Ontvangen 21 mei 2026
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
In artikel I, onderdeel B, onder 1, wordt in het voorgestelde eerste lid «vier weken» vervangen door «een week».
In de voorgestelde wetswijziging wordt voorgesteld dat de directeur van een inrichting voor vreemdelingenbewaring bij ernstige orde- en veiligheidsproblemen een «lockdown» in kan stellen, waarbij vreemdelingen gedurende 23 uur per dag kunnen worden opgesloten in hun cel voor maximaal vier weken. Deze maatregel wordt alleen gebruikt wanneer lichtere, individuele maatregelen niet volstaan. De indiener begrijpt dat in noodgevallen, waarin lichtere, individuele maatregelen niet volstaan, in uitzonderlijke situaties overgegaan moet kunnen worden tot een «lockdown» en dat hier een wettelijke basis voor nodig is. De indiener is echter, net zoals de Raad van State, van mening dat de maximumtermijn voor deze «lockdown» te lang is.
De Raad van State stelt in haar advies de vraag of een maximale duur van zes weken – wat de maximumtermijn op het moment van het uitbrengen van het advies was – past bij het minder-penitentiaire karakter van de vreemdelingenbewaring, hetgeen het doel is van de Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring. De Raad van State denkt voor deze «lockdown» aan een maximumtermijn van een aantal dagen in plaats van weken. De vier weken, waar de maximumduur van de «lockdown» naar is bijgesteld, is dus volgens de indiener nog steeds te lang voor een algehele «lockdown». De maximumtermijn moet volgens de indiener worden verkort tot een week. De «lockdown» zou niet langer moeten duren dan strikt noodzakelijk om de orde, rust en veiligheid terug te laten keren. Er kunnen nog steeds individuele maatregelen worden getroffen voor vreemdelingen die verantwoordelijk waren voor de verstoring.
Westerveld