Ontvangen 1 juni 2026
De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:
In artikel I, onderdeel B, onder 1, wordt aan het voorgestelde eerste lid een zin toegevoegd, luidende: Indien de directeur gebruik maakt van de bevoegdheid, bedoeld in de tweede zin, meldt hij dit onverwijld aan Onze Minister en de Inspectie Justitie en Veiligheid.
Dit amendement introduceert een expliciete meldplicht aan de Inspectie Justitie en Veiligheid en aan de Minister indien de directeur gebruik maakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 5, eerste lid, tweede zin, om de bewegingsvrijheid en dagbesteding van vreemdelingen in bewaring tijdelijk te beperken (de zogenoemde lockdownbevoegdheid). De betreffende bevoegdheid maakt een vergaande inbreuk mogelijk op fundamentele rechten van vreemdelingen die in bewaring zijn gesteld. Gelet op het ingrijpende karakter van dergelijke maatregelen is adequate externe controle en transparantie noodzakelijk. Door toepassing van de bevoegdheid onverwijld te melden aan de Inspectie Justitie en Veiligheid wordt onafhankelijk toezicht versterkt en wordt bevorderd dat tijdig toezicht kan plaatsvinden op de rechtmatigheid, proportionaliteit en praktische uitvoering van de maatregel.
Daarnaast wordt met de meldplicht aan de Minister gewaarborgd dat politieke verantwoordelijkheid en bestuurlijke controle op de toepassing van deze uitzonderlijke bevoegdheid daadwerkelijk kunnen worden uitgeoefend.
Het amendement draagt eraan bij dat ingrijpende beperkingen van bewegingsvrijheid niet ongemerkt of structureel onderdeel worden van de dagelijkse uitvoeringspraktijk binnen vreemdelingenbewaring.
Van Baarle Westerveld