat relevante wet- en regelgeving waar nodig wordt aangepast. Daarnaast heeft de Minister, vaak samen met de maatschappelijke instellingen, een rol in het agenderen, coördineren, aanjagen en in het ontsluiten van kennis en expertise.

Financieren

De Minister biedt financiële ondersteuning aan maatschappelijke instellingen voor gender- en lhbtiq+ gelijkheid en het monitoren van ontwikkelingen in de samenleving.

Stimuleren

Het instrument dat de Minister ter beschikking heeft, is wet- en regelgeving, zoals de Subsidieregeling gender- en lhbtiq+ gelijkheid 2022-2027 die vanaf 2022 in werking is getreden. Deze regeling voorziet in het verstrekken van subsidies aan strategische partnerschappen voor de realisering van de doelstellingen op gender- en lhbtiq+ gelijkheid. Daarnaast verstrekt de Minister projectsubsidies aan het maatschappelijk middenveld.

Regisseren

Gemeenten ontvangen via decentralisatie-uitkeringen een bijdrage voor de uitvoering van de samenwerkingsafspraken over versterking en uitvoering van het lokale beleid op het gebied van gendergelijkheid en lhbtiq+ gelijkheid. Verder vult de Minister de regisserende rol in door halfjaarlijkse bestuursgesprekken met instellingen over gender- en lhbtiq+-gelijkheid. Daarnaast draagt de Minister bij aan internationale samenwerking met organisaties als Europese Unie, de Raad van Europa en de Verenigde Naties.

C. Beleidswijzigingen

De belangrijkste wijzigingen op het terrein van emancipatie worden beschreven in het onderdeel beleidsprioriteiten.Het Ministerie van OCW zet zich in op drie samenhangende thema’s waarop zich stevige knelpunten voordoen: arbeid, sociale veiligheid en genderdiversiteit en gelijke behandeling.

Uitgangspunt voor emancipatiebeleid is de Emancipatienota 2022-2025 (Kamerstukken II 2022/23, 30420, nr. 374) die eind 2022 is gepubliceerd. Verschillende thema’s komen daarin terug, zoals de inzet op het tegengaan van seksueel grensoverschrijdend gedrag, de maatregelen uit het Regenboogstembusakkoord, genderdiversiteit in de top van de private en (semi)publieke sector en gelijke behandeling voor vrouwen en lhbtiq+-personen.

Om seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld tegen te gaan heeft het kabinet een Nationaal Actieprogramma opgesteld en een regeringscommissaris aangesteld. Het Nationaal Actieprogramma kent diverse maatregelen in alle sectoren van de maatschappij die zich richten op onder andere preventie, wetgeving, omstanders, communicatie en werkgevers.

Er zijn voor deze kabinetsperiode specifieke maatregelen afgesproken waarvoor verschillende departementen verantwoordelijk zijn zich in te spannen: discriminerend geweld aanpakken, wetgeving verbeteren, acceptatie op school bevorderen en afwijzing stoppen, gender en geslacht, internationale inzet, lhbtiq+ emancipatiebeleid. Deze punten zijn verankerd in de Emancipatienota 2022-2025. Inspanning zal worden verricht op het vergroten van haalbaarheid van onder andere de volgende maatregelen: zoveel mogelijk afschaffen van onnodige geslachtregistratie door de overheid, de aanpak van discriminatie wordt een verplicht onderdeel van het curriculum op politieopleidingen, hogere wettelijke straffen bij discriminerend geweld (hate crime-wetgeving) en het aanscherpen van de kerndoelen voor het onderwijs om te zorgen dat scholen acceptatie van lhbtiq+ personen optimaal bevorderen.

Om ongelijkheid op de arbeidsmarkt te bestrijden, werkt het Ministerie van OCW aan een gelijk speelveld tussen mannen en vrouwen en wordt onder andere genderdiversiteit in de top van de private en (semi)publieke sector gestimuleerd. Ook zetten we in op de verbetering van economische zelfstandigheid en financiële onafhankelijkheid van vrouwen door een hogere arbeidsparticipatie van vrouwen te stimuleren. In dat kader worden er verschillende pilots uitgevoerd op het terrein van economische zelfstandigheid. In 2024 worden de resultaten van deze pilots verwacht.

Tot slot, is er extra aandacht voor gelijke behandeling en kansen op gezondheid voor vrouwen en lhbtiq+-personen. Zij moeten de ruimte en vrijheid hebben om zichzelf te kunnen zijn, zonder geconfronteerd te worden met verbaal of fysiek geweld. Daarom worden de ontwikkelingen bijgehouden via de tweejaarlijkse Emancipatiemonitor en de lhbt(iq+)-monitor.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 72 Budgettaire gevolgen van beleid art. 25 (bedragen x € 1.000)
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Verplichtingen

69.628

16.098

7.835

8.725

6.751

7.790

18.787

        

Uitgaven

15.328

25.838

20.965

21.859

19.815

20.924

18.787

        

Bekostiging

7.109

13.263

13.263

13.200

13.137

13.137

11.000

Kennisinfrastructuur: Gender- en lhbti- gelijkheid

7.109

13.263

13.263

13.200

13.137

13.137

11.000

Subsidies (regelingen)

6.929

8.220

4.874

5.448

4.412

4.257

4.257

Lhbti

6

0

0

0

0

0

0

Gender- en lhbti- gelijkheid 2022-2027

6.923

8.220

4.874

5.448

4.412

4.257

4.257

Opdrachten

1.290

3.474

1.947

2.330

1.455

1.710

1.710

Opdrachten

1.290

3.474

1.947

2.330

1.455

1.710

1.710

Bijdrage aan medeoverheden

0

881

881

881

811

1.820

1.820

Gemeentefonds gender- en lhbti- gelijkheid

0

881

881

881

811

1.820

1.820

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

0

0

0

0

0

0

0

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

0

0

0

0

0

0

0

Ontvangsten

355

0

0

0

0

0

0

Budgetflexibiliteit
Tabel 73 Geschatte budgetflexibiliteit
 

2024

juridisch verplicht

65,9%

bestuurlijk gebonden

2,4%

beleidsmatig gereserveerd

21,1%

nog niet ingevuld/vrij te besteden

10,6%

Van het totale budget voor artikel 25 is in 2024 66,0 procent juridisch verplicht.

Bekostiging

Het beschikbare budget voor 2024 is voor 94,0 procent verplicht.

Subsidies

Het beschikbare budget in 2024 is voor 19,2 procent juridisch verplicht. Dit betreft meerjarige projectsubsidies. Voor nadere toelichting wordt verwezen naar de subsidiebijlage.

Opdrachten

Het beschikbare budget voor 2024 is voor 30,0 procent verplicht.

Bijdrage aan medeoverheden

Het beschikbare budget is beleidsmatig 100 procent verplicht.

E. Toelichting op de financiële instrumenten

Bekostiging

Op basis van de Subsidieregeling gender- en LHBTI+- gelijkheid 2022-2027 zijn met ingang van 2023 voor een periode van vijf jaar nieuwe strategisch partnerschappen aangegaan. Dit betreft acht allianties en twee instellingssubsidies voor de bibliotheek- en erfgoedfunctie. Het doel is om met de activiteiten waarvoor subsidie is verleend gender- en lhbtiq+-gelijkheid te realiseren.

Subsidies

Projectsubsidies worden verleend op basis van de Subsidieregeling gender- en lhbti+- gelijkheid 2022-2027.

Opdrachten

De middelen voor opdrachten voor zowel gender- als lhbtiq+-gelijkheid worden besteed aan onder andere onderzoek, verkenningen, evaluaties en symposia.

Bijdrage aan medeoverheden

De programma’s Regenboogsteden en Veilige steden zijn in 2023 voor een nieuwe periode van 4 jaar voortgezet. Gemeenten die actief zijn op het gebied van gender- en lhbtiq+ gelijkheid ontvangen via een decentralisatie-uitkering een bijdrage. De verantwoordelijkheid voor de besteding van deze middelen is belegd bij de gemeenten zelf.

4. Niet-beleidsartikelen

4.1 Artikel 91 Nog Onverdeeld

Doel van dit artikel is het tijdelijk boeken van sector overschrijdende middelen. Zodra een exacte verdeling over de betrokken beleidsartikelen bekend is, worden de middelen naar deze artikelen overgeboekt. Het betreft:

  • loonbijstelling;

  • prijsbijstelling;

  • onvoorzien.

Op deze onderdelen worden dus geen feitelijke uitgaven verantwoord.

Budgettaire gevolgen

Tabel 74 Budgettaire gevolgen art. 91 (bedragen x € 1.000)
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Verplichtingen

0

0

0

0

0

0

10.592

        

Uitgaven

0

0

0

0

0

0

10.592

        

Loonbijstelling

0

0

0

0

0

0

0

waarvan programma

0

0

0

0

0

0

0

waarvan apparaat

0

0

0

0

0

0

0

        

Prijsbijstelling

0

0

0

0

0

0

0

waarvan programma

0

0

0

0

0

0

0

waarvan apparaat

0

0

0

0

0

0

0

        

Onvoorzien

0

0

0

0

0

0

10.592

        

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

4.2 Artikel 95 Apparaat Kerndepartement

Budgettaire gevolgen

Tabel 75 Budgettaire gevolgen art. 95 (bedragen x € 1.000)
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Verplichtingen

310.337

383.580

395.426

399.925

394.828

384.739

386.199

        

Uitgaven

306.653

383.580

395.426

399.925

394.828

384.739

386.199

        

Personele uitgaven

242.670

322.053

329.287

322.512

317.024

307.848

309.308

waarvan eigen personeel

229.634

309.336

316.914

310.455

305.298

295.791

297.251

waarvan externe inhuur

11.032

8.195

7.710

7.489

7.158

7.489

7.489

waarvan overige personele uitgaven

2.004

4.522

4.663

4.568

4.568

4.568

4.568

        

Materiële uitgaven

62.408

61.527

66.139

77.413

77.804

76.891

76.891

waarvan ICT

15.992

7.718

7.275

8.226

8.750

8.109

8.109

waarvan bijdrage aan SSO's

26.246

24.411

24.490

24.556

24.505

24.480

24.480

waarvan overige materiële uitgaven

20.170

29.398

34.374

44.631

44.549

44.302

44.302

        

Begrotingsreserve schatkistbankieren

1.575

0

0

0

0

0

0

        

Toelichting

Op het artikel Apparaat Kerndepartement staan de apparaatsuitgaven van de directies van het kerndepartement, zowel die van de beleidsdirecties als die van de niet-beleidsdirecties, de Rijksdienst Cultureel Erfgoed, de inspecties en de adviesraden van het Ministerie. Daarnaast worden hier de centrale uitgaven voor onder andere huisvesting, automatisering en bijdragen aan Shared Service Organisaties (SSO's) geraamd.

Op dit artikel worden tevens de mutaties op de begrotingsreserve schatkistbankieren geraamd. Het Ministerie van OCW staat garant voor het in gebreke blijven van aan het Ministerie van OCW verbonden instellingen die gebruik maken van de regeling schatkistbankieren. Gegeven de omvang van het budget is er om doelmatigheidsredenen voor gekozen om niet per relevant beleidsartikel een reeks op te nemen, maar dit te doen op het artikel 95 (apparaat kerndepartement). De ontvangen premies van aan het Ministerie van OCW verbonden instellingen worden jaarlijks via het Ministerie van Financiën aan het Ministerie van OCW overgemaakt en dit wordt in de begroting en in de saldibalans in het jaarverslag (toevoeging premie aan gegroeide reserve) verwerkt.

In de volgende tabel zijn de apparaatsuitgaven van het Ministerie van OCW onderverdeeld naar kerndepartement, Rijksdienst Cultureel Erfgoed, Inspectie van het Onderwijs, Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed, Onderwijsraad, Raad voor Cultuur en de Adviesraad voor Wetenschap, Technologie en Innovatie. Daarnaast zijn de apparaatskosten van de baten-lastenagentschappen en Zelfstandigen Bestuursorganen (ZBO’s) weergegeven.

Tabel 76 Totaaloverzicht apparaatsuitgaven/kosten inclusief agentschappen en ZBO's (bedragen x € 1.000)
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Totaal apparaatsuitgaven ministerie1

306.653

383.580

395.426

399.925

394.828

384.739

386.199

Kerndepartement2

176.978

247.251

265.794

264.234

261.979

252.297

253.809

Rijksdienst Cultureel Erfgoed

43.572

46.898

42.162

45.806

44.504

44.390

44.390

Inspectie van het Onderwijs

74.847

77.012

76.544

78.962

77.425

77.132

77.080

Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed

4.536

5.630

5.089

5.088

5.087

5.087

5.087

Onderwijsraad

2.628

2.675

2.685

2.685

2.684

2.684

2.684

Raad voor Cultuur

2.673

3.466

2.514

2.513

2.512

2.512

2.512

Adviesraad voor Wetenschap, Technologie en Innovatie

1.419

648

638

637

637

637

637

        

Totaal apparaatskosten agentschappen3

0

0

0

0

0

0

0

Dienst Uitvoering Onderwijs

       

Nationaal Archief

       
        

Totaal apparaatskosten zbo's

196.687

216.389

212.344

211.865

205.536

198.438

198.438

Stichting Nederlans Fonds voor Podiumkunsten+

7.445

5.704

5.704

5.704

5.704

5.704

5.704

Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie

5.905

4.252

4.252

4.252

4.252

4.252

4.252

Stichting Nederlands Fonds voor de Film

6.133

4.750

4.750

4.750

4.750

4.750

4.750

Stichting Stimuleringsfonds Creatieve Industrie

4.086

2.770

2.770

2.770

2.770

2.770

2.770

Stichting Mondriaan Fonds

6.468

4.337

4.337

4.337

4.337

4.337

4.337

Stichting Nederlands Letterenfonds

3.477

3.302

3.302

3.302

3.302

3.302

3.302

Bureau Architectentregister

1.125

1.125

1.125

1.125

1.125

1.125

1.125

Commissariaat voor de Media

5.332

7.051

6.891

6.891

6.232

6.232

6.232

Nederlands Vlaamse Accreditatie Organisatie

       

Koninklijke Bibliotheek

69.641

77.446

77.446

77.446

77.446

77.446

77.446

Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek

82.975

101.552

97.667

97.188

91.518

84.420

84.420

Stichting Participatiefonds (PF)

       

Stichting Vervangingsfonds (VF)

       

Stimuleringsfonds voor de Journalistiek

700

700

700

700

700

700

700

College voor Toetsen en Examens

       

Nederlandse Publieke Omroep

2.300

2.300

2.300

2.300

2.300

2.300

2.300

Regionale Publieke Omroep

1.100

1.100

1.100

1.100

1.100

1.100

1.100

Stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB)

       
X Noot
1

De cijfers in de tabel zijn niet met elkaar te consolideren aangezien het zowel uitgaven als kosten betreft.

X Noot
2

Het personeel van het CvTE bestaat uit rijksambtenaren, de apparaatskosten van het CvTE zijn dan ook opgenomen in het apparaatsuitgaven van het kerndepartement.

X Noot
3

De apparaatskosten bij de baten-lastendiensten betreffen naast de apparaatskosten in verband met werkzaamheden voor OCW ook de kosten die verband houden met werkzaamheden die voor tweeden en derden worden uigevoerd.

Toelichting

In tabel 76 zijn rechtspersonen met een wettelijke taak (RWT's) waarbij een individuele uitvraag in het veld nodig is, niet opgenomen. Dit betreft ondermeer alle onderwijsinstellingen, academische ziekenhuizen en musea. ZBO's waarbij de gegevens met betrekking tot de apparaatsuitgaven uit hoofde van reguliere bestaande informatiestromen beschikbaar zijn, zijn wel opgenomen.

In onderstaande tabel zijn de apparaatsuitgaven van het kerndepartement weergegeven zoals deze direct toe te rekenen zijn aan de verschillende beleidsterreinen.

Tabel 77 Overzicht apparaatsuitgaven per beleidsterrein budgettaire gevolgen (bedragen x € 1.000)

Beleidsartikel

2024

Totaal apparaat beleidsartikelen

78.458

Primair onderwijs

10.026

Voortgezet onderwijs

14.618

Kansengelijkheid & onderwijsondersteuning

6.519

Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie

8.069

Hoger onderwijs en studiefinanciering

10.526

Internationaal beleid

4.443

Cultuur & media

14.208

Onderzoek en wetenschapsbeleid

6.590

Emancipatie

3.459

5. Begroting agentschappen

5.1 Agentschap Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO)

In deze paragraaf is de begroting opgenomen van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO).

DUO is een agentschap van het Ministerie van OCW, dat ook voor enkele andere ministeries werkt. Voor het Ministerie van OCW voert DUO een groot aantal onderwijswetten en -regelingen uit. Daarnaast vervult DUO voor het Ministerie van SZW taken voor de Wet Inburgering, en beheert het twee registers op het gebied van kinderopvang. Voor het Ministerie van Financiën voert DUO werkzaamheden uit op het gebied van examens voor de Wet op het financieel toezicht (Wft). Verder voert de organisatie taken uit voor het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB), in opdracht van het Ministerie van JenV. Tot slot verzorgt de Shared Service Organisatie (SSO) Noord, sinds 1 januari 2019 onderdeel van DUO, voor diverse opdrachtgevers taken op het gebied van inkoop in het Inkoop Uitvoeringscentrum (IUC), en housing en hosting in het Overheids Datacenter (ODC). DUO is gevestigd in Groningen (hoofdkantoor) en in Den Haag, en heeft dertien servicekantoren en balies en zes toetslocaties verspreid over het land.

Uitgangs- en markeringspunten van belang voor exploitatie DUO

De komende jaren staat het realiseren van de ambities uit het coalitieakkoord in het kader van Werken aan Uitvoering (WaU) bij DUO centraal. De dienstverlening aan alle klanten van DUO wordt verbeterd. Hiertoe wordt geïnvesteerd in het vakmanschap van de medewerkers van DUO, en in de randvoorwaarden die hiervoor ingevuld moeten worden zoals het verder verbeteren van de digitale systemen, informatiehuishouding, implementatie van klantvolgsystemen en de verdere verbetering van de dienstverlening. De huidige spanning op de arbeidsmarkt betekent voor DUO dat vakmensen lastig te vinden zijn en er een prijsopdrijvend effect kan ontstaan.

Tabel 78 Begroting van baten-lastenagentschap voor het jaar 2024 (bedragen x € 1.000)
 

Stand Slotwet 2022

Vastgestelde begroting 2023

2024

2025

2026

2027

2028

Baten

       

- Omzet

414.009

376.684

445.212

443.347

444.563

441.030

447.268

waarvan omzet moederdepartement

332.798

294.581

354.673

352.808

354.024

350.491

356.729

waarvan omzet overige departementen

75.686

76.375

84.128

84.128

84.128

84.128

84.128

waarvan omzet derden

5.525

5.728

6.411

6.411

6.411

6.411

6.411

Rentebaten

147

Vrijval voorzieningen

179

Bijzondere baten

Totaal baten

414.335

376.684

445.212

443.347

444.563

441.030

447.268

        

Lasten

       

Apparaatskosten

384.984

341.972

406.812

400.177

397.643

382.980

388.718

- Personele kosten

263.248

240.659

295.951

292.194

289.167

277.735

281.901

waarvan eigen personeel

200.813

201.268

248.475

245.876

242.726

233.066

236.641

waarvan inhuur externen

53.530

32.049

39.537

38.571

38.659

37.121

37.597

waarvan overige personele kosten

8.905

7.342

7.938

7.747

7.782

7.548

7.662

- Materiële kosten

121.736

101.313

110.862

107.983

108.476

105.245

106.817

waarvan apparaat ICT

36.531

27.228

30.261

29.313

29.446

28.577

29.000

waarvan bijdrage aan SSO's

25.958

25.175

27.219

26.563

26.685

25.882

26.273

waarvan overige materiële kosten

59.247

48.910

53.382

52.107

52.345

50.785

51.544

Rentelasten

51

100

1.100

1.600

2.000

2.500

3.000

Afschrijvingskosten

28.522

33.012

35.700

39.970

43.320

53.950

53.950

- Materieel

11.809

13.000

13.000

13.000

13.000

13.000

13.000

waarvan apparaat ICT

11.281

12.500

12.500

12.500

12.500

12.500

12.500

waarvan overige materiële afschrijvingskosten

528

500

500

500

500

500

500

- Immaterieel

16.713

20.012

22.700

26.970

30.320

40.950

40.950

Overige lasten

1.060

1.500

1.500

1.500

1.500

1.500

1.500

waarvan dotaties voorzieningen

1.060

1.500

1.500

1.500

1.500

1.500

1.500

waarvan bijzondere lasten

Totaal lasten

414.617

376.584

445.112

443.247

444.463

440.930

447.168

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

‒ 282

100

100

100

100

100

100

Agentschapsdeel Vpb-lasten

30

100

100

100

100

100

100

Saldo van baten en lasten

‒ 312

Toelichting

Baten

Omzet moederdepartement

De opbrengst moederdepartement van € 354,7 miljoen betreft de inkomsten voor geleverde diensten en producten aan de opdrachtgever OCW. Van de omzet moederdepartement 2024 is € 237,0 miljoen gerelateerd aan de vijf hoofdproducten, te weten Bekostiging (€ 45,7 miljoen), Studiefinanciering (€ 115,9 miljoen), Examens (€ 30,3 miljoen), Registers (€ 34,0 miljoen) en Informatiediensten (€ 11,1 miljoen). Tevens is in de begroting € 57,6 miljoen opgenomen met betrekking tot WaU (€ 37,7 miljoen) en voor nieuwe taken welke nog geen onderdeel zijn van de lumpsum financiering van het basiscontract (€ 19,9 miljoen). Daarnaast is € 8,0 miljoen opgenomen voor de implementatie van beleidswijzigingen en is er € 52,1 miljoen toegewezen ten behoeve van de vervangingen van het systeemlandschap.

Tabel 79 Omzet moederdepartement (bedragen x € 1 miljoen)

Omzet moederdepartement (x € 1 miljoen)

354,7

waarvan direct gerelateerd aan geleverde producten/diensten

354,7

waarvan productgroep/dienstengroep Bekostiging

45,7

waarvan productgroep/dienstengroep Studiefinanciering

115,9

waarvan productgroep/dienstengroep Examendiensten

30,3

waarvan productgroep/dienstengroep Basisregister

34,0

waarvan productgroep/dienstengroep Informatiediensten

11,1

waarvan productgroep/dienstengroep Overige taken

57,7

waarvan productgroep/dienstengroep Opdrachten

8,0

waarvan productgroep/dienstengroep Vervangingen (LCM)

52,1

Omzet overige departementen

De omzet Overige Departementen (€ 84,1 miljoen) betreft opbrengsten in verband met uitvoering inburgeringstaken (€ 40,1 miljoen) en uitvoering landelijk register kinderopvang (€ 9,4 miljoen) voor het Ministerie van SZW, werkzaamheden ten behoeve van het examen Wet financieel toezicht (€ 2,1 miljoen) in opdracht van het Ministerie van Financiën, print- en couverteerwerkzaamheden ten behoeve van het CJIB van het Ministerie van JenV (€ 1,7 miljoen) en compensatie van loonkosten voor gedetacheerde medewerkers (€ 0,8 miljoen). Daarnaast is € 30,0 miljoen aan omzet opgenomen in verband met werkzaamheden uitgevoerd binnen de SSO Noordwelke onder DUO valt. Het betreft hier werkzaamheden voor de Ministeries van BZK (€ 10,5 miljoen), JenV (€ 9,9 miljoen), EZK (€ 4,6 miljoen), VWS (€ 3,6 miljoen), IenW (€ 0,6 miljoen), en Financiën (€ 0,3 miljoen) en overige klanten (€ 0,5 miljoen).

Omzet derden

De omzet derden (€ 6,4 miljoen) betreft met name om te innen leges voor OCW examens (€ 3,5 miljoen), leges voortvloeiende uit diverse overige OCW taken (€ 0,1 miljoen) en opbrengsten voor het uitvoeren van werkzaamheden binnen de SSO Noord (€ 1,7 miljoen) en overige opbrengsten (€ 1,1 miljoen).

Lasten

Personele kosten

De begrote personele kosten bedragen € 260,0 miljoen en betreffen de kosten van eigen personeel (€ 248,5 miljoen) op basis van de gemiddelde loonkosten, de kosten voor externe inhuur (€ 39,5 miljoen) en een reële inschatting van de overige personele kosten zoals opleidingsbudget en reiskosten (€ 7,9 miljoen). DUO is voortdurend bezig met het verambtelijken van relatief dure externen op het gebied van automatisering naar «goedkopere» ambtenaren om zodoende meer eigen kennisopbouw en kostenreductie te realiseren. Vanwege, onder andere, de schaarste van ICT-personeel op de arbeidsmarkt en de toename van het werkpakket bij DUO, is de verwachting dat dit minder succesvol zal zijn dan in voorgaande jaren en dat de post externen inhuur beperkt tot niet zal afnemen.

Materiële kosten

De begrote materiële kosten bedragen € 110,9 miljoen en betreffen onder andere de ICT gerelateerde apparaatskosten (€ 30,3 miljoen) zoals de kosten voor het rekencentrum en kosten ten behoeve van beheer, onderhoud en ontwikkeling van ICT-systemen.

Daarnaast is een bijdrage aan Shared Service Organisaties (SSO’s) (€ 27,2 miljoen) begroot. De begrote overige materiële lasten (€ 53,4 miljoen) betreffen kosten voor externe diensten (zoals deurwaarderskosten, automatisering en detacheringen), kosten voor examens (zoals drukwerk en vergoedingen voor examinatoren en surveillanten), communicatiekosten, portokosten en kosten met betrekking tot de huisvesting.

Rentelasten

De begrote rentelasten bedragen € 1,1 miljoen en betreft de vergoeding voor de aangetrokken leningen bij het Ministerie van Financiën. Deze leningen worden gebruikt ter financiering van vervangingen in het systeemlandschap.

Afschrijvingskosten

De begrote afschrijvingskosten bedragen € 35,7 miljoen en betreffen afschrijvingskosten uit hoofde van materiële en immateriële vaste activa. De stijging in 2024 en verder hangt samen met de geplande investeringen in immateriële vaste activa (vervanging ICT-landschap) voor de komende jaren.

Overige lasten

De begrote overige lasten bedragen € 1,5 miljoen en betreft de verwachte dotatie aan de personele voorzieningen (zoals wachtgeld, flexibel pensioen en uittreden en maatwerk).

Tabel 80 Kasstroomoverzicht over het jaar 2024 (bedragen x € 1.000)
  

Stand Slotwet 2022

Vastgestelde begroting 2023

2024

2025

2026

2027

2028

1.

Rekening courant RHB 1 januari +  depositorekeningen

49.431

17.519

20.231

20.231

20.231

20.231

20.231

 

+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom

428.526

376.684

445.212

443.347

444.563

441.030

447.268

 

-/- totaal uitgaven operationele kasstroom

‒ 399.492

‒ 341.972

‒ 409.512

‒ 403.377

‒ 401.243

‒ 387.080

‒ 393.318

2.

Totaal operationele kasstroom

29.034

34.712

35.700

39.970

43.320

53.950

53.950

 

-/- totaal investeringen

‒ 48.788

‒ 59.700

‒ 73.600

‒ 73.600

‒ 73.600

‒ 73.600

‒ 73.600

 

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

3.

Totaal investeringskasstroom

‒ 48.788

‒ 59.700

‒ 73.600

‒ 73.600

‒ 73.600

‒ 73.600

‒ 73.600

 

-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement

 

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

 

-/- aflossingen op leningen

‒ 16.273

‒ 20.000

‒ 35.700

‒ 39.970

‒ 43.320

‒ 53.950

‒ 53.950

 

+/+ beroep op leenfaciliteit

25.100

47.700

73.600

73.600

73.600

73.600

73.600

4.

Totaal financieringskasstroom

8.827

27.700

37.900

33.630

30.280

19.650

19.650

5.

Rekening courant RHB 31 december + stand  depositorekeningen (=1+2+3+4)

38.504

20.231

20.231

20.231

20.231

20.231

20.231

Toelichting

Kasstroomoverzicht

De operationele kasstroom is het saldo van ontvangsten van het moederdepartement, overige departementen en derden waar uitgaven aan leveranciers en personeel tegenover staan. Het totaal van investeringen (onder andere apparatuur voor het rekencentrum: aanschaf servers en storageapparatuur en investeringen in immateriële vaste activa) is gelijk aan de zogenoemde vervangingsinvesteringen voor de materiële vaste activa en uitbreidingsinvesteringen voor het ICT-landschap. De investeringen in de vaste activa worden gedekt via een beroep op de leenfaciliteit. Onder de «aflossingen op leningen» is de aflossing opgenomen voor de leningen welke ten behoeve van de vervanging van het systeemlandschap zijn opgenomen. De stijging van het beroep op de leenfaciliteit hangt samen met de investeringen in het ICT-landschap. Voor 2024 zal bij de voorjaarsnota een leenfaciliteit worden aangevraagd van € 73,6 miljoen. Hiervan is € 44,4 miljoen ten behoeve van de investeringen in zelfontwikkelde software ten behoeve van het ICT-landschap en de overige € 29,2 miljoen ten behoeve van aangekochte computerhardware en -software en overige inventaris.

Kapitaaluitgaven

Tabel 81 Specificatie kapitaaluitgaven agentschap DUO 2024 (bedragen x € 1.000)

Investeringen gebouw

0

Kantoormeubilair

0

Kantoormachines

0

Automatiseringsapparatuur

29.200

Depotinrichting

0

App. conservering & restauratie

0

Inrichting studiezaal

0

Zelfontwikkelde software

44.400

Totaal investeringen

73.600

Eenmalige uitkering aan moederdepartement

0

Aflossing op leningen

35.700

Beroep op leenfaciliteit

0

Totaal financieringskasstroom

35.700

Totaal Kapitaaluitgaven

109.300

Doelmatigheid

De basisindicatoren voor het bepalen van de doelmatigheid zijn de kostprijs en kwaliteit per product of dienst. Conform het overzicht met doelmatigheidsindicatoren stuurt DUO op gelijkblijvende kosten bij een verbeterde dienstverlening. De kwaliteitsverbetering zal onder andere ontstaan door de investeringen in het ICT-landschap. Daarnaast heeft de invoering van de Life Cycle Management (LCM) systematiek binnen DUO geleid tot een situatie waarin van grote eenmalige projectinvesteringen zijn vervangen voor structurele investeringen welke over langere tijd worden afgeschreven. Dit is zichtbaar in de post «vervangingskosten», zijnde de niet activeerbare ontwikkelkosten van de vervangingen inclusief de afschrijvingen en de post «immateriële vaste activa» welke de omvang van het ICT-landschap weerspiegelt.

DUO streeft naar doelmatig gebruik van ICT-systemen, door te sturen op een stabilisering en uiteindelijke daling van de omvang van haar ICT-landschap. DUO bereikt dit door «slim» te vervangen en te komen tot een onder architectuur ontwikkeld, modern, simpel en kleiner ICT-landschap. DUO stuurt op stabilisering van de kosten van onderhoud. Onder onderhoud wordt verstaan datgene wat nodig is voor instandhouding van de geautomatiseerde uitvoeringsprocessen. DUO realiseert dit door (verouderde) systemen tijdig te moderniseren en te vervangen. Daarnaast stuurt DUO op doelmatigheid bij overheadkosten. Daar waar in het verleden een percentage van boven de 20% is gerealiseerd wil DUO voor de komende jaren dalen naar 20% overhead ten opzichte van de totale kosten.

Tabel 82 Overzicht doelmatigheidsindicatoren
 

Slotwet 2022

Vastgestelde begroting 2023

2024

2025

2026

2027

2028

Omschrijving Generiek Deel

       

Omzet Bekostiging Instellingen

19%

100,0

100,0

100,0

100,0

100,0

100,0

Omzet Studiefinanciering

47%

100,0

100,0

100,0

100,0

100,0

100,0

Omzet Examendiensten

15%

100,0

100,0

100,0

100,0

100,0

100,0

Omzet Basisregisters

15%

100,0

100,0

100,0

100,0

100,0

100,0

Omzet Informatiediensten

5%

100,0

100,0

100,0

100,0

100,0

100,0

Totaal basiscontract excl. LCM

 

100,0

100,0

100,0

100,0

100,0

100,0

        

Vervangingskosten

35,9

100

112

122

129

142

142

Kosten met betrekking tot onderhoud en beheer

44,5

100

100

100

100

100

100

Immateriële vaste activa (x1 mln)

€ 111,6

€ 133,6

€ 147,3

€ 158,2

€ 165,7

€ 167,7

€ 166,6

        

Overheadkosten t.o.v. de totale kosten (%)

22%

20%

20%

20%

20%

20%

20%

        

FTE

       

FTE-Intern

2.719

2.735

3.213

3.183

3.146

3.032

3.074

FTE-Extern

481

222

271

266

266

258

260

        

Tarieven/uur

       

ICT gerelateerd

€ 121,50

€ 121,50

€ 132,00

€ 132,00

€ 132,00

€ 132,00

€ 132,00

Overige uren

€ 82,00

€ 82,00

€ 87,00

€ 87,00

€ 87,00

€ 87,00

€ 87,00

        

Saldo baten en lasten (%)

100,00%

0,00%

0,00%

0,00%

0,00%

0,00%

0,00%

        

Kwaliteitsindicatoren

       

Klantcontact digitaal

6,7

6,5

6,5

6,5

6,5

6,5

6,5

Klantcontact traditioneel

7,4

7,0

7,0

7,0

7,0

7,0

7,0

Toelichting doelmatigheidsindicatoren

Omzet/kostprijs per product

DUO aggregeert haar werkzaamheden in de going concern (basiscontract) naar vijf producten, te weten Bekostiging, Studiefinanciering, Examens, Registers en Informatiediensten. Zoals blijkt uit bovenstaande tabel streeft DUO voor de komende jaren naar gelijkblijvende prijzen bij een verbeterde dienstverlening en een kwaliteitsverbetering door de investeringen in het ICT-landschap.

Daarnaast heeft DUO de effecten van Life Cycle Management inzichtelijk gemaakt door de niet activeerbare ontwikkelkosten van de vervangingen (vervangingskosten) van de immateriële vaste activa (IMVA) op te nemen. Ook is in de tabel de balanspost «immateriële vaste activa» opgenomen om de omvang van het ICT-landschap weer te geven (dit betreft specifiek de zelfontwikkelde IMVA). Doelmatigheid wordt bereikt door de omvang van het ICT-landschap uiteindelijk af te vlakken en te stabiliseren en de onderhouds- en beheerkosten niet verder te laten stijgen. In 2024 zit DUO op het gewenste investeringsniveau per jaar waarbij na 2027 de afschrijvingslasten gelijk zijn aan het investeringsniveau en de balanspost immateriële vaste activa niet verder toeneemt.

Immateriële vaste activa

Om de omvang van het ICT-landschap te meten wordt de balanspost immateriële vaste activa opgenomen als indicator. Hierin zijn alle zelf ontwikkelde software opgenomen. Deze post zal komende jaren stijgen en rond 2027 stabiliseren rond € 166 miljoen. Deze ontwikkeling houdt geen rekening met eventuele uitbreidingsinvesteringen als gevolg van nieuw beleid of afwaarderingen van bestaande systemen. De ontwikkeling van deze balanspost dient te worden beoordeeld in relatie tot de indicator kosten met betrekking tot onderhoud en beheer.

Kosten met betrekking tot onderhoud en beheer

Door het tijdig en slim vervangen van het systeemlandschap streeft DUO naar een gelijkblijvend onderhoud en beheer wat het gelijkblijvende indexgetal van 100 representeert.

Overheadkosten t.o.v. de totale kosten (%)

Deze indicator drukt de overhead uit als percentage van de totale kosten. Daar waar in het verleden een percentage van boven de 20% is gerealiseerd wil DUO voor de komende jaren dalen naar 20% overhead ten opzichte van de totale kosten.

FTE totaal

De stijging van het personeel ten opzichte van 2023 hangt enerzijds samen met de toekenning van de structurele middelen voor onderhoud en vervanging van het systeemlandschap en uitbreiding van de basisdienstverlening en werkzaamheden voor overige departementen. Daarnaast is de verwachting dat, vanwege de schaarste van ICT personeel en de toename van het werkpakket bij DUO, de verambtelijking van externen minder succesvol zal zijn.

De gepresenteerde FTE’s betreft eveneens een deel van de bezetting welke werkzaam is ten behoeve van de ontwikkeling van software in eigen beheer, welke financieel gezien worden aangemerkt als een investering in immateriële vaste activa. Ten slotte geldt dat een fors deel van de stijging in FTE’s het gevolg is van additionele werkzaamheden welke voortvloeien Parlementaire Onderzoekscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) en WaU.

Tarieven

Projecttarief per uur: Het projecttarief per uur (€ 132,00) is een gemiddeld uurtarief ten behoeve van systeem- en procesaanpassingen.

Meerwerktarief per uur: Voor niet ICT-gerelateerde inzet geldt een lager tarief van € 87,00 per uur. De tarieven representeren een stijging ten opzichte van het voorgaand jaar passend in de loon- en prijsontwikkeling.

Kwaliteitsindicatoren

Voor de Klanttevredenheid Klantcontact digitaal is de norm 6,5 en voor de Klanttevredenheid klantcontact traditioneel is de norm 7,0. Het betreft hier respectievelijk de tevredenheid van individuele klanten op de kanalen Mijn DUO en de website (digitaal) en tevredenheid op de kanalen telefonie, email en balie (traditioneel), op een schaal van 1 tot en met 10.

5.2 Agentschap Nationaal Archief (NA)

5.2.1. Algemene toelichting

Het Nationaal Archief beheert de archieven van de Rijksoverheid en archieven van maatschappelijke organisaties en individuele personen die van nationaal belang zijn (geweest). In de depots ligt bijna duizend jaar geschiedenis van Nederland opgeslagen in archieven en in duizenden kaarten, tekeningen en foto’s.

De missie van het Nationaal Archief is het dienen van ieders recht op informatie en het geven van inzicht in het verleden van ons land door inzet voor een sterk archiefbestel, een afgewogen beleid voor archiefwaardering en selectie en optimale zorg voor alle rijksarchieven en de nationale archiefcollectie in Den Haag te beheren en onsite en online te presenteren.

Nationaal Archief en Regionale Historische Centra

Op basis van de Archiefwet 1995 heeft de Minister van OCW een specifieke verantwoordelijkheid voor alle rijksarchiefbewaarplaatsen, zijnde het Nationaal Archief in Den Haag en elf rijksarchiefbewaarplaatsen in de provinciehoofdsteden. De archiefbewaarplaatsen in de provinciehoofdsteden maken deel uit van de Regionale Historische Centra (RHC’s). De RHC’s zijn zelfstandige openbare lichamen, die vanuit het Rijk en andere partners een financiële bijdrage ontvangen. De rijksbijdragen aan de afzonderlijke RHC’s zijn onderdeel van artikel 14 (cultuur) van de begroting van het Ministerie van OCW.

Tabel 83 Begroting van baten-lastenagentschap voor het jaar 2024 (bedragen x € 1.000)
 

Stand Slotwet 2022

Vastgestelde begroting 2023

2024

2025

2026

2027

2028

Baten

       

Omzet

54.460

52.185

61.800

61.500

62.400

61.500

60.600

waarvan omzet moederdepartement

52.814

47.085

56.600

56.300

57.200

59.800

58.900

waarvan omzet overige departementen

11

3.900

3.900

3.900

3.900

400

400

waarvan omzet derden

1.635

1.200

1.300

1.300

1.300

1.300

1.300

Vrijval voorzieningen

0

0

0

0

0

0

0

Mutatie projectgelden

0

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

0

0

0

0

0

0

0

Rentebaten

52

0

0

0

0

0

0

Totaal baten

54.512

52.185

61.800

61.500

62.400

61.500

60.600

        

Lasten

       

Apparaatskosten

45.843

50.362

59.380

59.080

59.980

59.080

58.180

Personele kosten

26.978

26.240

30.700

31.700

32.700

32.700

32.700

waarvan eigen personeel

21.008

22.740

26.700

27.700

28.700

28.700

28.700

waarvan inhuur externen

5.139

2.500

3.000

3.000

3.000

3.000

3.000

waarvan overige personele kosten

831

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

Materiële kosten

18.865

24.122

28.680

27.380

27.280

26.380

25.480

waarvan apparaat ICT

786

1.200

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

waarvan bijdrage aan SSO's

5.850

6.500

6.500

7.000

7.000

7.000

7.000

waarvan overige materiële kosten

12.229

16.422

21.180

19.380

19.280

18.380

17.480

Afschrijvingskosten

2.293

1.813

2.400

2.400

2.400

2.400

2.400

Materieel

2.293

1.663

2.400

2.400

2.400

2.400

2.400

waarvan apparaat ICT

108

150

200

200

200

200

200

Immaterieel

0

0

0

0

0

0

0

Dotaties voorzieningen

256

0

0

0

0

0

0

Overige kosten

0

0

0

0

0

0

0

Bijzondere lasten

0

0

0

0

0

0

0

Rentelasten

7

10

20

20

20

20

20

Totaal lasten

48.399

52.185

61.800

61.500

62.400

61.500

60.600

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

6.113

0

0

0

0

0

0

Agentschapsdeel Vpb-lasten

0

0

0

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten

6.113

0

0

0

0

0

0

Toelichting

Baten

Omzet moederdepartement

De omzet van het moederdepartement betreft de inkomsten van het Nationaal Archief voor de geleverde producten en diensten. Deze bestaan uit structurele middelen voor de primaire activiteiten en middelen voor projectmatige activiteiten. 

Tabel 84 Omzet moederdepartement per productgroep/dienstgroep (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie 2022

Vastgestelde begroting 2023

2024

2025

2026

2027

2028

Fysiek archief

12.900

11.000

12.500

12.500

12.500

13.000

13.000

Digitaal archief

11.200

10.400

12.500

12.500

12.500

13.500

13.500

Publiek

9.500

10.500

10.000

10.000

10.000

10.300

10.000

Digitalisering

11.200

10.100

13.200

12.900

13.800

14.200

13.600

Kennis en advies

8.000

5.100

8.400

8.400

8.400

8.800

8.800

Totaal

52.800

47.100

56.600

56.300

57.200

59.800

58.900

De bijdrage 2024 van het moederdepartement stijgt ten opzichte van voorgaande jaren vanwege de loon- en prijscompensatie en een nieuwe systematiek voor de bijdragen aan projectkosten en -investeringen. Daarnaast zijn er de komende jaren middelen voor het programme Werk aan Uitvoering beschikbaar gesteld.

Omzet overige departementen

Het Nationaal Archief fungeert als rijksarchiefbewaarplaats in de provincie Zuid-Holland en ontvangt daarvoor een jaarlijkse bijdrage. Daarnaast ontvangt het Nationaal Archief projectmiddelen van andere ministeries.

Omzet derden

De omzet derden bestaat hoofdzakelijk uit inkomsten van derde partijen voor specifieke producten en diensten.

Lasten

Personele kosten

De personele kosten zijn gebaseerd op een formatie van circa 240–300 fte. In 2024 tot en met 2028 blijft de personele inzet op een niveau waarop het Nationaal Archief met voldoende kwaliteit diensten en producten kan leveren.

Materiële kosten

Dit betreffen onder andere de huisvestingskosten zoals de huurkosten en servicekosten samenhangend met de huisvesting en kantoorautomatisering. Tevens zijn onder deze post de materiële uitgaven opgenomen die worden gedaan in het primaire proces, zoals voor het fysieke depot, de digitale taken rijksarchieven, tentoonstellingen, dienstverlening en in projecten.

Afschrijvingskosten

Forse nieuwe investeringen in het fysieke depot en e-Depot zijn de komende jaren niet te verwachten, omdat deze recent zijn gedaan en er geen investeringen verwacht worden op basis van de huidige prognose. Er zijn wel vervangingsinvesteringen in met name de ICT-hardware voorzien in de periode 2024–2028.

Rentelasten

Over de leningen is rente verschuldigd. Deze rente is naar verwachting hoger dan in de voorgaande jaren.

Tabel 85 Kasstroomoverzicht over het jaar 2024 (bedragen x € 1.000)
  

Stand Slotwet 2022

Vastgestelde begroting 2023

2024

2025

2026

2027

2028

1.

Rekening courant RHB 1 januari +  depositorekeningen

31.628

15.692

16.311

12.331

13.531

14.631

15.611

 

+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom

53.441

45.739

61.800

61.500

62.400

61.500

60.600

 

-/- totaal uitgaven operationele kasstroom

‒ 55.560

‒ 43.771

‒ 59.380

‒ 59.080

‒ 59.980

‒ 59.080

‒ 58.180

2.

Totaal operationele kasstroom

‒ 2.119

1.968

2.420

2.420

2.420

2.420

2.420

 

-/- totaal investeringen

‒ 2.061

‒ 900

‒ 1.200

‒ 1.000

‒ 1.200

‒ 1.400

‒ 1.200

 

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

0

0

0

0

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

‒ 2.061

‒ 900

‒ 1.200

‒ 1.000

‒ 1.200

‒ 1.400

‒ 1.200

 

-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement

‒ 3.191

0

‒ 5.300

0

0

0

0

 

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

 

-/- aflossingen op leningen

‒ 1.147

‒ 1.349

‒ 1.100

‒ 1.220

‒ 1.320

‒ 1.440

‒ 1.580

 

+/+ beroep op leenfaciliteit

600

900

1.200

1.000

1.200

1.400

1.200

4.

Totaal financieringskasstroom

‒ 3.738

‒ 449

‒ 5.200

‒ 220

‒ 120

‒ 40

‒ 380

5.

Rekening courant RHB 31 december + stand  depositorekeningen (=1+2+3+4)

23.710

16.311

12.331

13.531

14.631

15.611

16.451

Toelichting

De operationele kasstroom is positief vanwege de bijdrage van het moederdepartement voor de afschrijving van nieuwe investeringen en bestaande activa die voorheen met investeringsbijdragen van het Ministerie van OCW waren gefinancierd.

Voor de investeringen wordt een beroep gedaan op de leenfaciliteit bij het Ministerie van Financiën. De financieringskasstroom betreft verder de aflossing op leningen die zijn aangegaan ten behoeve financiering van de verbouwing van de publieke ruimte, het fysieke depot en investeringen in ICT.

Kapitaaluitgaven

Tabel 86 Specificatie kapitaaluitgaven agentschap NA 2024 (bedragen x € 1.000)

Investeringen gebouw

400

Kantoormeubilair

200

Kantoormachines

0

Automatiseringsapparatuur

500

Depotinrichting

100

App. conservering & restauratie

0

Inrichting studiezaal

0

Totaal investeringen

1.200

Eenmalige uitkering aan moederdepartement

5.300

Aflossing op leningen

1.100

Totaal financieringskasstroom

6.400

Kapitaaluitgaven

7.600

Tabel 87 Overzicht doelmatigheidsindicatoren
 

Stand Slotwet 2022

Vastgestelde begroting 2023

2024

2025

2026

2027

2028

Omschrijving Generiek Deel

       

Gemiddeld gewogen kostprijs per productgroep:

       

- de (gem) prijs per km fysiek archief (capaciteit)1

18

20

21

21

21

21

21

- de (gem) prijs per Terabyte digitaal archief (capaciteit)1

1.253

1.300

1.300

1.300

1.300

1.300

1.300

Gemiddeld gewogen uurtarief intern personeel: primaire taken - activiteiten2

61

60

62

62

62

62

62

Aantal FTE:formatie op lumpsum en projecten

275

220-240

240-300

240-300

240-300

240-300

240-300

Saldo van baten en lasten

6.113.292

0

0

0

0

0

0

Ontwikkeling aantallen bezoekers:

       

- bezoekers

5.456

20.000

20.000

20.000

20.000

20.000

20.000

- onderwijs

4.931

13.000

13.000

13.000

13.000

13.000

13.000

- studiezaal - bezoekers

10.139

12.000

12.000

12.000

12.000

12.000

12.000

- studiezaal - raadplegingen archiefstukken

112.986

100.000

100.000

100.000

100.000

100.000

100.000

- Website Nationaal Archief

1.921.015

2.000.000

2.000.000

2.000.000

2.000.000

2.000.000

2.000.000

Cijfer bezoeker tevredenheid:3

nvt

 

7,5

 

7,5

 

7,5

Voldoen aan webrichtlijnen Rijk:(1-2-3- sterren)4

***

***

***

***

***

***

***

Beschikbaarheid - bereikbaarheidorganisatie:

       

- fysieke dienstverlening; geopend:

       

- informatiecentrum en studiezaal

di t/m vr

di t/m vr

di t/m vr

di t/m vr

di t/m vr

di t/m vr

di t/m vr

- tentoonstelling

di t/m zo

di t/m zo

di t/m zo

di t/m zo

di t/m zo

di t/m zo

di t/m zo

- ontvangst schoolgroepen

ma t/m vr

ma t/m vr

ma t/m vr

ma t/m vr

ma t/m vr

ma t/m vr

ma t/m vr

- Digitale dienstverlening eDepot(basisdienstverlening):

       

- helpdesk openingstijden opwerkdagen

8:30-17:00

8:30-17:00

8:30-17:00

8:30-17:00

8:30-17:00

8:30-17:00

8:30-17:00

X Noot
1

Uitgaande van de kosten / beschikbare capaciteit.

X Noot
2

Op basis van verantwoording uurtarieven jaarrekening 2017.

X Noot
3

Per twee jaar wordt een landelijk onderzoek gedaan door de branchevereniging archiefveld naar de kwaliteit van de dienstverlening.

X Noot
4

Betreft de toekenning van het drempelvrij keurmerk; toekenning op basis van een jaarlijks onderzoek; toekenning in de vorm van een jaarlijks certificaat met waardering in aantal sterren (1-2-3- sterren).

Toelichting

Het Nationaal Archief heeft een infrastructuur voor producten en diensten voor digitale archivering. Aan de dienstverlening van het Archief is een kostprijsmodel verbonden dat inzichtelijk maakt tegen welke kosten producten en diensten kunnen worden afgenomen. De in de tabel benoemde kostprijzen zijn gebaseerd op het kostprijsmodel van digitale archieven uit 2020.

6. Bijlagen

Bijlage 1: Rechtspersonen met een Wettelijk Taak en Zelfstandige Bestuursorganen

Tabel 88 Overzicht Rechtspersonen met een Wettelijke Taak en Zelfstandige Bestuursorganen (vallend onder Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (bedragen x € 1.000)

Naam organisatie

RWT/ZBO

Begrotingsartikel

Begrotingsramingen

Uitgevoerde evaluatie ZBO onder Kaderwet

Volgende evaluatie ZBO

Stichting Nederlans Fonds voor Podiumkunsten+

ZBO

14

75.870,0

2018 (visitatierapport)

2023

Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie

ZBO

14

46.653,6

2018 (visitatierapport)

2023

Stichting Nederlands Fonds voor de Film

ZBO

14

69.016,2

2019 (visitatierapport)

2023

Stichting Stimuleringsfonds Creatieve Industrie

ZBO

14

23.402,2

2018 (visitatierapport)

2023

Stichting Mondriaan Fonds

ZBO

14

42.858,0

2018 (visitatierapport)

2023

Stichting Nederlands Letterenfonds

ZBO

14

15.330,7

2018 (visitatierapport)

2023

Bureau Architectentregister

ZBO

14

465,0

2019 (evaluatierapport)

nog niet bekend

Commissariaat voor de Media

ZBO

15

6.981,0

  

Nederlands Vlaamse Accreditatie Organisatie

ZBO

6

5.336

  

Koninklijke Bibliotheek

ZBO

14, 16

140.589,0

 

2024

Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek

ZBO

6, 16

1.251.664

 

2025

Stichting Participatiefonds

ZBO

1

1.971,8

Voorzien na modernisering1

 

Stichting Vervangingsfonds

ZBO

1

2.730,2

  

Stimuleringsfonds voor de Journalistiek

ZBO

15

3.005,0

  

College voor Toetsen en Examens

ZBO

1, 3, 4

16.818,0

2020

2025

Nederlandse Publieke Omroep

ZBO

15

917.872,0

  

Regionale Publieke Omroep

ZBO

15

182.083,0

  

Stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven

ZBO

4

82.802

2020

2025

Nationaal Coördinatiepunt NLQF

ZBO

4

921

Nvt

Nog onbekend ivm beoogde inwerkingtreding juli 2024

Nationaal Agentschap Erasmus+

ZBO

8

4.339,0

  

Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen

RWT

16

105.320,0

 

2025

Instellingen die onder de Erfgoedwet vallen

RWT

14

247.909,6

Geen visitatierapport ingeregeld voor periode 2021-2024

2023

Bevoegde gezagsorganen primair onderwijs

RWT

1

14.047.344,0

  

Bevoegde gezagsorganen voortgezet onderwijs

RWT

3

10.520.919,0

  

Regionale opleidingscentra, agrarische opleidingscentra en vakinstellingen

RWT

4

4.078.966

  

Instellingsbesturen hogescholen

RWT

6

4.335.865

  

Instellingsbesturen universiteiten

RWT

7

6.242.751,0

  

Academische Ziekenhuizen

RWT

7

804.295

  

Stichting Cito

RWT

1, 3,4

32.072,0

2021

2026

Stichting SLO

RWT

3

10.850,0

2021

2026

X Noot
1

De wetswijziging beëindiging Vervangingsfonds (VF) en modernisering Participatiefonds (PF) is aangenomen (Stb. 2021, 538). In het licht van beëindiging van de wettelijke taak van het VF wordt geen evaluatie meer uitgevoerd. Ingevolge de wet behoudt het PF de status van privaatrechtelijke ZBO, maar de wettelijke taken van dit fonds worden gemoderniseerd. De modernisering, waarvan de inwerkingtreding vanwege COVID-19 vertraging heeft opgelopen, leidt tot een meer activerend beleid om in het primair onderwijs de instroom in werkloosheid te beperken en uitstroom daaruit te bevorderen. In de toelichting van de wet wordt aangegeven dat het gemoderniseerde PF binnen 3 jaar wordt geëvalueerd.

Stichting Nederlands Fonds voor Podiumkunsten+Het fonds ondersteunt alle vormen van professionele podiumkunsten in Nederland: muziek, theater, muziektheater en dans. Het stimuleren van innovatie in de keten van scheppen, productie, distributie en afname is een speciale taak van het fonds.

Stichting Fonds voor CultuurparticipatieHet fonds stimuleert de actieve deelname aan het culturele leven van inwoners van Nederland, in al hun diversiteit, ongeacht leeftijd, herkomst, opleiding en woonplaats op het gebied van amateurkunst, cultuureducatie en volkscultuur.

Stichting Nederlands Fonds voor de FilmHet fonds stimuleert de filmproductie in Nederland, met de nadruk op kwaliteit en diversiteit en bevordert een goed klimaat voor de Nederlandse filmcultuur.

Stichting Stimuleringsfonds Creatieve IndustrieHet fonds voert verschillende subsidieregelingen uit die zijn gericht op kennisontwikkeling en kennisuitwisseling van de ontwerpende disciplines en het vergroten van de belangstelling voor architectuur, vormgeving en e-culture.

Stichting MondriaanfondsHet fonds bevordert bijzondere en vernieuwende projecten en activiteiten van beeldend kunstenaars, bemiddelaars en instellingen die van belang zijn voor de beeldende kunst en cultureel erfgoed in Nederland. Het doel is hiermee de betekenisvolle ontwikkeling en zichtbaarheid van beeldende kunst en cultureel erfgoed in Nederland te stimuleren daar waar de markt dit niet of nog niet mogelijk maakt.

Stichting Nederlands LetterenfondsHet fonds bevordert de kwaliteit, diversiteit, productie en de vertaling van de Nederlandse- en Friestalige literatuur. Ook verzorgt het Letterenfonds de promotie en zichtbaarheid van de Nederlandse en Friese literatuur in het buitenland.

Bureau Architectenregister (BA)BA is een publiekrechtelijk zelfstandig bestuursorgaan dat uitvoering geeft aan de Wet op de architectentitel, zorg draagt voor het beheer van het architectenregister en bevoegd is om op te treden tegen onrechtmatig titelgebruik. Daarnaast is BA de bevoegde autoriteit in Nederland voor de uitvoering van de Europese richtlijn voor de erkenning van professionele kwalificaties van de onder haar vallende beroepen.

Commissariaat voor de MediaHet Commissariaat voor de Media houdt toezicht op de naleving van de Mediawet en de Wet op de vaste boekenprijs. Het toezicht betreft radio, televisie, «videodiensten op aanvraag» en Nederlandse boekuitgaven.

Nederlands Vlaamse Accreditatie Organisatie (NVAO)De NVAO borgt de kwaliteit van het hoger onderwijs in Nederland en Vlaanderen. Zij beoordeelt op onafhankelijke wijze de kwaliteit van de opleidingen, verleent accreditatie, toetst nieuwe opleidingen en toetst de instellingstoets kwaliteitszorg. Daarnaast levert de NVAO een bijdrage aan het vergroten van het kwaliteitsbewustzijn en bevordert zij de internationale samenwerking om tot afstemming en samenhang binnen de Europese hoger onderwijsruimte te komen.

Koninklijke Bibliotheek (KB)De KB is de nationale bibliotheek van Nederland en al eeuwenlang een bron van inspiratie en ontwikkeling. De KB kent een lange traditie van verzamelen, bewaren en delen van publicaties van en over Nederland. Daarnaast bewaren ze ook een selectie van publicaties op het web.

Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO)NWO is een zelfstandig bestuursorgaan met wettelijk vastgelegde taken. De NWO-domeinen, onderzoeksinstituten en regieorganen voeren de kerntaak van NWO uit: het bevorderen van kwaliteit en vernieuwing in de wetenschap.

Stichting Participatiefonds (PF) Het PF is verantwoordelijk voor het beheren, verevenen en terugdringen van de wettelijke en bovenwettelijke werkloosheidsuitgaven in het primair onderwijs. Het PF betaalt (deels) de uitkeringskosten van ontslagen personeel aan het betreffende schoolbestuur indien het ontslag voldoet aan de voorwaarden die het PF hieraan stelt in het reglement. Daarnaast ondersteunt het PF schoolbesturen bij inspanningen om te voorkomen dat onderwijspersoneel instroomt in een uitkering. Eveneens bevordert het PF dat individuele medewerkers die werkloos zijn en dientengevolge een uitkering ontvangen, weer zo snel mogelijk betaald werk hervatten.

Stichting Vervangingsfonds (VF)Het VF betaalt, wanneer voldaan wordt aan de voorwaarden uit het VF-reglement, geheel of gedeeltelijk de kosten voor vervangers van ziek personeel aan schoolbesturen die hiervoor nog premie afdragen. Meer dan de helft van de schoolbesturen met 80 procent van het personeel in de sector primair onderwijs draagt inmiddels volledig zelf de risico’s van deze vervangingskosten, al dan niet via samenwerking met andere besturen. Deze ontwikkeling zet zich door. In de Wet beëindiging Vervangingsfonds en modernisering Participatiefonds is vastgelegd dat de vereveningstaak van het VF op een nog te bepalen moment wordt beëindigd.

Stimuleringsfonds voor de JournalistiekHet Stimuleringsfonds voor de Journalistiek stimuleert de kwaliteit, diversiteit en onafhankelijkheid van de journalistiek door met geld, kennis en onderzoek de vernieuwing van de journalistieke infrastructuur in Nederland te bevorderen. Dit gebeurt onder meer door subsidieregelingen, onderzoeksjournalistiek en regionale en lokale journalistiek. Daarnaast deelt het Fonds op de website de meest recente ontwikkelingen in de journalistieke sector.

College voor Toetsen en Examens (CvTE)Het CvTE is verantwoordelijk voor de centrale examens en staats-examens in het voortgezet onderwijs, de examens rekenen en taal in het (middelbaar) beroepsonderwijs en staatsexamens Nederlands als tweede taal.

Nederlandse Publieke Omroep (NPO)De NPO vervult een essentiële rol in de verrijking en verbinding van de Nederlandse samenleving met informerende, inspirerende en impactvolle programma’s. Als open en diverse publieke omroep geeft de NPO zoveel mogelijk mensen en meningen in onze veelkleurige maatschappij de ruimte.

Regionale Publieke Omroep (RPO)De RPO is op basis van de Mediawet het samenwerkings- en coördinatieorgaan voor de uitvoering van de publieke mediaopdracht op regionaal niveau. De regionale publieke omroepen brengen onderscheidende regionale journalistiek.

Stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB)SBB ontvangt middelen om de wettelijke taken uit te voeren, waarmee wordt bijgedragen aan het primaire proces van het beroepsonderwijs. Hiertoe behoort het ontwikkelen en onderhouden van de kwalificatiestructuur. Tevens werft en accrediteert SBB leerbedrijven, zorgt zij voor voldoende leerwerkplekken en bevordert zij de kwaliteit van deze plaatsen. De samenwerking van onderwijs en bedrijfsleven binnen één organisatie draagt bij aan kwalitatief goed beroepsonderwijs met opleidingen die up-to-date zijn en voldoende, goede stageplaatsen.

Nationaal Coördinatiepunt NLQFHet Nationaal Coördinatiepunt NLQF is een onafhankelijke organisatie die zorgt voor de implementatie van het NLQF in Nederland.Het Nederlands kwalificatiekader (NLQF) is een systematische ordening van alle bestaande kwalificatieniveaus en opleidingen in Nederland. Een van de belangrijkste taken is de inschaling in het NLQF (en EQF) van de niet door OCW gereguleerde kwalificaties en opname van die kwalificaties in het NCP-register.

Nationaal Agentschap Erasmus+Erasmus+ ondersteunt de educatieve, professionele en persoonlijke ontwikkeling van deelnemers in onderwijs, training, jeugd en sport, in Europa en daarbuiten. Hierdoor draagt het programma bij aan duurzame groei, werkgelegenheid, sociale cohesie en de versterking van de Europese identiteit.

Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen (KNAW)De KNAW brengt vanuit haar onafhankelijke positie mensen en middelen bij elkaar om met kennis en creativiteit bij te dragen aan de ontwikkeling van onze samenleving. Ze bevordert de kwaliteit en de integriteit van de wetenschapsbeoefening. Haar instituten moeten staan voor excellente kwaliteit en dienen te fungeren als magneten voor onderzoekstalent.

Instellingen die onder de Erfgoedwet vallen

Het betreft 29 instellingen, waaronder de musea, die onder de Erfgoedwet (Regeling beheer rijkscollectie en subsidiëring museale instellingen) vallen.

Bevoegde gezagsorganen primair onderwijs

Het betreft 892 bevoegde gezagsorganen van 6626 instellingen. Voor zover het onderwijsinstellingen betreft waar de gemeente het bevoegd gezag is, zijn deze instellingen niet aan te merken als RWT.

Bevoegde gezagsorganen voortgezet onderwijsHet betreft 296 bevoegde gezagsorganen van 641 onderwijsinstellingen. Binnen deze aantallen zitten ook gemeentelijke bevoegde gezagen/onderwijsinstellingen die eigenlijk niet aan te merken zijn als RWT.

Regionale opleidingscentra (roc’s), agrarische opleidingscentra (aoc's) en vakinstellingen

Het betreft 62 bekostigde mbo-instellingen.

Instellingsbesturen hogescholen

Het betreft 36 bekostigde hogescholen.

Instellingsbesturen universiteiten

Het betreft 18 bekostigde universiteiten.

Academische Ziekenhuizen

Het betreft middelen voor de 8 ziekenhuizen die zijn verbonden aan een universiteit ten behoeve van de opleiding van artsen en ten behoeve van onderzoek.

Stichting Cito Op 1 januari 2014 is de Wet SLOA 2013 (Stb. 2013, 438) in werking getreden. De wet biedt de wettelijke grondslag voor subsidiering van de wettelijke taken van stichting Cito en SLO.

Stichting SLOOp 1 januari 2014 is de Wet SLOA 2013 (Stb. 2013, 438) in werking getreden. De wet biedt de wettelijke grondslag voor subsidiering van de wettelijke taken van stichting Cito en SLO.

Nationaal Agentschap Erasmus+Erasmus+ ondersteunt de educatieve, professionele en persoonlijke ontwikkeling van deelnemers in onderwijs, training, jeugd en sport, in Europa en daarbuiten. Hierdoor draagt het programma bij aan duurzame groei, werkgelegenheid, sociale cohesie en de versterking van de Europese identiteit.

Tabel 89 Overzicht Rechtspersonen met een Wettelijke Taak en Zelfstandige Bestuursorganen (vallend onder andere ministeries) (bedragen x € 1.000)

Naam organisatie

Ministerie

ZBO/RWT

Begrotingsartikel

Begrotingsramingen

Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV)

SZW

ZBO

1

 

Bijlage 2: Verdiepingsbijlage

Algemeen

In dit hoofdstuk worden per beleidsartikel de mutaties getoond tussen de stand ontwerpbegroting 2023 en de stand ontwerpbegroting 2024. Daarbij worden mutaties groter of gelijk aan onderstaande staffel toegelicht:

Omvang begrotingsartikel (stand ontwerpbegroting) in € miljoen

Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen)

Technische mutaties (ondergrens in € miljoen)

< 50

1

2

=> 50 en < 200

2

4

=> 200 < 1000

5

10

=> 1000

10

20

De mutaties uit de Eerste Suppletoire Begroting zijn reeds toegelicht in de Memorie van Toelichting op de Eerste Suppletoire Begroting 2023. Deze mutaties worden daarom niet in dit verdiepingshoofdstuk toegelicht. Voor de uitgaven en ontvangsten geldt dat de tabellen met de specificatie van de nieuwe mutaties alleen zijn opgenomen als er mutaties hebben plaatsgevonden.

Mutaties die op meer dan één beleidsartikel betrekking hebben, worden hieronder toegelicht. Het betreft de budgettaire verwerking van de:

  • 1. leerlingen- en studentenontwikkeling en studiefinancieringsuitgaven;

  • 2. loon- en prijsbijstelling (lpo);

  • 3. CA-maatregelen.

1. Leerlingen- en studentenontwikkeling en studiefinancieringsuitgaven

Onderstaande tabel geeft de verdeling van de mutaties als gevolg van de raming van de leerlingen- en studentenontwikkeling en de studiefinanciering weer. Zie de tabel «belangrijkste beleidsmatige mutaties» in de beleidsagenda voor een toelichting.

Tabel 90 Leerlingen- en studentenontwikkeling en studiefinanciering (bedragen x € 1.000)

Art.

Omschrijving

2023

2024

2025

2026

2027

2028

1

Primair onderwijs

151.048

172.156

163.538

90.768

8.290

‒ 60.477

3

Voortgezet onderwijs

21.571

85.233

92.572

91.974

79.708

64.429

4

Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie

‒ 95

‒ 85.050

‒ 53.438

‒ 30.161

‒ 737

20.627

6

Hoger beroepsonderwijs

0

‒ 121.004

‒ 153.188

‒ 184.769

‒ 199.977

‒ 203.609

7

Wetenschappelijk onderwijs

0

‒ 99.696

‒ 112.221

‒ 140.380

‒ 184.147

‒ 241.303

11, 12

Studiefinanciering (relevant)

‒ 70.035

‒ 160.439

‒ 148.195

‒ 123.388

‒ 55.149

‒ 41.450

Totaal leerlingen- en studentenontwikkeling en studiefinanciering

102.489

‒ 208.800

‒ 210.932

‒ 295.956

‒ 352.012

‒ 461.783

2. Loon- en prijsbijstelling (lpo)

De loon- en prijsbijstelling (lpo) 2023 is uitgekeerd aan de departementen. De lpo wordt via de reguliere systematiek verdeeld over de OCW-begroting, waarbij op enkele artikelen de lpo wordt ingezet als bijdrage aan de Rijksbrede dekkingsopgave. In de tabellen 91 en 92 wordt de uitgekeerde loonbijstelling en prijsbijstelling per begrotingsartikel weergegeven.

In tabel 93 wordt de uitgekeerde relevante extra prijsbijstelling per begrotingsartikel weergegeven. Deze extra prijsbijstelling is uitgekeerd als gevolg van de uitzonderlijke stijging van de prijzen sinds het uitkeren van de reguliere prijsbijstelling voor 2022.

Tabel 91 Uitgekeerde relevante loonontwikkeling tranche 2022 (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

Artikel

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Primair onderwijs

1

717.482

720.815

721.245

720.375

722.342

725.183

Voortgezet onderwijs

3

496.229

516.035

514.504

511.989

508.782

505.085

Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie

4

235.581

228.456

226.791

226.348

224.506

224.328

Hoger beroepsonderwijs

6

188.140

188.044

188.147

185.799

181.587

178.543

Wetenschappelijk onderwijs

7

263.878

266.961

269.407

272.681

273.305

274.719

Internationaal beleid

8

433

441

432

432

432

432

Arbeidsmarkt- en personeelsbeleid

9

11.933

12.422

12.346

12.465

13.170

13.094

Studiefinanciering

11

6.886

7.021

6.842

6.703

5.209

4.977

Tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten

12

107

108

110

116

115

116

Lesgelden

13

603

611

611

651

648

650

Cultuur

14

37.816

38.250

39.991

38.544

38.473

38.390

Media

15

1.906

2.001

1.844

1.704

1.692

1.679

Onderzoek en wetenschapsbeleid

16

53.966

53.962

53.936

53.790

53.801

53.807

Emancipatie

25

941

922

953

907

907

842

Nog onverdeeld

91

0

0

0

0

0

0

Apparaat Kerndepartement

95

16.691

16.831

16.768

16.518

16.382

16.493

Totaal12

 

2.032.592

2.052.880

2.053.927

2.049.022

2.041.351

2.038.338

X Noot
1

Hierbij is de ontvangen loon- en prijsbijstelling op de HGIS-middelen vanuit het Ministerie van BZ niet meegenomen. Het totaal aan ontvangen loon- en prijsbijstelling over de jaren bedraagt respectievelijk 5.425, 5.308, 5.308, 5.308, 5.308 en 5.308 (€ x 1.000). Daarnaast is ook over de ca-reeksen loon en prijsbijstelling ontvangen. Het totaal bedraagt respectievelijk 2.328, 22.031, 28.244, 28.518, 29.170 en 29.177 (€ x 1.000).

X Noot
2

Het totaal bedrag in deze tabel wijkt af ten opzichte van het bedrag in tabel 1 als gevolg van een toegepaste kasschuif en per abuis niet loon en prijsgevoelig gecodeerde budgetten. Het verschil is uit de eindejaarsmarge gecompenseerd.

Tabel 92 Uitgekeerde relevante prijsontwikkeling tranche 2022 (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

Artikel

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Primair onderwijs

1

86.073

87.496

87.580

87.296

87.638

87.986

Voortgezet onderwijs

3

82.133

93.953

93.986

93.801

93.138

92.513

Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie

4

78.144

75.792

75.244

75.092

74.479

74.438

Hoger beroepsonderwijs

6

56.201

56.178

56.209

55.515

54.260

53.351

Wetenschappelijk onderwijs

7

118.656

120.128

121.302

122.867

123.177

123.859

Internationaal beleid

8

639

642

630

629

629

629

Arbeidsmarkt- en personeelsbeleid

9

839

875

871

868

876

867

Studiefinanciering

11

58.233

131.407

282.815

175.056

196.394

223.403

Tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten

12

2.172

2.191

2.183

2.193

2.227

2.247

Lesgelden

13

288

292

292

310

309

310

Cultuur

14

34.520

35.329

36.046

35.134

35.088

35.026

Media

15

29.168

29.402

29.770

29.884

30.038

30.181

Onderzoek en wetenschapsbeleid

16

35.057

34.750

34.683

34.640

34.645

34.646

Emancipatie

25

331

325

341

326

326

267

Nog onverdeeld

91

0

0

0

0

0

0

Apparaat Kerndepartement

95

3.451

3.634

4.264

4.146

4.089

4.089

Totaal12

 

585.905

672.394

826.216

717.757

737.313

763.812

X Noot
1

Hierbij is de ontvangen loon- en prijsbijstelling op de HGIS-middelen vanuit het Ministerie van BZ niet meegenomen. Het totaal aan ontvangen loon- en prijsbijstelling over de jaren bedraagt respectievelijk 5.425, 5.308, 5.308, 5.308, 5.308 en 5.308 (€ x 1.000). Daarnaast is ook over de ca-reeksen loon en prijsbijstelling ontvangen. Het totaal bedraagt respectievelijk 2.328, 22.031, 28.244, 28.518, 29.170 en 29.177 (€ x 1.000).

X Noot
2

Het totaal bedrag in deze tabel wijkt af ten opzichte van het bedrag in tabel 1 als gevolg van een toegepaste kasschuif en per abuis niet loon en prijsgevoelig gecodeerde budgetten. Het verschil is uit de eindejaarsmarge gecompenseerd.

Tabel 93 Uitgekeerde relevante extra prijsbijstelling tranche 2023 (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

Artikel

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Primair onderwijs

1

14.615

14.857

14.871

14.824

14.884

14.941

Voortgezet onderwijs

3

14.088

16.101

16.106

16.074

15.962

15.855

Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie

4

13.211

12.815

12.723

12.696

12.593

12.585

Hoger beroepsonderwijs

6

9.500

9.496

9.501

9.383

9.171

9.018

Wetenschappelijk onderwijs

7

20.078

20.328

20.527

20.792

20.845

20.960

Internationaal beleid

8

109

110

107

107

107

107

Arbeidsmarkt- en personeelsbeleid

9

0

0

0

0

0

0

Studiefinanciering

11

554

564

550

539

419

400

Tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten

12

3.400

3.428

3.414

3.427

3.479

3.512

Lesgelden

13

49

49

50

53

52

53

Cultuur

14

5.608

5.742

5.851

5.691

5.675

5.656

Media

15

45.658

45.979

46.649

46.905

47.155

47.393

Onderzoek en wetenschapsbeleid

16

6.431

6.372

6.361

6.353

6.353

6.354

Emancipatie

25

56

55

58

55

55

45

Nog onverdeeld

91

0

0

0

0

0

0

Apparaat Kerndepartement

95

1.153

1.232

1.509

1.458

1.433

1.433

Totaal1

 

134.510

137.128

138.277

138.357

138.183

138.312

X Noot
1

Hierbij is de ontvangen loon- en prijsbijstelling op de HGIS-middelen vanuit het Ministerie van BZ niet meegenomen. Het totaal aan ontvangen loon- en prijsbijstelling over de jaren bedraagt respectievelijk 2.140, 2.056, 2.012, 1.990, 1.990 en 1.990 (€ x 1.000). Daarnaast is ook over de ca-reeksen loon en prijsbijstelling ontvangen. Het totaal bedraagt respectievelijk 14.116, 23.440, 30.585, 25.635 en 25.752 (€ x 1.000).

3. CA-maatregelen

Onderstaande tabel geeft een overzicht van overhevelingen die in het kader van het Coalitieakkoord (CA) vanaf de Aanvullende Post (AP) hebben plaatsgevonden.

Tabel 94 CA-maatregelen (bedragen x € 1.000)

Art.

Omschrijving

2023

2024

2025

2026

2027

2.028

1, 3, 95

Versterken onderwijskwaliteit

220

11.498

11.407

11.057

12.050

12.050

1, 3, 95

Kansengelijkheid

33.778

365.132

461.391

467.099

464.880

464.887

6, 7, 95

Vervolgopleidingen en onderzoek

6.009

1.487

11.776

11.785

11.357

11.357

 

Totaal

40.007

378.117

484.574

489.941

488.287

488.294

Verdiepingshoofdstuk per artikel
Artikel 1 Primair onderwijs
Tabel 95 Uitgaven artikel 1 Primair onderwijs (bedragen x € 1.000)
 

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Stand ontwerpbegroting 2023

15.192.716

14.158.661

14.166.703

14.144.640

14.179.443

 

Mutatie amendement 2023

9.500

0

0

0

0

 

Mutatie 1e suppletoire begroting 2023

1.177.594

1.263.285

1.185.925

1.117.054

1.080.530

 

Mutatie suppletoire begroting Prinsjesdag 2023

‒ 297.508

‒ 102.833

‒ 36.118

85.076

59.227

 

Mutatie ontwerpbegroting 2024

0

108.923

12.782

12.765

7.765

 

Stand ontwerpbegroting 2024

16.082.302

15.428.036

15.329.292

15.359.535

15.326.965

15.285.402

Toelichting op nieuwe mutaties

Uitgaven

Dit saldo betreft onder meer:

  • De mutatie van € 108,9 miljoen in 2024 wordt voor een groot deel verklaard door een ombuiging en het toevoegen van middelen voor Schoolmaaltijden. Hiernaast zijn CA-middelen uit de pijler kansengelijkheid voor brugfunctionarissen van vo naar po verschoven en is er een toevoeging van middelen voor cultuureducatie in het PO;

  • Een kasschuif is toegepast om de doorrekening van de Referentieraming (RR) voor het primair onderwijs te corrigeren. De reeks die bij Voorjaarsnota 2023 is verwerkt blijkt niet het juiste ritme te bevatten en vanaf 2027 is er sprake van een te laag budget (structureel circa € 70,0 miljoen per jaar vanaf 2028). Met deze kasschuif worden de middelen tot en met 2026 in de juiste jaren gezet. Het budget vanaf 2027 en verder wordt gecorrigeerd bij Voorjaar 2024;

  • De mutatie van € 12,8 miljoen in 2025 wordt voor een groot deel verklaard door het verschuiven van CA-middelen uit de pijler kansengelijkheid voor brugfunctionarissen van vo naar po;

  • De mutatie van € 12,8 miljoen in 2026 wordt voor een groot deel verklaard door het verschuiven van CA-middelen uit de pijler kansengelijkheid voor brugfunctionarissen van vo naar po;

  • De mutatie van € 7,8 miljoen in 2027 wordt voor een groot deel verklaard door het verschuiven van CA-middelen uit de pijler kansengelijkheid voor brugfunctionarissen van vo naar po.

Tabel 96 Ontvangsten artikel 1 Primair onderwijs (bedragen x € 1.000)
 

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Stand ontwerpbegroting 2023

9.208

9.208

9.208

9.208

9.208

 

Stand ontwerpbegroting 2024

9.208

9.208

9.208

9.208

9.208

9.208

Artikel 3 Voortgezet onderwijs
Tabel 97 Uitgaven artikel 3 Voortgezet onderwijs (bedragen x € 1.000)
 

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Stand ontwerpbegroting 2023

11.189.294

10.684.334

10.650.733

10.589.672

10.507.501

 

Mutatie Nota van wijziging 2023

0

‒ 9.500

‒ 8.500

‒ 8.500

‒ 2.000

 

Mutatie amendement 2023

‒ 9.405

0

0

0

0

 

Mutatie 1e suppletoire begroting 2023

727.153

891.861

832.895

833.964

843.712

 

Mutatie suppletoire begroting Prinsjesdag 2023

‒ 169.428

‒ 33.079

‒ 10.075

2.802

‒ 4.787

 

Mutatie ontwerpbegroting 2024

0

‒ 74.344

29.391

‒ 8.768

‒ 8.990

 

Stand ontwerpbegroting 2024

11.737.614

11.459.272

11.494.444

11.409.170

11.335.436

11.228.585

Toelichting op nieuwe mutaties

Uitgaven

Dit saldo betreft onder meer:

  • De mutatie van -/- € 74,3 miljoen in 2024 wordt voor een groot deel verklaard door het ombuigen van middelen voor Schoolmaaltijden, waarvan een deel van vo naar po is verschoven. Hiernaast zijn CA-middelen uit de pijler kansengelijkheid voor brugfunctionarissen van vo naar po verschoven en de kasschuif MDT.

  • De mutatie van € 29,4 miljoen in 2025 wordt voor een groot deel verklaard door de kasschuif MDT en het verschuiven van CA-middelen uit de pijler kansengelijkheid voor brugfunctionarissen van vo naar po;

  • De mutatie van -/- € 8,8 miljoen in 2026 wordt voor een groot deel verklaard door het verschuiven van CA-middelen uit de pijler kansengelijkheid voor brugfunctionarissen van vo naar po;

  • De mutatie van -/- € 9,0 miljoen in 2027 wordt voor een groot deel verklaard door het verschuiven van CA-middelen uit de pijler kansengelijkheid voor brugfunctionarissen van vo naar po.

Tabel 98 Ontvangsten artikel 3 Voortgezet onderwijs (bedragen x € 1.000)
 

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Stand ontwerpbegroting 2023

7.391

7.391

7.391

7.391

7.391

 

Stand ontwerpbegroting 2024

7.391

7.391

7.391

7.391

7.391

7.391

Artikel 4 Beroepsonderwijs en volwasseneducatie
Tabel 99 Uitgaven artikel 4 Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie (bedragen x € 1.000)
 

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Stand ontwerpbegroting 2023

5.541.718

5.361.940

5.313.018

5.298.785

5.248.471

 

Mutatie Nota van wijziging 2023

0

19.000

17.000

17.000

17.000

 

Mutatie 1e suppletoire begroting 2023

288.048

265.468

318.410

329.834

361.226

 

Mutatie suppletoire begroting Prinsjesdag 2023

1.223

5.601

4.825

5.262

5.365

 

Mutatie ontwerpbegroting 2024

0

‒ 9.077

‒ 6.846

‒ 6.909

2.688

 

Stand ontwerpbegroting 2024

5.830.989

5.642.932

5.646.407

5.643.972

5.634.750

5.589.012

Tabel 100 Ontvangsten artikel 4 Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie (bedragen x € 1.000)
 

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Stand ontwerpbegroting 2023

4.000

4.000

4.000

4.000

4.000

 

Mutatie 1e suppletoire begroting 2023

700

700

700

700

700

 

Stand ontwerpbegroting 2024

4.700

4.700

4.700

4.700

4.700

4.700

Artikel 6 Hoger beroepsonderwijs
Tabel 101 Uitgaven artikel 6 Hoger beroepsonderwijs (bedragen x € 1.000)
 

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Stand ontwerpbegroting 2023

4.466.326

4.337.220

4.334.611

4.241.150

4.145.106

 

Mutatie Nota van wijziging 2023

0

‒ 6.200

‒ 5.600

‒ 5.600

0

 

Mutatie 1e suppletoire begroting 2023

168.318

201.367

41.359

‒ 31.588

‒ 60.460

 

Mutatie suppletoire begroting Prinsjesdag 2023

‒ 7.455

‒ 5.774

‒ 5.765

‒ 6.015

‒ 6.215

 

Mutatie ontwerpbegroting 2024

0

3.797

27.509

17.010

17.421

 

Stand ontwerpbegroting 2024

4.627.189

4.530.410

4.392.114

4.214.957

4.095.852

4.099.338

Toelichting op nieuw mutaties

Uitgaven

  • Mutatie suppletoire begroting Prinsjesdag 2023: Dit betreft enkele technische mutaties in verband met o.a. de herschikking van nog niet verdeelde middelen die tijdelijk op Artikel 6 (Hoger beroepsonderwijs) waren geplaatst en bedragen die vanuit andere directies ontvangen worden en via de bekostiging van de hogescholen worden gerealiseerd.

  • Mutatie ontwerpbegroting 2024: Deze mutaties betreffen het verwerken van de benodigde dekking voor de verruiming van de 1 februari-regeling in de studiefinanciering en anderszijds de technische herschikking van budget tussen Artikel 6 (Hoger beroepsonderwijs) en Artikel 7 (Wetenschappelijk onderwijs). Daarnaast is € 73,0 miljoen uit het NGF overgeboekt naar dit artikel in verband met het project Nationale Aanpak Professionalisering Leraren.

Tabel 102 Ontvangsten artikel 6 Hoger beroepsonderwijs (bedragen x € 1.000)
 

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Stand ontwerpbegroting 2023

1.213

1.213

1.213

16

16

 

Mutatie 1e suppletoire begroting 2023

‒ 1.196

‒ 1.196

‒ 1.196

0

0

 

Stand ontwerpbegroting 2024

17

17

17

16

16

16

Artikel 7 Wetenschappelijk onderwijs
Tabel 103 Uitgaven artikel 7 Wetenschappelijk onderwijs (bedragen x € 1.000)
 

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Stand ontwerpbegroting 2023

6.705.031

6.764.882

6.829.565

6.915.641

6.933.182

 

Mutatie Nota van wijziging 2023

0

‒ 3.300

‒ 2.900

‒ 2.900

0

 

Mutatie amendement 2023

‒ 1.000

‒ 1.000

‒ 1.000

‒ 1.000

‒ 1.000

 

Mutatie 1e suppletoire begroting 2023

387.353

307.065

254.458

227.791

182.075

 

Mutatie suppletoire begroting Prinsjesdag 2023

9.579

9.654

9.654

9.654

9.654

 

Mutatie ontwerpbegroting 2024

 

‒ 894

‒ 1.826

500

500

 

Stand ontwerpbegroting 2024

7.100.963

7.076.407

7.087.951

7.149.686

7.124.411

7.161.854

Toelichting op nieuwe mutaties

Uitgaven

  • Mutatie centrale ISB ronde 2023: Dit betreffen technische mutaties in verband met de herschikking van budgetten tussen Artikel 6 (Hoger beroepsonderwijs) en Artikel 7 (Wetenschappelijk onderwijs) en de ontvangst van de lpo over de middelen die als HGIS/ODA aangemerkt zijn.

  • Mutatie ontwerpbegroting 2024: Dit betreffen technische mutaties in verband met de herschikking van budgetten tussen Artikel 6 (Hoger beroepsonderwijs) en Artikel 7 (Wetenschappelijk onderwijs) en de verwerking van de uitvoeringskosten van de NGF-projecten.

Tabel 104 Ontvangsten artikel 7 Wetenschappelijk onderwijs (bedragen x € 1.000)
 

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Stand ontwerpbegroting 2023

16

16

16

16

16

 

Mutatie suppletoire begroting Prinsjesdag 2023

515

0

0

0

0

 

Stand ontwerpbegroting 2024

531

16

16

16

16

16

Artikel 8 Internationaal beleid
Tabel 105 Uitgaven artikel 8 Internationaal beleid (bedragen x € 1.000)
 

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Stand ontwerpbegroting 2023

19.250

19.426

19.068

19.051

19.050

 

Mutatie Nota van wijziging 2023

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

 

Mutatie 1e suppletoire begroting 2023

2.190

1.234

1.210

1.209

1.209

 

Mutatie suppletoire begroting Prinsjesdag 2023

133

0

0

0

0

 

Mutatie ontwerpbegroting 2024

0

‒ 82

0

0

0

 

Stand ontwerpbegroting 2024

22.573

21.578

21.278

21.260

21.259

21.271

Tabel 106 Ontvangsten artikel 8 Internationaal beleid (bedragen x € 1.000)
 

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Stand ontwerpbegroting 2023

99

99

99

99

99

 

Stand ontwerpbegroting 2024

99

99

99

99

99

99

Artikel 9 Arbeids- en personeelsbeleid
Tabel 107 Uitgaven artikel 9 Arbeidsmarkt- en personeelsbeleid (bedragen x € 1.000)
 

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Stand ontwerpbegroting 2023

223.401

232.606

231.195

233.213

245.702

 

Mutatie amendement 2023

‒ 95

0

0

0

0

 

Mutatie 1e suppletoire begroting 2023

‒ 24.251

20.850

18.487

17.858

13.571

 

Mutatie suppletoire begroting Prinsjesdag 2023

‒ 537

‒ 197

‒ 250

0

11

 

Mutatie ontwerpbegroting 2024

0

1.230

0

0

0

 

Stand ontwerpbegroting 2024

198.518

254.489

249.432

251.071

259.284

257.711

Tabel 108 Ontvangsten artikel 9 Arbeidsmarkt- en personeelsbeleid (bedragen x € 1.000)
 

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Stand ontwerpbegroting 2023

6.500

7.000

7.000

7.000

7.000

 

Stand ontwerpbegroting 2024

6.500

7.000

7.000

7.000

7.000

7.000

Artikel 11 Studiefinanciering
Tabel 109 Uitgaven artikel 11 Studiefinanciering (bedragen x € 1.000)
 

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Stand ontwerpbegroting 2023

5.516.325

7.160.607

8.305.886

7.071.063

7.057.882

 

Mutatie 1e suppletoire begroting 2023

159.473

111.420

288.946

169.751

258.051

 

Mutatie suppletoire begroting Prinsjesdag 2023

1.000.571

‒ 987.682

3.174

‒ 38.121

‒ 66.290

 

Mutatie ontwerpbegroting 2024

‒ 443

‒ 1.089

2.614

3.614

 

Stand ontwerpbegroting 2024

6.676.369

6.283.902

8.596.917

7.205.307

7.253.257

7.218.125

Toelichting op nieuwe mutaties

Uitgaven

De uitgaven onder de regel «nieuwe mutaties» worden grotendeels veroorzaakt door een kasschuif op het openbaar vervoer van € 1 miljard van 2024 naar 2023.

Tabel 110 Ontvangsten artikel 11 Studiefinanciering (bedragen x € 1.000)
 

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Stand ontwerpbegroting 2023

1.233.363

1.280.277

1.328.034

1.375.239

1.412.910

 

Mutatie 1e suppletoire begroting 2023

166.907

320.575

455.874

469.724

492.320

 

Mutatie ontwerpbegroting 2024

0

0

0

1.000

1.000

 

Stand ontwerpbegroting 2024

1.400.270

1.600.852

1.783.908

1.845.963

1.906.230

1.966.318

Artikel 12 Tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten
Tabel 111 Uitgaven artikel 12 Tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (bedragen x € 1.000)
 

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Stand ontwerpbegroting 2023

73.732

74.358

74.134

74.541

75.627

 

Mutatie 1e suppletoire begroting 2023

4.239

3.856

3.118

3.663

3.323

 

Mutatie suppletoire begroting Prinsjesdag 2023

‒ 36

36

0

0

0

 

Stand ontwerpbegroting 2024

77.935

78.250

77.252

78.204

78.950

79.624

Tabel 112 Ontvangsten artikel 12 Tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (bedragen x € 1.000)
 

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Stand ontwerpbegroting 2023

2.086

2.104

2.096

2.104

2.136

 

Mutatie 1e suppletoire begroting 2023

94

80

59

74

62

 

Stand ontwerpbegroting 2024

2.180

2.184

2.155

2.178

2.198

2.216

Artikel 13 Lesgelden
Tabel 113 Uitgaven artikel 13 Lesgelden (bedragen x € 1.000)
 

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Stand ontwerpbegroting 2023

15.667

15.873

15.882

16.899

16.820

 

Mutatie 1e suppletoire begroting 2023

982

1.012

1.013

1.074

1.069

 

Mutatie suppletoire begroting Prinsjesdag 2023

‒ 201

201

0

0

0

 

Stand ontwerpbegroting 2024

16.448

17.086

16.895

17.973

17.889

17.968

Tabel 114 Ontvangsten artikel 13 Lesgelden (bedragen x € 1.000)
 

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Stand ontwerpbegroting 2023

262.124

266.674

274.713

284.092

291.945

 

Mutatie 1e suppletoire begroting 2023

‒ 10.399

22

5.002

9.215

17.572

 

Stand ontwerpbegroting 2024

251.725

266.696

279.715

293.307

309.517

323.942

Artikel 14 Cultuur
Tabel 115 Uitgaven artikel 14 Cultuur (bedragen x € 1.000)
 

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Stand ontwerpbegroting 2023

1.209.069

1.231.783

1.271.086

1.233.413

1.231.482

 

Mutatie 1e suppletoire begroting 2023

109.845

86.484

89.035

78.587

82.224

 

Mutatie suppletoire begroting Prinsjesdag 2023

20.486

‒ 109

2.457

4.559

3.719

 

Mutatie ontwerpbegroting 2024

0

‒ 13.679

470

5.320

3.320

 

Stand ontwerpbegroting 2024

1.339.400

1.304.479

1.363.048

1.321.879

1.320.745

1.319.376

Tabel 116 Ontvangsten artikel 14 Cultuur (bedragen x € 1.000)
 

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Stand ontwerpbegroting 2023

4.537

3.549

494

494

494

 

Mutatie 1e suppletoire begroting 2023

5.639

0

0

0

0

 

Stand ontwerpbegroting 2024

10.176

3.549

494

494

494

494

Artikel 15 Media
Tabel 117 Uitgaven artikel 15 Media (bedragen x € 1.000)
 

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Stand ontwerpbegroting 2023

1.128.228

1.138.336

1.139.084

1.139.690

1.144.686

 

Mutatie 1e suppletoire begroting 2023

114.814

77.782

54.433

54.863

55.105

 

Mutatie suppletoire begroting Prinsjesdag 2023

‒ 375

‒ 2.210

1.285

1.300

0

 

Stand ontwerpbegroting 2024

1.242.667

1.213.908

1.194.802

1.195.853

1.199.791

1.204.937

Tabel 118 Ontvangsten artikel 15 Media (bedragen x € 1.000)
 

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Stand ontwerpbegroting 2023

134.235

135.660

125.590

123.690

123.690

 

Mutatie 1e suppletoire begroting 2023

40.280

0

0

0

0

 

Stand ontwerpbegroting 2024

174.515

135.660

125.590

123.690

123.690

123.690

Artikel 16 Onderzoek en wetenschapsbeleid
Tabel 119 Uitgaven artikel 16 Onderzoek en wetenschapsbeleid (bedragen x € 1.000)
 

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Stand ontwerpbegroting 2023

1.594.966

1.573.220

1.528.929

1.525.648

1.525.901

 

Mutatie Nota van wijziging 2023

6.150

14.650

16.450

15.850

16.250

 

Mutatie 1e suppletoire begroting 2023

92.276

137.299

104.916

113.161

98.721

 

Mutatie suppletoire begroting Prinsjesdag 2023

‒ 5.668

12.204

‒ 433

‒ 960

‒ 3.259

 

Mutatie ontwerpbegroting 2024

0

2.147

500

0

0

 

Stand ontwerpbegroting 2024

1.687.724

1.739.520

1.650.362

1.653.699

1.637.613

1.648.075

Toelichting op nieuwe mutaties

Uitgaven

De nieuwe mutaties bestaat uit diverse overboekingen van andere departementen of directies naar Artikel 16 (Onderzoek en wetenschapsbeleid). Het gaat hier onder andere om middelen voor NRO en Nederlands Polair Programma (NPP). Meerjarig is budget ten behoeve van Werk aan Uitvoering overgeboekt naar Artikel 15 (Media) van het Ministerie van OCW.

Tabel 120 Ontvangsten artikel 16 Onderzoek en wetenschapsbeleid (bedragen x € 1.000)
 

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Stand ontwerpbegroting 2023

101

101

101

101

101

 

Mutatie suppletoire begroting Prinsjesdag 2023

1.400

0

0

0

0

 

Stand ontwerpbegroting 2024

1.501

101

101

101

101

101

Artikel 25 Emancipatie
Tabel 121 Uitgaven artikel 25 Emancipatie (bedragen x € 1.000)
 

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Stand ontwerpbegroting 2023

20.241

19.857

20.613

19.633

19.633

 

Mutatie 1e suppletoire begroting 2023

5.456

2.235

2.285

1.354

1.354

 

Mutatie suppletoire begroting Prinsjesdag 2023

141

‒ 1.127

‒ 1.039

‒ 1.102

‒ 63

 

Mutatie ontwerpbegroting 2024

0

0

0

0

0

 

Stand ontwerpbegroting 2024

25.838

20.965

21.859

19.885

20.924

18.787

Tabel 122 Ontvangsten artikel 25 Emancipatie (bedragen x € 1.000)
 

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Stand ontwerpbegroting 2023

0

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2024

0

0

0

0

0

0

Artikel 91 Nog onverdeeld
Tabel 123 Uitgaven artikel 91 Nog onverdeeld (bedragen x € 1.000)
 

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Stand ontwerpbegroting 2023

0

0

0

0

0

 

Stand ontwerpbegroting 2024

0

0

0

0

0

10.592

Tabel 124 Ontvangsten artikel 91 Nog onverdeeld (bedragen x € 1.000)
 

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Stand ontwerpbegroting 2023

0

0

0

0

0

 

Stand ontwerpbegroting 2024

0

0

0

0

0

0

Artikel 95 Apparaat kerndepartement
Tabel 125 Uitgaven artikel 95 Apparaat kerndepartement (bedragen x € 1.000)
 

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Stand ontwerpbegroting 2023

351.652

357.621

365.754

359.794

354.196

 

Mutatie Nota van wijziging 2023

0

0

0

0

‒ 1.400

 

Mutatie 1e suppletoire begroting 2023

34.171

30.872

32.605

33.337

30.146

 

Mutatie suppletoire begroting Prinsjesdag 2023

‒ 2.243

6.875

‒ 91

40

140

 

Mutatie ontwerpbegroting 2024

0

58

1.657

1.657

1.657

 

Stand ontwerpbegroting 2024

383.580

395.426

399.925

394.828

384.739

386.199

Toelichting nieuwe mutaties

Uitgaven

Een kasschuif van de loonruimte van € 6,9 miljoen van 2023 naar 2024 zodat deze middelen beschikbaar blijven voor de arbeidsvoorwaarden.

Tabel 126 Ontvangsten artikel 95 Apparaat kerndepartement (bedragen x € 1.000)
 

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Stand ontwerpbegroting 2023

567

567

567

567

567

 

Stand ontwerpbegroting 2024

567

567

567

567

567

567

Bijlage 3: Moties en toezeggingen

Moties (afgerond)
Tabel 127 Door de Staten-Generaal aanvaarde moties die zijn afgerond

Omschrijving

Vindplaats

Stand van zaken

De motie van het lid Beckerman c.s. ; De Tweede Kamer constaterende dat zowel de Raad voor Cultuur als de Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed knelpunten signaleren in de uitvoering van de Erfgoedwet waaronder: • 1.Gemeenten die hun taken nu niet goed of niet goed genoeg (kunnen) uitvoeren terwijl zij er met de Omgevingswet nieuwe taken bij krijgen. • 2.Het onder druk staan van de kwaliteit van archeologisch onderzoek bij bedrijven. • 3.Te grote onzichtbaarheid van archeologie bij een breed publiek; overwegende dat de Erfgoedwet in 2021 geëvalueerd moet worden en de Minister reeds enkele onderzoeken heeft aangekondigd; verzoekt de regering de Erfgoedwet met de sector en betrokkenen breed te evalueren met aandacht voor onder andere bovenstaande knelpunten en een internationale vergelijking te maken om te leren van andere landen; verzoekt de regering voorts, de Tweede Kamer bij deze evaluatie te betrekken en voorafgaand het plan van aanpak van de evaluatie naar de Tweede Kamer te sturen.

Kamerstukken II 2019/20, 32820, nr. 293

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief Beleidsreactie advies «Archeologie bij de tijd» van 8 november 2022 (Kamerstukken II 2022/23, 32820, nr. 484).

De motie het lid Werner c.s. De Tweede Kamer verzoekt de regering de mogelijkheden te verkennen van een langjarige verhoging van het indemniteitsplafond als onderdeel van de algemene verkenning naar het herstel van de culturele en creatieve sector.

Kamerstukken II 2020/21, 32820, nr. 422

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de Kamerbrief stand van zaken moties en toezeggingen van 4 november 2022 (Kamerstukken II 2022/23, 32820, nr. 483).

Motie lid Beckerman c.s. De Tweede Kamer verzoekt het kabinet het belang van de popsector te onderschrijven; –in overleg met gemeenten en provincies te komen tot een gedeelde visie op wat nodig is voor een levendige popcultuur; –tevens in overleg met de sector in kaart te brengen of en hoe binnen het generiek cultuurbeleid een breder investeringsfonds, versterking van de popkoepels, een richtsnoer voor honoraria en uitbreiding van de programma’s die bedoeld zijn om muziekinstrumenten beschikbaar te stellen, de popketen kunnen versterken.

Kamerstukken II 2020/21, 35813, nr. 3

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief Stand van zaken ven moties en toezeggingen cultuur van 4 november 2022 (Kamerstukken II 2022/23, 32820, nr. 483).

Motie van het lid Van der Berg c.s.; De Tweede Kamer verzoekt de regering de aanvullende tegemoetkoming evenementen te verlengen tot 3 september.

Kamerstukken II 2020/21, 25295, nr. 1364

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief inzake Nadere uitwerking aanvullende steun voor evenementen van 28 juli 2021 (Kamerstukken II 2020/21, 35420, nr. 408).

Motie van het lid Kwint c.s.; De Tweede Kamer (constaterende dat uit de evaluaties van de Upstreamregelingen blijkt dat de voortzetting van deze regelingen een structurele verbetering kan betekenen van het verdienmodel van de artiesten; overwegende dat er voor de continuering van deze regelingen zes ton per jaar nodig is en dat dit budget in de begroting van 2022 niet is opgenomen;) verzoekt de regering om de regelingen te verlengen en budget hiervoor te zoeken.

Kamerstukken II 2021/22, 35925-VIII, nr. 81

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de Kamerbrief stand van zaken van moties en toezeggingen cultuur van 14 juni 2022 (Kamerstukken II, 2021/22, 32820, nr. 469).

Motie van het lid Werner; De Tweede Kamer verzoekt de regering in samenspraak met vertegenwoordigers van belangengroepen te bezien of de bescherming van cultureel erfgoed beter verankerd kan worden in regionale en nationale crisisplannen en het bestaande erfgoedbeleid, en de Kamer daarover bij de begroting voor 2023 te informeren.

Kamerstukken II 2021/22, 35925 VIII, nr. 82

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief Stand van zaken van moties en toezeggingen cultuur van 4 november 2022 (Kamerstukken II 2022/23, 32820, nr. 483).

Motie van het lid Kwint; De Tweede Kamer verzoekt de regering om in gesprek te gaan met de koninklijke familie teneinde te komen tot een eerste recht op koop wanneer zij besluiten werken te willen gaan verkopen.

Kamerstukken II 2021/22, 35984, nr. 9

De Tweede Kamer is geïnformeerd met brief Beleidsreactie advies Onvervangbaar en Onmisbaar van 27 december 2022 (Kamerstukken II 2022/23, 32820, nr. 489).

Motie van het lid Werner c.s.; De Tweede Kamer verzoekt de regering in de beleidsreactie op het eindadvies van de Commissie Collectie Nederland aan te geven of de doelstellingen en budgetten van het Nationaal Museaal Aankoopfonds wettelijk verankerd kunnen worden.

Kamerstukken II 2021/22, 35984, nr. 11

De Tweede Kamer is geïnformeerd met brief Beleidsreactie advies Onvervangbaar en Onmisbaar van 27 december 2022 (Kamerstukken II 2022/23, 32820, nr. 489).

Motie van het lid Westerveld; De Tweede Kamer verzoekt de regering om in internationaal verband de afspraken rondom de bescherming van cultuurgoederen in particulier bezit tegen het licht te houden, met als doel kunstwerken die tot het nationale en internationale cultuurgoed moeten worden gerekend, beter te beschermen en de publieke toegankelijkheid te vergroten.

Kamerstukken II 2021/22, 35984, nr. 12

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief Stand van zaken moties en toezeggingen van 4 november 2022 (Kamerstukken II 2022/23, 32820, nr. 483).

Motie van het lid Wuite; De Tweede Kamer verzoekt de regering in overleg te treden met VNG en IPO om te bespreken hoe de gemeenten er zorg voor zullen dragen dat de culturele instellingen en makers die afhankelijk zijn van gemeentelijke financiering niet ten gevolge van de coronagerelateerde financiële problemen de deuren moeten sluiten of werkzaamheden beëindigen, en verzoekt de regering de Kamer over de uitkomsten van dit overleg te informeren.

(Kamerstukken II 2021/22, 35420, nr. 483).

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief van 14 juni 2022 Stand van zaken van moties en toezeggingen cultuur (Kamerstukken II, 2021/22, 32820, nr. 469).

Motie van het lid Van Strien; De Tweede Kamer verzoekt de regering te onderzoeken op welke wijze prestatieafspraken verruimd en flexibeler kunnen worden zodat maatschappelijke impact, cultureel ondernemerschap en innovatie mee kunnen wegen bij de aanvraag en verantwoording in de nieuwe BIS-periode, waarbij extra administratieve druk beperkt blijft, en de Kamer hierover ruim voor besluitvorming van de volgende BlS-ronde te informeren.

Kamerstukken II 2021/22, 32820, nr. 473

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief Toekomst culturele basisinfrastructuur van 20 oktober 2023 (Kamerstukken II 2022/23, 32820, nr. 485).

Motie van het lid Wuite; De Tweede Kamer verzoekt de regering voor Caribisch Nederland de uitgangspunten van de hoofdlijnenbrief cultuur ook mee te nemen in de gezamenlijk op te stellen cultuuragenda’s behorende bij de spoedig af te sluiten cultuurconvenanten en daarvoor de middelen in de hoofdlijnenbrief ook expliciet voor Caribisch Nederland beschikbaar te stellen; en verzoekt de regering om Caribisch Nederland ook te betrekken in de uitvoering en de evaluatie van de fair practice pilots en de maatregelen gericht op jongerencultuur.

Kamerstukken II 2021/22, 32820, nr. 476

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief Stand van zaken ven moties en toezeggingen cultuur van 4 november 2022 (Kamerstukken II 2022/23, 32820, nr. 483).

Motie van het lid Werner; De Tweede Kamer verzoekt de regering in overleg met de VNG te bevorderen dat gemeenten de toegankelijkheid van het culturele leven, festivals, recreatie, vrijetijdsbesteding en sport in lokaal beleid en de algemene plaatselijke verordening verankeren.

Kamerstukken II 2021/22, 24170, nr. 256

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief Toegankelijkheid in de culturele en creatieve sector voor mensen met een beperking van 10 november 2022 (Kamerstukken II 2022/23, 24170, nr. 265).

Motie van het lid Kwint; De Tweede Kamer verzoekt de regering conform de motie-Kwint c.s. op korte termijn werk te maken van het wettelijk inperken van woekerhandel in de doorverkoop van toegangskaarten voor sport en culturele evenementen.

Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 22

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief Uitvoering van de motie van het lid Kwint over op korte termijn werk maken van het wettelijk inperken van woekerhandel in de doorverkoop van toegangskaarten van 6 april 2023 (Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 22).

Motie van het lid Mohandis c.s. ;De Tweede Kamer verzoekt de regering in samenspraak met verantwoordelijke bewinds-lieden voor het Sport- en Cultuurfonds te zorgen dat het fonds toereikend blijft om cultuurdeelname voor kinderen te faciliteren zodat het groeiende aantal kinderen in armoede hier aanspraak op kan blijven maken.

Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 25

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief Stand van zaken moties en toezeggingen cultuur van 22 juni 2023 (Kamerstukken II 2022/23, 32820, nr. 500).

Motie van het lid Mohandis c.s.; De Tweede Kamer verzoekt de regering (overwegende dat een gedegen nulmeting noodzakelijk is om de fysieke toegankelijkheid van culturele instellingen voor mensen met een handicap, van wie de behoefte per persoon en per handicap kan verschillen, te kunnen monitoren, meten en verbeteren) om, samen met het op te richten kennispunt, een start te maken met een handreiking waarin wordt vastgesteld wat er nodig is om fysieke toegang tot cultuur te garanderen, en de Kamer daarover voor de zomer van 2023 te informeren.

Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 42

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief Stand van zaken moties en toezeggingen cultuur van 22 juni 2023 (Kamerstukken II 2022/23, 32820, nr. 500).

Motie van het lid Westerveld; De Tweede Kamer verzoekt de regering om de mogelijkheid om de Fair Practice Code te verplichten, als subsidievoorwaarde voor instellingen en bij toekenning van cultuursubsidies als de rijkscultuurfondsen, te betrekken bij de voorbereiding van de nieuwe BIS.

Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 45

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief Voortgangsbrief arbeidsmarktbeleid culturele en creatieve sector van 8 juni 2023 (Kamerstukken II, 2022/23, 29544, nr. 1199).

Motie van de leden Wuite en Van Raan; De Tweede Kamer verzoekt de regering te onderzoeken hoe de culturele samenwerking tussen de landen van het Koninkrijk versterkt kan worden, bijvoorbeeld door een cultureel attaché aan te stellen bij de vertegenwoordiging op Curaçao, Aruba en Sint-Maarten, die een helpdeskfunctie kan vervullen en bijvoorbeeld de haalbaarheid verkent voor een cultureel erfgoedfonds en een stimuleringsregeling voor samenwerking en creatieve vernieuwing tussen kunstenaars en culturele instellingen; en de Kamer uiterlijk voor 1 februari 2023, te informeren over de werkzaamheden én kansen voor samenwerking.

Kamerstukken II 2022/23, 36200- IV, nr. 14

13-07-2023 Aan deze motie is uitvoering gegeven met de brief Stand van zaken moties en toezeggingen van 22 juni 2023 (Kamerstukken II 2022/23, 32820, nr. 500).

Motie van het lid Koekkoek c.s.; De Tweede Kamer verzoekt de regering een analyse te maken van de structurele problemen met betrekking tot persvrijheid alsook van mogelijke oplossingen om mediavrijheid in Nederland te versterken, en die in de vorm van een Kamerbrief zo spoedig mogelijk te doen toekomen aan de Tweede Kamer.

Kamerstukken II 2020/21, 32827, nr. 229

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief van 18 november 2022 (Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 37).

Motie van de leden Gündogan en Ploumen; De Tweede Kamer verzoekt de regering een onderzoek uit te voeren naar de multipliereffecten van de culturele en creatieve sector op innovatie en economische vooruitgang en naar de pay-offeffecten van investeringen in de culturele en creatieve sector op de uitgaven in de zorgsector.

(Kamerstukken II 2021/22, 32820, nr. 442).

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief van 14 juni 2022 Stand van zaken van moties en toezeggingen cultuur (Kamerstukken II 2021/22, 32820, nr. 469).

Motie van het lid Kwint c.s.; De Tweede Kamer verzoekt de regering een oplossing te zoeken voor de onverzekerbaarheid van culturele evenementen tegen een pandemie voor de komende jaren.

Kamerstukken II 2020/21, 32820, nr. 445

De Eerste en Tweede Kamer zijn op 4 november 2022 met de Meerjarenbrief Cultuur – De kracht van creativiteit geïnformeerd (Kamerstukken I 2022/23, 36200-VIII,nr. A) en (Kamerstukken II 2022/23, 32820, nr. 482).

Motie van het lid Kwint; De Tweede Kamer verzoekt de regering in kaart te brengen op welke manier de pluriformiteit van het media-aanbod beter beschermd kan worden, en de Tweede Kamer hierover te informeren.

(Kamerstukken II 2021/22, 32827, nr. 236).

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief Plan van aanpak persvrijheid en persveiligheid van 29 juni 2022 (Kamerstukken II 2021/22, 31777, nr. 32).

Motie van het Kwint c.s.; De Tweede Kamer verzoekt de regering in gesprek te gaan met de publieke omroep voor een betere borging van cultuur die geproduceerd is door Nederlandse makers, zowel in crisistijd als daarna, en dit mee te nemen in het herstelplan voor de cultuursector.

Kamerstukken II 2021/22, 35925 VIII, nr. 114

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de Mediabegrotingsbrief van 18 november 2022 (Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 37).

Motie van het lid Van Strien; De Tweede Kamer verzoekt de regering op korte termijn in overleg met zowel de publieke als private media-aanbieders te identificeren welke mogelijkheden kunnen worden benut om het Nederlandse medialandschap te versterken, en de Kamer hierover op korte termijn te informeren.

Kamerstukken II 2021/22, 35925 VIII, nr. 103

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de Brief aan de Tweede Kamer Stand van zaken moties en toezeggingen mediabeleid van 5 juli 2022 (Kamerstukken II 2021/22, 32827, nr. 248).

Motie van de leden De Hoop en Van der Plas; De Tweede Kamer verzoekt de regering om in overleg te treden met werkgevers over wat eerlijke bijdragen zijn van hen aan PersVeilig.

Kamerstukken II 2021/22, 35925-VIII, nr. 105

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief Plan van aanpak persvrijheid en persveiligheid van 29 juni 2022 (Kamerstukken II 2021/22, 31777, nr. 32).

Motie van de leden Werner en Van der Plas; De Tweede Kamer verzoekt het kabinet om met de NPO af te spreken dat wordt gerapporteerd over de voortgang van de vertegenwoordiging van mensen met een beperking zoals hierboven bedoeld en hierbij gebruik te maken van de reeds bestaande initiatieven.

Kamerstukken II 2021/22, 35925-VIII, nr. 136, t.v.v. nr. 108

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de Brief aan de Tweede Kamer Stand van zaken moties en toezeggingen mediabeleid van 5 juli 2022 (Kamerstukken II 2021/22, 32827, nr. 248).

Motie van het lid Werner; De Tweede Kamer verzoekt het kabinet de NPO te laten rapporteren over hoe de NPO laaggeletterden en laagtaalvaardigen met bijvoorbeeld dagprogrammering bereikt, en de Tweede Kamer hierover te informeren.

Kamerstukken II 2021/22, 35925- VIII, nr. 109

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de Brief aan de Tweede Kamer Stand van zaken moties en toezeggingen mediabeleid van 5 juli 2022 (Kamerstukken II 2021/22, 32827, nr. 248).

Motie van het lid Mohandis c.s.; De Tweede Kamer verzoekt de regering te komen tot een wetswijziging die de toegang tot een volwaardige bibliotheek voor elke inwoner van Nederland garandeert, en deze uiterlijk in 2023 aan de Kamer te doen toekomen.

Kamerstukken II 2021/22, 32820, nr. 474

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief van 4 november 2022 Een abonnement op de hele wereld. Versterken van het stelsel van openbare bibliotheken (Kamerstukken II 2022/23, 33846, nr. 70).

Motie van het lid Sjoerdsma c.s.; De Tweede Kamer verzoekt de regering om het huidige budget voor PersVeilig en het Flexibel Beschermingspakket Freelancers structureel beschikbaar te stellen en waar mogelijk de capaciteit te vergroten; verzoekt de regering dit gezamenlijk met de werkgevers te financieren, waarbij de overheidsbijdrage komt uit de middelen voor journalistiek en de aanpak van ondermijnende criminaliteit uit het vorige en huidige regeerakkoord en werkgevers om aanvullende inzet wordt gevraagd.

Kamerstukken II 2022/23, 32827, nr. 254

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de Mediabegrotingsbrief van 18 november 2022 (Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 37).

Motie van de leden Mohandis en Westerveld; De Tweede Kamer (constaterende dat er een adviescollege wordt ingesteld om een voorstel te doen voor nieuwe toelatings- en erkenningscriteria voor het omroepbestel; overwegende dat de publieke omroep en omroepverenigingen van groot maatschappelijk belang is en in een sterk veranderend medialandschap toekomstbestendig moet blijven; overwegende dat zowel het Commissariaat voor de Media als de Raad voor de Cultuur hebben geoordeeld het formuleren van nieuwe toelatingscriteria an sich niet voldoende is om de maatschappelijke worteling en kwaliteit van de publieke omroep en omroepverenigingen te blijven borgen;) verzoekt het kabinet om het adviescollege te verzoeken om naast het formuleren van bovengenoemde criteria – in brede zin onderzocht wordt op welke wijze en vorm maatschappelijke worteling van de omroepverenigingen, kwaliteit van de publieke omroep, de externe pluriformiteit en het bijdragen aan de wettelijke taakopdracht in de toekomst het beste kan worden vormgegeven.

Kamerstukken II 2022/23, 32827, nr. 269

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief van 20 december 2022 Kadernotitie adviescollege publieke omroep (Kamerstukken II 2022/23, 32827, nr. 274).

Motie van het lid Werner; De Tweede Kamer verzoekt de regering om in kaart te brengen hoe de omroepverenigingen over de vrijheid van besteding van hun eigen middelen kunnen beschikken om te werken aan hun maatschappelijke worteling, en de Kamer hierover te informeren voor de Mediabegroting.

Kamerstukken II 2022/23, 32827, nr. 263

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de Mediabegrotingsbrief van 18 november 2022 (Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 37).

Motie van het lid Werner; De Tweede Kamer verzoekt de regering om in samenspraak met de regionale omroepen, College van Omroepen, de RPO en de NPO te komen tot een plan hoe het blok NPO Regio doorontwikkeld kan worden, waarbij afspraken worden gemaakt over de financiering, het borgen van de rol van regionale omroepen bij het maken van content en waarbij er meer recht wordt gedaan aan een blok van twee uur regionale programmering, en de Kamer hierover te informeren voor de Mediabegroting.

Kamerstukken II 2022/23, 32827, nr. 264

De Tweede Kamer is over de uitvoering van deze motie geïnformeerd met de brief van 18 november 2022 (Kamerstukken II 2022/2023, 36200-VIII, nr. 37).

Motie van het lid Van der Plas; De Tweede Kamer verzoekt de regering het kabinet om met de NPO in gesprek te gaan over regionale programmering en regio-diversiteit

Kamerstukken II 2022/23, 32827, nr. 270

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de Mediabegrotingsbrief van 18 november 2022 (Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 37).

Motie van de leden Van Strien en Wuite; De Tweede Kamer verzoekt de regering regering in de BIS-periode van 2025-2028 uitdrukkelijk ruimte te laten om de uitkomsten van het onderzoek van DEN en TNO mee te kunnen nemen, zodat de kansen van digitalisering en innovatie gepakt kunnen worden.

Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 39

06-07-2023 Aan de motie is uitvoering gegeven met de brief Uitgangspunten cultuursubsidies 2025-2028 van 16 juni 2023 (Kamerstukken II 2022-2023, 32820, nr. 499).

Motie van het lid Van Strien; De Tweede Kamer (overwegende dat creatieve oplossingen nodig zijn om de lokale pers en journalistiek te versterken; overwegende dat herintroductie van de jongejournalistenregeling zowel publieke als private lokale media in staat stellen meer te investeren in journalistiek; overwegende dat een door lokale media gezamenlijke gecreëerde open source nieuwsdatabase het lokale nieuwsaanbod kan versterken; overwegende dat er best practices in het land te vinden zijn waarop op lokaal niveau de media zijn versterkt;) verzoekt de regering met een visie op lokale journalistiek te komen en daarin op bovengenoemde ideeën te reageren en best practices te inventariseren.

Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 129

De Tweede Kamer is op 30 mei 2023 over de motie geïnformeerd met de Visiebrief lokale omroepen (Kamerstukken II 2022-2023, 32827, nr. 281).

Motie van de leden Werner en Sjoerdsma; De Tweede Kamer verzoekt de regering om de NPO nadrukkelijk te wijzen op artikel 2 van de mediawet en daarbij aan te geven dat succes niet afgemeten wordt aan kijkcijfers en marktaandelen; verzoekt de regering om de NPO te vragen de invloed van programmatische doelstellingen waaronder kijkcijfers op het bepalen van het media-aanbod en de mogelijke spanning van die werkwijze met de Mediawet en de publieke mediaopdracht, mee te nemen in de jaarlijkse rapportage aan het Commissariaat en de Minister op grond van artikel 2.58 Mediawet.

Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 167

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief van 23 februari 2023 Stand van zaken rond aangenomen motie van Kamerleden Werner en Sjoerdsma over jaarlijkse rapportage media-aanbod op grond van artikel 2.58 van de Mediawet (Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 206).

De motie van het lid Rog; De Tweede Kamer verzoekt de regering samen met het onderwijsveld te onderzoeken of het mogelijk is binnen de regels voor vavo maatwerk te bieden en te bevorderen dat alle instellingen voor vavo deelnemen aan een samenwer-kingsverband voor passend onderwijs.

Kamerstukken II 2017/18, 31497, nr. 275

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de Brief voortgangsrapportage passend onderwijs mbo van 24 juni 2022 (Kamerstukken II 2021/22, 31497, nr. 438).

Motie van de leden Van den Berge en Rog; De Tweede Kamer verzoekt de regering om in het kader van de evaluatie van de Burgerschapsagenda mbo 2017–2021 specifiek aandacht te besteden aan: •de kwaliteit en professionalisering van docenten burgerschap; •de aansluiting tussen de leerdoelen van burgerschapsonderwijs in het mbo en de leerdoelen van maatschappijleer in het vmbo.

Kamerstukken II, 2019/20, 35336, nr. 16

De Tweede Kamer is geïnformeerd op 1 juli 2022 met de brief Versterking burgerschapsonderwijs in het mbo (Kamerstukken II, 2021/22, 31524, nr. 509).

Motie Kuik en Smals; De Tweede Kamer verzoekt de regering samen met de maatschappelijk partners binnen het mbo te onderzoeken wat een reële richtlijn is om effectief burgerschapsonderwijs vorm te geven, en daarbij expliciet te maken welke inzet de mbo-instelling minimaal moet leveren om effectief burgerschapsonderwijs te geven.

Kamerstukken II, 2019/20, 31524, nr. 466

De Tweede Kamer is geïnformeerd op 1 juli 2022 met de brief Versterking burgerschapsonderwijs in het mbo (Kamerstukken II, 2021/22, 31524, nr. 509).

Motie Smals en Kuik; De Tweede Kamer verzoekt de regering te onderzoeken hoe de burgerschapsopdracht binnen het mbo meer uniform ingevuld kan worden, zodat het burgerschapsonderwijs resulteert in meer kennis en kunde over de democratische rechtsstaat in Nederland, en dit mee te nemen in de evaluatie van de burgerschapsagenda.

Kamerstukken II, 2019/20, 31524, nr. 468

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief van 1 juli 2022 Versterking burgerschapsonderwijs in het mbo (Kamerstukken II 2021/22, 31524, nr. 509).

Motie van de leden Kuik en Van Meenen; De Tweede Kamer verzoekt de regering in overleg te gaan met de mbo-sector hoe recht gedaan kan worden aan de positie van jongeren onder de 18 in het mbo en hun in ieder geval voorrang te geven bij het krijgen van het fysieke onderwijs vanaf september.

Kamerstukken II 2019/20, 35300-VIII, nr. 197

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief Kaders Werkagenda mbo van 15 juli 2022 (Kamerstukken II 2021/22, 31524, nr. 511).

Motie van de leden Bruins en Van den Berge; De Tweede Kamer verzoekt de regering in gesprek te gaan met ondernemers, onderwijsinstellingen en bestaande aanbieders van excellentietrajecten, en met voorstellen te komen om de mogelijkheden voor het afleggen van excellentietrajecten uit te breiden.

Kamerstukken II 2020/21, 35570-VIII, nr. 78

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief Kaders Werkagenda mbo van 15 juli 2022 (Kamerstukken II 2021/22, 31524, nr. 511).

De Tweede Kamer (constaterende dat de subsidie voor onderwijsvoorzieningen voor personen met een handicap, zoals de inzet van een gebarentolk, alleen kan worden toegekend aan personen jonger dan 30 jaar; overwegende dat bij het wegnemen van de belemmeringen die personen ondervinden bij het volgen van onderwijs als gevolg van ziekte of gebrek, een leeftijdgrens geen rol mag spelen) verzoekt de regering, artikel 19a van de Wet overige OCW-subsidies te herzien op dit punt, of een aparte regeling te treffen voor personen die nu geen aanspraak kunnen maken op deze voorziening.

Kamerstukken II 2019/20, 34562, nr. 12.

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de Brief voortgangsrapportage passend onderwijs mbo van 24 juni 2022 (Kamerstukken II 2021/22, 31497, nr. 438).

De motie Peters en Bisschop; De Tweede Kamer verzoekt de regering de mogelijkheden van één gemeenschappelijk wettelijk kader voor het gehele voortgezet onderwijs en het mbo te onderzoeken dat tegemoetkomt aan de wensen en de onderscheiden posities van de verschillende geledingen.

Kamerstukken II, 2020/21, 35606, nr. 27

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief van 3 mei 2023 Versterken medezeggenschap in het mbo (Kamerstukken II 2022/23, 31524, nr. 550).

Motie van de leden Westerveld en Kwint; De Tweede Kamer verzoekt de regering om bij de doelgroep en cliënten-organisaties te inventariseren wat er nodig is om een passend onderwijs-aanbod te bieden aan mensen met een handicap en/of neurodivergente personen en wat daarvoor nodig is qua ondersteuning, lesmiddelen en andere voorwaarden;

(Kamerstukken II 2020/21, 35830-VIII, nr. 18).

De Tweede Kamer is geïnformeerd op 24 juni 2022 met de brief Voortgangsrapportage passend onderwijs mbo (Kamerstukken II, 2021/22, 31497, nr. 438).

De motie van het lid Kwint c.s.; De Tweede Kamer verzoekt het kabinet, in gesprek te gaan met de MBO Raad, Vereniging Hogescholen en VSNU om ervoor te zorgen dat fysiek onderwijs de norm is, en behoudens dwingende omstandigheden alleen bij hoge uitzondering en met instemming van studenten en docenten tot afstandsonderwijs mag worden overgegaan.

Kamerstukken II 2020/21, 35570-VIII, nr. 262

De Tweede Kamer is geïnformeerd op 8 juli 2022 met Kamerbrief inzake kaders uitgangspunten afstandsonderwijs in het reguliere onderwijs PO, VO, MBO en HO (Toezegging gedaan tijdens het commissiedebat Digitalisering in het onderwijs van 1 december 2021, over een afwegingskader voor online en fysiek onderwijs) (Kamerstukken II 2021/22, 35925-VIII, nr. 189).

Motie van de leden Van der Woude en Peters; De Tweede Kamer verzoekt de regering instellingen uitdrukkelijk mee te geven om binnen hun argumentatie om af te wijken van de keuzelijst te onderbouwen op welke manier de afwijkende actie zich in de praktijk heeft bewezen, de effectiviteit zeer voor de hand ligt of wetenschappelijk is onderbouwd en dit ter instemming voor te leggen aan de medezeggenschapsraad en de onderbouwing bij de afwijking vast te leggen in het jaarverslag.

Kamerstukken II 2020/21, 35570-VIII, nr. 266

De Tweede Kamer is geïnformeerd op 3 juni 2022 met de Brief Tweede voortgangsrapportage Nationaal Programma Onderwijs (NP Onderwijs) in het mbo en hoger onderwijs en onderzoek (Kamerstukken II 2021/22, 31424, nr. 508).

Motie van de leden Westerveld en Wassenberg; De Tweede Kamer verzoekt de regering om in aanvulling op het onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut naar stagediscriminatie specifiek stagediscriminatie bij studenten met een functiebeperking in beeld te brengen.

Kamerstukken II 2020/21, 35570-VIII, nr. 271

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de Beleidsbrief Hoger Onderwijs en Wetenschap op 17 juni 2022 (Kamerstukken II, 2021/22, 31288, nr. 964).

Motie van de leden Westerveld en Bouchallikh; De Tweede Kamer verzoekt de regering om in kaart te brengen hoe de voorlichting in het voortgezet onderwijs en in het mbo verbeterd kan worden met als doel leerlingen en studenten zo vroeg mogelijk te informeren over de kansen en het carrièreperspectief in de technieksector.

Kamerstukken II 2021/22, 35925 VIII, nr. 98

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief van 20 oktober 2022 Inzet Werkagenda mbo (Kamerstukken II 2022/23, 31524 nr. 515).

Motie van de leden Simons en Gündogan; De Tweede Kamer verzoekt de regering: –te zorgen voor een landelijk dekkend systeem in de aanpak van laaggeletterdheid, zodat het niet van de toevallige gemeente waar je woont afhangt of je geholpen wordt in het geval van laaggeletterdheid of om laaggeletterdheid te voorkomen; –inzichtelijk te maken welke incidentele middelen in de aanpak van laaggeletterdheid een structurele financiering behoeven en welke structurele resultaten hiermee behaald kunnen worden; –zorg te dragen voor de structurele betrekking van het werkveld, waaronder de in de overwegingen genoemde partijen en programma’s; –de Kamer hier op zo kort mogelijke termijn, maar in ieder geval voor de begrotingsbehandeling van OCW voor het begrotingsjaar 2023, over te informeren.

Kamerstukken II 2021/22, 35925 VIII, nr. 73

De Tweede Kamer is op 14 juli 2023 geïnformeerd met de brief ‘Voortgang en tussenevaluatie vervolgaanpak laaggeletterdheid 2020-2024’ (Kamerstukken II 2022/23, 28760, nr. 114).

Motie van de leden Paternotte en Pieter Heerma; De Tweede Kamer verzoekt de regering op zeer korte termijn een aanpak tegen arbeidsmarkttekorten te formuleren zowel generiek als specifiek voor de sectoren wonen, zorg, onderwijs, klimaat, (internationale) veiligheid en kinder-opvang, daarin te kijken naar succesvol internationaal beleid en de mogelijkheden binnen het beroepsonderwijs, en de Tweede Kamer voor het zomerreces daarover te rapporteren.

Kamerstukken II, 2021/22, 35788, nr. 128

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Aanpak arbeidsmarktkrapte van 24 juni 2022 (Kamerstukken II 2021/22, 29544, nr. 1115).

Motie van het lid Westerveld c.s.; De Tweede Kamer verzoekt de regering om samen met de studentenvakbonden, onderwijsinstellingen en het bedrijfsleven afspraken te maken over het opnemen van een minimale stagevergoeding in de cao, en dat deze vergoeding in ieder geval de onkosten die de student in verband met de stage maakt, moet dekken; verzoekt de regering ook om daarbij eerst te focussen op afspraken met stage- en leer-werkbedrijven over een minimale stagevergoeding voor mbo-studenten.

Kamerstukken II 2021/22, 36100-VIII, nr. 10

De Tweede Kamer is geïnformeerd op 14 februari 2023 geïnformeerd met de brief Aanbieding Werkagenda en stagepact mbo (Kamerstukken II 2022/23, 31524, nr. 549).

Motie van de leden Van Baarle en De Hoop; De Tweede Kamer verzoekt de regering om aan het herijkte plan tegen stagediscriminatie concrete doelstellingen te verbinden, en jaarlijks over de voortgang te rapporteren.

Kamerstukken II 2021/22, 36100-VIII, nr. 21

De Tweede Kamer is op 14 februari 2023 geïnformeerd met de brief Aanbieding Werkagenda en stagepact mbo (Kamerstukken II 2022/23, 31524, nr. 549).

Motie van de leden Van Baarle en De Hoop; De Tweede Kamer verzoekt de regering om te bevorderen dat studenten op hun opleiding terechtkunnen bij een laagdrempelig en fysiek studentenloket om discriminatie bij het zoeken van een stage te melden.

Kamerstukken II 2021/22, 36100-VIII, nr. 17

De Tweede Kamer is op 14 februari 2023 geïnformeerd met de brief Aanbieding Werkagenda en stagepact mbo (Kamerstukken II 2022/23, 31524, nr. 549).

Motie van het lid Van Baarle; De Tweede Kamer verzoekt de regering om te bewerkstelligen dat het voorkomen van stagediscriminatie een expliciete voorwaarde wordt om erkend leerbedrijf te worden en om deze voorwaarde ook te (laten) handhaven.

Kamerstukken II 2021/22, 36100-VIII, nr. 18

De Tweede Kamer is op 14 februari 2023 geïnformeerd met de brief Aanbieding Werkagenda en stagepact mbo (Kamerstukken II 2022/23, 31524, nr. 549).

Motie van het lid El Yassini; De Tweede Kamer verzoekt de regering om samen met onderwijsinstellingen en het bedrijfsleven ernaar te streven dat minimaal 35% van het totale aantal mbo-studenten een bbl-traject volgt en dit percentage tot doelstelling van het bbl-offensief te maken.

Kamerstukken II 2022/23, 31524, nr. 517

De Tweede Kamer is op 14 februari 2023 geïnformeerd met de brief Aanbieding Werkagenda en stagepact mbo (Kamerstukken II 2022/23, 31524, nr. 549).

Motie van het lid El Yassini; De Tweede Kamer verzoekt de de Minister met een aanvalsplan te komen om het aantal voortijdige schoolverlaters stapsgewijs te verlagen naar onder de 18.000 jongeren in 2026 en in dat aanvalsplan afspraken met mbo-scholen op te nemen om alle obstakels voor omschakeling naar een bbl-traject weg te nemen; verzoekt de Minister van OCW om samen met het Ministerie van Defensie te onderzoeken welke rol het dienstjaar van Defensie in het vsv-aanvalsplan kan spelen.

Kamerstukken II 2022/23, 31524, nr. 518

De Tweede Kamer is op 3 april 2023 geïnformeerd met de brief Hoofdlijnen aanvalsplan voorkomen voortijdig schoolverlaten en begeleiden naar een kansrijke toekomst (Kamerstukken II 2022/23, 26695, nr. 142).

Motie van de leden Van der Plas en El Yassini; De Tweede Kamer verzoekt de regering een apart onderzoek in te stellen naar stagediscriminatie op handicap.

Kamerstukken II 2022/23, 31524, nr. 527

De Tweede Kamer is op 14 februari 2023 geïnformeerd met de brief Aanbieding Werkagenda en stagepact mbo (Kamerstukken II 2022/23, 31524, nr. 549).

Motie van de leden Bouchallikh en De Hoop; De Tweede Kamer verzoekt de regering om in de Wet educatie en beroepsonderwijs op te nemen dat de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap geregeld in overleg dient te treden met de daarvoor in aanmerking komende belangenorganisaties van studenten over aangelegenheden van algemeen belang voor studenten.

Kamerstukken II 2022/23, 31524, nr. 524

De Tweede Kamer is op 6 juli 2023 geïnformeerd met de Kamerbrief Gelijkwaardige behandeling mbo-studenten (Kamerstukken II 2022/23, 31524, nr. 569).

Motie Van der Molen en El Yassini; De Tweede Kamer verzoekt de regering om in de uitwerking van stagematching een variant op te nemen waarbij studenten kennismaken met twee stageorganisaties en stageorganisaties kennismaken met twee studenten, waarna de school aan de hand van wederzijdse voorkeuren een knoop doorhakt welke student waar stage gaat lopen.

Kamerstukken II 2022/23, 31524, nr. 525

De Tweede Kamer is op 14 februari 2023 geïnformeerd met de brief Aanbieding Werkagenda en stagepact mbo (Kamerstukken II 2022/23, 31524, nr. 549).

Motie van de leden Van der Molen en Palland; De Tweede Kamer (constaterende dat studenten in het mbo geen aanspraak kunnen maken op gemeentelijke studietoeslag, indien ze door een beperking niets bij kunnen verdienen; constaterende dat studenten in het mbo geen collegekaart krijgen, waardoor ze niet aan kunnen tonen dat zij student zijn en niet in aanmerking komen voor kortingen; constaterende dat voor studenten in het mbo strengere voorwaarden en een kortere periode geldt waarin ze lesgeld terug kunnen vragen; constaterende dat in de medezeggenschapsmonitor er alleen aandacht is voor medezeggenschap in het hoger onderwijs; constaterende dat mbo-studenten die op zichzelf willen gaan wonen in veel gevallen niet in aanmerking komen voor een studentenkamer van sociale studentenhuisvesters;) verzoekt de regering te werken aan verdere gelijkheid van mbo-studenten ten opzichte van studenten in het hoger onderwijs en de voorgaande vijf knelpunten in kaart te brengen, en de Kamer gelijktijdig met de indiening van de Voorjaarsnota te informeren op welke wijze en op welke termijn deze knelpunten kunnen worden verholpen.

Kamerstukken II 2022/23, 31524, nr. 526

De Tweede Kamer is op 6 juli 2023 geïnformeerd met de Kamerbrief Gelijkwaardige behandeling mbo-studenten (Kamerstukken II 2022/23, 31524, nr. 569).

Motie van het lid Van Baarle; De Tweede Kamer verzoekt de regering om samen met de SBB een plan op te stellen om te komen tot geïntensiveerde handhaving van antidiscriminatie-eisen bij stagebedrijven, te bewerkstelligen dat er serieuzer werk wordt gemaakt van het opvolgen van meldingen en samen met de SBB te streven naar intensivering van de capaciteit op de handhaving van antidiscriminatie-eisen.

Kamerstukken II 2022/23, 31524, nr. 531

De Tweede Kamer is op 14 februari 2023 geïnformeerd met de brief Aanbieding Werkagenda en stagepact mbo (Kamerstukken II 2022/23, 31524, nr. 549).

Motie van het lid El Yassini c.s.; De Tweede Kamer verzoekt de regering bij een positieve evaluatie vanaf 2024 de huidige middelen van de subsidie praktijkleren in te zetten voor een vervolgregeling van vijf jaar.

Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 144

De Tweede Kamer is op 25 mei 2023 geïnformeerd met de brief Evaluatie Subsidieregeling Praktijkleren 2019-2022 (Kamerstukken II 2022/23, 31524, nr. 563).

Motie van de leden El Yassini en Van der Molen; De Tweede Kamer verzoekt de regering komend jaar € 600.000 vanuit de bekostiging mbo in te zetten om de stijgende kosten voor de mbo-vakwedstrijden op te kunnen vangen en de borging van dit programma te verzekeren.

Kamerstukken II 2022-23, 36200-VIII, nr. 77

De Tweede Kamer is op 30 maart 2023 geïnformeerd met brief Reactie op moties en amendementen die zijn ingediend tijdens de meest recente begrotingsbehandeling, het wetgevingsoverleg Begrotingsonderzoek, het wetgevingsoverleg Cultuur, het wetgevingsoverleg Media en het wetgevingsoverleg Emancipatie (Kamerstukken II 2022/23, 36200 VIII, nr. 212).

Motie van het lid van der Molen; De Tweede Kamer (constaterende dat er veel verschillende regelingen zijn om mensen die leraar willen worden financieel te ondersteunen; overwegende dat het voor veel zij-instromers een behoorlijke zoektocht is hoe ze leraar kunnen worden; constaterende dat lerarenopleidingen en scholen samenwerken rond aankomend leraren, zowel in samenwerkingsverbanden regionale aanpak personeelstekort (RAP) en opleidingsscholen;) verzoekt de regering om deze aanpakken te verbinden, zodat beter samen met zij-instromers kan worden gezocht naar de meest geschikte route om leraar te worden, en tevens te stoppen met aparte financiële regelingen om leraar te worden en deze middelen beschikbaar te stellen voor regionale samenwerkingsverbanden zodat zij zij-instromers kunnen helpen met de financiële ondersteuning van het opleidingstraject.

Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 99

De Tweede Kamer is op 20 juni 2023 geïnformeerd met de brief Voortgang Lerarenstrategie (Kamerstukken II 2022/23, 27923, nr. 456).

Motie van de leden Bouchallikh en De Hoop; De Tweede Kamer verzoekt de regering om ervoor te zorgen dat mbo-studenten ook een melding kunnen doen bij de antidiscriminatievoorzieningen (ADV’s) over stagediscriminatie; verzoekt de regering tevens om in gesprek met onderwijsinstellingen ervoor te zorgen dat de ADV’s betrokken worden bij de opstelling van de escalatieladders en routekaarten.

Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 105

De Tweede Kamer is op 14 februari 2023 geïnformeerd met de brief Aanbieding Werkagenda en stagepact mbo (Kamerstukken II 2022/23, 31524, nr. 549).

Motie van de leden Westerveld en Bouchalllikh; De Tweede Kamer verzoekt de regering om ook tweejaarlijks een monitor medezeggenschap mbo uit te voeren en over de vormgeving in gesprek te gaan met JOB MBO.

Kamerstukken II 2022/23, 31888, nr. 997

De Tweede Kamer is op 2 maart 2023 geïnformeerd met de brief Versterken medezeggenschap in het mbo (Kamerstukken II 2022/23, 31524, nr. 550).

Gewijzigde motie van de leden El Yassini en Van der Molen; De Tweede Kamer verzoekt de regering het tweede project van de Ambachtsacademie na afronding daarvan te evalueren en de Tweede Kamer daarover te informeren.

(Kamerstukken II 2022/23, 36200 VIII, nr. 186)

Deze motie wordt uitgevoerd door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

De motie van het lid Ypma c.s. ; De Tweede Kamer (overwegende dat leraren professionals zijn die ruimte en zeggenschap verdienen om zelf vorm en inhoud te geven aan hun vak); verzoekt de regering te bevorderen dat: - in de nascholing en professionalisering van leraren gerichte aandacht is voor het omgaan met verschillen, het gebruik van ICT en curriculum-ontwikkeling; - het opleiden van nieuwe generaties leraren binnen opleidingsscholen, een samenwerking van school en lerarenopleiding, wordt geïntensiveerd, zodat theorie en praktijk meer dan nu met elkaar worden verweven; - er overeenstemming komt over het ontwikkelen van brede, vakoverstijgende educatieve bachelors en masters, zowel op hbo- als wo-niveau, die studenten voorbereiden op het moderne beroep van leraar, zowel in het basis- als in het voortgezet onderwijs; - er universitaire opleidingen voor het primair onderwijs worden ontwikkeld; verzoekt de regering te bevorderen dat de lerarenopleidingen, in zowel hbo als wo, hun curriculum aanpassen aan en het lerarenregister rekening houdt met de ontwikkelingen die verder uitgewerkt worden onder onderwijs2032.

31293, nr. 289

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief Lerarenstrategie van 1 juli 2022 (Kamerstukken II, 2021/22, 27923, nr. 443).

De motie van het lid Van der Molen; De Tweede Kamer verzoekt de regering regering om het criterium meerwaarde concreet uit te werken en hierbij te onderbouwen hoe deze voldoende kritisch is om hiermee onnodige verengelsing tegen kan worden gegaan en dit uiterlijk 1 juni 2020 naar de Tweede kamer te sturen.

Kamerstukken 2019/20 II, 35282, nr. 62

De Tweede Kamer is op 21 april 2023 geïnformeerd met de brief Voornemen intrekken wetsvoorstel Wet taal en toegankelijkheid (Kamerstukken I 2022/23, 35282, nr. L).

Motie van het lid Van der Molen c.s.; De Tweede Kamer verzoekt de regering om voor de mbo’ers die doorstromen naar het hbo de 1 februari-regeling aan te passen naar een 1 september-regeling en dit wetsvoorstel zo spoedig mogelijk naar de Kamer te sturen, waarbij de extra kosten gedekt worden uit de lumpsum van het hoger beroepsonderwijs (artikel 6).

(Kamerstukken II 2020/21, 35570-VIII, nr. 55).

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief Kabinetsreactie op Nibud Studentenonderzoeken en toezeggingen in recente debatten over studiefinanciering en DUO van 10 juni 2022 (Kamerstukken II 2021/22, 24724, nr. 206).

Motie van het lid Van Meenen; De Tweede Kamer verzoekt de regering om de Onderwijsraad om advies te vragen over hoe het hoger onderwijs inclusiever kan worden.

Kamerstukken II, 2020/21, 29338, nr. 227

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief van 24 juni 2022 Brief voortgangsrapportage passend onderwijs mbo (Kamerstukken II, 2021/22, 31497, nr. 438).

Motie van het lid El Yassini; De Tweede Kamer vraagt de regering te onderzoeken of de aanpak zoals die plaatsvindt in het Toptraject van Saxion aanknopingspunten biedt voor trajecten gericht op doorstroom naar het hoger onderwijs wo, naar de associate degree, en wat voor die samenwerking, ook bestuurlijk, dan eventueel geregeld moet worden.

Kamerstukken II, 2020/21, 35606, nr. 26

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief Reactie op moties en toezeggingen op het gebied van middelbaar beroepsonderwijs (Kamerstukken II 2022/23, 31524, nr. 544).

Motie van de leden Paternotte en Van der Woude; De Tweede Kamer verzoekt de regering in kaart te brengen met welke belemmeringen en bezwaren deze Europese opleidingen te maken hebben, en vervolgens na te gaan hoe de geïnventariseerde belemmeringen weggenomen kunnen worden.

Kamerstukken II 2021/22, 35925 VIII, nr. 46

De Tweede Kamer is op 14 oktober 2022 geïnformeerd met de brief Ondersteuning voor de Nederlandse deelnemers aan het Europese Universiteiten Initiatief (Kamerstukken II 2022/23, 22452, nr. 81).

Motie van het lid Van Baarle; De Tweede Kamer verzoekt de regering onderzoek te doen naar de mate waarin stagediscri-minatie plaatsvindt in het hoger onderwijs en om te stimuleren dat bestaande initiatieven om stagediscriminatie tegen te gaan ook in het hoger onderwijs worden doorgevoerd.

(Kamerstukken II 2021/22, 35925-VIII, nr. 62).

De Tweede Kamer is op 17 juni 2022 geïnformeerd met de Beleidsbrief met hoofddoelen en beleidskeuzes Hoger Onderwijs en Wetenschap (Kamerstukken I 2021/22, 31288 M) en (Kamerstukken II 2021/22, 31288, nr. 964).

Motie van de leden Van der Molen en Van der Laan; De Tweede Kamer bij het voorliggende studiebeursvoorstel aanpassingen te onderzoeken hoe ook studenten met ouders met een middeninkomen gericht en/of extra financieel ondersteund kunnen worden, bijvoorbeeld door verhoging van de basisbeurs en verbreding van de aanvullende beurs, en de invoering per studiejaar 2023–2024 als criterium te hanteren; verzoekt het kabinet een voorstel te doen hoe een deel van de middelen aangewend kan worden voor scholing richting specifieke tekortberoepen.

(Kamerstukken II 2021/22, 24724, nr. 180).

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief van 10 juni 2022 Kabinetsreactie op Nibud Studentenonderzoeken en toezeggingen in recente debatten over studiefinanciering en DUO (Kamerstukken II 2021/22, 24724, nr. 206).

Motie van het lid Van Baarle; De Tweede Kamer verzoekt de regering om de maximale aanvullende beurs voor de laagste inkomens niet te verlagen ten opzichte van het voorkeursscenario.

(Kamerstukken II 2021/22, 24724, nr. 187).

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief van 10 juni 2022 Kabinetsreactie op Nibud Studentenonderzoeken en toezeggingen in recente debatten over studiefinanciering en DUO (Kamerstukken II 2021/22, 24724, nr. 206).

Motie van het lid Van Baarle; De Tweede Kamer verzoekt de regering om de verantwoorde ruimte maximaal te benutten om de weging van een studieschuld op een hypotheek te beperken.

(Kamerstukken II 2021/22, 24724, nr. 189).

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief van 10 juni 2022 Kabinetsreactie op Nibud Studentenonderzoeken en toezeggingen in recente debatten over studiefinanciering en DUO (Kamerstukken II 2021/22, 24724, nr. 206).

Motie van het lid Wassenberg c.s.; De Tweede Kamer verzoekt de regering de financiële positie van studenten met een beperking te onderzoeken en deze jaarlijks te monitoren.

(Kamerstukken II 2021/22, 24724, nr. 190).

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief van 10 juni 2022 Kabinetsreactie op Nibud Studentenonderzoeken en toezeggingen in recente debatten over studiefinanciering en DUO (Kamerstukken II 2021/22, 24724, nr. 206).

Motie van het lid Van der Graaf; De Tweede Kamer (constaterende dat er in de hoofdlijnenbrief over de herinvoering van de basisbeurs geen varianten zijn uitgewerkt met de geïndexeerde bedragen van de oude basisbeurs als uitgangspunt;) verzoekt de regering ook varianten uit te werken met een hogere basisbeurs.

(Kamerstukken II 2021/22, 24724, nr. 196).

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief van 10 juni 2022 Kabinetsreactie op Nibud Studentenonderzoeken en toezeggingen in recente debatten over studiefinanciering en DUO (Kamerstukken II 2021/22, 24724, nr. 206).

Motie van het lid Van der Graaf c.s.; De Tweede Kamer verzoekt de regering om met een voorstel te komen om toe te werken naar één centraal punt waar studenten met een beperking al hun financiële steun kunnen aanvragen.

(Kamerstukken II 2021/22, 24724, nr. 197).

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief van 10 juni 2022 Kabinetsreactie op Nibud Studentenonderzoeken en toezeggingen in recente debatten over studiefinanciering en DUO (Kamerstukken II 2021/22, 24724, nr. 206).

Motie van de leden De Hoop en Segers; De Tweede Kamer verzoekt de regering alle lerarenopleidingen te ondersteunen om aankomende leraren vaardigheden bij te brengen tot het voeren van lastige gesprekken; verzoekt de regering tevens om met de lerarenopleidingen te bezien hoe het voeren van lastige gesprekken onderdeel kan worden van het curriculum, en de Kamer hierover te informeren voor de OCW-begrotingsbehandeling,

Kamerstukken II 2021/22, 31293, nr. 626

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief van 21 november 2022 Voortgang Masterplan basisvaardigheden voor het funderend onderwijs inclusief Reactie op vragen schriftelijk overleg scholen aan de slag met subsidie (Kamerstukken II 2022/23, 31293, nr. 655).

Motie van de leden Van der Molen en Van der Woude; De Tweede Kamer verzoekt de regering om in het beoordelingskader van de NVAO de wijze van toetsing van de taalkeuze te expliciteren en dit tevens te expliciteren voor het advies van de CDHO rondom de taalkeuze, en de Kamer daarover te informeren voor het einde van het kalenderjaar; en verzoekt de regering om op alle lopende aanvragen voor Engelstalige nieuwe opleidingen die bij de CDHO, bij het ministerie of de NVAO in behandeling zijn voorafgaand aan de definitieve besluitvorming alsnog een toets op de taalkeuze toe te passen en de uitkomst daarvan te publiceren.

Kamerstukken II 2021/22, 31288, nr. 978

De Tweede Kamer is op 8 juni 2023 geïnformeerd met de brief Motie-Omtzigt c.s. over anderstalige opleidingen en over het ontwikkelen en handhaven van heldere normen voor de onderwijstaal Nederlands (Kamerstukken II 2022/23, 31288, nr. 1056).

Motie van het lid Kwint en Van der Molen; De Tweede Kamer verzoekt de regering om samen met de Vereniging Hogescholen en Universiteiten van Nederland ervoor te zorgen dat het actief werven van buitenlandse studenten tot nader order, in ieder geval totdat de Minister met nieuwe maatregelen komt omtrent internationalisering, gestopt wordt.

Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 83

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief van 9 december 2022 Reactie op moties en vragen internationale studenten (Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 177).

Motie van het lid Van der Molen; De Tweede Kamer (overwegende dat in de WHW staat dat Nederlands de voertaal in het hoger onderwijs is en deze wettelijke bepaling niet gehandhaafd wordt, terwijl juist tweetalig onderwijs internationale studenten de kans biedt om het Nederlands te leren; overwegende dat, als we zouden stoppen met volledig Engelstalige bacheloropleidingen, dit volgens het CPB 150 miljoen structureel oplevert en dit terug kan vloeien naar die instellingen die het aantal studenten weet te vergroten dat na afstuderen nog in Nederland werkt; overwegende dat een numerus fixus voor Engelstalige masterstudies met centrale afspraken ervoor kan zorgen dat de instroom gereguleerd kan worden, waarbij de toegestane instroom in studies voor tekortsectoren groter zou mogen zijn en instellingen in krimpregio’s een hogere vaste voet in hun financiering zouden kunnen krijgen; overwegende dat, indien onderwijsinstellingen direct verantwoordelijk zijn voor de huisvesting van internationale studenten, dit een beheerste werving van internationale studenten in de hand kan werken;) verzoekt de regering om uitgebreid op de voorgaande vier oplossingen te reageren in de brief die in februari naar de Kamer zal komen.

Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 101

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief van 21 april 2023 Beheersing internationale studentenstromen in het hoger onderwijs (Kamerstukken II 2022/23, 22452, nr. 85).

Motie van het lid Dassen c.s.; De Tweede Kamer verzoekt de regering met een evaluatie van de huidige manier van schuldfinanciering te komen, waarbij zij ook alternatieve voorstellen meeneemt, bijvoorbeeld langere rentelooptijden.

Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 122

De Tweede Kamer is op 27 juni 2023 geïnformeerd met de brief Reactie op diverse moties en toezeggingen op het gebied van studiefinanciering (Kamerstukken II 2022/23, 24724, nr. 210).

Motie van het lid Omtzigt c.s.; De Tweede Kamer (constaterende dat artikel 1.3, lid 5 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek stelt dat de universiteiten, levensbeschouwelijke universiteiten, hogescholen en de Open Universiteit zich in het kader van hun werkzaamheden op het gebied van het onderwijs wat betreftNederlandstalige studenten mede richten op de bevordering van de uitdrukkingsvaardigheid in het Nederlands; constaterende dat artikel 7.2 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek stelt dat het onderwijs wordt gegeven en de examens worden afgenomen in het Nederlands, waarbij in afwijking van de eerste volzin een andere taal kan worden gebezigd: • wanneer het een opleiding met betrekking tot die taal betreft; • wanneer het onderwijs betreft dat in het kader van een gastcollege door een anderstalige docent gegeven wordt; • indien de specifieke aard, de inrichting of de kwaliteit van het onderwijs dan wel de herkomst van de studenten daartoe noodzaakt, overeenkomstig een door het instellingsbestuur vastgestelde gedragscode; constaterende dat de invulling van beide artikelen niet altijd helemaal duidelijk is en dat het aan handhaving ontbreekt;) verzoekt de regering heldere normen te ontwikkelen voor deze artikelen en te bevorderen dat de inspectie deze normen publiceert en handhaaft voor de invulling van deze twee artikelen; verzoekt de regering wat betreft het onderwijs in de bachelorfase over de normen en de handhaving voor 1 juni 2023 aan de Kamer te rapporteren.

Kamerstukken II 2022/23, 31288, nr. 1008

De Tweede Kamer is op 8 juni 2023 geïnformeerd met de brief Motie-Omtzigt c.s. over anderstalige opleidingen en over het ontwikkelen en handhaven van heldere normen voor de onderwijstaal Nederlands (Kamerstukken II 2022/23, 31288, nr. 1056).

Motie van de leden De Hoop en De Graaf; De Tweede Kamer (overwegende dat het vraagstuk van internationalisering in het hoger onderwijs niet enkel raakt aan onderwijsinstellingen en studenten, maar ook gaat over huisvesting, mentale gezondheid en eenzaamheid, migratie, economisch en arbeidsmarktbeleid; overwegende dat die verschillende thema’s blijvend betrokken moeten worden bij beleidskeuzes over internationalisering;)verzoekt de regering om in de februaribrief te komen met voorstellen voor hoe deze vraagstukken in samenhang beoordeeld kunnen worden.

Kamerstukken II 2022/23, 31288, nr. 1011

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief van 21 april 2023 Beheersing internationale studentenstromen in het hoger onderwijs (Kamerstukken II 2022/23, 22452, nr. 85).

Motie van de leden Van der Woude en De Graaf; De Tweede Kamer verzoekt de regering g in de februaribrief te reageren op het rapport «Stayrate en arbeidsmarktpositie van internationale afgestudeerden in Nederland» van het Nuffic; verzoekt de regering in de februaribrief in te gaan op de binding van internationale studenten met Nederland en de arbeidsmarkt na afronding van hun studie; verzoekt de regering daarbij gericht in te gaan op de stayrate (blijfkans) van internationale studenten in het beroepsonderwijs.

Kamerstukken II 2022/23, 31288, nr. 1013

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief van 21 april 2023 Beheersing internationale studentenstromen in het hoger onderwijs (Kamerstukken II 2022/23, 22452, nr. 85).

Motie van de leden Peters en Eerdmans; De Tweede Kamer verzoekt de regering om in de februaribrief op het voorstel van een onbeperkte numerus fixus te reageren.

Kamerstukken II 2022/23, 31288, nr. 1018

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief van 21 april 2023 Beheersing internationale studentenstromen in het hoger onderwijs (Kamerstukken II 2022/23, 22452, nr. 85).

Motie van het lid Pauls c.s.; De Tweede Kamer verzoekt de regering te onderzoeken of een pilot met een vierjarigenvoltijdpabopraktijkopleiding kan worden gerealiseerd per volgend schooljaar, en de Kamer daarover voor het zomerreces te informeren.

Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 189

De Tweede Kamer is op 20 juni 2023 geïnformeerd met de brief Voortgang Lerarenstrategie (Kamerstukken II 2022/23, 27923, nr. 456).

Motie van de leden Peters en El Yassini; De Tweede Kamer verzoekt de regering om te onderzoeken of en, zo ja, hoe het mogelijk is om bij de aanvraag van de aanvullende beurs rekening te houden met of ouders in het land waar ze een inkomen verdienen tot de middeninkomens behoren, en de Kamer hierover te informeren voor het zomerreces.

Kamerstukken II 2022/23, 36229, nr. 18

De Tweede Kamer is geïnformeerd op 27 juni 2023 met de brief Reactie op diverse moties en toezeggingen op het gebied van studiefinanciering (Kamerstukken II 2022/23, 24724, nr. 210).

Motie van de leden De Graaf en Peters; De Tweede Kamer verzoekt de regering voor het zomerreces de mogelijkheden in beeld te brengen onder welke voorwaarden studenten hun reisvoorziening tijdelijk stop kunnen zetten waarbij het reisrecht behouden blijft, en hiertoe in overleg te treden met ov-bedrijven en DUO; verzoekt de regering tevens de Kamer te informeren over de uitkomst van de gesprekken met ov-bedrijven en DUO.

Kamerstukken II 2022/23, 36229, nr. 23

De Tweede Kamer is geïnformeerd op 27 juni 2023 met de brief Reactie op diverse moties en toezeggingen op het gebied van studiefinanciering (Kamerstukken II 2022/23, 24724, nr. 210).

Motie van het lid De Hoop c.s.; De Tweede Kamer verzoekt de regering om ook andere maatregelen te bedenken om studenten proactief te benaderen voor de aanvraag van de aanvullende beurs, en deze maatregelen te bedenken in samenspraak met studenten.

Kamerstukken II 2022/23, 36229, nr. 26

De Tweede Kamer is geïnformeerd op 27 juni 2023 met de brief Reactie op diverse moties en toezeggingen op het gebied van studiefinanciering (Kamerstukken II 2022/23, 24724, nr. 210).

Motie van de leden Pouw-Verweij en Peters; De Tweede Kamer (constaterende dat het bedrag van de aanvullende beurs voor inkomens van € 35.000 tot € 70.000 proportioneel wordt afgebouwd, waarbij de daling met een lineaire curve verloopt;

Kamerstukken II 2022/23, 36284, nr. 27

De Tweede Kamer is geïnformeerd op 27 juni 2023 met de brief Reactie op diverse moties en toezeggingen op het gebied van studiefinanciering (Kamerstukken II 2022/23, 24724, nr. 210).

Motie van de leden El Yassini en Peters; De Tweede Kamer verzoekt de regering verzoekt de regering om bij de aanvraag van studiefinanciering van toekomstige studenten te vragen of ze aanspraak maken op studiefinanciering in een ander land;verzoekt de regering te onderzoeken hoe gemonitord kan worden of studenten cumulatief studiefinanciering ontvangen; verzoekt de regering ook voor de zomer met een plan te komen om cumulatieve studiefinanciering te voorkomen.

Kamerstukken II 2022/23, 36229, nr. 30

De Tweede Kamer is geïnformeerd op 27 juni 2023 met de brief Reactie op diverse moties en toezeggingen op het gebied van studiefinanciering (Kamerstukken II 2022/23, 24724, nr. 210).

Motie Van der Plas; De Tweede Kamer verzoekt de regering na de behandeling in de Tweede Kamer over te gaan op actieve vormen, zoals mailing, van generieke communicatie richting studenten over hun rechten rondom de basisbeurs.

Kamerstukken II 2022/23, 36229, nr. 30

De Tweede Kamer is geïnformeerd op 27 juni 2023 met de brief Reactie op diverse moties en toezeggingen op het gebied van studiefinanciering (Kamerstukken II 2022/23, 24724, nr. 210).

Motie van het lid Van Meenen c.s.; De Tweede Kamer verzoekt de regering om te onderzoeken welke laagdrempelige instroomroutes tot vakleerkracht muziek of muziekspecialist in het basisonderwijs aangeboden kunnen worden en de Kamer hier voor 6 juni over te informeren.

Kamerstukken II 2022/23, 36132, nr. 10

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief van 20 juni 2023 Voortgang Lerarenstrategie (Kamerstukken II 2022/23, 27923, nr. 456).

Motie van de leden Krul en Peters; De Tweede Kamer verzoekt de regering om in de gewijzigde Regeling macrodoelmatigheid hoger onderwijs waarborgen op te nemen waardoor er voor jonge mensen in alle regio’s in Nederland voldoende opleidingsaanbod blijft.

Kamerstukken II 2022/23, 31288, nr. 1044

De Tweede Kamer is op 26 juni 2023 geïnformeerd met de brief Herziene Regeling macrodoelmatig opleidingsaanbod hoger onderwijs 2023 (Kamerstukken II 2022/23, 31288, nr. 1062).

Motie van de leden Kerstens en Van den Hul; De Tweede Kamer verzoekt de regering in overleg te treden met vakbonden en werkgevers om te onderzoeken hoe tot een aanpak van de hoge werkdruk en het structurele overwerk gekomen kan worden.

(Kamerstukken II 2020/21, 35570-VIII, nr. 120).

De Tweede Kamer is geïnformeerd met brief van 17 juni 2022 Beleidsbrief Hoger Onderwijs en Wetenschap (Kamerstukken II, 2021/22, 31288, nr. 964).

Motie van de leden Westerveld en Van den Hul; De Tweede Kamer verzoekt de regering om onderzoek te doen naar de uitval van zwangere vrouwen in de wetenschap.

II, 2020/21, 29338, nr. 228

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief van 14 oktober 2022 Aanbieding eindrapportage onderzoek naar de uitval van vrouwen in de wetenschap (Kamerstukken II 2022/23, 31288, nr. 986).

Motie van de leden Van der Wouden en Van der Graaf; De Tweede Kamer verzoekt de Minister van OCW in samenwerking met de Minister van EZK, universiteiten en andere kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties, start-ups en bedrijfsleven tot een eenduidige visie op maatschappelijke impact, waaronder valorisatie, te komen.

Kamerstukken II 2021/22, 31288, nr. 952

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief van EZK en OCW van 11 november 2022 Innovatie en impact (Kamerstukken II 2022/23, 33009, nr. 117).

Motie van de leden Graus en Wassenberg; De Tweede Kamer verzoekt de regering in het kader van de transitie naar proefdiervrije innovaties Nederlandse initiatieven die bijdragen aan een onmiddellijke daling van het aantal dierproeven, voorrang te geven bij het verstrekken van de benodigde financiering.

Kamerstukken II 2021/22, 32336, nr. 132

De Tweede Kamer is over de uitvoering van deze motie geïnformeerd met de brief van 30 januari 2023 (Kamerstukken II 2022/23, 32336, nr. 143).

Motie van de leden Van Strien c.s.; De Tweede Kamer verzoekt de regering om te komen tot een door de ministeries van EZK en van OCW tezamen met de relevante partners opgestelde en gedragen integrale valorisatiestrategie en actieplan, en dit uiterlijk in het derde kwartaal van 2022 te delen met de Kamer.

Kamerstukken II 2021/22, 33009, nr. 107

De Tweede Kamer is op 11 november 2022 geïnformeerd met de brief Innovatie en impact (Kamerstukken II 2022/23, 33009, nr. 117).

Motie van het lid Van der Woude; De Tweede Kamer verzoekt de Minister om ten behoeve van maatschappelijke impact, waaronder valorisatie, voor de continuering van het huidige Faculty of Impact-programma van NWO voldoende middelen beschikbaar te stellen uit het fonds Onderzoek en Wetenschap gedurende de looptijd van dat fonds.

Kamerstukken II 2021/22, 31288, nr. 975

De Tweede Kamer is op 11 november 2022 geïnformeerd met de brief Innovatie en impact (Kamerstukken II 2022/23, 33009, nr. 117).

Motie van de leden Van der Woude en Van der Molen; De Tweede Kamer verzoekt de regering Minister de instellingen de risicoanalyse kennisveiligheid op systematische wijze te laten uitvoeren en een risicoclassificatie van internationale relaties en samenwerkingsverbanden daar onderdeel van uit te laten maken; verzoekt de Minister om zowel de uitkomsten als de aanpak van de risicoanalyse die instellingen nu uitvoeren, onderdeel te maken van de externe audit en op basis daarvan samen met kennisinstellingen en externe experts te kijken welke aanvullende maatregelen nodig zijn om de risicoanalyse aan te scherpen.

Kamerstukken II 2021/22, 31288, nr. 979

De Tweede Kamer is op 23 december 2023 geïnformeerd met de brief Voortgang aanpak kennisveiligheid hoger onderwijs en wetenschap (Kamerstukken II 2022/23, 31288, nr. 1003).

Motie van het lid Rog c.s.; De Tweede Kamer verzoekt de Onderwijsraad, om onderzoek te doen naar de oorzaken van de afgenomen leesvaardigheid van leerlingen in het funderend onderwijs en het kabinet en de Tweede Kamer te adviseren over de noodzakelijke interventies om de leesvaardigheid weer op peil te brengen.

Kamerstukken II 2019/20, 31293, nr. 528

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief van de Onderwijsraad aan de Tweede Kamer op 3 november 2022 met het advies Taal en rekenen in het vizier (Kamerstukken II 2022/23, 31293 nr. 648).

Motie van het lid Van den Hul c.s.; De Tweede Kamer (overwegende dat een waarschijnlijk grote groep leerlingen is ondergeadviseerd als resultaat van het afgelasten van de eindtoets vanwege covid-19 en deze onderadvisering de kansenongelijkheid nog verder vergroot;) verzoekt de regering de Kamer zo spoedig mogelijk te informeren over hoe deze groep Ieerlingen in beeld komt en biijft, welke maatregelen worden genomen zodat deze groep leerlingen alsnog de kans krijgen die zij verdienen en hoe de voortgang wordt gemonitord.

Kamerstukken II 2020/21, 35570-VIII, nr. 194

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief van 3 april 2023 Schooladvisering en doorstroomtoetsen primair onderwijs (po) 2023 (Kamerstukken II 2022/23, 31293, nr. 666).

De motie van de leden Kwint en Peters; De Tweede Kamer verzoekt de regering in te zetten op alleen wetenschappelijk bewezen leesmethodes.

Kamerstukken II 2020/21, 28760, nr. 110

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief van 21 november 2022 Voortgang Masterplan basisvaardigheden voor het funderend onderwijs (Kamerstukken 2022/23, 31293, nr. 655).

Motie van de leden Rudmer Heerema en Van Nispen; De Tweede Kamer verzoekt de regering om in overleg te treden met de Vereniging van Nederlandse gemeenten en hen actief te wijzen op de naderende wettelijke verplichting conform het amendement-Rudmer Heerema/Van Nispen (35 102, nr. 23) met betrekking tot het geven van twee uur bewegings-onderwijs per week, te laten inventariseren wat er beschikbaar is, wat er nodig is en wat er ontbreekt aan accommodaties om te kunnen voldoen aan de wettelijke verplichting van twee uur bewegingsonderwijs, en hen te wijzen op de gemeentelijke verantwoordelijkheid in het bieden van voldoende sportaccommodaties om dit mogelijk te maken.

II, 2020-21, 35570-VIII, nr. 272

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief van 15 juli 2022 Rapport Huisvesting Bewegingsonderwijs in het Primair Onderwijs (Kamerstukken II 2021/22, 31293, nr. 641).

Motie van het lid Peters; De Tweede Kamer verzoekt de regering aandacht te hebben voor de consequenties van de concentratie van taken bij het CvTE met betrekking tot de doorstroomtoetsen p.o., dit doorlopend te evalueren, en bij negatieve consequenties de Kamer daarover te informeren.

Kamerstukken II 2020/21, 35671, nr. 20

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief van 3 april 2023 Schooladvisering en doorstroomtoetsen primair onderwijs (po) 2023 (Kamerstukken II 2022/23, 31293, nr. 666).

Motie van het lid De Hoop; De Tweede Kamer verzoekt de regering om met een landelijke regie een stok achter de deur te zetten om te voorkomen dat scholen zich nog langer afzijdig kunnen houden bij de aanpak van het lerarentekort.

Kamerstukken II 2021/22, 27923, nr. 430

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief van 1 juli 2022 over Lerarenstrategie Kamerstukken II, 2021/22, 27923, nr. 443).

Motie van het lid De Hoop; De Tweede Kamer verzoekt de regering om te inventariseren of en hoe scholen voor funderend onderwijs gestalte geven aan buddysystemen voor beginnende leraren, en gaat over tot de orde van de dag.

Kamerstukken II 2021/22, 27923, nr. 435 t.v.v. nr. 432

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de Verzamelbrief moties en toezeggingen primair en voortgezet onderwijs van 6 juli 2022 (Kamerstukken II, 2021/22, 31293, nr. 636).

Motie van het lid Bisschop; De Tweede Kamer verzoekt de regering om te verkennen hoe een deel van het resterende budget voor de ventilatie van schoolgebouwen versneld benut kan worden om meer gemeenten en scholen extra te stimuleren om te voorzien in goede ventilatie, met name in gemeenten die te maken hebben met een bovengemiddeld aandeel vo-leerlingen.

(Kamerstukken II 2021/22, 35925-VIII, nr. 60).

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief aan de Tweede kamer Vervolg aanpak ventilatie op scholen van 30 juni 2022 (Kamerstukken II 2021/22, 31293, nr. 634).

Motie van de leden Van der Staaij en Paternotte; De Tweede Kamer verzoekt de regering zo spoedig mogelijk maatregelen te treffen om de verbetering van ventilatie in scholen landelijk aan te jagen en te bezien of de verplichte cofinanciering daarvoor kan vervallen.

(Kamerstukken II 2021/22, 25295, nr. 1689).

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief aan de Tweede kamer Vervolg aanpak ventilatie op scholen van 30 juni 2022 (Kamerstukken II 2021/22, 31293, nr. 634).

Motie van het lid Pouw-Verheij c.s.; De Tweede Kamer (constaterende dat scholen sluiten een noodgreep is en dat onorthodoxe maatregelen nodig zijn om ervoor te zorgen dat ze snel en verantwoord kunnen openen; constaterende dat een cluster scholen in gemeente Staphorst luchtreinigers heeft geïnstalleerd die aerosolen uit de lucht filteren; overwegende dat deze wijze van luchtbehandeling hoopgevende resultaten belooft en dat het effect wetenschappelijk wordt gemonitord;) verzoekt de regering deze scholen groen licht te geven om direct na de kerstvakantie de pilot voort te zetten.

Kamerstukken II 2021/22, 25295, nr. 1687

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief van 30 september 2022 Voortgangsbrief ventilatie op scholen en langetermijnaanpak onderwijshuisvesting (Kamerstukken I 2022/23, 25295, nr. BA) en (Kamerstukken II 2022/23, 31293, nr. 647).

Motie van het lid Van Meenen c.s.; De Tweede Kamer verzoekt de regering om een oplossing te vinden waardoor De Monnikskap blijft bestaan.

(Kamerstukken II 2021/22, 31497, nr. 430).

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief Borging toekomst De Monnikskap van 27 juni 2022 (Kamerstukken II 2021-22, 31497, nr. 439).

Motie van de leden Doornhof en Pijlman; De Eerste Kamer verzoekt de regering te waarborgen dat binnen Stichting Cito de uitvoering van de taak om de overheidstoets aan te bieden, organisatorisch is gescheiden van de uitvoering van haar overige taken.

Kamerstukken I 2021/22, 35671, G

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief van 3 april 2023 Schooladvisering en doorstroomtoetsen primair onderwijs (po) 2023 (Kamerstukken II 2022/23, 31293, nr. 666).

Motie van het lid Hijnk; De Tweede Kamer verzoekt de regering om ervoor te zorgen dat vanaf het schooljaar 2022–2023 CO2-melders in alle klaslokalen hangen.

Kamerstukken II 2021/22, 25295, nr. 1894

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief van 11 juli 2022 Reactie op de motie van het lid Hijink over vanaf het schooljaar 2022-2023 CO2-meters in elke klas (Kamerstukken II 2021/22, 31293, nr. 640).

Motie van het lid De Hoop; De Tweede Kamer verzoekt de regering (overwegende dat er in landen zoals Duitsland bewezen effectieve praktijkgerichte interventies bekend zijn) deze bewezen effectieve praktijkgerichte interventies uit het buitenland in overweging te nemen en in overleg met het veld zo spoedig mogelijk tot een invulling van deze hiaat in de menukaart te komen.

Kamerstukken II 2021/22, 35925-VIII, nr. 179

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief van 17 november 2022 Derde voortgangsrapportage Nationaal Programma Onderwijs (NP Onderwijs) (Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 35).

Motie van de leden El Yassini en Paul; De Tweede Kamer verzoekt de regering om te komen tot kaders ten aanzien van het begeleiden van nieuwe leraren en hierin de samenwerking tussen scholen en lerarenopleidingen te verankeren; verzoekt de regering afspraken te maken met sociale partners over het behoud van zijinstromers en nieuwe leraren.

Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 80

De Tweede Kamer is op 13 december 2022 geïnformeerd met de Decemberbrief lerarenbeleid (Kamerstukken II 2022/23, 27923, nr. 449).

Motie van de leden Kwint en Westerveld; De Tweede Kamer verzoekt de regering om in samenspraak met het onderwijs te komen tot een landelijk netwerk van invalpools en afspraken te maken waardoor uitzendbureaus niet langer worden ingezet in het onderwijs.

Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 81

De Tweede Kamer is op 13 december 2022 geïnformeerd met de Decemberbrief lerarenbeleid (Kamerstukken II 2022/23, 27923, nr. 449).

Motie van het lid Van Meenen; De Tweede Kamer verzoekt de regering te zoeken naar een meer verplichtende samen-werking tussen besturen voor het bestrijden van het lerarentekort, die aansluit bij bestaande en passende samenwerkingen.

Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 88

De Tweede Kamer is op 13 december 2022 geïnformeerd met de Decemberbrief lerarenbeleid (Kamerstukken II 2022/23, 27923, nr. 449).

Motie van het lid De Hoop c.s.; De Tweede Kamer verzoekt de regering een voorstel te doen waarop meer regie gevoerd kan worden op regionale samenwerking tussen schoolbesturen in de bestrijding van het lerarentekort.

Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 94

De Tweede Kamer is op 13 december 2022 geïnformeerd met de Decemberbrief lerarenbeleid (Kamerstukken II 2022/23, 27923, nr. 449).

Motie van het lid Westerveld c.s.; De Tweede Kamer verzoekt de regering de bekostiging van samenwerkingsverbanden met te hoge reserves te verlagen, zodat ze niet nog meer reserves opbouwen; verzoekt de regering het deel dat daardoor minder overgemaakt wordt aan samenwerkingsverbanden uit te geven aan passend onderwijs; verzoekt de regering om met samenwerkingsverbanden toekomstbe-stendige afspraken te maken waardoor het opbouwen van zulke grote bovenmatige reserves niet meer kan.

Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 103

De Tweede Kamer is op 13 februari 2023 geïnformeerd met de brief Uitwerking van de motie van het lid Westerveld c.s. over de bekostiging van samenwerkingsverbanden met te hoge reserves verlagen en uitgeven aan beter passend onderwijs (Kamerstuk 36200-VIII-103) en Derde monitor versnelde afbouw bovenmatige eigen vermogens samenwerkingsverbanden passend onderwijs. (Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 203).

Motie van de leden Bisschop en Peters; De Tweede Kamer verzoekt de regering in samenspraak met onderwijsbonden en sector-raden te verkennen in hoeverre een beperking van het aantal uren onderwijstijd in combinatie met keuzes in het curriculum kan bijdragen aan het beperken van het lerarentekort.

Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 111

De Tweede Kamer is op 13 december 2022 geïnformeerd met de Decemberbrief lerarenbeleid (Kamerstukken II 2022/23, 27923, nr. 449).

Motie van het lid van Van Baarle; De Tweede Kamer verzoekt de regering te onderzoeken of het mogelijk is om de monitoring van onderadvisering van leerlingen met een migratieachtergrond te verbeteren en een meer systematisch karakter te geven.

Kamerstukken II 2022-23, 36200-VIII, nr. 117

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief van 3 april 2023 Schooladvisering en doorstroomtoetsen primair onderwijs (po) 2023 (Kamerstukken II 2022/23, 31293, nr. 666).

Motie van de leden Van der Molen en Westerveld; De Tweede Kamer (constaterende dat in de monitor beleidsmaatregelen hoger onderwijs 2021–2022 geconcludeerd wordt dat er een sterke afname is van instroom in de tweedegraads lerarenopleidingen in de tekortvakken in het onderwijs, met name bij de talen; overwegende dat al jarenlang onderzocht wordt hoe de instroom en het studiesucces vergroot kan worden en desondanks de kentering nog niet heeft plaatsgevonden;) verzoekt de regering om in kaart te brengen hoe desbetreffende individuele tweedegraads lerarenopleidingen ervoor staan en wat er (financieel) voor nodig is om hen in stand te houden; verzoekt de regering om samen met de betrokken opleidingen en het werkveld een ambitieus actieplan op te stellen om de instroom en het studiesucces te vergroten; verzoekt de regering om de Tweede Kamer voor het zomerreces over beide punten te informeren.

Kamerstukken II 2022/23, 31888, nr. 996

De Tweede kamer is op 20 juni 2023 over deze motie geïnformeerd met de brief Voortgang Lerarenstrategie (Kamerstukken II 2022/23, 27923, nr. 456).

Motie Van Meenen; De Tweede Kamer verzoekt de regering in het inspectiekader de predicaten «goed» en «excellent» af te schaffen.

Kamerstukken II 2022/2023, 36200 VIII, nr.188

De Tweede Kamer is geïnformeerd op 20 april 2023 met de brief Uitvoering motie van lid Van Meenen over de afschaffing van de waardering ‘Goed’ en predicaat ‘Excellent’ (Kamerstukken II 2022/23, 31293 nr. 668).

De motie van het lid Westerveld; De Tweede Kamer verzoekt de regering te onderzoeken in hoeverre prestatiedruk in het onderwijs ten koste gaat van maatschappelijke betrokkenheid van leerlingen en studenten.

Kamerstukken II 2017/18, 31289, nr. 365

De Tweede Kamer is op 29 juni 2022 geïnformeerd met de brief Reactie op de commissiebrief lijst met feitelijke vragen over de kabinetsreactie resultaten monitor mentale gezondheid en middelengebruik studenten ho (Kamerstukken II 2021/22, 31 288 nr. 931).

De motie van het lid Rog c.s. ; De Tweede Kamer verzoekt de regering verzoekt het kabinet, op de kortst mogelijke termijn te bezien of de aanwijzingsbevoegdheid van de Minister van Onderwijs uitgebreid kan worden voor alle onderwijssectoren met «maatschappelijke verantwoor-delijkheid», antdemocratische gedragingen of antidemocratisch gedach-tegoed en het schorsen van bestuurders, en de Kamer daarover zo spoedig mogelijk te berichten.

Kamerstukken II 2018/19, 29614, nr. 118

De Tweede Kamer is op 30 mei 2022 geïnformeerd met de Nota naar aanleiding van het verslag bij het wetsvoorstel uitbreiding bestuurlijk instrumentarium van 30 mei 2022 (Kamerstukken II 2021/22 35 920, nr. 6).

De motie van het lid Van Meenen; De Tweede Kamer verzoekt de regering met voorstellen te komen om in alle onderwijssectoren een wet voor maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef in te voeren.

Kamerstukken II 2018/19, 29614, nr. 121

De Tweede Kamer is op 30 mei 2022 geïnformeerd met de Nota naar aanleiding van het verslag bij het wetsvoorstel uitbreiding bestuurlijk instrumentarium van 30 mei 2022 (Kamerstukken II 2021/22 35 920, nr. 6).

De motie van het lid Van Meenen; De Tweede Kamer verzoekt de regering om in samenwerking met leerlingen, leraren, ouders, schoolleiders en besturen uit beide sectoren te komen tot een omschrijving van de hoofdlijnen van de begroting met ten minste het onderwijsgevend en onderwijsondersteunend personeel, de allocatie van middelen binnen het bestuur, de inzet van reserves en materiële lasten.

Kamerstukken II 31293, nr. 448 t.v.v. nr. 445

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de Verzamelbrief moties en toezeggingen primair en voortgezet onderwijs van 6 juli 2022 (Kamerstukken II, 2021/22, 31293, nr. 636).

De motie van het lid Westerveld; De Tweede Kamer verzoekt de regering met scholen afspraken te maken over het registreren van incidenten die van invloed zijn op de (sociale) veiligheid van leerlingen; verzoekt de regering tevens, in de monitor sociale veiligheid een beeld te geven van het aantal incidenten op scholen en de aard hiervan.

Kamerstukken 2018/19 II, 29240, nr. 105

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief Vrij en veilig onderwijs van 18 november 2022 (Kamerstuk II 2022/23, 31293, nr. 653).

De motie van de leden Kuiken en Paternotte; De Tweede Kamer verzoekt de regering de Gwendoline van Puttenschool concrete voorstellen te doen gericht op een passende aansluiting op het hbo in Nederland op basis van de vigerende praktijk op de school.

Kamerstukken II 2019/20, 35300-VIII, nr. 146

De Tweede Kamer is op 16 november 2022 geïnformeerd met de brief Antwoorden op vragen schriftelijk overleg inzake de invoering van het CXC-stelsel op Sint Eustatius (Kamerstukken II 2022/23, 31289 nr. 525).

Motie van de leden Westerveld en Van den Hul; De Tweede Kamer verzoekt de regering te zorgen dat leraren en scholen bij het ontwikkelen van nieuwe kerndoelen en eindtermen stevig betrokken blijven, en daarvoor de benodigde ondersteuning en middelen beschikbaar te stellen; verzoekt de regering tevens, om heldere afspraken te maken met de vertegenwoordigers van leraren en vakverenigingen over hun betrokkenheid bij het proces en bij de wetenschappelijke curriculumcommissie.

Kamerstukken II 2019/20, 31293, nr. 523

De Tweede Kamer is op 21 november 2022 geïnformeerd met de brief Voortgang Masterplan basisvaardigheden voor het funderend onderwijs inclusief Reactie op vragen schriftelijk overleg scholen aan de slag met subsidie (Kamerstukken 2022/23, 31293, nr. 655).

Motie van het lid Heerema; De Tweede Kamer verzoekt de regering om samen met de pabo’s ervoor te zorgen dat het curriculum van de pabo tijdens de curriculumherziening van het funderend onderwijs wordt aangepast en herzien op basis van de tussentijdse uitkomsten, en dat het curriculum van de pabo meer in lijn loopt met het proces van de curriculumherziening; verzoekt de regering tevens, dit proces te monitoren, en periodiek de Kamer hierover te informeren.

Kamerstukken II 2020/21, 35570-VIII, nr. 41

De Tweede Kamer is op 21 november 2022 geïnformeerd met de brief Voortgang Masterplan basisvaardigheden voor het funderend onderwijs inclusief Reactie op vragen schriftelijk overleg scholen aan de slag met subsidie (Kamerstukken 2022/23, 31293, nr. 655).

Motie van de leden Rog en Van Meenen; De Tweede Kamer verzoekt de regering in overleg met de onderwijssector en de inspectie, te verkennen hoe voorkomen kan worden dat de indicator «onderbouwren-dement» kansenbelemmerend en risicomijdend gedrag bij scholen onbedoeld versterkt en op dit punt toe te werken naar een nieuwe vorm van toezicht, en de Kamer daarover te informeren voor de Voorjaarsnota.

Kamerstukken II 2020/21, 35570-VIII, nr. 53

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief Samen voor beter onderwijs, duidelijk over kwaliteit van 21 november 2022 (Kamerstukken II 2022/23, 31293, nr. 652).

Motie van het lid Hul; De Tweede Kamer verzoekt de regering te verkennen of zij een voortvarende uitbreiding van het aantal jongerenrechtbanken mogelijk kan maken, en de Tweede Kamer hier zo snel mogelijk over te informeren.

Kamerstukken II, 2020/21, 35352, nr. 28

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief van 18 november 2022 Vrij en veilig onderwijs (Kamerstukken II 2022/23 31293, nr. 653).

Motie van het lid van Meenen; De Tweede Kamer verzoekt de regering (constaterende dat er een toeslag komt voor brede scholengemeenschappen op één locatie om kansengelijkheid en tegengaan van segregatie te bevorderen) om brede scholengemeenschappen met twee locaties binnen een beperkte straal gelijk te stellen aan brede scholengemeenschappen op één locatie en hun ook deze toeslag uit te keren.

31289, nr. 446

De Tweede Kamer is op 6 juli 2022 geïnformeerd met de Verzamelbrief moties en toezeggingen primair en voortgezet onderwijs van 6 juli 2022 (Kamerstukken II, 2021/22, 31293, nr. 636).

Motie van het lid Michon-Derkzen c.s.; De Tweede Kamer verzoekt de regering een verkenning uit te voeren in samenwerking met het Rode Kruis en verschillende onderwijspartijen, zoals de VO-raad en docentenvakgroepen, om te bezien op welke manier EHBO-kennis en vaardigheden op korte termijn het beste overgebracht kan worden binnen het voortgezet onderwijs en de Kamer hierover voor de zomer van 2021 te informeren.

II, 2020-21, 35565, nr. 3 (tvv nr. 2)

De Tweede Kamer is op 6 juli 2022 geïnformeerd met de Verzamelbrief moties en toezeggingen primair en voortgezet onderwijs van 6 juli 2022 (Kamerstukken II, 2021/22, 31293, nr. 636).

Motie van het lid Van Baarle; De Tweede Kamer verzoekt de regering om nadrukkelijker te borgen dat leerlingen betrokken worden bij de totstandkoming van de herstelplannen van scholen.

II, 2020-21, 35570-VIII, nr. 241

De Tweede Kamer is op 6 juli 2022 geïnformeerd met de Verzamelbrief moties en toezeggingen primair en voortgezet onderwijs van 6 juli 2022 (Kamerstukken II, 2021/22, 31293, nr. 636).

Motie van het lid Van Meenen; De Tweede Kamer verzoekt de regering de Inspectie van het Onderwijs opdracht te geven altijd werk te maken van individuele meldingen en signalen van onveiligheid.

Kamerstukken II 2021/22, 31289, nr. 484

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief van 18 november 2022 Vrij en veilig onderwijs (Kamerstukken II 2022/23 31293, nr. 653).

Motie van de leden Paternotte en Van Meenen; De Tweede Kamer verzoekt de regering met spoed te kijken welke maatregelen binnen de kaders van fysiek onderwijs kunnen helpen virusverspreiding tegen te gaan, en uiterlijk volgende week de Kamer hierover te berichten.

Kamerstukken II 2021/22, 35925 VIII, nr. 47

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief van 4 juli 2022 Sectorplannen COVID-19 onderwijs en kinderopvang (Kamerstukken II 2021/22, 35925-VIII, nr. 188).

Motie van het lid Van Meenen c.s.; De Tweede Kamer verzoekt de regering staatsexamenkandidaten, inclusief vso-leerlingen, in 2023 recht te geven op de duimregeling, waarbij met terugwerkende kracht een duim gelegd kan worden op een resultaat uit 2020, 2021 of 2022, als zij op die manier hun diploma kunnen halen.

Kamerstukken II 2021/22, 31289, nr. 510

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief van 29 september 2022 Uitvoering moties staatsexamen (Kamerstukken II 2022/23, 31289, nr. 521).

Motie van de leden De Hoop en Van Meenen; De Tweede Kamer verzoekt de regering om de uitvoering van de extra voorzieningen in samenspraak met LBVSO dit jaar nauwlettend te monitoren.

Kamerstukken II 2021/22, 31289, nr. 511

De Tweede Kamer is op 22 december 2022 geïnformeerd met de brief Staatsexamens voortgezet onderwijs 2022 (Kamerstukken II 2022/23, 31289, nr. 531).

Motie van het lid Peter; De Tweede Kamer verzoekt de regering om eerst middels een uitvoeringstoets bij scholen te onderzoeken of een landelijk meldpunt sociale onveiligheid bij gaat dragen aan het terugdringen van pesten in de klas; verzoekt de regering tevens om de Kamer hierover te informeren voordat een meldpunt sociale onveiligheid opgericht gaat worden.

Kamerstukken II 2021/22, 29240, nr. 125

De Tweede Kamer is op 18 november 2022 geïnformeerd met de brief Vrij en veilig onderwijs II (Kamerstukken II 2022/23, 31293, nr. 653).

Motie van het lid Van Haga; De Tweede Kamer verzoekt de regering in overleg met gemeenten best practices te verzamelen over het doeltreffend ventileren van klaslokalen.

Kamerstukken II 2021/22, 25295, nr. 1898

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief aan de Eerste en Tweede Kamer van 30 september 2022 Voortgangsbrief ventilatie op scholen en langetermijnaanpak onderwijshuisvesting (Kamerstukken I 2022/23, 25295, nr. BA) en (Kamerstukken II 2022/23, 31293, nr. 647).

Motie van het lid De Hoop; De Tweede Kamer verzoekt de regering om aanvullend op de rol en de inzet van de leraar in kaart te brengen hoe jonge rolmodellen met een gedeeld referentiekader en credible voice structureel meerwaarde kunnen leveren aan het stimuleren van de verinnerlijking van democratische waarden en de versterking van het onderwijs; verzoekt de regering tevens in kaart te brengen op welke wijze scholen die op dit moment grote uitdagingen ervaren vanwege maatschappelijke spanningen die spelen binnen de school op korte termijn makkelijker gebruik kunnen maken van dergelijke programma’s die zich reeds in de praktijk hebben bewezen, en de Kamer hierover voor de begrotingsbehandelingte informeren.

Kamerstukken II 2021/22, 31293, nr. 627

De Tweede Kamer is op 18 november 2022 geïnformeerd met de brief Vrij en veilig onderwijs II (Kamerstukken II 2022/23, 31293, nr. 653).

Motie van het lid Van Baarle; De Tweede Kamer verzoekt de regering te onderzoeken of het mogelijk is om het begrip basiswaarden van de democratische rechtsstaat in relatie tot de burgerschapsopdracht van een meer praktisch kader te voorzien in relatie tot de bevoegdheden in deze wet, teneinde meer duidelijkheid te verschaffen voor onderwijsinstellingen en de onderwijsinspectie, en dit te laten neerslaan in de onderzoekskaders van de onderwijsinspectie; verzoekt de regering tevens te bezien of de onderzoekskaders van de onderwijsinspectie in bredere zin specificatie behoeven naar aanleiding van het voorliggende wetsvoorstel.

Kamerstukken II 2021/22, 33920, nr. 30

Aan de motie is uitvoering gegeven doordat de onderzoekskaders zijn gewijzigd (met daarin een uitgebreide passage over burgerschap). De Tweede Kamer is geïnformeerd met de Kamerbrief bij Onderzoekskaders 2022 IvhO met verslagen van de Ringen en Evaluatie Initiatiefwet Bisschop van 22 juli 2022 (Kamerstukken II 2021/22, 35925, nr. 191).

Motie van de leden Peters en Pouw-Verheij; De Tweede Kamer verzoekt de regering om in lijn met de adviezen van de Onderwijsraad glasheldere doelen voor taal en rekenen te formuleren, waarbij taal en rekenen stevig verankerd moeten worden in andere vakken en leergebieden, zodat leerkrachten exact weten wat hun opdracht is en ze als team hieraan kunnen werken.

Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 98

De Tweede Kamer is op 23 februari 2023 geïnformeerd met de Kamerbrief inzake tussenbalans bijstelling kerndoelen basisvaardigheden (Kamerstukken II 2022/23, 31293, nr. 658).

Motie van de leden Segers en Ellian; De Tweede Kamer (overwegende dat educatie een van de belangrijkste middelen is om antisemitische uitlatingen, racisme en discriminatie te bestrijden; overwegende dat we in het burgerschapsonderwijs kennis over de Joodse geschiedenis, antisemitisme en de Holocaust bij zowel leerlingen als docenten kunnen verbeteren door ruimte te bieden aan nazaten van overlevenden en slachtoffers van de Holocaust om hun persoonlijke verhalen en familiegeschiedenis te vertellen;) verzoekt de regering om in het funderend onderwijs deze persoonlijke verhalen over de Tweede Wereldoorlog door nazaten van overlevenden en slachtoffers van de Holocaust een structurele plek te geven in het onderwijs voor leraren en leerlingen.

Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 108

De Tweede Kamer is op 29 maart 2023 over deze motie geïnformeerd met de brief Reactie op initiatiefnota over de aanpak van antisemitisme - de volgende stap (Kamerstukken II 2022/223, 36272, nr. 4).

Motie De Hoop; De Tweede Kamer verzoekt de Minister om bij zijn Masterplan basisvaardigheden – op een zeker abstractieniveau – afrekenbare doelen vast te leggen in termen van een verbeterde beheersing van de basisvaardigheden voor taal en rekenen door scholieren in het reguliere basis- en voortgezet onderwijs.

Kamerstukken II 2022/2023, 31293, nr.657

De Tweede kamer is op 16 mei 2023 geïnformeerd over deze motie met de brief over Masterplan basisvaardigheden voor het funderend onderwijs: doelen en voortgang (Kamerstukken II 2022/23, 31293, nr. 670).

Motie van de leden Kwint en Westerveld; De Tweede Kamer (constaterende dat er minimaal 83.000 mensen zijn met een onderwijsbevoegdheid die niet werkzaam zijn in het onderwijs; overwegende dat twee derde van deze «stille reserve» heeft aangegeven dat ze overwegen terug te keren in het onderwijs; constaterende dat er nog altijd een gigantisch lerarentekort is;) verzoekt de regering een actieplan op te zetten om de stille reserve actief te benaderen om terug te keren in het onderwijs en dit zo aantrekkelijk mogelijk te maken.

Kamerstukken II 2022/2023, 27923, nr. 451

De Tweede Kamer is op 20 juni 2023 geïnformeerd met de brief Voortgang Lerarenstrategie (Kamerstukken II 2022/23, 27923, nr. 456).

Motie Van Meenen; De Tweede Kamer verzoekt de regering een coördinerende rol te vervullen in het bevoegd en bekwaam maken van docentvluchtelingen, waarbij ingezet wordt op een passend onderwijsaanbod, ontwikkelbudget en financiering van ontwikkeltrajecten voor docentvluchtelingen.

Kamerstukken II 2022/2023, 34334, nr. 29

De Tweede Kamer is op 20 juni 2023 geïnformeerd met de brief Voortgang Lerarenstrategie (Kamerstukken II 2022/23, 27923, nr. 456).

De motie van de leden Van Meenen en Rudmer Heerema; De Tweede Kamer verzoekt de regering ook voor passend onderwijs inzichtelijk te maken wat de belangrijkste regels zijn voor administratie en verantwoording en welke ruimte de wet- en regelgeving biedt.

Kamerstukken 2018/19 II, 31497, nr. 292

De Tweede Kamer is geïnformeerd op 15 juli 2022 met de brief Planning wetsvoorstellen passend onderwijs (Kamerstukken II 20221/22, 31497, nr. 440).

De motie van de leden Van den Hul en Westerveld; De Tweede Kamer verzoekt de Minister, om in overleg te treden met de lerarenopleidingen over hoe passend onderwijs beter geborgd kan worden in het curriculum.

Kamerstukken II 2019/20, 31497, nr. 324

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief Lerarenstrategie van 1 juli 2022 (Kamerstukken II, 2021/22, 27923, nr. 443).

De motie van de leden Rudmer Heerema en Van Meenen; De Tweede Kamer verzoekt de regering een pilot te starten waarbij een aantal schoolbesturen met zowel primair als voortgezet onderwijs binnen hun bestuur de vrijheid krijgen om zo flexibel mogelijk om te kunnen gaan met de instroom in het primair onderwijs en de doorstroom naar het voortgezet onderwijs, rekening houdend met het individuele niveau en snelheid van de leerling.

Kamerstukken 2019/20 II, 35000-VIII, nr. 38

De Tweede Kamer is op 26 april 2023 geïnformeerd over deze motie met de brief over Invulling van de motie van de leden Sahla en Maatoug over oplossingen voor geïdentificeerde knelpunten bij samenwerking tussen de kinderopvang en het onderwijs (Kamerstukken II 2022/23, 31322, nr. 489).

De motie van het lid Westerveld; De Tweede Kamer verzoekt de regering om breder onderzoek te doen naar wat stijgende druk op kinderen en hun stressniveau doet en wat de samenhang hiertussen is en het gebruik van aanvullend schaduwonderwijs.

(Kamerstukken II 2019/20, 31293, nr. 506).

De Tweede Kamer is over deze motie op 10 juni 2022 geïnformeerd met de brief van VWS over Aanbieding aanpak mentale gezondheid van ons allemaal (Kamerstukken II 2021/22, 32793, nr. 613).

De motie van de leden Westerveld en kwint; De Tweede Kamer verzoekt de regering om met scholen afspraken te maken met het doel dat er geen reclame wordt gemaakt voor private aanbieders van schaduwonderwijs.

Kamerstukken 2019/20 II, 31293, nr. 507

De Tweede Kamer is op 1 juni 2023 over deze motie geïnformeerd met de brief over Voortgang moties aanvullend onderwijs (Kamerstukken II 2022/23, 31293, nr. 686).

De motie van de leden Kwint en Westerveld; De Tweede Kamer verzoekt de regering om in samenwerking met de VO-raad scholen actief te ontmoedigen om in hun school gebruik te maken van particuliere instituten voor betaald aanvullend onderwijs; verzoekt de regering tevens, om daarnaast scholen juist aan te moedigen zelf – of in samenwerking met andere scholen – indien nodig gratis aanvullend onderwijs aan te bieden.

Kamerstukken II, 2019/20 31293, nr. 505

De Tweede Kamer is op 1 juni 2023 over deze motie geïnformeerd met de brief over Voortgang moties aanvullend onderwijs (Kamerstukken II 2022/23, 31293, nr. 686).

Motie van het lid Van Meenen; De Tweede Kamer verzoekt de regering onderzoek te doen naar de positie van dit soort (boven)regionale voorzieningen wat betreft financiën, bureaucratische en bestuurlijke complexiteiten, en de wijze waarop een landelijk dekkend aanbod van deze voorzieningen gegarandeerd kan worden, en de Tweede Kamer hierover voorafgaand aan het debat over de evaluatie van passend onderwijs te informeren.

Kamerstukken II, 2019/20, 27020, nr. 110

De Tweede Kamer is op 8 februari 2023 geïnformeerd met de brief van VWS Uitvoeringsplan af- en ombouw gesloten jeugdhulp (Kamerstuk II 2022/23, 31839, nr. 924).

Motie van de leden Kwint en Westerveld; De Tweede Kamer (overwegende dat er reeds lange tijd een politieke wens bestaat om initiatieven voor thuiszitters, waar men poogt zorg en onderwijs te combineren, beter mogelijk te maken; constaterende dat het kabinet pas in 2023 wil beginnen met een experiment om te kijken wat er gebeurt wanneer bepaalde wet- en regelgeving niet van toepassing wordt verklaard;) verzoekt de regering niet nog drie jaar hiermee te wachten en zo snel als mogelijk dit experiment te laten starten en hierbij zo veel mogelijk aan te sluiten bij reeds bestaande initiatieven die nu in de knel zitten.

Kamerstukken II, 2020/21, 31497, nr. 376

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de Verzamelbrief moties en toezeggingen primair en voortgezet onderwijs en maatschappelijke diensttijd van 22 december 2022 (Kamerstukken II 2022/23, 31293, nr. 656).

Motie lid Rog c.s.; De Tweede Kamer verzoekt het kabinet, te monitoren dat het geld voor ondersteuning ook daadwerkelijk doeltreffend wordt besteed aan de ondersteuning van leerlingen en leraren en dat de leraren hier, net als bij de werkdrukmiddelen, voldoende inspraak op hebben.

Kamerstukken II, 2020/21, 31497, nr. 387

De Tweede Kamer is op 30 maart 2023 over deze motie geïnformeerd met de brief Samen de schouders onder passend onderwijs (Kamerstukken II 2022/23, 31497, nr. 448).

Motie van het lid Van Meenen; De Tweede Kamer verzoekt de regering om erop toe te zien dat de Tyltylschool De Maasgouw met de ouders tot overeenstemming komt over het ontwikkelingsperspectief van hun kind, en afspraken maakt over de zorgondersteuning (inhoudelijk en qua middelen) voor de aanvang van het nieuwe schooljaar.

Kamerstukken II, 2020/21, 31497, nr. 410

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief van 30 maart 2023 Samen de schouders onder passend onderwijs (Kamerstukken II 2022/23, 31497, nr. 448).

Motie van de leden Kwint en Westerveld; De Tweede Kamer verzoekt de regering specifiek te monitoren of toelaat-baarheidsverklaringen voor leerlingen die naar het praktijkonderwijs of vmbo met leerwegondersteunend onderwijs doorstromen op tijd worden afgegeven zodat er geen uitvoeringsproblemen ontstaan bij de aanmelding voor het voortgezet onderwijs.

Kamerstukken II 2020/21, 35671, nr. 16

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de Verzamelbrief moties en toezeggingen primair en voortgezet onderwijs van 6 juli 2022 (Kamerstukken II 2021/22, 31293, nr. 636).

Motie van het lid Westerveld; De Tweede Kamer verzoekt de regering – waar nodig – het onderwijs voor jongeren die in deze kleinschaligwoonvoorzieningen wonen, extra financieel te ondersteunen.

Kamerstukken II 2021/22, 31497, nr. 417

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief van VWS van 14 november 2022 Stand van zaken jeugdzorg (Kamerstukken II 2022/23, 31839 nr. 914).

Motie van de leden Kwint en Westerveld; De Tweede Kamer verzoekt de regering afspraken te maken met gemeenten om te voorkomen dat zij financieel of in natura commerciële bijlesbureaus faciliteren.

Kamerstukken II 2021/22, 35925 VIII, nr. 44

De Tweede Kamer is op 1 juni 2023 over deze motie geïnformeerd met de brief over Voortgang moties aanvullend onderwijs (Kamerstukken II 2022/23, 31293, nr. 686).

Motie van het lid Westerveld; De Tweede Kamer verzoekt de regering het kabinet om van de middelen die aan het einde van 2021 overblijven op de begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 3 miljoen vrij te maken om de uitvoering van de verbeteraanpak passend onderwijs te versnellen.

Kamerstukken II 2021/22, 35925-VIII, nr. 54

De Tweede Kamer is geïnformeerd op 15 juli 2022 met de brief Planning wetsvoorstellen Passend onderwijs (Kamerstukken II 2021/22, 31497, nr. 440).

Motie van het lid Goudzwaard; De Tweede Kamer roept het kabinet op nadrukkelijk te sturen op zwaarwegende prioriteiten voor passend onderwijs en niet op secundaire doelen, zodat scholen de nodige rust krijgen om acute problemen aan te pakken.

Kamerstukken II 2021/22, 31497, nr. 433 (was 431)

De Tweede Kamer is geïnformeerd op 15 juli 2022 met de brief Planning wetsvoorstellen Passend onderwijs (Kamerstukken II 2021/22, 31497, nr. 440).

Motie van het lid Raemakers; De Tweede Kamer verzoekt de regering die gesprekken met aanbieders van gesloten jeugdzorg en de daarbij behorende onderwijspartners voor 1 november te voeren en daarbij te verzekeren dat zo veel als mogelijk wordt ingezet op het mogelijk maken van onlineonderwijs voor al die leerlingen waarbij fysiek onderwijs of onderwijs op niveau, gegeven de situatie, geen optie is, en de Kamer daarover te informeren voor het WGO Jeugd van dit najaar.

Kamerstukken II 2021/22, 31839, nr. 861

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief van VWS van 14 november 2022 Stand van zaken jeugdzorg (Kamerstukken II 2022/23, 31839 nr. 914).

Motie van de leden Dassen en Paternotte; De Tweede Kamer verzoekt de regering het bieden van een maaltijd op school expliciet als optie toe te voegen aan de investeringen in de rijke schooldag, in het bijzonder op scholen in kwetsbare wijken; verzoekt de regering de invoering van de rijke schooldag, en het daarbinnen bieden van de optie van een maaltijd op school, te versnellen door voor de begrotingsbehandeling OCW te bezien hoe uit onderuit-putting in 2022 een bedrag van indicatief 100 miljoen euro kan worden toegevoegd aan het beschikbare budget voor de rijke schooldag.

Kamerstukken II 2022/23, 36200, nr. 49

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief van 28 maart 2023 Stand van zaken Programma schoolmaaltijden (Kamerstukken II 2022/23, 36200 VIII, nr. 208).

Motie van de leden Segers en Peters; De Tweede Kamer verzoekt de regering te onderzoeken in hoeverre het aanvraagproces voor de maatschappelijke diensttijd voldoende toegankelijk is en met een plan te komen om scholen en onderwijsprofessionals te ondersteunen bij het aanvraagproces.

Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 109

De Tweede Kamer is op 16 mei 2023 geïnformeerd over de motie met de brief over Voortgangsrapportage Maatschappelijke Diensttijd 2022 (Kamerstukken II 2022/23, 35034, nr. 23).

Motie van het lid Van den Hul en Diks; De Tweede Kamer verzoekt de regering bij de aankomende tussenevaluatie van de Beijing-agenda inzichtelijk te maken wat de kabinetsbrede genderstrategie is om de verplichtingen die voortvloeien uit het Beijing Platform for Action daadwerkelijk te realiseren.

Kamerstukken 2019/20 II, 35300-XVII, nr. 39

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de Emancipatienota 2022-2025 die op 18 november 2022 aan de Tweede Kamer is gezonden (Kamerstukken II 2022/23, 30420, nr. 374).

Motie Geluk-Poortvliet/Bergkamp; De Tweede Kamer verzoekt de regering de effecten op emancipatie en gelijke behandeling te betrekken in het bredere onderzoek naar toepassing van algoritmen door het Ministerie van BZK.

(Kamerstukken II 2020/21, 30420, nr. 340).

De Tweede Kamer is geïnformeerd met brief van het ministerie van BZK van 10 juni 2021 Voortgang AI en algoritmen (kamerstukken II 2020/21, 26643, nr. 765).

Motie van de leden Simons en Gündogan; De Tweede Kamer verzoekt de regering te streven naar 100% acceptatie van lhbtiqa+ mensen in onder andere het onderwijs, en alle overheidscommunicatie (waaronder de memorie van toelichting op de OCW-begroting) hierop aan te passen.

Kamerstukken II 2021/22, 35925 VIII, nr. 74

01-02-2023 Aan de motie wordt uitvoering gegeven. Zo is in de Verantwoording over 2021 (Kamerstukken II, 2021/22, 36000-VIII, nr. 1) dit zichtbaar bij de indicatoren. Ook wordt dit meegenomen in de begrotingscyclus en andere documenten.

Motie van de leden Werner en Van der Laan; De Tweede Kamer verzoekt de regering de positieve voorbeelden van emancipatie van vrouwen en mensen uit de lhbtiq+-gemeenschap te gebruiken om de emancipatie van mensen met beperkingen te bevorderen.

Kamerstukken II 2021/22, 35925-VIII, nr. 128

De Tweede Kamer is op 24 mei 2023 geïnformeerd met de Kamerbrief naar aanleiding van de moties betreffende de emancipatie van mensen met een beperking (Kamerstukken II 2022/23, 30420, nr. 381).

Motie van het lid Wassenberg c.s.; De Tweede Kamer verzoekt de regering om de indicatoren op het gebied van emancipatie waar mogelijk jaarlijks bij te houden en deze jaarlijks mee te nemen in het jaarverslag van het Ministerie van OCW.

Kamerstukken II 2021/22, 36100-VIII, nr. 22

De Tweede Kamer is op 8 juni 2023 geïnformeerd met de brief Voortgang aanpassing niet-financiële informatie in begroting OCW 2024 en later (Kamerstukken II 2022/23, 36200 VIII, nr. 227).

Motie van het lid Werner; De Tweede Kamer verzoekt de regering een burgerberaad in te stellen over emancipatiebeleid voor mensen met een handicap en op basis van de uitkomsten daarvan een actieprogramma en een werkagenda op te stellen, en de Kamer over concrete stappen te informeren voor 1 mei 2023.

Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 160

De Tweede Kamer is op 24 mei 2023 geïnformeerd met de Kamerbrief naar aanleiding van de moties betreffende de emancipatie van mensen met een beperking (Kamerstukken II 2022/23, 30420, nr. 381).

Motie van de leden Westerveld en Mutluer; De Tweede Kamer verzoekt de regering om in de volgende begrotingen meetbare indicatoren en streefcijfers op te nemen voor alle doelen en doelgroepen van het emancipatiebeleid.

Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 161

De Tweede Kamer is op 8 juni 2023 geïnformeerd met de brief Voortgang aanpassing niet-financiële informatie in begroting OCW 2024 en later (Kamerstukken II 2022/23, 36200 VIII, nr. 227).

De motie van de leden Straus en Ypma; De Tweede Kamer verzoekt de regering te zorgen dat scholen hun jaarverslagen en inspectierapporten op hun website publiceren.

Kamerstukken II 2014/15, 34000-VIII, nr. 56

Op basis van het wetsvoorstel actualisering deugdelijkheidseisen funderend onderwijs is de Regeling jaarverslaggeving onderwijs (Staatscourant 2022, 5140) aangepast en zijn schoolbesturen vanaf verslagjaar 2021 verplicht hun jaarverslag te publiceren. Hiermee is uitvoering gegeven aan deze motie.

Motie van de leden Peters en Van der Woude; De Tweede Kamer verzoekt de regering om bij de rapportage aan de Kamer de voortgang van de individuele instellingen en de financiële voortgang hierin mee te nemen indien de jaarverslagen daartoe aanleiding geven.

Kamerstukken II, 2020/21, 35570-VIII, nr. 273

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief van 21 november 2022 Financiële Positie van het Onderwijs (Kamerstukken II 2022/23, 33495, nr. 123).

Motie Westerveld en De Hoop; De Tweede Kamer verzoekt de regering om bij sociale partners de opdracht neer te leggen om individueel afdwingbare regelingen in cao’s op te nemen met als doel het behoud van oudere werknemers.

Kamerstukken II 2021/22, 35925 VIII, nr. 55

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief van 1 juli 2022 Lerarenstrategie (Kamerstukken II 2021/22, 27923, nr. 443).

Motie van het lid Gündogan c.s.; De Tweede Kamer verzoekt de regering om bij de uitwerking van de plannen van een voltijdbonus, de toekenning van een bonus bij een extra dagdeel werken, ook bekend als een meerurenbonus, expliciet ook mee te nemen als een van de te verkennen opties.

Kamerstukken II 2022/23, 29544, nr. 1135

De Tweede Kamer is op 16 mei 2023 over deze motie geïnformeerd met de brief Aanpak voltijds- en meerurenbonus in het po (Kamerstukken II 2022/23, 31293, nr. 671).

Motie van de leden Van Meenen en Paul; De Tweede Kamer verzoekt de regering om sociale partners op te roepen om meer belonen van meer uren werk te betrekken in de komende cao-onderhandelingen en dit in samenhang te doen met de kansen die initiatieven als de Rijke Schooldag bieden.

Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 90

De Tweede Kamer is op 16 mei 2023 over deze motie geïnformeerd met de brief Aanpak voltijds- en meerurenbonus in het po (Kamerstukken II 2022/23, 31293, nr. 671).

Motie van de leden Van der Molen en Wiersma; De Tweede Kamer (constaterende dat Nederland en Vlaanderen binnen de Taalunie samen-werken om de studie van het Nederlands buiten het eigen taalgebied te promoten. constaterende dat in Europees perspectief Nederland en België extreem weinig hierin investeren en deze investering steeds minder wordt, overwegende dat met het amendement «middelen voor de internationale Neerlandistiek infrastructuur» een eenmalige additionele investering voorgesteld wordt voor de internationale neerlandistiek) verzoekt de Minister, om met haar Vlaamse collega’s in gesprek te gaan om ervoor te zorgen dat ook Vlaanderen haar bijdrage levert en de Kamer voor het zomerreces hierover te informeren.

Kamerstukken II, 2020/21, 35570-VIII, nr. 146

De Tweede Kamer is op 19 december 2022 geïnformeerd met het Antwoord op Kamervragen van de leden Van der Molen (CDA) en Van der Woude (VVD) over het bericht 'Neerlandici lopen weg bij vergadering Taalunie'. (Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2022–2023, nr. 367).

Motie van de leden Wuite en De Hoop; De Tweede Kamer verzoekt de regering om dekkingsopties in kaart te brengen voor het versterken van de kwaliteit van toekomstgerichte bibliotheekvoorzieningen in Caribisch Nederland, en de Kamer hierover voorafgaand aan de Voorjaarsnota te informeren.

Kamerstukken II 2021/22, 31288, nr. 942

De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief van 4 november 2022 Een abonnement op de hele wereld. Versterken van het stelsel van openbare bibliotheken (Kamerstukken II 2022/23, 33846, nr. 70).

Motie van de leden Paternotte en Bruins; De Tweede Kamer verzoekt de regering om op korte termijn het CPB te vragen de effecten van investeringen in kennis in kaart te brengen, dan wel het initiatief te nemen om de effecten beter in de kaart te brengen.

(Kamerstukken II 2020/21, 35570-VIII, nr. 89).

De Tweede Kamer is op 1 juni 2022 geïnformeerd met de Kabinetsreactie (Kamerstukken II 2021/22, 35925-VIII, nr. 171) en op 24 juni 2022 met de Bijlage bij de kabinetsreactie op motie Paternotte-Bruins over het door het CPB in kaart brengen van de effecten van investeringen in kennis (Kamerstukken II 2021/22, 35925-VIII, nr. 183).

Motie van het lid Paternotte c.s.; De Tweede Kamer verzoekt het kabinet om bij de zoektocht naar oplossingen voor het energie-intensieve mkb ook te kijken naar gerichte ondersteuning van scholen en cultuurinstellingen en te kijken of gemeenten daarbij een rol kunnen spelen, en de Kamer hier voor 1 november over te informeren.

Kamerstukken II 2022/23, 36200, nr. 23

De Tweede Kamer is geïnformeerd op 21 november 2022 met de Najaarsnota 2022 van het Ministerie van Financiën (Kamerstukken II 2022/23, 36250, nr. 1).

Motie van de leden Dekker-Abdulaziz en Van Meenen; De Tweede Kamer verzoekt de regering om op korte termijn een AI-strategie te ontwikkelen met betrekking tot de impact van AI op het onderwijs, en de Kamer op de hoogte te houden van de voortgang van deze strategie.

Kamerstukken II 2022/2023, 32034, nr. 44

De Tweede Kamer is op 20 maart 2023 geïnformeerd met de Beleidsreactie op het rapport ‘Naar hoogwaardig digitaal onderwijs’ van het Rathenau Instituut en de verkenning ‘Inzet van intelligente technologie’ van de Onderwijsraad (Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 207).

Moties (niet afgerond)
Tabel 128 Door de Staten-Generaal aanvaarde moties die nog niet zijn afgerond

Omschrijving

Vindplaats

Stand van zaken

Motie Van Strien c.s.; De Tweede Kamer verzoekt de staatssecretaris uiterlijk juni 2023 met een brede visie op volkscultuur te komen waarin zij de kansen en versterkingsmogelijkheden signaleert.

Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 41

De Tweede Kamer is op 22 juni 2023 met de brief Stand van zaken moties en toezeggingen cultuur geïnformeerd (Kamerstukken II 2022/23, 32820, nr. 500). De Tweede Kamer wordt in het voorjaar 2024 nader geïnformeerd.

Motie Akerboom c.s.; De Tweede Kamer verzoekt de regering te onderzoeken hoe concreet stappen gezet kunnen worden naar het verduurzamen van culturele instellingen en activiteiten, en de uitkomsten hiervan om te zetten in handvatten voor de sector.

Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 46

De Tweede Kamer wordt voor de zomer van 2024 geïnformeerd.

Motie Klaver c.s.; De Tweede Kamer verzoekt de regering te verkennen of naast de middelen voor het nationaal slavernijmuseum middelen vrijgemaakt kunnen worden voor het versterken van bestaande museale voorzieningen of het opzetten van nieuwe museale voorzieningen in Suriname en het Caribische deel van het Koninkrijk en dit in samenspraak te doen met de bewoners van het Caribische deel van het Koninkrijk en Suriname.

Kamerstukken II 2022/23, 36284, nr. 13

De Tweede Kamer wordt voor het einde van 2023 geïnformeerd.

Motie van het lid Leijten; De Tweede Kamer verzoekt de regering de Nederlandse verantwoordelijkheid bij het behoud van materieel en immaterieel erfgoed van de slavernij- en koloniale geschiedenis uit te drukken via langdurige betrokkenheid, waar mogelijk ook financieel, en hierover overleg te voeren en over de uitkomst de Kamer te informeren.

Kamerstukken II 2022/2023, 36284, nr. 27

De Tweede Kamer wordt voor het einde van 2023 geïnformeerd.

Motie van het lid Sjoerdsma; De Tweede Kamer verzoekt de regering om na het advies van de Raad voor Cultuur over koloniale archieven met Indonesië in gesprek te gaan over het overdragen van van Indonesiërs gestolen stukken uit het NEFIS archief.

Kamerstukken II 2022/2023, 26049, nr. 102

De Tweede Kamer wordt in het najaar van 2024 geïnformeerd.

Motie van de leden Mohandis en Wuite; De Tweede Kamer verzoekt de regering g om zorg te dragen dat de landelijke ambities op het gebied van cultuur zoals in de basisinfrastructuur 2025–2028 zijn geformuleerd in samenspraak met gemeenten te laten landen in de lokale basisinfrastructuur.

Kamerstukken II 2022/23, 32820, nr. 502

De Tweede Kamer wordt in het najaar van 2024 geïnformeerd.

Motie van het lid Westerveld c.s.; De Tweede Kamer verzoekt de regering om te onderzoeken hoe kan worden voorzien in professioneel muziek- en kunstonderwijs voor jongeren, de doorstroming van talent naar kunstvakopleidingen kan worden gestimuleerd, en de Kamer te informeren over de te nemen maatregelen.

Kamerstukken II 2022/23, 32820, nr. 503

De Tweede Kamer wordt in in het najaar van 2024 geïnformeerd.

Motie van het lid Werner c.s.; De Tweede Kamer (constaterende dat er een wijziging van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid voor de periode 2025–2028 in de Tweede Kamer voorligt; constaterende dat het onderdeel van het beleid is om de versterking van de culturele infrastructuur in Nederland en in het bijzonder in regio’s waar dit het meest nodig is aan te pakken; overwegende dat dit nieuwe subsidiekader de mogelijkheid biedt regionale achterstanden op het gebied van cultuur aan te pakken;) verzoekt de regering de conceptregeling te wijzigen zodat geografische spreiding niet langer meegenomen wordt als sub-criterium, maar als een volwaardig uitgangspunt voor de komende subsidieperiode.

Kamerstukken II 2022/23, 32820, nr. 505

De Tweede Kamer wordt in het najaar van 2024 geïnformeerd.

Motie van de leden Strien en Werner; De Tweede Kamer verzoekt de regering de aanstaande visie op volkscultuur vergezeld te laten gaan van een voorstel hoe juist ook binnen de BIS, via de cultuurregio’s en het Fonds voor Cultuurparticipatie en daarnaast ook breder via erfgoedgelden en de gelden achter het Verdrag van Faro, deze hartencultuur gestimuleerd en gefaciliteerd kan worden en een volwaardige plek kan krijgen binnen het beleid van OCW.

Kamerstukken II 2022/23, 32820, nr. 506

De Tweede Kamer wordt in het najaar van 2024 geïnformeerd.

Motie van het lid Wuite; De Tweede Kamer verzoekt de regering om bij het tot stand komen van de cultuurconvenanten 2025–2028 zich in te spannen voor heldere afspraken over onder andere de verplichting tot fair pay, jongerencultuur, maatschappelijk ondernemerschap en het borgen van het recht op en de toegankelijkheid tot culturele activiteiten, en deze onderwerpen te betrekken bij de ontwikkeling van een gemeenschappelijke cultuurvisie in aanloop naar de herziening van het stelsel in 2029.

Kamerstukken II 2022/223, 32820, nr. 508

De Tweede Kamer wordt in het najaar van 2024 geïnformeerd.

Motie van de leden Van den Berge, Snels en Renkema; De Tweede Kamer verzoekt de regering in gesprek te gaan met fotografenverenigingen over het voorlichten van gebruikers van fotomateriaal op internet en over het hanteren van billijke tarieven en procedures in gevallen waar sprake is van onopzettelijke inbreuk op het auteursrecht.

Kamerstukken II, 2020/21, 35454, nr.10

De Tweede Kamer wordt medio 2024 geïnformeerd over de stand van het onderzoek.

Motie van de leden Van der Molen en De Vries; De Tweede Kamer verzoekt de regering deelname aan de Regeling Letterhoeke voort te zetten.

Kamerstukken II, 2020/21, 35570-VII, nr. 76

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd.

Motie Werner; De Tweede Kamer verzoekt de regering te onderzoeken of er aan de kant van de NPO of de publieke omroepen knelpunten worden ervaren bij het waarborgen van de pluriformiteit en op welke wijze deze mogelijke knelpunten kunnen worden weggenomen, en de Kamer daarover te informeren in de jaarlijkse voortgangsrapportage prestatieafspraken.

Kamerstukken II 2021/22, 32827, nr. 239

Deze motie wordt meegenomen in de Mediabegrotingsbrief die medio november 2023 aan de Tweede Kamer wordt gestuurd.

Motie van het lid Mohandis c.s.; De Tweede Kamer verzoekt de regering te verkennen of het sanctiebeleid kan worden aangescherpt en verduidelijkt waardoor ieders rol binnen het bestel helder is, en op zo spoedig mogelijke termijn tot een voorstel hiertoe te komen.

Kamerstukken II 2022/23, 32827, nr. 255

Deze motie wordt meegenomen in de Mediabegrotingsbrief die medio november 2023 aan de Tweede Kamer wordt gestuurd.

Motie van de leden Van Strien en Sjoerdsma; De Tweede Kamer verzoekt de regering met alle betrokken partijen in gesprek te gaan om te zorgen dat alle gratis content van deelnemende partijen ook op de gratis variant van NLZIET te zien zal zijn, en de Kamer uiterlijk begin 2023 te informeren over de voortgang van deze gesprekken

Kamerstukken II 2022/23, 32827, nr. 266

De Tweede Kamer wordt uiterlijk vóór de begrotingsbehandeling geïnformeerd over deze motie.

Motie van het lid Mohandis; De Tweede Kamer verzoekt de regering te komen tot een meerjarige toekomstvisie en te onderzoeken op welke wijze de «bibliotheek op school» als concept duurzaam verankerd kan worden en welke financiële en juridische voorwaarden daarvoor benodigd zijn.

Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 44

Het eindrapport naar de voorwaarden van duurzame verankering Bibliotheek op School en de beleidsreactie wordt einde van het jaar aan de Tweede Kamer verstuurd.

Motie van het lid Kwint; De Tweede Kamer verzoekt de regering er nu eindelijk zorg voor te dragen dat geen enkel kopstuk van de publieke omroep direct danwel indirect, bijvoorbeeld via buitenproducenten, meer aan de NPO verdient dan de geldende ministersnorm.

Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 165

De Tweede Kamer wordt medio november 2023 met de Mediabegrotingsbrief nader geïnformeerd over de uitwerking van de motie.

Motie van het lid Kwint c.s.; De Tweede Kamer verzoekt de regering samen met de publieke omroep te bewerkstelligen dat een vast contract na een jaar de norm wordt, inclusief harde percen-tages voor zowel de omroepen als de productiehuizen die aan de omroepen leveren.

Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 133

De Tweede Kamer zal voor het einde van het jaar geïnformeerd worden over de uitwerking van de motie.

Motie van het lid Mohandis c.s.; De Tweede Kamer verzoekt de regering in samenspraak met de NPO en de omroepen te verkennen op welke wijze er concrete afspraken kunnen worden gemaakt om te komen tot een nieuwe en hogere norm voor percentages program-mamakers in vaste dienst van de publieke omroepen in de volgende erkenningsperiode en de Kamer hierover te informeren.

Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 166

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd.

Motie van de leden Bevers en Van der Molen; De Tweede Kamer verzoekt de regering zorg te dragen voor een vorm van bestuurlijke samenwerking waarbij het duurzaam behoud van Tresoar en de bestaande financiële bijdrage daaraan worden geborgd.

Kamerstukken II 2022-23, 36200 VII, nr. 133

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar nader over deze geïnformeerd.

Motie van de leden Mohandis en Kwint; De Tweede Kamer (constaterende dat videoplatforms zoals Facebook, TikTok, Instagram en YouTube een groot marktaandeel in Nederland hebben en daarbij hoge advertentie-inkomsten genereren; constaterende dat in België deze videoplatforms ook vallen onder de stimuleringsregeling en hun bijdrage moeten leveren aan Vlaamse content; van mening dat iedereen die verdient aan Nederlandse content ook moet bijdragen aan de ontwikkeling ervan;) verzoekt de regering te onderzoeken hoe de Vlaamse regering dit heeft vormgegeven en hoe deze regeling eventueel toepasbaar zou kunnen zijn in Nederland, en de Kamer hierover te informeren.

Kamerstukken II 2022/23, 36176, nr. 22

De Tweede Kamer wordt in het voorjaar van 2024 nader geïnformeerd over de uitvoering van de motie.

Motie Kwint c.s.; De Tweede Kamer verzoekt het kabinet in overleg met de sector ervoor zorg te dragen dat de producties die via de investeringsverplichting het licht zullen zien, ook een bijdrage leveren aan het bereiken van fair pay binnen de Nederlandse audiovisuele sector.

Kamerstukken II 2022/2023, 36176, nr. 23

De Tweede Kamer wordt in het voorjaar van 2024 nader geïnformeerd over de uitvoering van de motie.

Motie van de leden kwint en Wuite; De Tweede Kamer verzoekt de regering spoedig te onderzoeken of en hoe er gekomen kan worden tot een investeringsverplichting of een heffing gericht.

Kamerstukken II 2022/23, 36176, nr. 36, t.v.v. nr. 22

De Tweede Kamer wordt voor de Mediabegroting geïnformeerd over de uitvoering van de motie.

Motie van de leden Werner en Wuite; De Tweede Kamer verzoekt de regering om jaarlijks een overzicht naar de Kamer te sturen waarin staat welke producties afgelopen jaar onder de investeringsver-plichting vielen en hoe deze producties aan de criteria en genres voldoen zoals opgesteld in de Wet investeringsverplichting.

Kamerstukken II 2022/23, 36176, nr. 25

De Tweede Kamer wordt in het voorjaar van 2024 nader geïnformeerd over de uitvoering van de motie.

Motie van de leden Van Strien en Mohandis; De Tweede Kamer verzoekt de regering om alles in het werk te stellen om op zo kort mogelijke termijn met socialemediaplatforms, en in het bijzonder Twitter, om tafel te zitten om te bezien hoe bedreigingen tegen journalisten te monitoren, erop te acteren en pilots hiervoor te starten, in aanloop naar de inwerkingtreding van de Europese digitaledienstenverordening.

Kamerstukken II 2022/23, 31777, nr. 35

De Tweede Kamer wordt voor in het voorjaar 2024 nader geïnformeerd over de uitvoering van de motie.

Motie van het lid Sjoerdsma; De Tweede Kamer verzoekt de regering om, vooruitlopend op de implementatie van de digital services act, sociale mediabedrijven te verplichten om: - continu bereikbare escalatiekanalen te hebben, waar opvolging wordt gegeven aan meldingen van slachtoffers door personen die de Nederlandse taal spreken en de culturele context van content begrijpen; - medewerkers te laten modereren op strafbare content en deze te verwijderen.

Kamerstukken II 2022/23, 31777, nr. 51 t.v.v. nr. 37

De Tweede Kamer wordt in het voorjaar van 2024 nader geïnformeerd over de uitvoering van de motie.

Motie van het lid Sjoerdsma; De Tweede Kamer verzoekt de regering om er bij de Europese Commissie op aan te dringen dat zij optimaal voorbereid zijn om de DSA vanaf inwerkingtreding te handhaven ten opzichte van grote sociale mediaplatformen, en er zorg voor te dragen dat de digitale diensten coördinator operationeel is op 17 februari 2024 om toezicht te houden op in Nederland gevestigde aanbieders van tussenhandeldiensten.

Kamerstukken II 2022/23, 31777, nr. 52 t.v.v. nr. 38

De Tweede Kamer wordt in het voorjaar 2024 nader geïnformeerd over de uitvoering van de motie.

Motie van het lid Werner en Sjoerdsma; De Tweede Kamer (overwegende dat het vaker voorkomt dan gehoopt dat journalisten opgepakt worden bij demonstraties, wat een aantekening op het stafblad oplevert die er lastig vanaf te krijgen is; overwegende dat pas tijdens een zitting getoetst kan worden of een journalist terecht gebruik wil maken van zijn verschoningsrecht, wat de veiligheid van de journalist kan schaden; overwegende dat journalisten in beeld kunnen komen als bijvangst tijdens het aftappen van een verdachte en de wet bronbescherming dan niet van toepassing is; overwegende dat veel bedreigingen online plaatsvinden en het tijd wordt dat de platforms hiermee serieus aan de slag gaan door bijvoorbeeld een pilot te starten waar journalisten vrijwillig aan mee kunnen doen, waarbij platforms strenger gaan monitoren op bedreigingen en deze sneller worden verwijderd; overwegende dat we te maken hebben met desinformatie, waarbij de opkomst van AI het voor veel mensen lastiger maakt om de betrouwbaarheid vast te stellen en er daarom nagedacht moet worden over manieren om de onafhankelijkheid en betrouwbaarheid van de journalist te waarborgen;) verzoekt de regering te werken aan verdere verbetering van de persveiligheid- en vrijheid van journalisten en de vijf bovenstaande punten verder in kaart te brengen, en de Kamer voorafgaand aan de begroting 2024 over mogelijke oplossingen te informeren

Kamerstukken II 2022/23, 31777, nr. 41

De Tweede Kamer wordt in het voorjaar 2024 nader geïnformeerd over de uitvoering van de motie.

Motie van de leden Mohandis en Van Strien; De Tweede Kamer verzoekt de regering om Nederland een voortrekkersrol te laten nemen in het aansporen van grote socialmediaplatforms zoals Twitter om zich aan de DSA te houden; verzoekt de regering om bij overtreding van de DSA daadwerkelijk sanctiemaatregelen voor te bereiden.

Kamerstukken II 2022/23, 31777, nr. 42

De Tweede Kamer wordt in het voorjaar van 2024 nader geïnformeerd over de uitvoering van de motie.

Motie van de leden Mohandis en Van der Plas; De Tweede Kamer verzoekt de regering in aanloop naar de aangekondigde hervormingen van regionale en lokale omroepen en het structureel maken van PersVeilig in gesprek te gaan met betrokkenen over wat verhoudingsgewijs een eerlijke bijdrage is aan PersVeilig en de benodigde veiligheidsmaatregelen van regionale en lokale journalisten en columnisten, en de Kamer over de uitkomst van dit gesprek te informeren.

Kamerstukken II 2022/23, 31377, nr. 43

De Tweede Kamer wordt in het voorjaar 2024 geïnformeerd over de uitvoering van de motie.

Motie van de leden Van den Berge en Van den Hul; De Tweede Kamer verzoekt de regering een deskundig team op te richten, bestaande uit experts en ervaringsdeskundigen, dat mbo-instellingen en leerwerkbedrijven kan ondersteunen in de aanpak van stagediscriminatie, en dat tevens kabinet en de Tweede Kamer kan adviseren over maatregelen om stagediscriminatie aan te pakken.

Kamerstukken II 2020/21, 35570-VIII, nr. 50

De Tweede Kamer wordt in de Brief over monitoring Werkagenda MBO en Stagepact voor de begrotingsbehandeling geïnformeerd over deze motie.

Motie van het lid Peters en Bisschop; De Tweede Kamer verzoekt de regering om maximaal drie jaar na inwerkingtreding van de wet de Kamer te voorzien van een evaluatie in hoeverre de regel dat alleen één vo-school en één mbo-instelling een verticale scholen-gemeenschap kunnen vormen, een beperking is voor het vormen van verticale scholengemeenschappen.

Kamerstukken II, 2020/21, 35606, nr. 25

De Tweede Kamer zal in 2025 geïnformeerd worden over de uitkomsten van de evaluatie.

Motie van het lid Westerveld; De Tweede Kamer verzoekt de regering om een langetermijnvisie te ontwikkelen voor het vervolgonderwijs waarin meer waardering is voor het beroepsonderwijs en praktische vaardigheden; verzoekt de regering, tevens om met het onderwijsveld, leerlingen en ouders tot een gezamenlijke aanpak te komen om deze schreefgroei tegen te gaan, en de Tweede Kamer op de hoogte te houden.

Kamerstukken II, 2020/21, 35830-VIII, nr. 19

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze motie.

Motie van de leden El Yassini en Hagen; De Tweede Kamer verzoekt de regering mbo-studenten op de BES-eilanden, op aanvraag van de student, te ondersteunen bij het leren van de Nederlandse taal, wanneer zij na een Papiamentstalige opleiding willen doorstromen naar het hoger onderwijs in Europees Nederland; verzoekt de regering deze ondersteuning te dekken uit de middelen voor versterking onderwijs-arbeidsmarkt ten behoeve van de ontwikkeling van Caribisch Nederland.

Kamerstukken II 2021/22, 35893, nr. 8

De wetswijziging dat meer mogelijkheden creëert om beroepsonderwijs op Bonaire in het Papiaments aan te bieden is op 1 augustus 2023 in werking getreden. Hiermee is de Tweede Kamer geïnformeerd.

Motie van het lid Kwint; De Tweede Kamer verzoekt de regering om – in samenspraak met vertegenwoordigers van het onderwijs, leraren, ouders en leerlingen dan wel studenten – te inventariseren of er voor het onderwijs ook een verbod op het opleggen van een zwijgbeding kan komen, en de Kamer hierover voor Prinsjesdag te informeren.

Kamerstukken II 2021/22, 35771, nr. 12

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze motie.

Motie van de leden Stoffer en Van der Plas; De Tweede Kamer verzoekt de regering in samenwerking met MKB-Nederland het ontstaan van bedrijfsscholen financieel te stimuleren.

Kamerstukken II 2022/23, 29544, nr. 1143

De Tweede Kamer wordt voor de begrotingsbehandeling geïnformeerd.

Motie van de leden De Graaf en El Yassini; De Tweede Kamer (constaterende dat bbl-studenten vier dagen werken en één dag naar school gaan; overwegende dat er vanuit de praktijk behoefte is aan flexibiliteit, bijvoorbeeld drie dagen werk en twee dagen school; overwegende dat er krapte is op de arbeidsmarkt en dat er veel mbo-studenten nodig zijn om de maatschappelijke transities aan te kunnen, maar het niet voor iedere student passend is om slechts één dag per week onderwijs te krijgen;) verzoekt de regering met inachtneming van het bovenstaande in de toekomstverkenning mee te nemen hoe een dergelijke werkbegeleidende leerweg kan worden vormgegeven en wat ervoor nodig is om deze leerweg te realiseren.

Kamerstukken II 2022/23, 31524, nr. 521

De Tweede Kamer wordt aan het einde van het jaar geïnformeerd.

Motie van de leden Van der Graaf en Van der Molen; De Tweede Kamer verzoekt de regering om de bekendheid met het studentenfonds te vergroten onder zowel studenten als docenten en studieadviseurs en de middelen hierin ten bate van mbo-studenten in te zetten.

Kamerstukken II 2022/23, 31524, nr. 522

De Tweede Kamer is geïnformeerd op 3 juli 2023 met de brief ‘Schriftelijk overleg over de Werkagenda en het Stagepact mbo’ (Kamerstukken II 2022/23, 31524, nr. 568). De Tweede Kamer wordt in het voorjaar nader geïnformeerd met de Voortgangsbrief over de werkagenda.

Motie van het lid Van Baarle; De Tweede Kamer verzoekt de regering om periodiek mysteryguestonderzoek uit te laten voeren om stagediscriminatie te signaleren en te bezien hoe de uitkomsten van dit onderzoek gebruikt kunnen worden om beterschap te bewerkstelligen bij bedrijven.

Kamerstukken II 2022/23, 31524, nr. 532

De Tweede Kamer wordt in de brief over monitoring Werkagenda MBO en Stagepact voor de begrotingsbehandeling geïnformeerd over deze motie.

Motie van het lid De Hoop; De Tweede Kamer verzoekt de regering in de toekomstverkenning van een Leven Lang Ontwikkelen mogelijkheden te onderzoeken om een scholingsrecht toe te kennen.

Kamerstukken II 2022/23, 31524, nr. 535

De Tweede Kamer wordt voor de begrotingsbehandeling geïnformeerd.

Motie van de leden Hagen en Bischop. De Tweede Kamer verzoekt de regering in samenspraak met Ouders & Onderwijs en de MBO Raad te bezien op welke wijze ouders meer kunnen worden betrokken bij het onderwijs van hun kinderen, ook als de jongeren de leeftijd van 16 jaar hebben bereikt, en de Kamer daarover te informeren.

Kamerstukken II 2022/23, 31524, nr. 537

De Tweede Kamer wordt aan het einde van het jaar geïnformeerd in de voortgangsrapportage passend onderwijs mbo.

Motie van het lid Hagen c.s.; De Tweede Kamer verzoekt de regering om vanaf 2024 structureel 10 miljoen euro te reserveren om boeken en licenties voor mbo-studenten jonger dan 18 jaar voor de vakken taal, rekenen en burgerschap kosteloos ter beschikking te stellen.

Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 145

De Tweede Kamer wordt voor de begrotingsbehandeling geïnformeerd over deze motie.

Motie van de leden De Hoop en Bouchallikh; De Tweede Kamer verzoekt de regering een voorstel te doen van hoe opleidingsniveau als discriminatiegrond kan worden toegevoegd aan de Algemene wet gelijke behandeling.

Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 91

De Tweede Kamer wordt in 2024 geïnformeerd over deze motie.

Motie van de leden Van der Molen en El Yassini; De Tweede Kamer verzoekt de regering om jaarlijks 4,32 miljoen euro voor de organisatie van de (internationale) vakwedstrijden mbo structureel te reserveren binnen artikel 4 van de OCW-begroting en jaarlijks 0,68 miljoen voor de organisatie van de nationale vakwedstrijden vmbo structureel te reserveren binnen artikel 3 van de OCW-begroting en een wettelijke basis te creëren voor de organisatie WorldSkills Netherlands voor het uitvoeren van deze (internationale) vakwedstrijden (v)mbo.

Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 100

De Tweede Kamer wordt in 2024 geïnformeerd over deze motie.

Motie van de leden Van Baarle en Westerveld; De Tweede Kamer verzoekt de regering om de afspraken over stagevergoedingen niet alleen te laten gelden voor stages in het mbo, maar ook binnen het hbo en het wo; verzoekt de regering tevens om een jaarlijkse monitor stagevergoedingen uit te voeren met een uitsplitsing naar sector en onderwijsniveau, hierin een onderscheid te maken tussen cao-gerelateerde en niet-cao-gerelateerde vergoedingen, alsmede met een algemene norm over de kostendekkendheid van een stagevergoeding.

Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 118

De Tweede Kamer wordt in een brief over de monitoring van de werkagenda en het stagepact voor de begrotingsbehandeling geïnformeerd over deze motie.

Motie van het lid Dassen c.s.; De Tweede Kamer verzoekt de regering mede op basis van de uitkomsten van het lopende onderzoek te komen met een plan gericht op facilitering en benutting van de mogelijkheden voor mbo-studenten op het gebied van internationalisering, waarbij gekeken wordt wat er binnen de mbo-instellingen nodig is.

Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 120

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd.

Motie van het lid Dassen c.s.; De Tweede Kamer verzoekt de regering zich in de Raad van Ministers nadrukkelijk in te spannen voor wederzijdse erkenning van mbo-diploma’s tussen Europese lidstaten met als voornaamste inzet het wegnemen van barrières voor de maatschappelijk cruciale sectoren.

Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 121

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd.

Motie van de leden Van der Plas en Pouw-Verweij; De Tweede Kamer verzoekt het kabinet naast het onderzoek naar staatssteun gelijktijdig andere opties voor de voortzetting van de Ambachtsacademie te onderzoeken in overleg met AmbachtNederland; verzoekt het kabinet om de Kamer hier voor 1 februari 2023 over te informeren.

Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 123

De Tweede Kamer wordt voor de begrotingsbehandeling geïnformeerd over deze motie.

Motie van de leden Romke de Jong en De Hoop; De Tweede Kamer verzoekt de regering Europese samenwerking te stimuleren door programma’s als Erasmus+ onder de aandacht te brengen bij scholen en partijen, zodat innovatief taalonderwijs via digitale leermethoden voor minderheidstalen verder gestimuleerd kan worden.

Kamerstukken II 2022-23, 36200 VII, nr. 127

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd.

Motie van de leden Van der Molen en Bevers; De Tweede Kamer verzoekt de regering de onderwijsinspectie de opdracht te geven jaarlijks de inspectieresultaten met betrekking tot het onderwijs in het Fries zichtbaar te maken in een onderwijsverslag voor het Fries; verzoekt de regering DINGtiid, het orgaan voor de Friese taal, het verzoek te doen een specifiek onderzoek te starten naar het onderwijs in de Friese taal in het middelbaar beroepsonderwijs en te vragen voor de toekomst daarvan specifieke aanbevelingen te doen; verzoekt de regering te verkennen, in aansluiting op het amendement-Van der Molen c.s. (36 200-VIII, nr. 60) over middelen voor de Friese taal, of er op basis van het advies van DINGtiid tevens middelen benodigd zijn voor het middelbaar beroepsonderwijs.

Kamerstukken II 2022/23, 36200 VII, nr. 137

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd.

Motie van de leden El Yassini en Kwint; De Tweede Kamer verzoekt de regering om te onderzoeken hoe en op welke manier de AanDeBak-garantie breder kan worden ingezet door mbo-instellingen in heel Nederland, en de Kamer hierover te informeren voor Prinsjesdag.

Kamerstukken II 2022/2023, 31524, nr. 553

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd.

Motie van de leden Bouchallikh en De Hoop; De Tweede Kamer verzoekt de regering om onderzoek te doen naar de kosten van de leermiddelen en mogelijke oplossingen voor belemmeringen daarin op te nemen.

Kamerstukken II 2022/2023, 31524, nr. 555

De Tweede Kamer wordt in 2024 geïnformeerd over deze motie.

Motie van het lid De Hoop; De Tweede Kamer verzoekt de regering rekening te houden met de keuzevrijheid van studenten bij studievoorlichting.

Kamerstukken II 2022/2023, 31524, nr. 556

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd.

Motie van het lid Hagen c.s.; De Tweede Kamer verzoekt de regering om in de toekomstverkenning LLO in te gaan op verschillende opties voor een leerbudget in het onderwijs.

Kamerstukken II 2022/2023, 31524, nr. 557

De Tweede Kamer wordt voor de begrotingsbehandeling geïnformeerd.

Motie van het lid Hagen c.s.; De Tweede Kamer verzoekt de Minister in de toekomstverkenning LLO te onderzoeken welke knelpunten publieke onderwijsinstellingen ervaren bij het aanbieden van onderwijs in het kader van leven lang ontwikkelen en voorstellen te doen om deze weg te nemen.

Kamerstukken II 2022/2023, 31524, nr. 558

De Tweede Kamer wordt voor de begrotingsbehandeling geïnformeerd.

Motie van de leden Peters en De Graaf; De Tweede Kamer verzoekt de regering om mbo-instellingen aan te moedigen om alumni-beleid op te zetten en uit te voeren; verzoekt de regering om bij het opstellen van de zogenoemde «Bosatlas» gegevens van mbo-instellingen, bijvoorbeeld alumnigegevens, mee te nemen in het bepalen van het (regionale) arbeidsmarkt.

Kamerstukken II 2022/2023, 31524, nr. 559

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd.

Motie van de leden Krul en Peter; De Tweede Kamer verzoekt de regering om een visie op te stellen over practoraten en daarin ten minste op te nemen hoe mbo-instellingen dezelfde rechten als het hoger onderwijs kunnen krijgen om aanspraak te maken op onderzoeksprogramma’s en toegang tot voorzieningen.

Kamerstukken II 2022/2023, 31288, nr. 1043

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd in de beleidsreactie op de toekomstverkenning.

De motie van de leden Van Meenen en Westerveld; De Tweede Kamer verzoekt de regering ervoor te zorgen dat het voor onderwijsinstellingen niet mogelijk is om meer instellingscollegegeld dan de bekostiging van de opleiding en het tarief ter hoogte van het wettelijk collegegeld te vragen.

Kamerstukken II, 2017/18, 315524, nr. 357

De Tweede Kamer wordt voor de begrotingsbehandeling geïnformeerd.

De motie van het lid Ganzenvoort c.s. ; De Eerste Kamer verzoekt de regering bij de toelichting op toekomstig voor te hangen AMvB’s te streven naar op onderzoek gebaseerde argumentaties.

Kamerstukken I 2017/18, 34911, nr. G

Bij elke voorgehangen AMvB wordt dit betrokken.

De motie van het lid Van Meenen c.s. ; De Tweede Kamer verzoekt de regering in het najaar met voorstellen te komen die eisen stellen aan de onderbouwing van gehanteerde selectiecriteria, gericht op kansengelijkheid en de kwantiteit van selectiecriteria te maximeren.

Kamerstukken 2018/19 II, 31288, nr. 713

De Tweede Kamer wordt voor de begrotingsbehandeling geïnformeerd.

De motie van de leden Rog en Rudmer Heerema; De Tweede Kamer verzoekt de regering bij de uitwerking van de afspraak in het regeerakkoord over de differentiatie op de pabo, het per volgend studiejaar mogelijk te maken dat studenten naast de huidige pabo ook kunnen kiezen voor een gespecialiseerde pabo gericht op het jonge kind of een gespecialiseerde pabo gericht op het oudere kind en de eventuele toelatingseisen en bevoegdheidseisen daarop aan te passen.

Kamerstukken 2019/20 II, 35000-VIII, nr. 55

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd.

De motie van de leden Paternotte en Van den Hul; De Tweede Kamer verzoekt de regering aan hogescholen en universiteiten te vragen om voor studenten die hun Engelse taalvaardigheid willen verbeteren, facultatieve activiteiten te ontwikkelen en het bestaande aanbod te inventariseren.

Kamerstukken 2019/20 II, 35282, nr. 31

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd.

De motie van de leden Molen en Wiersma; De Tweede Kamer verzoekt de regering om onderzoek te doen hoe niet-bekostigd onderwijs van grotere meerwaarde kan zijn voor studenten; verzoekt de regering, bij de verduidelijking in de WHW over het verzorgen van onderwijs aan de doelgroep (werkende) volwassenen door instellingen in het hoger onderwijs voldoende waarborgen op te nemen om een gelijk speelveld tussen bekostigde en niet-bekostigde onderwijsinstellingen te garanderen.

Kamerstukken 2019/20 II, 31288, nr. 810

De Tweede Kamer wordt voor de begrotingsbehandeling geïnformeerd.

De motie van het lid Rudmer Heerema c.s. ; De Tweede Kamer verzoekt de regering per direct een plan van aanpak te maken om een gespecialiseerde pabo gericht op het jongere en oudere kind te creëren en per zomer 2020 een experiment te starten waarbij pabo-instellingen op vrijwillige basis kunnen deelnemen aan een pilot voor een gespecialiseerde pabo gericht op het jongere en oudere kind, en de eventuele toelatingseisen en bevoegd gezag daarop aan te passen; verzoekt de regering tevens, om per collegejaar 2021–2022 de gespecialiseerde pabo gericht op het jongere en oudere kind voor alle pabo-instellingen mogelijk te maken, en de Tweede Kamer voor 1 januari 2021 te informeren over de voortgang hierop.

Kamerstukken 2019/20 II, 27923, nr. 401

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd.

Motie van het lid Van der Molen; De Tweede Kamer verzoekt de regering kaders op te stellen om de communicatie van hogeronderwijsinstellingen buiten onderwijstijd primair in het Nederlands te laten zijn, met uitzonderingen als een andere taal doelmatiger blijkt te zijn zonder dat belangen van derden daardoor geschaad worden.

Kamerstukken 2019/20 II, 31288,nr. 857

De Tweede Kamer wordt in het voorjaar geïnformeerd.

Motie van het lid van den Hul; De Tweede Kamer verzoekt de regering de bekendheid van het levenlanglerenkrediet en de STAP-regeling te vergroten voor bovenstaande categorieën personen die niet in loondienst zijn – bijvoorbeeld door het inzetten van ambassadeurs – en de Kamer hier voor het einde van het jaar over te informeren.

Kamerstukken II 2020/21, 30012, nr. 131

De Tweede Kamer wordt voor de begrotingsbehandeling geïnformeerd.

Motie van het lid Sazias; De Tweede Kamer verzoekt de regering voorlichting over het levenlanglerenkrediet te intensiveren en het levenlanglerenkrediet ook optimaal toegankelijk te maken voor lager opgeleiden.

Kamerstukken II 2020/21, 30012, nr. 132

De Tweede Kamer wordt voor de begrotingsbehandeling geïnformeerd.

Motie van de leden Peters en Van der Woude; De Tweede Kamer verzoekt de regering om te onderzoeken hoe voor instellingen die een opleiding aanbieden in het buitenland middels de 25%-mogelijkheid wettelijk verplicht kan worden dat studenten 25% van het onderwijs fysiek in Nederland volgen, en de Kamer hierover voor de begrotingsbehandeling te informeren.

Kamerstukken II 2020/21, 35830-VIII, nr. 21

De Tweede Kamer wordt voor de begrotingsbehandeling geïnformeerd.

De motie Kwint en Wassenberg; De Tweede Kamer verzoekt het kabinet, in overleg met studenten, mbo-scholen, hogescholen en universiteiten te formuleren onder welke uitzonderlijke voorwaarden online proctoring wel kan worden ingezet, conform de motie-Futselaar.

Kamerstukken II 2020/21, 35570-VIII, nr. 263

De Tweede Kamer wordt voor de begrotingsbehandeling geïnformeerd.

Motie van de leden Wassenberg en Kwint; De Tweede Kamer verzoekt de regering in kaart te brengen welke ondersteuning de onderwijsinstellingen nodig hebben om, in het geval de anderhalvemetermaatregel na de zomer niet zou worden losgelaten, onderwijs en tentamens toch zo veel mogelijk fysiek te organiseren en zo min mogelijk gebruik te maken van online proctoring.

Kamerstukken II 2020/21, 35570-VIII, nr. 268

De Tweede Kamer wordt voor de begrotingsbehandeling geïnformeerd.

Motie van het lid Van der Woude c.s.; De Tweede Kamer verzoekt de Minister te verkennen hoe groot de brede behoefte aan flexstuderen is, uitgesplitst naar bachelor- en masterstudenten, en dat mee te wegen in het voorstel voor verankering in de wet; verzoekt de Minister te verkennen hoe de instellingen flexstuderen in een zo veel mogelijk vergelijkbare vorm kunnen aanbieden.

Kamerstukken II 2021/22, 31288, nr. 956

De Tweede Kamer wordt voor de begrotingsbehandeling geïnformeerd.

Motie van de leden Kwint en Westerveld; De Tweede Kamer verzoekt het kabinet uitgebreid en zo precies mogelijk te onderzoeken wat de gevolgen zijn van een brede invoering van flexstuderen voordat het flexstuderen wordt ingevoerd.

Kamerstukken II 2021/22, 31288, nr. 957

De Tweede Kamer wordt voor de begrotingsbehandeling geïnformeerd.

Motie van het lid Westerveld; De Tweede Kamer verzoekt de regering om in het wetsvoorstel flexstuderen de positie van de medezeggenschap, specifiek die van de opleidingscommissies, te waarborgen.

Kamerstukken II 2021/22, 31288, nr. 958

De Tweede Kamer wordt voor de begrotingsbehandeling geïnformeerd.

Motie van de leden De Hoop en Westerveld; (constaterende dat instellingen de mogelijkheid hebben om studenten die voltijds zitting nemen in de medezeggenschapsraad eenmalig vrijstelling te kunnen bieden voor het betalen van het wettelijke collegegeld; constaterende dat de keuze om deze vrijstelling wel of niet aan te bieden aan instellingen zelf is en een meerderheid van de instellingen aangeeft deze optie niet te bieden; van mening dat de participatie van studenten in medezeggenschapsraden van grote waarde is en dit moet worden gestimuleerd;) verzoekt de regering in gesprek te treden met instellingen die momenteel deze optie niet bieden om te onderzoeken welke redenen hieraan ten grondslag liggen en mogelijke obstakels hiertoe weg te halen.

Kamerstukken II 2021/22, 34251, nr. 97

De Tweede Kamer wordt voor de begrotingsbehandeling geïnformeerd.

Motie van de leden De Hoop en Westerveld; De Tweede Kamer verzoekt de regering om telkens expliciete bescherming van de academische vrijheid in de afweging te betrekken of er bij universiteiten en hogescholen een (spoed)aanwijzing proportioneel en gewenst is.

Kamerstukken II 2021/22, 35920, nr. 33

De Tweede Kamer wordt per brief geïnformeerd in het geval dat de minister op basis van een schriftelijke advies van de inspectie tot de conclusie is gekomen dat er sprake is van wanbeheer.

Motie van de leden Van der Laan en Westerveld; De Tweede Kamer verzoekt de regering het instemmingsrecht van de medezeggenschap op de studievoorschotmiddelen vanaf 2025 te continueren.

Kamerstukken II 2021/22, 31288, nr. 976

De Tweede Kamer wordt voor de begrotingsbehandeling geïnformeerd.

Motie van de leden Van der Woude en Van der Molen; De Tweede Kamer verzoekt de regering om er zorg voor te dragen dat een gedegen instrument wordt ontwikkeld waarmee de NVAO steekproeven kan houden bij opleidingen waar zij dat nodig acht, en verzoekt de regering om in gesprek te gaan met de studentenorganisaties en externe stake-holders, waaronder bedrijven, over de inrichting van dat instrument.

Kamerstukken II 2021/22, 31288, nr. 982

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd.

Motie van het lid Koffeman c.s.; De Tweede Kamer verzoekt de regering om studenten van de pechgeneratie op een behoorlijke wijze te compenseren voor de door hen betaalde of te betalen rentelasten.

Kamerstukken I 2022/23, 36200, nr. P

De Eerste Kamer is geïnformeerd over het niet uitvoeren van de motie met de brief van 6 december 2022 (Kamerstukken I 2022/2023, 35788, AB) en op 24 mei 2023 met de brief Verslag van een nader schriftelijk overleg (met reactie op nadere vragen) over de herinvoering van de basisbeurs en tegemoetkoming van huidige studenten zonder basisbeurs (Kamerstukken I 2022/23, 35788, nr. AF).

Motie van het lid van der Woude c.s.; De Tweede Kamer verzoekt de regering Minister uiterlijk voor het zomerreces met een nieuw wetsvoorstel te komen voor de beheersing van de instroom van internationale studenten.

Kamerstukken II 2022-23, 36200-VIII, nr. 76

De Tweede Kamer wordt voor de begrotingsbehandeling geïnformeerd.

Motie van de leden De Hoop en Van der Molen; De Tweede Kamer verzoekt de regering om wetenschappelijk onderwijs in het Frysk wettelijk te verankeren in lijn met het Europees Handvest voor regionale talen, dat stipuleert dat de overheid moet voorzien in onderwijs van regionale talen op alle onderwijsniveaus.

Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 96

De Tweede Kamer wordt in het voorjaar geïnformeerd.

Motie van de leden Westerveld en Sylvana Simons; De Tweede Kamer (overwegende dat er in beleid en in debat veel minder aandacht is voor jongeren met minder kansen, of jongeren in het beroepsonderwijs en zij ook vrijwel niet gerepresenteerd worden in besturen van landelijke jongerenorganisaties; constaterende dat er een landelijke regeling is voor financiële steun voor studenten aan het hoger onderwijs met een bestuursfunctie; constaterende dat voorwaarde voor een beurs is dat een organisatie zich moet bezighouden met «activiteiten die belangrijk zijn voor het hoger onderwijs»;) verzoekt de regering om het woord «hoger» te schrappen in deze subsidievoorwaarde, zodat deze organisaties voor een bredere groep kunnen opkomen.

Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 104

De Tweede Kamer wordt voor het einde van geïnformeerd.

Motie van het lid Pouw-Verweij c.s.; De Tweede Kamer verzoekt de regering met het hoger onderwijs in overleg te gaan om te komen tot criteria voor het nastreven van een evenwichtige verhouding.

Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 114

De Tweede Kamer wordt in het voorjaar geïnformeerd.

Motie van de leden Van der Molen en Van der Laan; De Tweede Kamer verzoekt de regering om samen met de Vereniging Hogescholen, de instellingen en de studentenbonden te kijken hoe meer hogescholen enthousiast kunnen worden gemaakt om een ombudsfunctionaris voor zowel studenten als medewerkers in te stellen.

Kamerstukken II 2022/23, 31888, nr. 995

De Tweede Kamer wordt voor de begrotingsbehandeling geïnformeerd.

Motie van het lid Westerveld; De Tweede Kamer verzoekt de regering om met de vertegenwoordigers van de medezeggenschappers, de studentenorganisaties en de koepels van de instellingen uitgangspunten op te stellen over de wijze waarop de medezeggenschap betrokken dient te worden bij crisisbesluitvorming.

Kamerstukken II 2022/23, 31888, nr. 999

De Tweede Kamer wordt voor de begrotingsbehandeling geïnformeerd.

Motie van de leden Van Meenen en Van der Laan; De Tweede Kamer verzoekt de regering om samen met de studentenorganisaties en de koepels van de instellingen landelijke richtlijnen op te stellen voor de medezeggenschap op het gebied van scholing, ondersteuning en communicatie.

Kamerstukken II 2022/23, 31888, nr. 1000

De Tweede Kamer wordt voor de begrotingsbehandeling geïnformeerd.

Motie van de leden Westerveld en Kwint; De Tweede Kamer verzoekt de regering om de omvang van het schaduwonderwijs specifiek voor decentrale selectie in kaart te brengen; verzoekt de regering tevens om in gesprek te gaan met instellingen, met het doel om hen aan te moedigen om de banden met het schaduwonderwijs te verbreken

(Kamerstukken II 2022/23, 35765, nr. 10)

De Tweede Kamer wordt voor de begrotingsbehandeling geïnformeerd.

Motie van de leden Van der Laan en Van der Woude; De Tweede Kamer verzoekt de regering opleidingen te verplichten om te onderbouwen en te publiceren hoe de selectieprocedure past bij de inhoud van de opleiding, effectief is en gelijke kansen borgt

(Kamerstukken II 2022/23, 35765, nr. 10)

De Tweede Kamer wordt voor de begrotingsbehandeling geïnformeerd.

Motie van het lid Van der Laan; De Tweede Kamer verzoekt de regering om in gesprek te gaan met het veld over en afspraken te maken met instellingen over het zo veel mogelijk beperken van onnodige selectiecriteria en - instrumenten, en de Kamer hierover te informeren

(Kamerstukken II 2022/23, 35765, nr. 14)

De Tweede Kamer wordt voor de begrotingsbehandeling geïnformeerd.

Motie van de leden Peters en Van der Woude; De Tweede Kamer verzoekt de regering te bewerkstelligen dat instellingen handvatten krijgen hoe zij hun selectieprocedures kunnen toetsen en evalueren, te stimuleren dat instellingen hun selectievormen en -procedure extern gaan toetsen, bijvoorbeeld dat instellingen dit onderling gaan doen, en te onderzoeken of een verplichting van de externe toetsing wenselijk is; verzoekt de regering om de Kamer hierover te informeren voor het zomerreces

(Kamerstukken II 2022/23, 35765, nr. 10)

De Tweede Kamer wordt voor de begrotingsbehandeling geïnformeerd.

Motie van het lid Kwint c.s.; De Tweede Kamer verzoekt het kabinet te onderzoeken hoe sterk de relatie is tussen de huidige bekostigingssystematiek van het Nederlandse hoger onderwijs en de steeds maar toenemende internationale studentenaantallen.

Kamerstukken II 2022/23, 31288, nr. 1009

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd.

Motie van de leden Peters en Kwint; De Tweede Kamer verzoekt de regering om onder een representatief aantal Nederlandse afgestudeerden van Engelstalige opleidingen te onderzoeken in hoeverre zij voor hun werk het Engels en/of het Nederlands hanteren.

Kamerstukken II 2022/23, 31288, nr. 1019

De Tweede Kamer wordt voor de begrotingsbehandeling geïnformeerd.

Motie van het lid Peters; De Tweede Kamer verzoekt de regering om een kennisbasis te ontwikkelen en een monitoring op te stellen, waarbij ook taalbeheersing een rol speelt, om in beeld te krijgen in hoeverre instellingen erin slagen om internationale studenten voor de Nederlandse arbeidsmarkt te behouden.

Kamerstukken II 2022/23, 31288, nr. 1013

De Tweede Kamer wordt in het voorjaar geïnformeerd.

Motie van de leden El Yassini en Peters; De Tweede Kamer verzoekt de regering te onderzoeken wat het effect is van de herinvoering van de basisbeurs op het aantal EER-studenten dat in Nederland komt studeren; verzoekt de regering te onderzoeken of een betere indicator nodig is.

Kamerstukken II 2022/23, 36284, nr. 29

De Tweede Kamer wordt voor de begrotingsbehandeling geïnformeerd.

Motie van het lid Peters c.s.; De Tweede Kamer verzoekt de regering om te onderzoeken hoe de eerstegraadslerarenopleidingen, educatieve minor en educatieve module meer aandacht kunnen besteden aan lesgeven in het vmbo.

Kamerstukken II 2022/23, 36132, nr. 12

De Tweede Kamer wordt voor het einde van geïnformeerd.

Motie van het lid Gerkens c.s.; De Eerste Kamer verzoekt de Staatssecretaris met haar collega van OCW in overleg te gaan om de besturen van de lerarenopleidingen te bewegen tot het formuleren van een ambitie voor digitale geletterdheid op lerarenopleidingen op landelijk niveau en hierover aan de Eerste Kamer te rapporteren.

Motie EK CXLVII nr. J

De Eerste Kamer wordt in 2024 geïnformeerd.

Motie van de leden Michon-Derkzen en Van der Woude; De Tweede Kamer verzoekt de regering te onderzoeken welke onderdelen van Title IX toepasbaar kunnen zijn in de Nederlandse situatie, en de Kamer hierover te informeren voor 1 januari 2024.

Kamerstukken II 2022/23, 36234, nr. 5

De Tweede Kamer wordt voor het eind van het jaar geïnformeerd.

Motie van de leden Kwint en Westerveld; De Tweede Kamer verzoekt de regering om bij de verkenning naar een leven lang leren expliciet terug te komen op het plan voor een publiek bij- en nascholings-instituut, inclusief een afweging waarom hier wel of niet toe wordt overgegaan.

Kamerstukken II 2022/23, 31293, nr. 674

De Tweede Kamer wordt voor de begrotingsbehandeling geïnformeerd.

Motie van de leden Kwint en Paul; De Tweede Kamer verzoekt de regering voor Prinsjesdag in overleg te treden met de lerarenopleidingen over het curriculum, de stroomlijning daarvan en de aandacht voor basisvaardigheden, en de Kamer over de uitkomsten van dit overleg en aanvullende acties te informeren.

Kamerstukken II 2022/23, 31293, nr. 676

De Tweede Kamer wordt voor het eind van het jaar geïnformeerd.

Motie van het lid Krul c.s.; De Tweede Kamer verzoekt de regering de middelen uit het sectorplan in te zetten voor het versterken van de samenwerking bij de taalopleidingen aan de universiteiten, waarbij het niet de bedoeling is om veel tijd te verspillen aan vergaderen en ingewikkelde plannen maken, bijvoorbeeld over joint degrees of unilocaties; verzoekt de regering dat de energie met name ingezet moet worden op het laten groeien van de studentenaantallen en dat de sectorplanmiddelen in ieder geval ook ingezet moeten worden voor een grote landelijke campagne «kies talen» in lijn met het rapport Talen Centraal.

Kamerstukken II 2022/23, 31288, nr. 1045

Momenteel wordt bezien hoe aan deze motie uitvoering kan worden gegeven.

Motie van het lid Mutluer; De Tweede Kamer verzoekt de regering om aansluitend bij het initiatief Studenten Pact voor de start van het onderwijs in het najaar van 2024 te verkennen hoe de voorlichting aan studenten en medewerkers over seksueel grensover-schrijdend gedrag verankerd kan worden tijdens de introductieweken en in de curricula van alle hogeronderwijsinstellingen.

Kamerstukken II 2022/23, 34843, nr. 80

Momenteel wordt bezien hoe aan deze motie uitvoering kan worden gegeven.

Motie van de leden Van der Woude en Van der Laan; De Tweede Kamer (overwegende dat de Minister het wetsvoorstel flexstuderen verbindt aan zijn toekomstverkenning en zijn beleidsreactie daarop in het najaar van 2023; overwegende dat hierin wederom een risico op vertraging schuilt, omdat de wet gepubliceerd moet zijn op 1 oktober 2024 voor het collegejaar 2025–2026, en we niet nog een jaar willen verliezen;) verzoekt het kabinet parallel aan andere processen te werken aan deze wet om een realistisch tijdpad van wetsbehandeling met oog op inwerkingtreding in collegejaar 2025–2026 mogelijk te maken; verzoekt het kabinet tevens de wet los te trekken van de toekomstverkenning, beleidsreactie en andere processen als die het proces dreigen te vertragen.

Kamerstukken II 2022/23, 36360VIII, nr. 10

Momenteel wordt bezien hoe aan deze Motie uitvoering kan worden gegeven.

Motie van de leden Peters en Van der Graaf; De Tweede Kamer verzoekt de regering om samen met de VU en de ambtsopleidingen tot afspraken te komen welk deel van het budget nieuwe opleidingen mee mogen nemen indien ze naar een andere universiteit willen vertrekken, en de Kamer hierover te informeren voor de begrotingsbehandeling; verzoekt de regering om ook de samenwerkingsafspraken tussen de VU en de ambtsopleidingen waarin dit is vastgelegd gelijktijdig mee te sturen.

Kamerstukken II 2022/23, 31288, nr. 1059

Momenteel wordt bezien hoe aan deze Motie uitvoering kan worden gegeven.

Motie van het lid Peters; De Tweede Kamer verzoekt de regering om samen met de instellingen te onderzoeken hoe meer aandacht besteed kan worden aan eerstegeneratiestudenten en daarbij in ieder geval in kaart te brengen hoe er beter zicht gekregen kan worden op deze groep, verzoekt tevens hierbij gebruik te maken van de ervaringen van instellingen die al zicht hebben op deze groep, verzoekt de regering om de uitkomsten hiervan voor de begroting naar de kamer te sturen.

Kamerstukken II 2022/23, 36200VIII, nr. 248

Momenteel wordt bezien hoe aan deze Motie uitvoering kan worden gegeven.

Motie van de leden Van der Woude en Van der Molen; De Tweede Kamer verzoekt de Minister van OCW te zorgen voor een onafhankelijke evaluatie van het programma Erkennen en Waarderen en die niet alleen te richten op draagvlak voor en voortgang van het programma, maar ook op impact op onze internationale positie in de wetenschap; verzoekt deze Minister tevens actief het gesprek te entameren tussen academici over verschillende perspectieven op selectie van topwetenschappers en topwetenschap.

Kamerstukken II 2021/22, 31288, nr. 953

De Tweede Kamer is op 12 juli 2023 geïnformeerd met de Eerste voortgangsbrief bestuursakkoord en beleidsbrief hoger onderwijs en wetenschap (Kamerstukken II 2022/23, 31288, nr. 1071. De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar 2026 nader geïnformeerd over deze motie.

Motie van de leden Van der Molen en Inge van Dijk; De Tweede Kamer verzoekt de regering om initiatief te nemen om landelijke afspraken te maken tussen de betrokken ministeries en de uitvoerende diensten, waaronder Belastingdienst, UWV en Sociale Verzekeringsbank, die werkbaar zijn voor de universiteiten, zodat er een fiscale methodiek komt voor hoe om te gaan met de top-upbeurzen, die duidelijk is en die door alle betrokken partijen eenduidig geïnterpreteerd wordt.

Kamerstukken II 2021/22, 31288, nr. 977

De Tweede Kamer wordt in het najaar geïnformeerd.

Motie van de leden Van der Woude en Van der Graaf; De Tweede Kamer verzoekt de regering om in de technologiestrategie een analyse te maken van de verdeling van onderzoeks- en onderwijsmiddelen over alfa, bèta, gamma en (technisch-)medische wetenschap in Nederland en andere landen; verzoekt het kabinet daarbij eveneens om bij deze analyse van de financiële middelen een nadere uitsplitsing te maken naar specifieke sectoren en technologieën binnen de brede domeinen alfa, bèta, gamma en (technisch-)medische wetenschap, inclusief de relevantie van deze sectoren of technologieën voor grote maatschappelijke transities.

Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 75

De Tweede Kamer wordt in het najaar geïnformeerd.

Motie van het lid Van der Woude c.s.; De Tweede Kamer verzoekt de regering om te laten onderzoeken of zelfcensuur en beperking van diversiteit van perspectieven in de wetenschap en het hoger onderwijs een rol spelen, met daarbij ook aandacht voor de toenemende bedreiging, intimidatie en haatreacties naar wetenschappers, en onvrije gevoelens van studenten, en met aanbevelingen te komen hoe het vrije woord van studenten en veiligheid van wetenschappers binnen wetenschappelijke waarheidsvinding te allen tijde beschermd dienen te worden.

Kamerstukken II 2021/22, 35925 VIII, nr. 40

De Tweede Kamer is op 5 juli 2023 geïnformeerd met de brief Reactie op verzoek commissie over de stand van zaken van de uitvoering van de motie van het lid Van der Woude c.s. over een onderzoek of zelfcensuur en beperking van diversiteit van perspectieven een rol spelen in wetenschap en hoger onderwijs (Kamerstukken II, 2022/23, 35925-VIII, nr. 40). De Tweede Kamer wordt aan het einde van het jaar nader geïnformeerd.

Motie van de leden Wasenberg en Beckerman; De Tweede Kamer verzoekt de regering om in overleg met de betrokken kennis- en onder-wijsinstellingen te onderzoeken hoe kennis over (en de toepassing van) systematic reviews vast onderdeel kan worden van medisch-biologische opleidingen

Kamerstukken II 2022/23, 32336, nr. 146

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd in de verzamelbrief Dierproeven.

Motie van de leden Van der Woude en Peters; De Tweede Kamer verzoekt de regering om een inventarisatie van voor- en nadelen van deze vormen van bekostiging mee te nemen in haar beleidsreactie, daarbij reeds beschikbaar onderzoek en internationale voorbeelden te gebruiken en een concreet tijdpad te schetsen voor implementatie van een nieuwe bekostigingssystematiek.

Kamerstukken II 2022/2023, 31288, nr. 1040

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd.

Motie van het lid Van der Woude c.s.; De Tweede Kamer (overwegende dat de commissie-Weckhuysen advies gaat geven over de starters- en stimuleringsbeurzen en een door NWO ingestelde commissie advies uitbrengt aan de raad van bestuur van NWO op basis van haar onderzoek naar de verhouding tussen de starters- en stimuleringsbeurzen en andere vormen van onderzoeksfinanciering;) verzoekt de Minister om, na het uitbrengen van deze adviezen hiertoe, samen met NWO en instellingen duidelijkheid te geven omtrent het aanvragen van een NWO-beurs na het ontvangen van een starters- en stimuleringsbeurs en deze duidelijkheid zo spoedig als haalbaar aan de Kamer te sturen.

Kamerstukken II 2022/23, 31288, nr. 1041

De Tweede Kamer wordt in het najaar geïnformeerd over de uitvoering van deze motie.

Motie van de leden Westerveld en Kwint; De Tweede Kamer verzoekt de Minister van OCW om te onderzoeken hoe wetenschappelijke inzichten meer benut kunnen worden bij het vormgeven van overheidsbeleid en daarmee de kennis van universiteiten en hogescholen een grotere rol te geven bij het aanpakken van maatschappelijke vraagstukken, door bijvoorbeeld voortaan eerst de calls of de aanbestedingen voor advies uit te zetten via het SIA en de NWO.

Kamerstukken II 2022/23, 31288, nr. 1042

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd.

Motie van de leden Bisschop en Peters; De Tweede Kamer verzoekt de regering de toekomstverkenning hoger onderwijs en de nationale technologiestrategie ook te toetsen op het bijdragen aan de ontwikkeling van regio’s buiten de stedelijke gebieden en organisaties vanuit deze regio’s actief bij de ontwikkeling van deze agenda’s te betrekken.

Kamerstukken II 2022/23, 31288, nr. 1050

05-06-2023 De Tweede Kamer wordt in het najaar geïnformeerd.

Motie van het lid Bisschop; De Tweede Kamer verzoekt de regering mede op basis van ervaringen van de huidige experimenteerscholen te verkennen in hoeverre met het oog op het bieden van passend onderwijs een wettelijke ontheffing van het verplichte aantal schooldagen en vakantieweken nodig en mogelijk is die met kwalitatieve waarborgen is omgeven.

Kamerstukken 2018/19 II, 31293, nr. 467

De Tweede Kamer wordt in 2025 geïnformeerd over deze motie.

Motie van het lid Bisschop c.s. De Tweede Kamer verzoekt de regering samen met de vereniging van leerplichtambtenaren (Ingrado) en de vereniging van Nederlandse gemeenten (VNG) te werken aan betere informatievoorziening over de positie van ouders en kinderen bij de vrijstelling wegens gewetensbezwaren.

Kamerstukken 2019/20 II, 35300-VIII, nr. 88

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze motie.

Motie van het lid Van Raan; De Tweede Kamer verzoekt de regering te onderzoeken op welke wijze het beste tegemoet kan worden gekomen aan de behoefte van leraren omtrent kennis en lesmaterialen rondom duurzaamheid; verzoekt de regering tevens, de samenwerkende non-profitorganisaties voor duurzaam onderwijs te betrekken bij dit onderzoek.

Kamerstukken 2019/20 II, 31293, nr. 529

De Tweede Kamer wordt in 2024 geïnformeerd over deze motie.

Motie van het lid Heerema; De Tweede Kamer verzoekt de regering een fonds in te richten waarmee het huidige budget voor bewegingsonderwijs vanuit de prestatiebox, eerst voor twee jaar, beschikbaar komt voor innovatieve plannen van scholen in samenwerking met alo’s om de wettelijke verplichting van twee uur bewegingsonderwijs te halen en het bewegen in brede zin steviger op school te verankeren, en de Kamer periodiek te informeren over de voortgang hiervan en gaat over tot de orde van de dag.

Kamerstukken II 2020/21, 35570-VIII, nr. 42

De Tweede Kamer wordt in het voorjaar geïnformeerd over deze motie.

Motie van de leden Heerema en Rog; De Tweede Kamer verzoekt de regering, om de burgerschapsopdracht ook op B4-scholen van toepassing te verklaren, op een wijze die past bij het bijzondere karakter van deze scholen, nieuwe B4-scholen op dit punt vooraf te toetsen en dit in de Regeling aanwijzing internationale en buitenlandse scholen vast te leggen, en hierover de Kamer in het voorjaar van 2021 te informeren.

Kamerstukken II, 2020/21, 35352, nr. 25

De Tweede Kamer wordt in 2024 geïnformeerd over deze motie.

Motie van het lid Peters c.s.; De Tweede Kamer verzoekt de regering proactief de plannen en begrotingen van scholen met het grootste negatieve herverdeeleffect te volgen, deze scholen indien nodig te adviseren en zo vrijwel uit te sluiten dat de effecten binnen drie jaar niet zouden kunnen worden opgevangen; verzoekt het kabinet, te onderzoeken of het nodig en mogelijk is om te komen met een coulanceregeling voor de enkele scholen die ook na het vierde jaar na invoering van de wet nog last hebben van het negatieve herverdeeleffect, mits zij kunnen aantonen dat zij er alles aan hebben gedaan om deze effecten zo goed mogelijk op te vangen.

Kamerstukken II, 2020/21, 35605, nr. 10

De motie wordt meegenomen in de evaluatie van de wet vereenvoudiging bekostiging primair onderwijs. De Tweede Kamer wordt in 2027 geïnformeerd over deze motie.

Motie van het lid Peters; De Tweede Kamer verzoekt de regering in beeld te brengen of kleine geïsoleerde scholen door onbedoelde effecten van de vereenvoudigde bekostiging in zware problemen komen en deze scholen indien nodig te ondersteunen.

Kamerstukken II, 2020/21, 35605, nr. 11

De motie wordt meegenomen in de evaluatie van de wet vereenvoudiging bekostiging primair onderwijs. De Tweede Kamer wordt in 2027 geïnformeerd over deze motie.

Motie van de leden De Hoop en Westerveld; De Tweede Kamer verzoekt de regering concreet te maken op welke wijze en met welke bijbehorende middelen de kansengelijkheid die verband houdt met de leesvaardigheid zal worden verbeterd, en de Kamer hierover te informeren.

Kamerstukken II, 2020/21, 28760, nr. 111

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze motie.

Motie van het lid Westerveld; De Tweede Kamer verzoekt de regering te regelen dat scholen bij nieuw- of verbouw altijd moeten voldoen aan de Europese normen voor toegankelijkheid en dat bij tussentijds onderhoud toegankelijkheid altijd moet worden meegenomen.

Kamerstukken II 2021/22, 31497, nr. 429

Voor de uitvoering van deze motie is het nodig dat er een Nederlandse vertaling van de Europese norm voor toegankelijkheid van gebouwen is. Deze vertaalslag wordt nu door de het Nederlands Normalisatie Instituut (NEN) gemaakt. De Tweede Kamer wordt hier voor het einde van het jaar over geïnformeerd.

Motie van het lid Peters; De Tweede Kamer verzoekt de regering om in de uitwerking van de wet waarin wettelijke eisen voor strategisch personeelsbeleid vastgesteld worden de lerende cultuur en de verantwoordelijkheid om die te bewerkstelligen mee te nemen.

Kamerstukken II 2021/22, 36100-VIII, nr. 15

De Tweede Kamer wordt in 2025 geïnformeerd over deze motie.

Motie van het lid Bisschop; De Tweede Kamer verzoekt de regering te onderzoeken of en op welke wijze in de eindtoets en het eindexamen Nederlands schrijfvaardigheid als onderdeel kan worden ingevoegd en de Kamer te informeren binnen welke termijn schrijfvaardigheid als onderdeel wordt opgenomen.

Kamerstukken II 2021/22, 31293, nr. 632

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze motie.

Motie van het lid Beertema; De Tweede Kamer verzoekt de regering het huidige bestuursmodel te evalueren en te onderzoeken hoe het primaat van de politiek hersteld kan worden en daarbij ook de voor- en nadelen van de lumpsumfinanciering kritisch te bezien.

Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 70

De Tweede Kamer is op 18 april 2023 over deze motie geïnformeerd met de Brief Kabinetsreactie IBO koersen op kwaliteit en kansengelijkheid (Kamerstukken II, 2022/23 31293 nr. 669).

Motie van de leden De Hoop en Sylvana Simons; De Tweede Kamer verzoekt de regering te komen tot een voorstel waarin kinderopvang niet enkel dient om ouders tijd te bieden om te kunnen werken, maar waarin het belang van het kind zowel in didactief perspectief, als in het kader van de kansengelijkheid ook wordt meegenomen.

Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 92

De Tweede Kamer wordt voor de begrotingsbehandeling geïnformeerd over deze motie.

Motie van de leden Peters en Paul; De Tweede Kamer verzoekt de regering om onderzoek te doen bij een representatief aantal vertrekkende docenten waarom ze het onderwijs verlaten; verzoekt de regering om de Kamer hierover voor de begrotingsbehandeling te informeren.

Kamerstukken II 2022/23, 27923, nr. 452

De Tweede Kamer wordt voor de begrotingsbehandeling geïnformeerd over deze motie.

Motie van de leden Van Baarle en Westerveld; De Tweede Kamer verzoekt de regering om zich er met urgentie voor in te spannen dat er een centraal beeld komt van de aantallen leerplichtige vluchtelingen en vluchtelingenkinderen die onderwijs mislopen, en hier binnen vier weken over terug te koppelen aan de Kamer.

Kamerstukken II 2022/23, 27923, nr. 454

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar over deze motie geïnformeerd.

Motie van de leden Van Baarle en Westerveld; De Tweede Kamer verzoekt de regering afspraken te maken over het spoedig beperken van de verhuisbewegingen van vluchtelingenkinderen, en hier binnen vier weken aan de Kamer over terug te koppelen.

Kamerstukken II 2022/23, 34334, nr. 28

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar over deze motie geïnformeerd.

Motie van de leden El Yassini en Van Baarle; De Tweede Kamer verzoekt de regering om met een plan te komen om primair- en voortgezetonderwijsinstellingen veel beter aan te laten sluiten bij SIVON.

Kamerstukken II 2022/23, 32034, nr. 42

De Tweede Kamer wordt in het voorjaar geïnformeerd over deze motie.

Motie van het lid Strien c.s.; De Tweede Kamer verzoekt de regering mediawijsheid te verankeren in de kerndoelen voor burgerschap en digitale geletterdheid

Kamerstukken II 2022/23, 31777, nr. 36

Op dit moment wordt bezien hoe er aan deze motie invulling gegeven kan worden.

Motie van het lid Kathmann; De Tweede Kamer verzoekt de regering te onderzoeken of en hoe betaalbare op publieke waarden gedreven alternatieve applicaties voor het onderwijs gerealiseerd kunnen worden.

Kamerstukken II 2022/23, 32761, nr. 277

De Tweede Kamer wordt in het voorjaar geïnformeerd over deze motie.

Motie van het lid Boswijk c.s.; De Tweede Kamer het kabinet om de makers van het geschiedeniscurriculum te verzoeken het perspectief van de individuele Indiëveteraan nadrukkelijk mee te nemen in het geschiedenisonderwijs over de dekolonisatieperiode.

Kamerstukken II 2022/2023, 26049, nr. 108

Op dit moment wordt bezien hoe er aan deze motie invulling gegeven kan worden.

Motie van het lid Drost; De Tweede Kamer (overwegende dat de Inspectie van het Onderwijs heeft geconstateerd dat samenwerking tussen tijdelijke onderwijsvoorzieningen voor Oekraïense leerlingen en reguliere nieuwkomersvoorzieningen een succesfactor is geweest;) verzoekt de regering zorg te dragen voor een afdoende koppeling tussen tijdelijke en reguliere nieuwkomersvoorzieningen.

Kamerstukken II 2022/2023, 36373, nr. 17

Op dit moment wordt bezien hoe de motie vormgegeven wordt.

Motie van het lid Peters; De Tweede Kamer verzoekt de regering om samen met scholen en ouders voorbeelden in kaart te brengen van scholen met een continurooster waarbij kinderen rustig pauze kunnen hebben, geen filmpjes hoeven te kijken en tijd hebben om hun lunch op te eten.

Kamerstukken II 2022/23, 36360VIII, nr. 15

Op dit moment wordt bezien hoe deze motie vormgegeven kan worden.

Motie van het lid Bisschop c.s. ; De Tweede Kamer verzoekt de regering bij de herziening van de kerndoelen recht te doen aan de bijzondere status van het Nederlands als eigen taal, basisscholen vrijheid te laten behouden wanneer zij beginnen met onderwijs in het Engels met inachtneming van een nader te bepalen eindniveau - en meer oog te hebben voor de beheersing van grenstalen; verzoekt de regering tevens onderzoek te laten doen naar manieren om Engels en grenstalen te leren op een manier die bijdraagt aan het versterken van het Nederlands, vooral ook bij leerlingen met een taalontwikkelingsachterstand, en het Ontwerpteam 2032 te verzoeken dit onderzoek te vertalen naar wijzen waarop ook leerlingen met een taalontwikkelingsachterstand in staat gesteld worden het eindniveau voor Nederlands, Engels en de grenstalen te realiseren.

Kamerstukken II 2015/16, 31293, nr. 302

Deze motie wordt meegenomen in de voortgangsrapportage curriculum. De Tweede Kamer wordt voor de begrotingsbehandeling geïnformeerd over deze motie.

Motie van het lid Westerveld; De Tweede Kamer verzoekt de regering om na invoering van de wet te blijven monitoren wat dit vereenvoudigde bekostigingsmodel voor gevolgen heeft voor brede schoolgemeenschappen en segregatie, en de Kamer jaarlijks te informeren.

Kamerstukken II, 2019/20, 35354, nr. 15

De Tweede Kamer is op 3 april 2023 over deze motie geïnformeerd met de brief Voortgang uitvoering beleidsagenda tegen segregatie in het funderend onderwijs (Kamerstukken II 2022/23, 31293, nr. 665). De Tweede Kamer zal in 2024 weer worden geïnformeerd.

Motie van de leden Paternotte en Westerveld; De Tweede Kamer verzoekt de regering om proactief, in overleg met scholen, vervolgopleidingen en jongeren, concrete voorstellen op te stellen voor specifieke maatwerkroutes van het voortgezet onderwijs naar het hoger onderwijs.

Kamerstukken II 2020/21, 35570-VIII, nr. 72

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze motie.

Motie van het lid Kwint c.s.; De Tweede Kamer verzoekt de regering identiteitsverklaringen in het onderwijs te verbieden.

Kamerstukken II 2021/22, 31289, nr. 485

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze motie.

Motie van de leden Gündogan en Simons; De Tweede Kamer verzoekt de regering daadwerkelijk een einde te maken aan alle identiteitsverklaringen waarin een seksuele gerichtheid, genderidentiteit, genderexpressie of geslachtskenmerken (en het daarnaar leven) in welke vorm dan ook, impliciet of expliciet, wordt afgewezen.

Kamerstukken II 2021/22, 31289, nr. 489

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze motie.

Motie van de leden Peters en Wassenberg; De Tweede Kamer verzoekt het kabinet om samen met het onderwijsveld plannen te ontwikkelen om een lerende cultuur te bevorderen en te sturen op de kwaliteit en het functioneren van leraren als een team en de Kamer in het voorjaar hierover te berichten.

Kamerstukken II 2021/22, 35925 VIII, nr. 52

De Tweede Kamer wordt in het voorjaar geïnformeerd over deze motie.

Motie van het lid Kwint; De Tweede Kamer verzoekt de positie van het openbaar onderwijs inclusief de status van de garantiefunctie openbaar onderwijs ten gevolge van de Wet meer ruimte voor nieuwe scholen expliciet mee te nemen in de evaluatie van deze wet.

Kamerstukken II 2021/22, 35050, nr. 49

In de evaluatie van de wet wordt de positie van het openbaar onderwijs expliciet meegenomen. De Tweede Kamer wordt in het voorjaar geïnformeerd over deze motie.

Motie van de leden Paul en Van Meenen; De Tweede Kamer verzoekt de regering ongewenste praktijken en effecten rond de oprichting van nieuwe scholen te onderzoeken en aan te pakken en in gesprek te gaan met de VNG over de positie van gemeenten in de uitwerking van de wet; verzoekt de regering jaarlijks te rapporteren over het gebruik van de wet.

Kamerstukken II 2021/22, 35050, nr. 51

De Tweede Kamer wordt twee keer per jaar geïnformeerd over deze motie. Voor het einde van het jaar is de eerstvolgende keer.

Motie van het lid De Hoop c.s.; De Tweede Kamer verzoekt de regering in kaart te brengen welk beleid er waar wordt gevoerd om schoolsegregatie tegen te gaan, te identificeren wat mogelijke best practices zijn en hoe de rijksoverheid gemeenten verder zou kunnen ondersteunen in die inspanningen.

Kamerstukken II 2021/22, 36100-VIII, nr. 12

De Tweede Kamer wordt in 2024 geïnformeerd over deze motie.

Motie van de leden De Hoop en Paul; De Tweede Kamer verzoekt de regering (overwegende dat de inspectie concludeert dat het burgerschapsonderwijs nog niet op peil is en ook uit het Adolescentenpanel Democratische Kernwaarden en Schoolloopbanen van de UvA blijkt dat jongeren weinig belang hechten aan de democratische rechtsstaat, ook in vergelijking met Europese leeftijdsgenoten) deze democratische attituden periodiek in beeld te brengen om de effecten van burgerschapsonderwijs te kunnen monitoren.

Kamerstukken II 2021/22, 36100-VIII, nr. 14

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze motie.

Motie van het lid Peters; De Tweede Kamer verzoekt de regering te onderzoeken op welke wijze wetenschappelijke onderbouwing en gebruikerservaringen van leermiddelen transparant en inzichtelijk gemaakt kunnen worden voor leraren, en de Kamer hierover te informeren vóór de begrotingsbehandeling van OCW.

Kamerstukken II 2021/22, 31293, nr. 630

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze motie.

Motie van de leden Beertema en Paul; verzoekt de regering te onderzoeken hoe in de eindtoets in het basisonderwijs praktische vaardigheden en competenties, de «rechterhandjes», kunnen worden geïmplementeerd om te bewerkstelligen dat naast de cognitieve en theoretische vaardigheden ook de praktische competenties positief worden herkend en erkend en worden meegenomen in een positief getoonzette waardering in de uitslag van de eindtoets.

Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 143

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze motie.

Motie van de leden Van Meenen en Paul; De Tweede Kamer verzoekt de regering in samenwerking met BZK, EZK en particuliere investeerders zoals pensioenfondsen te verkennen of en hoe een revolverend fonds en een programmatische aanpak kunnen bijdragen aan de problematiek rond onderwijshuisvesting, en de Tweede Kamer hier in het voorjaar van 2023 over te informeren.

Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 89

De Tweede Kamer is op 17 april 2023 over de voortgang van deze motie geïnformeerd met de brief over Voortgang onderwijshuisvesting (Kamerstukken II parlementair jaar 2022/23, 36200-VIII, nr. 218). De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar verder geïnformeerd over de voortgang van de uitwerking voor een revolverend fonds en een programmatische aanpak voor onderwijshuisvesting.

Motie van het lid Segers c.s.; De Tweede Kamer verzoekt de regering om scholen te ondersteunen in het vormgeven van inspraak van leerlingen op hun school via de medezeggenschapsraden en om te stimuleren dat scholen inspraak stimuleren en het faciliteren als leerlingen daarom verzoeken, bijvoorbeeld in de vorm van een leerlingenraad.

Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 106

De Tweede Kamer wordt in het voorjaar geïnformeerd over deze motie.

Motie van het lid Kwint c.s.; De Tweede Kamer (constaterende dat er zeker 22 miljoen euro aan onderwijsgeld onrechtmatig is besteed door de bestuurder van de Scholen voor Persoonlijk Onderwijs; tevens constaterende dat minimaal 2,2 miljoen aan vrijwillige ouderbijdrage niet is uitgegeven aan taalreizen en schoolkosten, maar aan vastgoed;) verzoekt de regering alle mogelijke juridische stappen te verkennen teneinde zo veel als mogelijk van dit geld bij de bestuurders van SvPO terug te vorderen.

Kamerstukken II 2022/23, 31289, nr. 530

Toegezegd is om de Tweede Kamer te informeren bij ontwikkelingen over Scholen voor Persoonlijk Onderwijs. Wanneer dit aan de orde is, zal de Tweede Kamer hierover geïnformeerd worden.

Motie van het lid Kwint; De Tweede Kamer verzoekt de regering de mogelijkheden te verkennen om scholen niet langer af te rekenen op zittenblijvers en op- en afstroom van leerlingen en dit mee te nemen in de volgende voortgangsrapportage over inspectietoezicht eind 2023.

Kamerstukken II 2022/23, 36200 VIII, nr. 190

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze motie.

Motie van de leden Peters en Paul; De Tweede Kamer verzoekt de regering om het team van leraren als noodzakelijke voorwaarde voor onderwijsverbetering te benoemen in de onderzoekskaders van de inspectie; verzoekt de regering om de Inspectie van het Onderwijs te vragen om ook in gesprekken met raden van toezicht de teamprestaties en de gestructureerde, gezamenlijke en structurele aandacht voor verbetering centraal te stellen en indien nodig de onderzoekskaders hierop aan te scherpen; verzoekt de regering ten slotte om de Kamer te informeren hoe de inspectie toezicht gaat houden op de kwaliteit van collectieve, structurele en gestructureerde verbeterplannen van de onderwijsteams.

Kamerstukken II 2022/23, 36200 VIII, nr. 191

De Tweede Kamer wordt in het voorjaar geïnformeerd over deze motie.

Gewijzigde motie van de leden Peters en Kwint; De Tweede Kamer verzoekt de regering om te onderzoeken hoe geregeld kan worden dat de eisen aan grafische rekenmachines voor langere tijd vastgesteld kunnen worden zodat ouders niet onnodig op kosten gejaagd worden, verzoekt de regering met het College voor Toetsing en Examens in overleg te treden en hen expliciet in alle communicatie te laten vermelden dat ALLE eerder op een school gebruikte rekenmachines die voldoen aan de gestelde eisen, ook daadwerkelijk op die school door alle leerlingen gebruikt mogen worden, verzoekt de regering dit tevens actief aan scholen en ouders mede te delen, zodat ouders hun geld kunnen gebruiken voor nuttiger zaken.

Kamerstukken II 2022/23, 32034, nr. 51

De Tweede Kamer wordt voor de begrotingsbehandeling geïnformeerd over deze motie.

Motie van het lid Peters c.s.; De Tweede Kamer verzoekt de regering om te onderzoeken of er voldoende aandacht is voor het mbo in de lerarenopleiding en hoe de specialisatie mbo en voortgezet onderwijs hieraan bijdraagt.

Kamerstukken II 2022/23, 36132, nr. 11

De Tweede Kamer wordt voor de begrotingsbehandeling geïnformeerd over deze motie.

Motie van de leden Peters en Beertema; De Tweede Kamer verzoekt de regering om bij de evaluatie van de examens van 2023 ook de inzet van de NPO-middelen te betrekken.

Kamerstukken II 2022/2023, 31289, nr. 538

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze motie.

Motie van de leden Van der Laan en Van der Werf; De Tweede Kamer (overwegende dat de onderwijsinspectie in 2016 al concludeerde dat de lessen seksuele vorming ondermaats zijn, en dat er sindsdien niets is veranderd aan de kerndoelen ten aanzien van seksualiteit; overwegende dat het kabinet in de kabinetsreactie op de initiatiefnota-Van der Werf «Let’s talk about seksueel geweld» toezegt te werken «aan aanscherping van de kerndoelen ten aanzien van seksualiteit, het verbeteren van de sociale veiligheid, het toegankelijk en bekend maken van effectieve lesmethodes en het ondersteunen van leraren bij het doceren over seksualiteit en gelijkwaardigheid»;) verzoekt de regering deze toezeggingen uit te werken in een voorstel waarin duidelijk wordt hoe effectieve lesmethoden laagdrempelig toegankelijk en bekend worden gemaakt en hoe deze aansluiten op de aangescherpte kerndoelen, en de Kamer daarover in het najaar van 2023 te informeren.

Kamerstukken II 2022/23, 36234, nr. 8

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze motie.

Motie van het lid Paul c.s.; De Tweede Kamer verzoekt de regering het gebruik van bewezen ineffectieve lesmethodes terug te dringen en het gebruik van bewezen effectieve lesmethodes te stimuleren en beide op te laten nemen in de inspectiekaders.

Kamerstukken II 2022/23, 31293, nr. 672

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze motie.

Motie van het lid Beertema; De Tweede Kamer verzoekt de regering om in navolging van het advies van de Inspectie van het Onderwijs een verkenning uit te werken hoe in het voortgezet onderwijs gerealiseerd kan worden dat een voldoende voor het vak Nederlands voorwaardelijk wordt voor het behalen van een diploma.

Kamerstukken II 2022/23, 31293, nr. 673

De Tweede Kamer wordt in 2024 geïnformeerd over deze motie.

Motie van het lid Peters; De Tweede Kamer verzoekt de Minister om bij de aanpak van het verbeteren van de basisvaardigheden goed leiderschap te vertonen en ervoor te zorgen dat dit masterplan een gedragen plan van de hele sector wordt en niet slechts leidt tot verdeeldheid, het afschuiven of afnemen van verantwoordelijkheden en vingerwijzen.

Kamerstukken II 2022/23, 31293, nr. 677

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze motie.

Motie van het lid Westerveld; De Tweede Kamer verzoekt de regering om in overleg met wetenschappers en samen met provincies zich in te zetten voor onderwijs in andere streektalen.

Kamerstukken II 2022/23, 31293, nr. 679

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze motie.

Motie van het lid Van Meenen; De Tweede Kamer verzoekt de regering geen stappen te nemen naar een structuur voor permanente curriculumherziening, noch naar een permanente wetenschappelijke commissie, voordat het wetsvoorstel voor de nieuwe kerndoelen Nederlands en rekenen/wiskunde medio 2024 is ingediend en deze herziening is geëvalueerd.

Kamerstukken II 2022/23, 31293, nr. 684 t.v.v. nr. 681

Op dit moment wordt bezien hoe er aan deze motie invulling gegeven kan worden.

Motie van het lid Peters; De Tweede Kamer verzoekt de regering te bewerkstelligen dat er een nieuwe route voor zijinstroom voor een vakinhoudelijke specialist in het vmbo gerealiseerd wordt, onder andere voor leraren die gaan lesgeven in techniek en/of technischeberoepsvakken in het vmbo, met nadruk op vakdidactiek en pedagogische vaardigheden, waarbij ze net zoals andere zijinstromers van meet af aan intensief begeleid worden; verzoekt de regering te bewerkstelligen dat de opleidingen omgangskunde en pedagogiek kunnen leiden tot een bevoegdheid in het voortgezet onderwijs waarbij de vakken burgerschap, sociale vaardigheden, maatschappijleer, ontwikkelingsgerichte vakken, LOB enzovoort gegeven mogen worden; verzoekt de regering te bewerkstelligen dat tweedegraadslerarenoplei-dingen gaan werken met een dubbele bevoegdheid, bij voorkeur door een tekortvak en een niet-tekortvak te combineren.

Kamerstukken II 2022/23, 36360VIII, nr. 12

Op dit moment wordt bezien hoe er aan deze motie invulling gegeven kan worden.

Motie van het lid Peeters; De Tweede Kamer verzoekt de regering om ervoor te zorgen dat afgestudeerde leerkrachten drie jaar na afstuderen nog begeleid kunnen worden door de lerarenopleiding.

Kamerstukken II 2022/23, 36360VIII, nr. 13

Op dit moment wordt bezien hoe er aan deze motie invulling gegeven kan worden.

De motie van het lid Van Meenen; De Tweede Kamer verzoekt de regering, het schoolondersteuningsprofiel niet langer verplicht te stellen voor scholen, maar de extra ondersteuningsmogelijkheden te laten beschrijven in de schoolgids.

Kamerstukken II 2017/18, 31497, nr. 267

De wetswijziging rondom het Schoolondersteuningsprofiel is onderdeel van het wetsvoorstel Versterking positie ouders en leerlingen in het passend onderwijs. De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze motie.

De motie van de leden Van den Hul en Westerveld; De Tweede Kamer verzoekt de regering in overleg met de onderwijssector er zorg voor te dragen dat op alle onderwijsinstellingen op korte termijn een aanspreekpunt voor leerlingen en studenten met zorgbehoeften aanwezig is.

Kamerstukken II 2018/19, 31497, nr. 305

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze motie.

De motie van het lid Heerema; De Tweede Kamer verzoekt de regering om vóór de zomer van 2020 een concreet wetsvoorstel rondom de verplichting van samenwerkingsverbanden om een doorzettingsmacht te regelen ter consultatie aan te bieden en voor 1 oktober 2020 naar de Tweede Kamer te sturen; verzoekt de regering tevens, een overzicht te geven van de concrete resultaten van de aangekondigde versnellingsaanpakken om het aantal thuiszitters te verminderen, en de Kamer hierover voor het zomerreces 2020 te informeren.

Kamerstukken 2019/20 II, 31497, nr. 354

De Tweede Kamer wordt in het voorjaar geïnformeerd over deze motie.

Motie van de leden Van den Hul en Westerveld; De Tweede Kamer verzoekt de regering om onafhankelijk toezicht op samenwerkingsverbanden te realiseren door onafhankelijke personen, met een zwaarwegende stem voor ouders en leraren in de invulling van het toezicht.

Kamerstukken II, 2020/21, 31497, nr. 373

De Tweede Kamer wordt in het voorjaar geïnformeerd over deze motie.

Motie van de leden Kwint en Van den Hul; De Tweede Kamer verzoekt de regering om scenario’s uit te werken voor ophoging van de landelijke basisnorm, onder meer met betrekking tot de ondersteuning van hoogbegaafde leerlingen, en de Kamer daarover voor het voorjaars-reces te informeren; verzoekt de regering, eveneens het kenniscentrum begaafdheid de opdracht te geven onderzoek te doen waarom het samenwerkingsverbanden en scholen nog onvoldoende lukt om onderwijsmiddelen ter ondersteuning aan hoogbegaafde leerlingen goed in zetten en het kenniscentrum de opdracht te geven om scholen meerjarig te onder-steunen in het efficiënt en effectiever inzetten van de beschikbare middelen zodat hier een goed aanbod tot stand komt voor hoogbegaafde leerlingen, zonder dat hiervoor een bijdrage van ouders wordt gevraagd.

Kamerstukken II, 2020/21, 31497, nr. 378

De Tweede Kamer wordt in het voorjaar geïnformeerd over deze motie.

Motie Rudmer Heerema c.s.; De Tweede Kamer verzoekt de regering om de ondersteuning bij hoogbegaafdheid te borgen in de landelijke basisnorm en zo te borgen dat iedere school voor hoogbegaafde leerlingen een ondersteuningsaanbod heeft, zonder dat daarvoor extra kosten in rekening worden gebracht of andere drempels voor worden opgeworpen, waarbij bijvoorbeeld particulier onderwijs uiteindelijk ook de best passende plek kan zijn.

Kamerstukken II, 2020/21, 31497, nr. 379

De Tweede Kamer wordt in het voorjaar van geïnformeerd over deze motie.

Motie van de leden Bischop en Kwint; De Tweede Kamer verzoekt de regering een vergelijking op te stellen van het niveau van basisondersteuning van de samenwerkingsverbanden, de verdeling en de bereikbaarheid van specialistische voorzieningen in samenwerkingsverbanden en de doorlooptijd als het gaat om extra ondersteuningsaanvragen.

Kamerstukken II, 2020/21, 31497, nr. 380

De Tweede Kamer wordt in het voorjaar van geïnformeerd over deze motie.

Motie van de leden Van Meenen en Van Hul; De Tweede Kamer verzoekt de regering om het bestaande aanbod van entreeopleidingen in het praktijkonderwijs wettelijk te verankeren en ervoor zorg te dragen dat er geen negatieve neveneffecten ontstaan voor pr.o.-leerlingen op het gebied van examinering en branchecertificering en zonder dat er kansenongelijkheid kan ontstaan voor leerlingen in verschillende delen van het land.

Kamerstukken II 2020/21, 31289, nr. 447

De Tweede Kamer wordt voor de begrotingsbehandeling geïnformeerd over deze motie.

Motie van de leden Kwint en Westerveld; De Tweede Kamer verzoekt de regering om in samenspraak met onderwijs, ouders en deskundigen de knelpunten in de financiering van onderwijs voor zorgleerlingen in relatie tot de toelaatbaarheidsverklaringen in kaart te brengen, en verbeteringen voor te stellen, met als uitgangspunt dat de schoolgang van een kind nooit mag betekenen dat het minder zorg kan krijgen.

Kamerstukken II, 2020/21, 31497, nr. 409

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar over deze motie geïnformeerd.

Motie van de leden Peters en Paul; De Tweede Kamer verzoekt de regering om bij de evaluatie van het initiatiefwetsvoorstel van Kwint en Westerveld apart aandacht te besteden aan het effect op de ouderbijdragen bij de profielscholen en de gevolgen voor de instandhouding van het specifieke onderwijsaanbod van deze scholen.

Kamerstukken II 2020/21, 35063, nr. 18

De Tweede Kamer wordt voor de begrotingsbehandeling geïnformeerd over deze motie.

Motie van het lid De Hoop; De Tweede Kamer verzoekt de regering om een limiet te stellen aan de vrijwillige ouderbijdrage.

Kamerstukken II 2020/21, 35063, nr. 17

De Tweede Kamer wordt voor de begrotingsbehandeling geïnformeerd over deze motie.

Motie van het lid Ephraim; De Tweede Kamer verzoekt de regering in kaart te brengen hoeveel onderwijsbudget er gemoeid is met het inzetten van niet-gekwalificeerde krachten; verzoekt de regering om duidelijke, toetsbare kwaliteitseisen op te stellen waaraan derde partijen zoals externe onderwijsbureaus moeten voldoen, en een wildgroei aan commerciële aanbieders te voorkomen.

Kamerstukken II 2021/22, 35925-VIII, nr. 181

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over het eerste gedeelte van deze motie. De Tweede Kamer is op 10 maart 2023 over de uitvoering van het tweede gedeelte van deze motie geïnformeerd met de brief over Kansengelijkheid funderend onderwijs (Kamerstukken II 2022/23,  31293, nr. 660).

Motie van het lid Kwint c.s.; De Tweede Kamer verzoekt de regering kabinet om samen met vervoerders, gemeenten, scholen, ouders en leerlingen een toekomstvisie te schetsen met voldoende leerlingenvervoer, door goed opgeleide vakmensen, en in deze visie expliciet de mogelijkheden mee te nemen om af te zien van aanbesteding.

Kamerstukken II 2022/23, 31521, nr. 125

De Tweede Kamer wordt voor de begrotingsbehandeling geïnformeerd over deze motie.

Motie van het lid Van Baarle c.s.; De Tweede Kamer verzoekt de regering regering om te verkennen of het inrichten van een vorm van toezicht op leerlingenvervoer mogelijk is en dit in samenhang te bezien met de doelgroepen van Valys en Wmo.

Kamerstukken II 2022/23, 31521, nr. 128

De Tweede Kamer wordt voor de begrotingsbehandeling geïnformeerd over deze motie.

Motie van het lid Paul c.s.; De Tweede Kamer (constaterende dat het leerlingenvervoer voor een grote groep leerlingen niet goed functioneert; overwegende dat een aanpak voor de korte termijn noodzakelijk is, maar dat op langere termijn structurele oplossingen nodig zijn; overwegende dat gemeenten vaak verschillende soorten zorgvervoer los van elkaar aanbesteden, waardoor chauffeurs maar enkele uren per dag kunnen werken; overwegende dat gesprekken tussen ouders en gemeenten leiden tot de beste invulling van de vervoersbehoefte van een leerling; overwegende dat onnodige drempels om taxichauffeur te worden weggehaald moeten worden; overwegende dat het organiseren van thuisnabij onderwijs bemoeilijkt wordt door regelgeving;) verzoekt de regering in overleg met alle relevante partijen tot structurele oplossingsrichtingen te komen en deze aan de Kamer aan te bieden.

Kamerstukken II 2022/23, 31521, nr. 130

De Tweede Kamer wordt voor de begrotingsbehandeling geïnformeerd over deze motie.

Motie van het lid De Hoop; De Tweede Kamer (overwegende dat brugfunctionarissen zoals ingezet in Zaanstad, die de verbinding vormen tussen de kinderen, de school en de dienstverlening van gemeenten, kunnen helpen wanneer families in moeilijkheden zitten en voorkomen dat er ernstige financiële problematiek ontstaat;) verzoekt de regering te bezien hoe dit positieve initiatief verbreed kan worden en waar brugfunctionarissen nog meer kunnen worden ingezet, en de Kamer te infomeren over het vervolg hiervan.

Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 93

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze motie.

Motie van het lid Beertema; De Tweede Kamer verzoekt de regering om binnen de samenwerkingsverbanden expertise, bezwaarprocedures, doorzettingsmacht en een ombudsfunctie onder te brengen en ze te laten aansturen door een onafhankelijk, autonoom bestuur dat niet wordt gerekruteerd uit de bestuurslagen van de aangesloten scholen.

Kamerstukken II 2022/23, 31497, nr. 452

Deze motie wordt meegenomen in het wetstraject m.b.t. onderwijszorgarrangementen. De Tweede Kamer wordt in het voorjaar geïnformeerd over deze motie.

Motie van het lid Westerveld c.s.; De Tweede Kamer verzoekt de regering om bij de afweging over de inzet van deze extra middelen naast hoogbegaafdheid ook initiatieven voor thuiszitters en voorzieningen voor kinderen met een of meerdere beperkingen te betrekken.

Kamerstukken II 2022/23, 31497, nr. 455

De Tweede Kamer wordt voor het einde van jaar het geïnformeerd over deze motie.

Motie van de leden Kwint en Westerveld; De Tweede Kamer verzoekt de regering in samenwerking met samenwerkingsverbanden te onderzoeken hoe ondersteuningsaanvragen sneller kunnen worden toegekend en in een of meerdere samenwerkingsverbanden een proef te starten met directe toekenning van ondersteuning.

Kamerstukken II 2022/23, 31497, nr. 456

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze motie.

Motie van de leden Van Meenen en Paul; De Tweede Kamer verzoekt de regering te onderzoeken of het aanmerken van voltijdhoogbegaafdenonderwijs als speciaal onderwijs structurele financiering, expertise, leerlingenvervoer en een dekkend aanbod zou waarborgen.

Kamerstukken II 2022/23, 31497, nr. 459

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze motie.

Motie van het lid Van Meenen; De Tweede Kamer verzoekt de regering met betrokkenen de contouren van een wet inclusief onderwijs te formuleren, die in overeenstemming is met het Verdrag inzake de rechten van het kind en het VN-verdrag Handicap, waarin randvoorwaarden, ijkmomenten en doelstellingen voor 2035 zijn vastgelegd, en de Tweede Kamer hierover te informeren voor het einde van 2023.

Kamerstukken II 2022/23, 31497, nr. 460

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze motie.

Motie van de leden Westerveld en De Hoop; De Kamer verzoekt de regering om bij de verdere uitwerking en concretisering van de werkagenda inclusief onderwijs gedetailleerd te beschrijven hoeveel elke actielijn en maatregel gaat kosten zodat in kaart wordt gebracht hoeveel financiële middelen nodig zijn om de ambitie te realiseren.

Kamerstukken II 2022/23, 31497, nr. 462 tvv nr.

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze motie.

Motie van de leden Dassen en Weyenberg; De Tweede Kamer verzoekt de regering om verschillende opties uit te werken voor het structureel en laagdrempelig maken van de gratis schoolmaaltijden waarbij zij gezond en gevarieerd eten aanbieden voor kinderen in het primair en voortgezet onderwijs, hier de kosten van in kaart te brengen en te delen met de Kamer voor de Miljoenennota.

Kamerstukken II 2022/2023, 36350, nr. 29

Op dit moment wordt bezien hoe er aan deze motie invulling gegeven kan worden.

De motie van de leden Bergkamp en Van den Hul; De Tweede Kamer verzoekt de regering te onderzoeken in welke mate niet medisch noodzakelijke ingrepen plaatsvinden bij jonge interseksekinderen en de Kamer daarover voor de begrotingsbehandeling in 2020 te informeren.

Kamerstukken 2019/20 II, 35300-VIII, nr. 131

De Tweede Kamer is op 6 juli 2023 met de brief Voorkomen van niet-medisch noodzakelijke non-consensuele behandelingen intersekse kinderen (Kamerstukken II 2022/23,30420, nr. 384) geïnformeerd. De Tweede Kamer wordt aan het einde van het jaar geïnformeerd.

Motie van het lid Van den Berge c.s.; De Tweede Kamer verzoekt de regering in gesprek te gaan met organisaties die sociale, psychologische en economische ondersteuning bieden aan eenoudergezinnen en met voorstellen te komen om deze ondersteuning aan alleenstaande ouders te versterken.

Kamerstukken II, 2020/21, 30420, nr. 348

De Tweede Kamer wordt geïnformeerd met de Voortgangsrapportage Emancipatienota aan het einde van het jaar.

Motie van het lid Van den Hul; De Tweede Kamer verzoekt de regering de sociaaleconomische Raad te vragen de mogelijk-heden te verkennen van een verlofregeling voor slachtoffers van geweld achter de voordeur van maximaal tien dagen.

Kamerstukken II, 2020/21, 30420, nr. 350

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd.

Motie van het lid Van der Laan c.s.; De Tweede Kamer verzoekt de regering in beeld te brengen wat er nodig is om de GREVIO-aanbeveling omtrent de digitale dimensie van geweld tegen vrouwen te implementeren en de Tweede Kamer hierover te informeren.

Kamerstukken II 2021/22, 35925-VIII, nr. 124

De Tweede Kamer wordt voor de Begrotingsbehandeling geïnformeerd over de onderzoeksresultaten.

Motie van het lid Bischop; De Tweede Kamer verzoekt de regering in de Emancipatienota en de voortgangsrapportages ook het thema prostitutie op te nemen.

Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 149

In de Voortgangsrapportage Emancipatie die de Tweede Kamer aan het einde van het jaar zal ontvangen zal ook het beleid rondom het thema van ‘sekswerk’ worden meegenomen.

Motie van het lid Van der Laan; De Tweede Kamer verzoekt de regering een verkenning naar een markering van bewerkte advertenties uit te voeren.

Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 154

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over de uitvoering van deze motie.

Motie van het lid Mutluer; De Tweede Kamer verzoekt de regering zoals eerder voorgesteld in het plan, elk jaar de «uit het keurslijf»-prijs uit te reiken aan de organisatie of persoon die een zichtbare rol heeft gespeeld in het bevorderen van de emancipatie van de man.

Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 156

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over de uitvoering van deze motie.

Motie van de leden Mutluer en Westerveld; De Tweede Kamer (overwegende dat het coalitieakkoord en het Regenboogakkoord beloven dat er tijd en geld vrijkomt voor Roze in Blauw, dat er meer aandacht komt voor de aanpak van discriminatie op de Politieacademie en dat er een aanpak van discriminatie op internet komt; ) verzoekt de regering om deze belofte vanaf 2023 waar te maken en de Kamer daarover te informeren.

Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 157

De Tweede Kamer wordt eind van het jaar door JenV geïnformeerd hierover en het komt terug in de eerstvolgende rapportage van de Emancipatienota.

Motie van het leden Werner en Westerveld; De Tweede Kamer verzoekt de regering om emancipatie van mensen met een handicap op te nemen in de monitoring van de effecten van het emancipatiebeleid; verzoekt de regering deze uitbreiding te betrekken bij de verkenning van nieuwe onderzoeksbureaus die de monitoring van de effecten van het emancipatiebeleid van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) kunnen overnemen, en de Kamer daarover voor 1 mei 2023 te informeren.

Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 159

Het streven is dat de volgende editie van beide monitoringsonderzoeken in 2024 gereed zal zijn. Over de uitkomst van beide verkenningen wordt de Kamer nader geïnformeerd in de eerstvolgende voortgangsrapportage van de Emancipatienota.

Motie van de leden Mutluer en Westerveld; De Tweede Kamer verzoekt de regering om voortbouwend op bestaande brede kennis, nader onderzoek te doen naar intersectionele vormen van discriminatie en oplossingsrichtingen, en hierover de kamer in 2023 te informeren.

(Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 187)

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over de uitvoering van deze motie.

Motie van het lid Mutluer; De Tweede Kamer verzoekt de regering in overleg met de regeringscommissaris en partijen uit het onderwijs een onderzoek te doen naar een doorlopende lijn van aanpak en leren aangaande relationele en seksuele vorming, van het p.o. tot aan het wo, die passend is bij de ontwikkelingsfase van de kinderen en jongeren.

Kamerstukken II 2022/23, 34843, nr.78

Op dit moment wordt bezien hoe er aan deze motie uitvoering gegeven kan worden.

Motie van het lid Mutluer; De Tweede Kamer verzoekt de regering na te gaan hoe herstelrecht bij seksueel grensover-schrijdend gedrag in de uitvoering van het Nationaal Actieprogramma Aanpak seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld kan worden meegenomen en de Kamer dit najaar te informeren over de voortgang vóór het debat over de begroting van OCW.

Kamerstukken II 2022/23, 34843, nr. 79

De Tweede Kamer wordt aan het einde van het jaar nader geïnformeerd.

De motie van het lid Bruins c.s. ; De Tweede Kamer verzoekt de regering te verkennen hoe ook voor kleine scholen meer maatwerk in de regelgeving kan worden aangebracht als het gaat om verantwoording en medezeggenschap.

Kamerstukken II 2018/19, 35000-VIII, nr. 74

De Tweede Kamer wordt voor het eind van het jaar geïnformeerd over deze motie.

Motie van de leden Kops en Beertema; De Tweede Kamer verzoekt de regering te onderzoeken wat een voltijdbonus van 5% per kwartaal kost, oplevert en hoe dit uitgevoerd zou kunnen worden.

Kamerstukken II 2018/19, 35000 VIII, nr. 33

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze motie.

Motie van het lid Westerveld c.s.; De Tweede Kamer verzoekt de regering om in de begroting van Onderwijs, Cultuur & Wetenschap 2024 doelstellingen en streefwaarden op te nemen over het aantal vaste dienstverbanden uitgesplitst per functie.

Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 47

De doelstelling over de vaste contracten wordt opgenomen in de OCW-begroting 2024. Hiermee wordt invulling gegeven aan deze motie.

Motie van het lid Kwint; De Tweede Kamer verzoekt de regering indien het overleg met de sociale partners niet tot een bindende afspraak leidt in het wetsvoorstel strategisch personeelsbeleid te regelen dat leraren bij goed functioneren na een jaar altijd een vast contract krijgen.

Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 82

De motie wordt meegenomen in het wetsvoorstel strategisch personeelsbeleid. De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze motie.

Motie van het lid Van Meenen; De Tweede Kamer verzoekt de regering met voorstellen te komen voor één cao voor het funderend onderwijs, die voortaan in rechtstreekse onderhandelingen tussen de Minister en de vakbonden tot stand komt.

Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 87

Deze motie wordt meegenomen in de uitwerking van het vervolg op het IBO Koersen op kwaliteit en kansengelijkheid (zie ook Kamerstukken II 2022/23, 31293, nr. 669, p. 14). De Tweede Kamer wordt in het voorjaar geïnformeerd over deze motie.

Motie van de leden Van Baarle en Van der Laan; De Tweede Kamer verzoekt de regering met spoed een onafhankelijk en extern onderzoek uit te laten voeren naar de handhavingspraktijken van DUO en hierbij expliciet aandacht te hebben voor: • de totstandkoming van het algoritme, de validatie ervan en de mogelijk (indirect) discriminerende werking ervan in de praktijk; • de gegevenshuishouding en het vraagstuk van mogelijke zwarte lijsten; • de mogelijk (indirect) discriminerende werking van de persoonlijke beoordeling en de handhavingspraktijken, alsmede de bejegening hierin van onderzochten; • de vraag of het mogelijk is te bepalen wat de schade is geweest van de mogelijk (indirect) discriminerende werking op groepen betrokkenen. verzoekt de regering om, indien de uitkomst van het onderzoek hiertoe aanleiding geeft, de werkwijze aan te passen.

Kamerstukken II 2022/23, 36200 VIII, nr. 238

De Tweede Kamer wordt over deze motie geïnformeerd zodra de uitkomsten van het onderzoek beschikbaar zijn. De termijn waarop is afhankelijk van de doorlooptijd van het onderzoek.

Motie van het lid Belhaj c.s.; De Tweede Kamer verzoekt de regering om samen met Suriname te verkennen op welke wijze het onderwijsbeleid voor jonge Surinamers die willen studeren in Nederland of in het Caribische gedeelte van het Koninkrijk (aan weerszijden) beter kan aansluiten, en te verkennen welke mogelijkheden er zijn om jonge talentvolle Surinamers die niet de financiële mogelijkheden hebben om te studeren, daarbij op weg te helpen.

(Kamerstukken II 2022/23, 36284, nr. 5)

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze motie.

Motie van het lid Van Baarle; De Tweede Kamer verzoekt de regering in Europees verband te pleiten om een verbod in te voeren op het tracken van kinderen in het klaslokaal en Europese alternatieven te ontwikkelen voor de onderwijsproducten en -diensten van big tech, die gestoeld zijn op publieke waarden.

Kamerstukken II 2022/23, 32034, nr. 46

De Tweede Kamer is op 6 juli 2023 geïnformeerd met de Visiebrief Digitalisering in het funderend onderwijs: Aandachtig digitaliseren in het funderend onderwijs. Kwaliteit voor iedere leerling met menselijkheid als kompas. (Kamerstukken II 2022/23, 36200 VIII, nr. 251). De Tweede Kamer wordt over de voortgang in 2024 nader geïnformeerd.

Motie van het lid Sylvana Simons c.s. De Tweede Kamer verzoekt de regering : • (kennis van de) verhalen over antikoloniale vrijheidsstrijders en verzetshelden uit de Nederlandse geschiedenis te laten opgraven, archiveren en onderzoeken; • bij dit onderzoek samen te werken met onder andere de in de constatering genoemde representatieve organisaties en een leidende onderzoeksrol voor hen te waarborgen; • de resultaten van deze onderzoeken op te nemen in de Nederlandse canon en te verankeren in het onderwijs.

Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 142

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd.

Toezeggingen (afgerond)
Tabel 129 Door bewindslieden gedane toezeggingen die zijn afgerond

Omschrijving

Vindplaats

Stand van zaken

T0220 De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een motie van het lid Gerkens (SP), toe de wet formeel na vijf jaar te evalueren, maar als er signalen zijn, die signalen er binnen drie jaar uit te lichten om de Kamer er apart over te informeren.

Debat [08-12-2015] - Erfgoedwet (definitief)

De Eerste Kamer is met de brief «Gewijzigde planning evaluatie Erfgoedwet, beleidsdoorlichting cultuur en Erfgoedbalans» van 29 juni 2021 geïnformeerd en in het vierde kwartaal van 2022 is de Eerste Kamer verder geïnformeerd over de stand van zaken. De Commissie OCW in de Eerste Kamer heeft hierop op 12 oktober 2022 laten weten dat zij deze toezegging als gestand gedaan beschouwd.

tz_OCW_2017_59 De Minister zegt toe dat in de volgende Erfgoedmonitor aandacht besteed wordt aan de kennis en kunde van conservatoren van musea.

Debat [13-11-2017] - Wetgevingsoverleg (WGO) Cultuur

De Tweede Kamer is op 12 juni 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Beleidsreactie op beleidsdoorlichting Erfgoed’ (Kamerstukken II 2022/23, 31511, nr. 51).

tz_OCW_2019_105 De minister blijft de kwaliteit van archeologisch onderzoek bewaken, onder andere op het gebied van de effecten van het certificeringsstelsel, het niveau van specialistische kennis bij universiteiten en de ondersteuning voor kleine gemeenten. In samenwerking met het Convent van Gemeentelijke Archeologen wordt de toezichthoudende rol van de provincies op het gebied van erfgoed geïnventariseerd. Bij de evaluatie van de Erfgoedwet in 2021 zal de Tweede Kamer over een en ander worden geïnformeerd.

Debat [05-06-2019] - AO inzake Erfgoed en monumenten

De Tweede Kamer is over deze toezegging op 26 september 2022 geïnformeerd met de brief ‘Beleidsdoorlichting Erfgoed’ (Kamerstukken II 2022/23, 31511, nr. 48).

T03350 De staatssecretaris Cultuur en Media zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Veldhoen (GroenLinks), toe beleid op te stellen voor de makers van nu in de culturele sector en de Eerste Kamer hierover te informeren.

Debat [18-01-2022] - Wetsvoorstel incidentele suppletoire begroting verwerving kunstwerk. Voornemen tot aankoop schilderij De Vaandeldrager van Rembrandt door de Nederlandse staat.

De Eerste Kamer is op 4 november 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de Meerjarenbrief cultuur - De kracht van creativiteit (Kamerstukken I 2022/23, 36200-VIII, nr. A).

T03347 De staatssecretaris Cultuur en Media zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Janssen (SP) toe om nog voor het zomerreces de Kamer een reactie te geven op de in de Tweede Kamer aangenomen motie van het lid Kwint over een eerste recht op koop wanneer het Koninklijk Huis besluit kunstwerken te verkopen.

Debat [18-01-2022] - Wetsvoorstel incidentele suppletoire begroting verwerving kunstwerk. Voornemen tot aankoop schilderij De Vaandeldrager van Rembrandt door de Nederlandse staat.

De Eerste Kamer is op 27 december 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de Beleidsreactie op het advies 'Onmisbaar en Onvervangbaar. Naar een dynamisch beschermingsmodel voor de Collectie Nederland van de Commissie Collectie Nederland’ (Kamerstukken I 2022/23, 35984, nr. O).

T03348 De staatssecretaris Cultuur en Media zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Klip-Martin (VVD) en Pijlman (D66), toe na het definitieve advies van de Commissie Collectie Nederland in februari te hebben ontvangen, te bezien in hoeverre het beleid ten aanzien van het Nationaal Museaal Aankoopfonds aanpassing behoeft en de Eerste Kamer hierover te informeren.

Debat [18-01-2022] - Wetsvoorstel incidentele suppletoire begroting verwerving kunstwerk. Voornemen tot aankoop schilderij De Vaandeldrager van Rembrandt door de Nederlandse staat

De Eerste Kamer is op 27 december 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de Beleidsreactie op het advies 'Onmisbaar en Onvervangbaar. Naar een dynamisch beschermingsmodel voor de Collectie Nederland van de Commissie Collectie Nederland’ (Kamerstukken I 2022/23, 35984, nr. O).

T03349 De staatssecretaris Cultuur en Media zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Veldhoen (GroenLinks), toe de Kamer te informeren over het oormerken van de middelen (twee procent) uit de Recovery and Resilience Facility (RRF) voor de culturele sector. (De staatssecretaris zal de Eerste Kamer informeren over inzet van het herstelplan en de middelen van het regeerakkoord zodra de plannen nader zijn uitgewerkt).

Debat [18-01-2022] - Wetsvoorstel incidentele suppletoire begroting verwerving kunstwerk. Voornemen tot aankoop schilderij De Vaandeldrager van Rembrandt door de Nederlandse staat.

De Eerste Kamer is op 4 november 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de Kamerbrief over de stand van zaken van moties en toezeggingen cultuur (Kamerstukken I 2022/23, 35984, nr. N).

T03351 De staatssecretaris Cultuur en Media zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Klip-Martin (VVD), Atsma (CDA), Fiers (PvdA) en Frentrop (FVD), toe om de kabinetsreactie op het advies van de Commissie Collectie Nederland van de Raad van Cultuur over de dynamische Collectie Nederland, dat in februari 2022 wordt verwacht, met de Eerste Kamer te delen.

Debat [18-01-2022] - Wetsvoorstel incidentele suppletoire begroting verwerving kunstwerk. Voornemen tot aankoop schilderij De Vaandeldrager van Rembrandt door de Nederlandse staat.

De Eerste Kamer is op 27 december 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de Beleidsreactie op het advies 'Onmisbaar en Onvervangbaar. Naar een dynamisch beschermingsmodel voor de Collectie Nederland van de Commissie Collectie Nederland’ (Kamerstukken I 2022/23, 35984, nr. O).

T03352 De staatssecretaris Cultuur en Media zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Veldhoen (GroenLinks), toe om bij toekomstig op te stellen beleid voor de aankoop van kunstwerken door de Staat te bezien of met andere kunstminnende Europese landen afspraken kunnen worden gemaakt om te voorkomen dat de prijzen door verkopers van kunstwerken tot grote hoogten worden opgedreven.

Debat [18-01-2022] - Wetsvoorstel incidentele suppletoire begroting verwerving kunstwerk. Voornemen tot aankoop schilderij De Vaandeldrager van Rembrandt door de Nederlandse staat.

De Eerste Kamer is op 27 december 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de Beleidsreactie op het advies 'Onmisbaar en Onvervangbaar. Naar een dynamisch beschermingsmodel voor de Collectie Nederland van de Commissie Collectie Nederland’ (Kamerstukken I 2022/23, 35984, nr. O).

T03353 De staatssecretaris Cultuur en Media zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van de leden Veldhoen GroenLinks) en Fiers (PvdA), toe zich in te zetten voor de arbeidsmarktpositie van zzp’ers in de culturele sector en toekomstig beleid op dit punt met de Eerste Kamer te zullen delen.

Debat [18-01-2022] - Wetsvoorstel incidentele suppletoire begroting verwerving kunstwerk. Voornemen tot aankoop schilderij De Vaandeldrager van Rembrandt door de Nederlandse staat.

De Eerste Kamer is op 4 november 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de Kamerbrief over de stand van zaken van moties en toezeggingen cultuur (Kamerstukken I 2022/23, 35984, nr. N).

T03354 De staatssecretaris Cultuur en Media zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Fiers (PvdA), toe om met de kunstbranche voorwaarden te bespreken over de wijze waarop, bij toekomstige kunstaankopen met Rijksgelden, de waardebepaling (taxatie) dient plaats te vinden.

Debat [18-01-2022] - Wetsvoorstel incidentele suppletoire begroting verwerving kunstwerk. Voornemen tot aankoop schilderij De Vaandeldrager van Rembrandt door de Nederlandse staat.

De Eerste Kamer is op 27 december 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de Beleidsreactie op het advies 'Onmisbaar en Onvervangbaar. Naar een dynamisch beschermingsmodel voor de Collectie Nederland van de Commissie Collectie Nederland’ (Kamerstukken I 2022/23, 35984, nr. O).

tz_OCW_2022_21 Middels de jaarverslagen van de Rijkscultuurfondsen zal de Tweede Kamer inzicht krijgen in de verantwoording over de coronasteunmiddelen die de fondsen hebben uitgezet.

Debat [10-03-2022] - Commissiedebat Steunpakket voor de culturele en creatieve sector + Garantieregeling evenementen + Evaluatie field labs

De Tweede Kamer is op 4 november 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief «Stand van zaken van moties en toezeggingen op het gebied van cultuur» (Kamerstukken II 2022/23, 32820, nr. 483).

tz_OCW_2022_22 In de brief over de hoofdlijnen van het beleid in deze regeerperiode zal de staatssecretaris Cultuur en Media ook ingaan op de verankering van de waardering van cultuur als basisvoorwaarde in de wetgeving.

Debat [10-03-2022] - Commissiedebat Steunpakket voor de culturele en creatieve sector + Garantieregeling evenementen + Evaluatie field labs

De Tweede Kamer is op 14 juni 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief «Stand van zaken van moties en toezeggingen cultuur» (Kamerstukken II, 2021/22, 32820, nr. 469).

tz_OCW_2022_18 De staatssecretaris Cultuur en Media zegt toe per brief terug te komen op de afspraken met de VVTP en Taskforce over doorbetaling van zzp’ers, mede in het licht van de ophoging van de suppletieregeling. Hierin zal ook worden ingegaan op de vraag waar bestuurlijke afspraken worden gemaakt en waaraan betrokkenen zich committeren.

Debat [10-03-2022] - Commissiedebat Steunpakket voor de culturele en creatieve sector + Garantieregeling evenementen + Evaluatie field labs

De Tweede Kamer is op 14 juni 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief «Stand van zaken van moties en toezeggingen cultuur» (Kamerstukken II, 2021/22, 32820, nr. 469).

tz_OCW_2022_20 De Tweede Kamer ontvangt een brief over de aanvulling op de suppletieregeling in verband met de overvraag.

Debat [10-03-2022] - Commissiedebat Steunpakket voor de culturele en creatieve sector + Garantieregeling evenementen + Evaluatie field labs

De Tweede Kamer is op 14 juni 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief «Stand van zaken van moties en toezeggingen cultuur» (Kamerstukken II, 2021/22, 32820, nr. 469).

tz_OCW_2022_50 Inzake bestuurlijke afspraken en onderzoeken rond de trickledown: er zijn afspraken gemaakt met de VVTP en de NAPK over de trickledown. In het derde kwartaal van 2022 ('Q3') zal de staatssecretaris de Tweede Kamer hier schriftelijk over informeren. Ook het rapport van de Boekmanstichting — dat onderzoek loopt; dat is specifiek gericht op zzp'ers en de doorbetaling — neemt de staatssecretaris hierin schriftelijk mee.

Debat [13-04-2022] - Tweeminutendebat Steunpakket voor de culturele en creatieve sector (CD d.d. 10/03)

De Tweede Kamer is op 4 november 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de Meerjarenbrief cultuur - De kracht van creativiteit (Kamerstukken geïnformeerd (Kamerstukken II 2022/23, 32820, nr. 483).

tz_OCW_2022_66 De Tweede Kamer wordt via een brief nader geïnformeerd over de financiële middelen voor cultuur en cultuurconvenanten in Caribisch Nederland.

Debat [15-06-2022] - Commissiedebat over de Hoofdlijnenbrief Cultuur 2022: Herstel, vernieuwing en groei

De Tweede Kamer is op 4 november 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief «Stand van zaken van moties en toezeggingen op het gebied van cultuur» (Kamerstukken II 2022/23, 32820, nr. 483).

tz_OCW_2022_62 De Tweede Kamer ontvangt rond Prinsjesdag een brief over het vervolg van het Herstelplan cultuur. Hierin wordt ook ingegaan op: De toegankelijkheid van de cultuursector; het VN-verdrag in deze; en diversiteit en inclusie en de ontwikkelingen rond de replicatie van het schip De Zeven Provinciën in Bataviastad.

Debat [15-06-2022] - Commissiedebat over de Hoofdlijnenbrief Cultuur 2022: Herstel, vernieuwing en groei

De Tweede Kamer is op 4 november 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief «Stand van zaken van moties en toezeggingen op het gebied van cultuur» (Kamerstukken II 2022/23, 32820, nr. 483).

tz_OCW_2022_63 De Tweede Kamer ontvangt na de zomer een brief over de arbeidsmarkt-pilots in de cultuursector, met informatie over proces en planning.

Debat [15-06-2022] - Commissiedebat over de Hoofdlijnenbrief Cultuur 2022: Herstel, vernieuwing en groei

De Tweede Kamer is op 4 november 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief «Stand van zaken van moties en toezeggingen op het gebied van cultuur» (Kamerstukken II 2022/23, 32820, nr. 483).

TZ202211156 De Tweede Kamer ontvangt voor de zomer van 2023 een brief waarin het proces en de vervolgstappen naar versterking van de arbeidsmarktpositie binnen de cultuursector (o.a. meer vastigheid en vergroting bestaanszekerheid) worden opgenomen.

Debat [14-11-2022] - Wetgevingsoverleg Cultuur

De Tweede Kamer is op 8 juni 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de Voortgangsbrief arbeidsmarktbeleid culturele en creatieve sector (Kamerstukken II 2022/23, 29544, nr. 1199).

TZ202211157 In juni 2023 ontvangt de Tweede Kamer de uitgangspuntbrief voor de BIS 2025-2028, waarin ook het financieel kader, de conceptregeling en de beleidskaders voor de fondsen worden opgenomen.

Debat [14-11-2022] - Wetgevingsoverleg Cultuur

De Tweede Kamer is op 16 juni 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief «Uitgangspunten cultuursubsidies 2025-2028» (Kamerstukken II 2022/23, 32820, nr. 499).

TZ202211155 Het onderwerp matching wordt meegenomen in de vernieuwingsagenda m.b.t. de BIS.

Debat [14-11-2022] - Wetgevingsoverleg Cultuur

De Tweede Kamer is op 14 maart 2023 over de toezegging geïnformeerd met de brief «Adviesaanvraag aan de raad voor cultuur over de vernieuwing van het cultuurbestel vanaf 2029» (Kamerstukken II 2022/23, 32820, nr. 492).

TZ202211166 Meteen na de Najaarsnota (ieder geval voor 6 december 2022) ontvangt de Tweede Kamer de appreciatie van de motie op stuk nr. 27 van het lid Werner over de financiële positie van musea die een verband legt met de energielasten.

Debat [14-11-2022] - Wetgevingsoverleg Cultuur

De Tweede Kamer is op 6 december 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Appreciatie aangehouden motie Werner over onderzoek naar de financiële positie van musea en de gewijzigde motie Werner - Sjoerdsma over kijkcijfers en marktaandelen’ (Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 172).

TZ202211159 De Tweede Kamer ontvangt voor de zomer van 2023 een brief, waarin per culturele sector staat beschreven welke toegankelijkheid er mogelijk is bij welke fysieke beperkingen.

Debat [14-11-2022] - Wetgevingsoverleg Cultuur

De Tweede Kamer is op 22 juni 2023 over de toezegging geïnformeerd met de brief «Stand van zaken moties en toezeggingen cultuur» (Kamerstukken II 2022/23, 32820, nr. 500).

TZ202211160 De Tweede Kamer wordt geïnformeerd over een podiumkunstproductie, die samen met de staatssecretaris van VWS wordt ontwikkeld, om mentale gezondheid onder jongeren bespreekbaar te maken.

Debat [14-11-2022] - Wetgevingsoverleg Cultuur

De Tweede Kamer is op 22 juni 2023 over de toezegging geïnformeerd met de brief «Stand van zaken moties en toezeggingen cultuur» (Kamerstukken II 2022/23, 32820, nr. 500).

TZ202211162 De Tweede Kamer wordt in 2023 per brief geïnformeerd over het onderzoek naar de toegevoegde waarde van Kunst op Recept, welk onderzoek in overleg met de minister van VWS plaatsvindt.

Debat [14-11-2022] - Wetgevingsoverleg Cultuur

De Tweede Kamer is op 22 juni 2023 over de toezegging geïnformeerd met de brief «Stand van zaken moties en toezeggingen cultuur» (Kamerstukken II 2022/23, 32820, nr. 500).

TZ202211164 De Tweede Kamer ontvangt in november 2022 de jaarlijkse voortgangsrapportage over het internationaal cultuurbeleid (ICB).

Debat [14-11-2022] - Wetgevingsoverleg Cultuur

De Tweede Kamer is op 24 november 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Voortgang Internationaal Cultuurbeleid’ (Kamerstukken II 2022/23, 31482, nr. 117).

TZ202211163 De Tweede Kamer ontvangt begin 2023 een beleidsreactie Erfgoed, waarin het onderwerp religieus erfgoed wordt meengenomen.

Debat [14-11-2022] - Wetgevingsoverleg Cultuur

De Tweede Kamer is op 12 juni 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Beleidsreactie op beleidsdoorlichting Erfgoed’ (Kamerstukken II 2022/23, 31511, nr. 51).

TZ202305-114 Voorafgaand aan het commissiedebat Sportbeleid d.d. 21 juni 2023 (cie VWS) ontvangt de Tweede Kamer een reactie op het onderzoek naar oa misstanden in de danswereld.

Debat [24-05-2023] - Commissiedebat Integrale aanpak seksueel grensoverschrijdend gedrag

De Tweede Kamer is op 15 juni 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Beleidsreactie op het rapport ‘Schaduwdansen’’ (Kamerstukken II 2022/23, 34843, nr. 77).

tz_OCW_2020_80 De minister van OCW zegt toe voor het WGO Cultuur over de uitvoering van de motie zoals ingediend door het lid van den Berge c.s. te rapporteren (naar verwachting in een verzamelbrief).

Debat [23-09-2020] - VSO Evaluatie Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen en advies Raad voor Cultuur (33 846, nr. 59)

De Tweede Kamer is op 4 november 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Een abonnement op de hele wereld. Versterken van het stelsel van openbare bibliotheken’ (Kamerstukken II 2022/23, 33846, nr. 70).

tz_OCW_2020_108 Het feit dat «kwijtschelding van gemeentelijke huur niet meetelt voor de omzetbepaling van de NOW-regeling» wordt meegenomen in het controleprotocol voor accountants. Indien er relevante signalen zijn dat dit eerder wèl is meegeteld, en er bezwaren zijn ingediend, zal de minister de Tweede Kamer informeren of hierop wordt geacteerd.

Debat [23-11-2020] - Wetgevingsoverleg Begroting OCW, onderdeel Cultuur

De minister van SZW heeft op basis van de vaststellingen die bij het UWV zijn ingediend, geconcludeerd dat er geen vaststellingen zijn ontvangen waarin de huurkwijtschelding alsnog als omzet is meegeteld. Er zijn geen relevante signalen zijn die de Tweede Kamer gemeld moeten (of kunnen) worden.

T03078 De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Veldhoen (GroenLinks), toe om de termijnen en doorlooptijden van een aanvraag voor een nieuw of significant gewijzigd aanbodkanaal in de aangepaste dienstenprocedure te monitoren en de Eerste Kamer hierover te informeren.

Debat [02-02-2021] - Wijziging van de Mediawet 2008 in verband met aanscherping van de nieuwedienstenprocedure, modernisering van procedures voor de benoeming van raden van toezicht en besturen, modernisering van het bestuur en verduidelijking van de positie van de Ster, alsmede technische verbeteringen onder meer in verband met taken van het Commissariaat voor de Media (35042)

De Eerste Kamer is op 14 juni 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief 'Reactie op een aantal toezeggingen rond de gewijzigde nieuwe dienstenprocedure publieke omroep’ (Kamerstukken I 2022/23, 35042, nr. N).

T03080 De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Pijlman (D66), toe om het onderzoek naar de veiligheid van journalisten uit te breiden met een onderzoek naar nepnieuws en desinformatie bij de publieke omroep.

Debat [02-02-2021] - Wijziging van de Mediawet 2008 in verband met aanscherping van de nieuwedienstenprocedure, modernisering van procedures voor de benoeming van raden van toezicht en besturen, modernisering van het bestuur en verduidelijking van de positie van de Ster, alsmede technische verbeteringen onder meer in verband met taken van het Commissariaat voor de Media (35042)

De Eerste Kamer is op 2 december 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Beleidsdoorlichting Media’ (Kamerstukken I 2022/23, 35444, nr. P).

T03081 De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid De Blécourt-Wouterse (VVD), toe om bij elke aanvraag van een nieuw of significant gewijzigd aanbodkanaal de ACM te verzoeken om de zienswijze van belanghebbenden (o.a. commerciële partijen) te betrekken en hierop terug te komen in het advies.

Debat [02-02-2021] - Wijziging van de Mediawet 2008 in verband met aanscherping van de nieuwedienstenprocedure, modernisering van procedures voor de benoeming van raden van toezicht en besturen, modernisering van het bestuur en verduidelijking van de positie van de Ster, alsmede technische verbeteringen onder meer in verband met taken van het Commissariaat voor de Media (35042)

De Eerste Kamer is op 14 juni 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief 'Reactie op een aantal toezeggingen rond de gewijzigde nieuwe dienstenprocedure publieke omroep’ (Kamerstukken I 2022/23, 35042, nr. N).

T03082 De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Veldhoen (GroenLinks), toe om de Eerste Kamer op de hoogte te brengen indien blijkt dat niet alle inkomsten bij de publieke omroep worden meegenomen in het onderzoek naar de financiering van de publieke omroep.

Debat [02-02-2021] - Wijziging van de Mediawet 2008 in verband met aanscherping van de nieuwedienstenprocedure, modernisering van procedures voor de benoeming van raden van toezicht en besturen, modernisering van het bestuur en verduidelijking van de positie van de Ster, alsmede technische verbeteringen onder meer in verband met taken van het Commissariaat voor de Media (35042)

De Eerste Kamer is op 2 december 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Beleidsdoorlichting Media 2022’ (Kamerstukken I 2022/23, 35444, nr. P).

tz_OCW_2021_64 De Tweede Kamer wordt in de loop van 2022 geïnformeerd over de uitvoering van de motie inzake de pay off effecten van cultuur.

Debat [22-11-2021] - WGO Begrotingsbehandeling onderdeel Cultuur

De Tweede Kamer is op 14 juni 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief «Stand van zaken van moties en toezeggingen cultuur» (Kamerstukken II, 2021/22, 32820, nr. 469).

tz_OCW_2021_66 De beleidsreactie bij de evaluatie field labs volgt z.s.m. na het kerstreces.

Debat [22-11-2021] - WGO Begrotingsbehandeling onderdeel Cultuur

De Tweede Kamer is op 4 juli 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief «Stand van zaken van moties en toezeggingen cultuur» (Kamerstukken II 2021/22, 25295, nr. 1930).

tz_OCW_2021_67 In de rapportage over de beleids-doorlichting van artikel 15 van de OCW-begroting zal aandacht worden besteed aan de wijze waarop de commerciële partijen in het omroepbestel worden geconsulteerd.

Debat [29-11-2021] - Wetgevingsoverleg (WGO) OCW-begroting, onderdeel Media

De Tweede Kamer is op 18 november 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de Mediabegrotingsbrief 2023 (Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 37).

tz_OCW_2021_69 In het voorjaar 2022 ontvangt de Tweede Kamer een brief met een nadere positiebepaling inzake NLZIET.

Debat [29-11-2021] - Wetgevingsoverleg (WGO) OCW-begroting, onderdeel Media

De Tweede Kamer is op 5 juli 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief «Stand van zaken van diverse moties en toezeggingen m.b.t. het mediabeleid» (Kamerstukken II 2021/22, 32827, nr. 248).

tz_OCW_2021_70 In de Mediabrief die de Tweede Kamer vóór de zomer van 2022 ontvangt wordt ingegaan op een internationale vergelijking t.a.v. de streamingsdiensten.

Debat [29-11-2021] - Wetgevingsoverleg (WGO) OCW-begroting, onderdeel Media

De Tweede Kamer is op 5 juli 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief «Stand van zaken van diverse moties en toezeggingen m.b.t. het mediabeleid» (Kamerstukken II 2021/22, 32827, nr. 248).

tz_OCW_2021_73 De Tweede Kamer wordt vóór de zomer van 2022 nader geïnformeerd over de voorzieningen rond tolkvertaling op Prinsjesdag.

Debat [29-11-2021] - Wetgevingsoverleg (WGO) OCW-begroting, onderdeel Media

De Tweede Kamer is op 5 juli 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief «Stand van zaken van diverse moties en toezeggingen m.b.t. het mediabeleid» (Kamerstukken II 2021/22, 32827, nr. 248).

tz_OCW_2021_74 Bij de eerstvolgende rapportage over de prestatieafspraken ontvangt de Tweede Kamer ook een nadere uitwerking van het begrip "bicultureel".

Debat [29-11-2021] - Wetgevingsoverleg (WGO) OCW-begroting, onderdeel Media

De Tweede Kamer is op 5 juli 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief «Stand van zaken van diverse moties en toezeggingen m.b.t. het mediabeleid» (Kamerstukken II 2021/22, 32827, nr. 248).

tz_OCW_2021_45 De minister zegt toe dat er bij de uitzending van de troonrede op Prinsjesdag een doventolk zal worden ingezet.

Debat [12-10-2021] - Verzameldebat media (o.a. omroepbestel, persveiligheid)

De Tweede Kamer is op 5 juli 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief «Stand van zaken van diverse moties en toezeggingen m.b.t. het mediabeleid» (Kamerstukken II 2021/22, 32827, nr. 248).

T03341 De staatssecretaris Cultuur en Media zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Veldhoen (GroenLinks), toe om de Boekmanstichting te verzoeken om op korte termijn een nieuw onderzoek uit te voeren naar de huidige situatie van zzp’ers in de culturele sector; (om opnieuw onderzoek te doen naar de situatie van ZZP'ers en naar de vraag of de steun inderdaad bij de ZZP'ers terecht is gekomen).

Debat [18-01-2022] - Wetsvoorstel incidentele suppletoire begroting verwerving kunstwerk. Voornemen tot aankoop schilderij De Vaandeldrager van Rembrandt door de Nederlandse staat.

De Eerste Kamer is op 22 juni 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de Kamerbrief over de onderzoeken effecten corona culturele sector (Kamerstukken I 2022/23, 35984, nr. Q).

tz_OCW_2022_48 Inzake eventuele maatregelen die de cultuursector zelf kan treffen mocht er weer een nieuwe lockdown dreigen: Het kabinet zal voor de zomer berichten over hoe dat eruit zou kunnen zien naar aanleiding van het deze maand te verwachten plan van aanpak van de sector zelf.

Debat [13-04-2022] - Tweeminutendebat Steunpakket voor de culturele en creatieve sector (CD d.d. 10/03)

De Tweede Kamer is op 13 juni 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de Kamerbrief over de nadere uitwerking langetermijnaanpak COVID-19 (Kamerstukken II 2021/22, 25295, nr. 1883).

tz_OCW_2022_67 In het najaar ontvangt de Tweede Kamer een reactie op het adviesrapport van de Raad voor Cultuur inzake grensoverschrijdend gedrag in de cultuur- en mediasector.

Debat [15-06-2022] - Commissiedebat over de Hoofdlijnenbrief Cultuur 2022: Herstel, vernieuwing en groei

De Tweede Kamer is op 4 november 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de Meerjarenbrief cultuur - De kracht van creativiteit (Kamerstukken II 2022/23, 32820, nr. 482).

tz_OCW_2022_65 De Tweede Kamer ontvangt rond Prinsjesdag de bibliotheekbrief, met daarin aandacht voor de mogelijkheid van een zorgplicht voor gemeenten voor voldoende bibliotheekvoorzieningen per gemeente.

Debat [15-06-2022] - Commissiedebat over de Hoofdlijnenbrief Cultuur 2022: Herstel, vernieuwing en groei

De Tweede Kamer is op 4 november 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Een abonnement op de hele wereld. Versterken van het stelsel van openbare bibliotheken’ (Kamerstukken II 2022/23, 33846, nr. 70).

tz_OCW_2022_113 Kort na het zomerreces ontvangt de Tweede Kamer een brief inzake het specifieke takenpakket van het onafhankelijke adviescollege en de wijze waarop de Kamer gedurende dit traject wordt geïnformeerd.

Debat [06-07-2022] - Commissiedebat Hoofdlijnenbrief Media

De Tweede Kamer is op 9 september 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Instelling Adviescollege landelijke publieke omroep’ (Kamerstukken II 2021/22, 32827, nr. 252).

tz_OCW_2022_114 De Tweede Kamer ontvangt november/december 2022 de beleidsdoorlichting op het Media-artikel in de OCW-begroting.

Debat [06-07-2022] - Commissiedebat Hoofdlijnenbrief Media

De Tweede Kamer is op 18 november 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de Mediabegrotingsbrief 2023 (Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 37).

tz_OCW_2022_116 De Tweede Kamer ontvangt een brief met een stand van zaken van beleid rond lokale omroepen, de lopende pilots, subsidies en de samenwerkingsvormen en het wel/niet online content maken.

Debat [06-07-2022] - Commissiedebat Hoofdlijnenbrief Media

De Tweede Kamer is op 16 december 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief «Stand van zaken nieuw bestel lokale publieke omroep» (Kamerstukken II 2022/23, 32827, nr. 275).

T03480 (Toezegging Tegengaan desinformatie publieke omroep (35.925 VI) (Toezegging gedaan tijdens overleg/debat van de Commissie voor Justitie en Veiligheid (J&V). De Staatssecretaris voor Cultuur en Media zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Backer (D66) over de status van een eerdere toezegging aan het lid Pijlman (D66) om te onderzoeken of er binnen de Mediawet voldoende mogelijkheden zijn om desinformatie bij de publieke omroep tegen te gaan, toe dit mee te nemen in de beleidsdoorlichting media en de Eerste Kamer over de resultaten te informeren.

Op 31 mei 2022 tijdens een overleg van de Commissie voor Justitie en Veiligheid (J&V) blijkt deze toezegging gedaan te zijn.

De Eerste Kamer is op 2 december 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Beleidsdoorlichting Media 2022’ (Kamerstukken I 2022/23, 35444, nr. P).

TZ202211-287 In december 2022 ontvangt de Tweede Kamer een kadernotitie van het adviescollege landelijke publieke omroep.

Debat [28-11-2022] - Wetgevingsoverleg Media

De Tweede Kamer is op 20 december 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de Kamerbrief kadernotitie adviescollege publieke omroep (Kamerstukken II 2022/23, 32827, nr. 274).

TZ202211-292 De Tweede Kamer ontvangt voor de kerst 2022 een brief met een update over het beleid ten aanzien van lokale omroepen en de contouren voor het versterken van het lokale omroepbestel.

Debat [28-11-2022] - Wetgevingsoverleg Media

De Tweede Kamer is op 16 december 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief «Stand van zaken nieuw bestel lokale publieke omroep» (Kamerstukken II 2022/23, 32827, nr. 275).

TZ202211-293 In het voorjaar van 2023 ontvangt de Tweede Kamer een brief over het lokale mediabeleid. Hierin worden ook de onderwerpen jongejournalistenregeling en open source nieuwsdatabase meegenomen.

Debat [28-11-2022] - Wetgevingsoverleg Media

De Tweede Kamer is op 30 mei 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief «Visiebrief lokale omroepen» (Kamerstukken II 2022/23, 2827, nr. 281).

TZ202211-295 In het eerste kwartaal van 2023 (Q1)wordt de Tweede Kamer geïnformeerd over de aangehouden motie van Werner over het succes van NPO-programma's niet afmeten aan kijkcijfers en marktaandelen (Kamerstuk 36 200-VIII, nr. 136).

Debat [28-11-2022] - Wetgevingsoverleg Media

De Tweede Kamer is op 3 februari 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief «stand van zaken aangenomen moties» (Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 206).

TZ202211-297 De Tweede Kamer wordt eind 2023 geïnformeerd of er een indicatie kan komen wanneer het onderzoek van ACM inzake de fusie tussen RTL en Talpa (dat er in september 2023 zal zijn) er is.

Debat [28-11-2022] - Wetgevingsoverleg Media

De Tweede Kamer is op 17 mei 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief over de reactie op verzoek vaste commissie voor OCW amendement Westerveld (Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 223).

TZ202305-132 De Tweede Kamer ontvangt vóór 15 juni 2023 een brief met een nadere reactie op het verzoek van de commissie van 17 mei 2023 (2023D20832) om het in de periode maart 2020 tot aan 30 september 2021 gehanteerde afbakeningsdocument aan de Tweede Kamer te doen toekomen, niet zijnde de in de ontvangen reactie benoemde ambtelijke tussenversies maar hetgeen waar in de tussentijd naar werd gehandeld.

Debat [24-05-2023] - Archivering van stukken door bewindspersonen onder de archiefwet en de Woo/Wob

De Tweede Kamer is op 3 juli 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Afbakeningsdocument Hotsport COVID-19 AZ’ (Kamerstukken II 2022/23, 25295, nr. 2107).

TZ202305-133 De Tweede Kamer ontvangt voor het zomerreces 2023 de Nota n.a.v. het verslag en een Nota van wijziging van het wetsvoorstel Archiefwet 2021 (Kamerstuk 35968).

Debat [24-05-2023] - Archivering van stukken door bewindspersonen onder de archiefwet en de Woo/Wob

De Tweede Kamer is op 6 juli 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de Nota van wijziging en Nota naar aanleiding van het verslag Wetsvoorstel Archiefwet 2021 (Kamerstukken II 2022/23, 35968, nr. 7).

tz_OCW_2019_53 De Tweede Kamer ontvangt in het najaar een brief waarin meer profiel wordt gegeven aan de burgerschapsopdracht in het mbo. Daarin wordt ook ingegaan op de kwalitatieve doelstellingen.

Debat [27-03-2019] - Sociale veiligheid in het onderwijs

De Tweede Kamer is op 29 november 2019 over deze toezegging geïnformeerd met de brief «Nader rapport voorstel van wet verduidelijking burgerschapsopdracht» geïnformeerd (Kamerstukken II 2019/20, 35352, nr. 4).

TZ_OCW_2019_170 De Tweede Kamer ontvangt in het voorjaar van 2020 de eerste verkenning gericht op de doorlopende coaching van kwetsbare jongeren in relatie tot de arbeidsmarkt, met aandacht voor de regierol van de gemeenten de benodigde a) regelgeving, b) gegevensuitwisseling en c) verschuiving van budgetten.

Debat [31-10-2019] - AO Voortijdig schoolverlaten en Jongeren met afstand tot de arbeidsmarkt

De Tweede Kamer is op 8 juni 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de Monitoringsbrief Participatiewet (Kamerstukken II, 2022/23, 34352, nr. 282).

tz_OCW2020_39 De minister OCW zegt toe voor het nieuwe studiejaar de Tweede Kamer te informeren over de uitvoering van de aangenomen motie van de leden Kuik en Westerveld over de aanpassing van WJW en de WEB voor studenten met een functiebeperking of chronische ziekte.

Debat [03-03-2020] - Wetsvoorstel Versterking in het MBO

De Tweede Kamer is op 24 juni 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief «Voortgangsrapportage passend onderwijs mbo» (Kamerstukken II, 2021/22, 31497, nr. 438).

tz_OCW_2020_40 De minister OCW zegt toe bij de evaluatie van het mbo-studentenfonds in ieder geval de verdeling van de middelen en of deze op de juiste plek terecht komen mee te nemen.

Debat [03-03-2020] - Wetsvoorstel Versterking in het MBO

De Tweede Kamer is over deze toezegging op 20 december 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief «Reactie op moties en toezeggingen op het gebied van middelbaar beroepsonderwijs» (Kamerstukken II 2022/23, 31524, nr. 544).

tz_OCW_2020_58 De minister komt in het najaar terug op de mogelijkheid van ‘een erkenning’ voor een inclusieve leer-werkplek.

Debat [18-06-2020] - AO Onderwijs en corona III Mbo

De Tweede Kamer is op 24 juni 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief «Voortgangsrapportage passend onderwijs mbo» (Kamerstukken II, 2021/22, 31497, nr. 438).

tz_OCW_2020_78 De minister van OCW zegt toe de Tweede Kamer later dit jaar te informeren over de effecten van de uitbraak van COVID-19 op het aanbod voor laaggeletterden in gemeenten.

Debat [23-09-2020] - VSO Voortgang uitwerking vervolgaanpak laaggeletterdheid 2020-2024 (28760-102)

De Tweede Kamer is op 14 juli 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Voortgang en tussenevaluatie vervolgaanpak laaggeletterdheid 2020-2024’ (Kamerstukken II 2022/23, 28760, nr. 114).

tz_OCW_2021_27 De minister heeft het actieplan Stages en leerbanen van de samenwerkings-organisatie Beroepsonderwijs en Bedrijfsleven (SBB) verlengd tot en met 2022. Zij zal dit blijven monitoren en de Tweede Kamer hierover geregeld informeren.

Debat [05-07-2021] - Wetgevingsoverleg over middelbaar beroeps- en hoger onderwijs en corona

De Tweede Kamer is op 3 juni 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de tweede voortgangsrapportage Nationaal Programma Onderwijs (NP Onderwijs) in het mbo en hoger onderwijs en onderzoek (Kamerstukken II 2021/22, 31424, nr. 508).

tz_OCW_2021_26 De minister neemt het BSA en de «zwerversproblematiek» mee in haar voortgangsbrief over het NP Onderwijs die voor het herfstreces naar de Tweede Kamer wordt gestuurd.

Debat [05-07-2021] - Wetgevingsoverleg over middelbaar beroeps- en hoger onderwijs en corona

De Tweede Kamer is op 3 juni 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de Tweede voortgangsrapportage Nationaal Programma Onderwijs (NP Onderwijs) in het mbo en hoger onderwijs en onderzoek (Kamerstukken II 2021/22, 31424, nr. 508).

tz_OCW_2021_54 Op de vraag over of het verplicht is voor leerbedrijven die een erkenning willen krijgen om een cursus over discriminatie te volgen: Voor nieuwe bedrijven volgens haar wel, voor bestaande nog niet. Maar dat zoekt zij even uit. Zij komt er bij de Tweede Kamer op terug op het moment dat zij ook terugkomt op het in de voorwaarden expliciteren van het verbod op discriminatie. Want als het nog niet verplicht is, moeten we dat misschien wel gaan doen.

Debat [18-11-2021] - Begrotingsbehandeling OCW 2022 plenaire behandeling voortzetting, onderdeel onderwijs

De Tweede Kamer is op 14 februari 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief «Aanbieding Werkagenda en stagepact mbo» (Kamerstukken II 2022/23, 31524, nr. 549).

tz_OCW_2021_75 Na overleg met betrokken partijen ontvangt de Tweede Kamer het afwegingskader wanneer fysiek onderwijs en wanneer digitaal aanvullen.

Debat [01-12-2021] - Commissiedebat Digitalisering en privacy in het onderwijs

De Tweede Kamer is op 8 juli 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief over de kaders en uitgangspunten afstandsonderwijs in het reguliere onderwijs (PO, VO, MBO en HO) (Kamerstukken II 2021/22, 35925-VIII, nr. 189).

tz_OCW_2021_83 De minister van OCW komt in haar brief over het afwegingskader wanneer fysiek onderwijs en wanneer digitaal aanvullen ook terug op de verantwoordelijkheids-verdeling.

Debat [01-12-2021] - Commissiedebat Digitalisering en privacy in het onderwijs

De Tweede Kamer is op 8 juli 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief over de kaders en uitgangspunten afstandsonderwijs in het reguliere onderwijs (PO, VO, MBO en HO) (Kamerstukken II 2021/22, 35925-VIII, nr. 189).

tz_OCW_2022_69 De minister komt trouwens nog deze zomer, in ieder geval voor het reces, met een hoofdlijnenbrief over het mbo. Na de zomer komt hij met een brief om dat verder uit te werken.

Debat [27-06-2022] - Slotwet, Jaarverslag en Staat van het Onderwijs 2021

De Tweede Kamer is op 15 juli 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Kaders Werkagenda middelbaar beroepsonderwijs’ (Kamerstukken II 2021/22, 31524, nr. 511).

tz_OCW_2022_71 De eindrapportage stages zal na de jaarwisseling komen.

Debat [27-06-2022] - Slotwet, Jaarverslag en Staat van het Onderwijs 2021

De Tweede Kamer is op 13 maart 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Rapport SEO - het proces van stagematching in het MBO. Een enqûete onder stagecoördinatoren’ (Kamerstukken II 2022/23, 31524, nr. 551).

tz_OCW_2022_72 In de mbo-werkagenda wordt ook aandacht besteed aan de middelen die worden ingezet tegen stagediscriminatie. De Tweede Kamer wordt schriftelijk geïnformeerd hoeveel bedrijven hun kwalificatie zijn kwijtgeraakt.

Debat [27-06-2022] - Slotwet, Jaarverslag en Staat van het Onderwijs 2021

De Tweede Kamer is op 15 november 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Antwoorden feitelijke vragen ontwerpbegroting OCW 2023’ (Kamerstukken II, 2022/23, 36200-VIII, nr. 141).

tz_OCW_2022_73 In het najaar informeert de minister de Tweede Kamer over de aanpak van voortijdig schoolverlaten.

Debat [27-06-2022] - Slotwet, Jaarverslag en Staat van het Onderwijs 2021

De Tweede Kamer is op 2 november 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Voortijdig schoolverlaten en overstap van school naar werk’ (Kamerstukken II 2022/23, 26695, nr. 140).

tz_OCW_2022_81 Inzake de per 1 augustus 2024 te stellen wettelijke eisen aan strategisch personeelsbeleid voor het po, het vo en het mbo: De Tweede Kamer wordt daar binnenkort over geïnformeerd.

Debat [27-06-2022] - Slotwet, Jaarverslag en Staat van het Onderwijs 2021

De Tweede Kamer is op 1 juli 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Lerarenstrategie’ (Kamerstukken II, 2021/22, 27923, nr. 443).

tz_OCW_2022_103 In het najaar ontvangt de Tweede Kamer het resultaat van een stagepact (motie stagevergoeding).

Debat [27-06-2022] - Slotwet, Jaarverslag en Staat van het Onderwijs 2021

De Tweede Kamer is op 14 februari 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief «Aanbieding Werkagenda en stagepact mbo» (Kamerstukken II 2022/23, 31524, nr. 549).

TZ202211144 Eind 2022 ontvangt de Tweede Kamer de evaluatie van het bindend studieadvies (BSA), zowel in het mbo als hoger onderwijs.

Debat [09-11-2022] - Commissiedebat MBO

De Tweede Kamer is op 9 mei 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Toekomst bindend studieadvies (bsa)’ (Kamerstukken II 2022/23, 31288, nr. 1039).

TZ202211151 Voor de OCW-begrotingsbehandeling ontvangt de Tweede Kamer een brief over schoolkosten voor mbo-studenten en vergoeding kosten startkwalificatie.

Debat [09-11-2022] - Commissiedebat MBO

De Tweede Kamer is op 22 november 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Boeken en licenties in het mbo’ (Kamerstukken II 2022/23, 31524, nr. 540).

TZ202211145 Over het programma «Tel mee met taal» ontvangt de Tweede Kamer een tussentijdse monitor.

Debat [17-11-2022] - Wetgevingsoverleg OCW Begrotingsonderzoek

De Tweede Kamer is op 14 juli 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Voortgang en tussenevaluatie vervolgaanpak laaggeletterdheid 2020-2024’ (Kamerstukken II 2022/23, 28760, nr. 114).

TZ222211-262 De Tweede Kamer wordt rond de jaarwisseling 2022/2023 geïnformeerd over het Actieplan Groene en Digitale banen, waarin ook het voortzetten van het Techniekpact wordt besproken.

Debat [24-11-2022] - Begrotingsbehandeling OCW 2023 plenaire behandeling voortzetting, onderdeel onderwijs

De Tweede Kamer is op 3 februari 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Inzet op arbeidsmarktkrapte in de klimaat- en digitale transitie: Het Actieplan Groene en Digitale Banen’ (Kamerstukken II 2022/23, 29544, nr. 1173). Verzuimd is om de Eerste Kamer per brief over het uitvoeren van deze toezegging te informeren.

TZ202211-271 De Tweede Kamer ontvangt naar aanleiding van de aangenomen motie-El Yassini (31 524, nr. 518) in het eerste kwartaal van 2023 een brief over voortijdig schoolverlaten.

Debat [24-11-2022] - Begrotingsbehandeling OCW 2023 plenaire behandeling voortzetting, onderdeel onderwijs

De Tweede Kamer is op 3 april 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Hoofdlijnen aanvalsplan voorkomen voortijdig schoolverlaten en begeleiden naar een kansrijke toekomst’ (Kamerstukken II 2022/23, 26695, nr. 142).

TZ202211-256 Vóór de zomer 2023 zal de Tweede Kamer worden geïnformeerd over de basisvaardigheden van mbo-studenten.

Debat [24-11-2022] - Begrotingsbehandeling OCW 2023 plenaire behandeling voortzetting, onderdeel onderwijs

De Tweede Kamer is op 3 juli 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief «Kaderbrief aanpak basisvaardigheden mbo» (Kamerstukken II 2022/23, 31524, nr. 565).

TZ202211-257 In het voorjaar van 2023 wordt de Tweede Kamer geïnformeerd over de verdere professionalisering van het mbo met als speerpunten het burgerschapsonderwijs en de basisvaardigheden.

Debat [24-11-2022] - Begrotingsbehandeling OCW 2023 plenaire behandeling voortzetting, onderdeel onderwijs

De Tweede Kamer is op 24 april 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief over de ontwikkelingen van de kwalificatiestructuur in het MBO (Kamerstukken II 2022/23, 31524, nr. 561).

TZ202306-304 Voor het zomerreces ontvangt de Tweede Kamer een brief over de aanpak basisvaardigheden in het mbo, waarin ook de stappen die gezet gaan worden om de kwaliteit van docenten te verhogen, worden meengenomen.

Debat [26-06-2023] - Wetgevingsoverleg (WGO) Slotwet, Jaarverslag 2022 en de Staat van het Onderwijs 2022

De Tweede Kamer is op 3 juli 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief «Kaderbrief aanpak basisvaardigheden mbo» (Kamerstukken II 2022/23, 31524, nr. 565).

T02067 De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Bruijn (VVD), toe een ex ante raming van de macro-economische effecten van het wetsvoorstel en de effecten van de maatregelen op arbeid mee te nemen bij de wetsevaluatie.

Debat [20-01-2015] - Plenair debat over de Wet studievoorschot hoger onderwijs (34 035)

De Tweede Kamer is op 7 juni 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief «Reactie op vragen over de hoofdlijnenbrief herinvoering van de basisbeurs» (Kamerstukken I 2021/22, 35788, Y).

tz_OCW_2020_24 In het kader van flexibilisering van het hoger onderwijs ontvangt de Tweede Kamer voor eind 2020: een wettelijke verankering van het experiment 'leeruitkomsten'; in een variawet wetgeving om belemmeringen weg te nemen voor flexibilisering van het onderwijs aan specifieke doelgroepen.

Debat [10-02-2020] - Notaoverleg Strategische Agenda hoger onderwijs

De Tweede Kamer is op 20 juni 2022 over deze toezegging geïnformeerd met het wetsvoorstel «Wijziging van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek houdende de verankering van eenheden van leeruitkomsten in die wet (Wet leeruitkomsten hoger onderwijs) (Kamerstukken II 2021/22, 36136, nr. 1).

tz_OCW_2020_97 De minister voor BVOM zegt toe de minister van OCW te vragen de Tweede Kamer op de hoogte te stellen van de voortgang van het opnemen van kennis en vaardigheden op het gebied van burgerschap en sociale veiligheid in het curriculum van lerarenopleidingen.

Debat [09-11-2020] - Burgerschapsopdracht aan scholen in het funderend onderwijs

De Tweede Kamer is op 1 juli 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Lerarenstrategie’ (Kamerstukken II, 2021/22, 27923, nr. 443).

tz_OCW_2020_94 Het Nibud zegt t.a.v. het Nibud-studentenonderzoek echt de tijd nodig te hebben tot het najaar 2021. De minister zal hun nog een keer vragen of er misschien eerder al deelresultaten zijn op te leveren. De minister zal dat gesprek nog een keer met hen voeren.

Debat [15-10-2020] - Begrotingsbehandeling, onderdeel Onderwijs, (Kamerstukken II 2020/21, 35570-VIII)

De Tweede Kamer is op 10 juni 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Kabinetsreactie op Nibud Studentenonderzoeken en toezeggingen in recente debatten over studiefinanciering en DUO’ (Kamerstukken II 2021/22, 24724, nr. 206).

tz_OCW_2021_47 Inzake studentenwelzijn: De minister gaat op korte termijn - en wat ook de onderzoekers gaan doen-samen met de GGD nadere analyses maken, bijvoorbeeld per instelling en per regio, om ook eens te kijken of ze daar interessante verschillen zien en te kijken wat ze daarvan kunnen leren. De minister zelf en haar departement willen in gesprek met de onderzoekers. Ze wil er ook met de instellingen en met studentenorganisaties over in gesprek om tot een agenda te komen van stappen die je kunt zetten om het welzijn van studenten te verbeteren.

Debat [18-11-2021] - Begrotingsbehandeling OCW 2022 plenaire behandeling voortzetting, onderdeel onderwijs

De Tweede Kamer is op 4 juli 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Aanpak studentenwelzijn in het middelbaar beroepsonderwijs, hoger beroepsonderwijs en het wetenschappelijk onderwijs’ (Kamerstukken II 2022/23, 31288, nr. 1067).

tz_OCW_2021_51 Betreffende problemen inzake internationalisering: de minister gaat in overleg met VSNU en de Vereniging Hogescholen om te kijken wat de minister wel kan doen om problemen voor het komende collegejaar te voorkomen en informeert de Tweede Kamer voor de kerst.

Debat [18-11-2021] - Begrotingsbehandeling OCW 2022 plenaire behandeling voortzetting, onderdeel onderwijs

De Tweede Kamer is op 13 juni 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Internationalisering’ (Kamerstukken II 2021/22, 31288, nr. 963).

tz_OCW_2021_53 De minister zal er voor zorgen dat de Tweede Kamer periodiek op de hoogte wordt gehouden van de ontwikkeling van het stagebeeld, zowel in het mbo als in het hbo. De minister krijgt ook met regelmaat een update van in ieder geval de SBB. Zij zal zorgen dat de Tweede Kamer daarover wordt geïnformeerd. De minister belooft dat ze in het eerste kwartaal van 2022 de Tweede Kamer breed bericht over de voortgang. Hoe gaat het met de stages? Ze probeert daarbij ook zo goed mogelijk zicht te krijgen op de situatie in het hbo en in het hele hoger onderwijs.

Debat [18-11-2021] - Begrotingsbehandeling OCW 2022 plenaire behandeling voortzetting, onderdeel onderwijs

De Tweede Kamer is op 24 januari 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Aanbieding onderzoek stagetekorten in het hoger beroepsonderwijs (hbo)’ (Kamerstukken II 2022/23, 31288, nr. 1023).

tz_OCW_2021_82 De Tweede Kamer wordt door de minister van OCW geïnformeerd over de achtergrond van het Mare-artikel over de gang van zaken bij de Universiteit Leiden.

Debat [01-12-2021] - Commissiedebat Digitalisering en privacy in het onderwijs

De Tweede Kamer is op 14 juli 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief over het verhogen digitale veiligheid onderwijs en onderzoek (Kamerstukken II 2021/22, 35925-VIII, nr. 190).

tz_OCW_2022-7 De Tweede Kamer ontvangt binnen enkele weken een brief over de stand van zaken en voortgang betreffende het wetsvoorstel Taal en toegankelijkheid.

Debat [09-02-2022] - Commissiedebat Internationalisering en kennisveiligheid

De Tweede Kamer is op 21 april 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Beheersing internationale studentenstromen in het hoger onderwijs’ (Kamerstukken 2022/23, 22452, nr. 85).

tz_OCW_2022_8 In april ontvangt de Tweede Kamer het actieplan Studentenhuisvesting waarin ook aandacht voor huisvesting van de internationale student.

Debat [09-02-2022] - Commissiedebat Internationalisering en kennisveiligheid

De Tweede Kamer is op 7 september 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Landelijk actieplan studentenhuisvesting 2022-2030’ (Kamerstukken II 2022/23, 33104, nr. 30).

tz_OCW_2022_27 Voor de zomer van 2022 wordt de Tweede Kamer geïnformeerd over de voorbereiding op passend onderwijs binnen de lerarenopleidingen, mede in overleg met MOCW.

Debat [14-04-2022] - Tweeminutendebat Passend onderwijs (CD d.d. 30/03)

De Tweede Kamer is op 1 juli 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Lerarenstrategie’ (Kamerstukken II, 2021/22, 27923, nr. 443).

tz_OCW_2022_34 De Tweede Kamer wordt op korte termijn geïnformeerd over de tijdlijn studieschuld in relatie tot het Hypotheek Data Netwerk.

Debat [04-04-2022] - Notaoverleg Hoofdlijnenbrief Studiefinanciering (Hoofdlijnen herinvoering basisbeurs en tegemoetkoming studenten)

De Tweede Kamer is op 10 juni 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Kabinetsreactie op Nibud Studentenonderzoeken en toezeggingen in recente debatten over studiefinanciering en DUO’ (Kamerstukken II 2021/22, 24724, nr. 206).

tz_OCW_2022_35 De Tweede Kamer ontvangt een brief van het kabinet over de generatietoets. De Tweede Kamer wordt nader geïnformeerd of en hoe deze toets zich verhoudt tot de studiefinanciering.

Debat [04-04-2022] - Notaoverleg Hoofdlijnenbrief Studiefinanciering (Hoofdlijnen herinvoering basisbeurs en tegemoetkoming studenten)

De Tweede Kamer is op 10 juni 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de Kabinetsreactie op Nibud Studentenonderzoeken en toezeggingen in recente debatten over studiefinanciering en DUO (Kamerstukken II 2021/22, 24724, nr. 206).

tz_OCW_2022_36 De Tweede Kamer ontvangt vóór het zomerreces een schriftelijke reactie op de motie van de leden Van der Molen en Van der Laan inzake de aanwending van middelen voor scholing richting specifieke tekortberoepen.

Debat [04-04-2022] - Notaoverleg Hoofdlijnenbrief Studiefinanciering (Hoofdlijnen herinvoering basisbeurs en tegemoetkoming studenten)

De Tweede Kamer is op 17 juni 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de Beleidsbrief Hoger Onderwijs en Wetenschap (Kamerstukken II 2021/22, 31288, nr. 964).

tz_OCW_2022_37 De Tweede Kamer ontvangt vóór het zomerreces een schriftelijke reactie op de motie van het lid Van der Graaf, c.s., inzake een voorstel voor één centraal punt waar studenten met een beperking al hun financiële steun kunnen aanvragen.

Debat [04-04-2022] - Notaoverleg Hoofdlijnenbrief Studiefinanciering (Hoofdlijnen herinvoering basisbeurs en tegemoetkoming studenten)

De Tweede Kamer is op 10 juni 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Kabinetsreactie op Nibud Studentenonderzoeken en toezeggingen in recente debatten over studiefinanciering en DUO’ (Kamerstukken II 2021/22, 24724, nr. 206).

tz_OCW_2022_44 In de beleidsbrief die de Tweede Kamer voor het zomerreces ontvangt wordt ook ingegaan op:- de concrete verdeling van de middelen uit het regeerakkoord- de instrumenten voor profilering en samenwerking: «wie gaat wat doen?»- de niet-materiële aspecten in de zin van rust en ruimte voor studenten- de punten uit de aangehouden motie van het lid Westerveld (Kamerstuk.. )

Debat [11-04-2022] - Notaoverleg hoofdlijnenbrief Hoger onderwijs en wetenschappelijk onderwijs en onderzoek (HO en WO)

De Tweede Kamer is op 17 juni 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de Beleidsbrief Hoger Onderwijs en Wetenschap (Kamerstukken II 2021/22, 31288, nr. 964).

tz_OCW_2022_47 De Tweede Kamer ontvangt voor de zomer een brief over de gehele keten van het beroepsonderwijs.

Debat [11-04-2022] - Notaoverleg hoofdlijnenbrief Hoger onderwijs en wetenschappelijk onderwijs en onderzoek (HO en WO)

De Tweede Kamer is op 17 juni 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de Beleidsbrief Hoger Onderwijs en Wetenschap (Kamerstukken II 2021/22, 31288, nr. 964).

tz_OCW_2022_79 Inzake de academische vrijheid, de vrijheid van meningsuiting: De Tweede Kamer ontvangt ook een onderzoek van de Inspectie van het Onderwijs hierover.

Debat [27-06-2022] - Slotwet, Jaarverslag en Staat van het Onderwijs 2021

De Tweede Kamer is op 10 mei 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Beleidsreactie Staat van het Onderwijs 2023’ (Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 221).

tz_OCW_2022_104 Na de zomer ontvangt de Tweede Kamer de beleidsreactie op het evaluatieonderzoek inzake seminaria aan de VU.

Debat [30-06-2022] - Commissiedebat Beleidsbrief Hoger onderwijs en Wetenschap

De Tweede Kamer is op 22 november 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Investeringen in Nederlandse Levensbeschouwelijke Universiteiten en beleidsreactie financieringswijze ambtsopleidingen aan de Vrije Universiteit’ (Kamerstukken II 2022/23, 31288, nr. 990).

tz_OCW_2022_109 De Tweede Kamer wordt eind van het jaar geïnformeerd over de inzet van middelen voor studentenwelzijn in relatie met arbeidsmarkt tekorten in de jeugdzorg.

Debat [30-06-2022] - Commissiedebat Beleidsbrief Hoger onderwijs en Wetenschap

De Tweede Kamer is op 4 juli 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Aanpak studentenwelzijn in het middelbaar beroepsonderwijs, hoger beroepsonderwijs en het wetenschappelijk onderwijs’ (Kamerstukken II 2022/23, 31288, nr. 1067).

Tz_2022_09024 De minister zal de Tweede Kamer begin volgend jaar (2023) in zijn brief over internationalisering informeren over hoe een aanscherping in het accreditatiekader kan worden verwerkt.

Debat [14-09-2022] - Tweeminutendebat Resultaten van de uitvoering van instellingsaccreditatie (SO 31 288, nr. 960)

De Tweede Kamer is op 21 april 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Beheersing internationale studentenstromen in het hoger onderwijs’ (Kamerstukken 2022/23, 22452, nr. 85).

TZ202211-319 De Tweede Kamer ontvangt een brief van de minister over het instellingscollegegeld in het hoger onderwijs ten behoeve van vluchtelingen.

Debat [30-11-2022] - Commissiedebat Onderwijs aan vluchtelingen po/vo/mbo/ho

De Tweede Kamer is op 13 januari 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Reactie inzake structurele financiering vluchteling-studenten in het hoger onderwijs’ (Kamerstukken II 2022/23, 19637, nr. 3057).

TZ202211-264 Voor de monitoring van het Bestuursakkoord hoger onderwijs (Kamerstuk 31 288, nr. 969), in welk akkoord is afgesproken een kader te ontwikkelen voor een integrale aanpak rondom studentenwelzijn, worden nog afspraken gemaakt over indicatoren. Begin 2023 wordt de Kamer geïnformeerd over het kader en de nadere afspraken hierover.

Debat [24-11-2022] - Begrotingsbehandeling OCW 2023 plenaire behandeling voortzetting, onderdeel onderwijs

De Tweede Kamer is op 4 juli 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Aanpak studentenwelzijn in het middelbaar beroepsonderwijs, hoger beroepsonderwijs en het wetenschappelijk onderwijs’ (Kamerstukken II 2022/23, 31288, nr. 1067).

TZ202211-259 De Tweede Kamer ontvangt begin 2023 een brief over internationalisering in het hoger onderwijs, waarin onder meer het reguleren van de instroom van internationale studenten in het universitaire onderwijs en de onderwijstaal worden meegenomen.

Debat [24-11-2022] - Begrotingsbehandeling OCW 2023 plenaire behandeling voortzetting, onderdeel onderwijs

De Tweede Kamer is op 21 april 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Beheersing internationale studentenstromen in het hoger onderwijs’ (Kamerstukken 2022/23, 22452, nr. 85).

TZ202212-031 Begin 2023 ontvangt de Tweede Kamer een integraal plan 'Sociale veiligheid in het hoger onderwijs'.

Debat [05-12-2022] - Wetgevingsoverleg Emancipatiebeleid

De Tweede Kamer is op 8 juni 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief «Integrale aanpak sociale veiligheid in hoger onderwijs en wetenschap» (Kamerstukken II 2022/23, 29240, nr. 131).

TZ202302-057 De eerder toegezegde februaribrief, waarin de minister diverse maatregelen inzake de beheersbaarheid van de instroom van internationale studenten zal uiteenzetten, komt medio maart 2023. In de brief zal ook o.a. aandacht worden besteed aan Nederland als voertaal in het onderwijs.

Debat [31-01-2023] - Debat over de werving van internationale studenten

De Tweede Kamer is op 21 april 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Beheersing internationale studentenstromen in het hoger onderwijs’ (Kamerstukken 2022/23, 22452, nr. 85).

TZ202302-150 Voor de zomer ontvangt de Tweede Kamer een brief met de uitkomsten van de verkenning naar alternatieve rekenmethodes in het kader van de rente op studieschulden. Hierin wordt ook gekeken naar de mogelijkheid om het rentepercentage van vijf jaar te blijven hanteren, tenzij het rentepercentage daalt.

Debat [15-02-2023] - Wijziging van onder meer de Wet studiefinanciering 2000 in verband met de herinvoering van de basisbeurs in het hoger onderwijs, de verstrekking van een tegemoetkoming aan studenten die onder het studievoorschotstelsel hebben gestudeerd en de verruiming van de 1-februariregeling voor ho-studenten die zijn doorgestroomd vanuit het mbo (Wet herinvoering basisbeurs hoger onderwijs) (36229)

De Tweede Kamer is op 27 juni 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Reactie op diverse moties en toezeggingen op het gebied van studiefinanciering’ (Kamerstukken II 2022/23, 24724, nr. 210).

TZ202302-152 Voor de zomer ontvangt de Tweede Kamer een brief over mentaal welzijn van studenten, waarin wordt teruggekomen op de motie van het lid De Hoop (36 200-VIII, nr. 95) en de rol van suïcidepreventie in het Landelijk kader studentenwelzijn.

Debat [15-02-2023] - Wijziging van onder meer de Wet studiefinanciering 2000 in verband met de herinvoering van de basisbeurs in het hoger onderwijs, de verstrekking van een tegemoetkoming aan studenten die onder het studievoorschotstelsel hebben gestudeerd en de verruiming van de 1-februariregeling voor ho-studenten die zijn doorgestroomd vanuit het mbo (Wet herinvoering basisbeurs hoger onderwijs) (36229)

De Tweede Kamer is op 4 juli 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Aanpak studentenwelzijn in het middelbaar beroepsonderwijs, hoger beroepsonderwijs en het wetenschappelijk onderwijs’ (Kamerstukken II 2022/23, 31288, nr. 1067).

TZ202302-153 Voor de zomer ontvangt de Tweede Kamer de uitkomsten van het gesprek tussen het Nibud en de minister over het opnemen van de koopkrachtontwikkelingen van studenten in officiële koopkrachtberekeningen.

Debat [15-02-2023] - Wijziging van onder meer de Wet studiefinanciering 2000 in verband met de herinvoering van de basisbeurs in het hoger onderwijs, de verstrekking van een tegemoetkoming aan studenten die onder het studievoorschotstelsel hebben gestudeerd en de verruiming van de 1-februariregeling voor ho-studenten die zijn doorgestroomd vanuit het mbo (Wet herinvoering basisbeurs hoger onderwijs) (36229)

De Tweede Kamer is op 27 juni 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Reactie op diverse moties en toezeggingen op het gebied van studiefinanciering’ (Kamerstukken II 2022/23, 24724, nr. 210).

202302150 Voor de zomer ontvangt de Tweede Kamer de uitkomsten van het gesprek tussen het Nibud en de minister over het opnemen van de koopkrachtontwikkelingen van studenten in officiële koopkrachtberekeningen.

Debat [15-02-2023] - Wijziging van onder meer de Wet studiefinanciering 2000 in verband met de herinvoering van de basisbeurs in het hoger onderwijs, de verstrekking van een tegemoetkoming aan studenten die onder het studievoorschotstelsel hebben gestudeerd en de verruiming van de 1-februariregeling voor ho-studenten die zijn doorgestroomd vanuit het mbo (Wet herinvoering basisbeurs hoger onderwijs) (36229)

De Tweede Kamer is op 27 juni 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Reactie op diverse moties en toezeggingen op het gebied van studiefinanciering’ (Kamerstukken II 2022/23, 24724, nr. 210).

202302170 In de zomer ontvangt de Tweede Kamer een brief met een update over de regionale aanpak.

Debat [15-12-2022] - Commissiedebat Leraren en Lerarenopleidingen

De Tweede Kamer is op 20 juni 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Voortgang Lerarenstrategie’ (Kamerstukken II 2022/23, 27923, nr. 456).

TZ202305-108 Binnen twee weken ontvangt de Tweede Kamer een brief over sociale veiligheid in het hoger onderwijs, waarin onder andere ingegaan zal worden op de goede initiatieven die daar plaatsvinden, hoe de studenten betrokken worden en op de uitbreiding van de meldplicht.

Debat [24-05-2023] - Commissiedebat Integrale aanpak seksueel grensoverschrijdend gedrag

De Tweede Kamer is op 8 juni 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief «Integrale aanpak sociale veiligheid in hoger onderwijs en wetenschap» (Kamerstukken II 2022/23, 29240, nr. 131).

T03625 De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Van der Voort (D66), toe dat hij de resultaten van het onderzoek van het Trimbos-instituut naar de oorzaken van stress en prestatiedruk onder studenten voor de zomer van 2023 aan de Eerste Kamer zal sturen.

Debat [30-05-2023] - Eerste Kamer debat over de behandeling van het wetsvoorstel voor de basisbeurs in het hoger onderwijs

De Commissie OCW in de Eerste Kamer heeft op 27 juni de bevestiging gedaan dat deze toezegging al als voldaan aangemerkt wordt.

tz_OCW_2019_75 De minister zegt toe dat zij de mogelijkheid onderzoekt een advies in te winnen over «de waarde van wetenschap» bij WRR of KNAW en/of andere adviesorganen.

Debat [14-05-2019] - Wetenschapsbeleid

De Tweede Kamer is op 27 februari 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief 'Aanbieding van het KNAW adviesrapport ‘Waarde van wetenschap. Observeren, weten en meten’ (Kamerstukken II 2022/23, 29338, nr. 264).

tz_OCW_2021_48 In het voorjaar van 2022 ontvangt de Tweede Kamer het KNAW-onderzoek inzake preventie van ongewenst gedrag in de wetenschap.

Debat [18-11-2021] - Begrotingsbehandeling OCW 2022 plenaire behandeling voortzetting, onderdeel onderwijs

De Tweede Kamer is op 14 juli 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Voortgang nationaal actieplan voor meer diversiteit en inclusie in het hoger onderwijs en onderzoek’ (Kamerstukken II 2021/22, 29338, nr. 259).

tz_OCW_2022_6 In de volgende brief over Kennisveiligheid wordt de Tweede Kamer geïnformeerd over de ervaringen en uitkomsten van de gesprekken met de Raden van Toezicht van de instellingen hoger onderwijs over het instrumentarium rond kennisveiligheid. Ook de vormgeving van het toezicht komt hierin aan de orde.

Debat [09-02-2022] - Commissiedebat Internationalisering en kennisveiligheid

De Tweede Kamer is op 23 december 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Voortgang aanpak kennisveiligheid hoger onderwijs en wetenschap’ (Kamerstukken II 2022/23, 31288, nr. 1003).

tz_OCW_2022_46 Vóór de zomer ontvangt de Tweede Kamer een brief over valorisatie.

Debat [11-04-2022] - Notaoverleg hoofdlijnenbrief Hoger onderwijs en wetenschappelijk onderwijs en onderzoek (HO en WO)

De Tweede Kamer is op 11 november 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de Kamerbrief Innovatie en impact (Kamerstukken II 2022/23, 33009, nr. 117).

tz_OCW-2022_78 Het advies van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen inzake de preventie van wangedrag in de wetenschap ontvangt de Kamer op 14 juli 2022.

Debat [27-06-2022] - Slotwet, Jaarverslag en Staat van het Onderwijs 2021

De Tweede Kamer is op 14 juli 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Voortgang nationaal actieplan voor meer diversiteit en inclusie in het hoger onderwijs en onderzoek’ (Kamerstukken II 2021/22, 29338, nr. 259).

tz_OCW-2022_78 Het advies van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen inzake de preventie van wangedrag in de wetenschap ontvangt de Tweede Kamer op 14 juli 2022.

Debat [27-06-2022] - Slotwet, Jaarverslag en Staat van het Onderwijs 2021

De Tweede Kamer is op 14 juli 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Voortgang nationaal actieplan voor meer diversiteit en inclusie in het hoger onderwijs en onderzoek’ (Kamerstukken II 2021/22, 29338, nr. 259).

tz_OCW_2022_108 In het vierde kwartaal ontvangt de Tweede Kamer informatie over de ranking van universiteiten in relatie tot het programma 'erkennen en waarderen'.

Debat [30-06-2022] - Commissiedebat Beleidsbrief Hoger onderwijs en Wetenschap

De Tweede Kamer is op 30 maart 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Voortgang programma ‘Erkennen & Waarderen’ (Kamerstukken II 2022/23, 31288, nr. 1028).

tz_OCW_2022_105 In het najaar ontvangt de Tweede Kamer de uitwerking van de motie van het lid van der Woude inzake valorisatie.

Debat [30-06-2022] - Commissiedebat Beleidsbrief Hoger onderwijs en Wetenschap

De Tweede Kamer is op 11 november 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de Kamerbrief Innovatie en impact (Kamerstukken II 2022/23, 33009, nr. 117).

tz_OCW_2022_107 De Tweede Kamer wordt per brief geïnformeerd over de 'top-up beurzen'.

Debat [30-06-2022] - Commissiedebat Beleidsbrief Hoger onderwijs en Wetenschap

Over deze toezegging bent of wordt de Tweede Kamer geïnformeerd door de minister van Financiën.

Tz_2022_09026 De minister informeert de Tweede Kamer eind dit jaar over een toetsingskader, waarmee beoordeeld wordt onder welke voorwaarden onderzoekers uit derde landen in Nederland kunnen werken.

Debat [14-09-2022] - Tweeminutendebat Kennisveiligheid Nederlandse kennisinstellingen (CD 2/6)

De Tweede Kamer is op 23 december 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Voortgang aanpak kennisveiligheid hoger onderwijs en wetenschap’ (Kamerstukken II 2022/23, 31288, nr. 1003).

Tz_2022_09023 De minister stuurt dit najaar, (nog voor de begrotingsbehandeling onderwijs) een brief aan de Tweede Kamer, waarin de Tweede Kamer wordt geïnformeerd over de integrale visie van het kabinet op de maatschappelijke impact, waaronder valorisatie. In deze brief wordt de Tweede Kamer ook geïnformeerd over de uitvoering van de motie 31288, nr. 975, die gaat over het zoeken naar middelen voor de continuering van het programma Faculty of Impact.

Debat [14-09-2022] - Tweeminutendebat Beleidsbrief Hoger onderwijs en wetenschap (CD 30/6)

De Tweede Kamer is op 11 november 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de Kamerbrief Innovatie en impact (Kamerstukken II 2022/23, 33009, nr. 117).

Tz_2022_09025 De minister informeert de Tweede Kamer per brief voor de begrotingsbehandeling (onderwijs) over de wijze waarop de middelen kunnen worden ingezet voor het creëren van vaste banen in het hoger onderwijs.

Debat [14-09-2022] - Tweeminutendebat Beleidsbrief Hoger onderwijs en wetenschap (CD 30/6)

De Tweede Kamer is op 17 november 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Aanpak en inhoud toekomstverkenning hoger onderwijs en wetenschap’ (Kamerstukken II 2022/23, 31288, nr. 987).

TZ202211-266 Begin 2023 wordt een overzicht van alle hoogleraren die (mede)gefinancierd zijn uit publieke middelen, niet zijnde de begroting van het ministerie van OCW, doorgestuurd naar de Tweede Kamer.

Debat [24-11-2022] - Begrotingsbehandeling OCW 2023 plenaire behandeling voortzetting, onderdeel onderwijs

De Tweede Kamer is op 26 januari 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Stand van zaken transparantie over financiering leerstoelen en nevenwerkzaamheden hoogleraren’ (Kamerstukken II 2022/23, 31288, nr. 1022).

TZ202304-181 De minister informeert de Tweede Kamer voor de zomer over vernieuwing van en de evaluatie van het regieorgaan SIA .

Debat [18-04-2023] - Commissiedebat Wetenschapsbeleid

De Tweede Kamer is op 6 juli 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Reactie evaluatierapport 2022 Regieorgaan Praktijkgericht Onderzoek SIA en nieuw SIA-convenant’ (Kamerstukken II 2022/23, 29338, nr. 269).

TZ202304-182 De minister informeert de Tweede Kamer voor de zomer over de wijze van monitoring en evaluatie per instrument van de beleidsinvesteringen.

Debat [18-04-2023] - Commissiedebat Wetenschapsbeleid

De Tweede Kamer is op 12 juli 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Eerste voortgangsbrief bestuursakkoord en beleidsbrief hoger onderwijs en wetenschap’ (Kamerstukken II 2022/23, 31288, nr. 1071)

TZ202304-183 Binnenkort informeert de minister de Tweede Kamer over de integrale aanpak van sociale veiligheid binnen de instellingen. (De uitwerking van de motie Kwint van 15 okt 2020 wordt hierin meegenomen).

Debat [18-04-2023] - Commissiedebat Wetenschapsbeleid

De Tweede Kamer is op 8 juni 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief 'Integrale aanpak sociale veiligheid in hoger onderwijs en wetenschap (Kamerstukken II 2022/23, 29240, nr. 131).

T02151 De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Van Bijsterveld (CDA) en Kops (PVV), toe het percentage onderwijstijd in de Engelse, Duitse of Franse taal pas te wijzigen na discussie met de Kamers over de resultaten van de evaluaties.

Debat [22-09-2015] - Wetsvoorstel Aanbieden van Onderwijstijd in de Engelse, Duitse of Franse Taal voor het Primair Onderwijs

Is/wordt de Eerste Kamer geïnformeerd???10-07-2023 De Tweede Kamer is over deze toezegging op 6 juli 2023 geïnformeerd met de brief «Verzamelbrief moties en toezeggingen primair en voortgezet onderwijs» (Kamerstukken II 2022/23, 31293, nr. 691).

tz_OCW_2019_197 Inzake Europese scholen: in 2020 zal uiteindelijk de definitieve locatiekeuze plaatsvinden.

Debat [06-11-2019] - Begrotingsbehandeling OCW, onderdeel onderwijs

De Tweede Kamer is op 22 december 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief «Verzamelbrief moties en toezeggingen primair en voortgezet onderwijs en maatschappelijke diensttijd» (Kamerstukken II, 2022/23, 31293, nr. 656).

T03342 De minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van vragen van het lid Doornhof (CDA), toe om de werking van de scheiding van mensen, middelen en processen binnen de Stichting CITO te betrekken bij de evaluatie van het wetsvoorstel.

Debat [01-02-2022] - Plenair debat over aanpassingen in de doorstroom van het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs en wijziging van de stelselinrichting van doorstroom-toetsen en toetsen verbonden aan leerlingvolgsystemen en onderwijs-volgsystemen in het basisonderwijs (35.671)

De Tweede Kamer is op 3 april 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Schooladvisering en doorstroomtoetsen primair onderwijs (po) 2023’ (Kamerstukken II 2022/23, 31293, nr. 666).

tz_OCW_2021_86 De Tweede Kamer ontvangt voor de zomer een brief over het initiatief «Meer diversiteit voor de klas» en de pabo's. Daarin wordt ook ingegaan op de mogelijkheid van meer concrete doelstellingen.

Debat [06-12-2021] - WGO Begrotingsonderdeel Emancipatie

De Tweede Kamer is op 22 december 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief over genderdiversiteit in de top (Kamerstukken II 2022/23, 30420, nr. 378).

Tz_OCW_2022_55 In de brief over het lerarentekort wordt ook ingegaan op mogelijkheden van het tegengaan van de flexibele schil en tijdelijke contracten.

Debat [24-05-2022] - Commissiedebat Nationaal Programma Onderwijs (po en vo)

De Tweede Kamer is op 1 juli 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Lerarenstrategie’ (Kamerstukken II, 2021/22, 27923, nr. 443).

tz_OCW_2022_57 Kort na het zomerreces ontvangt de Tweede Kamer de voortgangsbrief over het masterplan basisvaardigheden.

Debat [14-06-2022] - Commissiedebat «Masterplan basisvaardigheden en eindrapportage: 'Analyse en evaluatie referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen»

De Tweede Kamer is op 21 november 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Voortgang Masterplan basisvaardigheden voor het funderend onderwijs inclusief Reactie op vragen schriftelijk overleg scholen aan de slag met subsidie’ (Kamerstukken 2022/23, 31293, nr. 655).

tz_OCW_2022_70 De bewindslieden komen op zeer korte termijn, zeker voor het reces, bij de Tweede Kamer terug op het lerarentekort terug via een Kamerbrief over lerarenstrategie.

Debat [27-06-2022] - Slotwet, Jaarverslag en Staat van het Onderwijs 2021

De Tweede Kamer is op 1 juli 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Lerarenstrategie’ (Kamerstukken II, 2021/22, 27923, nr. 443).

tz_OCW_2022_85 De minister geeft in de brief over kansengelijkheid eveneens een reactie op het proefschrift van Karin den Heij.

Debat [27-06-2022] - Slotwet, Jaarverslag en Staat van het Onderwijs 2021

De Tweede Kamer is op 3 april 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Schooladvisering en doorstroomtoetsen primair onderwijs (po) 2023’ (Kamerstukken II 2022/23, 31293, nr. 666).

tz_OCW_2022_64 De Tweede Kamer wordt schriftelijk geïnformeerd over de verdere plannen rond cultuureducatie (via MPVO) en het gebruik van middelen uit het Nationaal Programma Onderwijs hiervoor.

Debat [15-06-2022] - Commissiedebat over de Hoofdlijnenbrief Cultuur 2022: Herstel, vernieuwing en groei

De Tweede Kamer is op 21 november 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Voortgang Masterplan basisvaardigheden voor het funderend onderwijs inclusief Reactie op vragen schriftelijk overleg scholen aan de slag met subsidie’ (Kamerstukken 2022/23, 31293, nr. 655).

TZ202211-318 In het voorjaar wordt de Tweede Kamer geïnformeerd over de opties voor de nieuwkomersbekostiging (ingangsdatum mogelijk 1-1-2024) en de toetsing.

Debat [30-11-2022] - Commissiedebat Onderwijs aan vluchtelingen po/vo/mbo/ho

De Tweede Kamer is op 20 juni 2023 geïnformeerd over deze toezegging met de Nota naar aanleiding van het verslag wetsvoorstel tijdelijke nieuwkomersvoorzieningen (Kamerstukken II 2022/23, 36373, nr. 1).

TZ202211-298 De minister komt zo snel mogelijk met een voorstel naar de Tweede Kamer voor een tijdelijke onderwijsvorm en de onderwijshuisvesting.

Debat [30-11-2022] - Commissiedebat Onderwijs aan vluchtelingen po/vo/mbo/ho

De Tweede Kamer is op 6 juni 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Wetsvoorstel tijdelijke nieuwkomersvoorzieningen’ (Kamerstukken II 2022/23, 36373, nr. 5).

TZ202212-005 In 2023 volgt de internetconsultatie van het wetsvoorstel Onderwijshuisvesting met een verheldering en verbetering van de verantwoordelijkheidsverdeling tussen gemeenten en schoolbesturen.

Debat [01-12-2022] - Commissiedebat Onderwijshuisvesting en ventilatie van onderwijsgebouwen in het funderend onderwijs

De Tweede Kamer is op 17 april 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de Voortgangsbrief onderwijshuisvesting (Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 218).

TZ202211-274 Uiterlijk 9 december 2022 ontvangt de Tweede Kamer een brief over de wijze waarop het kabinet de lerarenstrategie, zoals vermeld in de Kamerbrief lerarenstrategie van 21 oktober 2022 (Kamerstuk 27 923, nr. 446), nader gaat uitvoeren.

Debat [24-11-2022] - Begrotingsbehandeling OCW 2023 plenaire behandeling voortzetting, onderdeel onderwijs

De Tweede Kamer is op 13 december 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de Decemberbrief lerarenbeleid (Kamerstukken II 2022/2023, 27923 nr. 449).

TZ202211-282 Begin 2023 ontvangt de Tweede Kamer een actualisatie van de handreiking schooladvisering.

Debat [24-11-2022] - Begrotingsbehandeling OCW 2023 plenaire behandeling voortzetting, onderdeel onderwijs

De Tweede Kamer is op 3 april 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Schooladvisering en doorstroomtoetsen primair onderwijs (po) 2023’ (Kamerstukken II 2022/23, 31293, nr. 666).

TZ202211-277 De Tweede Kamer wordt voor de zomer van 2023 geïnformeerd over de aanpak en bijbehorende financieringsmogelijkheden om ouderbetrokkenheid rondom het onderwijs en de voorschool te versterken.

Debat [24-11-2022] - Begrotingsbehandeling OCW 2023 plenaire behandeling voortzetting, onderdeel onderwijs

De Tweede Kamer is op 4 juli 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Uitwerking van CA-maatregelen voor- en vroegschoolse educatie en de start van Programma Ontwikkeling jonge kind’ (Kamerstukken II 2022/23, 31293, nr. 694).

202304040 In mei ontvangt de Tweede Kamer een wetsvoorstel over onderwijs en nieuwkomers waarin de zorgplicht voor nieuwkomers wordt meegenomen.

Debat [05-04-2023] - Commissiedebat Passend Onderwijs

De Tweede Kamer is op 6 juni 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Wetsvoorstel tijdelijke nieuwkomersvoorzieningen’ (Kamerstukken II 2022/23, 36373, nr. 5).

202302186 De Tweede Kamer wordt in april geïnformeerd over de indicatoren en doelen die gehanteerd worden.

Debat [01-02-2023] - Tweeminutendebat Scholen aan de slag met subsidie basisvaardigheden (31 293, nr. 654)

De Tweede Kamer is op 16 mei 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief «Masterplan basisvaardigheden voor het funderend onderwijs: doelen en voortgang» (Kamerstukken II 2022/23, 31293, nr. 670).

202302180 In de beleidsreactie op de eerstvolgende Schoolkostenmonitor zal de minister ingaan op de bekostiging van de devices, de rol die de verschillende gemeenten daarin kunnen spelen en hoe we zorgen voor de digitale hulpmiddelen in de klas.

Debat [01-02-2023] - Tweeminutendebat Digitalisering in het onderwijs (CD 1/12)

De Tweede Kamer is op 6 juli 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de visiebrief Digitalisering in het funderend onderwijs (Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 251).

202302181 De minister gaat kijken hoe hij binnen dat halfjaar een gesprek kan voeren over het smartphonebeleid op scholen. Hij zal de Tweede Kamer daarvan op de hoogte houden.

Debat [01-02-2023] - Tweeminutendebat Digitalisering in het onderwijs (CD 1/12)

De Tweede Kamer is op 4 juli 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief «Landelijke afspraken mobiele telefoons in de klas» (Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 250).

202302182 De minister komt terug op het licentie-foliosysteem in de reactie op de evaluatie van de Wet gratis schoolboeken, die binnenkort naar de Tweede Kamer komt.

Debat [01-02-2023] - Tweeminutendebat Digitalisering in het onderwijs (CD 1/12)

De Tweede Kamer is op 6 juli 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de visiebrief Digitalisering in het funderend onderwijs (Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 251).

202212096 Voor de zomer 2023 ontvangt de Tweede Kamer de voorgangsrapportage NPO, waarin ook een terugkoppeling wordt gegeven van de gesprekken die zijn gevoerd met de PO-Raad, VO-Raad en het Landelijk Actie Komittee Scholieren (LAKS) over het voorkomen van meer toetsen in het onderwijs.

Onbekende bron. Mogelijk is deze toezegging al gedaan op 14 december 2022 (Onderzoekskaders 2022 Inspectie van het Onderwijs ?) door MPVO. Is door de griffie Tweede Kamer naderhand toegevoegd in de gereorganiseerde en herziene toezeggingen-administratie van de Tweede Kamer.

De Tweede Kamer is op 12 juni 2023 geïnformeerd over deze toezegging met de brief «Vierde voortgangsrapportage Nationaal Programma Onderwijs» (Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 226).

TZ202306-012 De Tweede Kamer wordt voor het zomerreces 2023 geïnformeerd over de uitkomsten van een verkenning over het verbieden van smartphones.

Debat [22-05-2023] - Notaoverleg Curriculum funderend onderwijs en masterplan basisvaardigheden

De Tweede Kamer is op 4 juli 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief «Landelijke afspraken mobiele telefoons in de klas» (Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 250).

TZ202306-298 Binnenkort ontvangt de Tweede Kamer een brede visiebrief op digitalisering, waarin ook de verstrekking van digitale leermiddelen (o.a. laptops) wordt meegenomen.

Debat [26-06-2023] - Wetgevingsoverleg (WGO) Slotwet, Jaarverslag 2022 en de Staat van het Onderwijs 2022

De Tweede Kamer is op 6 juli 2023 geïnformeerd over deze toezegging met de brief «Aandachtig digitaliseren in het funderend onderwijs: kwaliteit voor iedere leerling met menselijkheid als kompas» (Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 251).

tz_OCW_2017_10 Het wetsvoorstel, waarin medezeggenschapsraden een grotere rol krijgen bij advies en instemming, zal voor het zomerreces bij de Tweede Kamer worden ingediend.

Debat [10-05-2017] - Werkdruk in het basisonderwijs

De Tweede Kamer is op 6 juli 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de Verzamelbrief moties en toezeggingen primair en voortgezet onderwijs (Kamerstukken II, 2021/22, 31293, nr. 636).

tz_OCW_2018_54 Voor het einde van 2018 ontvangt de Tweede Kamer het wetsvoorstel waarin instemmingsrecht wordt geregeld op hoofdlijnen van de begroting van een school. Daarin wordt óók het adviesrecht geregeld op beleid m.b.t. groepsgrootte.

Debat [18-04-2018] - AO Groepsgrootte in het basisonderwijs en de Werkdruk in het Primair Onderwijs

De Tweede Kamer is op 6 juli 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de Verzamelbrief moties en toezeggingen primair en voortgezet onderwijs (Kamerstukken II, 2021/22, 31293, nr. 636).

De minister gaat met de Inspectie van het Onderwijs en ook met de PO-Raad en de VO-raad in gesprek om met hen te spreken aangifteverlegenheid aangaande strafbare feiten te spreken en om te bezien op welke wijze dat praktijk is en wat we daaraan kunnen doen. De minister informeert de Tweede Kamer vóór de zomer 2019 over de resultaten van die gesprekken.

Debat [02-04-2019] - VAO Sociale Veiligheid op Scholen

De Tweede Kamer is op 18 november 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Vrij en veilig onderwijs’ (Kamerstukken II 2022/23, 31293, nr. 653).

tz_OCW_2021_59 Betreffende zorgen over problemen met professionals (o.a. inspectie) als ouders kinderen thuis houden door het risico op een coronabesmetting, bijvoorbeeld wanneer een ouder een kwetsbare gezondheid heeft: De minister zal nagaan of dergelijke situaties zich op dit moment echt voordoen. Hij heeft daar zelf geen concrete signalen over ontvangen via de lijnen die daarvoor openstaan, dus via de professionals en dergelijke. Maar hij zal dat nagaan en de Tweede Kamer daarover op een passend moment informeren. Dat zal dan in de komende weken moeten gebeuren.

Debat [18-11-2021] - Begrotingsbehandeling OCW 2022 plenaire behandeling voortzetting, onderdeel onderwijs

De Tweede Kamer is op 6 juli 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de Verzamelbrief moties en toezeggingen primair en voortgezet onderwijs (Kamerstukken II, 2021/22, 31293, nr. 636).

tz_OCW_2021_58 Betreffende de vraag of de minister een overzicht heeft van hoeveel klassen er nu thuiszitten vanwege corona en of hij bereid is om het OMT te vragen om morgen hierover te spreken: Als het om het laatste gaat: dat zal hij dat uiteraard verder doorgeleiden. De adviezen lopen via VWS.

Debat [18-11-2021] - Begrotingsbehandeling OCW 2022 plenaire behandeling voortzetting, onderdeel onderwijs

De Tweede Kamer is op 6 juli 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de Verzamelbrief moties en toezeggingen primair en voortgezet onderwijs (Kamerstukken II, 2021/22, 31293, nr. 636).

tz_OCW_2021_62 Inzake het zwartboek van Scheerens en Kirschner: De minister zal wel een korte appreciatie geven van dat gesprek, in een voortgangsbrief of iets dergelijks, als dat in de komende tijd aan de orde is.

Debat [18-11-2021] - Begrotingsbehandeling OCW 2022 plenaire behandeling voortzetting, onderdeel onderwijs

De Tweede Kamer is op 22 december 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief «Verzamelbrief moties en toezeggingen primair en voortgezet onderwijs en maatschappelijke diensttijd» (Kamerstukken II, 2022/23, 31293, nr. 656).

tz_OCW_2021_80 De minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs informeert de Kamer over zijn gesprek met het CvTE, waarin hij ook zal ingaan op het gebruik van de grafische rekenmachine en alternatieven daarvoor.

Debat [01-12-2021] - Commissiedebat Digitalisering en privacy in het onderwijs

De Tweede Kamer is op 14 juli 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief over het verhogen digitale veiligheid onderwijs en onderzoek (Kamerstukken II 2021/22, 35925-VIII, nr. 190).

tz_OCW_2021_35 Bij evaluatie wet Rog/ Van Meenen, die begin 2022 verschijnt, wordt onderdeel van meldplicht meegenomen. (School die leerlingen dwingt voor hun geaardheid uit te komen).

Debat [07-10-2021] - Technische briefing sectorrapportages voor het primair en voortgezet onderwijs door de PO-raad en de VO-raad

De Tweede Kamer is op 18 november 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Vrij en veilig onderwijs’ (Kamerstukken II 2022/23, 31293, nr. 653).

tz_OCW_2022_9 De minister informeert de Tweede Kamer voor de zomer over de mogelijkheden om in 2023 herkansingen voor deelcertificaatkandidaten te realiseren. In deze brief geeft de minister ook een reactie op het verzoek van het lid Van Meenen om volgend jaar een verlengde duimregeling mogelijk te maken, specifiek voor de groep kandidaten die in 2022 één of meerdere certificaten heeft behaald, zoals ook wordt gevraagd in de motie-Van Meenen c.s. (Kamerstuk 31 289, nr. 510).

Debat [17-02-2022] - Tweeminutendebat Examens in het voortgezet onderwijs

De Tweede Kamer is op 29 september 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Uitvoering moties staatsexamen’ (Kamerstukken II 2022/23, 31289, nr. 521).

tz_OCW_2022_11 In een volgende brief over «Sociale Veiligheid op school» komt aan de orde: het indringend onder de aandacht brengen van een meldpunt sociale veiligheid en de rol die scholen zelf bij melding kunnen spelen; het takenpakket van vertrouwensinspecteurs; het verbeteren van de laagdrempeligheid van het meldpunt bij inspectie (mede naar aanleiding van suggesties van het LAKS, Ouders &amp; Onderwijs en Balans); aandacht binnen de lerarenopleidingen; structuur van vertrouwenspersoon «intern/extern» en het jaarlijks monitoren via enquête en inspectie; zicht op bijscholing; aandacht voor concrete sancties in regelgeving voor sociale veiligheid in het buitenland, specifiek in Frankrijk; aandacht voor leerlingen die minder machtig zijn.

Debat [09-03-2022] - Commissiedebat Sociale Veiligheid op school

De Tweede Kamer is op 18 november 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Vrij en veilig onderwijs’ (Kamerstukken II 2022/23, 31293, nr. 653).

In het najaar ontvangt de Tweede Kamer de derde voortgangsrapportage NPO. Deze bevat alle data over leergroei en nieuwe data uit kwalitatief onderzoek onder schoolleiders en bestuurders.

Debat [24-05-2022] - Commissiedebat Nationaal Programma Onderwijs (po en vo)

De Tweede Kamer is op 17 november 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Derde voortgangsrapportage Nationaal Programma Onderwijs’ (Kamerstukken II 2022/2023, 36200-VIII, nr. 35).

Tz_OCW_2022_54 Voor de zomer ontvangt de Tweede Kamer een brief over beleid inzake mentale gezondheid van jongeren.

Debat [24-05-2022] - Commissiedebat Nationaal Programma Onderwijs (po en vo)

De Tweede Kamer is op 10 juni 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief 'Mentale gezondheid: van ons allemaal’ (Kamerstukken II 2021/22, 32793, nr. 613).

tz_OCW_2022_56 Begin 2023 ontvangt de Tweede Kamer een brief over de stand van zaken kerndoelen basisvaardigheden (een tussenbalans).

Debat [14-06-2022] - Commissiedebat «Masterplan basisvaardigheden en eindrapportage: 'Analyse en evaluatie referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen»

De Tweede Kamer is op 23 februari 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief «Tussenbalans bijstelling kerndoelen basisvaardigheden» (Kamerstukken II 2022/23, 31293, nr. 658).

tz_OCW_2022_58 Na de zomer ontvangt de Tweede Kamer een uitgebreid plan voor de monitoring in het kader van de halfjaarlijkse informatie over het masterplan.

Debat [14-06-2022] - Commissiedebat «Masterplan basisvaardigheden en eindrapportage: 'Analyse en evaluatie referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen»

De Tweede Kamer is op 21 november 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Voortgang Masterplan basisvaardigheden voor het funderend onderwijs inclusief Reactie op vragen schriftelijk overleg scholen aan de slag met subsidie’ (Kamerstukken 2022/23, 31293, nr. 655).

tz_OCW_2022_59 In de tussenevaluatie die de Tweede Kamer begin 2023 ontvangt wordt ook ingegaan op de ontwerp-ruimte c.q. onderwijstijd voor de basisvaardigheden taal en rekenen.

Debat [14-06-2022] - Commissiedebat «Masterplan basisvaardigheden en eindrapportage: 'Analyse en evaluatie referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen»

De Tweede Kamer is op 23 februari 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief «Tussenbalans bijstelling kerndoelen basisvaardigheden» (Kamerstukken II 2022/23, 31293, nr. 658).

tz_OCW_2022_60 In de subsidieregeling wordt ook ingegaan op de ouderbetrokkenheid en de groep kwetsbare leerlingen/ouders.

Debat [14-06-2022] - Commissiedebat «Masterplan basisvaardigheden en eindrapportage: 'Analyse en evaluatie referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen»

De Tweede Kamer is op 21 november 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Voortgang Masterplan basisvaardigheden voor het funderend onderwijs inclusief Reactie op vragen schriftelijk overleg scholen aan de slag met subsidie’ (Kamerstukken II 2022/23, 31293, nr. 655).

tz_OCW_2022_61 In de brief over bestuur en toezicht wordt ook ingegaan op bevordering van de lerende cultuur.

Debat [14-06-2022] - Commissiedebat «Masterplan basisvaardigheden en eindrapportage: 'Analyse en evaluatie referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen»

De Tweede Kamer is op 21 november 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Voortgang Masterplan basisvaardigheden voor het funderend onderwijs inclusief Reactie op vragen schriftelijk overleg scholen aan de slag met subsidie’ (Kamerstukken 2022/23, 31293, nr. 655).

tz_OCW_2022_82 De minister zegt toe te verkennen in hoeverre raden van toezicht betrokken kunnen worden bij de leercultuur.

Debat [27-06-2022] - Slotwet, Jaarverslag en Staat van het Onderwijs 2021

De Tweede Kamer is op 21 november 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Voortgang Masterplan basisvaardigheden voor het funderend onderwijs inclusief Reactie op vragen schriftelijk overleg scholen aan de slag met subsidie’ (Kamerstukken II 2022/23, 31293, nr. 655).

tz_OCW_2022_98 In de brief over kansengelijkheid zal de minister ook ingaan of keuzevrijheid tot meer segregatie leidt (inzake Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen).

Debat [27-06-2022] - Slotwet, Jaarverslag en Staat van het Onderwijs 2021

De Tweede Kamer is op 10 maart 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Visie Kansengelijkheid funderend onderwijs’ (Kamerstukken II 2022/23, 31293, nr. 660).

tz_OCW_2022_99 De Tweede Kamer wordt binnenkort geïnformeerd over de monitoring van de beleidsagenda tegen onderwijssegregatie.

Debat [27-06-2022] - Slotwet, Jaarverslag en Staat van het Onderwijs 2021

De Tweede Kamer is op 3 april 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Voortgang uitvoering beleidsagenda tegen segregatie in het funderend onderwijs’ (Kamerstukken II 2022/23, 31293, nr. 665).

tz_OCW_2022_101 Het plan inzake een eventuele coronagolf in het najaar gaat voor het zomerreces naar de Tweede Kamer toe.

Debat [27-06-2022] - Slotwet, Jaarverslag en Staat van het Onderwijs 2021

De Tweede Kamer is op 4 juli 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Sectorplannen COVID-19 onderwijs en kinderopvang’ (Kamerstukken II 2021/22, 35925-VIII, nr. 188).

tz_OCW_2022_110 In het najaar ontvangt de Tweede Kamer een brief over bestuur en toezicht.

Debat [29-06-2022] - Wet uitbreiding bestuurlijk instrumentarium onderwijs (35 920) - voortzetting

De Tweede Kamer is op 21 november 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Samen voor beter onderwijs, duidelijk over kwaliteit’ (Kamerstukken II 2022/23, 31293, nr. 652).

tz_OCW_2022_111 In de brief over sociale veiligheid, die de Tweede Kamer in september krijgt, geeft de minister ook de stand van zaken van burgerschapsondersteuning (met behulp van rolmodellen).

Debat [29-06-2022] - Tweeminutendebat Masterplan basisvaardigheden (CD 14/6)

De Tweede Kamer is op 18 november 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Vrij en veilig onderwijs’ (Kamerstukken II 2022/23, 31293, nr. 653).

TZ202211143 De Tweede Kamer ontvangt vóór de Begrotingsbehandeling (23 november 2022) een brief waarin de bekostiging van het Masterplan Basisvaardigheden en de indicatoren op hooflijnen staan vermeld. Ook wordt daarin licht geworpen op de menukaart en de invulling van het toezicht.

Debat [17-11-2022] - Wetgevingsoverleg OCW Begrotingsonderzoek

De Tweede Kamer is op 21 november 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Voortgang Masterplan basisvaardigheden voor het funderend onderwijs inclusief Reactie op vragen schriftelijk overleg scholen aan de slag met subsidie’ (Kamerstukken II 2022/23, 31293, nr. 655).

TZ202211-314 De afspraken (n.a.v. het overleg met de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid) en het beeld worden via de voortgangsrapportage van JenV naar de Tweede Kamer gestuurd. Als dit langer duurt dan komt de minister hier zelf op terug.

Debat [30-11-2022] - Commissiedebat Onderwijs aan vluchtelingen po/vo/mbo/ho

De Tweede Kamer is op 14 april 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de verzamelbrief opvang Oekraïne (Kamerstukken II 2022/23, 19637, nr. 3093).

TZ202211-315 De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) komt met maatregelen inzake o.a. de Nt2-docenten (eind december 2022 naar de Tweede Kamer).

Debat [30-11-2022] - Commissiedebat Onderwijs aan vluchtelingen po/vo/mbo/ho

De tweede Kamer is op 20 december 2022 per brief over de uitvoering inburgering van de Minister van VWS (Kamerstukken II 2022/23, 32824, nr. 380) geïnformeerd.

TZ202211-317 Begin 2023 ontvangt de Tweede Kamer de uitwerking van de pilot voor statushouders die leraar waren in het land van herkomst.

Debat [30-11-2022] - Commissiedebat Onderwijs aan vluchtelingen po/vo/mbo/ho

De Tweede Kamer is op 20 juni 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Voortgang Lerarenstrategie’ (Kamerstukken II 2022/23, 27923, nr. 456).

TZ202211-268 De Tweede Kamer ontvangt in het eerste kwartaal van 2023 een beleidsreactie op het ‘Interdepartementale Beleidsonderzoek (IBO) Sturing op onderwijskwaliteit’ waarin ook aandacht wordt besteed aan een mogelijk nieuw financieringsinstrument, waarbij een vorm van bekostiging wordt ontwikkeld zodat meer sturing mogelijk is.

Debat [17-06-2020] - Debat Onderwijs en Corona II in het primair en voortgezet onderwijs

De Tweede Kamer is op 18 april 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Kabinetsreactie IBO "Koersen op kwaliteit en kansengelijkheid’ (Kamerstuknummer II 2022/23, 31293, nr. 669).

TZ202211-272 In december 2022 ontvangt de Tweede Kamer een brief met een toelichting over de voorgestelde regionale infrastructuur voor de onderwijsarbeidsmarkt.

Debat [24-11-2022] - Begrotingsbehandeling OCW 2023 plenaire behandeling voortzetting, onderdeel onderwijs

De Tweede Kamer is op 13 december 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de Decemberbrief lerarenbeleid (Kamerstukken II 2022/2023, 27923 nr. 449).

TZ202211-270 De Tweede Kamer ontvangt in het voorjaar van 2023 een visiebrief over de doorlopende leerlijn voor het beroepsonderwijs, waarin (het ontwikkelen van) praktijkgerichte vakken in de gemengde en theoretische leerwegen in het vmbo, maar ook op het havo, aan de orde komen.

Debat [24-11-2022] - Begrotingsbehandeling OCW 2023 plenaire behandeling voortzetting, onderdeel onderwijs

De Tweede Kamer is op 6 juli 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de visiebrief Digitalisering in het funderend onderwijs (Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 251).

TZ202211-279 De Tweede Kamer ontvangt in het voorjaar van 2023 een brief over de stand van zaken van de curriculumbijstelling vmbo inzake het examenprogramma voor wiskunde.

Debat [24-11-2022] - Begrotingsbehandeling OCW 2023 plenaire behandeling voortzetting, onderdeel onderwijs

De Tweede Kamer is op 16 mei 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief «Masterplan basisvaardigheden voor het funderend onderwijs: doelen en voortgang» (Kamerstukken II 2022/23, 31293, nr. 670).

TZ202211-280 Begin 2023 ontvangt de Kamer een reactie op de commissiebrief (2022Z21361) inzake het herziene vak scheikunde op de havo.

Debat [24-11-2022] - Begrotingsbehandeling OCW 2023 plenaire behandeling voortzetting, onderdeel onderwijs

De Tweede Kamer is op 13 maart 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief «Reactie op verzoek commissie over het havo-bovenbouwprofiel natuur en techniek» (Kamerstukken II 2022/23, 31289, nr. 534).

TZ202211-283 In het voorjaar van 2023 ontvangt de Tweede Kamer een tussenbalans inzake de ontwikkeling van kerndoelen voor digitale geletterdheid.

Debat [24-11-2022] - Begrotingsbehandeling OCW 2023 plenaire behandeling voortzetting, onderdeel onderwijs

De Tweede Kamer is op 23 februari 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief «Tussenbalans bijstelling kerndoelen basisvaardigheden» (Kamerstukken II 2022/23, 31293, nr. 658).

TZ202211-286 Uiterlijk in april 2023 wordt de Tweede Kamer nader geïnformeerd over de doelen en indiciatoren ter verbetering van de taal- en rekenvaardigheden in het kader van het Masterplan basisvaardigheden (Kamerstuk 31 923, nr. 620).

Debat [24-11-2022] - Begrotingsbehandeling OCW 2023 plenaire behandeling voortzetting, onderdeel onderwijs

De Tweede Kamer is op 16 mei 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief «Masterplan basisvaardigheden voor het funderend onderwijs: doelen en voortgang» (Kamerstukken II 2022/23, 31293, nr. 670).

202212103 In het voorjaar van 2023 wordt de Tweede Kamer geïnformeerd over welke praktijkgerichte programma's als erkend vak ingevoerd gaan worden, die scholen vanaf 2024-2025 vrijwillig mogen aanbieden. In de brief staan ook de mogelijkheden vermeld om scholen, die het praktijkgerichte programma gaan aanbieden, tegemoet te komen in de kosten.

Debat [13-12-2022] - Tweeminutendebat verzamelbrief moties en toezeggingen primair en voortgezet onderwijs

De Tweede Kamer is op 11 mei 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief 'Praktijkgerichte programma's vmbo’ (Kamerstukken II 2022/23, 31293, nr. 651).

TZ202212-089 In januari 2023 ontvangt de Tweede Kamer de eerste voortgangsrapportage over de verbetering van de basisvaardigheden in het curriculum, waarin ook de teamcultuur wordt meegenomen (docententeam en Raad van Toezicht).

Debat [14-12-2022] - Commissiedebat Onderzoekskaders 2022 Inspectie van het Onderwijs

De Tweede Kamer is op 23 februari 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief «Tussenbalans bijstelling kerndoelen basisvaardigheden» (Kamerstukken II 2022/23, 31293, nr. 658).

TZ202212-096 Voor de zomer van 2023 2023 ontvangt de Tweede Kamer de voortgangsrapportage NPO (Nationaal Programma Onderwijs), waarin ook een terugkoppeling wordt gegeven van de gesprekken die zijn gevoerd met de PO-Raad, VO-raad en het landelijk Actie Komitee Scholieren (LAKS) over het voorkomen van meer toetsen in het onderwijs.

Debat [14-12-2022] - Commissiedebat Onderzoekskaders 2022 Inspectie van het Onderwijs

De Tweede Kamer is op 12 juni 2023 geïnformeerd over deze toezegging met de brief «Vierde voortgangsrapportage Nationaal Programma Onderwijs» (Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 226).

202304031 De Tweede Kamer ontvangt over drie weken de brief over sturing in het onderwijs.

Debat [05-04-2023] - Commissiedebat Passend Onderwijs

De Tweede Kamer is op 18 april 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Kabinetsreactie IBO "Koersen op kwaliteit en kansengelijkheid’ (Kamerstuknummer II 2022/23, 31293, nr. 669).

202303088 De minister stuurt nog een brief naar de Tweede Kamer voor de stemmingen over de moties.

Debat [29-03-2023] - Tweeminutendebat Examens

De Tweede Kamer is op 3 april 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Moties eerder bekend maken resultaten staatsexamenkandidaten' (Kamerstukken II, 2022-23, 31289, nr. 543).

202302176 In maart ontvangt de Tweede Kamer weer een brief inzake een plan ter verbetering van de onderwijshuisvesting en het aanpakken van de oudere schoolgebouwen.

Debat [01-02-2023] - Tweeminutendebat Documenten inzake Covid-19 binnen het onderwijs n.a.v. Woo-verzoek (36 200-VIII, nr. 147)

De Tweede Kamer is op 17 april 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de Voortgangsbrief onderwijshuisvesting (Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 218).

TZ202306-007 De Tweede Kamer wordt in juli 2023 geïnformeerd over een verkenning van niet-effectieve lesmethoden.

Debat [22-05-2023] - Notaoverleg Curriculum funderend onderwijs en masterplan basisvaardigheden

De Tweede Kamer is op 6 juli 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Onderzoekskaders 2023 Inspectie van het Onderwijs en de verslagen van de Ringen’ (Kamerstukken II 2022/23, 36200 VIII, nr. 249).

TZ202306-088 Voor het zomerreces ontvangt de Tweede Kamer een brief over leerplusarrangementen.

Debat [07-06-2023] - Commissiedebat Kansengelijkheid in het funderend onderwijs

De Tweede Kamer is op 21 juni 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief 'De nieuwe Onderwijskansenregeling in het voortgezet onderwijs (vo)’ (Kamerstukken II 2022/23, 31289, nr. 551).

TZ202306-111 Voor of net na het zomerreces ontvangt de Tweede Kamer een brief over thuisonderwijs en particulier scholen.

Debat [07-06-2023] - Commissiedebat Kansengelijkheid in het funderend onderwijs

De Tweede Kamer is op 19 juni 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Aanscherpingen particulier en thuisonderwijs’ (Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 232).

T01575 De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Smaling (SP), toe om de tijdelijke geschillencommissie - voor geschillen tussen ouders en scholen - permanent te maken wanneer geconstateerd wordt dat deze nog nodig is.

Debat [02-10-2012] - Passend OnderwijsHerziening organisatie en financiering in het funderend onderwijs en in het middelbaar beroepsonderwijs (passend onderwijs) onder nummer 33.106 + Kwaliteitsverbetering van het speciaal en voortgezet speciaal onderwijs onder nummer 32.812.

De Eerste Kamer is op 30 maart 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief 'Samen de schouders onder Passend onderwijs (voortgangsrapportage) en zal verder op de hoogte gehouden worden in volgende voortgangsrapportages op het gebied van passend onderwijs.

tz_OCW_2020_99 Voor de zomer van 2021 ontvangt de Tweede Kamer de uitwerking van de norm voor basisondersteuning.

Debat [16-11-2020] - Passend onderwijs notaoverleg Evaluatie onderzoek

De Tweede Kamer is op 30 maart 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief «Samen de schouders onder passend onderwijs» (Kamerstukken II 2022/23, 31497, nr. 448).

tz_OCW_2020_101 De routekaart Inclusief onderwijs is in de eerste helft van 2021 gereed en wordt aan de Tweede Kamer gestuurd.

Debat [16-11-2020] - Passend onderwijs notaoverleg Evaluatie onderzoek

De Tweede Kamer is op 17 maart 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Contouren werkagenda Route naar inclusief onderwijs ’(Kamerstukken II 2022/23, 31497, nr. 446).

tz_OCW_2020_103 De Tweede Kamer ontvangt de uitwerking van een directe bekostiging van het praktijkonderwijs (voor de (kabinets)formatie)

Debat [16-11-2020] - Passend onderwijs notaoverleg Evaluatie onderzoek

De Tweede Kamer is op 18 november 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Nieuwe bekostigingssystematiek lwoo en pro’ (Kamerstukken II 2022/23, 31497, nr. 443).

tz_OCW_2021_33 De minister gaat op zoek naar oplossingen en financiering voor regio’s die vooruitlopend op de herbezinning, als gevolg van de overgang naar kleinschaligere voorzieningen, jongeren niet het onderwijs kunnen bieden waar ze recht op hebben.

Debat [28-09-2021] - Tweeminutendebat Beleidsinventarisatie en een herbezinning betreffende het residentieel onderwijs (31497, nr. 393)

De Tweede Kamer is op 31 maart 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Uitkomst herbezinning residentieel onderwijs’ (Kamerstukken II 2022/23, 31289, nr. 542).

T03343 De minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Fiers (PvdA) en Van Apeldoorn (SP), toe om in het voorjaar, uiterlijk voor het zomerreces van de Eerste Kamer, een inhoudelijke reactie op de adviezen van de Onderwijsraad «Later selecteren, beter differentiëren» en «Publiek karakter voorop» aan de Kamer te doen toekomen, alsmede deze reactie te betrekken in een bredere schets over de ambities in het regeerakkoord.

Debat [01-02-2022] - Plenair debat over aanpassingen in de doorstroom van het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs en wijziging van de stelselinrichting van doorstroom-toetsen en toetsen verbonden aan leerlingvolgsystemen en onderwijs-volgsystemen in het basisonderwijs (35.671)

De Tweede Kamer is op 10 maart 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Visie Kansengelijkheid funderend onderwijs’ (Kamerstukken II 2022/23, 31293, nr. 660). De Eerste Kamer blijkt niet in een afzonderlijke brief over deze toezegging geïnformeerd te zijn.

tz_OCW_2022_25 Voor de zomer van 2022 ontvangt de Tweede Kamer een integraal plan van aanpak voor hoogbegaafde kinderen, inclusief de lacunes in regelgeving. De in het debat genoemde elementen worden daarin meegenomen.

Debat [14-04-2022] - Tweeminutendebat Passend onderwijs (CD d.d. 30/03)

De Tweede Kamer is op 15 juli 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Reactie op verzoek van de Commissie OCW over de brandbrief over voltijd hoogbegaafden (hb)-onderwijs en plan van aanpak hoogbegaafdheid’ (Kamerstukken II 2021/22, 31497, nr. 442).

tz_OCW_2022_23 Kort na het commissiedebat van 30 maart 2022 ontvangt de Tweede Kamer een overzicht van te verwachten wetsvoorstellen en de wijze van bundeling van de wetsvoorstellen (o.a. inzake aanpak verzuim en het hoorrecht) en een beschouwing inzake passend onderwijs. Deze brief bevat tevens een stand van zaken betreffende de 'verbeteraanpak'.

Debat [14-04-2022] - Tweeminutendebat Passend onderwijs (CD d.d. 30/03)

De Tweede Kamer is op 15 juli 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Planning wetsvoorstellen Passend onderwijs’ (Kamerstukken II 2021/22, 31497, nr. 440).

tz_OCW_2022_24 Voor de zomer van 2022 ontvangt de Tweede Kamer de uitwerking van de contourenschets van het beleid rond 'thuiszitters'.

Debat [14-04-2022] - Tweeminutendebat Passend onderwijs (CD d.d. 30/03)

De Tweede Kamer is op 15 juli 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Reactie op inbreng LBVSO debat passend onderwijs’ (Kamerstukken II 2021/22, 31497, nr. 441).

tz_OCW_2022_26 De minister zegt toe dat hij parallel aan de pilot «onderwijszorgarrangementen» binnen maximaal één jaar start met de ontwikkeling van wetgeving en dat hij de Tweede Kamer daarvan op de hoogte houdt.

Debat [14-04-2022] - Tweeminutendebat Passend onderwijs (CD d.d. 30/03)

De Tweede Kamer is op 22 december 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief «Verzamelbrief moties en toezeggingen primair en voortgezet onderwijs en maatschappelijke diensttijd» (Kamerstukken II, 2022/23, 31293, nr. 656).

tz_OCW_2022_28 Eind 2022 ontvangt de Tweede Kamer een stappenplan c.q. routekaart inzake inclusiever en inclusief onderwijs.

Debat [14-04-2022] - Tweeminutendebat Passend onderwijs (CD d.d. 30/03)

De Tweede Kamer is op 17 maart 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Contouren werkagenda Route naar inclusief onderwijs ’(Kamerstukken II 2022/23, 31497, nr. 446).

tz_OCW_2022_29 Voor de zomer van 2022 ontvangt de Tweede Kamer een brief over mogelijkheden voor "weer samen naar school"-klassen, zowel binnen onderwijszorgarrangement als binnen de routekaart.

Debat [14-04-2022] - Tweeminutendebat Passend onderwijs (CD d.d. 30/03)

De Tweede Kamer is op 6 juli 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de Verzamelbrief moties en toezeggingen primair en voortgezet onderwijs (Kamerstukken II, 2021/22, 31293, nr. 636).

tz_OCW_2022_30 Voor de zomer van 2022 ontvangt de Tweede Kamer een brief met de resultaten van de gesprekken met de VNG over het verkorten van de reistijd binnen het leerlingenvervoer speciaal onderwijs.

Debat [14-04-2022] - Tweeminutendebat Passend onderwijs (CD d.d. 30/03)

De Tweede Kamer is op 15 juli 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Planning wetsvoorstellen Passend onderwijs’ (Kamerstukken II 2021/22, 31497, nr. 440).

tz_OCW_2022_31 Nog voor de zomer komt de beleidsreactie op het onderzoek naar rechtstreekse bekostiging van het praktijkonderwijs.

Debat [14-04-2022] - Tweeminutendebat Passend onderwijs (CD d.d. 30/03)

De Tweede Kamer is op 18 november 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Nieuwe bekostigingssystematiek lwoo en pro’ (Kamerstukken II, 2022/23, 31497 nr. 443).

tz_OCW_2022_32 De Tweede Kamer ontvangt van beide ministers een reactie op de brief van LBVSO ( Leerlingenbelang voortgezet speciaal onderwijs) inzake passend onderwijs in het vervolgonderwijs.

Debat [14-04-2022] - Tweeminutendebat Passend onderwijs (CD d.d. 30/03)

De Tweede Kamer is op 15 juli 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Reactie op inbreng LBVSO debat passend onderwijs’ (Kamerstukken II 2021/22, 31497, nr. 441).

De Tweede Kamer ontvangt in juni een brief met de reactie op de vier moties inzake reclame, particulier aanvullend onderwijs, commerciële bureaus en de waarborgen tegen weglek. Tevens bevat de brief een stappenplan hoe kwaliteit en veiligheid worden geborgd.

Debat [24-05-2022] - Commissiedebat Nationaal Programma Onderwijs (po en vo)

De Tweede Kamer is op 1 juni 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief «Voortgang moties aanvullend onderwijs» (Kamerstukken II 2022/23, 31293, nr. 686).

tz_OCW_2022_88 Voor het (zomer)reces komt de brief over de Rijke schooldag naar de Tweede Kamer.

Debat [27-06-2022] - Slotwet, Jaarverslag en Staat van het Onderwijs 2021

De Tweede Kamer is op 7 juli 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Programma School en Omgeving in het funderend onderwijs (Kamerstukken II 2021/22, 31293, nr. 639).

tz_OCW_2022_92 De uitwerking van de hele verzuimaanpak komt nog voor het (zmer)reces naar de Tweede Kamer.

Debat [27-06-2022] - Slotwet, Jaarverslag en Staat van het Onderwijs 2021

De Tweede Kamer is op 15 juli 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Uitwerking verzuimaanpak’ (Kamerstukken II 2021/22, 26695, nr. 139).

tz_OCW_2022_94 Voor de zomer ontvangt de Tweede Kamer een brief met een plan van aanpak voor hoogbegaafdheid.

Debat [27-06-2022] - Slotwet, Jaarverslag en Staat van het Onderwijs 2021

De Tweede Kamer is op 15 juli 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Reactie op verzoek van de Commissie OCW over de brandbrief over voltijd hoogbegaafden (hb)-onderwijs en plan van aanpak hoogbegaafdheid’ (Kamerstukken II 2021/22, 31497, nr. 442).

tz_OCW_2022_97 In het kader van het versterken van de beweging naar inclusief onderwijs komt de minister ook met een bredere experimenteerregeling, die ook mogelijkheden biedt om de Samen naar School-klassen in het voortgezet onderwijs op te zetten. De minister stuurt de Tweede Kamer nog voor de zomer een verzamelbrief waarin hij hier nader op ingaat.

Debat [27-06-2022] - Slotwet, Jaarverslag en Staat van het Onderwijs 2021

De Tweede Kamer is op 6 juli 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de Verzamelbrief moties en toezeggingen primair en voortgezet onderwijs (Kamerstukken II, 2021/22, 31293, nr. 636).

tz_OCW_2022_83 Een grote visie op kansengelijkheid komt voor de OCW-begrotingsbehandeling naar de Tweede Kamer.

Debat [27-06-2022] - Slotwet, Jaarverslag en Staat van het Onderwijs 2021

De Tweede Kamer is op 10 maart 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Visie Kansengelijkheid funderend onderwijs’ (Kamerstukken II 2022/23, 31293, nr. 660).

TZ_OCW_2022_84 Naast een reactie op het advies Later selecteren, beter differentiëren van de Onderwijsraad zal de minister de uitkomsten van de Staat van de Ouder expliciet betrekken bij de brief over kansengelijkheid.

Debat [27-06-2022] - Slotwet, Jaarverslag en Staat van het Onderwijs 2021

De Tweede Kamer is op 10 maart 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Visie Kansengelijkheid funderend onderwijs’ (Kamerstukken II 2022/23, 31293, nr. 660).

tz_OCW_2022_87 In het najaar stuurt de minister zijn reactie op het onderzoek van KBA Nijmegen inzake de bekostiging van het praktijkonderwijs naar de Tweede Kamer.

Debat [27-06-2022] - Slotwet, Jaarverslag en Staat van het Onderwijs 2021

De Tweede Kamer is op 18 november 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Nieuwe bekostigingssystematiek lwoo en pro’ (Kamerstukken II, 2022/23, 31497 nr. 443).

tz_OCW_2022_89 De brief met een uitgebreide planning over Passend onderwijs ontvangt de Tweede Kamer zo snel mogelijk.

Debat [27-06-2022] - Slotwet, Jaarverslag en Staat van het Onderwijs 2021

De Tweede Kamer is op 15 juli 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Planning wetsvoorstellen Passend onderwijs’ (Kamerstukken II 2021/22, 31497, nr. 440).

tz_OCW_2022_96 De Tweede Kamer wordt in het najaar geïnformeerd over de stijging van het aantal thuiszitters.

Debat [27-06-2022] - Slotwet, Jaarverslag en Staat van het Onderwijs 2021

De Tweede Kamer is op 30 maart 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief «Samen de schouders onder passend onderwijs» (Kamerstukken II 2022/23, 31497, nr. 448).

tz_OCW_2022_100 Er is nu een vierjarig onderzoek bezig naar wat effectieve beleidsinterventies zijn betreffende kansengelijkheid. Begin 2023 wordt de Tweede Kamer hierover geïnformeerd.

Debat [27-06-2022] - Slotwet, Jaarverslag en Staat van het Onderwijs 2021

De Tweede Kamer is op 6 juli 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de verzamelbrief moties en toezeggingen primair en voortgezet onderwijs (Kamerstukken II 2022/23, 31293, nr. 691).

tz_OCW_2022_91 In het najaar ontvangt de Tweede Kamer de routekaart naar inclusiever onderwijs.

Debat [27-06-2022] - Slotwet, Jaarverslag en Staat van het Onderwijs 2021

De Tweede Kamer is op 17 maart 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Contouren werkagenda Route naar inclusief onderwijs ’(Kamerstukken II 2022/23, 31497, nr. 446).

tz_OCW_2022_93 Het experiment onderwijszorgarrangementen zal starten per 1 januari 2023. In datzelfde jaar start de minister ook met wetgeving hieromtrent.

Debat [27-06-2022] - Slotwet, Jaarverslag en Staat van het Onderwijs 2021

De Tweede Kamer is op 22 december 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief «Verzamelbrief moties en toezeggingen primair en voortgezet onderwijs en maatschappelijke diensttijd» (Kamerstukken II, 2022/23, 31293, nr. 656).

TZ202211146 De Tweede Kamer ontvangt voor de Kerst een brief met een visie op kansengelijkheid, waarin onder meer de onderwerpen vrijwillige ouderbijdrage en de brugfunctionaris worden opgenomen.

Debat [17-11-2022] - Wetgevingsoverleg OCW Begrotingsonderzoek

De Tweede Kamer is op 3 april 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Voortgang uitvoering beleidsagenda tegen segregatie in het funderend onderwijs’ (Kamerstukken II 2022/23, 31293, nr. 665).

TZ202211-320 In het voorjaar ontvangt de Tweede Kamer de uitkomsten over digitaal onderwijs.

Debat [30-11-2022] - Commissiedebat Onderwijs aan vluchtelingen po/vo/mbo/ho

De Tweede Kamer is op 30 maart 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief «Samen de schouders onder passend onderwijs» (Kamerstukken II 2022/23, 31497, nr. 448).

TZ202211-275 Er wordt met de sectorraden gewerkt aan richtlijnen voor bijlesbureaus in het onderwijs, waarover de Tweede Kamer begin 2023 zal worden geïnformeerd.

Debat [24-11-2022] - Begrotingsbehandeling OCW 2023 plenaire behandeling voortzetting, onderdeel onderwijs

De Tweede Kamer is op 1 juni 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief «Voortgang moties aanvullend onderwijs» (Kamerstukken II 2022/23, 31293, nr. 686).

TZ202211-276 Voor het kerstreces 2022 wordt de monitor leerlingenvervoer aan de Tweede Kamer verzonden en wordt per brief ingegaan op de stand van zaken van de toezeggingen en moties.

Debat [24-11-2022] - Begrotingsbehandeling OCW 2023 plenaire behandeling voortzetting, onderdeel onderwijs

De Tweede Kamer is op 22 december 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Stand van zaken uitvoeren acties leerlingenvervoer’ (Kamerstukken II 2022/23, 31521, nr. 134).

TZ202211-285 In het voorjaar van 2023 wordt de Tweede Kamer geïnformeerd over de route naar inclusiever onderwijs.

Debat [24-11-2022] - Begrotingsbehandeling OCW 2023 plenaire behandeling voortzetting, onderdeel onderwijs

De Tweede Kamer is op 17 maart 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Contouren werkagenda Route naar inclusief onderwijs ’(Kamerstukken II 2022/23, 31497, nr. 446).

TZ202304-042 Vóór het debat over onderwijs en zorg van 31 mei a.s. ontvangt de Tweede Kamer schriftelijke informatie over de bekostiging van nevenvestigingen in het speciaal onderwijs.

Debat [05-04-2023] - Commissiedebat Passend Onderwijs

De Tweede Kamer is op 30 mei 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief «Bekostiging nevenvestigingen in het speciaal onderwijs» (Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 225).

TZ202304-039 Vóór de zomer ontvangt de Kamer een schriftelijke reactie op het rapport van het LBVSO.

Debat [05-04-2023] - Commissiedebat Passend Onderwijs

De Tweede Kamer is op 6 juli 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de verzamelbrief moties en toezeggingen primair en voortgezet onderwijs (Kamerstukken II 2022/23, 31293, nr. 691).

202304037 Vóór 1 juli 2023 ontvangt de Tweede Kamer een update over hoogbegaafdenonderwijs.

Debat [05-04-2023] - Commissiedebat Passend Onderwijs

De Tweede Kamer is op 6 juli 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de verzamelbrief moties en toezeggingen primair en voortgezet onderwijs (Kamerstukken II 2022/23, 31293, nr. 691).

202304033 Vóór de zomer wordt de Tweede Kamer geïnformeerd over bundeling van voorstellen in één wetstraject.

Debat [05-04-2023] - Commissiedebat Passend Onderwijs

De Tweede Kamer is op 15 juli 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Planning wetsvoorstellen Passend onderwijs’ (Kamerstukken II 2021/22, 31497, nr. 440).

202304032 Vóór de zomer wordt de Tweede Kamer geïnformeerd over de module passend onderwijs en basisondersteuning op de lerarenopleidingen.

Debat [05-04-2023] - Commissiedebat Passend Onderwijs

De Tweede Kamer is op 20 juni 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Voortgang Lerarenstrategie’ (Kamerstukken II 2022/23, 27923, nr. 456).

TZ202306-003 Voor de zomer komt de regeling hoogbegaafdheid.

Debat [31-05-2023] - Commissiedebat zorg en onderwijs

De Tweede Kamer is op 6 juli 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de verzamelbrief moties en toezeggingen primair en voortgezet onderwijs (Kamerstukken II 2022/23, 31293, nr. 691).

TZ202307-020 De motie van het lid Beertema over het instellen van een moratorium op de behandelmethoden die vallen onder de noemer Applied Behavior Analysis (ABA) wordt schriftelijk geapprecieerd door de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de heer Van Ooijen.

Debat [03-07-2023] - Wetgevingsoverleg (WGO) Wet tijdelijke nieuwkomersvoorzieningen in het onderwijs.

De Tweede Kamer is op 4 juli 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de Kamerbrief over appreciatie gewijzigde moties debat hervormingen jeugdzorg(Kamerstukken II 2022/23, 31839, nr. 969).

TZ202212-091 Begin 2023 ontvangt de Tweede Kamer een brief over kansengelijkheid, waarin onder andere het leerplusarrangement voortgezet onderwijs wordt opgenomen alsmede kansrijk adviseren.

Debat [14-12-2022] - Commissiedebat Onderzoekskaders 2022 Inspectie van het Onderwijs

De Tweede Kamer is op 10 maart 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Visie Kansengelijkheid funderend onderwijs’ (Kamerstukken II 2022/23, 31293, nr. 660).

tz_OCW_2020_89 Het prevalentie-onderzoek (ZONMW) naar intersekse kinderen ontvangt de Tweede Kamer in de tweede helft van 2021.

Debat [02-11-2020] - Wetgevingsoverleg Emancipatie

De Tweede Kamer is op 22 december 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de Aanbiedingsbrief rapport «Genitale operaties bij kinderen met DSD jonger dan 12 jaar» (Kamerstukken II 2022/23, 30420, nr. 379)

tz_OCW_2021_37 Z.s.m. stuurt de minister aan de Tweede Kamer een brief over verdiepend onderzoek n.a.v. themaonderzoek Universiteit van Utrecht en Groningen, incl. evaluaties sociale veiligheid (breder dan themaonderzoek)

Debat [07-10-2021] - Technische briefing sectorrapportages voor het primair en voortgezet onderwijs door de PO-raad en de VO-raad

De Tweede Kamer is op 15 december 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Onderzoek Ervaringen en aanpak van pestgedrag tegenover lhbtiq+ jongeren in het voortgezet onderwijs’ (Kamerstukken II 2022/23, 29240, nr. 128).

tz_OCW_2021_85 De Tweede Kamer ontvangt een brief over de uitvoering van de motie-Gündogan c.s. inzake gendergelijkheid in Herstelfonds en hoe de gendertoets eruit gaat zien.

Debat [06-12-2021] - WGO Begrotingsonderdeel Emancipatie

De Tweede Kamer is op 28 maart 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Het eerste concept herstel- en veerkrachtplan (HVP)’ (Kamerstukken II 2021/22, 21501-07, nr. 1796).

TZ202212-036 Vóór de zomer van 2023 wordt de Tweede Kamer geïnformeerd over de resultaten van reeds uitgevoerde onderzoeken naar de situatie van bi+ personen, over de maatregelen die genomen kunnen worden en over waar eventueel nog extra inzichten voor nodig zijn.

Debat [05-12-2022] - Wetgevingsoverleg Emancipatiebeleid

De Tweede Kamer is op 28 juni 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Resultaten onderzoek en lopende activiteiten ten aanzien van de emancipatie van bi+ personen’ (Kamerstukken II 2022/23, 30420, nr. 382).

TZ202212-029 Voor het Kerstreces 2022 ontvangt de Tweede Kamer een brief met de stand van zaken van het vrouwenquotum in het bedrijfsleven, de publieke sector en de recente Europese richtlijn (Gender balance among non-executive directors of companies listed on stock exchanges ‒ 2012/0299(COD)).

Debat [05-12-2022] - Wetgevingsoverleg Emancipatiebeleid

De Tweede Kamer is op 22 december 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief over genderdiversiteit in de top (Kamerstukken II 2022/23, 30420, nr. 378).

TZ202212-030 In de brief over het vrouwenquotum, die de Tweede Kamer voor het Kerstreces 2022 ontvangt, wordt ook ingegaan op het wetsvoorstel inzake «wettelijke verplichting voor het opstellen van streefcijfers voor vrouwen in de semi-publieke sector» en de mogelijkheid van het inbouwen van een quotum, mochten streefcijfers niet werken.

Debat [05-12-2022] - Wetgevingsoverleg Emancipatiebeleid

De Tweede Kamer is op 22 december 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief over genderdiversiteit in de top (Kamerstukken II 2022/23, 30420, nr. 378).

TZ202212-032 Begin 2023 ontvangt de Tweede Kamer de contouren van de aanpak van online geweld in het nationaal actieprogramma tegen seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld.

Debat [05-12-2022] - Wetgevingsoverleg Emancipatiebeleid

De Tweede Kamer is op 13 januari 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief «Aanbieding Nationaal Actieprogramma Aanpak seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld» (Kamerstukken II 2022/23, 34843, nr. 67).

tz_OCW_2021_19 De eerste stand van zaken betreffende de uitvoering van DUO ontvangt de Tweede Kamer in januari 2022.

Debat [17-06-2021] - WGO Verantwoordingsdebat Slotwet 2020, Jaarverslag OCW 2020 en Staat van het Onderwijs

De Tweede Kamer is op 13 juni 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Stand van Uitvoering Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) 2021’ (Kamerstukken II 2021/22, 25268, nr. 208).

TZ202211-278 In het Onderwijsakkoord (Kamerstuk 35 925-VIII, nr. 184) is afgesproken een verkenning naar één cao uit te voeren, waarin de wens van de vakbonden om rechtstreeks met de minister te onderhandelen wordt betrokken. Deze verkenning loopt en wordt eind 2022 afgerond. Na afronding van de verkenning ontvangt de Tweede Kamer een reactie hierop van de minister OCW.

Debat [24-11-2022] - Begrotingsbehandeling OCW 2023 plenaire behandeling voortzetting, onderdeel onderwijs

De Tweede Kamer is op 18 april 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Kabinetsreactie IBO "Koersen op kwaliteit en kansengelijkheid’ (Kamerstuknummer II 2022/23, 31293, nr. 669).

tz_OCW_2022_10 De minister informeert de Tweede Kamer in een brief over de hoge studieschulden van studenten uit het Caribisch deel. In de brief gaat hij in op de problematiek, de stand van zaken en de aanpak.

Debat [17-02-2022] - Tweeminutendebat Voortgang OCW in Caribisch Nederland

De Tweede Kamer is op 6 juli 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Vierlandenoverleg OCW en Voortgang Caribische Landen’ (Kamerstukken II 2022/23, 36200-VIII, nr. 254).

tz_OCW_2022_38 De Tweede Kamer wordt halfjaarlijks geïnformeerd over het proces Doorontwikkelen Applicatielandschap Bekostiging.

Debat [07-04-2022] - Commissiedebat Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO)

De Tweede Kamer is op 6 december 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Voortgangsbrief IT-traject Doorontwikkelen Applicatielandschap Bekostiging bij DUO’ (Kamerstukken II 2022/23, 26643, nr. 946).

tz_OCW_2022_39 In de eerstvolgende Rapportage DAP ontvangt de Tweede Kamer het verbeterplan inzake strategische en tactische sturing van bekostigingssystemen evenals een uitgebreide risicoinventarisatie.

Debat [07-04-2022] - Commissiedebat Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO)

De Tweede Kamer is op 6 december 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Voortgangsbrief IT-traject Doorontwikkelen Applicatielandschap Bekostiging bij DUO’ (Kamerstukken II 2022/23, 26643, nr. 946).

TZ202211142 De bewindspersonen (de heer Dijkgraaf en de heer Wiersma) zeggen toe dat zij zich in de OCW Begroting 2024 richten op de beleidsdoelen, inclusief het aanscherpen van deze beleidsdoelen, én deze laten aansluiten bij de Strategische Evaluatie Agenda. Het betreft dan geactualiseerde beleidsindicatoren passend bij de prioriteiten in de begroting.

Debat [17-11-2022] - Wetgevingsoverleg OCW Begrotingsonderzoek

De Tweede Kamer is op 8 juni 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Voortgang aanpassing niet-financiële informatie in begroting OCW 2024 en later’ (Kamerstukken II 2022/23, 36200 VIII, nr. 227).

TZ202211-273 Ter vermindering van de werkdruk van leraren is de maatregel aangekondigd om naar duidelijker eisen aan onderwijskwaliteit en een eenduidige opdracht te gaan (Kamerstuk 31293, nr. 651). Ter uitvoering van deze maatregel gaat de Inspectie van het Onderwijs de onderzoekskaders concretiseren en aanpassen, die midden 2023 naar de Tweede Kamer worden gestuurd.

Debat [24-11-2022] - Begrotingsbehandeling OCW 2023 plenaire behandeling voortzetting, onderdeel onderwijs

De Tweede Kamer is op 6 juli 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Onderzoekskaders 2023 Inspectie van het Onderwijs en de verslagen van de Ringen’ (Kamerstukken II 2022/23, 36200 VIII, nr. 249).

TZ202212-090 In de zomer van 2023 ontvangt de Tweede Kamer de brief inzake aanpassing van de onderzoekskaders op standaard basisvaardigheden plus (in brede zin) op kwaliteit.

Debat [14-12-2022] - Commissiedebat Onderzoekskaders 2022 Inspectie van het Onderwijs

De Tweede Kamer is op 6 juli 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Onderzoekskaders 2023 Inspectie van het Onderwijs en de verslagen van de Ringen’ (Kamerstukken II 2022/23, 36200 VIII, nr. 249).

202302169 De Tweede Kamer ontvangt voor de zomer een update over de onderzoekskaders.

Debat [01-02-2023] - Tweeminutendebat Onderzoekskaders 2022 Inspectie van het Onderwijs (CD 14/12)

De Tweede Kamer is op 6 juli 2023 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Onderzoekskaders 2023 Inspectie van het Onderwijs en de verslagen van de Ringen’ (Kamerstukken II 2022/23, 36200 VIII, nr. 249).

tz_OCW_2021_76 In het eerste kwartaal van 2022 ontvangt de Tweede Kamer een overzicht van de noodzakelijke stappen die gezet moeten worden om alle instellingen te laten aansluiten bij informatievoorziening over digitale bedreigingen.

Debat [01-12-2021] - Commissiedebat Digitalisering en privacy in het onderwijs

De Tweede Kamer is op 14 juli 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief 'Verhogen digitale veiligheid onderwijs en onderzoek '(Kamerstukken II 2021/22, 35925-VIII, nr. 190).

tz_OCW_2021_77 In het eerste kwartaal van 2022 ontvangt de Tweede Kamer een stappenplan om te komen tot een gedeeld normenkader ten aanzien van digitale veiligheid.

Debat [01-12-2021] - Commissiedebat Digitalisering en privacy in het onderwijs

De Tweede Kamer is op 14 juli 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Verhogen digitale veiligheid onderwijs en onderzoek’ (Kamerstukken II 2021/22, 35925-VIII, nr. 190).

tz_OCW_2021_78 De Tweede Kamer wordt door de minister van OCW geïnformeerd over de wijze waarop instellingen in hun jaarverslag kunnen rapporteren over de stappen die zij hebben gezet en die zij gaan zetten op het gebied van digitale veiligheid (Kamerstukken II 2021/22, 35925-VIII, nr. 190).

Debat [01-12-2021] - Commissiedebat Digitalisering en privacy in het onderwijs

De Tweede Kamer is op 14 juli 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief ‘Verhogen digitale veiligheid onderwijs en onderzoek’ (Kamerstukken II 2021/22, 35925-VIII, nr. 190).

tz_OCW_2021_79 In het eerste kwartaal van 2022 wordt de Tweede Kamer door de minister van OCW geïnformeerd over informatie die mogelijk gedeeld zou kunnen worden ten aanzien van het IBOP-volwassenheids-niveau van instellingen.

Debat [01-12-2021] - Commissiedebat Digitalisering en privacy in het onderwijs

De Tweede Kamer is op 14 juli 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief over het verhogen digitale veiligheid onderwijs en onderzoek geïnformeerd (Kamerstukken II 2021/22, 35925-VIII, nr. 190).

tz_OCW_2021_81 De minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs informeert zo snel mogelijk over de mogelijkheden om tot een meldplicht bij cyberaanvallen te komen voor alle instellingen in het funderend onderwijs.

Debat [01-12-2021] - Commissiedebat Digitalisering en privacy in het onderwijs

De Tweede Kamer is op 14 juli 2022 over deze toezegging geïnformeerd met de brief 'Verhogen digitale veiligheid onderwijs en onderzoek '(Kamerstukken II 2021/22, 35925-VIII, nr. 190).

TZ202211148 Voor de begrotingsbehandeling ontvangt de Twede Kamer brieven over: - schoolmaaltijden - examens - toezicht - «vrij en veilige school» - rapportage NPO-gelden – voorgangsrapportage basisvaardigheden - lwoo/pro (leerwegondersteunend onderwijs /praktijkonderwijs) - huisvesting - antwoord op verslag SO leraren - financiële positie van schoolbesturen en samenwerkingsverbanden.

Debat [17-11-2022] - Wetgevingsoverleg OCW Begrotingsonderzoek

De brieven over de onderwerpen waaraan de toezegging refereert zijn aan de Tweede Kamer gezonden.

TZ202211149 De Tweede Kamer ontvangt brieven over de volgende onderwerpen: - Emancipatie – studiefinanciering - medezeggenschap - menukaart leermiddelen mbo - toekomst hoger onderwijs - financiële impuls krimpregio's.

Debat [17-11-2022] - Wetgevingsoverleg OCW Begrotingsonderzoek

De brieven over de onderwerpen waaraan de toezegging refereert zijn aan de Tweede Kamer gezonden.

Het wetvoorstel inzake zwangerschapsverlof voor mbo-studenten ontvangt de Tweede Kamer begin 2019.

Debat [07-03-2018] - Loopbaanoriëntatie en -begeleiding

Aan deze toezegging is uitvoering gegeven met de opname van de Wet Versterken positie mbo-studenten, gepubliceerd in Staatsblad 2020, 234.

tz_OCW_2022_13 De Tweede Kamer ontvangt in maart het wetsvoorstel Bestuurlijk instrumentarium.

Debat [09-03-2022] - Commissiedebat Sociale Veiligheid op school

Nadere memorie van antwoord Wet uitbereiding bestuurlijk instrumentarium onderwijs is op 16 maart 2023 naar de Eerste Kamer gestuurd (Kamerstukken II 2022//23, 35920, nr. G).

Toezeggingen (niet afgerond)
Tabel 130 Door bewindslieden gedane toezeggingen die nog niet zijn afgerond

Debat [08-12-2015] - Erfgoedwet

T02203 De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Schnabel (D66), toe rapporten van deskundigencommissies met betrekking tot de vervreemding van cultuurgoederen door andere publiekrechtelijke rechtspersonen dan gemeenten, provincies en Rijk in principe openbaar te maken als die aan haar toegezonden zijn.

De Erfgoedwet trad op 1 juli 2016 in werking. Bij het uitbrengen van rapportages door deskundigencommissies worden deze gedeeld met de Eerste Kamer en worden deze op de website van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed gepubliceerd.

Debat [14-11-2022] - Wetgevingsoverleg Cultuur

TZ202211166 De Tweede Kamer wordt in 2023 per brief geïnformeerd over de evaluatie naar de werking van het immaterieel erfgoedveld (UNESCO), welke knelpunten daarbij zichtbaar zijn en welke mogelijkheden er zijn om deze aan te pakken.

De Tweede Kamer wordt in het voorjaar 2024 per brief geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [14-11-2022] - Wetgevingsoverleg Cultuur

TZ202211165 In het najaar van 2023 ontvangt de Tweede Kamer het beleidskader internationaal cultuurbeleid (ICB) voor de periode 2025-2028.

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar per brief geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [29-06-2023] - Commissiedebat Uitgangspuntenbrief culturele basisinfrastructuur 2025-2028 (BIS)

TZ202307-011 De Tweede Kamer wordt voor het WGO Cultuur d.d. 6 november 2023 op de hoogte gehouden van de pilot en de status van het project inzake de motie Van Strien betreffende de ‘maatschappelijke impact’ van instellingen in het aanvraag- en verantwoordingsproces van de nieuwe BIS (Kamerstuk 32 820, nr. 473).

De Tweede Kamer wordt voor de begrotingsbehandeling geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [29-06-2023] - Commissiedebat Uitgangspuntenbrief culturele basisinfrastructuur 2025-2028 (BIS)

TZ202307-012 De Tweede Kamer wordt voor het WGO Cultuur d.d. 6 november 2023 geïnformeerd over de aanpak van de nulmeting naar de toegankelijkheid en deelname van mensen met een beperking in de cultuursector.

De Tweede Kamer wordt voor de begrotingsbehandeling geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [06-07-2023] - Tweeminutendebat Uitgangspuntenbrief culturele basisinfrastructuur 2025-2028 (BIS) (CD 29/6)

TZ202307-014 De Tweede Kamer ontvangt na de zomer 2023 een brief waarin een verduidelijking op de verantwoordelijkheidsverdeling tussen de fondsen inzake amateur/professional wordt gegeven.

De Tweede Kamer wordt voor de begrotingsbehandeling geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [08-12-2020] - Wijziging van de Mediawet 2008 met het oog op de versterking van het toekomstperspectief van de publieke omroep (Antwoord regering en re- en dupliek)

T03062 De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Pijlman (D66) en Bikker (ChristenUnie), toe de proeve van een nieuwe omroepstelsel ook naar de Eerste Kamer te sturen en daarin aandacht te besteden aan objectiveerbare criteria.

De Eerste Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [02-02-2021] - Wijziging van de Mediawet 2008 in verband met aanscherping van de nieuwedienstenprocedure, modernisering van procedures voor de benoeming van raden van toezicht en besturen, modernisering van het bestuur en verduidelijking van de positie van de Ster, alsmede technische verbeteringen onder meer in verband met taken van het Commissariaat voor de Media (35042)

T03079 De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Janssen (SP), toe om bij het monitoren van de werkwijze van de ACM ook de nieuwe taak van de ACM in de dienstenprocedure te monitoren, te weten het uitvoeren van een markteffectanalyse bij de aanvraag van een nieuw aanbodkanaal, in het bijzonder ten aanzien van de Wet openbaarheid van bestuur. De Eerste Kamer wordt hierover geïnformeerd.

De Eerste Kamer is op 14 juni 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstukken I 2022/23, 35042, nr. N). Voor het einde van het jaar wordt de Eerste Kamer nader geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [29-11-2021] - Wetgevingsoverleg (WGO) OCW-begroting, onderdeel Media

tz_OCW_2021_68 Vóór de zomer van 2022 ontvangt de Tweede Kamer de Mediabrief. Hierin zit ook een stand van zaken van de ontwikkelingen rond de "toelatingseisen".

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [13-04-2022] - Tweeminutendebat Steunpakket voor de culturele en creatieve sector (CD d.d. 10/03)

tz_OCW_2022_49 Of men nu terughoudend is in het organiseren van evenementen omdat dat risico er is en wat dat doet met de markt: voor de zomer ontvangt de Tweede Kamer een brief over de ervaringen in de afgelopen maanden.

Bij het zich voordoen van nieuwe ontwikkelingen zal de Tweede Kamer in het voorjaar worden geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [06-07-2022] - Commissiedebat Hoofdlijnenbrief Media

tz_OCW_2022_115 In de Mediabegrotingsbrief wordt o.a. aandacht besteed aan: audiodescriptie; beleidsreactie op Rapport van Dialogic «Prominentie in beeld» inzake vindbaarheid van regionale zenders; de samenwerkingsagenda rond NLZiet, Start en On demand.

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [21-06-2022] - debat over de staat van de rechtsstaat, en over: het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2022 (35925-VI)

T03479 Overleg/debat van de Commissie voor Justitie en Veiligheid (J&V). De Staatssecretaris voor Cultuur en Media zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Nicolaï (PvdD), toe schriftelijk te reageren hoe persoonlijke belangen worden gewogen in verhouding tot de openbare toegankelijkheid van archiefstukken van de overheid.

De Eerste Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [14-11-2022] - Wetgevingsoverleg Cultuur

TZ202211161 De Tweede Kamer ontvangt voor de zomer van 2023 een meerjarenplan, waarin de rol van de culturele en creatieve sector bij maatschappelijke opgaven verder wordt uitgewerkt. Hierbij wordt zowel de inzet van ontwerp en ontwerpend onderzoek bij maatschappelijke opgaven als de inzet van creativiteit, kunst en cultuur bij maatschappelijke opgaven, zoals in de zorg en het sociale domein, opgenomen en bovendien het onderwerp wat cofinanciering door andere departementen concreet kan inhouden.

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [28-11-2022] - Wetgevingsoverleg Media

TZ202211-288 Na de zomer 2023 ontvangt de Tweede Kamer een reactie van de regering op het definitieve advies van het adviescollege landelijke publieke omroep. In deze reactie neemt de regering ook de reactie op de Beleidsdoorlichting artikel 15 – Media van 25 oktober 2022 (2022D48668) mee.

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [28-11-2022] - Wetgevingsoverleg Media

TZ202211-289 In februari 2023 wordt de Tweede Kamer geïnformeerd over de uitkomsten van de gesprekken met de samenwerkingstafels over NLZiet ter uitvoering van de motie Van Strien/Sjoerdsma (Kamerstuk 32 827, nr. 266).

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [28-11-2022] - Wetgevingsoverleg Media

TZ202211-290 Voor de zomer 2023 wordt de Tweede Kamer geïnformeerd over de uitkomsten van de gesprekken met de NPO en collegeomroepen die gaan over de arbeidsmarktpositie van personen die werkzaam zijn bij en voor de omroepen.

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [28-11-2022] - Wetgevingsoverleg Media

TZ202211-291 De Algemene Rekenkamer wordt verzocht om een vervolgonderzoek te doen naar de mate waarin de gedane aanbevelingen uit het rapport van de Algemene Rekenkamer van 10 december 2019 (Kamerstuk 32 827, nr. 180) door de NPO zijn opgevolgd.

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [28-11-2022] - Wetgevingsoverleg Media

TZ202211-294 De Tweede Kamer ontvangt voor de zomer van 2023 een brief over de toegankelijkheid, waaronder ondertiteling, van regionale publieke omroepen.

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [28-11-2022] - Wetgevingsoverleg Media

TZ202211-296 In evaluatie van de zogenoemde evenementenlijst in 2023 wordt het punt van de toegankelijkheid meegenomen. Ook wordt dan gekeken of de definitie van een opzet net in deze tijd nog passend is.

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [22-03-2023] - Wijziging van de Mediawet 2008 in verband met het invoeren van een investeringsverplichting ten behoeve van Nederlands cultureel audiovisueel product (36176)

TZ202303-075 en TZ202304-054 De Tweede Kamer ontvangt een brief waarin wordt uiteengezet of bij deze voorgestelde wetswijziging Caribisch Nederland is meegenomen en indien dit niet het geval is, waarom dit wetsvoorstel niet van toepassing is op Caribisch Nederland.

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [22-03-2023] - Wijziging van de Mediawet 2008 in verband met het invoeren van een investeringsverplichting ten behoeve van Nederlands cultureel audiovisueel product (36176)

TZ20223-077 De Tweede Kamer wordt schriftelijk geïnformeerd over de hoeveelheid, omvang en inhoud van talentprogramma's van streamingdiensten.

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [22-03-2023] - Wijziging van de Mediawet 2008 in verband met het invoeren van een investeringsverplichting ten behoeve van Nederlands cultureel audiovisueel product (36176)

202304056 De Tweede Kamer ontvangt een evaluatieplan, waarin wordt uitgewerkt welke aspecten bij de evaluatie worden betrokken.

De Tweede Kamer wordt in het voorjaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [24-05-2023] - Archivering van stukken door bewindspersonen onder de archiefwet en de Woo/Wob

TZ202305-134 De Tweede Kamer ontvangt begin 2024 de modelselectielijst voor chatberichten.

De Tweede Kamer wordt in het voorjaar verder geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [01-06-2023] - Debat persvrijheid en persveiligheid

TZ202306-031 De staatssecretaris zegt m.b.t. de motie van de leden Mohandis en Van der Plas inzake een verhoudingsgewijs eerlijke bijdrage van regionale en lokale omroepen en mediabedrijven aan PersVeilig (Kamerstuk 31 777, nr. 43) toe dat de Tweede Kamer in het najaar (in de mediabegrotingsbrief) wordt geïnformeerd over de gesprekken die zullen worden gevoerd tussen de lokale omroepsector en PersVeilig.

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [01-06-2023] - Debat persvrijheid en persveiligheid

TZ202306-032 De Tweede Kamer zal in oktober worden geïnformeerd over de aangehouden motie van het lid Kwint inzake in de mediabrief voorstellen doen om de kwetsbare positie van freelancejournalisten substantieel te verbeteren (Kamerstuk 31 777, nr. 44 ).

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [01-06-2023] - Debat persvrijheid en persveiligheid

TZ202306-033 De Tweede Kamer wordt geïnformeerd over de gesprekken van de staatssecretaris van OCW met de NVJ en mogelijk ook met de Raad voor de Journalistiek over hoe zelfregulering in de journalistiek kan worden versterkt en of de overheid de juiste accreditatie hanteert.

De Tweede Kamer wordt in 2024 geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [01-06-2023] - Debat persvrijheid en persveiligheid

TZ202306-034 De Tweede Kamer wordt volgend voorjaar in de voortgangsrapportage geïnformeerd over de definitieve uitkomsten inzake de motie van het lid Kwint om te onderzoeken hoe de pluriformiteit van het media-aanbod kan worden gewaarborgd (Kamerstuk 32 827, nr. 236).

De Tweede Kamer wordt in het voorjaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [01-06-2023] - Debat persvrijheid en persveiligheid

TZ202306-035 De Tweede Kamer wordt per brief geïnformeerd wat de rol van de staatssecretaris van OCW is bij het tegengaan van desinformatie.

De Tweede Kamer wordt in het voorjaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [29-06-2023] - Commissiedebat Uitgangspuntenbrief culturele basisinfrastructuur 2025-2028 (BIS)

TZ202307-013 In de meerjarenbrief, die Tweede Kamer in oktober 2023 ontvangt, zal de Tweede Kamer worden geïnformeerd over het meefinancieren van cultuur door andere departementen.

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [27-01-2022] - Wijziging van onder meer de Wet educatie en beroepsonderwijs met het oog op de verbetering van de rechtsbescherming van mbo-studenten

tz_OCW_2022_4 De minister informeert de Tweede Kamer twee jaar na de inwerkingtreding in 2023, in de zomer van 2025, in een tussenrapportage over de implementatie van het wetsvoorstel. Hij gaat daarin ook in op de wijze waarop er wordt omgegaan met studenten met een beperking of chronische ziekte en de rol van het ministerie.

De Tweede Kamer zal in een tussenrapportage in 2025 worden geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [20-04-2022] - Wijziging van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES in verband met uitbreiding van de uitzonderingsmogelijkheid om het onderwijs en de examens van mbo-opleidingen op Bonaire in het Papiaments aan te bieden

tz_OCW_2022_51 De rol van het Nederlands heeft grote aandacht. Samen met minister Wiersma zal minister Dijkgraaf daar in het kader van de onderwijsagenda Caribisch Nederland uitgebreid aandacht aan besteden. Hij verwacht dan ook in het derde kwartaal van 2022 de Tweede Kamer hierover verder te rapporteren.

De Tweede Kamer wordt in 2024 geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [27-06-2022] - Slotwet, Jaarverslag en Staat van het Onderwijs 2021

tz_OCW_2022_68 De minister gaat na de zomer onder andere ook werken aan een langeretermijnvisie voor het vervolgonderwijs. Hij wil daarbij niet alleen het ho, maar ook heel nadrukkelijk het mbo betrekken.

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [27-06-2022] - Slotwet, Jaarverslag en Staat van het Onderwijs 2021

tz_OCW_2022_75 Na de zomer komt er een kabinetsvisie over de doorstroom in de beroepskolom, van het vo naar het mbo en het hbo. Hierin wordt ook ingaan op de gevraagde langetermijnvisie op het vervolgonderwijs, waarin meer waardering is voor beroepsonderwijs en praktische vaardigheden.

De Tweede Kamer is op 20 oktober 2022 per brief geïnformeerd (Kamerstukken II 2022/23, 31524 nr. 515) en wordt voor het einde van het jaar verder geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [27-06-2022] - Slotwet, Jaarverslag en Staat van het Onderwijs 2021

TZ_OCW_2022_76 Na de zomer komt de brief met een lange termijn toekomstverkenning op het vervolgonderwijs (krimp versus groei mbo/ho).

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [27-06-2022] - Slotwet, Jaarverslag en Staat van het Onderwijs 2021

tz_OCW_2022_102 Na de zomer komt er een brief over het masterplan basisvaardigheden en volgt ook de voortgangsrapportage van Tel mee met Taal.

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [30-06-2022] - Commissiedebat Beleidsbrief Hoger onderwijs en Wetenschap

tz_OCW_2022_106 In de «Toekomstverkenning hoger onderwijs» gaat de minister in: Op de ontwikkelingen rond de Bologna-afspraken (o.a. uitstroom bachelor naar arbeidsmarkt); Op bruikbare ervaringen met internationalisering voor het mbo.

De Tweede Kamer wordt voor de begrotingsbehandeling geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [09-11-2022] - Commissiedebat MBO

TZ202211150 In de Toekomstverkenning mbo worden ook de mogelijkheden van «hybride» docentschap meegenomen, evenals eventuele financiële stimuleringsmogelijkheden. Ook wordt hierin aandacht besteed aan ondersteuningsbehoeften van mbo-studenten die zijn doorgestroomd vanuit het passend onderwijs.

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [09-11-2022] - Commissiedebat MBO

TZ202211147 Het actieplan Leven Lang Ontwikkelen (LLO) ontvangt de Tweede Kamer in het voorjaar van 2023.

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [24-11-2022] - Begrotingsbehandeling OCW 2023 plenaire behandeling voortzetting, onderdeel onderwijs

TZ202211-269 De Tweede Kamer wordt per brief geïnformeerd over de spoedig uit te voeren staatssteuntoets voor subsidie aan de Ambachtsacademie.

De Tweede Kamer wordt voor de begrotingsbehandeling geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [24-11-2022] - Begrotingsbehandeling OCW 2023 plenaire behandeling voortzetting, onderdeel onderwijs

TZ2202211-260 In het voorjaar van 2023 ontvangt de Tweede Kamer de brief met de toekomstverkenning Leven Lang Ontwikkelen (LLO), bestaande uit een toekomstvisie LLO en een actieplan. Deze toekomstverkenning LLO, Leven Lang Ontwikkelen, die onder verantwoordelijkheid ligt van minister Wiersma en minister Van Gennip, komt in het voorjaar naar de Tweede Kamer. De bredere waaier van het vervolgonderwijs, onder verantwoordelijkheid van minister Dijkgraaf, in het kader van de stelselverkenning. Voor de zomer maakt de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap samen met de minister voor Langdurige Zorg en Sport afspraken met het veld over de pilots inzake innovatieve vormen van begeleiding. Daarna wordt de Kamer per brief geïnformeerd.

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [16-02-2023] - Commissiedebat Macrodoelmatigheid mbo

TZ202303003 De schoolkostenmonitor komt, inclusief de beleidsreactie, voor de zomer.

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [07-06-2023] - Commissiedebat Kansengelijkheid in het funderend onderwijs

TZ202306-115 Na de zomer ontvangt de Tweede Kamer het aanvalsplan voortijdig schoolverlaten.

Momenteel wordt bezien hoe aan deze toezegging uitvoering kan worden gegeven.

Debat [30-05-2023] - Eerste Kamer debat over de behandeling van het wetsvoorstel voor de basisbeurs in het hoger onderwijs

T03626 De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Fiers (PvdA), toe dat hij de vraag of het overzicht met maatregelen voor jongeren zoals beschreven in de Tweede Kamerbrief van 13 april 2023 (Kamerstukken II 2022/23, 35 883, nr. 2) met daarin onder andere maatregelen voor mbo versus hbo en universitair onderwijs geactualiseerd kan blijven worden en aan de Kamers kan worden aangeboden, naar de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zal doorgeleiden en met hem in gesprek hierover zal gaan.

Momenteel wordt bezien hoe aan deze toezegging uitvoering kan worden gegeven.

Gedaan op: 23 juni 2023. Verantwoordelijke(n) Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties /Kamerstukken Wet elektronische publicaties (35.218)

T02944 De staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Verkerk (ChristenUnie), toe haar de tussentijdse evaluatie in 2022 van het programma ‘Samen aan de slag voor een vaardig Nederland’ te sturen.

Wanneer aan deze toezegging kan worden voldaan is nog onbekend.

Debat [17-04-2012] - Mondeling overleg met de Staatssecretaris inzake de uitvoering van de motie Ganzevoort c.s. (Eerste Kamerstuk 32 618, I)

T01480 De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van vragen en opmerkingen van de leden Koole (PvdA) en Ganzevoort (GL), toe dat het comprimeren van deeltijdstudies niet ten koste mag gaan van de kwaliteit en dat dit aan de onderwijsinstellingen wordt gecommuniceerd.

Dit is een toezegging waaraan ook in de toekomst zal blijven worden voldaan.

Debat [21-06-2018] - AO Internationalisering in het hoger onderwijs

tz_OCW_2018_89 De inwerkingtreding van de wijziging van de WHW en de WEB gericht op de randvoorwaarden voor Engelstalige opleidingen is voorzien op 1 maart 2020 en zal de Tweede Kamer tijdig bereiken.

Deze toezegging zal in de uitwerking van de maatregelen die zijn genoemd in de brief over beheersing internationale studentenstromen d.d. 21 april 2023 (Kamerstukken II, 22452, nr. 85) worden meegenomen.

Debat [11-12-2019] - WGO Wet Taal en Toegankelijkheid

tz_OCW_2019_228 De Tweede Kamer ontvangt de conceptregeling over de beoordelingskaders voor de capaciteitsfixus vóór de vaststelling van de desbetreffende ministeriële regeling.

De Minister van OCW heeft voorgenomen de Wet Taal en Toegankelijkheid in te trekken. De Tweede Kamer is hierover geïnformeerd per brief van 21 april 2023, (Kamerstukken II 2022/23, 22452, nr. 85). Zodra de wet definitief wordt ingetrokken, vervalt deze toezegging.

Debat [10-02-2020] - Notaoverleg Strategische Agenda hoger onderwijs

tz_OCW_2020_25 De Tweede Kamer ontvangt een brief over de uitwerking van het plan van hbo-instellingen inzake beroepsmasters in het hbo.

De Tweede Kamer zal voor de begrotingsbehandeling worden geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [18-11-2021] - Begrotingsbehandeling OCW 2022 plenaire behandeling voortzetting, onderdeel onderwijs

tz_OCW_2021_49 Op basis van de evaluatie van de coronaperiode (die evaluatie komt in het voorjaar beschikbaar) wil de minister graag met de onderwijskoepels en de instellingen, maar ook met studentenorganisaties uitdenken hoe ze tot een gebalanceerde visie kunnen komen inzake de balans tussen digitaal en fysiek onderwijs.

De Tweede Kamer zal voor de begrotingsbehandeling worden geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [11-04-2022] - Notaoverleg hoofdlijnenbrief Hoger onderwijs en wetenschappelijk onderwijs en onderzoek (HO en WO)

tz_OCW_2022_45 De Tweede Kamer ontvangt een schriftelijke reactie op de vraag over het Profileringsfonds

De Tweede Kamer wordt voor de begrotingsbehandeling geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [27-06-2022] - Slotwet, Jaarverslag en Staat van het Onderwijs 2021

tz_OCW_2022_77 De Tweede Kamer ontvangt een brief over de instroomnorm voor pabo's.

De Tweede Kamer wordt in 2024 geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [19-10-2022] - Wijziging van de Wet studiefinanciering 2000 in verband met de invoering van nieuwe betaalmethoden in het openbaar vervoer (36126)

Tz_2022_10138 De minister informeert de Tweede Kamer per brief over de mogelijkheden van en de wijze waarop een uniforme regeling voor het hoger onderwijs kan worden ingevoerd, waarin wordt geregeld het tijdstip wanneer een studie is volbracht in relatie tot het recht op collegeldrestitutie. Dit mede naar aanleiding van de verkenning van de Vereniging van Hogescholen en Universiteiten van Nederland, die eind december 2022 wordt verwacht.

De Tweede Kamer wordt voor de begrotingsbehandeling geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [24-11-2022] - Begrotingsbehandeling OCW 2023 plenaire behandeling voortzetting, onderdeel onderwijs

De Tweede Kamer ontvangt voor de zomer van 2023 een toekomstverkenning hoger onderwijs, waarin aandacht wordt besteed aan flexibilisering, digitalisering en personalisering van het onderwijs.

De Tweede Kamer is op 13 februari 2023 per brief geïnformeerd (Kamerstukken II 2022/23, 31523, nr. 548) en wordt voor het einde van het jaar nader geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [24-11-2022] - Begrotingsbehandeling OCW 2023 plenaire behandeling voortzetting, onderdeel onderwijs

TZ202211-265 De Tweede Kamer wordt in de loop van 2023 geïnformeerd over het plan van hogescholen over de uitbreiding van het aanbod van praktijkgerichte masters.

De Tweede Kamer wordt voor de begrotingsbehandeling geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [31-01-2023] - Debat over de werving van internationale studenten

TZ202302-058 Voor de zomer van 2023 ontvangt de Tweede Kamer de publicatie van de Toekomstverkenning hoger onderwijs en wetenschap. Deze toekomstverkenning hangt nauw samen met de toekomstverkenning mbo. In de toekomstverkenning wordt aandacht besteed aan internationalisering, waaronder de bekostigingssystematiek voor internationale studenten.

De Tweede Kamer wordt voor de begrotingsbehandeling geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [31-01-2023] - Debat over de werving van internationale studenten

202302061 Na de zomer van 2023 ontvangt de Tweede Kamer de reactie van de minister op de Toekomstverkenning hoger onderwijs en wetenschap. Hierin zal ook de samenhang met het mbo worden betrokken.

De Tweede Kamer wordt voor de begrotingsbehandeling geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [31-01-2023] - Debat over de werving van internationale studenten

TZ202302-058 Voor de zomer 2023 ontvangt de Tweede Kamer de publicatie van de Toekomstverkenning hoger onderwijs en wetenschap. Deze toekomstverkenning hangt nauw samen met de toekomstverkenning mbo. In de toekomstverkenning wordt aandacht besteed aan internationalisering, waaronder de bekostigingssystematiek internationale studenten.

De Tweede Kamer wordt voor de begrotingsbehandeling geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [31-01-2023] - Debat over de werving van internationale studenten

TZ202302-061 Na de zomer 2023 ontvangt de Tweede Kamer de reactie van de minister op de Toekomstverkenning hoger onderwijs en wetenschap. Hierin zal ook de samenhang met mbo worden betrokken.

De Tweede Kamer wordt voor de begrotingsbehandeling geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [15-02-2023] - Wijziging van onder meer de Wet studiefinanciering 2000 in verband met de herinvoering van de basisbeurs in het hoger onderwijs, de verstrekking van een tegemoetkoming aan studenten die onder het studievoorschotstelsel hebben gestudeerd en de verruiming van de 1-februariregeling voor ho-studenten die zijn doorgestroomd vanuit het mbo (Wet herinvoering basisbeurs hoger onderwijs) (36229)

TZ202302-151 De minister komt voor de Begrotingsbehandeling met een plan van aanpak inzake de studiefinanciering van studenten uit de BES-eilanden, bezien vanuit het perspectief van de Wet Studiefinanciering.

De Tweede Kamer wordt voor de begrotingsbehandeling geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [15-06-2023] - Commissiedebat Internationalisering hoger onderwijs (HO)

TZ202306-192 De minister gaat in gesprek met de Taalunie om niveau 5F te definiëren en informeert de Tweede Kamer voor het eind van het jaar (2023) over de uitkomsten van dit gesprek.

Momenteel wordt bezien hoe aan deze toezegging uitvoering kan worden gegeven.

Debat [26-06-2023] - Wetgevingsoverleg (WGO) Slotwet, Jaarverslag 2022 en de Staat van het Onderwijs 2022

TZ202306-297 Dit najaar ontvangt de Tweede Kamer een inhoudelijke reactie op het rapport van de Inspectie van het Onderwijs over de rechtsstructuren van instellingen.

Momenteel wordt bezien hoe aan deze toezegging uitvoering kan worden gegeven.

Debat [26-06-2023] - Wetgevingsoverleg (WGO) Slotwet, Jaarverslag 2022 en de Staat van het Onderwijs 2022

TZ202306-299 Aan het einde van dit kalenderjaar ontvangt de Tweede Kamer een update over de voortgang van het vrijstellingenbeleid van lerarenopleidingen (inzake het verlenen van vrijstellingen voor het pedagogisch-didactische gedeelte bij het behalen van een tweede bevoegdheid).

Momenteel wordt bezien hoe aan deze toezegging uitvoering kan worden gegeven.

Debat [26-06-2023] - Wetgevingsoverleg (WGO) Slotwet, Jaarverslag 2022 en de Staat van het Onderwijs 2022

TZ202306-305 Na de zomer ontvangt de Tweede Kamer een brief over de selectie(procedure) bij instellingen in het hoger onderwijs, waarin verdere duiding wordt gegeven hoe met selectie kan worden omgegaan in het kader van kansengelijkheid en toegankelijkheid van het hoger onderwijs.

De Tweede Kamer wordt voor de begrotingsbehandeling geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [30-05-2023] - Eerste Kamer debat over de behandeling van het wetsvoorstel voor de basisbeurs in het hoger onderwijs

T03627 De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Fiers (PvdA), toe dat er breed onderzoek en monitoring gedaan zal worden naar de effecten van het leenstelsel en het basisbeursstelsel. Daarin worden aspecten zoals studielasten, woningmarkt, arbeidsmarkt et cetera meegenomen. De minister zal in een brief op een rijtje zetten hoe de (uitvoering van de) toezegging precies vormgegeven wordt.

Momenteel wordt bezien hoe aan deze toezegging uitvoering kan worden gegeven.

Debat [30-05-2023] - Eerste Kamer debat over de behandeling van het wetsvoorstel voor de basisbeurs in het hoger onderwijs

T03628 De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap geeft, naar aanleiding van een opmerking van het lid Fiers (PvdA), aan in gesprek te zijn met DUO over onderzoek naar het probleem van uitwonende studenten die tussen wal en schip terecht zijn gekomen, omdat ze niet zijn ingeschreven bij de gemeente. De Eerste Kamer wordt hier graag over geïnformeerd.

De Eerste Kamer wordt voor de begrotingsbehandeling geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [06-06-2017] - Debat bevordering Internationalisering in het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek

T02448 De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Martens (CDA), Bruijn (VVD) en Nooren (PvdA), toe over twee jaar met de VSNU en het Rectoren College te overleggen over de uitbreiding van het ius promovendi, over vijf jaar de wetswijziging te evalueren en die mee te nemen bij de Balans van de wetenschap in 2022. De naleving van de handreiking, het transnationale aspect, het toenemende aantal Engelstalige masteropleidingen en de aansluiting van die opleidingen op de beroepspraktijk worden daarbij betrokken.

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [24-11-2022] - Begrotingsbehandeling OCW 2023 plenaire behandeling voortzetting, onderdeel onderwijs

TZ202211-261 In 2023 wordt een onderzoek gestart naar de vraag of zelfcensuur en beperking van diversiteit van perspectieven in de wetenschap en het hoger onderwijs een rol spelen (zie motie Van der Woude, Kamerstuk 35 925-VIII, nr. 40). Het streven is een rapport voor het einde voor het eind van 2023 te sturen naar de Tweede Kamer.

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [24-11-2022] - Begrotingsbehandeling OCW 2023 plenaire behandeling voortzetting, onderdeel onderwijs

TZ202211-263 De uitwerking van de visie op jonge onderzoekers wordt in de tweede helft van 2023 naar de Tweede Kamer gestuurd.

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [18-04-2023] - Commissiedebat Wetenschapsbeleid

TZ202304-180 De minister informeert de Tweede Kamer in het najaar over de gesprekken tussen de NWO en de Radboud universiteit over de financiering van HFML-Helix.

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [18-04-2023] - Commissiedebat Wetenschapsbeleid

TZ202304-184 De tussentijdse evaluatie van het nationaal actieplan voor meer diversiteit en inclusie in het hoger onderwijs en onderzoek wordt in het najaar met de Tweede Kamer gedeeld.

De Tweede Kamer wordt in het najaar 2023 geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [18-04-2023] - Commissiedebat Wetenschapsbeleid

TZ202304-185 In het najaar informeert de minister de Tweede Kamer over de internationale vergelijking m.b.t. selecteren van onderzoek en de impact van afwijking van de internationale norm.

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [18-04-2023] - Commissiedebat Wetenschapsbeleid

TZ202304-186 De visie op jonge onderzoekers wordt in het najaar van 2023 naar de Tweede Kamer gestuurd.

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [18-04-2023] - Commissiedebat Wetenschapsbeleid

TZ202304-187 Zodra het onderzoek en het gesprek tussen de de UNL en de universiteiten naar en over externe financiering is afgerond, wordt de uitkomst hiervan met de Tweede Kamer gedeeld. (Najaar)

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [18-04-2023] - Commissiedebat Wetenschapsbeleid

TZ202304-188 De toekomstverkenning wordt rond de zomer met de Tweede Tweede Kamer gedeeld. De beleidsreactie hierop ontvangt de Tweede Kamer na de zomer. Hierin wordt ook de bekostiging meegenomen.

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [09-05-2023] - Commissiedebat dierproeven MOCW/MLNV

TZ202305-020 De Tweede Kamer wordt voor de zomer over de motie over het onderzoek naar niet-humane primaten geïnformeerd, zodat mogelijkerwijs de onderzoeksopdracht na de zomer kan worden verleend en de Tweede Kamer erop kan reageren, waarbij de resultaten eind 2024 zouden kunnen worden gedeeld.

De Tweede Kamer in 2024 geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [26-06-2023] - Wetgevingsoverleg (WGO) Slotwet, Jaarverslag 2022 en de Staat van het Onderwijs 2022

TZ202306-294 Voor het einde van het jaar wordt de Tweede Kamer geïnformeerd over de algemene uitkomsten van het onderzoek naar de loyaliteitsverklaringen van Chinese promovendi.

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [06-11-2019] - Begrotingsbehandeling OCW, onderdeel onderwijs

tz_OCW_2019_185 Er is een wetsvoorstel in voorbereiding waarmee, op basis van het regeerakkoord, duidelijke eisen worden gesteld aan het beroep op de vrijstelling voor thuisonderwijs.

De Tweede Kamer wordt voor de begrotingsbehandeling geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [01-02-2022] - Plenair debat over aanpassingen in de doorstroom van het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs en wijziging van de stelselinrichting van doorstroom-toetsen en toetsen verbonden aan leerlingvolgsystemen en onderwijs-volgsystemen in het basisonderwijs (35.671)

T03344 De minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Fiers (PvdA) en Van Apeldoorn (SP), toe om onderzoek te doen naar de effecten van een later aanmeldmoment voor de motivatie van leerlingen en dit mee te nemen in de evaluatie van het wetsvoorstel.

De Tweede Kamer wordt in 2024 geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [01-02-2022] - Plenair debat over aanpassingen in de doorstroom van het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs en wijziging van de stelselinrichting van doorstroom-toetsen en toetsen verbonden aan leerlingvolgsystemen en onderwijs-volgsystemen in het basisonderwijs (35.671)

T03345 De minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Pijlman (D66), toe dat de Inspectie van het Onderwijs ook expliciet toezicht zal gaan houden op de kwaliteit van het onderwijs dat leerlingen na afname van de eindtoets ontvangen alsmede de onderwijstijd, dat dit zal worden gemonitord en in de evaluatie van het wetsvoorstel zal worden meegenomen.

De Tweede Kamer wordt in 2024 geïnformeerd over deze toezegging.

Deze toezegging is op 12 mei 2022 door Sociale Zaken en Werkgelegenheid overgedragen aan Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Bekend in administratie van SZW onder registratienummer 4202. Verwijzing in administratie SZW: Uitgaande brief [19-11-2021] - Verzoek stand van zaken afdoening moties.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zegt toe een adviesaanvraag te doen aan de Landsadvocaat waarin hij het vraagstuk voorlegt van de definitie van problematisch gedrag, gekoppeld aan het vraagstuk van toezicht op informele scholing.

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [01-12-2022] - Commissiedebat Onderwijshuisvesting en ventilatie van onderwijsgebouwen in het funderend onderwijs

TZ202212-008 De Tweede Kamer wordt in de eerste helft van 2023 geïnformeerd over het advies van een groep van deskundigen over wat nodig is voor inclusief onderwijs en daarbij behorende huisvesting.

De Tweede Kamer wordt in het voorjaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [24-11-2022] - Begrotingsbehandeling OCW 2023 plenaire behandeling voortzetting, onderdeel onderwijs

TZ202211-281 Het duidelijk afbakenen van de begrippen anti-integratief, antidemocratisch en anti-rechtsstatelijk landt in een wetsvoorstel, waarover de Tweede Kamer begin 2023 wordt geïnformeerd.

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [14-12-2022] - Commissiedebat Onderzoekskaders 2022 Inspectie van het Onderwijs

TZ202212-094 In Q1 2023 ontvangt de Tweede Kamer een brief over de uitwerking informeel onderwijs, waarin ook wordt ingegaan op anti-integratief lesmateriaal.

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [01-02-2023] - Tweeminutendebat Digitalisering in het onderwijs (CD 1/12)

TZ202302-179 Google heeft toegezegd om rond augustus 2023 een versie van Chrome gereed te hebben waarin alle privacyrisico's zijn weggenomen. De minister zal de Tweede Kamer dan informeren over de uitkomst daarvan.

De Tweede Kamer wordt voor de begrotingsbehandeling geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [07-06-2023] - Commissiedebat Kansengelijkheid in het funderend onderwijs

TZ202306-094 Het wetsvoorstel inzake o.a. inhuur van uitzendkrachten in het onderwijs komt begin 2024 naar de Tweede Kamer.

Momenteel wordt bezien hoe aan deze toezegging uitvoering kan worden gegeven.

Debat [07-06-2023] - Commissiedebat Kansengelijkheid in het funderend onderwijs

TZ202306-095 Voor het zomerreces komen de plannen over vve en kinderopvang in een gezamenlijke brief met de minister van SZW naar de Tweede Kamer.

Momenteel wordt bezien hoe aan deze toezegging uitvoering kan worden gegeven.

Debat [07-06-2023] - Commissiedebat Kansengelijkheid in het funderend onderwijs

TZ202306-096 De Tweede Kamer wordt op de hoogte gehouden over een verkenning inzake een eventuele invoering van de leerplicht voor 4-jarigen.

Momenteel wordt bezien hoe aan deze toezegging uitvoering kan worden gegeven.

Debat [07-06-2023] - Commissiedebat Kansengelijkheid in het funderend onderwijs

TZ202306-108 Binnenkort ontvangt de Tweede Kamer een visie over digitalisering.

Momenteel wordt bezien hoe aan deze toezegging uitvoering kan worden gegeven.

Debat [26-06-2023] - Wetgevingsoverleg (WGO) Slotwet, Jaarverslag 2022 en de Staat van het Onderwijs 2022

TZ202306-296 Voor de begrotingsbehandeling (najaar 2023) ontvangt de Tweede Kamer een verzamelbrief met de stand van zaken wat betreft alle moties rondom medezeggenschap, randvoorwaarden, vergoeding, ondersteuning, communicatie et cetera.

Momenteel wordt bezien hoe aan deze toezegging uitvoering kan worden gegeven.

Debat [03-07-2023] - Wetgevingsoverleg (WGO) Wet tijdelijke nieuwkomersvoorzieningen in het onderwijs.

TZ202307-015 De Tweede Kamer zal jaarlijks rondom de Begrotingsbehandeling op de hoogte worden gehouden van de monitoring van het aantal leerlingen dat gebruik maakt van de tijdelijke nieuwkomersvoorzieningen.

Momenteel wordt bezien hoe aan deze toezegging uitvoering kan worden gegeven.

Debat [03-07-2023] - Wetgevingsoverleg (WGO) Wet tijdelijke nieuwkomersvoorzieningen in het onderwijs.

TZ202307-016 In 2023 wordt gestart met een toekomstverkenning naar een structureel kader voor nieuwkomersonderwijs. Het mbo wordt in deze verkenning meegenomen alsmede de doorstroming naar het regulier onderwijs en de positie van het openbaar onderwijs. De Tweede Kamer wordt in december 2023 per brief geïnformeerd over de eerste resultaten van deze verkenning en mogelijke contouren, waarbij ook een indicatie van een tijdpad wordt opgenomen.

Momenteel wordt bezien hoe aan deze toezegging uitvoering kan worden gegeven.

Debat [03-07-2023] - Wetgevingsoverleg (WGO) Wet tijdelijke nieuwkomersvoorzieningen in het onderwijs.

TZ202307-017 Na de zomer 2023 wordt de Tweede Kamer per brief geïnformeerd over de wijze waarop de aanpassing van de startdatum inzake de nieuwkomersbekostiging zal worden uitgevoerd en over de mogelijkheden van het nemen van tussentijdse maatregelen inzake deze bekostiging.

Momenteel wordt bezien hoe aan deze toezegging uitvoering kan worden gegeven.

Debat [03-07-2023] - Wetgevingsoverleg (WGO) Wet tijdelijke nieuwkomersvoorzieningen in het onderwijs.

TZ202307-018 In het najaar van 2023 wordt de Tweede Kamer geïnformeerd over de mogelijkheden tot het wegnemen van de knelpunten inzake de kleine scholentoeslag.

Momenteel wordt bezien hoe aan deze toezegging uitvoering kan worden gegeven.

Debat [19-04-2016] - VAO Onderwijshuisvesting PO/VO

tz_OCW_2016_92 In 2020 volgt de evaluatie van de Wet overheveling buitenonderhoud po.

De Tweede Kamer wordt in 2024 geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [24-01-2019] - AO Leraren

tz_OCW_2019_11 De Tweede Kamer wordt geïnformeerd over mogelijk onbedoelde effecten van de doordecentralisatie van huisvesting op de financiële reserves.

De Tweede Kamer wordt in 2024 geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [08-10-2020] - AO Toereikendheid en doelmatigheid onderwijsbekostiging (McKinsey Rapport)

tz_OCW_2020_85 De minister BVOM zegt toe de Tweede Kamer een brief te zenden met daarin een overzicht van mogelijkheden van niveaudifferentiatie in het funderend onderwijs.

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [15-06-2021] - Debat inzake Wijziging van een aantal onderwijswetten ivm verduidelijking van burgerschapsopdracht aan scholen in het funderend onderwijs - Voortzetting van 8 juni 2021)

T03201 De minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Pijlman (D66) en Sent (PvdA), toe dat alle stukken die betrekking hebben op de uitvoering en handhaving van het wetsvoorstel, zoals themaonderzoeken van de Inspectie van het Onderwijs en informatie over de ontwikkelingen rondom en de aanpak van antidemocratisch en anti-integratief gedachtegoed, niet alleen aan de Tweede Kamer maar ook aan de Eerste Kamer verstuurd zullen worden.

Dit is een doorlopende toezegging.

Debat [18-11-2021] - Begrotingsbehandeling OCW 2022 plenaire behandeling voortzetting, onderdeel onderwijs

tz_OCW_2021_61 Betreffende het sponsorconvenant: De minister kan toezeggen de Tweede Kamer te informeren op het moment dat we gaan starten (met de evaluatie).

De Tweede Kamer wordt in het voorjaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [09-03-2022] - Commissiedebat Sociale Veiligheid op school

tz_OCW_2022_12 Eind mei/begin juni ontvangt de Tweede Kamer het inspectierapport inzake de herstelopdracht aan Gomarus met een reactie van de minister.

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [06-04-2022] - Commissiedebat Curriculum funderend onderwijs po/vo

tz_OCW_2022_42 De Tweede Kamer ontvangt na de zomer een brief over de doorstroom vmbo naar mbo en over de nieuwe leerweg.

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [29-06-2022] - Tweeminutendebat Masterplan basisvaardigheden (CD 14/6)

tz_OCW_2022_112 Betreffende welke wetenschappelijke principes het beste werken in welke methode: Na de zomer komt de minister hierop terug bij de evaluatie van de gratis schoolboeken.

De Tweede Kamer wordt voor de begrotingsbehandeling geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [01-12-2022] - Commissiedebat Onderwijshuisvesting en ventilatie van onderwijsgebouwen in het funderend onderwijs

TZ202212-006 De Tweede Kamer ontvangt in het eerste kwartaal van 2023 de beleidsreactie op de eindrapportage van de Taskforce financiën en de uitwerking van de motie inzake het revolverend fonds voor de onderwijshuisvesting (Kamerstuk 36200 VIII, nr. 89).

De Tweede Kamer is op 17 april 2023 geïnformeerd met de brief over onderwijshuisvesting geïnformeerd (Kamerstukken II parlementair jaar 2022-2023, 36200-VIII, nr. 218) en wordt voor het einde van het jaar verder geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [01-12-2022] - Commissiedebat Onderwijshuisvesting en ventilatie van onderwijsgebouwen in het funderend onderwijs

TZ202212-007 In de eerste helft van 2023 ontvangt de Kamer de voorhang wijziging Bouwbesluit, waarin de verplichting voor het plaatsen van CO2-meters wordt opgenomen alsmede de nieuwe norm voor toegankelijkheid van schoolgebouwen naar aanleiding van Europese normen.

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [24-11-2022] - Begrotingsbehandeling OCW 2023 plenaire behandeling voortzetting, onderdeel onderwijs

TZ202211-267 De Tweede Kamer ontvangt in het voorjaar 2023 een visiebrief op het beroepsonderwijs in het funderend onderwijs, waarin aandacht wordt besteed aan de wijze waarop praktische vaardigheden een stevige plek kunnen krijgen in de procedure van schooladvisering en doorstroomtoetsen.

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [24-11-2022] - Begrotingsbehandeling OCW 2023 plenaire behandeling voortzetting, onderdeel onderwijs

De Tweede Kamer wordt in het eerste kwartaal van 2023 geïnformeerd over verschillende opties om binnen de grenzen van artikel 23 Grondwet te kijken naar het verbieden van (delen van) identiteitsverklaringen.

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [13-12-2022] - Tweeminutendebat verzamelbrief moties en toezeggingen primair en voortgezet onderwijs

TZ202212-104 In de eerste helft van 2023 ontvangt de Tweede Kamer een brief met een aantal mogelijkheden en richtingen over het toevoegen van praktijk aan de havo. In de brief worden ook de mogelijkheden verkend om de invoering van praktijk breder van toepassing te laten zijn dan de havo. In de brief worden ook de mogelijkheden verkend om de invoering van praktijk breder van toepassing te laten zijn dan de havo.

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [13-12-2022] - Tweeminutendebat verzamelbrief moties en toezeggingen primair en voortgezet onderwijs

TZ202212-105 In de eerste helft van 2023 ontvangt de Tweede Kamer een brief over het beroepsonderwijs, waarin ook ingegaan wordt op de visie op de gemengde en de theoretische leerweg.

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [14-12-2022] - Commissiedebat Onderzoekskaders 2022 Inspectie van het Onderwijs

TZ202212-092 In de loop van 2023 wordt de Tweede Kamer geïnformeerd over de evaluatie door de Inspectie van het onderwijs over de predicaten «goed» en «excellent» met daarbij ook aandacht voor waardering van groei van zwakke scholen.

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [14-12-2022] - Commissiedebat Onderzoekskaders 2022 Inspectie van het Onderwijs

TZ202212-093 De Tweede Kamer ontvangt eind 2023 een brief over hoe de onaangekondigde bezoeken door de Inspectie van het Onderwijs over de predicaten «goed» en «excellent» met daarbij ook aandacht voor waardering van groei van zwakke scholen.

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [14-12-2022] - Commissiedebat Onderzoekskaders 2022 Inspectie van het Onderwijs

TZ202212-095 Eind 2023 ontvangt de Tweede Kamer in de volgende voortgangsrapportage het nieuwe onderwijsresultatenmodel. In die rapportage wordt ook het beredeneerd (vs. berekend) oordeel van de Inspectie van het Onderwijs opgenomen.

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [29-03-2023] - Tweeminutendebat Examens

TZ202303-087 In de volgende rapportage komt de minister terug op de duimregeling voor staatsexamenkandidaten.

Momenteel wordt bezien hoe aan deze toezegging uitvoering kan worden gegeven.

Debat [22-05-2023] - Notaoverleg Curriculum funderend onderwijs en masterplan basisvaardigheden

TZ202306-008 De Tweede Kamer zal in het najaar 2023 worden geïnformeerd over het landelijk curriculum, de eindtoets rekenen en de noodzakelijke maatregelen voor de lerarenopleidingen.

De Tweede Kamer wordt voor de begrotingsbehandeling geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [22-05-2023] - Notaoverleg Curriculum funderend onderwijs en masterplan basisvaardigheden

TZ202306-009 De Tweede Kamer ontvangt voor het zomerreces 2023 de visie op de toekomst van het funderend onderwijs.

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [22-05-2023] - Notaoverleg Curriculum funderend onderwijs en masterplan basisvaardigheden

TZ202306-010 De Tweede Kamer ontvangt in het najaar 2023 een reactie op het advies van de Stichting Platforms VMBO.

Momenteel wordt bezien hoe aan deze toezegging uitvoering kan worden gegeven.

Debat [22-05-2023] - Notaoverleg Curriculum funderend onderwijs en masterplan basisvaardigheden

TZ202306-011 De Tweede Kamer ontvangt voor het zomerreces 2023 een schriftelijke reactie op de petitie 'Neem sociale en emotionele vaardigheden op in het curriculum'.

De tweede Kamer wordt voor de begrotingsbehandeling geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [07-06-2023] - Commissiedebat Kansengelijkheid in het funderend onderwijs

TZ202306-114 Er komt een brief over de brede brugklas (dit betreft een check op de populatie).

Momenteel wordt bezien hoe aan deze toezegging uitvoering kan worden gegeven.

Debat [07-06-2023] - Commissiedebat Kansengelijkheid in het funderend onderwijs

TZ202306-292 In het najaar 2023 wordt de Tweede Kamer geïnformeerd over een alternatief voor de predicaten ‘goed’ en ‘excellent’.

Momenteel wordt bezien hoe aan deze toezegging uitvoering kan worden gegeven.

Debat [26-06-2023] - Wetgevingsoverleg (WGO) Slotwet, Jaarverslag 2022 en de Staat van het Onderwijs 2022

TZ202306-293 Na de zomer wordt de Tweede Kamer geïnformeerd over de kerndoelen basisvaardigheden inclusief het tijdspad hoe deze kerndoelen worden geïmplementeerd.

Momenteel wordt bezien hoe aan deze toezegging uitvoering kan worden gegeven.

Debat [26-06-2023] - Wetgevingsoverleg (WGO) Slotwet, Jaarverslag 2022 en de Staat van het Onderwijs 2022

TZ202306-295 In de tweede helft van dit jaar ontvangt de Tweede Kamer een plan over hoe leraren zich als beroepsgrond (= beroepsgroep) beter en succesvol kunnen organiseren.

Momenteel wordt bezien hoe aan deze toezegging uitvoering kan worden gegeven.

Debat [03-07-2023] - Wetgevingsoverleg (WGO) Wet tijdelijke nieuwkomersvoorzieningen in het onderwijs.

TZ202307-019 In het najaar 2023 wordt de Tweede Kamer in het kader van de bredere lerarenstrategie geïnformeerd over de aanpak van het lerarentekort Nederlands als tweede taal en over hoe meer aandacht komt voor NT2 in de lerarenopleiding.

Momenteel wordt bezien hoe aan deze toezegging uitvoering kan worden gegeven.

Debat [05-07-2017] - Voortgangsrapportage Passend Onderwijs

tz_OCW_2017_38 Aan het einde van het jaar is het wetsvoorstel gereed om samenwerkingsverbanden te verplichten een doorzettingsmacht te regelen.

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [02-07-2018] - Passend onderwijs

tz_OCW_2018_110 In het nog te ontvangen wetsvoorstel inzake instemming van de medezeggenschapsraad op hoofdlijnen van de begroting wordt ook de medezeggenschap van ondersteuningsprofielen meegenomen.

De Tweede Kamer wordt in het voorjaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [21-02-2019] - AO Onderwijs en Zorg

tz_OCW_2019_39 De ministers informeren de Tweede Kamer voortaan elk halfjaar (in juni en december) over de voortgang met betrekking tot 'onderwijs en zorg', te beginnen in juni 2019. De eerstvolgende voortgangsrapportage zal onder meer ingaan op het onderwerp aanbesteding van zorg binnen het onderwijs.

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [05-02-2020] - AO Onderwijs en Zorg

tz_OCW_2020_21 De Tweede Kamer ontvangt het wetsvoorstel inzake de doorzettingsmacht.

De Tweede Kamer wordt in het voorjaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [13-01-2021] - AO mbo (+ praktijkonderwijs)

tz_OCW_2021_6 De minister BVOM zegt toe een reactie aan de Tweede Kamer te sturen op het advies van Van Schoonhoven in samenhang met het wettelijke traject versterking samenwerking praktijkonderwijs en mbo.

De Tweede Kamer wordt voor de begrotingsbehandeling geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [27-06-2022] - Slotwet, Jaarverslag en Staat van het Onderwijs 2021

TZ_OCW_2022_86 Inzake het aantal lesgebonden taken van leraren, maar ook de wet- en regelgeving over bijvoorbeeld bevoegdheden en examens: De minister informeert de Tweede Kamer daar dan in 2023 over, ook als uitkomst van een traject dat ze in de werkagenda met elkaar hebben afgesproken.

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [27-06-2022] - Slotwet, Jaarverslag en Staat van het Onderwijs 2021

tz_OCW_2022_95 Inzake de governance van de samenwerkingsverbanden: Begin 2023 brengt de minister een wetsvoorstel in internetconsultatie, waarin wordt geregeld dat interne toezichthouders bij een samenwerkingsverband ook echt onafhankelijk zijn.

De Tweede Kamer wordt in het voorjaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [27-06-2022] - Slotwet, Jaarverslag en Staat van het Onderwijs 2021

tz_OCW_2022_90 Het wetsvoorstel over het hoorrecht wil de minister uiterlijk aan het einde van het jaar naar de Tweede Kamer sturen.

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [05-04-2023] - Commissiedebat Passend Onderwijs

TZ202304-043 Bij de wetgeving over onderwijs en zorg wordt de doorzettingsmacht en de onafhankelijkheid hiervan meegenomen.

De Tweede Kamer wordt in het voorjaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [05-04-2023] - Commissiedebat Passend Onderwijs

TZ202304-041 Na de zomer ontvangt de Tweede Kamer informatie over snellere ondersteuning aan leerlingen.

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [05-04-2023] - Commissiedebat Passend Onderwijs

TZ202304-038 Voor het einde van het jaar wordt de Tweede Kamer geïnformeerd over de uitwerking van digitaal onderwijs.

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [05-04-2023] - Commissiedebat Passend Onderwijs

TZ202304-036 Voor het einde van het jaar wordt de Tweede Kamer geïnformeerd over de ambitie van inclusief onderwijs per 1 januari 2024.

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [05-04-2023] - Commissiedebat Passend Onderwijs

TZ202304-035 Vóór 1 juli a.s. wordt de ruimte voor de onderwijszorgarrangementen aan de Tweede Kamer schriftelijk medegedeeld.

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [31-05-2023] - Commissiedebat zorg en onderwijs

TZ202306-001 Na de zomer ontvangt de Tweede Kamer een terugkoppeling over de gesprekken inzake de toegankelijkheid van (digitale) leermiddelen.

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [31-05-2023] - Commissiedebat zorg en onderwijs

TZ202306-002 Voor het eind van het jaar volgt een brief over de gewenste infrastructuur voor zieke leerlingen.

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [31-05-2023] - Commissiedebat zorg en onderwijs

TZ202306-004 Voor de zomer wordt de Tweede Kamer geïnformeerd over de budgetten inzake residentieel onderwijs.

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [07-06-2023] - Commissiedebat Kansengelijkheid in het funderend onderwijs

TZ202306-089 Een gezamenlijke brief met minister Dijkgraaf over samenwerking tussen mbo en praktijkonderwijs komt voor het zomerreces naar de Tweede Kamer (over de systematiek van het leerplusarrangement en het plafond in het praktijkonderwijs.

Momenteel wordt bezien hoe aan deze toezegging uitvoering kan worden gegeven.

Debat [07-06-2023] - Commissiedebat Kansengelijkheid in het funderend onderwijs

TZ202306-097 De schoolkostenmonitor komt in de zomer naar de Tweede Kamer.

Momenteel wordt bezien hoe aan deze toezegging uitvoering kan worden gegeven.

Debat [07-06-2023] - Commissiedebat Kansengelijkheid in het funderend onderwijs

TZ202306-101 Een besluit over de ouderbijdrage komt voor de OCW-begroting in een brief naar de Tweede Kamer.

Momenteel wordt bezien hoe aan deze toezegging uitvoering kan worden gegeven.

Debat [07-06-2023] - Commissiedebat Kansengelijkheid in het funderend onderwijs

TZ202306-104 Binnenkort ontvangt de Kamer een wetsvoorstel inzake een VOG (voor bijles).

Momenteel wordt bezien hoe aan deze toezegging uitvoering kan worden gegeven.

Debat [07-06-2023] - Commissiedebat Kansengelijkheid in het funderend onderwijs

TZ202306-112 De subsidieregeling over de verrijkte schooldag komt voor de zomer naar de Tweede Kamer.

Momenteel wordt bezien hoe aan deze toezegging uitvoering kan worden gegeven.

Debat [07-06-2023] - Commissiedebat Kansengelijkheid in het funderend onderwijs

TZ202306-113 Bij de begroting ontvangt de Tweede Kamer een brief over het programma School en Omgeving.

Momenteel wordt bezien hoe aan deze toezegging uitvoering kan worden gegeven.

Debat [14-09-2021] - Plenaire beh. Wijz. van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek ivm het evenwichtiger maken van de verhouding tussen het aantal mannen en vrouwen in het bestuur en de RvC van grote naamloze en besloten vennootschappen

T03270 De minister voor Rechtsbescherming zegt de Eerste Kamer toe, naar aanleiding van een vraag van het lid Karimi (GroenLinks), dat bij de evaluatie van de wet de assumptie - dat als de raad van commissarissen diverser wordt gemaakt, de raad van bestuur ook vanzelf diverser wordt - onderzocht zal worden en dat indien mocht blijken dat dit niet het geval is, er passend beleid komt.

De Eerste Kamer wordt bij de tussenevaluatie van de topvrouwenwet in 2027 geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [06-12-2021] - WGO Begrotingsonderdeel Emancipatie

Het kabinet gaat één keer per jaar rapporteren over de ontwikkelingen en de NLse inzet t.a.v. zorgwekkende ontwikkelingen op gendergelijkheid, SRGR en gelijke rechten LHBTI-personen in de EU’.

Het kabinet rapporteert jaarlijks over deze toezegging.

Debat [05-12-2022] - Wetgevingsoverleg Emancipatiebeleid

TZ202212-028 De Tweede Kamer wordt in 2023 geïnformeerd over de pilots én de resultaten van de pilots inzake het betrekken van uitwerkingsgerechtigde en niet-uitkeringsgerechtigde vrouwen bij (in) de arbeidsmarkt.

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [05-12-2022] - Wetgevingsoverleg Emancipatiebeleid

TZ202212-033 Voor de zomer van 2023 ontvangt de Tweede Kamer een beleidsreactie op het onderzoek in welke mate in Nederland niet-medisch noodzakelijke ingrepen plaatsvinden bij jonge intersekse kinderen.

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [05-12-2022] - Wetgevingsoverleg Emancipatiebeleid

TZ202212-034 Voor de zomer 2023 wordt de Tweede Kamer geïnformeerd over de uitkomsten van het onderzoek door de Interdepartementale werkgroep inzake het wetsvoorstel Meerouderschap en meerpersoonsgezag.

De Tweede Kamer wordt voor de Begrotingsbehandeling geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [05-12-2022] - Wetgevingsoverleg Emancipatiebeleid

TZ202212-035 Begin 2023 ontvangt de Tweede Kamer de uitkomsten van het onderzoek naar benodigde wetgeving en regelgeving voor de «X» (aanduiding) in officiële documenten.

De Tweede Kamer is 6 juli 2023 met de brief over het voorkomen van niet-medisch noodzakelijke non-consensuele behandelingen intersekse kinderen geïnformeerd over deze toezegging (Kamerstukken II 2022/23, 30420, nr. 384).

Debat [24-05-2023] - Commissiedebat Integrale aanpak seksueel grensoverschrijdend gedrag

TZ202305-109 De Tweede Kamer wordt na de zomer (via commissie JenV) nader geïnformeerd over het herstelrecht.

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [24-05-2023] - Commissiedebat Integrale aanpak seksueel grensoverschrijdend gedrag

TZ202305-110 Voor de zomer 2023 ontvangt de Tweede Kamer de resultaten van de quickscan straatintimidatie (J&V) en voortgang uitvoering motie van Van der Woude (Kamerstuk 36200-VIII-153)(OCW).

De minister van JenV kijkt op dit moment wanneer de Tweede Kamer geïnformeerd kan worden over deze toezegging.

Debat [24-05-2023] - Commissiedebat Integrale aanpak seksueel grensoverschrijdend gedrag

TZ202305-112 Deze zomer ontvangt de Tweede Kamer de resultaten van het onderzoek naar digitaal seksueel geweld tegen vrouwen.

De Tweede Kamer wordt voor de begrotingsbehandeling geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [24-05-2023] - Commissiedebat Integrale aanpak seksueel grensoverschrijdend gedrag

TZ202305-113 Eind van 2023 ontvangt de Tweede Kamer een nadere concretisering van de doelen van het Nationaal Actieprogramma Aanpak seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld.

De Tweede Kamer wordt (door de minister van SZW) voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [24-05-2023] - Commissiedebat Integrale aanpak seksueel grensoverschrijdend gedrag

TZ202305-115 Voor het einde van 2023 zal de Tweede Kamer worden geïnformeerd over de gesprekken over de kwetsbare positie van mensen met een beperking en de mate waarin zij geconfronteerd worden met seksueel grensoverschrijdend gedrag. (Via VWS).

De Tweede Kamer wordt (door de minister van VWS) voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [24-05-2023] - Commissiedebat Integrale aanpak seksueel grensoverschrijdend gedrag

TZ202305-116 In het eerste kwartaal van 2024 ontvangt de Tweede Kamer de voortgangsbrief seksuele gezondheid, waarin ook aandacht zal zijn voor de rol van ouders bij weerbaarheid van kinderen bij seksueel grensoverschrijdend gedrag. (VWS).

De Tweede Kamer wordt in het voorjaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [24-05-2023] - Commissiedebat Integrale aanpak seksueel grensoverschrijdend gedrag

TZ202305-117 Minister Dijkgraaf informeert in het najaar van 2023 de Tweede Kamer over de uitkomsten van de gesprekken die hij voert met de Rutgers stichting.

De Tweede Kamer wordt voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [24-05-2023] - Commissiedebat Integrale aanpak seksueel grensoverschrijdend gedrag

TZ202305-118 In de zomer ontvangt de Tweede Kamer een ‘procesbrief’ waarin wordt aangegeven welke acties en brieven de Tweede kamer kan verwachten n.a.v. Het nationaal actieprogramma aanpak seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld.

De Tweede Kamer wordt (door de minister van SZW) voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze toezegging.

Debat [24-05-2023] - Commissiedebat Integrale aanpak seksueel grensoverschrijdend gedrag

TZ202305-111 De positie van ZZP-ers (en schijnzelfstandigen) wordt meegenomen in de Arbovisie 2040, die de Tweede Kamer in de zomer 2023 ontvangt.

De Tweede Kamer wordt (door de minister van SZW) voor het einde van het jaar geïnformeerd over deze toezegging.

33.862 Initiatiefvoorstel-Bisschop, Van Meenen en Rog Doeltreffender regeling van het onderwijstoezicht

T02245 De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zegt de Eerste Kamer, naar aanleiding van een opmerking van het lid Ganzevoort (GroenLinks), toe dat zowel het rapport van de inspectie over de deugdelijkheidseisen als het rapport over de bevindingen (het stimulerende deel) openbare stukken zijn.

De rapporten van de Inspectie van het onderwijs over de deugdelijkheidseisen en over de bevindingen (het stimulerende deel) zijn en blijven openbare stukken.

Debat [26-06-2019] - Wetgevingsoverleg over de Slotwet en het jaarverslag: in het kader van de operatie «Meer inzicht in Kwaliteit» wordt de beleidsdoorlichting als aandachtspunt bij de behandeling van het Jaarverslag meegenomen)

tz_OCW_2019_130 De Tweede Kamer ontvangt elk jaar voorafgaand aan de OCW-begrotingsbehandeling een overzicht van lopende experimenten en pilots, met looptijd en evaluatiemomenten. Dit overzicht zal voortaan jaarlijks worden verschaft.

Aan deze toezegging wordt jaarlijks uitvoering gegeven voorafgaand aan de begrotingsbehandeling en verder voor het einde van het jaar.

Debat [07-12-2015] - Notaoverleg over de initiatiefnota van het lid Straus: Krimp in het voortgezet onderwijs - van kramp naar kans

tz_OCW_2015_218 In de tweede helft van 2016 ontvangt de Tweede Kamer een verkennende studie over faillissement van scholen.

Wetsvoorstellen over de pre-pack worden afgewacht. Het is nog niet duidelijk wanneer de Tweede Kamer geïnformeerd wordt over deze toezegging.

Bijlage 4: Subsidieoverzicht

Artikel 1 Primair onderwijs
Tabel 131 Subsidies artikel 1 (bedragen x € 1.000)

Art. 1

Naam subsidie(regeling) (met hyperlink naar vindplaats)

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Laatste evaluatie (jaartal + hyperlink naar vindplaats)

Volgende evaluatie (jaartal)

Einddatum subsidie-(regeling) (jaartal)

 

Regeling onderwijsvoorzieningen voor jongeren met een handicap

24.400

27.878

27.878

27.878

27.878

27.878

27.878

geen

2024

20241

 

Regeling Stichting Nederlands Onderwijs in het Buitenland 2019–2023

12.064

12.930

14.528

14.528

14.528

14.528

14.528

geen

2024

2027

 

Regeling subsidieverstrekking voor godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs op openbare scholen2

14.764

17.473

18.051

18.051

18.051

18.051

18.051

geen

2023

2024

 

Academische ziekenhuizen en SBD's voor onderwijs aan zieke leerlingen2

7.444

7.716

7.716

7.716

7.716

7.716

7.716

2018

2024

2024

 

Aanpassen lesmateriaal voor visueel gehandicapte en dyslectische leerlingen(Dedicon)

4.334

4.389

4.389

4.389

4.389

4.389

4.389

2021

2026

2024

 

Woord en gebaar

35

35

35

35

35

35

35

2014

2024

2024

 

Goed worden, goed blijven (PO-Raad)

5.658

5.058

4.700

4.700

   

20203

2025

2025

 

Nederlands Gebarencentrum

487

550

550

550

550

550

550

2021

2026

2024

 

Ouderorganisatie

1.275

1.365

1.365

1.365

1.365

1.365

1.365

2014

2024

2024

 

Stichting gedragswerk

765

750

750

750

750

750

750

2015

2024

2024

 

Onderwijsconsulenten (Stichting Ondersteuning scholen en ouders)

5.236

2.708

4.000

4.000

4.000

4.000

4.000

geen

2023

2024

 

Ondersteuning aanpak lerarentekort

2.695

8.793

15.400

15.400

14.500

17.500

17.500

2015

2026

2026

 

Subsidieregeling andere eindtoetsen PO

5.247

6.000

6.000

6.000

6.000

6.000

6.000

2019

2024

2024

 

Nationaal Onderwijsmuseum

550

550

550

550

550

550

550

geen

2023

2023

 

Landelijke Geschillencommissie

1.067

1.271

1.300

1.300

1.300

1.300

1.300

2021

2026

2023

 

Versterking ICT en externe connectiviteit (SIVON)

2.807

2.121

     

geen

2024

2025

 

Subsidieregeling post-initiële leergang bewegingsonderwijs

8.510

7.774

8.000

8.000

8.000

8.000

8.000

geen

2024

2024

 

Ondersteuning nieuwkomers (PO-Raad)

872

1.047

1.285

1.200

1.200

1.200

1.200

geen

2024

2024

 

Curriculum.nu (Stichting Leerplanontwikkeling)

3.742

2.890

1.202

    

geen

2024

2024

 

Gerichte interventies voor het verbeteren van de basisvaardigheden PO

108.661

156.294

224.765

221.053

214.169

215.181

215.727

geen

2024

2024

 

School en Omgeving

20.733

77.740

174.404

221.983

245.373

264.134

264.132

geen

2023

2025

 

Nationaal Groeifonds

 

3.893

9.090

5.200

2.750

2.750

2.750

geen

2024

2024

 

Schoolmaaltijden

 

60.827

     

geen

2024

2023

 

Digitale school

  

7.350

7.850

7.850

7.850

7.850

geen

2025

2025

 

Programmatische aanpak Onderwijshuisvesting

 

5.040

10.700

11.000

10.300

10.900

10.200

geen

2024

2025

 

Residentieel instrument

 

4.200

9.000

11.000

11.000

11.500

11.500

geen

2025

2024

 

Brugfunctionaris

  

40.285

40.285

40.285

40.285

40.285

geen

2027

2027

 

Ruimte OK

800

764

     

geen

2024

2023

 

Gelijke Kansen Alliantie

  

7.850

7.850

7.850

7.850

7.850

geen

2028

2028

 

Overige beschikkingen op basis Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS en SLOA

1.380

1.778

1.077

4.273

11.858

13.414

14.999

divers

divers

divers

 

Totaal subsidie(regelingen)

233.526

421.834

602.220

646.906

662.247

687.676

689.105

   
X Noot
1

De regelingen/verleningen worden jaarlijks getoetst en opnieuw toegekend.

X Noot
2

X Noot
3

Evaluatie via monitor bestuursakkoord PO 2017.

Artikel 3 Voortgezet onderwijs
Tabel 132 Subsidies artikel 3 (bedragen x € 1.000)

Art. 3

Naam subsidie(regeling) (met hyperlink naar vindplaats)

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Laatste evaluatie (jaartal + hyperlink naar vindplaats)

Volgende evaluatie (jaartal)

Einddatum subsidie-(regeling) (jaartal)

 

Stichting Kennisnet (basissubsidie) po, vo, mbo

24.161

36.786

25.076

17.940

17.940

17.940

17.940

2021

nnb

20231

 

Instellingssubsidie stichting School en Veiligheid

2.258

2.258

2.258

2.258

2.258

2.258

2.258

2022

nvt

20231

 

Instellingssubsidie INGRADO

1.945

1.945

1.945

1.945

1.945

1.945

1.945

2020

nvt

20231

 

Instellingssubsidie Combo/Laks

672

672

672

672

672

672

672

2021

2026

20231

 

Instellingssubsidie stichting Lowan

489

489

489

489

489

489

489

2020

nvt

20231

 

(Instellings)subsidie continuering en doorontwikkeling Boris (vso/pro)

634

634

634

634

634

634

634

2021

2026

20231

 

Instellingssubsidie Erkennen leerwerktrajecten vmbo

524

524

524

524

524

524

524

2020

nvt

20231

 

Subsidie activiteitenplan Stichting Platforms vmbo

943

1.152

970

970

970

970

970

2020

2024

20231

 

Subsidie Platform Beta en Techniek (Tecwijzer)

500

500

500

    

2020

nvt

20231

 

Voortgezet Leren (vo-raad)

3.000

2.695

3.000

3.000

3.000

3.000

3.000

2020

2025

20251

 

Steunpunt Passend onderwijs (vo-raad)

750

750

750

750

750

832

832

2020

2026

20261

 

Regeling vrijroosteren leraren fase 2 & 3

3.000

3.000

3.000

3.000

3.000

3.000

3.000

2019

2025

2025

 

Regeling doorstroom po-vo

14.500

14.500

14.500

14.500

14.500

14.500

14.500

geen

2026

2026

 

Regeling doorstroom VMBO-HAVO/MBO

13.500

13.500

13.500

13.500

13.500

13.500

13.500

geen

2026

2024

 

Subsidieregeling structureel voorkomen onnodig zittenblijven vo 2021 ‒ 2023

2.551

5.577

5.637

5.767

5.982

5.982

5.982

geen

nnb

2026

 

Subsidieregeling reiskosten DAMU-leerlingen VO

200

200

200

200

200

200

200

nvt

2023

2023

 

Praktijkgerichte programma's

8.071

10.241

10.501

10.501

10.501

10.500

41

nvt

nnb

2025

 

Regeling vakwedstrijden vmbo en mbo

758

758

758

758

758

758

758

nvt

2024

2024

 

Regeling Heterogene brugklassen

68.618

21.250

55.500

55.500

55.500

55.500

55.500

nvt

nnb

2026

 

Basisvaardigheden VO

113.598

176.214

254.366

250.162

242.371

243.518

244.065

nvt

nnb

2027

 

Maatschappelijke Diensttijd

0

118.149

147.853

243.024

223.755

185.254

181.753

nvt

nnb

2028

 

NGF Ontwikkelkracht

0

12.689

19.972

22.381

13.921

0

0

nvt

nnb

2028

 

Subsidies techniekhavo

0

8.100

8.100

8.100

8.100

  

nvt

nnb

2028

 

School en Omgeving

13.269

49.709

111.510

141.931

156.884

168.877

168.877

nvt

nnb

2027

 

Schoolmaaltijden

0

39.000

0

0

0

0

0

nvt

nvt

nvt

 

Brugfunctionaris VO

0

0

11.538

11.538

11.538

11.538

11.538

nvt

2027

2027

 

Overige beschikkingen op basis van de kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS

17.466

51.179

68.215

79.911

92.877

71.276

71.587

divers

divers

divers

 

Totaal subsidie(regelingen)

291.407

572.471

761.968

889.955

882.569

813.667

800.565

   
X Noot
1

De regelingen/verleningen worden jaarlijks getoetst en opnieuw toegekend.

Artikel 4 Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie
Tabel 133 Subsidies artikel 4 (bedragen x € 1.000)

Art. 4

Naam subsidie(regeling)

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Laatste evaluatie (jaartal + hyperlink naar vindplaats)

Volgende evaluatie (jaartal)

Einddatum subsidie-(regeling) (jaartal)

 

Praktijkleren

311.558

265.864

259.046

230.356

221.220

212.267

202.307

2022

2028

2028

 

Subsidieregeling Flexibilisering MBO

6.631

2.190

0

0

0

0

0

2023 (nog niet gepubliceerd)

2024

2024

 

Subsidieregeling Tel mee met Taal

5.000

5.100

0

0

0

0

0

2023

2024

2024

 

Loopbaanorientatie

1.523

34.623

34.082

33.818

33.407

32.717

32.000

2022 (nog niet gepubliceerd)

2026

2027

 

Vakwedstrijden MBO

4.100

4.727

4.928

4.928

4.928

4.928

4.928

2023 (nog niet gepubliceerd)

nvt

2024

 

Maatschappelijke diensttijd

77.098

0

0

0

0

0

0

   
 

Doorstroom beroepskolom

0

16.380

33.180

49.980

58.620

66.820

50.020

nvt

2026

2026

 

LLO Collectief Laagopgeleiden en Laaggeletterden (NGF)

0

3.068

3.600

0

0

0

0

  

2024

 

Overige subsidies:

22.941

25.781

28.557

29.342

25.203

25.046

25.763

   
 

1. Digitaal veilig onderwijs (coalitieakkoord)

1.148

5.737

5.974

6.650

5.564

4.925

0

nvt

nnb

nnb

 

2. MBO Projecten

2.403

5.427

4.729

4.293

   

nvt

nnb

2025

 

3. Nieuwe digitale generieke rekenexamens

2.492

2.492

2.492

1.246

   

nvt

nnb

2025

 

4. Gelijke Kansen Alliantie

8.796

692

0

0

0

0

0

nvt

nnb

2023

            
 

Totaal subsidie(regelingen)

428.851

357.733

363.393

348.424

343.378

341.778

315.018

   
Artikel 6 Hoger beroepsonderwijs
Tabel 134 Subsidies artikel 6 (bedragen x € 1.000)

Art. 6

Naam subsidie(regeling)

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Laatste evaluatie (jaartal + hyperlink naar vindplaats)

Volgende evaluatie (jaartal)

Einddatum subsidie-(regeling) (jaartal)

 

Tegemoetkoming tweede lerarenopleiding (Stcrt. 2020, 10893)

525

585

2.638

2.638

0

0

0

Geen

2024

2025

 

Zelftesten

6

0

0

0

0

0

0

Geen

n.v.t.

2022

 

Centers for Teaching and Learning (NPuls, NGF)

1.388

53.612

45.000

40.000

0

0

0

Geen

2026

2026

 

LLO-Katalysator, NGF (algemeen)

900

2.000

12.476

24.000

11.100

0

0

Geen

2026

2026

 

Bouwsteen 2: LLO-oplossingen (LLO-Katalysator, NGF)

0

17.000

34.000

0

0

0

0

Geen

2025

2025

 

Bouwsteen 3: LLO-professionalisering (LLO-Katalysator, NGF)

0

16.000

32.000

16.000

0

0

0

Geen

2025

2025

 

Nationale aanpak professionalisering leraren (NGF, NAPL)

0

0

3.527

24.134

22.514

22.925

0

Geen

2027

2027

 

Subsidieregeling stimuleren virtuele internationale samenwerkingsprojecten hoger onderwijs (Stcrt. 2021, 32823)

1.845

3.300

3.300

0

0

0

0

Geen

2026

2026

 

Overige subsidies ≤ € 1 miljoen1

1.766

2.543

2.886

1.997

1.698

1.610

797

divers

divers

divers

 

Totaal subsidie(regelingen)

6.430

95.040

135.827

108.769

35.312

24.535

797

   
X Noot
1

In de reguliere beleidsdoorlichtingen van de verschillende begrotingsartikelen worden ook de overige subsidies van het betreffende begrotingsartikel doorgelicht.

Artikel 7 Wetenschappelijk onderwijs
Tabel 135 Subsidies artikel 7 (bedragen x € 1.000)

Art. 7

Naam subsidie(regeling)

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Laatste evaluatie (jaartal + hyperlink naar vindplaats)

Volgende evaluatie (jaartal)

Einddatum subsidie-(regeling) (jaartal)

 

Open & Online onderwijs (Stcrt. 2017, 43113)

1879

483

480

0

0

0

0

Geen

2023

2023

 

Regeling afstudeersteun (bestuursbeurzen HO)

 

1.200

1.200

1.200

1.200

1.200

1.200

Geen

ntb

loopt meerjarig door

 

Subsidieregelingen beurzenprogramma's EUI+Sino-Dutch

 

1.037

1.037

1.037

1.037

1.037

1.037

Geen

2028

loopt meerjarig door

 

Instellingssubsidie stichting Nuffic1

11.880

10.755

9.779

9.779

9.779

9.779

9.779

Geen

ntb

loopt meerjarig door

 

Instellingssubsidie stichting Studiekeuze123

2.749

4.354

4.264

4.264

4.264

4.264

4.264

Geen

ntb

loopt meerjarig door

 

Instellingssubsidie stichting Vluchteling Studenten UAF

2.082

2.751

2.751

2.751

2.751

2.751

2.751

Geen

ntb

loopt meerjarig door

 

Instellingssubsidie Studentenwelzijn (Ecio)

868

981

981

981

842

842

842

Geen

ntb

loopt meerjarig door

 

Instellingssubsidie Interstedelijk Studentenoverleg (ISO)

325

321

394

308

346

283

343

Geen

ntb

loopt meerjarig door

 

Instellingssubsidie Landelijke Studenten Vakbond (LSVb)

255

279

279

279

279

279

279

Geen

ntb

loopt meerjarig door

 

Overige subsidies ≤ € 1 miljoen2

1.613

1.172

1.561

1.453

1.352

1.930

1.870

divers

divers

divers

 

Totaal subsidie(regelingen)

21.651

23.333

22.726

22.052

21.850

22.365

22.365

   
X Noot
1

X Noot
2

In de reguliere beleidsdoorlichtingen van de verschillende begrotingsartikelen worden ook de overige subsidies van het betreffende begrotingsartikel doorgelicht.

Artikel 8 Internationaal beleid
Tabel 136 Subsidies artikel 8 (bedragen x € 1.000)1

Art. 8

Naam subsidie(regeling)

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Laatste evaluatie (jaartal + hyperlink naar vindplaats)

Volgende evaluatie (jaartal)

Einddatum subsidie-(regeling) (jaartal)

            
 

Stichting Ons Erfdeel

185

185

185

185

185

185

185

  

Geen evaluatie

 

Stichting Nuffic

971

1.060

1.060

1.060

1.060

1.060

1.060

 

2025

loopt meerjarig door

 

Nationaal Agentschap Erasmus+ Onderwijs & Training

4.089

4.339

4.339

4.339

4.339

4.339

4.339

2020

2024

loopt meerjarig door

 

Internationalisering onderwijs

1.000

1.136

1.136

1.136

1.136

1.136

1.136

 

2024

loopt meerjarig door

 

Duitsland Instituut Amsterdam

820

896

896

896

896

896

896

2020

2025

loopt meerjarig door

 

Netherlands house for Education and Research (Neth-ER)

599

668

667

668

667

667

667

2013

2025

loopt meerjarig door

 

Incidentele subsidies voor het uitwisselen van cultuur

25

157

157

157

157

157

157

 

Gezien aard subsidie geen evaluatie voorzien

 
 

Overige incidentele subsidies

91

167

167

93

76

75

72

 

Gezien aard subsidie geen evaluatie voorzien

 
 

Totaal subsidie(regelingen)

7.780

8.608

8.607

8.534

8.516

8.515

8.512

   

X Noot
1

Vanwege het algemene, kaderstellende karakter van de Kaderregeling heeft deze geen einddatum en is een evaluatie van doelmatigheid en doeltreffendheid als zodanig niet mogelijk. Evaluatie van verstrekte subsidies op basis van de regeling kan deel uitmaken van beleidsevaluaties. In de reguliere beleidsdoorlichtingen van de verschillende begrotingsartikelen worden ook de subsidies van het betreffende begrotingsartikel verstrekt onder de Kaderregeling doorgelicht: de planning beleidsdoorlichtingen is te vinden in de Beleidsagenda.

Artikel 9 Arbeidsmarkt- en personeelsbeleid
Tabel 137 Subsidies artikel 9 (bedragen x € 1.000)

Art. 9

Naam subsidie(regeling) (met hyperlink naar vindplaats)

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Laatste evaluatie (jaartal + hyperlink naar vindplaats)

Volgende evaluatie (jaartal)

Einddatum subsidie-(regeling) (jaartal)

 

Regeling Lerarenbeurs

65.386

62.717

64.837

59.394

59.393

59.394

59.394

2022

2027

 
 

Regeling zij-instroom

39.240

55.240

55.240

55.240

55.240

55.240

55.240

2021

2026

 
 

Onderwijsassistenten

6.750

11.280

18.575

17.300

14.000

9.000

9.000

2022

2027

 
 

Regeling instroom schoolleiders PO van buiten

 

2.000

2.000

       
 

Regeling korte scholingstrajecten vo

852

2.400

2.400

2.400

2.400

2.400

2.400

 

2023

 
 

Regionale aanpak personeelstekort

18.416

14.249

     

2022

 

2023

 

MBO instructeursbeurs

466

1.800

1.800

1.800

1.800

1.800

1.800

   
 

pilot doorlopende begeleiding startende leraren 2021

256

192

     

2022

 

2023

 

Bijzondere leerstoel onderwijsarbeidsmarkt

285

71

        
 

Overige beschikkingen op basis van de kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS (https://wetten.overheid.nl/BWBR0037603/2021-01-19)

1.630

4.093

7.196

7.369

9.201

8.115

6.529

   
 

Totaal subsidie(regelingen)

133.281

154.042

152.048

143.503

142.034

135.949

134.363

   
Artikel 14 Cultuur
Tabel 138 Subsidies artikel 14 (bedragen x € 1.000)

Art. 14

Naam Subsidie (regeling)

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Laatste evaluatie

Volgende evaluatie (jaartal)

Einddatum Subsidie (regeling)

 

Subsidies op grond van Besluit op het specifiek cultuurbeleid of Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS

296.837

147.009

96.368

72.858

65.137

61.612

61.430

   
 

Regeling aanvullende ondersteuning culturele en creatieve sector COVID-19

28.149

      

Evaluatie coronasteun cultuursector. Een synthesestudie, 22-06- 2023,

nvt

2023

 

Totaal Subsidies (regelingen)

324.986

147.009

96.368

72.858

65.137

61.612

61430

...

...

...

Artikel 15 Media
Tabel 139 Subsidies artikel 15 (bedragen x € 1.000)

Art. 15

Naam subsidie(regeling)

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Laatste evaluatie (jaartal + hyperlink naar vindplaats)

Volgende evaluatie (jaartal)

Einddatum subsidie-(regeling) (jaartal)

 

Regeling op het Specifiek Cultuurbeleid

432

806

803

796

796

796

796

Geen1

  
 

Project Versterking lokale journalistiek door samenwerking

3.109

4.189

4.000

3.000

   

Geen

2025

 
 

Subsidies Persvrijheid en veiligheid

 

1.385

1.059

106

106

106

106

Geen

n.n.b.

 
 

Werk aan Uitvoering

3.375

0

0

0

0

0

0

Geen

n.n.b.

 
 

Subsidieregelingen onderzoeksjournalistiek SvdJ en FBJP

7.922

9.938

12.181

15.593

13.988

13.916

13.916

Geen

2023

 
 

Regeling professionalisering lokale omroepen

10.509

14.514

15.581

14.802

   

Geen

2025

 
 

Steunfonds lokale informatievoorziening

       

Geen

  
            
            
 

Totaal subsidie(regelingen)

25.347

30.832

33.624

34.297

14.890

14.818

14.818

   
X Noot
1

Programma’s en activiteiten die niet het karakter hebben van een subsidieregeling en zijn opgenomen onder de "Regeling op het Specifiek Cultuurbeleid" worden beschikt en verantwoord door het Ministerie van OCW op basis van de Wet op het Specifiek Cultuurbeleid, Wet overige OCW-subsidies, Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS en de Mediawet 2008. De verantwoording bevat een activiteitenverslag of bestuursverslag en een financieel verslag of jaarrekening die voorzien is van een accountantsverklaring. Om die reden is niets ingevuld onder «laatste evaluatie», «volgende evaluatie» en onder «einddatum subsidie (regeling)».

Artikel 16 Onderzoek en wetenschapsbeleid
Tabel 140 Subsidies artikel 16 (bedragen x € 1.000)

Art. 16

Naam subsidie(regeling)

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Laatste evaluatie (jaartal + hyperlink naar vindplaats)

Volgende evaluatie (jaartal)

Einddatum subsidie-(regeling) (jaartal)

 

Naturalis Biodiversity Center

7.525

8.509

8.502

8.500

8.499

8.499

8.499

2014

2023

Jaarlijks

 

BPRC

11.350

11.989

11.989

11.989

11.989

11.989

11.989

2014

 

Jaarlijks

 

NEMO/NCWT

3.661

3.995

3.991

3.990

3.990

3.990

3.990

2014

 

Jaarlijks

 

VSC

0

191

191

191

191

191

191

Geen1

2028

Jaarlijks

 

STT

239

254

254

254

254

254

254

2014

 

Jaarlijks

 

Subsidieregeling Stichting AAP

1.124

1.192

1.192

1.192

1.192

1.192

1.192

Geen

Geen

2033

 

LNVH

150

150

150

150

0

0

0

Geen

Geen

2025

 

Nationaal Programma Open Science

757

0

0

0

0

0

0

Geen

Geen

2022

 

Erkennen en Waarderen

385

360

360

256

264

0

0

Geen

2026

2026

 

Wetenschapscommunicatie

0

277

1.389

1.389

1.389

1.111

1.111

Geen1

2027

2031

 

Scholars at Risk

0

400

1.200

1.200

1.200

1.200

1.200

Geen1

 

2031

 

Sociale Veiligheid Monitoring-universiteiten

0

2.500

2.500

2.500

2.500

2.500

2.500

Geen1

2026

2031

 

Biotech Booster

1.140

1.710

46.750

0

0

0

0

Geen1

 

2024

 

Einstein Telescoop

0

28.000

14.000

0

0

0

0

Geen1

 

2024

 

Zelfdenkende Moleculaire Systemen

0

6.150

14.650

16.450

15.850

16.850

16.100

Geen1

  
 

Overig Nationale Coördinatie

2.076

4.512

4.758

4.782

5.446

5.883

5.883

2014

Geen

Jaarlijks

 

Overig Subsidie Fonds onderzoek en wetenschap

0

91

140

140

140

140

140

Geen1

2023-2031

Divers

 

Delta Climate Center

0

0

26.942

3.908

14.600

1.922

16.678

Geen1

2027

2033

 

Totaal subsidie(regelingen)

28.407

70.280

138.958

56.891

67.504

55.721

69.727

   
X Noot
1

Regeling nog niet uitgevoerd of horizon nog niet bereikt.

Artikel 25 Emancipatie
Tabel 141 Subsidies artikel 25 (bedragen x € 1.000)

Art. 25

Naam subsidie(regeling)

 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Laatste evaluatie (jaartal + hyperlink naar vindplaats)

Volgende evaluatie (jaartal)

Einddatum subsidie-(regeling) (jaartal)

 

Subsidie-regeling gender- en lhbti-gelijkheid 2022-2027

instellingssubsidies

       

2021

2028

2027

          

Synergie in en met allianties - Verwey-Jonker Instituut

  
  

Kleurrijk en Vrij

 

2.463.000

2.463.000

2.400.000

2.337.000

2.337.000

    
  

Grip

 

900.000

900.000

900.000

900.000

900.000

    
  

Act4respect

 

950.000

950.000

950.000

950.000

950.000

    
  

Gezondheidszorg op maat

 

950.000

950.000

950.000

950.000

950.000

    
  

Financieel sterk door werk

 

965.000

965.000

965.000

965.000

965.000

    
  

Verandering van binnenuit

 

882.400

882.400

882.400

882.400

882.400

    
  

Worden wie je bent

 

836.600

836.600

836.600

836.600

836.600

    
  

Jong Gelijk

 

887.600

887.600

887.600

887.600

887.600

    
  

Atria

 

2.623.933

2.623.933

2.623.933

2.623.933

2.623.933

    
  

Ihlia

 

997.467

997.467

997.467

997.467

997.467

    
  

projectsubsidies

          
  

Begeleiding Regenboogsteden

 

316.199

316.199

316.199

316.199

316.199

    
  

Aan het begin van de regenboog fase 2

 

291.295

291.295

291.295

218.473

     
  

Overige projectsubsidies

 

1.837.508

558.291

276.207

66.311

     
 

Totaal subsidie(regelingen)

  

14.901.002

13.621.785

13.276.701

12.930.983

12.646.199

    

Bijlage 5: Uitwerking Strategische Evaluatie Agenda

De evaluatieprogrammering in deze bijlage vormt de basis van de strategische evaluaties die in de hoofdtekst van de Strategische Evaluatie Agenda (SEA) worden uitgelicht (zie hoofdstuk 2.4). Het biedt een overzicht van de strategische evaluatieprogrammering per beleidsdomein. Het onderzoek binnen een beleidsdomein is geordend langs de strategische thema’s voor dat domein. De evaluatieprogrammering laat per beleidsdomein zien welke evaluatieonderzoeken er lopen, hoe die voortkomen uit bepaalde kennisbehoeften en hoe wordt bijgedragen aan de ambities binnen de strategische thema’s.

Domein Primair onderwijs en Voortgezet onderwijs
Tabel 142 Uitwerking Strategische Evaluatie Agenda Primair onderwijs en Voortgezet onderwijs

Thema

Subthema

Type onderzoek

Afronding

Status

Toelichting onderzoek

Art.

Onderwijskwaliteit

 

ex duranteex post

2023

Lopend

Onderzoek pilot tweetalig primair onderwijs

1

 

ex duranteex post

2025

Lopend

ICCS International Civic Citizenship Study

3

 

ex duranteex post

2025

Lopend

ICILS International Computer and Information Literacy Study

3

 

ex duranteex post

2024

Lopend

TIMSS Trends in International Mathematics and Science Study

1

 

ex duranteex post

2027

Lopend

PIRLS Progress in International Reading Literacy Study

1

 

ex duranteex post

2023

Lopend

Monitoronderzoek Curriculum

1

 

ex durante

2023

Lopend

Implementatiemonitor NP Onderwijs

1,3

 

ex post

n.t.b.

Te starten

Tussenevaluatie NP Onderwijs

1,3

 

ex durante

2023

Lopend

Extra meting HBSC

3

 

ex duranteex post

2023

Lopend

Monitoring en evaluatie NT2 Experiment staatsexamen

3

 

ex duranteex post

n.t.b.

Te starten

Implementatiemonitor subsidieregeling verbetering basisvaardigheden

3

 

ex duranteex post

n.t.b.

Te starten

Effectonderzoek subsidieregeling verbetering basisvaardigheden

3

 

ex ante

2023

Te starten

Reviewstudie kwaliteitscriteria leermiddelen

3

 

ex duranteex post

n.t.b.

Te starten

Monitoringsonderzoek Expertisepunt Burgerschap

3

 

ex duranteex post

n.t.b.

Te starten

Monitoringsonderzoek Ondersteuningsstructuur digitale geletterdheid

3

 

ex ante

n.t.b.

Te starten

Verkenning burgerschapsonderwijs

1,3

 

ex duranteex post

2023

Te starten

Monitor burgerschap

3

 

ex duranteex post

2026

Lopend

PISA 2022-2025

3

 

ex duranteex post

2024

Lopend

Evaluatie vernieuwing vmbo / sterk techniek onderwijs (STO)

3

 

ex duranteex post

2025

Lopend

Monitoring en Evaluatie Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen (MRvNS)

1,3

 

ex duranteex post

2025

Lopend

Monitoring en evaluatie experiment ruimte in onderwijstijd

1

 

ex duranteex post

2024

Lopend

Evaluatie regelingen PO-DaMu-regeling

1

 

ex duranteex post

2024

Lopend

Evaluatie subsidieregeling impuls en innovatie bewegingsonderwijs

1

 

ex duranteex post

2023

Lopend

NGF Digitaal onderwijs goed geregeld - onderzoeksopzet programma- en maatschappelijke effecten

1

 

ex duranteex post

2024

Te starten

Evaluatie wet overhevelen buitenonderhoud

1

 

ex duranteex post

2023

Te starten

Beleidsdoelstellingen die effect hebben op onderhuisvesting en wettelijke eisen aan onderhuisvesting

1,3

 

ex duranteex post

2023

Lopend

Evaluatie en monitoring Incidentele Maatregelen Leerlingendaling (IML)

3

 

ex duranteex post

2023

Lopend

Breed gesprek medezeggenschap

1,3

 

ex duranteex post

2023

Te starten

Onderzoek evaluatie wijziging onderwijswetten pseudonimisering onderwijsdeelnemers

1,3

 

ex duranteex post

2023

Lopend

Onderzoek ervaringen met afstandsonderwijs

1

 

ex duranteex post

2023

Te starten

Onderzoek/nulmeting i.h.k.v. evaluatie vereenvoudiging bekostiging po en vo

1,3

 

ex duranteex post

2026

Te starten

Monitoring onderwijsagenda Caribisch Nederland

1,3

Kansengelijkheid

 

ex durante

2026

Lopend

Jaarlijkse doelstellingenmonitor passend onderwijs 2021-2027

3

 

ex anteex duranteex post

2027

Lopend

Monitor en evaluatie experiment onderwijszorgarrangementen

3

 

ex duranteex post

2024

Lopend

Monitor subsidie hoogbegaafdheid

1,3

 

ex anteex duranteex post

2026

Lopend

Geïntegreerde onderwijsvoorzieningen

1,3

 

ex duranteex post

2027

Te starten

Kennisgedreven aansluiting verbinding onderwijs en jeugdhulp

1

 

ex duranteex post

2023

Lopend

Evaluatie stimuleringsaanpak dyslexie

3

 

ex duranteex post

2024

Te starten

Evaluatieonderzoek naar de wet kwaliteit (v)so

1,3

 

ex duranteex post

2024

Lopend

Meting naar leerlingenvervoer

1

 

ex duranteex post

2023

Lopend

Monitor pilots brugklas vmbo/pro-klas

3

 

ex anteex durante

2027

Te starten

Doorstroom in een kansrijk stelsel

1,3

 

ex ante

2024

Lopend

Ex-ante beleidsevaluatie doorstroom en kansrijk stelsel

1,3

 

ex duranteex post

2023

Lopend

Onderzoek aanvullend onderwijs/ schaduwonderwijs

1

 

ex duranteex post

2023

Lopend

Schoolkostenmonitor po, vo, mbo

1,3

 

ex duranteex post

2023

Lopend

Doelgroepenonderzoek en praktijk-onderzoek nieuwkomersonderwijs

1

 

ex duranteex post

2026

Lopend

Monitoring en evaluatie onderwijs aan Oekraïense ontheemden

1

 

ex duranteex post

2023

Lopend

Gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid (GOAB): implementatie en besteding

1

 

ex duranteex post

2024

Lopend

Quasi-experimenteel onderzoek in de vve (EVENING)

1

 

ex duranteex post

2024

Lopend

OAB in de vroegschool (R&D programma)

1

 

ex duranteex post

2023

Lopend

Werkplaatsen onderwijsachterstanden (R&D programma)

1

 

ex duranteex post

2023

Lopend

Flankerend onderzoek OAB (R&D programma)

1

 

ex duranteex post

2023

Lopend

OAB in de school (R&D programma)

1

 

ex duranteex post

2027

Lopend

Monitor en evaluatie van het programma «BESt 4 Kids» en het wetsvoorstel Kinderopvang Caribisch Nederland

1

 

ex duranteex post

2025

Lopend

Effectmeting kansrijke interventies po/vo: pilot high-dosage tutoring; programma po/vo; programma extra sectoren

1,3

 

ex duranteex post

2023

Lopend

Loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB) voor vmbo-jongeren met een migratieachtergrond

3

 

ex duranteex post

2023

Afgerond

Evaluatie maatregelen gelijke onderwijskansen

1,3

 

ex duranteex post

2028

Te starten

School en omgeving impactonderzoek

1

 

ex duranteex post

2026

Te starten

Monitor en evaluatie school en omgeving

1

 

ex duranteex post

2023

Te starten

Monitor aanvullend onderwijs

3

 

ex duranteex post

2024

Te starten

Evaluatie schoolmaaltijden

1,3

 

ex duranteex post

2025

Lopend

Onderzoek beleidsmaatregelen voor tegengaan segregatie

1

 

ex duranteex post

2023

Lopend

Evaluatieonderzoek Maatschappelijke Diensttijd

3

Leraren en schoolleiders

 

ex durante

 

Lopend

Arbeidsmarktramingen inclusief tekorten po en vo

9

 

ex durante

 

Lopend

Integrale personeelstelling onderwijs (IPTO)

9

 

ex durante

 

Lopend

Loopbaanmonitor recent afgestudeerden en zijinstromers

9

 

ex durante

 

Te starten

monitoronderzoek SHRM-VO

9

 

ex duranteex post

 

Te starten

Evaluatie subsidieregeling korte scholingstrajecten vo

9

 

ex duranteex post

 

Lopend

Experiment bijzondere nadere vooropleidingseisen opleiding tot leraar basisonderwijs

9

 

ex durante

 

Lopend

Monitoring bestuursakkoord flexibilisering lerarenopleidingen

9

 

ex duranteex post

 

Lopend

Experiment andere dag- en weekindeling

1

 

ex duranteex post

 

Lopend

Onderzoek naar de werkdrukmiddelen po

1

 

ex duranteex post

 

Lopend

Onderzoek regeling zijinstroom G5 po

1

 

ex duranteex post

 

Lopend

Onderzoek/analyse tekorten in de vroeg- en voorschoolse educatie

9

 

ex durante

 

Te starten

Onderzoek naar vertrekredenen (jonge) docenten

9

 

ex duranteex post

 

Lopend

Evaluatie uitvoering convenanten G5

1

Sociale veiligheid en gelijke behandeling

 

ex anteex duranteex post

Doorlopend tweejaarlijks

Lopend

Veiligheidsmonitor

1,3

 

ex duranteex post

2023

Lopend

Seksueel (grens)overschrijdend gedrag

3

Overig

 

ex duranteex post

2023

Lopend

Evaluatie subsidie Nji

1,3

 

ex duranteex post

2023

Lopend

Evaluatie Kennisrotonde

1,3

 

ex duranteex post

2023

Lopend

Evaluatie subsidie onderwijsconsulenten

1,3

 

ex duranteex post

2023

Lopend

Evaluatie subsidie GVO/HVO (CvV: verzorgen van godsdienstig en humanistisch vormingsonderwijs)

1

Iedereen gelijke kansen

 

ex duranteex post

2023

Te starten

Evaluatie Nederlands Gebarencentrum

1

 

ex duranteex post

2023

Lopend

Evaluatie subsidie Steunpunt Passend onderwijs

1,3

Domein Primair onderwijs en Voortgezet onderwijs (DGPV)

Het brede domein DGPV bestaat uit de directies Primair Onderwijs (po), Voortgezet Onderwijs (vo) en Kansengelijkheid en Onderwijsondersteuning. Ook Maatschappelijke Diensttijd (MDT) is onderdeel van DGPV. Samen zijn deze directies onder andere verantwoordelijk voor beleidsterreinen zoals het onderwijsstelsel, curriculumbeleid, toetsen, examens, digitalisering, onderwijspersoneel, schoolontwikkeling, passend onderwijs, kansengelijkheid, onderwijsachterstandenbeleid en sociale veiligheid. Binnen al deze beleidsterreinen spelen uitdagingen en kennisvragen, waarbij monitoring en (strategische) evaluaties richting geven aan het huidige beleid en de toekomstige ambities van DGPV. De bovenstaande thema’s laten zich samenvatten in drie hoofdthema’s: onderwijskwaliteit, kansengelijkheid en leraren en schoolleiders. De afspraken en prioriteiten uit het coalitieakkoord leggen verdere accenten binnen deze hoofdthema’s, die in de onderstaande thema-beschrijvingen worden toegelicht. De hoofdthema's geven bovendien richting aan het strategisch programmeren van het beleidsonderzoek binnen DGPV en voor het inventariseren en effectief gebruiken van kennis uit onderzoek tijdens de gehele beleidscyclus.

Thema Onderwijskwaliteit

Dit thema richt zich op het verhogen van de onderwijskwaliteit in het po en vo en de randvoorwaarden die nodig zijn om dit te realiseren. Op deze manier wil het Ministerie van OCW er voor zorgen dat elke leerling datgene leert wat hij of zij nodig heeft om succesvol het vervolgonderwijs te doorlopen en mee te doen in de maatschappij. Daarvoor is het onder andere cruciaal dat de basisvaardigheden van alle leerlingen op orde zijn. Subthema’s zijn onder andere:

  • het verbeteren van de basisvaardigheden (taal en rekenen) inclusief burgerschap en digitale geletterdheid, het meten daarvan en de samenwerking met de omgeving hierbij;

  • de ondersteuning(sstructuur) van scholen om de onderwijskwaliteit te verhogen;

  • de curriculumbijstelling;

  • professionalisering van onderwijsprofessionals op de basisvaardigheden; en

  • de sturing op onderwijskwaliteit.

Op dit moment leven diverse kennisvragen, zoals de vraag hoe bepaalde inhoudelijke leergebieden scherper en concreter kunnen worden gemaakt voor scholen en hoe scholen en leraren beter gebruik kunnen maken van beschikbare wetenschappelijke kennis over wat wel werkt en wat niet werkt om de onderwijskwaliteit te verhogen.

Thema Kansengelijkheid

Kansengelijkheid richt zich op de vraag hoe onderwijsbeleid kan bijdragen aan gelijke kansen voor alle leerlingen, zodat iedereen in Nederland een goed bestaan kan opbouwen en mee kan doen in de samenleving. Dit betekent concreet dat leerlingen onderwijs volgen op een plek en op het niveau dat recht doet aan hun capaciteiten en mogelijkheden. Ook is er voor ieder kind een vorm van onderwijs beschikbaar en moeten kinderen met en zonder ondersteuningsbehoefte samen naar school gaan. Om dit mogelijk te maken, moeten drempels die de doorstroom van po naar vo hinderen beperkt of weggenomen worden. Ook moeten leerlingen die meer tijd nodig hebben om hun potentieel te bereiken, hier voldoende mogelijkheden voor krijgen. Bijvoorbeeld door middel van uitgestelde selectie en flexibele doorstroom. Om dit mogelijk te maken, is het belangrijk dat onderwijspersoneel en schoolorganisaties in staat zijn om (flexibel) onderwijs te bieden, dat aansluit bij de behoeftes van leerlingen. Kansengelijkheid behelst diverse subthema’s, zoals doorstroom en selectie, voor- en vroegschoolse educatie, de rijke schooldag, onderwijsachterstandenbeleid, Integraal Kindcentra (IKC's), passend en inclusiever onderwijs, de samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp/zorg en maatschappelijke diensttijd. Het tegengaan van kansenongelijkheid is, vanwege de invloed van de directe leefomgeving op de ontwikkeling van kinderen, niet alleen een thema voor het Ministerie van OCW, maar ook voor sectoren zoals de sportsector en jeugdwerk. Kennisvragen richten zich op dit moment op de onderwerpen schakelmomenten en overgangen, differentiatie en selectie, maatwerkdiploma’s, het jonge kind, verbeterde samenwerking in de regio om leerlingen het beste onderwijsaanbod te bieden en kansengelijkheid als indicator voor het onderwijsstelsel. Op dit thema wordt in 2023-2024 een periodieke rapportage uitgevoerd, waarmee wordt terug gekeken op de effectiviteit van het beleid van de afgelopen jaren en lessen worden getrokken voor het toekomstige beleid.

Thema Leraren en schoolleiders

Om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren, wordt geïnvesteerd in goed opgeleide en voldoende onderwijsprofessionals. Zij spelen immers een sleutelrol bij het verbeteren van de onderwijskwaliteit. Ook meer aandacht voor de verdere ontwikkeling van onderwijspersoneel en een professionele werkomgeving zijn manieren om de professionaliteit en aantrekkelijkheid van de sector verder te verhogen. Deze ambities staan echter onder druk door personeelstekorten in het po en vo. Onderzoek op het thema «leraren en schoolleiders» draagt bij aan het vergroten van (kennis over) de aantrekkelijkheid van beide beroepen en de positie van onderwijspersoneel. Subthema's zijn onder andere werkdruk, arbeidsvoorwaarden, leraren- en schoolleiderstekorten, een Leven Lang Ontwikkelen en samen opleiden en professionaliseren. Bestaande kennisvragen richten zich bijvoorbeeld op de vraag wat bepaalde beleidsmaatregelen betekenen voor de vaardigheden van leraren, de personeelstekorten en het verlagen van de ervaren werkdruk in het po en vo.

Domein Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie
Tabel 143 Uitwerking Strategische Evaluatie Agenda Beroepsonderwijs en volwasseneducatie

Thema

Subthema

Type onderzoek

Afronding

Toelichting onderzoek

Art.

Onderwijskwaliteit

Onderzoek naar basisvaardigheden van mbo-studenten

ex post

2024

Betreft nulmeting om niveau basisvaardigheden van mbo-studenten op een goede manier in kaart te brengen.

4

Onderzoek naar de bekwaamheid en bevoegdheid van docenten generieke vakken en burgerschap

ex post

2023-2024

Betreft nulmeting om in kaart te brengen welke opleiding docenten hebben die lesgeven in generieke vakken en burgerschap op het mbo. Doel is om aan de hand van de uitkomsten te bepalen welke inzet nodig is om kwaliteit van het onderwijs in deze vakken te verhogen. Rapportage wordt in 2023 verwacht.

4

Monitor digitale vaardigheden docenten

ex post

2023 ‒ 2027

Betreft onderzoek naar de digitale competenties van mbo-docenten. Dit is onderdeel van het Programma Digitaal Bekwaam, uitgevoerd door de MBO Raad en MBO digitaal. De monitor leren en lesgeven met ICT is in 2022 afgenomen. In totaal maken 40 instellingen gebruik van het onderzoeksinstrument, 19 niet of niet volledig. De monitor geeft inzicht in de stand van zaken bij individuele instellingen en wat door de instellingen gebruikt kan worden om gericht professionaliseringsactiviteiten te organiseren. De monitoring loopt door tot 2027.

4

Laaggeletterdheid

ex durante

2024

Naar aanleiding van de motie van de leden Simons (BIJ1) en Gündogan (Volt) wordt een onafhankelijk onderzoek uitgevoerd naar de uitvoeringspraktijk van de WEB-middelen door gemeenten. Het onderzoek zal inzichtelijk maken hoe het budget door gemeenten wordt ingezet maar ook hoe de effectiviteit ervan zou kunnen worden vergroot.

4

Werkplaats ICT en Werkplaats Burgerschap

ex duranteex post

2022

In de Werkplaats Burgerschap wordt onderzocht hoe mbo-scholen een visie op burgerschap ontwikkelen en hoe zij die visie in praktijk brengen en hoe dat beter kan om de gestelde doelen te bereiken. In de Werkplaats ICT wordt onderzoek gedaan naar de effecten van gepersonaliseerd leren met ICT op motivatie, prestaties en uitval. Tevens wordt onderzoek gedaan naar de relatie tussen technologie, didactiek en pedagogiek en de effectiviteit van de inzet van verschillende ICT-mogelijkheden voor verschillende doelgroepen.

4

Interdepartementaalbeleidsonderzoek mbo (IBO)

ex ante

2024

Zie toelichting in hoofdtekst SEA (hoofdstuk 2.4).

4

Aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt

Evaluatie Regionaal investeringsfonds mbo

ex durante

2023, 2026

De evaluatie dient om zowel inzicht te verkrijgen in de activiteiten die de publiek-private samenwerkingsverbanden oppakken om de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt te verbeteren en innovatie te stimuleren. De evaluatie is gericht op het in beeld brengen van de effectiviteit van de subsidieregeling.

4

Monitoring en evaluatie «experiment Ruimte in de regio, experiment Cross-overs en pilots met mbo-certificaten»

ex durante ex post

2026

De genoemde experimenten worden geëvalueerd vanuit de vragen: hoe in de regio de aansluiting van de opleidingen op de arbeidsmarkt vergroot kan worden, hoe het eigenaarschap van docenten en werkgevers met betrekking tot de inhoud van het onderwijs verder kan worden vergroot en hoe de kwaliteit en innovatiekracht van het onderwijs kan worden versterkt.

4

Leven Lang Ontwikkelen (LLO)

ex durante

2023 e.v.

Sommige beleidsmaatregelen voor LLO worden afzonderlijk gemonitord maar er ontbreekt een overkoepelende, integrale monitor om de doeltreffendheid van de totale set aan beleidsinstrumenten te monitoren en te evalueren. Een van doelen is meer zicht te krijgen op de werkende mechanismen in de interactie tussen eigen regie en leercultuur. Daarnaast start een monitor om het aanbod van de scholing (inhoud en vorm) voor werkenden en werkzoekenden in het mbo in beeld te brengen. Daaraan gerelateerd maakt het de deelname aan deze scholing inzichtelijk. De monitor gaat ook in op de vraag welke belemmeringen en voorwaarden er zijn er bij de mbo-instellingen om een flexibel aanbod te realiseren.

4

Internationalisering

ex ante

2023

Onderzoek naar behoefte ondersteuning scholen.

4

Kansengelijkheid

Oriëntatie-programma’s

ex duranteex post

2023-2024

Mbo-instellingen wordt de mogelijkheid geboden om oriëntatieprogramma’s in te richten voor studenten die bij instroom echt niet weten welke opleiding ze willen volgen en voor mbo-studenten die niet op de goede plek zitten en zich willen heroriënteren. De evaluatie kijkt naar wat oriëntatieprogramma’s kunnen betekenen voor het verminderen van uitval en switch (in de latere leerjaren).

4

Monitoring Stagepact

ex ante ex durante ex post

2023-2027

Zie hoofdtekst SEA (hoofdstuk 2.4).

4

Evaluatie MBO verklaring

ex duranteex post

2023

Aan studenten die zonder diploma uitvallen uit een mbo-opleiding wordt een mbo-verklaring gegeven. Het doel is dat zij daarmee makkelijker werk kunnen vinden of terug kunnen keren naar het onderwijs. Deze evaluatie brengt in beeld hoe mbo-instellingen de uitvoering vormgeven en brengt in kaart of de doelen ook worden bereikt.

4

NRO Keuzemomenten in de beroepskolom

ex post

2023

De kernvraag in dit onderzoek is in hoeverre het mogelijk is om op basis van persoonlijke en omgevingskenmerken van studenten, in te schatten in hoeverre het risico op studie-uitval als gevolg van bepaalde keuzes bestaat en wat de kenmerken zijn van studenten die wel en niet uitvallen gedurende de studieloopbaan, met name in de overgang mbo-hbo.

4

Evaluatie interventies verbeteren toegang stageplekken studenten met niet-westerse migratieachtergrond

ex durante

2022

Het onderzoeksprogramma «Gelijke kansen richting de toekomst» betreft een samenwerking tussen de Ministeries van SZW en OCW. Het is een vorm van participerend en evaluerend onderzoek. Essentie van het onderzoeksproject is het ontwikkelen en uitvoeren van interventies om studenten met een niet-westerse achtergrond een betere positie te geven voor toegang tot voldoende kwalitatief goede stageplekken en leer-werkplekken, en uiteindelijk ook op de arbeidsmarkt, en zo gelijke kansen te bevorderen. Tevens worden de betreffende interventies op effectiviteit beoordeeld en geëvalueerd.

4

Pilot mbo-school verantwoordelijk voor plaatsing studenten bij leerbedrijf

ex duranteex post

2023

Tijdens het AO over mbo en corona (juni 2020) heeft D66 (lid Van Meenen) het voorstel gedaan om mbo-instellingen verantwoordelijk te maken voor sollicitatieprocedures, in ieder geval ten minste voor de eerste leerplekken en stages tijdens de opleiding. Uitwerking van de pilot is beoogd als onderdeel van het lopende onderzoek Gelijke kansen richting de toekomst. In vergelijkend onderzoek zullen bestaande werkwijzen rond de verdeling/matching van stageplekken worden vergeleken. Daarbij zal worden onderzocht of de werkwijzen bijdragen aan gelijke kansen naar de arbeidsmarkt en het verminderen van stagediscriminatie. De loopduur zal zijn van 2021-2023.

4

Monitor passend onderwijs

ex durante

2026

Tweejaarlijkse onderzoek naar de toegankelijkheid van het onderwijs voor studenten met een chronische ziekte, beperking of ondersteuningsbehoefte en naar de ondersteuning die hen geboden wordt en naar (de effecten op) hun studieresultaten.

4

Schoolkostenmonitor

ex durante

2023

De monitor brengt in beeld hoe de uitvoering loopt rond de afspraken die gemaakt zijn om de kosten van mbo-studenten voor het volgen van een mbo-opleiding te beperken en kijkt daarmee naar de toegankelijkheid van het mbo.

4

Vervolg monitor toelatingsrecht

    

Monitor integrale veiligheid

ex durante

2026

Zie hoofdtekst SEA (hoofdstuk 2.4).

4

Domein Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie (mbo)

Grondslag van de gekozen strategische thema’s is een gemeenschappelijke visie op de positie die het beroepsonderwijs in de Nederlandse samenleving inneemt en de richting waarin het mbo zich, gelet op zijn maatschappelijke uitdagingen, zou moeten ontwikkelen. De afspraken in het coalitieakkoord leggen binnen de thema’s specifieke accenten.

Thema Onderwijskwaliteit

Dit kabinet investeert sterk in de kwaliteit van onderwijs, ook in het mbo. De eerste prioriteit is om de basis verder op orde te brengen. Docenten spelen daarin een belangrijke rol. Door versterking van docenten, op het gebied van basisvaardigheden en op hun onderzoekende houding. Er is behoefte aan inzicht in wat bepaalde beleidsmaatregelen betekenen voor de vaardigheden van leraren en hoe die op hun beurt bijdragen aan het verhogen of vergroten van de (basis-)vaardigheden van studenten.

Thema Aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt

Het mbo kan een belangrijke bijdrage leveren aan oplossingen om de arbeidsmarktkrapte te verminderen. De arbeidsmarkt verandert bovendien steeds sneller. Met slimmere opleidings- en arbeidsmarktkeuzes, intensieve samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven en door het stimuleren van op-, om- en bijscholing wil het mbo bijdragen aan een skillsgerichte arbeidsmarkt en duurzame inzetbaarheid. Kennisvragen die spelen zijn bijvoorbeeld hoe innovatie kan worden gestimuleerd en welke effectieve strategieën er zijn voor verdere versterking van publiek-private samenwerking. Een bredere kennis behoefte betreft het inzicht krijgen in welke beleidsinstrumenten echt bijdragen om de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt te verbeteren.

Thema Kansengelijkheid

Het mbo is de onderwijssector die voor studenten met uiteenlopende talenten het verschil kan maken. Daarom is het van belang dat het onderwijs toegankelijk is en de leerloopbaan van alle studenten zo goed mogelijk ondersteund wordt. De emancipatiefunctie van het mbo verdient blijvende aandacht, net als doorstroom van het mbo naar de arbeidsmarkt. Er ligt een inzichtsbehoefte in wat bijdraagt aan het succes van jongeren met een relatief trage start in het onderwijs. Hoe kunnen studenten die de nodige ambitie en talenten hebben, maar een gebrek aan vaardigheden en/of kapitaal (financieel, sociaal, cultureel) goed worden ondersteund om een passende opleiding te kiezen en die succesvol te doorlopen.

Domein Hoger Onderwijs & Studiefinanciering
Tabel 144 Uitwerking Strategische Evaluatie Agenda Hoger Onderwijs & Studiefinanciering

Thema

Subthema

Type onderzoek

Looptijd

Toelichting onderzoek

Art.

Gezond en sterk fundament

Monitor beleidsmaatregelen (jaarlijks)

monitor

2023, 2024, 2025

Het volgen van de belangrijkste ontwikkelingen in het hoger onderwijs - waaronder toegankelijkheid, studievoortgang en het gebruik van het studievoorschot – en het waar mogelijk leggen van verbanden met beleidsmaatregelen.

6, 7 en 11

Startmonitor (jaarlijks)

monitor

2023, 2024, 2025

De Startmonitor brengt het studiekeuzeproces en de start en integratie van studenten in hun opleiding in kaart en spoort de determinanten op van studiesucces en studie uitval in het eerste studiejaar.

6, 7 en 11

Invoeringstoets herinvoering basisbeurs

evaluatie - invoeringstoets

2024/2025

Invoeringstoets van de herinvoering van de basisbeurs.

6, 7 en 11

Onderzoek naar de verwevenheid tussen onderwijs en onderzoek in het hoger onderwijs

verkenning

2024

Het onderzoek heeft als doel beter inzicht te krijgen in wat de verwevenheid onderwijs/onderzoek precies inhoudt. En om een actueel beeld te hebben in de verhouding tussen onderwijs- en onderzoeksactiviteiten van onderwijzend en onderzoekend personeel ten behoeve van het toereikend houden van het macrobudget.

6 en 7

Onderzoek bestuursakkoord flexibilisering lerarenopleidingen

onderzoek

2023-2024

Het bestuursakkoord is door het Ministerie van OCW met de Vereniging Hogescholen en Uiversiteiten van Nederland in oktober 2020 gesloten met een looptijd tot en met 2023-24. Hierin laten de lerarenopleidingen een ambitieus programma zien dat bijdraagt aan het beter en meer op maat opleiden van aankomende leraren, beter benutten van eerder verworven competenties en intensievere (regionale) samenwerking tussen hbo- en wo-lerarenopleidingen. De lerarenopleidingen zijn aan de slag gegaan met alle ambities uit het bestuursakkoord en de eerste concrete resultaten zijn geboekt. Dit meerjarig onderzoek heeft een tussenmeting in 2022, oplevering tussenrapportage december 2022 en oplevering eindevaluatie begin 2024.

6 en 7

Eindevaluatie subsidieregeling open en online

ex-post evaluatie

2023-2024

Het experiment Open en Online maakt het mogelijk voor instellingen om te experimenteren met online onderwijs en open leermaterialen. De subsidieregeling is per 2022 afgelopen en daarna worden geëvalueerd op effect.

6 en 7

Uitvoering van de werkagenda «Samen voor het beste onderwijs» - verkenning kwaliteit positie lerarenopleidingen

verkenning

2024

In het kader van de uitvoering van de werkagenda «Samen voor het beste onderwijs» zal er een verkenning komen naar de kwaliteit en positie van lerarenopleidingen. Het is nog nader te bepalen wanneer precies.

6 en 7

Monitoring bestuursakkoord afspraken tekortsectoren

monitor

2024

Monitor aansluiting onderwijs en arbeidsmarkt waarbij onder andere gekeken wordt naar instroom, uitval, switch en gediplomeerden in de tekortsectoren gezondheidszorg, onderwijs en betatechniek en afgestudeerden in deze richtingen met een baan in de eigen of aanverwante richting.

6 en 7

Ruimte geven aan divers talent

Studentenmonitor

monitor

2023, 2024, 2025

De Studentenmonitor brengt de stand van zaken in het hoger onderwijs vanuit het perspectief van studenten in beeld.

6, 7 en 11

Monitor mentale gezondheid en middelengebruik studenten hoger onderwijs

monitor

2023, 2024

Het doel van het onderzoek is om inzicht te krijgen in hoe het staat met de mentale gezondheid van studenten in het hbo en het wo.

6 en 7

Monitor tegengaan stagediscriminatie

monitor

2024

Met het stagemanifest werkt het Ministerie van OCW samen met het onderwijs- en werkveld om stagediscriminatie in het hoger onderwijs tegen te gaan. Dit wordt gedaan door de maatschappelijke bewustzijn over stagediscriminatie te vergroten en door te borgen dat studenten adequate begeleiding ontvangen bij het zoeken, vinden en behouden van stageplekken.

6 en 7

Monitor stageproblematiek

monitor

2023

De monitor heeft onder andere als doel om beter zicht te krijgen op de problemen rondom stagetekorten. De monitor loopt tot en met eind 2023 en dan wordt bezien of er nog aanleiding is voor vervolg.

6 en 7

Onderzoek stagediscriminatie op basis van functiebeperking mbo/ho

verkenning

2023

Dit onderzoek is bedoeld om meer kwantitatief en kwalitatief inzicht krijgen in de problematiek van stagediscriminatie van studenten met een (zichtbare) functiebeperking in het mbo en ho.

6 en 7

Monitor medezeggenschap

monitor

2024

Deze monitor biedt inzicht in de praktische gang van zaken van centrale en decentrale raden van medezeggenschap. Hiernaast geeft de monitor een beeld van hoe medezeggenschappers zelf reflecteren op hoe de medezeggenschap binnen de instellingen functioneert. De monitor wordt iedere twee jaar uitgezet.

6 en 7

Bijdragen aan de maatschappelijke uitdagingen van nu en de toekomst

Evaluatie naar de effecten van de extra middelen voor regionale samenwerking mbo-hbo en vo-ho

evaluatie

2023/2024

Met dit onderzoek wordt nagegaan welke effecten de extra middelen voor regionale samenwerking tot nu toe hebben gehad voor de instellingen en studenten.

6 en 7

Evaluatie naar virtuele internationale samenwerkingspro-jecten (VIS) en hun leeruitkomsten voor studenten

evaluatie

2027

Evaluerend onderzoek naar VIS-projecten, bestaande uit twee deelonderzoeken. Deelonderzoek 1 ziet op de ontwerp- en ontwikkelfase van VIS-projecten, deelonderzoek 2 ziet op de deelname van studenten en de door hen behaalde leeruitkomsten.

6 en 7

Toekomstverkenning en de uitwerking hiervan

verkenning gevolgd door nog nader te bepalen uitwerking

2023, 2024, 2025

De toekomstverkenning gaat over het mbo, ho en wetenschap. Het doel hiervan is om te verkennen hoe deze vormen van onderwijs en onderzoek eruit moeten zien in 2040. Op de toekomstverkenning volgt een beleidsreactie en een uitwerking hiervan.

6 en 7

Monitoring van de pilots slimmer collegejaar

monitor

2023-2027

De pilots zijn onderdeel van een verkenning naar de mogelijkheden voor een slimmer collegejaar. Deze pilots worden gemonitord en geëvalueerd. Vijftien onderwijsinstellingen gaan vier jaar lang proberen meer rust en ruimte te creëren in het lesprogramma.

6 en 7

Overig

Stelselrapportage Hoger Onderwijs

evaluatie

2023

Het doel van de stelselrapportage is om op beknopte wijze de stand van zaken weer te geven met betrekking tot de belangrijkste beleidsdoelen van de overheid ten aanzien van het hoger onderwijs: toegankelijkheid, onderwijskwaliteit, aansluiting op de arbeidsmarkt, internationalisering en doelmatigheid.

6 en 7

Interdepartementaal beleids onderzoek (IBO)

 

2024

Nog nader te bepalen.

 

Domein Hoger Onderwijs & Studiefinanciering

Het belang van goed hoger onderwijs en onderzoek voor Nederland is groot. De Nederlandse overheid streeft naar een toegankelijk en kwalitatief hoogwaardig hoger onderwijsstelsel. De strategische evaluatie agenda voor het hoger onderwijs (ho) en studiefinanciering is gebaseerd op de drie hoofddoelen zoals bepaald in het bestuursakkoord 2022. Middels deze drie hoofddoelen wordt gewerkt aan een toekomstbestendig onderwijsstelsel. Allereerst de (1) versterking van het fundament. Op basis hiervan kunnen we (2) ruimte geven aan divers talent. Hierdoor kan Nederland zich op een groot aantal thema’s verder onderscheiden en kan er worden gewerkt aan (3) het vergroten van de maatschappelijke impact van hoger onderwijs en onderzoek en de publieke erkenning hiervan.

Voor het hoger onderwijs en studiefinanciering wordt in 2023 gewerkt aan zowel een terugblik als een vooruitblik. Voor de terugblik wordt in een stelselrapportage terug gekeken op het beleid en welke effecten het beleid heeft gehad om zo te leren richting de toekomst. Voor de blik vooruit wordt gewerkt aan een toekomstverkenning die zich richt op het middelbaar beroepsonderwijs (mbo), het ho en de wetenschap. Het doel hiervan is om te verkennen hoe deze vormen van onderwijs en onderzoek eruit moeten zien in 2040. Op de toekomstverkenning volgt een beleidsreactie en een uitwerking hiervan. Hiervoor zijn de volgende overkoepelende beleidsprioriteit vastgesteld: de uitwerking van de toekomstvisie mbo, hoger onderwijs en wetenschap onder andere op de terreinen van de waaier: flexibilisering, digitalisering, governance, bekostiging, groei en krimp.

Een gezond en sterk fundament

Alleen met een gezond en sterk fundament kan het stelsel voor hoger onderwijs de maatschappij blijven voorzien van kwalitatief hoogstaand onderwijs, met inzicht in maatschappelijke oplossingen en bijdragen aan brede duurzame welvaart. Binnen dit hoofthema vallen onder andere de volgende beleidsprioriteiten:

  • uitvoering afspraken uit het bestuursakkoord hoger onderwijs en wetenschap ten aanzien van rust, ruimte en kwaliteit;

  • uitvoering van maatregelen ter beheersing van de internationale studentenstromen inclusief wetgeving, regie en bestuursafspraken;

  • verdere digitalisering en flexibilisering van het onderwijs inclusief de uitvoering van de Nationaal GroeiFonds-projecten en aanpassing van wet-en regelgeving;

  • uitvoering van de werkagenda «Samen voor het beste onderwijs» waaronder basisvaardigheden leraren op orde, samenwerking en kwaliteit lerarenopleidingen versterken en flexibilisering gericht op lerarentekort;

  • mentaal welzijn studenten en docenten door onder andere de wettelijke verankering van het bindend studie advies en uitvoering van flankerend beleid hier omheen, instellingen geven uitvoering aan kader voor mentaal welzijn en pilots Slimmer Collegejaar.

Ruimte geven aan divers talent binnen ho

Vanuit de basis van een gezond en sterk fundament, moet het talent van studenten, docenten en onderzoekers de volle ruimte krijgen: van jong tot ervaren, met verschillende achtergronden, perspectieven en loopbaanpaden. Binnen dit hoofdthema vallen onder andere de volgende beleidsprioriteiten:

  • het borgen van de kwaliteit van de studiefinanciering inclusief de invoeringstoets herinvoering basisbeurs en de uitkering tegemoetkoming voor de leenstelselgeneratie;

  • uitvoering afspraken uit het bestuursakkoord ten aanzien van doorstroom, toegankelijkheid en gelijke kansen;

  • integrale aanpak sociale veiligheid hoger onderwijs en wetenschap. Het is belangrijk dat iedereen zich optimaal kan ontwikkelen en dat kan alleen wanneer onderwijsinstellingen veilig, toegankelijk en inclusief zijn voor álle studenten en álle medewerkers.

Bijdragen aan de maatschappelijke uitdagingen van nu en de toekomst

De maatschappelijke impact van het stelsel van hoger onderwijs en de publieke erkenning daarvan moeten beiden groeien. Het gaat daarbij zeker om de grote maatschappelijke uitdagingen van nu, zoals klimaat, energie, gezondheid, veiligheid, kansengelijkheid en arbeidsmarkt. Het hoger onderwijs leidt jonge mensen op tot bekwame professionals die een essentiële bijdrage leveren aan het aangaan van deze maatschappelijke uitdagingen. Binnen dit hoofdthema vallen onder andere de volgende beleidsprioriteiten:

  • verdere uitwerking aanpak groei, krimp, tekortsectoren en arbeidsmarktkrapte voor toekomstig onderwijs;

  • visie en uitwerking ontwikkelen op Leven Lang Ontwikkelen (samen met mbo);

  • de uitwerking van de toekomstvisie mbo, hoger onderwijs en wetenschap onder andere op de terreinen van de waaier: flexibilisering, digitalisering, governance, bekostiging, groei en krimp.

Domein Cultuur en Media
Tabel 145 Uitwerking Strategische Evaluati Agenda Cultuur en Media

Thema

Subthema

Type onderzoek

Afronding

Toelichting onderzoek

Art.

Mediastelsel

Algemeen/overkoepelend

    

Landelijk, regionaal en lokaal mediastelsel

ex durante (monitor)

2023

Onderzoek diversiteit en tevredenheid tv-pakketten 2023, periodiek onderzoek door het Commissariaat voor de Media

15

 

ex durante (monitor)

2023

Mediamonitor, onderzoek door Commissariaat voor de Media

15

 

ex post (evaluatie)

2024

ZBO evaluatie Commissariaat voor de Media

15

 

ex post (evaluatie)

2023

Evaluatie evenementenlijst

15

 

ex ante (verkennend, ontwerpend onderzoek)

2023

Onderzoek overheveling gelden voor lokale omroep naar de Rijksoverheid (coalitieakkoord)

15

Journalistiek

ex post (evaluatie)

2023

Evaluatie Stimuleringsfonds voor de Journalistiek

15

 

ex ante (verkennend)

2023

Doorrekening financiële scenario's streekomroepen

15

 

ex post (evaluatie)

2023

Onderzoek bedreiging niet-westerse journalisten

15

 

ex ante (verkennend, ontwerpend onderzoek)

2023

Bescherming pluriformiteit bij concentratie media-aanbod (Motie Kwint)

15

 

ex post (evaluatie)

2023

Evaluatie extra middelen onderzoeksjournalistiek

15

Mediawijsheid

ex post (evaluatie)

2023

Evaluatie Netwerk Mediawijsheid 2019-2023

15

 

ex post (evaluatie)

2025

Evaluatie NICAM (kijkwijzer)

15

 

ex post (evaluatie)

2023

Evaluatie verlaagd btw-tarief digitale uitgaven

15

Cultuur

Algemeen/ overkoepelend cultuur

ex durante (monitor)

2024 (permanent)

Cultuurmonitor Boekmanstichting ontsluit de beschikbare informatie over de culturele sector

14

 

ex post (evaluatie)

2023

Evaluatie specifieke steunmaatregelen corona cultuur

14

Basisinfrastructuur Cultuur (BIS)

ex post/ex ante (verkennend)

2023/24 en verder

Evaluatie en voorbereiding Basisinfrastructuur cultuur (BIS) 2025-28 en 2029-32

14

 

ex post (evaluatie)

2023

Visitatie rijkscultuurfondsen

14

Cultuurparticipatie

evaluatie

2024

Evaluatie Programma Cultuurparticipatie 201-2024 (Fonds Cultuurparticipatie/LKCA)

14

 

ex post (evaluatie)

2025

Evaluatie Impuls Jongerencultuur (via spuk en Fonds voor Cultuurparticipatie) 2022-2024

14

Diversiteit en inclusie

ex durante (monitor)

2024

Monitor samenstelling personeel en besturen culturele en creatieve instellingen

14

 

ex durante (monitor)

2023

Monitor diversiteit film en tv-sector

14

 

ex ante (verkennend, ontwerpend onderzoek)

2023

Onderzoek Handreiking toegankelijkheid cultuur (Motie Werner)

14

Bibliotheken

ex post (evaluatie)

2024

Evaluatie WSOB

14

 

Verkenning

2023

Inventarisatie leenrechtuitgaven schoolbibliotheken

14

 

ex ante (verkennend, ontwerpend onderzoek)

2023

Onderzoek de Bibliotheek op School

14

 

ex post (evaluatie)

2026

Evaluatie Implementatiewet toegankelijkheidsrichtlijn

14

Letteren

ex post (evaluatie)

2023

Evaluatie vaste boekenprijs

14

Arbeidsmarkt

ex post (evaluatie)

2025

Evaluatie regelingen arbeidsmarkt

14

 

ex post (evaluatie)

2026-2027

Evaluatie maatregelen Fair Practice Culturele sector

14

Auteursrecht

Verkenning

2024

Onderzoek naar de economische betekenis van auteursrecht

14

Creatieve industrie

Verkenning

2023

Onderzoek naar mutiplier effecten culturele en creatieve sector (Motie Volt/PvdA)

14

Architecten

ex post (evaluatie)

2025

ZBO evaluatie bureau architectenregister

14

Digitale Transitie

ex post (evaluatie)

2024

Beleidsevaluatie instrumentarium digitalisering cultuur en erfgoed

14

Internationaal Cultuurbeleid (ICB)

ex post (evaluatie)

2024/2025

Evaluatie Internationaal Cultuurbeleid (ICB) 2021-2024 in samenwerking met Ministerie van BZK

14

Erfgoed

Musea

ex ante (verkennend)

2023

Onderzoek Nationaal Historisch Museum (bevolkingsonderzoek)

14

Monumenten

ex post (evaluatie/verkennend)

2023/2024

Evaluatie stelsel monumentenregelingen

14

 

ex post (evaluatie/verkennend)

2023

Verkenning stelselinstrumenten erfgoedparticipatie, immaterieel erfgoed amateurkunst

14

 

ex durante (monitor)

2023

Monitor erfgoedparticpatie (naar model MAK, ism RCE relatie FARO)

14

Archeologie

ex post (evaluatie)

2024

Onderzoek financiering via fondsen (boerderijen, molens, joods erfgoed)

14

Leefomgeving

ex post (evaluatie)

2023/24

Evaluatie bestuurlijke afspraken (wederopbouw gebieden nationaal belang)

14

 

ex ante (verkennend)

2023/24

Verkennend onderzoek naar hoe het concept ruimtelijke kwaliteit (ook in relatie tot erfgoed) geoperationaliseerd kan worden. Uitgevoerd door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL)

14

Immaterieel erfgoed

ex post (Evaluatie)

2023

Evaluatie beleid Immaterieel Erfgoed (o.a. KIEM)

14

Cultuur-educatie

Cultuuronderwijs

ex durante (monitoren)

2023

Het programma Cultuureducatie met Kwaliteit 2021-2024 en de programma's daarvoor die als doel hadden de binnenschoolse cultuureducatie (cultuuronderwijs) te verbeteren werden begeleid door periodieke monitor in het po en het vo. In 2022/2023 worden deze opnieuw uitgevoerd.

14

 

ex post (Evaluatie)

2023/24

Evaluatie pilot mbo card

14

 

ex post (evaluatie)

2023/24

Periodieke Rapportage Cultuuronderwijs, waaronder de Evaluatie Bestuurlijk kader Cultuureducatie 2013-2024 en het programma Cultuureducatie met Kwaliteit 2021-2024.

14

Archieven

 

ex ante (verkennend)

2023

Uitvoeringstoetsen van het Archiefbesluit en de Archiefregeling

14

 

ex post (evaluatie)

2030

Evaluatie Archiefwet. De nieuwe Archiefwet zal naar verwachting per 1/1/2025 van kracht worden. Voorzien is in een evaluatie na 5 jaar.

14

Domein Cultuur en Media

Het domein omvat het gehele cultuur- en mediabeleid: artikel 14 (cultuur) en artikel 15 (media). Het cultuur- en mediabeleid is opgedeeld in vijf beleidsinhoudelijk samenhangende thema’s. Ze zijn zo gekozen dat de beste garantie bestaat voor langjarige aansluiting op de beleidspraktijk en daarmee herkenbaarheid voor beleidsmakers en politiek. Specifieke actuele thema’s, bijvoorbeeld op basis van het Regeerakkoord, kunnen hier ondergebracht worden.

De evaluaties zijn zo ingepland dat ze passen bij de kennisbehoefte en bij reeds bekende beslismomenten in de beleidscyclus. Het kan dus zo zijn dat er op een subthema op dit moment nog geen beleidsevaluatie gepland staat in de komende periode. Dit is geen hiaat, maar een keuze die past bij het strategisch plannen van evaluaties met oog voor de verbinding met de beleidspraktijk. Met de jaarlijkse actualisatie van de Strategische Evaluatie Agenda wordt steeds opnieuw naar de evaluatie van deze subthema's gekeken.

Mediabestel

Inhoud en scope: het realiseren van een kwalitatief hoogwaardig, pluriform en onafhankelijk en toegankelijk media-aanbod.

Belangrijkste wetten en programma's: de belangrijkste wet is de Mediawet.

Belangrijkste onderwerpen en stakeholders: bekostiging landelijke en regionale publieke omroep, Stimuleringsfonds voor de Journalistiek, Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid en aantal andere instellingen.

Beleidsthema’s: houdbaarheid en samenhang landelijk, regionaal en lokaal mediastelsel; onafhankelijk en rendabel functioneren journalistiek; toerusting en vertrouwen burgers mediagebruik, mediawijsheid.

De kennisbehoefte zit in de eerste plaats in het monitoren van ontwikkelingen in het medialandschap en de consequenties daarvan voor het mediabeleid: digitalisering, overnames, internationalisering, internationale platforms, nieuwe distributietechnieken, privacy, AI en het vermogen van burgers om te gaan met media (vertrouwen, mediawijsheid). In de tweede plaats is behoefte aan een scherper inzicht in de pluriformiteit van het nieuwsaanbod. Tenslotte is er kennisbehoefte als het gaat om de veiligheid van journalisten.

Cultuur

Inhoud en scope: verzorgen van een kwalitatief hoogwaardig en pluriform cultureel aanbod dat sociaal en geografisch toegankelijk is.

Belangrijkste wetten en programma's: Wet op het specifiek cultuurbeleid, WSOB, wet op de vaste boekenprijs.

Belangrijkste onderwerpen en stakeholders: het Ministerie van OCW (basisinfrastructuur cultuur), rijkscultuurfondsen, Koninklijke Bibliotheek, gemeenten en provincies, topteam creatieve industrie, Cultuur-Ondernemen.

Beleidsthema's: diversiteit en inclusie (code culturele diversiteit BIS), arbeidsmarkt (Arbeidsmarktagenda, governance code BIS), auteursrecht, creatieve industrie (topsector), Internationaal Cultuurbeleid (ICB), digitale transitie.

De kennisbehoefte voor dit thema omvat beter inzicht in de culturele arbeidsmarkt, de diversiteit van de sector, de toegankelijkheid van het culturele aanbod (geografisch, voor mensen met een beperking of andere persoonlijke kenmerken), de waarde van auteursrecht, de duurzaamheid van de sector, het culturele leven in Caribisch Nederland en de mate waarin cultuur kan bijdragen aan oplossing van maatschappelijke problemen.

Erfgoed

Inhoud en scope: alle beleid uit hoofde van de Erfgoedwet (2016) op de gebieden musea, monumenten, archeologie, immaterieel erfgoed.

Belangrijkste wetten en programma's: Erfgoedwet. Daarnaast is Omgevingswet van belang voor de rol van erfgoed in de ruimtelijke inrichting.

Belangrijkste onderwerpen en stakeholders: Regionaal historische centra (RHC), behoud, beheer en toegankelijkheid erfgoed, rijksmusea en de het beheer van de rijkscollectie, Commissie Collectie Nederland.

Beleidsthema's: musea, monumenten, archeologie, immaterieel erfgoed, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), RHC. Duurzaamheid van het erfgoed.

De kennisbehoefte voor dit thema omvat beter inzicht in de arbeidsmarkt, de diversiteit van de sector, de toegankelijkheid van het culturele aanbod (geografisch, voor mensen met een beperking of andere persoonlijke kenmerken), de duurzaamheid van de sector, het lokale erfgoedbeleid en de praktijk van het immaterieel erfgoed (erfgoedgemeenschappen, vrijwilligers).

Cultuureducatie

Inhoud en scope: Doelbewust leren over en met kunst, erfgoed en media via gerichte instructie, zowel binnen- als buitenschools.

Belangrijkste wetten en programma's: Beleid cultuuronderwijs (Cultuureducatie met Kwaliteit 2021-2024), Programma cultuurparticipatie 2021-2024.

Belangrijkste onderwerpen en stakeholders: Uitvoerders regelingen cultuuronderwijs: scholen van po en vo (financiering via prestatiebox); Fonds Cultuurparticipatie, Landelijk Kennisinstituut Cultuureducatie en Amateurkunst (LKCA), gemeenten.

Beleidsthema's: cultuuronderwijs, actieve cultuurbeoefening (amateurs).

De kennisbehoefte voor dit thema omvat voor het cultuuronderwijs meer inzicht in werkzame beleidsinterventies gericht op de scholen, en de veronderstelde effecten van cultuuronderwijs bij kinderen (zoals burgerschap, creativiteit). Voor cultuurbeoefening door amateurs is behoefte aan beter inzicht in de lokale ondersteunende infrastructuur (lessen, oefenruimtes, podia) en het gebruik ervan.

Archieven

Inhoud en scope: Centraal staat de nieuwe Archiefwet die in december 2020 door de Tweede Kamer is goedgekeurd en wordt geïmplementeerd. Het kabinet moderniseert de Archiefwet zodat naast overheidsarchieven, ook de digitale informatie goed bewaard blijft.

Belangrijkste wetten en programma's: Archiefwet. Er is relatie met de Wet openbaarheid van bestuur en de Wet Open Overheid, openheid en waarborg van belangrijke informatie.

Belangrijkste onderwerpen en stakeholders: overheidsarchieven, (digitale) informatie, Nationaal Archief, transparante overheid, Archiefbesluit en Archiefregeling.

Beleidsthema's: archieven, digitale informatie, transparante overheid.

De kennisbehoefte voor dit thema is volledig gericht op wettelijke en bestuurlijke inzichten die bij kunnen dragen aan een zo goed mogelijk functionerende archiefwet.

Domein Onderzoek en Wetenschap
Tabel 146 Uitwerking Strategische Evaluatie Agenda Onderzoek en Wetenschap

Thema

Subthema

Type onderzoek

Afronding

Status

Toelichting onderzoek

Art.

Een sterke basis en hoge kwaliteit

Starters- en stimuleringsbeurzen

midterm evaluatie

2024

te starten

Eerste (kwalitatieve) evaluatie naar hoe de beurzen zijn besteed, in welke mate het beroep op onderzoeksfaciliteiten en werkplekken toeneemt, of de doelen behaald gaan worden en of de middelenverdeling over de type beurzen nog passend is. Evaluatie in het kader van Fonds voor Onderzoek en Wetenschap.

6,7 en 16

Starters- en stimuleringsbeurzen

eindterm evaluatie

2027

te starten

Volledige (kwantitatieve) evaluatie van dit instrument.

6, 7 en 16

Praktijkgericht onderzoek

1e monitoringsrapportage

2024

te starten

Reflectie op de ontwikkelde strategieën, de inzet van alle onderzoeksmiddelen, de voortgang en ontwikkeling op de bestedingsdoelen en de indicatoren. Evaluatie in het kader van Fonds voor Onderzoek en Wetenschap.

16

Praktijkgericht onderzoek

2e monitoringsrapportage

2027

te starten

Idem.

16

Roadmap grootschalige wetenschappelijke infrastructuur (GWI)

monitoring door NWO uit te zetten

2023

lopend

Evaluatie in het kader van Fonds Onderzoeks- en Wetenschapsbeleid.

16

Roadmap grootschalige wetenschappelijke infrastructuur (GWI)

Idem

2025

te starten

Idem.

16

Open science convenant

monitoring

2025

te starten

Onderzoek naar de versnelling van open science in Nederland en de bijdrage van het convenant (en Regieorgaan Open science).

16

Open science convenant

monitoring

2029

te starten

Idem.

16

Kennisveiligheid

externe audits

2023

lopend

Externe audits bij universiteiten, hogescholen en umc's, gericht op implementatie van organisatie-interne maatregelen uit Nationale Leidraad kennisveiligheid.

16

Kennisveiligheid

 

2025

te starten

Evaluatie in het kader van Fonds voor Onderzoek en Wetenschap.

16

Matching Horizon Europe

ex post evaluatie

2026

te starten

Evaluatie in het kader van Fonds voor Onderzoek en Wetenschap.

16

Europese partnerschappen

monitoring

2023

lopend

Evaluatie in het kader van Fonds voor Onderzoek en Wetenschap.

16

Europese partnerschappen

monitoring

2028

te starten

Idem.

16

Nationaal Expertisecentrum Wetenschap & Samenleving (NEWS)

ex duranteex post evaluatie

2028

te starten

Eerste evaluatie van nieuw instrument.

16

Perspectief Naturalis

ex durante onderzoek

2023

te starten

Onderzoek naar de taken en financiering van Naturalis nu en in de toekomst.

16

Summit Grant (Toponderzoek)

door NWO uit te zetten

2028

te starten

Evaluatie in het kader van Fonds Onderzoeks- en Wetenschapsbeleid.

16

Open competitie

door NWO uit te zetten

2024

te starten

Evaluatie in het kader van Fonds Onderzoeks- en Wetenschapsbeleid.

16

Sectorplannen

midterm evaluatie

2026

te starten

Onderzoek naar meetbare en zichtbare effecten van de sectorplannen onder andere met betrekking tot profilering, samenwerking en het terugdringen van tijdelijke contracten. Nader in te vullen door domeinspecifieke sectorplancommmissies.

16

Sectorplannen

eindterm evaluatie

2029

te starten

Idem.

16

Nationale Wetenschapsagenda (NWA)

ex durante evaluatie

2029

te starten

Evaluatie doelmatigheid en doeltreffendheid uitvoering NWA-programma.

16

Programma Erkennen & Waarderen

subsidie-evaluatie

2026

te starten

Onderzoek naar resultaten van het subsidieprogramma.

16

Sociale veiligheid en gelijke behandeling

Sociale veiligheid

ex durante, ex post evaluatie

2026

te starten

Evaluatie in het kader van Fonds voor Onderzoek en Wetenschap.

16

Zelfcensuur en beperking diversiteit in perspectieven

verkennend onderzoek

2023

lopend

Onderzoek naar prevalentie, vormen, factoren, gevolgen en maatregelen van zelfscensuur door onderzoekers, docenten en studenten bij universiteiten en hogescholen.

16

Commissie DIHOO

midterm evaluatie

2023

lopend

Onderzoek naar diversiteit en inclusie in Hoger Onderwijs en Onderzoek.

16

Instituten in het stelsel van onderzoek en wetenschap

Rathenau

ex durante evaluatie

2023

lopend

Periodieke evaluatie.

16

AWTI

ex durante evaluatie

2023

lopend

Periodieke evaluatie.

16

Koninklijke Bibliotheek

ex durante evaluatie

2024

te starten

Periodieke evaluatie.

16

NWO Institutenstelsel

ex durante evaluatie

2024

te starten

Periodieke evaluatie.

16

NWO

ex durante evaluatie

2025

te starten

Periodieke evaluatie.

16

KNAW

ex durante evaluatie

2025

te starten

Periodieke evaluatie.

16

Evaluatie van SIA

convenant-evaluatie

2023

afgerond

Evaluatie in relatie tot het convenant.

16

Synthese-onderzoek en periodieke rapportage

1e Synthese-onderzoek Fonds Onderzoeks- en Wetenschapsbeleid

strategische evaluatie

2025-2026

te starten

Onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van het onderzoeks- en wetenschapsbeleid bekostigd uit het Fonds.

16

2e Synthese-onderzoek Fonds Onderzoeks- en Wetenschapsbeleid

strategische evaluatie

2030-2031

te starten

Onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van het onderzoeks- en wetenschapsbeleid bekostigd uit het Fonds.

16

Periodieke rapportage art. 16 Begroting OCW

beleidsdoorlichting

2026-2027

te starten

Onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van het gevoerde onderzoeks- en wetenschapsbeleid.

16

Domein onderzoek en wetenschap

Dit kabinet heeft de ambitie om het stelsel voor hoger onderwijs en wetenschap verder te versterken. Naast een gezond en sterk fundament zijn ruimte geven aan divers talent en het vergroten van de maatschappelijke impact de drie belangrijkste doelen van het vigerende beleid. Deze doelen worden bereikt door het implementeren van nieuwe instrumenten (bijvoorbeeld regieorgaan Open Science NL en Starters- en stimuleringsbeurzen), het uitbreiden van bestaande instrumenten (bijvoorbeeld Sectorplannen), en het bieden van een sociaal veilige omgeving waar ruimte is voor diverse perspectieven en talenten. Ook de structurele financieringslijnen in onderzoek en wetenschap (bijvoorbeeld rijksbijdrage aan universiteiten en hogescholen en financiering van programma’s van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO)) dragen hieraan bij.

Een sterke basis en hoge kwaliteit

Het fundament voor onderzoek en wetenschap wordt sterker door meer ruimte voor ongebonden en excellent onderzoek, verbeterde toegang tot (inter)nationale onderzoeksfaciliteiten, meer profilering, samenwerking en gezonde concurrentie tussen instellingen en sectoren en aansluiting van de Nederlandse wetenschap bij internationaal (top)onderzoek. Hiertoe investeert de Minister van OCW in grootschalige wetenschappelijke infrastructuur (GWI), Europese partnerschappen, Matching Horizon Europe en Summit Grant, maar ook in sectorplannen, starters- en stimuleringsbeurzen en open competitie. De kwaliteit is hiermee gediend. Het is belangrijk om deze kwaliteit ook van meerwaarde te laten zijn voor de samenleving. Een aantal beleidsthema’s draagt bij aan het vergroten van de maatschappelijke impact van onderzoek en wetenschap. Zo wordt gewerkt aan een beter gebruik van kennis uit (praktijkgericht) onderzoek ten behoeve van maatschappelijke uitdagingen. Het Open Science convenant moet verder bijdragen aan de transitie naar een meer open en participatieve onderzoekspraktijk in Nederland, waarbij data en kennis breder gedeeld en gebruikt worden. Initiatieven rondom kennisveiligheid moeten bijdragen aan meer maatschappelijke impact door actoren in staat te stellen een betere afweging te maken tussen de kansen en risico’s rondom internationale samenwerking in onderzoek en wetenschap. De voorziene onderzoeken op deze thema’s geven meer inzicht in de mate waarin deze doelen in de praktijk ook behaald worden.

Sociale veiligheid en gelijke behandeling

Een aantal beleidsthema’s levert een bijdrage aan het welzijn van onderzoekers, docenten en studenten en daagt hen uit diverse talenten te gebruiken. Onderzoekers moeten in een sociaal veilige omgeving hun werk kunnen doen. Zij moeten, ongeacht hun achtergrond, in staat zijn wetenschappelijke talenten ten volle te benutten. Diversiteit brengt een grotere variatie aan perspectieven in de wetenschap en dat komt de wetenschappelijke kwaliteit ten goede. Daarom is inzicht nodig in hoeverre beleidsprogramma’s als Sociale veiligheid en Erkennen & Waarderen, de commissie Diversiteit hoger onderwijs en onderzoek (DIHOO), en andere instrumenten in het kader van talent bijdragen aan een verbeterde sociale veiligheid, lagere werkdruk, meer diversiteit en verbeterde erkenning en waardering. De voorziene onderzoeken geven dat inzicht.

Instituten in het stelsel van onderzoek en wetenschap

Als stelselverantwoordelijke zorgt de Minister van OCW voor de rijksbijdrage die rechtstreeks naar universiteiten en hogescholen gaat en waarin een deel bestemd is voor onderzoek bij de universitair medische centra (umc’s), de rijksbijdrage die via NWO in competitie wordt verdeeld, en de basisfinanciering die via NWO en de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) over de onderliggende instituten wordt verdeeld. Alle instituten in het stelsel worden periodiek geëvalueerd op onder andere hun rol, taakuitvoering, effectiviteit en doelmatigheid. Voor 2024 en 2025 zijn evaluaties voorzien van NWO, KNAW en de Koninklijke Bibliotheek (KB).

Het verzamelen en verbinden van beleidsinformatie op geaggregeerd niveau

Tot slot worden de zogenaamde syntheseonderzoeken uit de SEA gebruikt om op geaggregeerd niveau de inzichten uit de beleidsindicatoren en -evaluaties beter te duiden en met elkaar te verbinden. Op deze manier is het mogelijk om meer inzicht te krijgen in hoe beleidsinstrumenten elkaar aanvullen en gezamenlijk bijdragen aan het behalen van de beleidsdoelen.

Domein Emancipatie
Tabel 147 Uitwerking Strategische Evaluatie Agenda Emancipatie

Thema

Subthema

Type onderzoek

Afronding

Toelichting onderzoek

Type onderzoek

Art.

Arbeid

Doel gendergelijkheid

Topvrouwen: CPB evaluatie effecten invoering quotum

2024

Onderzoek naar de effecten van de invoering van het diversiteitsquotum.

ex durante

25

Doel gendergelijkheid

Topvrouwen: Monitor topvrouwen semipubliek

2024 en volgende jaren)

Een overkoepelende monitor voor de (semi)publieke sector, waarin de  governance codes en de v/m-verhoudingen in de (semi)publieke sector periodiek worden bijgehouden, zodat trends kunnen worden waargenomen en beleid hierop kan worden aangepast.

ex durante

25

Doel gendergelijkheid

Topvrouwen: SER diversiteitsportaal private sector

2024 en volgende jaren

Een portaal waarin beursgenoteerde en grote vennootschappen jaarlijks rapporteren aan de SER over de man-vrouwverhouding in de (sub)top van hun organisaties. De SER maakt resultaten van rapportages aan eind van elk kalenderjaar openbaar. Op deze wijze kunnen ontwikkelingen worden gemonitord en kan beleid worden bijgestuurd.

ex durante

25

Doel gendergelijkheid

Onderkant arbeidsmarkt: programma economische veerkracht

2025

Programma/onderzoek in het kader van de Nationale Wetenschapsagenda, gericht op het verkrijgen van handelingsperspectieven om de economische veerkracht/de arbeidsparticipatie van vrouwen te vergroten.

ex ante

25

Doel gendergelijkheid

Onderkant arbeidsmarkt: 6e ronde Vakkundig aan het werk

2025

Onderzoek gericht op verbeteren arbeidstoeleiding van vrouwen met een uitkering/ niet uitkeringsgerechtigde vrouwen.

ex ante

25

Doel lhbtiq+- emancipatie

Verkenning bi+ mensen en arbeidsmarkt

2024

Kwalitatiefonderzoek naar de ervaringen van bi+ personen op de arbeidsmarkt.

ex ante

25

Sociale veiligheid

Doel lhbtiq+- emancipatie

Evaluatie opbrengsten van samenwerking met Regenboogsteden

2026

Evalueren wat werkt en wat niet werkt in de samenwerking met gemeenten; in kaart brengen wat de samenwerking oplevert aan resultaten.

ex post

25

Doel gendergelijkheid

Evaluatie opbrengsten van samenwerking met Veilige Steden

2026

Evalueren wat werkt en wat niet werkt in de samenwerking met gemeenten; in kaart brengen wat de samenwerking oplevert aan resultaten.

ex post

25

Doel gendergelijkheid

Nationaal Actieprogramma Aanpakseksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld

2024 en verder

De regeringscommissaris seksueelgrensoverschrijdend gedrag wordt in 2023 gevraagd advies uit te brengen over hoe het programma goed te monitoren, te verantwoorden en te borgen. Op basis hiervan zal de volgende SEA worden aangevuld.

ex anteex durante

25

Gender-diversiteit en gelijke behandeling

Doel gendergelijkheid

Representatiemonitor

2024

Monitoringsonderzoek naar de representatie van vrouwen in de media. Momenteel wordt verkend om in deze editie ook de representatie van mensen met een (zichtbare) beperking en mensen van kleur mee te nemen.

ex post

25

Doel lhbtiq+- emancipatie en gendergelijkheid

Een ex-ante evaluatie naar mainstreamen

2024

Onderzoek naar wat er bekend is over mainstreaming als beleidsinzet in de literatuur, en wat andere departementen en directies van de directie Emancipatie nodig hebben om mainstraemen op een effectieve wijze in te zetten.

ex ante

25

lhbtiq+ emancipatie

Onderzoek trans en intersekse sporters in topsport en amateursport.

2024

Onderzoek naar hoe trans en intersekse personen (mee) kunnen blijven sporten in de topsport en in de amateursport. Op welke wijze kan er bijvoorbeeld samen met en/of door sportbonden tot afspraken omtrent indelingen van teams en competities gekomen worden, zodat deze personen ook volwaardig kunnen deelnemen aan sporten nationaal en internationaal.

ex ante

25

Algemeen

Doel gendergelijkheid

Emancipatiemonitor

2024

De Emancipatiemonitor bevat de resultaten van tweejaarlijks onderzoek naar de emancipatie van vrouwen in Nederland. Aan de hand van de meest actuele gegevens over de positie van vrouwen en mannen brengt deze monitor de stand van het emancipatieproces in kaart. Op basis van deze monitor wordt veel kennis vergaard over gendergelijkheid op de arbeidsmarkt.

ex duranteex post

25

Doel lhbtiq+-emancipatie

Lhbtiq+-monitor

2024

De Lhbtiq+-monitor schetst een beeld van de leefsituatie van lhbtiq+ personen op domeinen als veiligheid, gezondheid en werk. Daarnaast schetst de monitor een beeld van de opvattingen van de algemene Nederlandse bevolking over lhbtiq+ personen. Er wordt gekeken welke groepen op voor- en achterstand staan en welke ontwikkelingen hierin te zien zijn.

ex duranteex post

25

Domein Emancipatie

De algemene doelstelling van het emancipatiebeleid is het realiseren van gendergelijkheid en gelijke behandeling wat betreft seksuele oriëntatie, genderidentiteit en geslachtskenmerken in de Nederlandse samenleving.

Uitgangspunt van het emancipatiebeleid van dit kabinet is dat iedereen in Nederland zichzelf kan zijn, iedereen kan worden wat die wil worden en iedereen de mogelijkheden heeft om zich te ontwikkelen en bij te dragen aan de samenleving. Om dit te bereiken zetten we ons in voor gender- en lhbtiq+-gelijkheid en het voorkomen van discriminatie van en geweld tegen deze groepen.

De directie Emancipatie van het Ministerie van OCW gaat over zowel gendergelijkheid als over lhbtiq+ -emancipatie. De directie Emancipatie heeft, in tegenstelling tot de meeste directies, geen eigen wet- en regelgeving, of stelsel waarvoor het verantwoordelijk is, maar is actief op een breed scala aan onderwerpen dat voor een groot deel onder de verantwoordelijkheid van andere departementen valt. De directie heeft hierbij vooral een agenderende, coördinerende en aanjagende rol. Daarbij wordt nauw samen gewerkt met maatschappelijke organisaties, andere overheden en andere departementen. Dit heeft impact op de manier waarop we werken en daarmee ook op de manier waarop we kunnen evalueren.

De directie werkt aan verschillende dossiers, die voor het doel van de SEA zijn gegroepeerd in drie hoofdthema’s: Arbeid, Sociale Veiligheid, en Genderdiversiteit en Gelijke Behandeling. Op de belangrijkste dossiers van de directie bestaan soms raakvlakken en overlap tussen onderwerpen op het gebied van gendergelijkheid en lhbtiq+-emancipatie. Het komt echter ook voor dat dossiers exclusief over de positie van vrouwen of lbhtiq+ personen gaan.

In aanvulling op de SEA (die voor het domein Emancipatie een enigszins afgebakend beeld geeft), wordt met beleidsindicatoren op ocwincijfers.nl de stand van emancipatie gemonitord volgens de groeperingen in de hoofdthema’s.

Thema Arbeid

Elke vrouw moet financieel onafhankelijk zijn en haar kwaliteiten op de arbeidsmarkt waar kunnen maken.Het beleid richt zich op gendergelijkheid op de arbeidsmarkt, waaronder op gelijke beloning en gelijke arbeidsdeelname van vrouwen (ten opzichte van mannen) op elk niveau. De inzet is daarmee onder andere gericht op het bevorderen van arbeidsparticipatie en financiële onafhankelijkheid van vrouwen, maar ook op het verbeteren van de doorstroom van vrouwen naar leidinggevende posities. Dit kabinet zet onder andere in op het creëren van betere omstandigheden op de arbeidsmarkt zoals het beter monitoren op loonverschillen, het lonender maken van meer uren werk, het bestrijden van zwangerschapsdiscriminatie en het faciliteren van de combinatie van arbeid en zorg (stelselherziening kinderopvang en betaald ouderschapsverlof).

Uit de tabel wordt duidelijk dat de genderdiversiteit in de top de komende jaren wordt gemonitord, zowel in de private sector als in de (semi)publieke sector.

Daarnaast zijn verschillende pilots en onderzoeken in gang gezet via de Nationale Wetenschapsagenda en Vakkundig aan het Werk, onder meer om gemeenten te ondersteunen bij een gendersensitieve uitvoering van het re-integratiebeleid  om zo de arbeidstoeleiding van vrouwen met een afstand tot de arbeidsmarkt te verbeteren.

Thema Sociale Veiligheid

Het beleid richt zich op het bevorderen van (sociale) veiligheid van vrouwen en lhbtiq+ personen, bijvoorbeeld  in de publieke ruimte, op de werkvloer, in het onderwijs of in de sport. Daarbij wordt extra ingezet op specifieke groepen en gemeenschappen waar dit nodig is, bijvoorbeeld bi+ personen, transgender personen, intersekse personen en lhbtiq+ personen in gesloten gemeenschappen.

Zo richt de directie Emancipatie zich op het bevorderen van de sociale veiligheid en gelijke behandeling op iedere school en onderwijsinstelling voor leerling, student, leraar en docent, zodat eenieder veilig, gelijkwaardig en vrij onderwijs geniet en het onderwijs een plek is waar iedereen zichzelf vrij kan uiten en ontplooien. Voor studenten en docenten moet het onderwijs sociaal veilig en inclusief zijn. Daarnaast is het van belang dat leerlingen al in het funderend onderwijs de waarde van gelijkwaardigheid en gelijke behandeling wordt bijgebracht, zodat leerlingen elkaar leren kennen en respecteren ongeacht hun verschillen.

Een ander belangrijk onderdeel van emancipatie binnen het onderwijs is de invloed van gender op de school- en beroepsloopbaan. Gender, seksuele diversiteit, afkomst of ondersteuningsbehoefte horen niet van invloed te zijn op de school-, studie- en loopbaankeuzes die door een leerling worden gemaakt, of hoe een leerling behandeld wordt door diens leraar. Jongeren moeten een kansrijke keuze kunnen maken passend bij hun interesses, talenten en capaciteiten zonder dat deze beïnvloed wordt door bijvoorbeeld sociale verwachtingen, gendernormen en rolpatronen.

Middels het National Actieprogramma Aanpak seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld zet de directie zich in om een cultuurverandering te bewerkstelligen zodat iedereen in onze samenleving zich veilig voelt en we elkaar wensen en grenzen herkennen, erkennen en respecteren. Dit betreft een Nationaal Actieprogramma dat door de Ministeries van OCW en SZW wordt gecoördineerd en waarvoor een regeringscommissaris is aangesteld om het kabinet gevraagd en ongevraagd te adviseren bij de totstandkoming en de uitvoering van dit programma. De directie emancipatie is binnen het Ministerie van OCW de coördinerende directie.

Thema Genderdiversiteit en gelijke behandeling

Alle mensen zijn vrij om hun identiteit vorm te geven.Het beleid richt zich op het bevorderen van gelijke behandeling, de acceptatie van genderdiversiteit, het tegengaan van stereotypering en het bevorderen van representatie. Een van de belangrijkste instrumenten die de directie Emancipatie inzet om gelijke behandeling te stimuleren, is gender mainstreaming. De inzet en de kansen voor een effectievere inzet van gender mainstreaming wordt (strategisch) geëvalueerd in 2024. In 2024 wordt ook de volgende editie van de Representatiemonitor verwacht. Momenteel wordt verkend of hierin naast de representatie van vrouwen, ook gekeken kan worden naar de representatie van mensen met een (zichtbare) beperking en mensen van kleur. Binnen het thema «genderdiversiteit en gelijke behandeling» valt ook het onderwerp sport. De belangrijkste prioriteit hierbinnen is het realiseren van een inclusieve omgeving «op en buiten het veld» waarbinnen iedereen ongeacht seksuele oriëntatie of genderidentiteit vrij, veilig, gelijkwaardig én volwaardig kan sporten in de top- en amateursport. Iedereen moet veilig en met plezier kunnen sporten. Het kabinet blijft duidelijk en actief stelling nemen tegen geweld, intimidatie, discriminatie en uitsluiting van lhbtiq+ personen in de sport. Samen met de directie Sport bij het Ministerie van VWS blijft directie Emancipatie inzetten op het bevorderen van lhbtiq+ -acceptatie en -veiligheid in de sport. Verder is een belangrijk thema maximale borging van zorgvuldigheid in de zorg voor intersekse kinderen en de afwegingen die daarbij aan de orde komen tussen artsen, ouders, en kind. Teneinde te voorkomen dat er niet-medisch noodzakelijke en non-consensuele behandelingen plaatsvinden bij intersekse kinderen, zijn er gezondheidsverschillen op basis van gender, seksuele gerichtheid, genderidentiteit en -expressie en geslachtskenmerken. Daarom zet de directie zich in om het publiek, de zorgsector en de overheid hiervan bewust te maken en te ondersteunen.

Om gelijke behandeling te bewerkstelligen is het van belang om juridische gelijkwaardigheid te waarborgen. Vrouwen en lhbtiq+ personen kennen diverse belemmeringen om gelijk behandeld te worden. De directie Emancipatie zet zich in om op alle terreinen gelijkwaardigheid en gelijkheid te garanderen, ook voor de wet. Dit betreft onder andere de transgenderwet en wet- en regelgeving op het gebied van meerouderschap, meeroudergezag, overheidsdocumentatie, onnodige sekseregistratie, interlandelijke adoptie en draagmoederschap.

Thema Algemeen

Voor de algemene onderwerpen die dwarsdoorsnijdend zijn voor alle thema’s is de categorie «algemeen» toegevoegd. Hierin vallen bijvoorbeeld de Emancipatie- en de Lhbtiq+-monitor die rapporteren over alle domeinen. Binnen deze categorie valt ook de internationale inzet. De directie Emancipatie vervult een grote rol in de standpuntbepaling van Nederland in onderhandelingen over afspraken in internationale gremia én in het tegengaan van de internationale pushback op gendergelijkheid en gelijke rechten voor lhbtiq+ personen.

Momenteel wordt een nieuwe uitvoerder voor de volgende Lhbtiq+-monitor gezocht. Naar verwachting wordt eind 2024 een volgende editie Lhbtiq+-monitor opgeleverd, waarbij het streven is de reikwijdte van de monitor verder uit te breiden. Verder wordt in 2024 een nieuwe editie van de Emancipatiemonitor verwacht.

Bijlage 6: Rijksuitgaven Caribisch Nederland

Op verzoek van de motie Hachchi c.s. (Kamerstukken II 2011/12, 33000 IV, nr. 28) wordt jaarlijks een overzicht van alle rijksuitgaven aan Caribisch Nederland (CN) (met uitzondering van de vrije uitkering ofwel het BES-fonds) toegevoegd aan de begroting van Koninkrijksrelaties (IV).

Naar aanleiding van de voorlichting van de Afdeling Advisering van de Raad van State (RvS) en het Interdepartementale Beleidsonderzoek Koninkrijksrelaties (IBO) volgt het kabinet de aanbeveling op om het overzicht Rijksuitgaven aan Caribisch Nederland aanzienlijk uit te breiden (Kamerstukken II 2019/20, 35300 IV, nr. 11). Doel hiervan is om de rol van het Ministerie van BZK te verstevigen en een meer integrale afweging van de Rijksuitgaven aan Caribisch Nederland te bevorderen.

In de begroting Koninkrijksrelaties (IV) is het totale overzicht van de Rijksuitgaven Caribisch Nederland te vinden. Hieronder is de uitsplitsing van de Rijksuitgaven aan Caribisch Nederland voor de departementale begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap weergegeven. In het overzicht en de bijbehorende toelichtingen wordt aangegeven of het uitgaven zijn ten behoeve van eilandelijke taken (E) of rijkstaken (R), of er sprake is van incidentele (I) of structurele (S) bekostiging en wordt een toelichting gegeven op de wijze van financiering welke gekoppeld is aan de beoogde beleidsdoelen.

Tabel 148 Overzicht rijksuitgaven Caribisch Nederland (bedragen x € 1.000)

Artikel/ instrument

Taak

Bijdrage

Realisatie

Ontwerpbegroting 2024

   

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Totaal uitgaven

  

86.799

68.818

61.676

59.772

57.520

44.987

44.987

          

Artikel 1 Primair onderwijs

43.434

22.039

17.367

17.449

15.626

3.093

3.093

Bekostiging

R

S

28.557

30.443

30.142

30.398

30.398

30.398

30.398

Bijdrage aan medeoverheden

R

S

14.877

22.039

17.367

17.449

15.626

3.093

3.093

Artikel 3 Voortgezet onderwijs

24.775

24.128

23.804

23.801

23.801

23.801

23.801

Bekostiging

R

S

24.775

24.128

23.804

23.801

23.801

23.801

23.801

Artikel 4 Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie

13.357

12.200

12.425

12.442

12.442

12.442

12.442

Subsidies (regelingen)

  

0

0

0

0

0

0

0

Bekostiging

R

S

12.200

12.200

12.425

12.442

12.442

12.442

12.442

Bijdrage aan medeoverheden

E

I

1.157

0

0

0

0

0

0

Artikel 11 Studiefinanciering

2.683

3.101

3.101

3.101

3.101

3.101

3.101

Inkomensoverdrachten

R

S

2.683

3.101

3.101

3.101

3.101

3.101

3.101

Artikel 14 Cultuur

50

2.350

2.479

479

50

50

50

Subsidies (regelingen)

R

S

50

50

50

50

50

50

50

Bijdrage aan medeoverheden

R

I

2.300

2.429

429

Artikel 15 Media

  

1

0

5

10

0

1

0

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

R

I

1

0

5

10

0

1

0

Artikel 16 Onderzoek en wetenschapsbeleid

2.500

5.000

2.500

2.500

2.500

2.500

2.500

Bekostiging

R

S

2.500

2.500

2.500

2.500

2.500

2.500

2.500

Bijdrage aan medeoverheden

E

I

0

2.500

0

0

0

0

0

Toelichting

Artikel 1 Primair onderwijs

Bekostiging

Het Rijk verstrekt aan de schoolbesturen in CN lumpsumbekostiging voor de personele kosten en materiële instandhouding. Het betreft de schoolbesturen op de eilanden Bonaire, Sint-Eustatius en Saba. Het betreft structurele bekostiging ten behoeve van rijkstaken.

Bijdrage aan medeoverheden

Deze middelen worden ingezet voor het verder verbeteren van de kwaliteit van het gehele onderwijs in CN tot een naar Nederlandse maatstaven aanvaardbaar niveau. Een groot gedeelte van het budget is bestemd voor de verbetering van de onderwijshuisvesting. Middelen voor onderwijshuisvesting zijn incidenteel en lopen naar verwachting in 2027 af. Het overige deel betreft structurele middelen ten behoeve van rijkstaken.

Artikel 3 Voortgezet Onderwijs

Bekostiging

Het Rijk verstrekt sinds 10 oktober 2010 lumpsumbekostiging aan de schoolbesturen in CN voor de personele kosten en materiële instandhouding. Het betreft de schoolbesturen op de eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Het betreft structurele bekostiging ten behoeve van rijkstaken.

Artikel 4 Beroepsonderwijs en volwasseneducatie

Bekostiging

Deze middelen zijn bedoeld voor het verzorgen van middelbaar beroepsonderwijs in CN. De onderwijsinstellingen in CN ontvangen hiervoor lumpsumbekostiging. Ook de Raad Onderwijs Arbeidsmarkt in CN wordt vanuit deze middelen bekostigd. Het betreft structurele bekostiging ten behoeve van rijkstaken.

Artikel 11 Studiefinanciering

Inkomensoverdrachten

Deze middelen zijn bedoeld voor het toekennen van studiefinanciering in CN op grond van de Wet studiefinanciering BES. Deze wet regelt de studiefinanciering BES en de opstarttoelage en is van toepassing op studenten die voldoen aan de voorwaarden. Het betreft structurele bekostiging ten behoeve van rijkstaken.

Artikel 14 Cultuur

Subsidies

Deze middelen zijn structureel beschikbaar voor losse projecten in verband met cultuur en erfgoed, zoals het ondersteunen van bewustwording en herdenking van het slavernijverleden en de implementatie van archeologiewetgeving en -beleid. Het betreft structurele bekostiging ten behoeve van rijkstaken.

Bijdrage aan medeoverheden

Er zijn middelen (€ 2,0 miljoen voor 2023 en € 2,0 miljoen voor 2024) gereserveerd voor een bijzondere uitkering voor een toekomstgerichte bibliotheekvoorziening in CN. Daarnaast is voor een bijzondere uitkering voor het aanstellen van cultuurcoaches in 2023 € 0,3 miljoen en in 2024 en 2025 € 0,4 miljoen per jaar gereserveerd. 

Artikel 16 Onderzoek en wetenschapsbeleid

Bekostiging

Deze middelen worden structureel aangewend voor het uitvoeren van het onderzoeksprogramma op en over de Cariben. De middelen maken geoormerkt deel uit van de rijksbijdrage Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Deels worden deze middelen via Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) ingezet ten behoeve van het Caribean Netherlands Science Institute (CNSI) op Sint-Eustatius. Het merendeel van het bedrag wordt via calls van NWO ingezet voor onderzoeksprojecten in het teken van de Cariben. Het betreft structurele bekostiging ten behoeve van rijkstaken.

Bijlage 7: Specifieke uitkeringen

Als het Rijk bijdragen onder voorwaarden ten behoeve van een bepaald openbaar belang aan provincies en gemeenten verstrekt, is op basis van artikel 15a lid 1 Financiële-verhoudingswet sprake van een specifieke uitkering. In deze bijlage is voor het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aangegeven welke specifieke uitkeringen voor 2023 t/m 2028 uitgekeerd worden en welke voornemens er zijn voor specifieke uitkeringen. De voornemens worden aangeduid met een «V» onder het kopje SiSa nummer (Single information Single audit). Indien nodig wordt er onder de tabel een toelichting gegeven

Tabel 149 Overzicht specifieke uitkeringen (SPUKS) (bedragen x € 1 mln.)
   

2023

2024

2025

2026

2027

2028

SiSa nr.

Onderdeel

Toelichting

      
         

D14

Naam

Regeling specifieke uitkering inhalen COVID-19 gerelateerde onderwijsvertragingen

54,8

     
 

Korte duiding

Gemeenten krijgen uit het NP Onderwijs budget voor hun rol in voorschoolse educatie, primair onderwijs en voortgezet onderwijs

      
 

Juridische grondslag

artikel 17, vijfde lid, van de Financiële-verhoudingswet

      
 

Maatschappelijke effecten

Deze Regeling specifieke uitkering inhalen COVID-19 gerelateerde onderwijsvertragingen (hierna: de regeling) is gericht op het bieden van mogelijkheden aan gemeenten om in samenwerking met scholen, kinderopvang, (jeugdgezondheids)zorg, bibliotheken en andere lokale partijen activiteiten aan te bieden om de vaardigheden van kinderen op cognitief, executief, sociaal en emotioneel vlak aanvullend te stimuleren.

 
 

Ontvangende partijen

Gemeenten

      
 

Artikel

1 Primair Onderwijs

      
         

V

Naam

Huisvesting en noodlocaties voor onderwijs aan Oekraïners primair onderwijs

159,0

     
 

Korte duiding

Gemeenten krijgen middelen voor het zorgen voor huisvesting voor onderwijs aan Oekraïners.

      
 

Juridische grondslag

artikel 17, vijfde lid, van de Financiële-verhoudingswet

      
 

Maatschappelijke effecten

Voldoende en adequate huisvesting voor onderwijs aan Oekraïners.

 
 

Ontvangende partijen

Gemeenten

      
 

Artikel

1 Primair Onderwijs

      
         

V

Naam

Voorschoolse educatie aan Oekraïnse kinderen

13,7

     
 

Korte duiding

Gemeenten krijgen middelen voor het organiseren van voorschoolse educatie aan Oekraïnse kinderen.

      
 

Juridische grondslag

artikel 17, vijfde lid, van de Financiële-verhoudingswet

      
 

Maatschappelijke effecten

Het doel van deze maatregel is om te voorkomen dat Oekraïnse kinderen met een taalachterstand het onderwijs instromen.

     
 

Ontvangende partijen

Gemeenten

      
 

Artikel

1 Primair Onderwijs

      
         

D15

Naam

Scholenprogramma Groningen

3,0

3,0

3,0

3,0

3,0

3,0

 

Korte duiding

Gemeenten in Groningen krijgen middelen om schoolgebouwen te versterken.

      
 

Juridische grondslag

artikel 17, vijfde lid, van de Financiële-verhoudingswet

      
 

Maatschappelijke effecten

Het doel van deze maatregel is om 101 scholen aardbevings- en toekomstbestendig te maken.

     
 

Ontvangende partijen

Gemeenten

      
 

Artikel

1 Primair Onderwijs

      
         

D8

Naam

Gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid

571,4

572,4

572,4

609,2

609,2

609,2

 

Korte duiding

Het overgrote deel van dit budget bestaat uit de middelen voor het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid (goab). Met het GOAB worden middelen verstrekt om onderwijsachterstanden, waaronder taalachterstanden, van kinderen vroegtijdig te signaleren en bestrijden. Het overige deel bestaat uit middelen t.b.v. het programma Ontwikkeling Jonge Kind.

      
 

Juridische grondslag

Artikel 168a, eerste en derde lid, van de Wet op het primair onderwijs

      
 

Maatschappelijke effecten

Het doel van deze maatregelen is om kinderen te ondersteunen die op basis van hun omgevingskenmerken een vergroot risico lopen op een onderwijsachterstand.

      
 

Ontvangende partijen

Gemeenten

      
 

Artikel

1 Primair Onderwijs

      
         

D14

Naam

Regeling specifieke uitkering inhalen COVID-19 gerelateerde onderwijsvertragingen

35,0

     
 

Korte duiding

Gemeenten krijgen uit het NP Onderwijs budget voor hun rol in voorschoolse educatie, primair onderwijs en voortgezet onderwijs

      
 

Juridische grondslag

artikel 17, vijfde lid, van de Financiële-verhoudingswet

      
 

Maatschappelijke effecten

Deze Regeling specifieke uitkering inhalen COVID-19 gerelateerde onderwijsvertragingen (hierna: de regeling) is gericht op het bieden van mogelijkheden aan gemeenten om in samenwerking met scholen, kinderopvang, (jeugdgezondheids)zorg, bibliotheken en andere lokale partijen activiteiten aan te bieden om de vaardigheden van kinderen op cognitief, executief, sociaal en emotioneel vlak aanvullend te stimuleren.

 
 

Ontvangende partijen

Gemeenten

      
 

Artikel

3 Voortgezet Onderwijs

      
         

V

Naam

Huisvesting en noodlocaties voor onderwijs aan Oekraïners voortgezet onderwijs.

159,0

     
 

Korte duiding

Gemeenten krijgen middelen voor het zorgen voor huisvesting voor onderwijs aan Oekraïners.

      
 

Juridische grondslag

artikel 17, vijfde lid, van de Financiële-verhoudingswet

      
 

Maatschappelijke effecten

Voldoende en adequate huisvesting voor onderwijs aan Oekraïners

     
 

Ontvangende partijen

Gemeenten

      
 

Artikel

3 Voortgezet Onderwijs

      
         

D12

Naam

RMC's

43,6

40,7

67,2

67,2

67,2

67,2

 

Korte duiding

Dit betreft de bekostiging van de uitvoering van de taken van de Regionale Meld- en Coördinatiefunctie (RMC) van 40 RMC-regio’s. De verdeelsleutel ligt vast in een ministerieel besluit.

      
 

Juridische grondslag

Artikel 8.3.2 Wet educatie en beroepsonderwijs

      
 

Maatschappelijke effecten

De RMC-functie heeft de taak om jongeren tot 23 jaar die niet naar school gaan en nog geen startkwalificatie hebben behaald te monitoren en voortijdig schoolverlaten te voorkomen

 
 

Ontvangende partijen

Gemeenten

      
 

Artikel

Artikel 4 Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie

      
         

D10

Naam

Educatie

85,5

85,5

85,5

85,5

85,5

85,5

 

Korte duiding

De middelen voor educatie worden per specifieke uitkering verstrekt aan samenwerkende gemeenten binnen een regio educatie arbeidsmarktregio (via de contactgemeente). De verdeelsleutel is vastgelegd in het Uitvoeringsbesluit WEB.

      
 

Juridische grondslag

Artikel 2.3.1 Wet educatie en beroepsonderwijs

      
 

Maatschappelijke effecten

Budget om cursussen voor het versterken van basisvaardigheden (taal, rekenen en digitale vaardigheden) aan te bieden aan hun inwoners. De doelgroep betreft volwassenen die Nederlands als eerste of tweede taal hebben, maar niet inburgeringsplichtig zijn.

 
 

Ontvangende partijen

samenwerkende gemeenten binnen een arbeidsmarktregio (via de contactgemeente)

      
 

Artikel

Artikel 4 Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie

      
         

D12A

Naam

Regionaal programma

19,2

22,1

22,1

22,1

22,1

22,1

 

Korte duiding

De middelen voor de uitvoering van de maatregelen uit het Regionaal Programma worden deels aan de RMC-contactgemeenten verstrekt.

      
 

Juridische grondslag

Artikel 8.3.4 Wet educatie en beroepsonderwijs

      
 

Maatschappelijke effecten

De RMC-functie heeft de taak om jongeren tot 23 jaar die niet naar school gaan en nog geen startkwalificatie hebben behaald te monitoren en voortijdig schoolverlaten te voorkomen

 
 

Ontvangende partijen

Gemeenten

      
 

Artikel

Artikel 4 Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie

      
         

D16

Naam

spuk erfgoed 2021 ‒ 29027505

6,7

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Korte duiding

Middelen Erfgoed Aardbevingsgebied Groningen

      
 

Juridische grondslag

Artikel 5, Wet Specifiek Cultuurbeleid

      
 

Maatschappelijke effecten

Het behoud van het Gronings erfgoed, landschappelijke en ruimtelijke kwaliteit en daarmee de gebiedsidentiteit, als ook het bereiken van een optimale balans tussen veiligheid, schadeherstel en behoud van het Gronings erfgoed in zijn ruimtelijke context.

 
 

Ontvangende partijen

Provincie Groningen

      
 

Artikel

14 Cultuur

      
         

D13

Naam

Impuls regionale culturele infrastructuur «verbreding en vernieuwing»

2,0

2,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Korte duiding

Impuls versterking regionale culturele infrastructuur

      
 

Juridische grondslag

Artikel 7, Wet op het specifiek cultuurbeleid

      
 

Maatschappelijke effecten

Een tijdelijke, extra impuls geven aan de culturele infrastructuur in de provincies Flevoland, Friesland, Drenthe, Zeeland, Limburg en Overijssel. Het Rijk stelt via de provincies middelen beschikbaar om gezamenlijk de culturele infrastructuur in deze provincies te versterken en te ondersteunen.

 
 

Ontvangende partijen

Provincies Flevoland, Friesland, Drenthe, Zeeland, Limburg en Overijssel

      
 

Artikel

14 Cultuur

      
         

D23

Naam

Regeling eenmalige specifieke uitkering en subsidies lokale bibliotheekvoorzieningen

17,6

38,4

    
 

Korte duiding

De specifieke uitkering is bestemd als tegemoetkoming in de kosten die gemeenten maken voor de oprichting van nieuwe bibliotheekvestigingen en het verbeteren of doorontwikkelen van bestaande beperkte bibliotheekvoorzieningen. .

      
 

Juridische grondslag

Regeling eenmalige specifieke uitkeringen en subsidies lokale bibliotheekvoorzieningen

      
 

Maatschappelijke effecten

Met de regeling wordt nadruk van de maatregelen voor de korte termijn gelegd op gemeenten zonder fysieke bibliotheek, op de terugkomst en verbetering van de bibliotheek in wijken met een grote maatschappelijke opgave en op niet-stedelijke regio’s waar de afstand tot debibliotheek te groot is geworden.

      
 

Ontvangende partijen

Gemeenten

      
 

Artikel

14 Cultuur

      
         

D24

Naam

Landelijke erfgoedregistratie

0,1

0,1

0,1

0,2

0,0

0,0

 

Korte duiding

Met het initiatief wordt de Landelijke Erfgoedregistratie bestendigd en verder uitgebouwd. Daarmee wordt het mogelijk dat vanuit het Digitaal Stelsel Omgevingswet erfgoedgegevens beschikbaar komen voor eenieder.

      
 

Juridische grondslag

Artikel 5, Wet Specifiek Cultuurbeleid

      
 

Maatschappelijke effecten

Invulling geven aan de gedachte van de Omgevingswet: gemeenten hebben de plicht om informatie met betrekking tot de omgeving eenduidig beschikbaar to stellen aan zowel ambtenaren als burger. Alle belanghebbenden moeten een gelijke informatiepositie kunnen innemen.

      
 

Ontvangende partijen

Gemeente Amsterdam

      
 

Artikel

14 Cultuur

      
         

D21

Naam

Impuls jongerencultuur

13,9

13,9

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Korte duiding

Jongeren hebben in de coronaperiode veel moeten missen, ook op cultureel vlak, terwijl cultuurdeelname positieve effecten heeft op ons welzijn. In het kader van herstel is er daarom in het bijzonder oog voor cultuurparticipatie door jongeren.

      
 

Juridische grondslag

Artikel 7, Wet op het specifiek cultuurbeleid

      
 

Maatschappelijke effecten

Cultuurparticipatie verbindt jongeren met elkaar, draagt bij aan hun veerkracht en aan hun persoonlijke ontwikkeling.

      
 

Ontvangende partijen

diverse gemeenten en provincie

      
 

Artikel

14 Cultuur

      
         

D20

Naam

spuk erfgoed 2022 ‒ 33754543

3,0

     
 

Korte duiding

Middelen Erfgoed Aardbevingsgebied Groningen

      
 

Juridische grondslag

Artikel 5, Wet Specifiek Cultuurbeleid

      
 

Maatschappelijke effecten

Het behoud van het Gronings erfgoed, landschappelijke en ruimtelijke kwaliteit en daarmee de gebiedsidentiteit, als ook het bereiken van een optimale balans tussen veiligheid, schadeherstel en behoud van het Gronings erfgoed in zijn ruimtelijke context.

 
 

Ontvangende partijen

Provincie Groningen

      
 

Artikel

14 Cultuur

      
         

Totaal

  

1.166,8

739,7

750,3

787,2

787,0

787,0

Bijlage 8: Nationaal Groeifonds-projecten

Tabel 150 Uitgavenraming NGF-projecten (bedragen x € 1.000)
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Totaal uitgaven NGF-Projecten

8.792

175.463

279.376

161.224

74.732

19.933

19.183

        

Subtotaal uitgaven Open Leermateriaal

1.606

7.302

11.586

    

Primair onderwijs

       

Subsidies

1.558

6.464

10.924

    

Opdrachten

0

538

429

    

Apparaat kerndepartement

       

Personeel

48

300

233

    
        

Subtotaal uitgaven Ontwikkelkracht

179

21.554

27.657

31.367

20.474

  

Voortgezet onderwijs

       

Subsidies

0

12.689

19.972

22.381

13.921

  

Opdrachten

35

6.400

5.860

6.715

4.142

  

Apparaat kerndepartement

       

Personeel

144

2.465

1.825

2.271

2.411

  
        

Subtotaal uitgaven Digitaal onderwijs goed geregeld

33

4.074

5.733

5.583

3.083

3.083

3.083

Primair onderwijs

       

Subsidies

0

3.450

5.300

5.200

2.750

2.750

2.750

Opdrachten

0

300

200

150

100

100

100

Apparaat kerndepartement

       

Personeel

33

324

233

233

233

233

233

        

Subtotaal uitgaven Collectief laagopgeleiden en laaggeletterden

181

3.519

3.850

50

0

0

0

Middelbaar beroepsonderwijs

       

Subsidies

 

3.068

3.600

0

0

0

0

Opdrachten

181

451

250

50

0

0

0

        

Subtotaal uitgaven Leeroverzicht en Skills

3.365

11.015

7.540

5.260

1.300

0

0

Middelbaar beroepsonderwijs

       

Opdrachten

2.575

8.075

4.750

3.000

1.300

0

0

SBB

790

2.940

2.790

2.260

   
        

Subtotaal uitgaven Nationale Aanpak Professionalisering Leraren

0

3.527

24.134

22.514

22.925

0

0

Hoger beroepsonderwijs

       

Subsidies

 

3.527

24.134

22.514

22.925

0

0

        

Subtotaal uitgaven Nationale LLO Katalysator

900

35.000

78.476

40.000

11.100

  

Hoger beroepsonderwijs

       

Subsidies

900

35.000

78.4761

40.000

11.100

  
        

Subtotaal uitgaven Digitaliseringsimpuls onderwijs NL

1.388

53.612

45.000

40.000

   

Hoger beroepsonderwijs

       

Subsidies

1.388

53.612

45.000

40.000

   
        

Subtotaal uitgaven Biotech Booster

1.140

1.710

46.750

0

0

0

0

Onderzoek en wetenschapsbeleid

       

Subsidies

1.140

1.710

46.750

0

0

0

0

        

Subtotaal uitgaven Einstein Telescoop

0

28.000

14.000

0

0

0

0

Onderzoek en wetenschapsbeleid

       

Subsidies

0

28.000

14.000

0

0

0

0

        

Subtotaal uitgaven Zelfdenkende Moleculaire Systemen

0

6.150

14.650

16.450

15.850

16.850

16.100

Onderzoek en wetenschapsbeleid

       

Subsidies

0

6.150

14.650

16.450

15.850

16.850

16.100

X Noot
1

Van dit budget is € 1,5 miljoen overgeboekt naar DUS-i voor de uitvoering van de subsisdieregeling.

Toelichting

Open Leermateriaal

Er zijn vanuit de vijf programmalijnen activiteiten gestart om scholen te verbinden, leraren te versterken, open leermateriaal te verrijken, de infrastructuur te verbeteren en kennis te ontwikkelen. In het afgelopen jaar zijn de KPI’s voor het programma opgesteld en is de programmastructuur opgezet. De verschillende partners zijn betrokken bij de vijf programmalijnen en er zijn in totaal drie pilotrondes geweest, met een participatie van meer dan 100 scholen in 12 pilotprojecten. Er zijn verschillende open leermateriaal collecties ontwikkeld, verrijkt en verbeterd. Ook is er een onderzoek uitgevoerd naar kwaliteitsconcepten voor leermiddelen met adviezen voor een kwaliteitsmodel voor het programma en is de DUS-I regeling Impuls open leermateriaal ondertekend. In de komende maanden richten we ons op de uitvoering van de regeling (de regeling gaat in september open) en het wijzigingsverzoek van Kennisnet tot en met eind augustus 2024 die in de plaats komt van een nieuwe projectsubsidie. Ook bereiden we ons voor op het eerste go/no-go moment begin 2024. Tot slot zal de programmaraad Digitalisering van start gaan (samen met Digitaal onderwijs goed geregeld).

Ontwikkelkracht

Het programma Ontwikkelkracht investeert in het lerend vermogen van het onderwijs, door te bouwen aan een stevige kennisinfrastructuur voor het funderend onderwijs. Ontwikkelkracht is er voor leraren en schoolleiders in het funderend onderwijs die de ontwikkeling van hun leerlingen en hun eigen vakmanschap willen versterken. Het programma verschaft ruimte, tijd en kennis door de kracht van de onderwijspraktijk te verbinden met inzichten uit onderzoek. Ontwikkelkracht investeert in het versterken van de onderzoeks- en verbetercultuur, kennisdeling, de ontwikkeling van effectieve interventies, en het professionaliseren van leraren en schoolleiders tot expertleraren en -schoolleiders die als Expertscholen andere scholen gaan opleiden. Onderwijsprofessionals en wetenschappers staan aan het roer om in co-creatie te zorgen voor meer evidence-informed werken in het onderwijs, met als doel een impuls te geven aan de onderwijskwaliteit.

Het programma is in de zomer van 2022 opgestart. Het programmabureau – dat onderdeel uitmaakt van het ministerie van OCW - is begin 2023 gestart. De subsidies voor de uitvoerende partijen zijn eind 2022 en begin 2023 verleend. Scholen kunnen vanaf schooljaar 2023/2024 deelnemen aan activiteiten binnen het programma middels tegemoetkomingen via de subsidieregeling Ontwikkelkracht.

Digitaal onderwijs goed geregeld

Door dit project – uitgevoerd door het programma Edu-V - maken scholen met minder inspanning en risico gebruik van digitale toepassingen in het onderwijs. Scholen kunnen op deze manier toekomstbestendig onderwijs bieden en het beste uit hun leerlingen/studenten halen. Dit gebeurt door afspraken te maken en standaarden te ontwikkelen over gegevensuitwisseling in de leermiddelenketen, bijvoorbeeld over privacy, veiligheid en zeggenschap over data. Hierdoor wordt ook een modernisering van de leermiddelenketen mogelijk en wordt een gelijk speelveld bevorderd. Deze afspraken en standaarden worden in publiek-private samenwerking (dus door onderwijs en leveranciers gezamenlijk) ontwikkeld. Het project is in de zomer van 2022 opgestart.

In 2023 is het project volop in ontwikkeling. Er zijn publiek-private werkgroepen van start gegaan, waarin wordt gewerkt aan de eerste versie van het afsprakenstelsel. Ook worden het ontwerp en totstandkoming van een nieuwe governance en het uitvoeren van de eerste Proof of Concepts voorbereid. Voor de uitvoering van het programma en de Proof of Concepts worden subsidies verleend, passend binnen de budgettaire kaders. Er is een meerjarige roadmap opgesteld, waarbij de pilots op scholen iets later plaatsvinden dan oorspronkelijk gepland.

LLO Collectief Laagopgeleiden en Laaggeletterden

In het najaar van 2022 en voorjaar 2023 is de projectorganisatie van het LLO Collectief Laagopgeleiden en Laaggeletterden opgestart. Er is een landelijk projectleider aangesteld en er zijn twee pilotregio’s geselecteerd, te weten Zuidoost Brabant en Twente. Deze regio’s hebben een plan van aanpak opgesteld om verder uitvoering te geven aan het project. In 2024 zullen de regio’s verder uitvoering geven aan deze plannen. De eerste gesprekken met mogelijke kandidaten zijn gevoerd zodat zij in 2023 en 2024 een onderwijsaanbod kunnen krijgen om aan hun basis- én vakvaardigheden te werken. Doel is om hiermee een betere positie op de arbeidsmarkt te verwerven. De impactmonitor om de effecten van het project te meten is eveneens opgestart en levert in 2024 een eerste rapportage op. Tot slot hebben na een Europese aanbesteding twee partijen opdracht gekregen om regionale ondersteuning te bieden bij de professionalisering van docenten, werkgevers en andere professionals op het gebied van laaggeletterdheid. Beide partijen zullen in 2024 trainingen voor (onderwijs)professionals hebben ontwikkeld en deze aanbieden in de pilotregio’s.

Leeroverzicht en Skills

Op 12 juli 2022 is het investeringsvoorstel «Leeroverzicht en Skills» in het kader van het Nationaal Groeifonds definitief gehonoreerd. Met dit investeringsvoorstel worden twee programma’s gefinancierd: de doorontwikkeling van het Programma Leeroverzicht en het Programma Vaardig met Vaardigheden (onder regie van het Ministerie van SZW). Voor het Programma Leeroverzicht is in totaal tot en met 2026 € 19,7 miljoen beschikbaar, voor het Programma Vaardig met Vaardigheden is dat € 8,8 miljoen. Voor het programma Vaardig met Vaardigheden loopt tot de zomer van 2024 een pilotfase waarin publieke en private partijen voor het eerst ervaring gaan opdoen met de koppeling aan skillstaal CompetentNL. Hiermee kunnen we leren wat toekomstige afnemers nodig hebben om in hun toepassingen gebruik gaan maken van skills-informatie. Daarnaast wordt in 2024 de minimal viable product van CompetentNL opgeleverd. De eerste versie van CompetentNL bevat skillsinformatie over mbo-kwalificaties. In 2024 wordt parallel daaraan verkend wat er nodig is om ook andere onderwijssectoren op CompetentNL aan te sluiten.

De programma’s Leeroverzicht en Vaardig met Vaardigheden gaan samen verkennen hoe de skillsontologie van CompetentNL gebruikt kan worden op het Leeroverzicht (LO), om het vinden van een passende opleiding te ondersteunen. De intentie is om dit in 2024 verder te verkennen met deelname aan drie pilots. OCW bereidt de overdracht voor van het applicatie- en technisch beheer naar een definitieve beheerorganisatie. In de tweede helft van 2023 vindt daarvoor de aanbesteding plaats voor een bedrag van € 8,0 miljoen voor de eerste twee jaar. ICTU, verantwoordelijk voor het tijdelijk beheer draagt de reguliere doorontwikkeling van leeroverzicht over en begeleidt voor een periode van naar verwachting een half jaar de nieuwe beheerorganisatie voor een naadloze overdracht. ICTU beheert van 2024 tot en met 2026, aansluitend op de pilots, de doorontwikkeling van Leeroverzicht met skills en arbeidsmarktinformatie.

Nationale Aanpak professionalisering Leraren (NAPL)

Het doel van NAPL is om zowel de kwaliteit van leerkrachten te versterken als de aantrekkelijkheid van het beroep van leerkracht te vergroten. De NAPL structureert en stimuleert de doorlopende professionalisering van leraren in het primair onderwijs (po), voortgezet onderwijs (vo) en middelbaar beroepsonderwijs (mbo). NAPL ontwikkelt een infrastructuur voor de professionalisering van leraren door te investeren in vier pijlers: landelijke ontwikkelpaden (pijler 1), een opleidingsregister (pijler 2), co-creatielabs in regionale netwerken (pijler 3) en een systeem van kwaliteitsborging (pijler 4). Deze nieuwe infrastructuur draagt bij aan een hogere kwaliteit van de professionalisering van leraren, daardoor een verbetering van onderwijskwaliteit, daardoor de groei van ontwikkelmogelijkheden van kinderen en daardoor een versterking van de economische welvaart en het verdienvermogen van Nederland. Het Nationaal Groeifonds investeert maximaal € 160 miljoen in het project. Dit bedrag bestaat uit een definitieve toekenning voor de eerste vier jaar vanaf 2024 van € 73 miljoen en een voorwaardelijke toekenning van € 87 miljoen voor de resterende zes jaar.

Nationale Leven Lang Ontwikkelen (LLO)-katalysator (mbo, hbo, wo)

Het doel van de nationale LLO-katalysator is een forse impuls te geven aan de ontwikkeling van bij-, op- en omscholingsaanbod. In regionale samenwerkingsverbanden van bedrijfsleven, onderwijs (mbo, hbo en wo; publiek en privaat) en overheid vindt vraaggerichte ontwikkeling van het scholingsaanbod plaats en worden afspraken gemaakt over uitvoering en deelname.

Het programma is opgeknipt in twee tranches die weer verdeeld zijn in twee fasen; fase 1 loopt in 2022, fase 2 loopt tot eind 2025. In tranche 2 loopt fase 3 tot medio 2028 en fase 4 loopt tot het eind van het programma in 2029.

In fase 1 (tot eind 2025) ligt de focus op scholing benodigd voor het realiseren van de ambities op het vlak van de energie- en grondstoffentransitie. Vervolgens wordt de aanpak verbreed naar andere (tekort)sectoren. Onderdeel van het plan is ook een LLO-Radar, waarmee continu de (toekomstige) behoefte aan vaardigheden op de arbeidsmarkt in beeld wordt gebracht, zodat tijdig kan worden voorzien in passend scholingsaanbod. Daarnaast wordt in de LLO-katalysator gewerkt aan het versterken van de leercultuur bij bedrijven en instellingen, aan professionalisering van de onderwijsorganisaties op het gebied van LLO-dienstverlening en vindt op landelijk niveau onderzoek en ontwikkeling plaats. Het budget voor de LLO-katalysator is € 392,0 miljoen. Hiervan is € 167 miljoen onvoorwaardelijk toegekend (tranche 1 tot 2025), voor de periode daarna (tranche 2 tot eind 2029) is € 225,0 miljoen voorwaardelijk toegekend. De middelen die gemoeid zijn met dit programma, zijn bedoeld voor de mbo-, hbo- en wo-instellingen. De precieze verdeling van de middelen dient nog uitgewerkt te worden.

Digitaliseringsimpuls onderwijs NL (Npuls)

Het doel van het programma digitaliseringsimpuls is om de kansen die digitalisering biedt aan het mbo, hbo en wo beter te benutten. Hierdoor zijn studenten vaardiger in een digitale wereld en kunnen docenten beter les geven. Met dit programma wordt geïnvesteerd in vier zaken:

1. de ICT-infrastructuur van mbo, hbo en wo;

2. een onderzoeksinfrastructuur;

3. Centers for Teaching and Learning voor mbo, hbo en wo;

4. transformatiehubs.

Het programma is opgeknipt in twee fases; fase 1 loopt van 2022 tot en met 2024 en fase 2 loopt van 2025 tot en met 2030. Eind 2024 zal de eerste evaluatie uitgevoerd zijn en bij een positieve evaluatie zal fase 2 gestart worden. De middelen die gemoeid zijn met dit programma, zijn bedoeld voor de mbo-, hbo- en wo-instellingen. De precieze verdeling van de middelen dient nog uitgewerkt te worden.

Biotech Booster

Biotech Booster is een uniek verbond van kennisinstellingen en bedrijven om kennis over biotechnologie beter om te zetten in bedrijvigheid en toepassingen. Zo draagt innovatie in biotechnologie maximaal bij aan het oplossen van maatschappelijke uitdagingen in gezondheid, klimaat, energie, landbouw en voeding. Biotech Booster vergroot ons toekomstige innovatie- en verdienvermogen. De Opbouw- en Implementatiefase wordt in 2023 afgerond. In 2024 wordt er bijna € 47 miljoen aan dit project uitgegeven.

Einstein Telescope

De Einstein Telescope is een toekomstig ondergronds observatorium voor het meten van zwaartekrachtsgolven te ontwikkelen in de regio Zuid-Limburg, Wallonië, Vlaanderen en Noord-Rijn Westfalen (zgn. Euregio Maas Rijn). Nederland werkt samen met Duitsland en België aan het Europees Bid om de Einstein Telescope te kunnen gaan bouwen. Daarnaast werkt het consortium aan het betrekken van het bedrijfsleven. In 2024 wordt € 14 miljoen uitgegeven aan de voorbereidingen van het Bid.

Zelfdenkende moleculaire systemen

Met het project zelfdenkende moleculaire systemen wordt big data met chemie verbonden om zo tot een volledig gerobotiseerd laboratorium te bouwen en dit te koppelen aan excellente wetenschap aan de ene kant en industriële R&D op het gebied van formulering van complexe mengsels aan de andere kant. In 2024 zal er ruim €14 miljoen uitgegeven gaan worden.