Kamerstuk 35570-V-13

Reactie op het verzoek van het lid Wilders, gedaan tijdens de Regeling van Werkzaamheden van 27 oktober 2020, over het feit dat de Turkse president aangifte gedaan heeft wegens belediging

Dossier: Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V) voor het jaar 2021

Gepubliceerd: 2 november 2020
Indiener(s): Stef Blok (minister buitenlandse zaken) (VVD)
Onderwerpen: begroting financiƫn
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-35570-V-13.html
ID: 35570-V-13

Nr. 13 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 2 november 2020

Met deze brief kom ik, mede namens de Minister-President, tegemoet aan het verzoek van het lid Wilders (PVV), door uw Kamer mij toegezonden op 27 oktober jl. (Handelingen II 2020/21, nr. 16, Regeling van Werkzaamheden).

Zoals ook op 27 oktober jl. onderstreept tijdens het vragenuurtje (Handelingen II 2020/21, nr. 16, mondelinge vragen van het lid Wilders over de aanslag op de Franse leraar Samuel Paty) is de vrijheid van meningsuiting in Nederland een groot goed, ook die van parlementariërs. Het is dan ook niet acceptabel dat de Turkse president die probeert te beperken.

Die boodschap heeft de Minister President op 27 oktober ook in heldere bewoordingen uitgesproken richting de Turkse President Erdogan. Diezelfde dag is deze boodschap op hoog ambtelijk niveau overgebracht aan de Turkse Ambassadeur in Nederland. Naar aanleiding van dat gesprek geeft de Nederlandse Ambassadeur in Ankara opvolging aan deze kwestie bij de Turkse autoriteiten.

Tevens zijn naar aanleiding van de gebeurtenissen in Frankrijk de uitspraken en acties van Turkije besproken tijdens de virtuele informele Europese Raad op 29 oktober jl. De Europese Raad veroordeelde de terroristische aanslagen in Frankrijk in de meest sterke bewoordingen en heeft wereldleiders opgeroepen om zich in te zetten voor dialoog en begrip, waaronder tussen religies, in plaats van verdeeldheid.

Uiteraard blijft het kabinet pal staan voor het recht van allen, en zeker ook van Nederlandse parlementariërs, om gebruik te maken van de vrijheid van meningsuiting. Nederland zal dit internationaal, ook richting Turkije, blijven uitdragen en in EU-verband bij Turkije erop aandringen om stappen in de goede richting te zetten op het gebied van mensenrechten en de vrijheid van meningsuiting.

De Minister van Buitenlandse Zaken, S.A. Blok