Ontvangen 21 mei 2026
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
In artikel I, onderdeel B, onder 1, wordt aan het voorgestelde eerste lid een zin toegevoegd, luidende: De directeur kan uitsluitend van deze bevoegdheid gebruikmaken indien minder ingrijpende maatregelen aantoonbaar ontoereikend zijn gebleken en kiest bij de uitvoering van de maatregelen voor de voor de vreemdeling minst ingrijpende afwijking.
Met dit amendement wordt expliciet wettelijk vastgelegd dat de directeur uitsluitend gebruik mag maken van de bevoegdheid tot het opleggen van een lockdownmaatregel binnen een inrichting voor vreemdelingenbewaring indien minder ingrijpende maatregelen aantoonbaar ontoereikend zijn gebleken. Daarmee wordt het beginsel van subsidiariteit expliciet verankerd. Tevens wordt verduidelijkt dat toepassing van de maatregel noodzakelijk én proportioneel dient te zijn.
Daarnaast introduceert het amendement een expliciete waarborg dat de maatregel voor de betrokken vreemdeling op de minst ingrijpende wijze wordt uitgevoerd. Hiermee wordt voorkomen dat verdergaande beperkingen worden toegepast dan voor het handhaven van de orde en veiligheid strikt vereist is.
Het amendement beoogt daarmee het bestuursrechtelijke karakter van vreemdelingenbewaring beter te waarborgen en sluit aan bij eerdere zorgen van onder meer de Afdeling advisering van de Raad van State, het College voor de Rechten van de Mens en diverse internationale mensenrechteninstanties over de proportionaliteit van ingrijpende beperkingen binnen vreemdelingenbewaring.
Van Baarle