Kamerstuk 36200-VIII-114

Motie van het lid Pouw-Verweij c.s. over criteria voor een evenwichtige verhouding tussen Nederlandse en buitenlandse studenten in het hoger onderwijs

Dossier: Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2023


82,7 %
17,3 %

FVD

GL

PvdA

SP

VVD

DENK

SGP

D66

Omtzigt

JA21

BIJ1

Volt

Groep Van Haga

CU

CDA

PvdD

BBB

PVV

Fractie Den Haan


Nr. 114 MOTIE VAN HET LID POUW-VERWEIJ C.S.

Voorgesteld 24 november 2022

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat buitenlandse studenten een groeiende inkomstenbron voor onderwijsinstellingen zijn;

constaterende dat deze groep een sturende rol speelt in het curriculum en in de voertaal;

constaterende dat ook de druk op de studentenhuisvesting toeneemt;

overwegende dat een gezonde balans nodig is in de verhouding tussen Nederlandse studenten en studenten uit het buitenland;

verzoekt de regering met het hoger onderwijs in overleg te gaan om te komen tot criteria voor het nastreven van een evenwichtige verhouding,

en gaat over tot de orde van de dag.

Pouw-Verweij

Van der Plas

Van der Woude