Kamerstuk 36360-XIII-6

Lijst van vragen en antwoorden over het Jaarverslag Ministerie van Economische Zaken en Klimaat 2022 (Kamerstuk 36360-XIII-1)

Dossier: Jaarverslag en slotwet Ministerie van Economische Zaken en Klimaat 2022

Gepubliceerd: 29 juni 2023
Indiener(s): Jan Klink (VVD)
Onderwerpen: begroting financiƫn
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36360-XIII-6.html
ID: 36360-XIII-6

Nr. 6 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 29 juni 2023

De vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat heeft een aantal vragen voorgelegd aan de Minister van Economische Zaken en Klimaat over de brief van 17 mei 2023 over het Jaarverslag Ministerie van Economische Zaken en Klimaat 2022 (Kamerstuk 36 360 XIII, nr. 1).

De Minister heeft deze vragen beantwoord bij brief van 27 juni 2023. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.

De voorzitter van de commissie, Klink

De adjunct-griffier van de commissie, Reinders

1

Kunt u een overzicht geven van alle keren dat middelen bestemd voor duurzame energie, zoals de Stimulering Duurzame Energie (SDE++) en de voorgangers daarvan en de begrotingsreserve, aan andere doelen zijn uitgegeven?

Antwoord

Het overgrote deel van de voor duurzame energie beschikbare middelen is besteed aan de daarvoor geformuleerde doelen. Zo zijn ook «flankerend beleid» van verschillende departementen (EZK, IenW, LNV, Defensie, J&V) en medeoverheden en de aan duurzame energie gerelateerde uitvoeringskosten van RVO, PBL, ACM, RWS en NEa uit de middelen bekostigd. Ook de kosten van de aanleg van het net op zee voor de routekaart 2023 door TenneT zijn uit de SDE-middelen gedekt.

Wel is in 2020 bij 1e suppletoire begroting van EZK € 680 miljoen aan SDE+-middelen ingezet ter dekking van de Rijksbrede begrotingsproblematiek. Bij 1e suppletoire begroting 2023 van EZK is bovendien € 5 miljard aan SDE- en SDE+-middelen ingezet ter financiering van het energiepakket (waaronder de dekking van de kosten van het prijsplafond).

In onderstaande tabel is daarnaast per jaar aangeven welke bedragen er in de SDE-reserve gestort (+) respectievelijk onttrokken (-) zijn. Hieruit blijkt dat de volgende bedragen onttrokken zijn die niet direct verbonden waren met subsidies voor de SDE, SDE+ en SDE++:

  • In de periode 2015–2020 heeft een tijdelijke onttrekking van € 398 miljoen plaatsgevonden die is ingezet ter dekking van EZK-brede knelpunten, maar deze tijdelijke onttrekking is vanaf 2021 weer aan de SDE-middelen toegevoegd.

  • € 100 miljoen is onttrokken ten behoeve van de ophoging van de ISDE om specifiek voor het mkb ISDE-subsidies mogelijk te maken (amendement-Mulder)

  • Ter financiering van het Urgenda 2.0-pakket is in totaal € 298,6 miljoen onttrokken en ingezet voor diverse Urgenda-maatregelen

  • Ter financiering van de ophoging van de Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking (SCE) met € 63 miljoen (amendement-Sienot) is in 2021 € 4,4 miljoen en in 2022 € 4,2 miljoen onttrokken en zal in de jaren 2023 tot en met 2035 jaarlijks opnieuw € 4,2 miljoen onttrokken worden.

  • De onttrekking van € 1.572 miljoen in 2022 is toegevoegd aan de SDE-middelen. Ook de voor 2023 t/m 2028 voorziene onttrekking van in totaal € 1,7 miljard komt geheel ten goede aan de SDE-middelen.

2

Waar doelt u op met risico’s voor TenneT en het Rijk inzake wind op zee?

Antwoord

De risico’s waarop gedoeld wordt zijn onder andere de risico’s van het vroegtijdig gunnen van contracten door TenneT alsmede de risico’s op een mogelijke (tijdelijke) mismatch tussen het aanbod van windenergie van zee en de (industriële) energievraag. Deze risico’s worden nader toegelicht in de kamerbrief van juni 2022 over de «Aanvullende routekaart windenergie op zee 2030» (Kamerstuk 33 561, nr. 53) en de daarbij behorende bijlage: een door TenneT opgestelde risicoanalyse, waarin de kansen en gevolgen van verschillende scenario’s in kaart zijn gebracht.

3

Zijn er sinds de komst van de Wet veiligheidstoets voor investeringen, fusies en overnames significante risico’s gemeld bij het Bureau Toetsing Investeringen? Zo ja, zijn daarmee ongewenste investeringen, fusies en overnames voorkomen?

Antwoord

Nee, want de wet treedt per 1 juni 2023 in werking.

4

Hoe gaat u ervoor zorgen dat het Actieplan Groene en Digitale banen niet hetzelfde lot ondergaat als de eerdere subsidieregeling omscholing naar kansrijke beroepen in de ICT en Techniek, welke geen succes is gebleken?

Antwoord

De aanbevelingen van de Rekenkamer neem ik ter harte. Dit betekent dat we bij het Actieplan Groene en Digitale Banen doelstellingen en de wijze waarop die te bereiken goed gaan onderbouwen. Dit doen we allereerst door op korte termijn goed te kijken hoe samen met alle betrokkenen, kan worden gekomen tot die concrete, gedeelde doelstellingen, indicatoren en mijlpalen bij de maatregelen uit het actieplan. En ten tweede, hou ik, vanuit de coördinerende rol een vinger aan de pols bij de voortgang van deze maatregelen. Door monitoring wordt duidelijk welk programma of maatregel welk effect heeft op het terugdringen van de tekorten in techniek en ICT. Deze informatie zal ik delen met de Kamer en onze stakeholders.

5

Waarom kiest u ervoor om de TEK-regeling tot december 2023 te laten lopen?

Antwoord

De TEK-regeling is een tijdelijke maatregel om mkb-ondernemers tegemoet te komen voor hoge energiekosten. De TEK-regeling geldt voor een periode van 14 maanden; van november 2022 tot en met december 2023 om de potentieel grote schok van plotseling hoge energiekosten op te kunnen vangen voor mkb-ondernemers. Consumenten worden in een gelijke periode tegemoet gekomen voor hoge energiekosten via andere regelingen.

6

Kunt u nader uitweiden over hoe vaak de regels rondom prijsverlagingen zijn overtreden en hoe hierop is gehandhaafd?

Antwoord

De handhaving op deze wetgeving ligt bij de Autoriteit Consument & Markt (ACM). De prijsverminderingsregels zijn op 1 januari 2023 ingegaan en er zijn daarom nog geen gegevens bekend. De ACM onderzoekt momenteel wel de naleving van de regels door bedrijven en zij verwacht in de tweede helft van 2023 meer details over dit onderzoek bekend te kunnen maken.

7

Wat beoogt u uit te geven aan de vrijwillige gasbesparingstender?

Antwoord

Er is geen budget geraamd voor de vrijwillige gasbesparingstender. Als deze noodsituatie zich voordoet en het instrument ingezet moet worden, zal dit te zijner tijd in de begroting worden verwerkt.

8

Kunt u een rekenvoorbeeld geven van een vrijwillige gasbesparingstender?

Antwoord

Bij de vrijwillige gasbesparingstender is uitgegaan van een streefwaarde van 3 miljoen m3 aardgasbesparing per dag. De voor de regeling in aanmerking komende bedrijven besparen maximaal 28 dagen gas met behulp van de regeling. Als het veilingsysteem bijvoorbeeld leidt tot een gemiddeld bod van 2 euro per m3 kost de regeling € 168 miljoen. Al deze factoren zijn afhankelijk van de aard van de gascrisis en zullen bij een definitieve openstelling nog nader bekeken worden.

9

Waarom zijn een aantal prestatie-indicatoren klimaat- en energiebeleid niet meegenomen?

Antwoord

De jaarcijfers van 2022 worden pas per september 2023 vastgesteld.

10

Waarom zijn de prestatie-indicatoren van groengasproductie in relatie tot de productie van elektriciteit en warmte uit biomassa nog niet bekend voor zowel 2021 als 2022?

Antwoord

De brongegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) waren niet geactualiseerd en dus ook niet beschikbaar bij het opstellen van het jaarverslag. CBS en RVO hebben inmiddels de cijfers voor 2021 geactualiseerd en zorgen voor een spoedige publicatie op het dashboard klimaatbeleid. De cijfers voor 2022 worden per september 2023 uiterlijk vastgesteld.

11

Waarom kiest u ervoor om statisch 12 miljoen euro per jaar beschikbaar te stellen tot 2030 voor de Regionale Energiestrategieën (RES)?

Antwoord

Het opstellen en uitvoeren van de Regionale Energie Strategieën (RES'en) is een belangrijke mijlpaal in het Klimaatakkoord op weg naar 2030. Voor de ondersteuning van dit proces is door het Ministerie van EZK vanaf 2023 tot en met 2030 jaarlijks € 12 miljoen beschikbaar gesteld aan de 30 RES-regio’s. De RES-regio’s zetten dit in voor de proceskosten van de 30 regio’s en dit wordt via een verdeelsysteem uitgekeerd aan de regio’s. Om de RES-processen en de daaraan verbonden kosten goed te kunnen borgen is er gekozen voor een vast bedrag voor de periode tot en met 2030.

12

Op welke termijn in 2023 bent u van plan om het wetsvoorstel voor de Warmtewet in te dienen?

Antwoord

Op 1 juni 2023 zijn de conceptwetteksten naar de ACM gestuurd voor de Uitvoerbaarheid en Handhavingstoets (UHT). Medio juni volgt de Wetgevingstoets door het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Na de zomer verwacht ik de wettekst via de ministerraad aan de Raad van State aan te kunnen bieden. Het moment van aanbieden van het wetsvoorstel bij uw Kamer is afhankelijk van de voortgang van de toetsen, de advisering door de Raad van State en de verwerking daarvan. De beoogde datum voor de inwerkingtreding van de Wet Collectieve Warmte is 1 januari 2025.

13

Wat schaart u onder overige subsidies bij de budgettaire gevolgen van beleid op het gebied van klimaat- en energie? Kunt u hier een overzicht van geven?

Antwoord

Onder «Overige subsidies» vallen de volgende instrumenten:

Instrument

realisatie 2022

Expertisecentrum Warmte

520

Bijdrage saneringsfonds Windpark Flevoland

1.033

Projecten duurzame warmte/WarmtelinQ

56.012

Totaal

57.565