Gepubliceerd: 18 november 2020
Indiener(s): Jasper van Dijk (SP)
Onderwerpen: arbeidsvoorwaarden werk
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-35636-2.html
ID: 35636-2

Nr. 2 VOORSTEL VAN WET

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat zowel de algemene loonontwikkeling als de ontwikkeling van het wettelijk minimumloon achterblijven waardoor het noodzakelijk is het wettelijk minimumloon te verhogen, teneinde een eerlijker inkomen te bewerkstelligen en de algemene koopkracht te stimuleren;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

In de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag wordt na artikel 14 een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 14a

  • 1. Het bedrag, genoemd in artikel 8, eerste lid, onder a, wordt met ingang van 1 januari verhoogd met 5%.

  • 2. Indien uitvoering wordt gegeven aan het eerste lid:

    • a. wordt geen toepassing gegeven aan artikel 14, vijfde lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, en

    • b. wordt bij toepassing van artikel 14, dertiende lid, de voordracht voor de algemene maatregel van bestuur niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd. Indien een der Kamers der Staten-Generaal besluit niet in te stemmen met het ontwerp, wordt er geen voordracht gedaan.

ARTIKEL II

  • 1. Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

  • 2. Deze wet vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat niet eerder ligt dan het moment waarop het minimumloon 60% bedraagt van het gemiddelde loon zoals vastgesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek. De voordracht voor het koninklijk besluit wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd en wordt niet gedaan indien binnen die termijn door of namens een der Kamers of door tenminste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van een der Kamers de wens te kennen is gegeven dat het tijdstip waarop dit artikel vervalt, bij wet wordt geregeld.

ARTIKEL III

Deze wet wordt aangehaald als: Wet eerlijker inkomen.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,