Kamerstuk 35976-26

Gewijzigd amendement van de leden Grinwis en Heinen ter vervanging van nr. 10 over een horizonbepaling

Dossier: Tijdelijke regels inzake instelling van een Nationaal Groeifonds (Tijdelijke wet Nationaal Groeifonds)

Gepubliceerd: 28 maart 2022
Indiener(s): Eelco Heinen (VVD), Pieter Grinwis (CU)
Onderwerpen: begroting financiƫn
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-35976-26.html
ID: 35976-26
Origineel: 35976-10

98,0 %
0,0 %

PvdA

PVV

Groep Van Haga

VVD

Omtzigt

PvdD

Volt

BBB

D66

BIJ1

FVD

DENK

CU

CDA

Fractie Den Haan

SP

GL

SGP

JA21


Nr. 26 GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN DE LEDEN GRINWIS EN HEINEN TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 10

Ontvangen 28 maart 2022

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

I

In het opschrift wordt «Regels» vervangen door «Tijdelijke regels» en wordt «Wet» vervangen door «Tijdelijke wet».

II

In de beweegreden wordt na «daartoe» ingevoegd «tijdelijk».

III

In artikel 10 wordt «Wet» vervangen door «Tijdelijke wet».

IV

In artikel 11 vervalt «, en vervolgens telkens na vijf jaar,».

V

Artikel 13 komt te luiden:

Artikel 13 Inwerkingtredings- en vervalbepaling en overgangsrecht

  • 1. Deze wet treedt in werking en vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, met dien verstande dat de wet van toepassing blijft op uitgaven als bedoeld in artikel 6 die zijn gedaan voordat de wet vervalt.

  • 2. Na zes jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet worden geen financiële middelen beschikbaar gesteld als bedoeld in artikel 2, tweede lid, voor het doen van nieuwe investeringen.

VI

In artikel 14 wordt «Wet» vervangen door «Tijdelijke wet».

Toelichting

Met dit amendement wordt een horizonbepaling toegevoegd aan de Wet Nationaal Groeifonds. Dit amendement regelt daarmee dat dit fonds een tijdelijk karakter krijgt, passend bij de incidentele middelen waarmee het fonds gevoed wordt. Het amendement voorziet er daarbij in dat zes jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet uit het fonds geen financiële middelen meer beschikbaar kunnen worden gesteld voor nieuwe investeringen (artikel 13, tweede lid (nieuw)). Door deze periode van zes jaar dient binnen een jaar na het voorziene tijdstip van de eerste evaluatie, zoals genoemd in artikel 11, bij wet bepaald te worden of de Wet Nationaal Groeifonds wel of niet dient te worden verlengd om nieuwe investeringen te kunnen doen. De door de indieners voorgestelde zes jaar sluit tevens aan bij het in de Startnota geraamde kasritme tot en met 2028. Voor de uitfinanciering van voorstellen kan het nodig zijn dat de wet nog langer van kracht blijft. Om die reden wordt bepaald dat het verval van de wet bij koninklijk besluit plaatsvindt, zodat daarmee rekening kan worden gehouden. Om onduidelijkheden te voorkomen, wordt tevens bepaald dat deze wet van toepassing blijft op uitgaven die zijn gedaan voor het vervallen van de wet.

Grinwis Heinen