Ontvangen 21 mei 2026
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
I
In artikel I, onderdeel 0Cg, onder 2, wordt in het voorgestelde tweede lid «twee maanden» telkens vervangen door «een maand».
II
In artikel I, onderdeel 0Cl, wordt in het voorgestelde vierde lid «twee maanden» telkens vervangen door «een maand».
III
In artikel I, onderdeel C, onder 4 wordt in het voorgestelde tweede lid «twee maanden» telkens vervangen door «een maand».
Dit amendement verkort de maximale duur van de ministeriële regeling als ook de maximale verlengingstermijn van twee maanden naar één maand. De regeling maakt vergaande beperkingen van bewegingsvrijheid en dagbesteding mogelijk binnen een bestuursrechtelijk regime. Dergelijke maatregelen dienen daarom strikt tijdelijk te zijn. Het amendement beoogt te voorkomen dat uitzonderlijke maatregelen een structureel karakter krijgen en sluit aan bij het uitgangspunt dat vrijheidsbeperkingen binnen vreemdelingenbewaring zo beperkt mogelijk dienen te zijn.
Van Baarle