Kamerstuk 35845-22

Gewijzigd amendement van het lid Kwint ter vervanging van nr. 9 over het tijdelijk beperken van het recht op kinderbijslag tot een inkomensgrens van € 200.000 en structureel tot € 185.000

Dossier: Het niet-indexeren van het basiskinderbijslagbedrag en het extra bedrag van de kinderbijslag in de Algemene Kinderbijslagwet over de jaren 2022, 2023 en deels over 2024

Gepubliceerd: 26 oktober 2021
Indiener(s): Peter Kwint (SP)
Onderwerpen: gezin en kinderen sociale zekerheid
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-35845-22.html
ID: 35845-22
Origineel: 35845-9

27,3 %
72,7 %

D66

Volt

CU

BIJ1

Omtzigt

PvdD

BBB

FVD

Groep Van Haga

GL

JA21

SP

VVD

SGP

Fractie Den Haan

PvdA

DENK

CDA

PVV


Nr. 22 GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID KWINT TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 9

Ontvangen 26 oktober 2021

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

Het opschrift komt te luiden: Het recht op kinderbijslag tijdelijk beperken tot een maximum inkomen van € 200.000 en structureel tot een inkomen van € 185.000.

II

In de beweegreden wordt «de indexering van het basiskinderbijslagbedrag en het extra bedrag van de kinderbijslag in de Algemene Kinderbijslagwet over de jaren 2022, 2023 en deels over 2024 achterwege te laten» vervangen door «het recht op kinderbijslag tijdelijk te beperken tot een inkomen van maximaal € 200.000 en structureel tot een inkomen van € 185.000».

III

Artikel I komt te luiden:

ARTIKEL I. WIJZIGING VAN DE ALGEMENE KINDERBIJSLAGWET

Na artikel 7a van de Algemene Kinderbijslagwet wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 7aa

  • 1. De verzekerde heeft geen recht op kinderbijslag overeenkomstig de bepalingen van deze wet indien het verzamelinkomen, bedoeld in artikel 2.18 van de Wet inkomstenbelasting 2001, van de verzekerde en dat van zijn partner als bedoeld in artikel 3 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, tezamen het bedrag van € 200.000 te boven gaat.

  • 2. Dit artikel vervalt met ingang van 1 januari 2026.

IV

Na artikel I wordt een artikel ingevoegd, luidende:

ARTIKEL Ia. WIJZIGING VAN DE ALGEMENE KINDERBIJSLAGWET

Na artikel 7a van de Algemene Kinderbijslagwet wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 7aa

De verzekerde heeft geen recht op kinderbijslag overeenkomstig de bepalingen van deze wet indien het verzamelinkomen, bedoeld in artikel 2.18 van de Wet inkomstenbelasting 2001, van de verzekerde en dat van zijn partner als bedoeld in artikel 3 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, tezamen het bedrag van € 185.000 te boven gaat.

V

Aan artikel II wordt toegevoegd «, met dien verstande dat artikel Ia met ingang van 1 januari 2026 in werking treedt.

Toelichting

Indiener is van mening dat het niet indexeren van de kinderbijslag een volstrekt onrechtvaardige dekking is van broodnodige investeringen in het UWV. Mocht besloten worden de kinderbijslag als dekkingsgrond aan te wenden, dan geniet het de sterke voorkeur van de indiener om de rekening te laten betalen door ouders die de kinderbijslag toch niet of nauwelijks zullen missen, en daarmee ouders voor wie een tientje indexering heel veel geld is te ontzien. Daarom wil indiener voor de jaren waarin de kinderopvang met het voorliggende wetsvoorstel niet geïndexeerd zou worden, de kinderbijslag voor inkomens boven € 200.000 helemaal laten vervallen, en met ingang van 2026 structureel voor inkomens boven € 185.000, zodat gezinnen met wat minder geld gewoon hun geïndexeerde kinderbijslag krijgen.

Kwint